KOMO attestmetproductcertificaat Geïnstalleerd in bouwwerk Dakbanen voor het vervaardigen van dakbedekkingsystemen op basis van plastomeer bitumen Certificaathouder: IIGO S.p.A. ummer: CTG567/2 Uitgegeven: 20081107 Vervangt: CTG567/1 d.d. 20070314 Via delle Cinque Strade, 39 05100 TERI (TR) Italië Telefoon 0039 0744 61 10 61 Telefax 0039 0744 61 10 55 Email info@iigo.it Website www.iigo.it Verklaring van ITRO Certificatie B.V. Dit attestmetproductcertificaat is op basis van BR 1511 deel 1 baanvormige dakbedekkingsystemen en deel 2 specifieke bepalingen voor gewapende dakbanen op basis van (gemodificeerd) bitumen conform het ITRO Certificatiereglement voor Certificatie en Attestering afgegeven door ITRO Certificatie B.V. ITRO Certificatie B.V. verklaart dat geschikt is voor het vervaardigen van dakbedekkingsystemen die prestaties leveren als in dit attestmetproductcertificaat omschreven, mits voldoet aan de in dit attestmetproductcertificaat vastgelegde technische specificaties mits de vervaardiging van dakbedekkingsystemen geschiedt overeenkomstig de in dit attestmetproductcertificaat vastgelegde werkmethoden. ITRO Certificatie B.V. verklaart dat het gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de door de producent vervaardigde bij voortduring aan de in dit attestmetproductcertificaat vastgelegde technische specificaties voldoet, mits de dakbaan voorzien is van het hieronder afgebeelde KOMO merk op een wijze als aangegeven in dit attestmetproductcertificaat. Door ITRO Certificatie B.V. wordt in het kader van dit attestmetproductcertificaat geen controle uitgeoefend op de productie van de overige onderdelen van de dak of gevelconstructie, noch op de verwerking van de dakbaan. ITRO Certificatie B.V. verklaart dat met in achtneming van het bovenstaande de dakbanen in toepassingen voldoen aan de relevante eisen van het Bouwbesluit en Bouwstoffenbesluit. Dit certificaat is een door VROM erkende kwaliteitsverklaring overeenkomstig de Tripartiete overeenkomst (Stscourant 132, 2006) de woningwet en het Bouwbesluit. Voor het Bouwstoffenbesluit is dit een door de minister van VROM erkend certificaat. Het certificaat is opgenomen in het Overzicht van erkende kwaliteitsverklaringen in de bouw op de website van SBK: www.bouwkwaliteit.nl en de website van Bodem+ www.bodemplus.nl Voor ITRO Certificatie B.V. ing. R. Woonink certificatiemanager Gebruikers van dit attestmetproductcertificaat wordt geadviseerd om bij ITRO Certificatie B.V. te informeren of dit document nog geldig is. De geldige certificaten staan vermeld op de website www.intron.nl. Dit attestmetproductcertificaat bestaat uit 11 bladzijden Bouwbesluit Bouwstoffenbesluit draagt CE blad 1 van 11 bladen Beoordeeld is: kwaliteitssysteem product prestatie product in toepassing Periodieke controle
KOMO attestmetproductcertificaat ummer : CTG567/2 Uitgegeven : 20081107 BOUWBESUITIGAG r. 2.1 2.11 3.6 afdeling Algemene sterkte van de bouwconstructie Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie Wering van vocht van buiten grenswaarde/ bepalingsmethode Weerstand tegen windbelasting volgens E 6707 Brandgevaarlijkheid daken volgens E 6063 en/of EV 11871 Waterdichtheid volgens E 2778 prestaties volgens kwaliteitsverklaring Van de toepassingsvoorbeelden wordt de uiterste grenstoestand van de sterkte van de dakbedekkingconstructie niet overschreden Dak is niet brandgevaarlijk. De toepassingsvoorbeelden van de daken zijn waterdicht opmerkingen i.v.m. toepassing Onder voorwaarde dat de verwerkingsvoorschriften worden aangehouden. Zie 3.2 Geldt voor alle constructies conform tabel 3 en 4 met een hellingshoek 20. Zie 3.3. Onder voorwaarde dat de verwerkingsvoorschriften worden aangehouden 0. WIJZIGIGE T.O.V. VORIGE VERSIE Ten opzichte van het KOMO attestmetproductcertificaat CTG567 versie 1 zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: toevoegen systeem op ongecacheerd EPS. 1) Aan deze vermelding kan de gebruiker van dit KOMO attestmetproductcertificaat geen rechten ontlenen. De certificaat houder en ITRO Certificatie B.V. aanvaarden hiervoor geen aansprakelijkheid. 1. TECHISCHE SPECIFICATIES 1.1 Onderwerp Gesloten dakbedekkingsystemen voor platte of hellende daken op al dan niet geïsoleerde ondergronden op basis van gewapende dakbanen met een toplaag van gemodificeerd bitumen. 1.2 Merken De verpakking van de producten wordt gemerkt met het KOMO merk (zie voorzijde van dit attestmetproductcertificaat) en het certificatiemerk van ITRO Certificatie B.V. Overige verplichte aanduidingen: merknaam; afmetingen; codering (voor zover het product ondergebracht kan worden in het coderingssysteem); productiecode; massa rol (indien groter dan 25 kg) certificaatnummer: CTG567; beeldmerk voor geballaste systemen (indien van toepassing) uiterste verwerkingsdatum (alleen zelfklevende banen). 1.3 Vorm en samenstelling De producten die behoren tot dit KOMO attestmetproductcertificaat zijn: Toplagen Merknaam Code Omschrijving 4 mm 470 K 14 gemodificeerd gebitumineerde polyesterglascombinatie met extra coating gemineraliseerd 470 K 24 gemineraliseerd gemodificeerd gebitumineerde polyesterglascombinatie 4 mm met extra coating gemineraliseerd 470 K 24 gemineraliseerd gemodificeerd gebitumineerde polyesterglascombinatie met extra coating blad 2 van 11 bladen
KOMO attestmetproductcertificaat ummer : CTG567/2 Uitgegeven : 20081107 Onderlagen Merknaam Code Omschrijving 460 P 60 460 P 60 éénzijdig gemodificeerd gebitumineerde polyestermat FR 460 P 60 éénzijdig gemodificeerd gebitumineerde polyestermat t.b.v. systemen op ongecacheerd EPS Rapid V gemodificeerd gebitumineerd glasvlies thermisch activeerbaar Rapid P gemodificeerde gebitumineerde polyestermat thermisch activeerbaar Daarnaast worden in de specificatie nog een aantal andere materialen genoemd van dezelfde producent. Deze materialen vallen niet onder dit KOMO attestmetproductcertificaat. Enkele voorbeelden van deze producten zijn: Overige producten Merknaam Code Omschrijving APP 3mm 460 * 14 gemodificeerde gebitumineerde polyestermat Rapid VB gemodificeerd gebitumineerd glasvlies + aluminium folie thermisch activeerbaar: dampremmende laag Rapid P Zelfklevend zelfklevend gemodificeerd gebitumineerde polyestermat randafwerking / details Quick Primer bitumineuze primer Tabel 1a: everingsgegevens toplagen Type 4 mm gemineraliseerd gemineraliseerd Dikte Breedte engte Rolgewicht ca. (mm) (m) (m) (kg) 4,0 7,5 of 10,0 32 of 42 4 mm 4,0 7,5 of 10,0 42 of 56 3,3 7,5 of 10,0 34 of 45 Tabel 1b: everingsgegevens onderlagen Type Dikte Breedte engte Rolgewicht ca. (mm) (m) (m) (kg) (FR) 460 P 60 1,8 20,0 36 Rapid V 2,5 10,0 27 Rapid P 2,5 10,0 27 Tabel 1c: everingsgegevens dampremmende laag + detail afwerking Type Dikte Breedte engte Rolgewicht ca. (mm) (m) (m) (kg) 460 * 14 3,0 10,0 40 Rapid VB 2,0 10,0 27 Rapid P Zelfklevend 2,5 10,0 29 1.4 Materiaalspecificaties MDV Manufacturer s Declared Value Rekenkundig gemiddelde waarde, berekend door de producent uit een aantal testresultaten, inclusief de door de producent gedeclareerde tolerantie en standaard deviatie. MV Manufacturer s imiting Value Waarde, vastgesteld door de producent waaraan bij beproeving voldaan moet worden. De Manufacturer s imiting Value kan een minimum of een maximum waarde zijn in overeenstemming met de karakteristieken blad 3 van 11 bladen
KOMO attestmetproductcertificaat ummer : CTG567/2 Uitgegeven : 20081107 Tabel 2a: specificatie toplagen Karakteristiek Eenheid ominale waarde Tolerantie 4 mm gemin. gemin. 4 mm Dikte mm MDV 4,0 4,0 1) 3,3 1) ± 0,2 mm Breedte m MV 0 % engte m MV 7,5 / 10,0 7,5 / 10,0 7,5 / 10,0 0 % Maximale treksterkte lengterichting breedterichting /50 mm MDV 850 850 850 /50 mm MDV 700 700 700 agelscheursterkte MV 150 150 150 0 ± 20 % ± 20 % Dimensionele stabiliteit % (/) MV 0,3 0,3 0,3 + 0,00 % age temperatuur flexibiliteit: initieel na 1 week 80 C na 12 weken 70 C Vloeiweerstand: initieel na 12 weken 70 C 1) gemeten op de zelfkant. C C C C C MV MV MV MV MV 15 10 5 140 140 15 10 5 140 140 15 10 5 140 140 + 0 C + 0 C + 0 C 0 C 0 C Tabel 2b: specificatie onderlagen Karakteristiek Eenheid ominale waarde Tolerantie (FR) 460 * 14 Rapid V Rapid P Rapid P Zelf 460 P 60 klevend Dikte mm MDV 1,8 3,0 2,5 2,5 2,5 ± 0,2 mm Breedte m MV 0 % engte m MV 20,0 10,0 10,0 10,0 10,0 0 % Maximale treksterkte lengterichting breedterichting /50 mm MDV 700 400 300 400 600 /50 mm MDV 400 300 200 300 500 agelscheursterkte MV 100 100 n.v.t. 100 100 0 ± 20 % ± 20 % Dimensionele stabiliteit % (/) MV 0,5 0.5 n.v.t. 0,3 0,3 + 0,00 % age temperatuur flexibiliteit: initieel C MV 5 5 5 5 15 + 0 C 1.5 Dakbedekkingsystemen De standaard ontwerpvoorschriften die zijn opgenomen in de Vakrichtlijn voor gesloten dakbedekkingsystemen deel B, goedgekeurd door het College van Deskundigen Isolatiematerialen en dakbedekkingen dienen te worden aangehouden. In aanvulling hierop zijn de door de leverancier van de dakbaan afgegeven verwerkingsvoorschriften te allen tijde te volgen. In aanvulling op het bovengenoemde dienen bij het uitvoeren van systemen op ongecacheerd EPS de volgende verwerkingsvoorschriften opgevolgd te worden: blad 4 van 11 bladen
KOMO attestmetproductcertificaat ummer : CTG567/2 Uitgegeven : 20081107 Voorkomen moet worden dat het ongecacheerde EPS in contact komt met open vuur. De uitvoering moet er op gericht zijn dat de voor dergelijke systemen specifiek goedgekeurde onderlaag nergens, bij overlappen of anders, openingen vertoont. Bij het branden van de toplaag is gebruik van een meerkoppige branderwagen of een zogenaamde turbobrander niet toegestaan. In tabel 3a en 3b zijn de tot het KOMO attestmetproductcertificaat behorende dakbedekkingsystemen opgenomen. Voor de verklaring van het coderingssysteem wordt verwezen naar de bijlage. Tabel 3a: dakbedekkingsystemen met 1 F1 F2 1 Code Omschrijving systeem Begaanbaarheids klasse SYSTEME * een eerste laag 460 P 60 of 460 * 14 los gelegd op de ondergrond; * 4 mm volledig gebrand op de eerste laag; * ballastlaag van gewassen grof grind en/of betontegels conform E 6707 en PR 6708. FSYSTEME * een eerste laag Rapid V los gelegd op de, eventueel met Quick Primer voorgesmeerde, ondergrond; * 4 mm, gemin. 4 mm of gemin. volledig gebrand op de eerste laag waardoor, door het doorwarm effect, de Rapid V zal hechten aan de ondergrond. * een eerste laag Rapid P los gelegd op de ondergrond, eventueel met Quick Primer voorgesmeerd; * 4 mm, gemin. 4 mm of gemin. volledig gebrand op de eerste laag waardoor, door het doorwarm effect, de Rapid P zal hechten aan de ondergrond. SYSTEME * een eerste laag 460 P 60 of 460 * 14 mechanisch bevestigd aan de onderconstructie; * 4 mm, gemin. 4 mm of gemin. volledig gebrand op de eerste laag. R4 R3 R4 R4 In tabel 3b zijn de tot het KOMO attestmetproductcertificaat behorende dakbedekkingsystemen in combinatie met naakt EPS opgenomen. Voor de verklaring van het coderingssysteem wordt verwezen naar de bijlage. Tabel 3b: dakbedekkingsystemen met dakbanen in combinatie met naakt EPS 2 2 Code Omschrijving systeem Begaanbaarheids klasse SYSTEME * een eerste laag FR los gelegd op de ondergrond; * 4 mm volledig op de eerste laag gebrand; * ballastlaag van gewassen grof grind en/of betontegels conform E 6707 en PR 6708 Specifieke verwerkingsrichtlijnen voor toepassing op ongecacheerd EPS te volgen! SYSTEME * eerste laag FR mechanisch bevestigd aan de onderconstructie; * 4 mm volledig op de eerste laag gebrand. Specifieke verwerkingsrichtlijnen voor toepassing op ongecacheerd EPS te volgen! R4 R4 De betekenis van de verschillende begaanbaarheidsklassen is als volgt: Klasse R2: daken of gedeelten van daken, beperkt begaanbaar voor voetgangers, uitsluitend voor onderhoudswerkzaamheden: geen installaties op het dak, die frequent onderhoudsverkeer vergen; Klasse R3: daken of gedeelten van daken begaanbaar voor voetgangers en geschikt voor frequent onderhoud aan het dak en aan de installaties op het dak (tot hellingshoeken van 5 %) blad 5 van 11 bladen
KOMO attestmetproductcertificaat ummer : CTG567/2 Uitgegeven : 20081107 Klasse R4: daken of gedeelten van daken waarvan het dakbedekkingsysteem begaanbaar is voor voertuigen mits een bescherming (met bijvoorbeeld tegels) wordt toegepast (tot hellingshoeken van 5 %). Ook begroeide platte daken (hellingshoek 5%) vallen onder deze klasse. Tabel 4: Toepassingsmogelijkheden dakbedekkingsystemen Ondergrond / onderconstructie Systemen Houten delen Platen: Houtachtig Cellenbeton Monolietbeton F 1)5) Geprofileerde stalen dakplaten Zie isolatiematerialen Omgekeerddak (XPS op afschot gestort F 5) beton Isolatiematerialen: EPB(perliet) 3) EPS gecacheerd (geëxpandeerd polystyreen) 3) EPS (ongecacheerd) MWR (minerale wol) 3) PUR (hard polyurethaanschuim) 3) PIR (hard polyisocyanuraatschuim) 3) PF (fenol schuim) 3) CG tegels (cellulair glas) CG platen (cellulair glas) F F 2) F Afschotmortels: CEPS (polystyreenbeton) F Bestaande dakbedekkingen osliggend bitumen osliggend teer Bitumen onafgewerkt Bitumen met leislag 1) Bij alle kopse naden van de onderconstructie een losse zone uitvoeren; 2) Met extra ballast op een gesloten onderconstructie; 3) Een sluitlaag of dampremmende laag ontwerpen; 4) Een nieuwe of gereinigde ballastlaag toepassen; 5) Indien voorgesmeerd met Quick Primer. 4) Een nieuwe of gereinigde ballastlaag toepassen; 5) Indien voorgesmeerd met Quick Primer. 4) 4) F F 5) 1.7 Dakhelling De maximaal toepasbare dakhelling van de gespecificeerde dakbedekkingsystemen is hieronder weergegeven: systemen max. 3 Fsystemen (zonder additionele bevestiging) max. 5 Fsystemen (met additionele bevestiging in de kopse overlap) 1)2) max. 20 systemen 1)3) max. 20 1) In verband met de brandveiligheid (vliegvuur) is de maximaal toepasbare dakheling 20 (het gedrag bij een grotere helling is niet onderzocht; 2) de additionele bevestiging dient te bestaan uit mechanische bevestiging h.o.h. 330 mm in alle kopse overlappen van de toplaag; 3) indien er geen eisen worden gesteld met betrekking tot de brandveiligheid (vliegvuur) kunnen mechanisch bevestigde systemen worden toepast op dakhellingen tot maximaal 75. 1.8 Belastingen ten opzichte van de onderconstructie In de norm E 6702 staan voorschriften met betrekking tot sterkte en stijfheid van de onderconstructie in verband met de bestandheid tegen de karakteristieke belastingen. Onderconstructies van geprofileerde staalplaat dienen berekend te zijn volgens de RGSP 1985. blad 6 van 11 bladen
KOMO attestmetproductcertificaat ummer : CTG567/2 Uitgegeven : 20081107 2. VERWERKIGSRICHTIJE E DETAIS 2.1 Algemeen Verwerkingsrichtlijnen van de leverancier van de dakbaan en instructies ten behoeve van details dienen te allen tijde gevolgd te worden. Standaard verwerkingsrichtlijnen en details zijn tevens opgenomen in de Vakrichtlijn voor gesloten dakbedekkingsystemen deel C, goedgekeurd door het College van Deskundigen Isolatiematerialen en dakbedekkingen dienen te worden aangehouden. 2.2. Bijzondere verwerkingsrichtlijnen en details In afwijking van/aanvulling op 2.1 zijn de volgende verwerkingsvoorschriften en details van toepassing: Systeem op ongecacheerd EPS: gebruik geen zogenaamde turbobranders; gebruik van branderwagens is niet toegestaan; na uitrollen van de dakbaan deze richten en vlaktrekken. Relaxatie is niet nodig omdat de dakbaan bij normaal gebruik al vlak en dimensioneel stabiel is. De banen worden gelegd in halfsteensverband (met minimale verspringing van de dwarsoverlappen van 2 meter). angsoverlappen zijn 100 mm en dwarsoverlappen 150 mm. Dit geldt zowel voor mechanisch bevestigde systemen als ook voor een losliggend geballast systeem. Tijdens de verwerking van de toplaag dient de brander gericht te zijn op de MEClaag van de toplaag. Tevens moet erop gelet worden dat de vlam niet tussen de overlappen van de onderlaag komt. 2.2.1 Rapid VB dampremmende laag Rapid VB stellen, releasefolie verwijderen en losliggend aanbrengen; de ondergrond / onderconstructie (steenachtige ondergronden voorsmeren met Quick Primer); de bovenzijde van de Rapid VB thermisch activeren met een brander waardoor door het doorwarm effect deze zich zal hechten aan de onderconstructie; Isolatieplaten kleven en voldoende aandrukken op de thermisch geactiveerde bovenzijde van de Rapid VB. Opmerking: Indien te grote oppervlakten tegelijk thermisch worden geactiveerd zal door afkoeling onvoldoende hechting plaats vinden. Bij het thermisch activeren van het volgende oppervlak moeten brandbare of smeltbare materialen tijdelijk worden afgeschermd. 2.2.2 Rapid V / P Rapid V / P stellen, release folie verwijderen en losliggend aanbrengen op de ondergrond; De toplaag volledig branden op de Rapid V / P; door het doorwarmeffect zal de Rapid V / P zich hechten aan de ondergrond. 2.2.3 Details en randafwerking Voor de randafwerking en details wordt gebruikt gemaakt van Rapid P Zelfklevend (zelfklevend dakbedekkingmateriaal met polyester drager, dikte 2,5 mm). 3. PRESTATIES 3.1 Algemeen De dakbaan en de daarmee vervaardigde dakbedekkingsystemen zijn in de toepassing voldoende mate bestand tegen bij normaal gebruik mogelijke mechanische, fysische en chemische belastingen. 3.2 Algemene sterkte van de bouwconstructie Algemeen De in dit KOMO attestmetproductcertificaat opgenomen toepassingsvoorbeelden voldoen ten aanzien van de sterkte van de bevestiging van het dakbedekkingsysteem afdeling 2.1 van het Bouwbesluit. Voorwaarde is dat de volgens E 6702 bepaalde belasting niet hoger is dan de vastgestelde rekenwaarde voor de weerstand tegen windbelasting. De volgende algemene randvoorwaarden zijn van toepassing: blad 7 van 11 bladen
KOMO attestmetproductcertificaat ummer : CTG567/2 Uitgegeven : 20081107 er dient kimfixatie te worden toegepast doormiddel van mechanische bevestiging om de 0,25 meter zo dicht mogelijk bij de kim ter plaatse van de dakranden en daksparingen groter dan 1 m 1. Ook kan er ter plaatse van de dakranden ballast worden aangebracht in een hoeveelheid die overeenkomt met de hoeveelheid die overeenkomt met de hoeveelheid die volgt uit de windbelasting berekening.; de opstanden dienen winddicht te worden afgewerkt door middel van volledige verkleving. osliggende en geballaste dakbedekkingsystemen (codes) De ballastlaag dient te voldoen aan E 6702, E 6707, SBR465.00 en PR 6708 met uitzondering van artikelen 5.7, 5.11, 8.3, 8.4, 8.5, 8.6, 8.7 en 8.10. Gekleefde systemen Partieel gekleefde dakbedekkingsystemen (Pcodes) Er zijn geen partieel gekleefde systemen opgenomen in dit KOMOattestmetproductcertificaat. Volledig zelfklevende systemen Rapid V / P Onderstaande rekenwaarden zijn vastgesteld doormiddel van een dynamische windbelastingsproef. Voor deze systemen gelden de maximaal toepasbare dakhoogten zoals vermeld in tabel 6. Systeem 1 * onderconstructie: geprofileerde staalplaat, 106 profiel, dikte 0,75 mm; * isolatie: éénzijdig gecacheerd EPS 100 dik 100 mm, mechanisch bevestigd aan de onderconstructie (schroeven EuroDeckfast roofing screw 4,8 x 120 + drukverdeelplaat Euro Deckfast Ø 70 mm) * dakbedekking: eerste laag Rapid P dik 2,0 mm, los gelegd, na verwijdering release folie, op de EPS isolatie toplaag 4 mm volledig gebrand op de eerste laag. Rekenwaarde 4,7 kpa Systeem 2 * onderconstructie: beton, dikte 50 mm, voorgesmeerd met Quick Primer; * dampremmende laag Rapid VB, na verwijdering van de release folie los gelegd op de betonnen onderconstructie; * isolatie: éénzijdig gecacheerd EPS 100 dik 100 mm, volledig gekleefd op de, met de brander, thermisch geactiveerde bovenzijde van de Rapid VB; * dakbedekking: eerste laag Rapid P dik 2,0 mm, los gelegd, na verwijdering release folie, op de EPS isolatie toplaag 4 mm volledig gebrand op de eerste laag. Rekenwaarde 3,0 kpa Bovengenoemde rekenwaarden gelden ook voor FSystemen met Rapid V. Met bovenstaande rekenwaarden dient de weerstand tegen windbelasting getoetst te worden volgens E 6702 en E 6707. In geen geval mogen bovengenoemde systemen worden toepast bij een dakhoogte > 40 m. Tabel 6 Maximale gebouwhoogten (onbebouwd) gekleefde systemen volledig zelfklevend Windbelastingsgebied volgens E 6702 Middenzone (C pe;loc=1 / C pi =0,6) Maximale gebouwhoogte onbebouwd (m) Randzone (C pe;loc=2 / C pi =0,6) Hoekzone (C pe;loc=2.5 / C pi =0,6) Systeem 1 Systeem 2 Systeem 1 Systeem 2 Systeem 1 Systeem 2 I 40 40 35 7 17 4 II 40 40 40 13 30 8 III 40 40 40 20 40 13 Mechanisch bevestigde dakbedekkingsystemen (systemen) Éenlaags mechanisch bevestigd Er zijn geen éenlaags mechanisch bevestigde systemen opgenomen in dit KOMOattestmetproductcertificaat blad 8 van 11 bladen
KOMO attestmetproductcertificaat ummer : CTG567/2 Uitgegeven : 20081107 Meerlaags mechanisch bevestigd Voor meerlaagse mechanisch bevestigde dakbedekkingsystemen wordt van een waarde van max. 400 /bevestiger uitgegaan. Hiervoor gelden de volgende randvoorwaarden: Schroeven : diameter min. 4,8 mm; Stalen drukverdeelplaten : minimaal rond of vierkant 70 mm en minimaal 1 mm dik. Stalen mechanische bevestigingsmiddelen moeten ten aanzien van het corrosiegedrag voldoen aan ten minste 12 cycli Kesternichtest. Voor toepassing in klimaatklasse 4 (zie de Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingsystemen ) dienen de criteria per geval te worden beoordeeld. Het bevestigingsysteem dient geëigend te zijn voor de betreffende onderconstructie. De uittrekwaarde van het bevestigingsmiddel in de gespecificeerde onderconstructie, bepaald volgens ETAG 006 5.3.4.1, dient minimaal 1000 te bedragen. Mogelijke specificaties van onderconstructies zijn: beton, sterkte minimaal B25; geprofileerd staal, nominale dikte minimaal 0,75 mm; hout, dikte minimaal 18 mm. De mechanisch bevestigde onderlaag dient een nageldoorscheursterkte volgens EE 123101 van minimaal 100 te bezitten. Er dienen minimaal 4 bevestigers per m 2 te worden toegepast. Met deze rekenwaarde en het aantal toegepaste bevestigingsmiddelen dient de weerstand tegen windbelasting getoetst te worden volgens E 6702 en E 6707. 3.3 Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie De volgens dit attestmetproductcertificaat vervaardigde dakconstructies met de in dit certificaat genoemde toplagen zijn, bij hellingshoeken zoals opgenomen in hoofdstuk 1.7, niet brandgevaarlijk conform E 6063 en/of EV 1187 en BR 1511 deel 1 (wijzigingsblad d.d. 20070719). 3.4 Wering van vocht van buiten De in dit attestmetproductcertificaat opgenomen toepassingvoorbeelden van daken zijn waterdicht, onder de in dit attestmetproductcertificaat aangegeven voorwaarden. 3.5 Immissie in de bodem en het oppervlaktewater Van de in dit attestmetproductcertificaat opgenomen dakbanen voldoet de gemiddelde immissie in de bodem en oppervlaktewater aan bijlage 2 van het Bouwstoffenbesluit onder voorwaarde dat de verwerking plaatsvindt overeenkomstig hoofdstuk 2 van dit attestmetproductcertificaat; verder zijn van toepassing de condities overeenkomstig het Bouwstoffenbesluit, zoals vermeld in artikel 10 lid 1 sub a en b, artikel 12 lid 1 en artikel 24. De dakbanen worden beschouwd als duurzaam vormvast vormgegeven bouwstoffen van de categorie 1A. 3.6 evensduur De levensduur van een dakbedekkingconstructie is afhankelijk van: a) het ontwerp; b) de uitvoering; c) periodiek onderhoud; d) afschot; e) onderconstructie; f) gebruiksbelastingen; g) klimaatsinvloeden; h) dakbedekkingsysteem. Op basis van het laboratoriumonderzoek mag er vanuit worden gegaan dat de levensduur van de dakbedekkingsystemen met (gemin.), zoals opgenomen in dit attestmetproductcertificaat, bij juiste opvolging van de randvoorwaarden a t/m f ca. 10 jaar bedraagt. Ervaring in ederland met de gespecificeerde dakbanen in de in dit certificaat beschreven dakbedekkingsystemen leert dat bij juiste opvolging van de aandachtspunten a t/m f, een levensduur van ca. 20 jaar realiseerbaar is. Afschot Stagnerend water moet worden vermeden in verband met de duurzaamheid van het dakbedekkingsysteem. In het dakvlak is een blijvend afschot van 1,6% in de richting van de hemelwaterafvoeren meestal voldoende. 3.7 Hechting tussen de dakbaan en andere materialen onder invloed van warmte De hechting tussen de dakbaan en de andere in de dakbedekkingconstructies opgenomen materialen (metaal, steen) is duurzaam. blad 9 van 11 bladen
KOMO attestmetproductcertificaat ummer : CTG567/2 Uitgegeven : 20081107 3.8 Hygrothermie De op grond van ervaring in de vastgestelde en in de BR opgenomen standaard rekenwaarde voor het waterdampdiffusieweerstandsgetal bedraagt: Toplagen: = 20.000 Onderlagen: = 10.000 4. ODERHOUD Algemeen Om de verwachte levensduur te kunnen bereiken dient minimaal 1x per jaar reinigend, reparatie en preventief onderhoud te worden uitgevoerd, overeenkomstig navolgende omschrijving. Reinigend onderhoud Reinigend onderhoud is het zuiveren/reinigen van dakvlakken met betrekking tot vuil, voorwerpen, plantengroei en dergelijke. Reparatie onderhoud Reparatie onderhoud is het herstellen van gebreken als blazen, plooien, scheuren, lekkages en alle andere te onderscheiden gebreken. Preventief onderhoud Preventief onderhoud is het vervangen / corrigeren van ballastlagen en het opnieuw aanbrengen van beschermlagen en dergelijke. Het achterwege laten van deze handelingen betekent dat de prestaties van het dakbedekkingsysteem verminderen. Oppervlakteverbetering Dit omvat het aanbrengen van een nieuwe, volledig gekleefde laag dakbedekking op een bestaand dakbedekkingsysteem. Het oude systeem blijft in een dergelijk geval deel uitmaken van het nieuwe systeem. De noodzaak tot oppervlakteverbetering dient door een deskundige te worden vastgesteld. Aanvullend onderhoud Dit omvat het op een bestaand dakbedekkingsysteem aanbrengen van een volledig nieuw systeem, zonder dat het oude dakbedekkingsysteem nog een wezenlijke functie vervult in de waterdichtheid. Het betreft zowel losliggende, partieel gekleefde als mechanisch bevestigde systemen (, P of ) systemen. Ook in dit geval dient de noodzaak tot aanvullend onderhoud door een deskundige te worden vastgesteld. 5. IJST VA VERMEDE DOCUMETE Voor zover er geen data vermeld zijn, staan de juiste publicatiedata van de genoemde documenten vermeld in de nationale beoordelingsrichtlijn 1511, die is genoemd in de aansluiting in de lijst van erkende kwaliteitsverklaringen. 1. BR 1511/01 Dakbedekkingsystemen Deel 1 Algemene Bepalingen; 2. BR 1511/01 Dakbedekkingsystemen Deel 2 Specifieke bepalingen voor gewapende dakbanen op basis van (gemodificeerd) bitumen; 3. Bouwbesluit: 2003 Bouwbesluit Stb. 2001, 410; Stb 2002, 203, 516, 582 en de Ministeriële Regeling Stcrt. 2002, 241; Stcrt. 2003, 101; 4. E 6707 Bevestigingen van dakbedekkingen. Eisen en bepalingsmethoden; 5. E 6063 Bepaling van het brandgevaarlijk zijn van daken; 6. E 2778 + wijzigingsblad E 2778/A2:2001 Vochtwering in gebouwen bepalingsmethoden; 7. Vakrichtlijn Gesloten dakbedekkingssystemen : uitgave Vebidak, BDA Dakadvies B.V. en Dakmerk; 8. E 6702 Technische grondslagen voor bouwconstructies TGB 1990 Belastingen en Vervormingen; 9. RGSP 1985 Reken en beproevingsmethoden ter bepaling van de sterkte en stijfheid van trapeziumvormig geprofileerde stalen dakplaten; 10. Verwerkingsrichtlijnen producent laatste uitgave; 11. SBR Brochure 465.00 Geballaste dakbedekkingssystemen: Herziene rekenmethode; 12. PR 6708 Bevestiging van dakbedekkingen; 13. ETAG 006: 2000 Guideline for european Technical Approval of Mechanically Fastened Flexible Roof Waterproofing Membranes; blad 10 van 11 bladen
KOMO attestmetproductcertificaat ummer : CTG567/2 Uitgegeven : 20081107 14. Bouwstoffenbesluit; BR 9327 ationale beoordelingsrichtlijn voor het BSB Certificaat voor de milieuhygiënische kwaliteit van bitumineuze afdichtingsmaterialen voor toepassing in waterkerendeen waterafdichtingssystemen; 15. ABlad platte daken Het aanbrengen van kunststof en bitumineuze daken uitgave Stichting Arbo Amsterdam. 6. WEKE VOOR DE TOEPASSER 6.1 Controleer bij aflevering van het product of: geleverd is wat is overeengekomen; het merk en de wijze van merken juist zijn; het product geen zichtbare gebreken vertoont als gevolg van transport en dergelijke. 6.2 Controleer of het KOMO attestmetproductcertificaat nog geldig is; raadpleeg het geldende overzicht van kwaliteitsverklaringen of neem contact op met ITRO Certificatie B.V. 6.3 eem de ontwerpgegevens en gebruikswaarde en opslag, transport en verwerkingsvoorschriften die in dit KOMO attestmetproductcertificaat zijn opgenomen of waarnaar is verwezen, in acht. 6.4 eem, indien op grond van het onder 6.1 gestelde tot afkeuring wordt overgegaan, contact op met: IIGO S.p.A. te Terni, Italië en zo nodig met: ITRO Certificatie B.V. blad 11 van 11 bladen
KOMO attestmetproductcertificaat ummer : CTG567/2 Uitgegeven : 20081107 Bijlage 1 VERKARIG CODERIGSSYSTEME Verklaring codering dakbedekkingssystemen Bevestiging aan de ondergrond Iedere code begint met een letter voor het bevestigingssysteem aan de ondergrond: = losliggend en geballast; P = partieel gekleefd; F = volledig gekleefd; = mechanisch bevestigd (geschroefd). Materiaalsoort Vervolgens bevat de code in ieder geval een letter voor de materiaalsoort van de eerste laag. Is de soort bitumen voor de gehele constructie hetzelfde, dan wordt deze letter verder niet meer herhaald. Wordt echter bij een volgende laag een ander soort bitumen toegepast, dan wordt daarvoor bij die laag, die betreffende letter aangegeven: B = geblazen bitumen; M = gemodificeerd bitumen. Wapening Ook de dragers worden aangeduid met een letter. Deze letteraanduiding wordt gegeven voor iedere gewone laag, zodat men aan de hand van het aantal letters voor de dragers kan zien uit hoeveel lagen het dakbedekkingsysteem bestaat: G = glasvlies; S = synthetische drager (polyestermat, polyesterweefsel of polyesterglascombinatie). Afwerking De afwerking van losliggende en geballaste dakbedekkingssystemen (grind of tegels) wordt aangeduid met de codeletter voor het bevestigingssysteem (). Bij bevestigde dakbedekkingssystemen kan het voorkomen dat het dakbedekkingsysteem is afgewerkt met leislaag of fijn grind, of dat een gemineraliseerde toplaag is toegepast. In sommige gevallen wordt een extra ballastlaag vereist. X = extra ballastlaag van grind; C = cover (leislag, fijn grind of gemineraliseerd). blad 1 van 1 blad