MiniMed voor TYPE DIABETES Getting2Goal Type 2 Diabetes Pompprotocol Een vereenvoudigde benadering van insulinepomptherapie voor patienten met type 2 diabetes.
Onder begeleiding van: Bruce W. Bode, MD, FACE Bruce Bode, MD is Clinical Associate Professor of Medicine aan de Emory University in Atlanta, Georgia (Verenigde Staten). Hij is een internationaal bekende spreker en auteur op het gebied van insulinepomptherapie en continue glucosemonitoring. Professor Ohad Cohen Ohad Cohen, MD is Associate Professor of Medicine aan het Instituut voor Endocrinologie van het Ch. Sheba Medical Center en de Sackler School of Medicine van de Universiteit van Tel-Aviv in Israël. Hij stimuleert op actieve wijze betere zorg op het gebied van diabetes aan de hand van technologie door onderzoek en educatie voor artsen, diabetesverpleegkundigen en patiënten. Daarnaast is hij ook Director of Medical affairs voor Medtronic West Europa en Canada. Scott Lee, MD Scott Lee, MD, is Associate Professor of Medicine en voormalig Medical Director van het Diabetes Treatment Center aan de Loma Linda University Medical Center in Loma Linda, Californië (Verenigde Staten). Hij is eveneens Medical Director of Global Clinical Research and Medical Affairs van Medtronic Diabetes. Professor Yves Reznik Yvez Reznik, MD, is Professor of Endocrinology, Diabetes and Metabolic Diseases aan de Caen University, Normandië, Frankrijk. Hij is actief op het gebied van diabetes technologieën en heeft een uitgebreide ervaring met insulinepomptherapie bij mensen met type 2 diabetes. Hoewel alle redelijke voorzorg in acht is genomen bij het samenstellen van deze handleiding, aanvaarden de auteur, sponsor en uitgever geen verantwoordelijkheid voor fouten of weglatingen noch voor het gebruik van de materialen vermeld in deze handleiding en de beslissingen op basis van een dergelijk gebruik. Dit document bevat niet alle informatie die nodig is voor de juiste zorg en behandeling van diabetespatiënten. Derhalve mag niemand zich verlaten op de hierin gepresenteerde informatie om een uitgebreid behandelingsprogramma samen te stellen of om diabetespatiënten te behandelen. Er worden geen garanties gegeven, expliciet of impliciet, met betrekking tot de inhoud van deze handleiding of met betrekking tot de toepasbaarheid op specifieke patiënten of omstandigheden. Noch de auteur, sponsor, noch de uitgever kan aansprakelijk gehouden worden voor directe, indirecte, bijzondere of incidentele schade of gevolgschade die voortvloeit uit het gebruik van of uit de onmogelijkheid om de inhoud van deze handleiding te gebruiken.
Inhoudsopgave Doel Patiëntselectie Berekenen van de insulinedosis 2 Begin van pomptherapie Pompinstellingen aanpassen Beoordelen van onverklaarde hoge bloedglucose 4 Behandeling van hypoglykemie 4 Formulier met startinstellingen voor insulinepomptherapie bij type 2 5 CareLink Pro rapporten 6 Tips voor type 2 insulinepomp en gedetailleerd opvolgplan 8 Doel Het Getting2Goal Type 2 Pompprotocol is een stapsgewijze benadering voor het voorschrijven en managen van insulinepomptherapie voor patiënten met type 2 diabetes. Deze eenvoudige benadering,2 kan helpen bij de overgang van de patiënt van MDI naar pomptherapie. Deze brochure bevat informatie over patiëntselectie, richtlijnen voor het opstarten en verfijnen van pompinstellingen, optimalisatie met CareLink en voortdurend beheer. Patientselectie: Wie komt in aanmerking voor type 2 insulinepomptherapie met Getting2Goal? Insuline afhankelijke type 2 Patiënten -6 op injecties per dag suboptimaal ingesteld met een optimaal injectie regime en: KLINISCHE CRITERIA HbAc > 64 mmol/mol (8%) Suboptimale regeling bloedglucosewaarde Hoge insulinebehoefte Terugkerende hyperglykemie/grote variatie in bloedglucosewaarde Overgewicht/obesitas VOORKEUREN EN BEHOEFTEN VAN PATIËNT Minder injecties Discreet, handig, gemakkelijke toediening Flexibele levensstijl HbAc-doelen bereiken Behandelplan beter naleven PATIËNTENCRITERIA: Bereid om de BG minstens 2 per dag routinegewijs te controleren In staat eenvoudige technologie te gebruiken, bijvoorbeeld mobiele telefoon/rekenmachine Bereid om een alternatieve manier van insulinetoediening te proberen Gezichtsvermogen en gehoor zijn goed genoeg om de pompsignalen en alarmen te kunnen waarnemen * Latent Autoimmune Diabetes in Adults (LADA) wordt vaak ten onrechte gediagnosticeerd als type 2 diabetes. Deze patiënten vertonen kenmerken van zowel type diabetes (auto-immuniteit) en type 2 diabetes (niet-insuline-afhankelijke diabetes en eerste controle met OAD) en ontwikkelen sneller een insuline-afhankelijkheid dan patiënten met type 2. Als u vermoedt dat een patiënt LADA heeft, voer dan een GAD-test uit ter bevestiging. OPMERKING: Deze benadering is niet bestemd voor de intensieve behandeling die de patiënten met type diabetes en LADA* nodig hebben, en de behandeling tijdens zwangerschap.
Berekenen van de insulinedosis INJECTIEDOSISMETHODE Maak een opsomming van ALLE dagelijkse insuline-injectiedoseringen OF GEWICHTSMETHODE Neem het huidige gewicht in kg ( lb = 0.45 kg) Vermenigvuldig dit met 0.8 tot.0 0.8: Houdt zich niet aan dosering, HbAc 5-75 mmol/mol (7-9%).0: Houdt zich aan dosering, HbAc > 75 mmol/mol (9%) Vermenigvuldig met 0.5 tot unit/kg/dag 0.5: Normale bouw, risico op hypoglykemie 0.7: Overgewicht, insuline resistent.0: Obesitas, zeer insuline resistent, HbAc > 75 mmol/mol (9%) TOTALE DAGELIJKSE DOSIS POMP (TDD) 50% 50% TOTALE DAGELIJKSE BASAAL DOSIS Delen door 24 BASAAL BASALE HOEVEELHEID SNELHEID PER PER UUR UUR (units/hr) (EH/u) TOTALE DAGELIJKSE BOLUS DOSIS Delen door De maaltijdbolus mag aangepast worden aan de portie (groot, gemiddeld, klein). BOLUS/MAALTIJD BOLUS/MAALTIJD (EH/maaltijd) (EH/maaltijd) Voorbeeld Patiënt met type 2 diabetes: 85 kg HbAc = 80 mmol/mol (9,5%) Slaat geen insuline dosis over. Eet maaltijden van gelijke porties MDI (eenheden/dag) 20 eenheden x (snelwerkend) + 46 eenheden (glargine) voor het slapengaan = 06 eenheden/dag Vermenigvuldig met.0 Geen reductie omdat patiënt alle insulinedoses neemt en omdat AC > 9%. OPMERKING: Overweeg om de gewichtsmethode te gebruiken als de ratio bolus/basaal van de totale dagelijkse injectiedosis van de patiënt aanzienlijk afwijkt van 50:50 (bijvoorbeeld bolus/ totale dosis = 60%). TOTALE DAGELIJKSE DOSIS POMP (TDD) = 06 eenheden/dag Basaal dag totaal = 06 EH/dag x 0.5 = 5 EH/dag Basale snelheid /uur = 5 EH/dag 24 u = 2.2 EH/u 50% 50% Dag totaal bolus = 06 EH/dag x 0.5 = 5 EH/dag Bolus per maaltijd = 5 EH/dag = 8 EH/maaltijd
Opstarten van pomptherapie. Geef de patiënt de instructie om op de dag waarop de pomptherapie start, geen injectie met premix, middellang en of langwerkende insuline te nemen Na voltooiing van de pomptraining, vraag de patiënt zijn BG te meten. Als BG. mmol/l: start dan met de volledige basale pompdosis Als BG <. mmol/l of als de patiënt langwerkende insuline in zijn bloed heeft en de insulinedosis voor het slapengaan of voor de ochtend heeft genomen: programmeer dan een tijdelijke basale snelheid van 50% voor de duur van 8 0 uur. 2. Aanpassen overige bloedglucose verlagende medicatie Stop het gebruik van sulfonylureum en meglitiniden Zet het gebruik van metformine voort en overweeg of het gebruik van incretinemimetica, insulinesensibiliseermiddelen en andere bloedglucose verlagende middelen voortgezet dient te worden. Overweeg, zodra de streefwaarde is bereikt, om de medicatie één voor één stop te zetten, om te bepalen of de bloedglucosewaarden onder controle kunnen worden gehouden. Overweeg het gebruik van tiazolidinedione (TZD) stop te zetten als de patiënt te maken krijgt met oedema of gewichtstoename.. Verandering in insulinebehoefte Reken op een afname van de insulinebehoefte ten gevolge van een verbeterde lipotoxiciteit en glucotoxiciteit. Indien de insulinebehoefte niet verandert en de glucosecontrole suboptimaal is: Overweeg veranderingen in de levensstijl (bijvoorbeeld sporten en minder calorieën eten). Pompinstellingen aanpassen. Voor de eerste aanpassingen van de pompinstellingen (week 2) vraag de patiënt om 4 BG s/dag uit te voeren ( voor de maaltijd + voor het slapengaan) 2. Pas de instellingen aan als 2 van de dagen de BG-waarden zich buiten de BG streefwaarden bevinden. BG streefwaarden 8 Voor de maaltijd.9 7.2 mmol/l, na de maaltijd <0 mmol/l, bedtijd 5.6-7.8 mmol/l. Overweeg om de BG streefwaarden te individualiseren als er zorgen bestaan over hypoglykemie.. Aanpassen van de pompinstellingen in deze volgorde: Nachtelijke Basaal dosis A B C basaal dosis overdag Als de BG bij het slapengaan binnen de streefwaarde ligt, BG voor het ontbijt > streefwaarde, verhoog dan de nachtelijke basaal met 0 20% van 00.00 tot 8.00 uur. Als de BG bij het slapengaan binnen de streefwaarde ligt, BG voor het ontbijt < streefwaarde, verlaag dan de nachtelijke basaal met 0 20% van 00.00 tot 8.00 uur. Als de BG bij het slapengaan te hoog is, overweeg dan om de maaltijdbolus te verhogen alvorens de nachtelijke basaal aan te passen. Als alle BG s voorafgaand aan maaltijden en bij slapengaan > streefwaarde, verhoog de basaal met 0 20% van 8.00 tot 00.00 uur. Als alle BG s voorafgaand aan maaltijden en bij slapengaan < streefwaarde, verlaag de basaal met 0 20% van 8.00 tot 00.00 uur. Als de patiënt een maaltijd wil uitstellen of overslaan, overweeg dan om een test van de basaal overdag uit te voeren. Laat de patiënt de BG elke 2u testen om er zeker van te zijn dat de BG stabiel is als de patiënt niet gegeten heeft. Bolus Als de BG voorafgaand aan de maaltijd > streefwaarde, verhoog de bolus bij de maaltijd met 0 20%. Als de BG voorafgaand aan de maaltijd < streefwaarde, verlaag de bolus bij de maaltijd met 0 20%. Als het niet mogelijk is om de correcte bolushoeveelheid vast te stellen met behulp van BG s voorafgaand aan de maaltijd, vraag de patiënt dan om,5-2u na de maaltijd een BG uit te voeren. Pas de bolushoeveelheid voor maaltijd tegelijk aan. - Als de BG na de maaltijd (,5 2 uur) streefwaarde, verhoog de bolus met 0 20% - Als de BG na de maaltijd < streefwaarde, verlaag de bolus met 0 20% OPMERKING: Pas niet meer dan -2 instellingen tegelijk aan. Als de BG te laag is (<.9 mmol/l) geef de patiënt dan de instructie dit onmiddellijk te behandelen. Pompinstellingen kunnen het best verfijnd worden als de patiënt meerdere BG s uitvoert. Bekijk de sectie Formulieren voor een gedetailleerd voorbeeld van aanpassingen van pompinstellingen.
Beoordelen van onverklaarde hoge bloedglucose WAT TE CONTROLEREN VRAGEN ZO JA Infusieplaats Is deze rood, geïrriteerd of pijnlijk? Vervang de infusieset, het reservoir en Is deze nat of ruikt deze naar insuline? de insuline Denkt u dat er sprake is van een Behandel de infectie als aangegeven infectie? Infusieset slang Zitten er luchtbellen in de infusiesetslang (groter dan champagnebubbels)? Zit er bloed in de slang? Vervang de infusieset, het reservoir en de insuline Verbinding tussen reservoir en infusieset Is er sprake van lekken/breuken? Zit de verbinding los/kan deze gemakkelijk bewogen worden? Vervang de infusieset, het reservoir en de insuline als het probleem niet opgelost kan worden door de verbinding vast te draaien Reservoir Is dit onjuist gevuld? Is het reservoir leeg? Zijn er uitzonderlijk veel luchtbellen? Vervang de infusieset, het reservoir en de insuline als het probleem niet opgelost kan worden Insuline Is de insulineflacon verlopen? Is de insuline blootgesteld aan hoge temperaturen of direct zonlicht? Vervang de infusieset en het reservoir met een nieuwe insulineflacon (bij twijfel altijd vervangen!) CONTROLEER DE INSULINEPOMPINSTELLINGEN OP HET POMPSCHERM OF IN HET CARELINK PRO-RAPPORT Bolustoediening Basaal hoeveelheden Tijd Is de laatste maaltijdbolus vergeten? Zijn de basale hoeveelheden onjuist ingesteld? Is de tijd (24 uur) juist ingesteld? Herinner de patiënt eraan de maaltijdbolus te nemen. Herhaal de training voor de eenvoudige bolus of het Bolus gemist-alarm. Basaal hoeveelheden resetten Stel de tijd correct in Insulinepomp Functioneert de insulinepomp niet of niet goed? Bel de Medtronic Diabetes 24-uurs Hulplijn: 0800-42 2 8 Behandeling van hypoglykemie Een bekend probleem bij diabetes is de overbehandeling van hypoglykemie, wat resulteert in hyperglykemie. Vraag patiënten, om dit te voorkomen, door de 5-5 regel toe te passen als de BG daalt tot onder.9 mmol/l. 5 5 REGEL Eet 5 gram snelwerkende koolhydraten. 2 Controleer opnieuw de BG na 5 minuten. Als BG <.9 mmol/l, herhaal stap een en twee tot de BG in een normaal bereik ligt. (Als BG < 2.8 mmol/l, kan de patiënt de behandeling starten met 0 gram koolhydraten).
Formulier met startinstellingen voor type 2 insulinepomptherapie Instructies van de behandelaar voor type 2 patiënt HbAc: Naam patiënt: Gewicht: Lengte: BMI: Geb. datum: Huidig insulineregime Premix (2 of /dag) Basaal: Lantus / Levemir / NPH /Humulin N Bolus: Humalog / Novorapid (Novolog) / Apidra Tot. dagelijkse dosis (TDD) vóór pomptherapie Totaal Ochtend Voor het slapengaan Ontbijt: Lunch: Avondeten: Basaal + Bolus = EH EH EH EH EH EH EH/dag TDD met pomptherapie (kies van de volgende opties) Injectiedosismethode 0.8: Houdt zich niet aan dosering: HbAc 5-75 mmol/mol (7-9%).0: Houdt zich aan dosering: HbAc > 75 mmol/mol (9%) Pomp TDD = EH/dag x = EH/dag OF Gewichtsmethode 0.5: Normale bouw, risico op hypoglykemie 0.7: Overgewicht, insuline resistent.0: Obesitas, zeer insuline resistent, HbAc > 75 mmol/mol (9%) Pomp TDD = kg x EH/kg/dag = EH/dag TDD vóór pomp 0.8.0 Patiëntgewicht 0.5.0 Basale snelheid (per uur) Bolusdosis (per maaltijd) Tot. Dag. basaal = x 50% = EH/dag Tot. Dag. Bolus = x 50% = EH/dag Pomp TDD % Basaal Pomp TDD % Bolus Basale snelh./uur = EH 24 u = EH/uur Bolusdosis/Maalt. = EH = EH/maaltijd Totale dagelijkse basaal Totale dagelijkse bolus Als de porties variëren, pas de dosis aan op de voeding en de gewoontes van de patiënt Ontbijt: Lunch: Avondeten: Snack: EH: Checklist medicatie-aanpassing STOP: Premix/ middellangwerkende/langwerkende insuline dag van start insulinepomptherapie OVERWEEG STOPPEN: JA NEE Sulfonylureum (Amaryl) Meglitiniden (Prandin) VOORTZETTEN: Metformine. OVERWEEG VOORTZETTEN: JA NEE Incretine-mimetica (GLP) Insulinesensibiliseermiddel (TZD) Incretineversterkers (DPP-4) BG Streefwaarde ADA Streef-BG s (voor maaltijd.9 7.2 mmol/l, na maaltijd <0 mmol/l, slapengaan 5.6 7.8 mmol/l) Voor maaltijd tot mmol/l Na maaltijd mmol/l Voor slapen tot mmol/l Aanpassingen van de pompinstellingen: Pas de instellingen aan als 2 van de dagen de BG-waarden zich buiten de BG streefwaarden bevinden. Nachtelijke basaal 2. Basaal overdag. Bolusdosis. Als BG voor ontbijt >7.2 mmol/l, verhoog dan de nachtelijke basaal met 0 20% (00.00-8.00 uur). Als BG voor ontbijt <.9 mmol/l, verlaag dan de nachtelijke basaal met 0 20% (00.00-8.00 uur). 2. Als alle BG s voor de maaltijd >7.2 mmol/l, verhoog dan de basaal met 0 20% (8.00-00.00 uur). Als alle BG s voor de maaltijd <.9 mmol/l, verlaag dan de basaal met 0 20% (8.00-00.00 uur). Opmerkingen. Als de BG voor de volgende maaltijd >7.2 mmol/l, verhoog dan de vorige maaltijdbolus met 0 20%. Als de BG voor de volgende maaltijd <.9 mmol/l, verlaag dan de vorige maaltijdbolus met 0 20%. Als de BG na de maaltijd (,5 2 uur) 0 mmol/l, verhoog dan de bolus met 0 20%. Als de BG na de maaltijd <.9 mmol/l, verlaag dan de bolus met 0 20%. Deze instructies zijn geldig voor 6 maanden, tenzij dit hieronder anders is gespecificeerd: maanden Naam behandelaar: Handtekening: Datum: Neem contact op met uw behandelteam bij ernstig lage BG. Bij technische problemen neem contact op met Medtronic: 0800-42 2 8.
CareLink Pro rapporten CareLink Therapy Management Software maakt van pomp- en BG-metergegevens zinvolle rapporten om de oorzaak en gevolg tussen insuline, voedsel en sporten te bekijken, alsook hoe het gedrag van de patiënt uitwerking heeft op het onder controle houden van bloedglucosewaarden. Upload de pompgegevens aan het begin van het bezoek en bekijk de rapporten tijdens het bezoek Therapietrouw rapport Geeft inzicht in het zelfmanagementgedrag van de patiënt en draagt bij aan optimaal gebruik van de pomp. Gebruik onderstaande richtlijnen om het gedrag en de therapietrouw van de patiënt te beoordelen. Aantal BG-meetwaarden Aantal Bolusgebeurtenissen Zoek naar overgeslagen bolussen voor elke maaltijd. Vulhistorie Aantal keren terugdraaien, canule- en slangvulling om te controleren of de infusiesets correct vervangen zijn. Duur van de onderbreking van de insulinetoediening Adherence ( of ) 4//202-4/4/202 Generated: 8/6/202 :08:25 PM Data Sources: Paradigm Veo Page of 9 Glucose Measurements Bolus Events Fill Events BG Readings Sensor Duration (h:mm) Manual Boluses Bolus Wizard Events With Food With Correction Overridden Rewind Cannula Fills Cannula Amount (U) Tubing Fills Tubing Amount (U) Suspend Duration (h:mm) Sunday 4//202 5 0.6 Monday 4/2/202 4 5 Tuesday 4//202 2 2 Wednesday 4/4/202 5 0.5 6.8 Thursday 4/5/202 Friday 4/6/202 5 Saturday 4/7/202 2 4 0.5 Sunday 4/8/202 Summary./day 0m.8/day 0.0/day 2 0.5U /fill 2.8U/fill 0m Partial day Low Suspends Note: Partial days will not be included in summary averages. Days on which a time change occurred are considered to be partial days. GOED INDIEN: 2 /dag bolussen/dag Vulvolume elke 2 dagen, vaker in geval van hoge TDD. Bij elke setvervanging dient terugdraaien, canule, slangvulling te zien te zijn. Blanco of kortdurende onderbrekingen SUBOPTIMAAL INDIEN: <2 BG/dag <, controleer oorzaken (bijv.: vergeet bolus of slaat maaltijden over) Vulvolume < per 2 dagen => verlengd gebruik van infusiesets > 2 uur/dag, controleer redenen (bijv. lage BG) DIT VOORBEELD: Patiënt voert 2 BG/dag uit Patiënt bolust voor elke hoofdmaaltijd Patiënt houdt zich aan de vereisten voor infusiesetvervanging Patiënt heeft de pomp niet gestopt
Overzicht Sensor & Meter Het 24-uurs glucose overlay rapport geeft per uur meter glucosewaarden, glycemische excursies en patronen aan. BG gegevens worden weergegeven door een RF gekoppelde BG-meter of door het uploaden van de juiste BG-meetwaarden naar CareLink. _ Bekijk gemiddelde TDD, dagelijkse basaal vs. bolus (%) 2 _ Bekijk BG-meetwaarden: boven/onder streefwaarde _ Stel vast of er trends of patronen zichtbaar zijn 84% van BG s zijn hoog Sensor & Meter Overview ( of ) Generated: 8/6/202 2:24:45 PM Page of 22 Data Sources: Ascensia CONTOUR 0/25/20 - /8/20 24-Hour Meter Glucose Overlay - Readings & Averages (mg/dl) Statistics 0/25 - /8 2 Avg BG (mg/dl) BG Readings Readings Above Target 207 ± 66 6 4.2/day 5 84% Readings Below Target 0% Sensor Avg (mg/dl) Avg AUC > 40 (mg/dl) Avg AUC < 70 (mg/dl) Avg Daily Carbs (g) Carbs/Bolus Insulin (g/u) Avg Total Daily Insulin (U) Avg Daily Basal (U) Avg Daily Bolus (U) 80. ± 2. 96.0 47% 84.0 5% Meter Glucose Overlay Bedtime to Wake-Up and Meal Periods Readings & Averages (mg/dl) Bedtime to Wake-up Breakfast: 6:00 AM - 0:00 AM Lunch: :00 AM - :00 PM Dinner: 4:00 PM - 0:00 PM Meals Analyzed: 0 Meals Analyzed: 0 Meals Analyzed: 0 Bedtime: 8:00 PM - 2:00 AM Wake-up: 5:00 AM - 9:00 AM Avg Carbs: Avg Carbs: Avg Carbs: Hoge BG, voortdurend Basaal/bolus-ratio: 47/5% Avg Insulin: Avg Insulin: Avg Insulin: Avg Carbs/Insulin: Avg Carbs/Insulin: Avg Carbs/Insulin: DIT VOORBEELD TOONT: Dosis zijn oké (47% basaal/5% bolus) 2 Algemeen hoog (84% hoog) Bespreek de gegevens met de patiënt om mogelijke oorzaken te identificeren. Overweeg:. De basale snelheid te verhogen; 2. Dieet aanpassingen;. Vraag de patiënt een BG na de maaltijd uit te voeren (post-prandiaal) BG reading BG reading Off chart Average within target range Average outside target range Overzicht apparaat instellingen Een gemakkelijke manier om de pompinstellingen te bekijken (bijvoorbeeld doseringen). Het rapport kan toegevoegd worden aan het patiënten dossier om wijzigingen in de instellingen van bezoek tot bezoek bij te houden. Geeft de basaal hoeveelheden van de patiënt weer, op het moment dat de gegevens geüpload zijn Device Settings Snapshot Thursday 6/0/20 8:4 AM Basal Bolus Sensor Maximum Basal Rate 4.00 U/hr Maximum Bolus 25.0 U Sensor On Temp Basal Type Percent of Basal Dual/Square (Variable) Off Transmitter ID 0000000 Standard (active) Pattern A Pattern B Blood Glucose Reminder Off BG Units mg/dl 24-Hour Total TIME 0:00 :00 :0 6:00 50.400 U U/hr 2.00 0.550 0.500 0.425 24-Hour Total TIME :0 5:00 8:00 U/hr 0.400 0.75 0.25 24-Hour Total TIME :00 4:0 6:0 U/hr 0.600 0.575 0.475 Easy (Audio) Bolus On Entry (Step).00 U Bolus Wizard Off Units g, mg/dl Active Insulin Time (h:mm) Insulin Concentration Missed Bolus Reminder Start (h:mm) Off End (h:mm) Glucose Alerts TIME 0:00 6:00 22:00 On Low (mg/dl) 75 75 75 High (mg/dl) 200 75 220 8:0 6:00 9:00 22:00 0.425 0.75 0.425 0.550 8:00 0.75 5:0 9:00 0.425 0.525 Carbohydrate Ratio (g/u) TIME 0:00 6:0 :0 2.0 Insulinecorrecties kunnen rechtstreeks op het 7:0 2.0 formulier ingevuld en in kaart gebracht worden. 2:00 Ratio.0.0 2.0 Insulin Sensitivity (mg/dl per U) TIME Sensitivity 0:00 95 5:00 20 :00 90 Blood Glucose Target (mg/dl) TIME 0:00 5:00 22:00 Low 90 80 90 High 5 00 5 Alert Repeat Predictive Alert Low High (mins) On 0:20 5 :0 5 Rate Alert: Fall Rise (mg/dl/min) 4.0 4.0 Notes AUC Limit: Low High (mg/dl) 70 Missed Data/Weak Signal (h:mm) 0:20 Graph Timeout (h:mm) None 40
Type 2 insulinepomp tips & gedetailleerd opvolgplan Getting2Goal is een eenvoudige, stapsgewijze benadering van insulinepomptherapie om patiënten te helpen bij de overgang naar insulinepomptherapie. Extra functies en tools kunnen naar behoefte worden geïmplementeerd. 24 2-24 uur na start insulinepomptherapie Oplossen van grote BG-problemen Als hoge BG s niet reageren op bolussen, vervang dan de infusieset en het reservoir. Als de problemen zich blijven voordoen, herhaal dan de training, observeer de techniek van de patiënt en los eventuele pompproblemen op. Bel indien nodig de Medtronic customer service voor hulp bij het oplossen van pompproblemen. Als er zich lage BG s voordoen (<.9 mmol/l), pas dan de pompinstellingen naar behoefte aan. Controleer in hoeverre de patiënt op zijn gemak en vertrouwd is met de basisfuncties van de pomp. Infusieset vervangen (elke 2- dagen vervangen) Benadruk bij de patiënt de principes van goede verzorging van de infusieplaats. Een goed rotatiepatroon voor de infusieplaats en het voorkomen van littekenweefsel of gebieden met lipohypertrofie. Alertheid op pijn, ongemak, roodheid, zwelling, mogelijke infectie en irritaties veroorzaakt door pleisters. Controleer in hoeverre de patiënt op zijn gemak en vertrouwd is met de infusieset vervanging. Los problemen op die samenhangen met pijn, ongemak of jeuk veroorzaakt door reactie op de pleister. Overweeg het gebruik van Sure-T 0mm: hierbij is geen serter nodig en de inbrenghoek van 90 is gemakkelijk. Dit werkt voornamelijk goed bij patiënten met type 2 met meer onderhuids vet. Als er zich een infectie voordoet Deze is hoogstwaarschijnlijk bacterieel, overweeg een behandeling met orale antibiotica. Als de ontsteking terugkeert, reinig dan de infusieplaats voorafgaand aan het inbrengen en breng meteen na het verwijderen van de infusieset een desinfecterende zalf aan. Als er een abces is ontstaan, drain het gebied dan en zet de vloeistof op kweek. Als er sprake is van huidirritatie, dan worden afhankelijk van het soort irritatie verschillende behandelingen aanbevolen. Pleister: Wijzig het soort pleister. Infusiesetslang: Plaats de pleister onder en boven de infusiesetslang ( sandwichtechniek ). Controleer BG s/aanpassing pompinstellingen Pas eerst de nachtelijke basaal aan, vervolgens de basaal overdag en dan de bolus. Pompinstellingen aanpassen naar behoefte. Pompinstellingen kunnen het best verfijnd worden als de patiënt meerdere BG s per dag uitvoert (bijvoorbeeld BG na de maaltijd). Als de patiënt te maken heeft met nachtelijke polyurie, controleer dan de nachtelijke BG en voer indien nodig correcties uit. Zodra de pomp correct ingesteld is, geeft u de patiënt de instructie om minimaal 2 BG s/dag uit te voeren. Als zich gedurende -2 weken een hoge BG-trend (voor maaltijd en/of slapengaan) voordoet, vraag de patiënt dan om contact op te nemen met het diabetesbehandelteam, omdat er wellicht aanpassingen nodig zijn. Ziekte of infecties kunnen leiden tot een hoge BG. Als de BG laag is, geef de patiënt dan de instructie om dit te corrigeren met snelwerkende koolhydraten. Als de problemen aanhouden, vraag de patiënt dan het diabetesbehandelteam te bellen.
Waarschuwingen/alarmen (Vraag de patiënt of zich een alarm heeft voorgedaan en hoe dit opgelost is) Laag reservoir waarschuwing Wist de patiënt hoe het alarm gewist moest worden? Dient de standaardinstelling, waarschuwen als er nog 20 eenheden beschikbaar zijn, aangepast te worden? Zorg ervoor dat de waarschuwing voor een laag reservoir genoeg tijd geeft om de infusieset te vervangen en een nieuw reservoir te vullen. Verstopping alarm Benadruk de noodzaak van het vervangen van de infusieset, het vullen van een nieuw reservoir en het inbrengen op een andere plaats. Benadruk de noodzaak van aanwezigheid van reserve-pompbenodigdheden alsook extra spuiten, indien het nodig is om direct insuline toe te dienen. Zwakke batterij Herinner de patiënt eraan om: Alleen AAA alkalinebatterijen te gebruiken. Een nieuwe batterij beschikbaar te hebben alvorens de oude te verwijderen. De tijd op de pomp opnieuw in te stellen als er enkele minuten verstreken zijn alvorens een nieuwe batterij geplaatst wordt. Routine-vervolgbezoeken Evalueer de voortgang om te bepalen of de patiënt de streefwaarden bereikt heeft. Los grote BG-problemen op. Controleer BG: Evalueer het BG-logboek, bekijk de CareLink Pro-rapporten (Therapietrouw, Overzicht Meter, pomp instellingen). Pas 2 instellingen tegelijk aan als het BG-logboek of het CareLink Pro-rapport glykemische patronen vertoont. Als een patiënt de streefwaarde niet bereikt heeft, overweeg dan ipro-evaluatie voor continue glucose meting om meer inzicht te verkrijgen. Controleer in hoeverre de patiënt op zijn gemak en vertrouwd is met de insulinepomptherapie. Controleer de huid/de inbrengplaats van de infusieset. Beoordeel of er wijzigingen in medicatie nodig zijn (insuline en andere medicatie). Op basis van glucosecontrole (HbAc, BG-logboek), TDD (stijgend), gewichtstoename. Benadruk het belang van leefstijl en gewoontes (bijvoorbeeld: voeding, sporten, gewichtsbeheer) en voedingsprincipes (koolhydraten tellen, beperkte porties). Leer patiënten om het koolhydraat- en vetgehalte vast te stellen en vraag hen te proberen de consumptie van koolhydraten of calorieën te beperken om hen te helpen bij het voorkomen van gewichtstoename. Als een patiënt de streefwaarde niet bereikt heeft, overweeg dan extra pompfuncties en beoordeel of de patiënt open staat voor extra training. Gebruik van de Bolus Wizard Correctie van hoge BG: overweeg het gebruik van de Bolus Wizard om de juiste dosis te berekenen bij patiënten die nog steeds te maken hebben met hyperglykemie. Begin met een insulinegevoeligheid (Insulin Sensitivity Factor, ISF) = 700/TDD. Voor patiënten waarbij het nodig is hun insuline beter op hun koolhydraten inname af te stemmen om zowel hoge als lage BG waarden te voorkomen, kunt u overwegen de Bolus Wizard te gebruiken om de aanbevolen bolusdoses te laten berekenen aan de hand van het aantal koolhydraten. Begin met een insulinekoolhydraatratio (ICR) = 500/TDD. Voedsel en BG-correctie: Voor een optimale glucosecontrole berekent de Bolus Wizard de aanbevolen bolusdosis op basis van de huidige BG, ICR, ISF en actieve insuline. Het traceren van actieve insuline voorkomt de ophoping van insuline en daaruit resulterende lage bloedglucosewaarden. Begin met een actieve insulinetijd van 4 uur. Maak gebruik van tijdelijke basaal hoeveelheid: om hypoglykemie of hyperglykemie op te lossen.
Referenties. Edelman SV, Bode BW, Bailey TS, Kipnes MS, Brunelle R, Chen X, Frias JP. Insulin pump therapy in patients with type 2 diabetes safely improved glycemic control using a simple insulin dosing regimen. Diabetes Technol Ther. 200 Aug;2(8):627-2. Labrousse-Lhermine F, Cazals L, Ruidavets JB, Hanaire H, Long-term treatment combining continuous subcutaneous insulin infusion with oral hypoglycaemic agents is effective in type 2 diabetes. Diabetes Metab. 2007;:25 260. Reznik Y, Morera J, Rod A, Coffin C, Rousseau E, Lireux B, Joubert M. Efficacy of continuous subcutaneous insulin infusion in type 2 diabetes mellitus: a survey on a cohort of 02 patients with prolonged follow-up. Diabetes Technol Ther. 200 Dec;2(2):9-6 4. Nielsen S, Kain D, Szudzik E, Dhindsa S, Garg R, Dandona P. Use of continuous subcutaneous insulin infusion pump in patients with type 2 diabetes mellitus. Diabetes Educ :84 848, 2005 5. Wainstein J, Metzger M, Boaz M, Minuchin O, Cohen Y, Yaffe A, Yerushalmy Y, Raz I, Harman-Boehm I. Insulin pump therapy vs. multiple daily injections in obese type 2 diabetic patients. Diabet Med 22:07 046,2005 6. Raskin P, Bode BW, Marks JB, Hirsch IB, Weinstein RL, McGill JB, Peterson GE, Mudaliar SR, Reinhardt RR. Continuous subcutaneous insulin infusion and multiple daily injection therapy are equally effective in type 2 diabetes: a randomized, parallel-group, 24-week study. Diabetes Care 26:2598 260,200 7. Brahmkshatriya PP, Mehta AA, Saboo BD, Goyal RK. Characteristics and Prevalence of Latent Autoimmune Diabetes in Adults (LADA). ISRN Pharmacol. 202;202:580202. Epub 202 Apr 8. 8. Inzucchi SE, Bergenstal RM, Buse JB, Diamant M, Ferrannini E, Nauck M, Peters AL, Tsapas A, Wender R, Matthews DR; American Diabetes Association (ADA); European Association for the Study of Diabetes (EASD). Management of hyperglycemia in type 2 diabetes: a patient-centered approach: position statement of the American Diabetes Association (ADA) and the European Association for the Study of Diabetes (EASD). Diabetes Care. 202 Jun;5(6):64-79 Europa Medtronic International Trading Sàrl Route du Molliau Case postale CH- Tolochenaz www.medtronic.eu Tel: +4 (0) 2 802 70 00 Fax: +4 (0) 2 802 79 00 Nederland Medtronic Trading NL B.V. Earl Bakkenstraat 0 NL-6422 PJ Heerlen www.medtronic-diabetes.nl diabetes.benelux@medtronic.com Tel.: 0800 42 2 8 Vanuit het buitenland 00-45 566 82 9 Fax: + (0) 45 566 82 99 België Medtronic Belgium N.V. Burgemeester Etienne Demunterlaan 5 BE-090 Brussel www.medtronic-diabetes.be diabetes.benelux@medtronic.com Tel.: 0800 908 05 Vanuit het buitenland 00-45 566 82 9 Fax: +2 (0) 24 60 69 6 Bolus Wizard, ipro, CareLink en Sure-T zijn gedeponeerde handelsmerken van Medtronic. UC2050242NL 205 Medtronic. Alle rechten voorbehouden. Gedrukt in Europa