MONTAGE VAN WENTELLAGERS



Vergelijkbare documenten
Montage en demontage

DE JUISTE PASSING. Brochure

Practicum Montage & Onderhoud

Lagertechnologie. H. Verbruggen - Machine-onderdelen - lagertechnologie G - 1

KOGELLAGERS KOGELLAGERS

1) Demonteer het wiel. 2) Verwijder de remblokken en druk de remzuiger met het juiste gereedschap terug in de cilinder.

TOLERANTIEHULZEN. Brochure

Nokkenas vervangen (M52TU / M54 / M56)

Model 240 Pneumatisch open-/dicht-regelventiel Type 3351

Reparatievoorschriften Demonteren van het CF500 besturingsventiel

Oliekeerringen vervangen antwoorden

Handleiding revisie verdamper Koltec VG392 / Necam Mega

reparatieverslag VERSLETEN ANKERRADTAP Jaap Tichler stage bedrijf Belle Heure Uurwerktechniek 25 mei 2012

DAFTtucks DEMONTAGE EN MONTAGE WIELNAVEN. Verwijder afdekplaat 3 en, indien noodzakelijk, pakking 4 (Fig.2l. Fig. 2 DEMONTAGE

Toepassing van lagers

SQ77. Bearing Service

Voor de montage van de Bear County schutting Garden Design WPC

Handleiding voor toepassing van de Impressor buizen van Elektropa Kunststoffen B.V. onder spoordijken van de Nederlandse Spoorwegen.

*r -- 7 DAFTiucks STUURHUIS TYPE 8065 HAAKSE OVERBRENGING

Welkom. Construeren met wentellagers

Handleiding PVC-trapleuningprofielen. Installatie instructies Afwerking

Motoro liën en oliefilter vervangen 2.0

Hoofdstuk Inhoudsopgave blz

Het leveringsprogramma omvat:

O-ringen zijn uitermate geschikt als afdichting van niet-bewegende machineonderdelen.

Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A

Catalogus copyright AKN.

De grootste keuze uit. ESSEM Zelfsmerende sinterbronzen glijlagers. T (0) Uitgave 2014.

Werk instructie de- en montage PA1 tandwielkast.

KETTING IMPORT MIJ B.V.

MONTAGEHANDLEIDING. :metselwerk of beton

Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL

Gebruiksaanwijzing Gaasbakken

Overzicht. Inhoudsopgave

3.0 Afdichting. 3.1 Functies van Afdichtingen

Montagevoorschrift voor Solid Glass keukenbladen

Demontage en montage van een servicecompactlager

Onderhoudshandleiding 2A en 2AN. Pneumatische Cilinders. Hydraulics. Hydraulics. Onderhoudshandleiding. Juni Bulletin HY M2/NL

simatec innovatieve oplossingen die zorgen voor uitstekende voordelen voor de klant

R Montage/demontage richtlijnen

M O N T A G E - I N S T R U C T I E S D E U R E N

Meten met een schuifmaat

De draai- en transportkoppeling is betrouwbaar en veilig.

OC Het onderhouden van mechanische onderdelen 2012

Nokkenassen uit- en inbouwen

R Montage en demontage instructies

Overzicht. Inhoudsopgave

MONTAGE HANDLEIDING. MAXXGRIP Beadlock systeem; Hét beste beadlocksysteem voor Autosport, Off-Road, en zelfs geschikt voor op de openbare weg!

Bouwdienst Rijkswaterstaat titel: LEIDRAAD VOORSPANNEN VAN ANKERS EN REKBOUTEN document : NBD pagina : 1 van 9 uitgave :

Stuurklep revisie (power steering valve) Dutch Corvette Supplies

Demontage van het fusee Klik met muis of spatiebalk voor volgende dia

De nieuwe BRAMMER roestvaststalen jollenvlotrol

Aluminium leidingen, koppelingen en toebehoren ALUMINIUM LEIDINGSYSTEEM VOOR PERSLUCHT

Handleiding. voor de podofix nagelcorrectie beugel

Volvo 1800S Elektronische Temperatuur meter

6 x x M12x1,5 M14x1,5 8 x x M14x1,5 M16x1,5 10 x x M16x1,5 M18x1,5 12 x x M18x1,5 M20x1,5

Montagehandleiding voor wasbak Oblong en Cuboid Type: wandmontage voor een metselwerk- of betonmuur

Montagehandleiding Knikarmschermen Onlinezonneschermen.nl

NKI leverancier van BonFix

UNIVERSAL S T A N D A R D-Ve verbinding

Installatie instructie voor stalen glijopleggingen met een dubbele gekromde glijoppervlak Type FIP-D. uw bouw onze technologie

Oliën en oliefilter vervangen

Climate Recovery kanaalsysteem Montagehandleiding

Gebruikershandleiding Festec FNS hydraulische moerensplijter

Rijwielgedeelte zijspan voor de eerste maal aan de motorfiets koppelen.

algemeen hydrosan montagevoorschriften slangen pagina 2 montagevoorschriften snijringkoppelingen pagina 8 afmetingen sae flenzen pagina 15

As-naaf verbindingen

Examenopgaven VMBO-BB 2004

Knikarmschermen HZ-T2600. Montage / Gebruikershandleiding

Lichte inhaak arm (type CL) Geboute arm (type CB) Zware inhaak arm (type CH) Geklemde arm (type CP)

SPANBUSSEN - LOCKING DEVICES

SOORTEN HANDGEREEDSCHAPPEN

Informatie voor de gebruikers van kozijn, ramen en deuren.

Postbus ZG COTHEN telefoon fax info@vasasport.nl website

Topkwaliteit sinds BONFIX messing en messing vernikkelde (sanitaire) knelfittingen. Technische documentatie

Instelbare platenslipkoppelingen onderhouden antwoorden

Montagehandleiding voor SolidDutch wasbakken Type: wandmontage voor een metselwerk- of betonmuur

Reparatie. Reparatie. 1.1 Vervangen van schakelkabels bij eendelige asring

Montage Handleiding van SignWorld

Montagevoorschrift voor HPL-Toplaminaat keukenbladen

STANDAARD-BOX VB 100

Montagehandleiding voor wasbak Oblong en Cuboid Type: wandmontage voor een holle wand

HANDLEIDING SLOTKASTFREESMACHINE 171

Gebruikershandleiding

INSTALLATIE INSTRUCTIES VOOR VLINDERKLEPPEN

Montage- en gebruiksvoorschriften

Model 42 Verschildrukregelaar (sluitend) Type type Type A type A Type B type B

april 2009 FLENSVERBINDINGEN VGWM Veiligheid Milieu A WAY OF LIVING Standaards voor professionals, wees alert!

Stoterstangbuisjes vervangen Het gebeurt regelmatig dat de stoterstangbuisjes beschadigd worden, ze zijn heel fragiel.

Montagevoorschrift voor CaesarStone keukenbladen

JALOUZIËN. Bedienings- en montagehandleiding

HSE guidelines. juli 2015 FLENSVERBINDINGEN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS

1. Klem het geheel in een bankschroef. 2. Verwijder de borgplaat (2) van de naafdop (1). 3. Verdraai de remstelnokken om te voorkomen

Bonfix messing en messing vernikkelde knelfittingen. Technische documentatie

Transcriptie:

MONTAGE VAN WENTELLAGERS Brochure 280059

Hoofdstuk Inhoudsopgave Blz. 1.0 Aanbevelingen voor montage van wentellagers 2 1.1 De juiste opslag van wentellagers 2 2.0 Voorbereiding op de montage 2 2.1 Het juiste lager 2 2.2 Schematische volgorde van de werkzaamheden 3 3.0 Het lager voorbereiden op de montage 3 4.0 Reinheid bij montage 3 5.0 Bijbehorende onderdelen en passingen 4 6.0 Controle van de lagerzittingen 4 7.0 Verwarmen 5 8.0 Montage van de kleine lagers met cilindrische boring 6 9.0 Montage van middelgrote en grote lagers met cilindrische boring 8 10.0 Montage van instelbare lagers 9 10.1 Afstellen met de hand 10 10.2 Het afstellen met behulp van een meetklok 10 10.3 Het afstellen met behulp van een momentsleutel 10 11.0 Montage van lagers met conische boring 11 12.0 Demontage van lagers 17 12.1 Lagers gemonteerd met trekbus 19 12.2 Lagers gemonteerd met drukbus 19 12.3 Het hydraulische procédé (drukoliemethode) 19 1

1.0 Aanbevelingen voor montage van wentellagers 1.1 De juiste opslag van wentellagers De in het magazijn opgeslagen lagers moeten in de originele verpakking blijven. Het lager mag pas op de plek van montage worden uitgepakt en moet direct hierna worden gemonteerd (vuil, roest). In het magazijn is het het beste de lagers liggend te bewaren. Kleinere lagers mogen eventueel ook op de zijkant in het schap liggen. Grotere lagers moeten beslist vlak en geheel ondersteund bewaard worden. Wentellagers zijn in een corrosiewerende olie gedompeld waardoor ze in de originele verpakking tegen invloeden van buitenaf worden beschermd. Deze bescherming is echter alleen voldoende als bij opslag in het magazijn op de volgende punten wordt gelet: 1. omgevingstemperatuur 18-20 C. 2. de relatieve luchtvochtigheid mag niet hoger zijn dan 55% (roestgevaar vanaf 65%). 3. lagers mogen niet op vers hout liggen, mogen niet tegen koude muren liggen en mogen niet direct op de bodem liggen. 4. lagers mogen niet in de directe omgeving van waterleidingbuizen en verwarmingsbuizen opgeslagen zijn. 5. blootstelling aan zonlicht moet, ook bij verpakte lagers, worden vermeden. 6. agressieve chemische stoffen mogen niet in dezelfde ruimte als de lagers worden opgeslagen. 2.0 Voorbereiding op de montage 2.1 Het "juiste" lager Gecontroleerd moet worden of het te monteren lager ook inderdaad het juiste lager is. Hiermee wordt bedoeld dat de typeaanduiding geheel moet overeenkomen met de aanduiding op de tekening of de stuklijst. Bijzonder belangrijk is dat eventuele achtervoegsels overeenkomen. Deze geven een speciale uitvoering aan. (bijv. C3) Voorzover het om genormde lagers gaat worden deze aangeduid met het typenummer dat in de DIN norm is vastgelegd. Dit nummer bestaat uit een bepaalde volgorde van cijfers en/of letters (bijv. 6206). Hierbij geeft de eerste groep het soort lager aan (6 = éénrijig groefkogellager) de middellijnserie en soms de breedteserie (2 = middelzwaar). De tweede groep geeft de boring aan (06 = 30 mm). 2

2.2 Schematische volgorde van de werkzaamheden De montage moet natuurlijk worden voorbereid. Aan de hand van de tekening maakt de monteur zich vertrouwd met de constructie en dient hij zich een exact beeld te vormen over de volgorde van de verschillende werkzaamheden bij de montage. Ook moet bekend zijn tot welke temperatuur bepaalde onderdelen eventueel verwarmd moeten worden, welk gereedschap nodig is (meet en montagegereedschap) en welke soort vet gebruikt moet worden en hoeveel. Indien nodig moet de monteur kunnen beschikken over een geschreven montage-instructie die de hierboven beschreven gegevens bevat. 3.0 Het lager "voorbereiden" op de montage Wentellagers worden in de originele verpakking door een conserveerolie beschermd. Deze olie verhardt niet en is neutraal t.o.v. alle lagersmeermiddelen. Het is daarom niet nodig het lager voor montage uit te wassen. Het is zelfs fout een lager voor de montage uit te wassen omdat de middelen waarmee dit gebeurt (benzine, petroleum) meestal niet schoon genoeg zijn, waardoor vuil in het lager zou kunnen komen. Verder mogen lagers nooit bewerkt worden; d.w.z. geen gaten boren, groeven aanbrengen etc. Dit soort bewerkingen kan namelijk spanningen vrijmaken die voortijdige uitval van het lager in de hand werken of zelfs direct tot breuk in een ring kunnen leiden. 4.0 Reinheid bij de montage Reinheid bij de montage van de lagers is één van de belangrijkste voorwaarden omdat zelfs het kleinste vuildeeltje de loopbanen al blijvend kan beschadigen. De montageplaats moet daarom droog en stofvrij zijn. Het uitgepakte lager mag alleen op schoon papier gelegd worden. Ook het gereedschap moet schoon zijn. Natuurlijk mag de montage niet in de buurt van een werkende slijpmachine of iets dergelijks plaatsvinden. Perslucht is, voorzover ze niet stof en watervrij is (en dat is ze eigenlijk nooit), uit den boze. Ook as en huis moeten schoon zijn evenals alle andere delen waarmee het lager in aanraking komt. De lagerzitting (plek waar het lager gemonteerd zal worden) moet van een eventueel aanwezige roestwerende laag worden ontdaan. Verder moet er op gelet worden dat scherpe kanten gebroken zijn (afgerond) en dat metaalresten (spanen) en bramen verwijderd zijn. De huizen, vaak van gietijzer, moeten vrij zijn van vormzand. De vlakke delen in het huis moeten voorzien zijn van een roestwerende verf die verhindert dat tijdens bedrijf loslatende roestdeeltjes in het lager komen. 3

5.0 Bijbehorende onderdelen en passingen Voor de montage moeten alle bij het lager behorende onderdelen op maat worden gecontroleerd. Niet aangehouden toleranties, vooral van as en huis, leiden tot voortijdige uitval van het lager. Het aanhouden van de voorgeschreven passingen is voor het functioneren van een lager zeer belangrijk. Te strakke passingen veroorzaken een oprekken respectievelijk een in elkaar drukken van de ringen met als gevolg een verkleining van de radiale lagerspeling. Het resultaat hiervan is het "heetlopen" van het lager. Bij te losse passingen walst de ring over de as wat de zittingen beschadigt (lageruitval). Doordat de lagerringen relatief dunwandig zijn nemen ze vormafwijkingen van as en huis makkelijk over. Naast de diametercontrole is het daarom ook belangrijk de rondheid en de cilindriciteit (resp. coniciteitafwijking) te controleren. Deze afwijkingen mogen maximaal 50% zijn van de voorgeschreven diametertolerantie. 6.0 Controle van de lagerzittingen Voor het meten van aspassingen wordt veel gebruik gemaakt van schroefmaten in een analoge of een digitale uitvoering. Om snel te kunnen meten bij seriecontrole gebruikt men een "bekkaliber" waarvan de bekwijdte overeenkomt met de toelaatbare plus of mintolerantie. Voor het meten van huispassingen wordt veel gebruik gemaakt van speerschroefmaten in een analoge of een digitale uitvoering, tweepunts- of driepuntsbinnenschroefmaat. buitenschroefmaat binnenschroefmaat Eenvoudiger in het gebruik zijn zogenaamde "Subito" binnenmeetgereedschappen. Met behulp van een kaliberring wordt de meetklok geijkt waarna men een vergelijkbare meting op het werkstuk kan uitvoeren. Na de diametercontrole van as en huis volgt de controle op de vormafwijking. Voor conische lagerzittingen geldt hetzelfde als voor cilindrische lagerzittingen alleen de controle is een stuk moeilijker. De coniciteit is volgens de norm 1:12 wat gelijk is aan 2 23'9,4". (1:30 voor brede lagers) Het doelmatigste is het gebruik van conuskaliber. Meer informatie met betrekking tot dit onderwerp vindt u in de brochure Controle lagerzittingen bestelnummer 0527. 4

7.0 Verwarmen Indien het nodig is een lager voor montage te verwarmen, dan moet ervoor worden gezorgd dat de verwarming zeer gelijkmatig geschiedt. De beste temperatuur is 80 à 90 C. De uitzetting van de lagerring is bij deze temperatuur voldoende voor alle voorkomende passingen. Nooit mag de temperatuur boven de 120 C komen omdat dan het gevaar bestaat dat blijvende maatveranderingen en vermindering van de hardheid het gevolg zullen zijn. Een gelijkmatige verwarming bereikt men bijvoorbeeld met een oliebad. Het lager wordt in het bad gehangen of neergelegd. In het laatste geval legt men op de bodem een rooster om te voorkomen dat het lager, door de bodem zelf, toch nog ongelijkmatig verwarmd kan worden. Bovendien voorkomt men met behulp van een rooster dat vuil, dat op de bodem ligt, in het lager komt. Bij de montage moet de olie die zich op het lager heeft gehecht zorgvuldig worden afgeveegd. Het verwarmen kan ook op een plaat in een verwarmingskast gebeuren. Men moet dan echter goed op de temperatuur en op de gelijkmatigheid letten. De schoonste, meest economische en modernste manier om lagers te verwarmen is het verwarmen met behulp van een inductieverwarmer. Brammer heeft verschillende inductieverwarmers in het standaard assortiment, waarmee men een optimale lagermontage kan uitvoeren. Het maakt een veilig op de as schuiven van de ringen mogelijk en biedt ook verschillende economische voordelen. Enkele voordelen van de inductieverwarmer zijn: a) De warmte komt alleen het lager ten goede. b) De verwarming geschiedt in enkele seconden. c) Het apparaat is makkelijk te dragen. d) De inductieverwarmer kan overal waar een normale netaansluiting is (220V) gebruikt worden. e) Automatisch demagnetiseren. 5

Als de buitenring een vaste passing in het huis heeft dan moet het huis verwarmd worden (temperatuur weer 80 à 90 C!). Omdat dit vooral bij grotere huizen vaak niet mogelijk is kan het nodig zijn, in plaats van het huis te verwarmen, de buitenring van het lager af te koelen. Een geschikt medium hiervoor is een mengsel van droog ijs en alcohol of door gebruik te maken van freezerspray. De temperatuur mag niet onder de -55 C komen omdat het materiaal dan te bros zou worden. Lagers voorzien van beschermplaten (Z en 2Z) en lagers voorzien van seals (DU en DDU) zijn, voorzover de plaat of seal aan beide zijden van het lager is aangebracht. (2Z en DDU) reeds voorzien van vet. Bij de montage mogen deze lagers niet in een oliebad of op een plaat worden verwarmd omdat het aanwezige vet weg zou kunnen vloeien en omdat DU seal niet bestand is tegen een hoge temperatuur. Deze gevaren zijn niet aanwezig bij het gebruik van een inductieverwarmer omdat de warmte via het juk alleen op de metalen delen wordt overgedragen. Het gebruik van lasapparaten en dergelijke is BESLIST VERBODEN. 8.0 Montage van de kleine lagers met een cilindrische boring Kleine lagers mag men in het algemeen koud op de as (of in het huis) persen. Bij niet demontabele lagers, waarbij dus het gehele lager ineens wordt gemonteerd, moet erop worden gelet dat de montagekracht alleen op die ring werkt die gemonteerd moet worden. Bij het op de as brengen van een lager bijvoorbeeld mag de kracht alleen op de binnenring werken. Zou de kracht op de buitenring werken, en dus via de wentellichamen (kogels, rollen) op de binnenring worden overgebracht, dan zouden de loopbanen beschadigen. In verband met de goed verdeelde en gelijkmatige montagekrachten kan men bij het monteren het beste gebruik maken van een pers. Is deze niet beschikbaar dan mag ook gemonteerd worden door middel van lichte, goed gerichte, hamerslagen. Men mag echter nooit direct op het lager slaan aangezien het lager is gehard en daardoor zeer gevoelig is voor slagen. 6

Het gebruik van een bus of stuk buis voorkomt ongelijkmatige krachtoverbrenging bij het opdrijven van een lager (zie montageset OP 100.000 in brochure 0155). De binnenmaat van een dergelijke bus moet slechts iets groter zijn dan de boring van het lager terwijl de buitendiameter van de bus niet groter mag zijn dan de buitendiameter van de binnenring van het lager. (kooibeschadiging) Moet het lager tegelijkertijd zowel op de as als in het huis worden gemonteerd dan moet een schijf worden gebruikt zodat de kracht zowel via de buitenring als via de binnenring wordt overgebracht. Men voorkomt hiermee beschadigingen aan loopbaan en wentellichamen terwijl bovendien zeker gesteld is dat niet één van de twee ringen scheef ingebracht wordt. (dit laatste kan vooral gemakkelijk bij tweerijige zich instellende kogellagers en bij tweerijige tonlagers gebeuren) De kant en klare slagbussenset OP 100.000 is ideaal voor de hierboven omschreven montagemethode. Informatie verschaft brochure 0155. Bij enkele typen tweerijige zich instellende kogellagers steken de kogels iets buiten de ringen. In een dergelijk geval moet de montageschijf voorzien zijn van een uitsparing. Indien er echter zeer vaste passingen zijn gepland dan moeten ook kleine lagers warm worden gemonteerd. Vooral bij huizen uit lichtmetaal zou anders de montage tot beschadigingen leiden. 7

9.0 Montage van middelgrote en grote lagers met cilindrische boring Vanwege de sterk oplopende montagekrachten worden middelgrote en grote lagers warm gemonteerd. De verwarmingsmethode werd al besproken. Als het lager in een oliebad verwarmd wordt, wat meestal het geval is, dan moet de olie op de mantelvlakken met een schone, niet pluizende, doek (geen poetskatoen) worden verwijderd. Daarna moet het lager snel en in één beweging op de as tot aan het aanlegvlak worden geschoven. Het enigszins draaien van het lager verhindert daarbij het schranken. Schranken veroorzaakt krassen op de loopbanen en op de wentellichamen. Het lager hanteert men met handschoenen of met een lap. (ook hier geen poetskatoen of lappen die vezelmateriaal achterlaten) Direct na het op de as schuiven van de binnenring moet deze tegen het aanlegvlak worden gespannen en moet daarna onder spanning blijven. Hierdoor zal het lager, na te zijn afgekoeld, nog steeds goed op zijn plaats zitten (goed aanliggen). Een bijzondere plaats bij montage nemen lagers in waarvan de ringen uit elkaar kunnen worden genomen (cilinderlagers, naaldlagers, kegellagers en axiale lagers). De montage van deze lager is eenvoudiger omdat de binnenring en de buitenring afzonderlijk gemonteerd kunnen worden. Bij het samenbouwen worden deze lagers echter vaak beschadigd. Het inbrengen van de as, met de binnenring, in het huis, met de hierin gemonteerde buitenring, mag nooit met geweld gebeuren. Doet men dit wel met kracht dan laten de rollen krassen op de loopbaan achter. Beide lagerringen moeten exact lijnen en de as moet voorzichtig en onder voortdurende rotatie in het huis worden geschoven. 8

10.0 Montage van instelbare lagers Kegellagers en hoekcontactkogellagers worden praktisch uitsluitend als paar ingebouwd. De radiale speling, en daardoor ook de axiale lagerspeling van dit soort lagers, wordt bij de montage ingesteld. De juiste lagerspeling is afhankelijk van de in het bedrijf te verwachten spelingvermindering. Elke temperatuurwisseling beïnvloedt de bij de montage ingestelde lagerspeling. Zonder verwarming van buitenaf veroorzaakt de eigen warmteontwikkeling van het lager een temperatuurverschil tussen binnen- en buitenring. Dit betekent dat de binnenring altijd warmer is dan de buitenring van een lager. Dit gegeven vergroot bij O-opstelling met grote lagerafstand (ondersteuningsafstand) de lagerspeling resp. verkleint de lagerspeling bij O-opstelling met kleine lagerafstand en bij X-opstelling. In principe moet de lagerspeling bij de montage zo worden gekozen dat het lager in bedrijf spelingvrij loopt. Wordt een starre ondersteuning van de as vereist of treden er stotende en wisselende belastingen op bij geringe toerentallen dan worden de lagers onder voorspanning gemonteerd. De mate van voorspanning is afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden. De vereiste speling of voorspanning wordt afgesteld door het los- of vastdraaien van een moer op de as resp. in het huis, of door het tussenleggen van gekalibreerde ringen of door veren. In kritische gevallen, waar een starre ondersteuning van de as ( geen speling, geen voorspanning) en een lage bedrijfstemperatuur van het lager verlangd wordt, is het raadzaam de speling in etappes in te stellen. Hierbij laat men het lager na elke instelling proefdraaien waarbij men steeds de temperatuur controleert. Als richtwaarde voor de juiste temperatuur onder normale omstandigheden (middel- zware belasting, niet te hoge toerentallen) geldt: zonder verwarming van buitenaf mag het lager bij proef-draaien 60 tot 70 C worden. Deze temperatuur moet echter na enkele bedrijfsuren zakken en moet daarna constant blijven. Dit laatste in het bijzonder bij vetsmering omdat na verloop van tijd het teveel van vet uit het lager is geslingerd. 9

10.1 Afstellen met de hand Het afstellen met de hand vereist een enorme ervaring en een goed "gevoel". Het lager wordt met behulp van een moer zolang gesteld totdat bij het draaien van de as (of van het huis) een duidelijke weerstand voelbaar is. In dit stadium is het lager spelingvrij. De axiale lagerspeling resp. de voorspanning wordt door het hierna aandraaien of losdraaien van de moer ingesteld. De noodzakelijke verdraaiing kan men berekenen met behulp van de spoed en de gewenste axiale lagerspeling resp. de gewenste voorspanning. 10.2 Het afstellen met behulp van een meetklok Hierbij wordt de as (of het huis) heen en weer bewogen en wordt de axiale lagerspeling op de meetklok afgelezen. Door het aanhalen van de moer resp. door het tussenleggen van gekalibreerde ringen, wordt de gewenste axiale speling resp. voorspanning ingesteld. 10.3 Het afstellen met behulp van een momentsleutel De moer wordt met een, afhankelijk van de grootte van het lager, bepaald koppel aangehaald (voorgespannen). Bij dit aanhalen moet het lager worden geroteerd. Hiermee bereikt men dat het lager zich "zet", dat wil zeggen alle delen nemen hun juiste positie in. Door de moer een bepaald stukje terug te draaien, bij wiellagers meestal 1/12 slag, bereikt men de nodige lagerspeling. Een verdere mogelijkheid is het meten van de wrijvingsweerstand van een lager wat eveneens informatie geeft over de lagerspeling. Men kan deze weerstand berekenen maar het is beter deze door middel van een test vast te stellen. Axiale lagers worden, afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden, zonder speling of met geringe speling ingebouwd. Indien de belasting tijdens het bedrijf weg kan vallen dan is het nodig bepaalde constructieve voorzieningen aan te brengen zoals het inbouwen van een veer die ervoor zorgt dat er altijd een bepaalde belasting is. 10

11.0 Montage van lagers met een conische boring Lagers met een conische boring worden soms direct op een conische astap gemonteerd. Meestal echter worden deze lagers met behulp van een trekbus of een drukbus op de as bevestigd. De zittingen (as, bus, lagers) behoren flinterdun ingeolied te worden om het terugglijden bij het aanhalen te voorkomen. Een dikkere smeerfilm zou het aandraaien weliswaar makkelijker maken maar tijdens het bedrijf wordt het smeermiddel uit de pasvoeg gedrukt. Door dit laatste gaat de vaste zitting verloren en de ring of de bus gaat schuiven hetgeen beschadigingen aan de zitting veroorzaakt. Bij het op een conische zitting drijven van een lager wordt de binnenring opgerekt. Hierdoor vermindert de radiale lagerspeling. De mate van vermindering is een maat voor de vastheid van de zitting. Naarmate de lagerbelasting grote is moet de zitting vaster zijn. Voor de montage moet eerst de radiale lagerspeling van het lager worden opgemeten. (over beide rollen) De speling moet tijdens de montage constant worden gemeten totdat de noodzakelijke spelingvermindering bereikt is en daarmee de noodzakelijke passing. In het bijzonder bij kleine lagers is het, ook met de kleinste voelmaat (0,03 mm) niet mogelijk de radiale speling te meten. In zo'n geval gebruikt men de afstand die het lager axiaal verschuift. Bij een normale coniciteit van 1:12 komt deze afstand ongeveer overeen met 15 maal de radiale spelingvermindering. 11

Met het gladder worden van de oppervlakten (as) door het schuiven is rekening gehouden. Is het bij kleine lagers ook niet mogelijk de axiale verschuiving exact te meten dan is het goed of niet goed monteren uitsluitend afhankelijk van de ervaring van de monteur. Het lager mag in dat geval slechts zover opgedreven worden dat het nog makkelijk roteert en zwenkt. Hierbij is de beoordeling "het lager roteert nog gemakkelijk" erg moeilijk en vereist een enorme ervaring. Indien een gedemonteerd lager nog in orde blijkt te zijn, zodat het eventueel weer gemonteerd kan worden, dan is het niet voldoende de moer weer in zijn oude positie te brengen. Tijdens bedrijf zijn namelijk de oppervlakten gladder geworden en daardoor de passingen losser. De bepaling van de goede lagerzitting door het meten van de radiale spelingvermindering of het meten van de schuifafstand is dus opnieuw nodig. Lagers met een conische boring worden tegenwoordig standaard met een C3 speling geleverd. Waarden betreffende spelingvermindering en schuifafstand vindt u in de volgende tabellen; Radiale speling van tweerijige zich instellende kogellagers asmaat d mm C2 Radiale speling voor montage Normaal C3 C4 van t/m min max min max min max min max Lagers met conische boring 18 24 7 17 13 26 20 33 28 42 24 30 9 20 15 28 23 39 33 50 30 40 12 24 19 35 29 46 40 59 40 50 14 27 22 39 33 52 45 65 50 65 18 32 27 47 41 61 56 80 65 80 23 39 35 57 50 75 69 98 80 100 29 47 42 68 62 90 84 116 100 120 35 56 50 81 75 108 100 139 12

Tweerijige zich instellende kogellagers asmaat d mm 12 K mm Axiale verschuiving Lagers van de series 13 K mm 22 K mm 23 K mm Gemiddelde radiale speling na montage met beginspeling Normaal C3 20 0,22 0,23 -- -- 10 20 25 0,22 0,23 0,22 0,23 10 20 30 0,22 0,23 0,22 0,23 10 20 35 0,30 0,30 0,30 0,30 10 20 40 0,30 0,30 0,30 0,30 10 20 45 0,31 0,34 0,31 0,33 15 25 50 0,31 0,34 0,31 0,33 15 25 55 0,40 0,41 0,39 0,40 15 30 60 0,40 0,41 0,39 0,40 15 30 65 0,40 0,41 0,39 0,40 15 30 75 0,45 0,47 0,43 0,46 20 40 80 0,45 0,47 0,43 0,46 20 40 85 0,58 0,60 0,54 0,59 20 40 90 0,58 0,60 0,54 0,59 20 40 95 0,58 0,60 0,54 0,59 20 40 100 0,58 0,60 0,54 0,59 20 40 105 0,67 -- 0,66 -- 25 55 110 0,67 0,70 0,66 0,69 25 55 120 0,67 -- -- -- 25 55 13

Radiale speling van tweerijige tonlagers met conische boring asmaat d mm C2 Radiale speling voor montage Normaal C3 C4 C5 van t/m min max min max min max min max min max 24 30 20 30 30 40 40 55 55 75 -- -- 30 40 25 35 35 50 50 65 65 85 85 105 40 50 30 45 45 60 60 80 80 100 100 130 50 65 40 55 55 75 75 95 95 120 120 160 65 80 50 70 70 95 95 120 120 150 150 200 80 100 55 80 80 110 110 140 140 180 180 230 100 120 65 100 100 135 135 170 170 220 220 280 120 140 80 120 120 160 160 200 200 260 260 330 140 160 90 130 130 180 180 230 230 300 300 380 160 180 100 140 140 200 200 260 260 340 340 430 180 200 110 160 160 220 220 290 290 370 370 470 200 225 120 180 180 250 250 320 320 410 410 520 225 250 140 200 200 270 270 350 350 450 450 570 250 280 150 220 220 300 300 390 390 490 490 620 280 315 170 240 240 330 330 430 430 540 540 680 14

Tweerijige tonlagers met conische boring asmaat d mm Vermindering van radiale lagerspeling mm Axiale verschuiving Coniciteit 1:12 mm Coniciteit 1:30 mm Kleinste eindspeling na montage van lagers met beginspeling mm van t/m min max min max min max Normaal C3 C4 24 30 0,015 0,020 0,3 0,35 -- -- 0,015 0,020 0,035 30 40 0,020 0,025 0,35 0,4 -- -- 0,015 0,025 0,040 40 50 0,025 0,030 0,4 0,45 -- -- 0,020 0,030 0,050 50 65 0,030 0,040 0,45 0,6 -- -- 0,025 0,035 0,055 65 80 0,040 0,050 0,6 0,75 -- -- 0,025 0,040 0,070 80 100 0,045 0,060 0,7 0,9 1,7 2,2 0,035 0,050 0,080 100 120 0,050 0,070 0,75 1,1 1,9 2,7 0,050 0,065 0,100 120 140 0,065 0,090 1,1 1,4 2,7 3,5 0,055 0,080 0,110 140 160 0,075 0,100 1,2 1,6 3,0 4,0 0,055 0,090 0,130 160 180 0,080 0,110 1,3 1,7 3,2 4,2 0,060 0,100 0,150 180 200 0,090 0,130 1,4 2,0 3,5 5,0 0,070 0,100 0,160 200 225 0,100 0,140 1,6 2,2 4,0 5,5 0,080 0,120 0,180 225 250 0,110 0,150 1,7 2,4 4,2 6,0 0,090 0,130 0,200 250 280 0,120 0,170 1,9 2,7 4,7 6,7 0,100 0,140 0,220 280 315 0,130 0,190 2,0 3,0 5,0 7,5 0,110 0,150 0,240 15

Bij cilinderlagers met een conische boring kan, doordat de montage van de binnenring en de buitenring afzonderlijk geschiedt, men de radiale spelingvermindering direct op de binnenringloopbaan meten (micrometer). De montage zelf kan bij kleine lagers met een hamer geschieden. Vanwege het beschadiginggevaar moet dit wel met behulp van een montagebus gebeuren. De montage is echter beter en preciezer als men het lager met behulp van een asmoer op de conische zitting perst. Drukbussen worden met behulp van een asmoer in de spleet tussen as en binnenring geperst. Bij grote lagers is het mogelijk dat de noodzakelijke montagekracht zo groot is dat deze niet meer door het aanhalen van een moer bereikt kan worden. In dit soort gevallen is het raadzaam een asmoer met enkele over de omtrek verdeelde spanbouten toe te passen. De moer wordt aangehaald tot deze geheel tegen de bus aanligt. Hierna worden de spanbouten kruislings aangehaald tot de noodzakelijke spelingvermindering is bereikt. De montagemoer kan hierna worden vervangen door een normale asmoer. Bij seriemontage van grotere lagers is een hydraulische pers beter. Met behulp van zo'n pers of een hydraulische moer, die voor alle gangbare bus- en asdiameters verkrijgbaar zijn, wordt de montage veel eenvoudiger. 16

12.0 Demontage van lagers Wil men een lager na demontage opnieuw gebruiken, wat bij kleine lagers zelden en bij grote lagers vaker het geval zal zijn, dan moet men bij de demontage net zo zorgvuldig te werk gaan als bij de montage. Het gedemonteerde lager moet met een oplosmiddel (benzine, petroleum) worden schoongemaakt. Komt bij een optische controle en bij een rotatietest met de hand geen beschadiging aan het licht dan kan men het lager weer monteren. Gebeurt deze montage niet direct na de demontage dan moet het lager ingeolied en ingepakt worden. Een belangrijke bijdrage tot het gemakkelijk demonteren levert de constructeur indien hij uitsparingen in as en huis heeft gepland die het aanhaken van demontagegereedschap mogelijk maken. (afbeelding links en midden) Ook draadgaten in het huis maken het losdrukken van de buitenring met behulp van bouten eenvoudiger. (afbeelding rechts) Bij niet uitneembare lagers wordt eerst de ring met de losse passing van de zitting afgeschoven. Hierna de ring met vaste passing. Nooit mag de demontagekracht via de wentellichamen worden overgebracht. Dit zou het geval zijn als het gereedschap achter de buitenring wordt gehaakt om het lager van de as te trekken. De kogels zouden zich in de loopbaan drukken en deze beschadigen. 17

Bij uitneembare lagers worden binnenring en buitenring gescheiden gedemonteerd. Kleine en middelgrote lagers worden meestal met mechanische demontagegereedschappen of met een hydraulische pers van de as afgehaald. Zijn beide soorten gereedschap niet beschikbaar dan kan men ook met een hamer en een zachtmetalen drevel demonteren. De slagen mogen niet te hard zijn en moeten gelijkmatig over de gehele omtrek worden verdeeld. Bij grote lagers wordt het afschuiven van de ring door verwarmen eenvoudiger en beter. Hiervoor kan men in hete olie gedrenkte lappen gebruiken. Het verwarmen met een lasbrander en dergelijke is absoluut VERBODEN. Losse binnenringen (cilinderlagers) kunnen ook met behulp van inductieverwarmers worden gedemonteerd. 18

12.1 Lagers gemonteerd met een trekbus. Na het losnemen van de borging (lip van MB) wordt de moer enige slagen losgedraaid. Hierna wordt de binnenring met hamerslagen via een zachtmetalen drevel, die op één van de zijkanten van de binnenring aangrijpt, van de bus gedreven. Bij tweerijige tonlagers moet de drevel zo dicht mogelijk tegen de bus worden aangezet omdat er anders gevaar bestaat dat de binnenringschouder afbreekt. 12.2 Lagers gemonteerd met drukbus De asmoer wordt losgedraaid. De drukbus wordt tussen de as en het lager uitgetrokken door het draaien van een demontagemoer op de draad van de bus. 12.3 Het hydraulische procédé. (drukoliemethode) Bij het hydraulische procédé, dat in eerste instantie bij grote lagers wordt gebruikt vanwege de grote montage- en demontagekrachten, wordt hydraulische olie onder hoge druk tussen de pasvlakken geperst. Hierdoor wordt het contact tussen de delen verbroken en kan met een relatief kleine kracht gedemonteerd worden. Dit procédé wordt bij conische zittingen zowel bij montage als bij demontage toegepast. Bij lagers met een cilindrische boring, waarbij de ringen warm worden gemonteerd, wordt het alleen bij demontage gebruikt. Roestoplossende dopes in de olie vergemakkelijken de demontage als er passingroest is opgetreden. De voor de drukoliemethode benodigde kanalen en olieverdeelgroeven in de as moeten reeds bij de fabricage worden aangebracht. 19