Scriptieleidraad Master Civiel Recht 1. Inleiding Het schrijven van een scriptie vormt veelal de afsluiting van de studie. Voor veel studenten die de civielrechtelijke masterrichting hebben gekozen is een civielrechtelijke scriptie de logische bekroning van hun specialisatie. De scriptie is een laatste proeve van bekwaamheid waardoor de student laat zien over alle noodzakelijke competenties te beschikken om in de praktijk als jurist aan de slag te gaan. Deze scriptieleidraad bevat specifieke informatie over de civielrechtelijke masterscriptie. Deze leidraad vormt een aanvulling op de Facultaire scriptiehandleiding evenals op de Leidraad voor de master civiel recht. In die documenten treft u veel nuttige informatie en tips over het zoeken van materiaal en het schrijven van werkstukken. U wordt geacht de in de genoemde documenten beschreven vaardigheden in de vingers te hebben ten tijde van het schrijven van de masterscriptie en de dwingende richtlijnen daarin zelfstandig te volgen. 2. Aanmelding, deadlines en procedure Instapeis Aan de masterscriptie kan pas worden begonnen als een van beide schrijfvakken in de master civiel recht (practicum en privatissimum) met goed gevolg afgerond is. Accent De master civiel recht kent 5 verschillende accenten: generalist, togapraktijk, internationaal, onroerend goed en arbeidsrecht. Indien u in aanmerking wenst te komen voor een referentiebrief van de afdeling civiel recht (zie de Leidraad master civiel recht onder 1.3.3), dient de scriptie geschreven te worden over een onderwerp dat ligt op het gebied van het gekozen accent. Aanmelding Aanmelding geschiedt door het invullen van het scriptieformulier (via de website http://www.law.leidenuniv.nl/org/privaatrecht/bpr/burgerlijkrecht/onderwijs/scripties.html en het versturen van een e-mail aan de scriptiecoördinator. De e-mail dient een probleemstelling en een adequate toelichting te bevatten, alsmede een lijst met voorlopig geraadpleegde bronnen. Let op dat u uw mail verzendt vanaf een betrouwbaar e-mailadres, dat u regelmatig raadpleegt (bijvoorbeeld uw u-mail account). Met name e-mails met aangehechte bijlagen die worden verzonden vanaf een hotmailaccount, willen nog wel eens in het spamfilter belanden. (Hetzelfde geldt overigens voor het verzenden van delen van uw scriptie aan uw begeleider. Hoort u lange tijd niets van de geadresseerde, neem dan contact op). Deadline voor afstuderen in augustus U kunt op ieder moment een onderwerp indienen en aan uw masterscriptie beginnen. Om in een lopend collegejaar (d.w.z. uiterlijk eind augustus) af te kunnen studeren dient echter: 1. uw probleemstelling voor 1 april te zijn goedgekeurd; en 2. uw scriptie uiterlijk 1 julibij uw begeleider te zijn ingeleverd. 1
Indien u niet perse nog in het lopende academisch jaar (dus uiterlijk in september) wilt afstuderen bent u niet gebonden aan de deadlines van 1 april en 1 juli. Omvang scriptie De omvang van de masterscriptie bedraagt (exclusief inhoudsopgave en literatuurlijst, maar inclusief notenapparaat) minimaal 10.000 en maximaal 15.000 woorden. Met een regelafstand 1½ en een linkermarge van 3 cm. zal de scriptie dan 35 tot 45 pagina s beslaan. Bij de beoordeling wordt meer op de kwaliteit van uw scriptie dan op de kwantiteit gelet. U dient daarom te allen tijde in het oog te houden dat niet het vele goed is, maar het goede veel. Mocht uw scriptie te lang zijn, dan zal uw scriptiebegeleider de scriptie niet beoordelen en u vragen om de tekst in te korten. Het is dus noodzakelijk dat u in uw betoog snel tot de kern komt. Een goede probleemstelling is dan ook essentieel. Scriptiecoördinator De scriptiecoördinator van de master civiel recht is mw. mr. M.C.I.M. Duynstee. Zij is bereikbaar via masterscriptiecivielrecht@law.leidenuniv.nl en telefonisch via 071-5277400 (secretariaat). De probleemstelling De scriptie is een werkstuk met beperkte omvang, zodat een goede probleemstelling essentieel is. Zie over het vinden van een onderwerp ook de facultaire scriptiehandleiding (onder II.1). Veel studenten vinden het lastig om zelf een goede probleemstelling te formuleren. Anders dan bij de bachelorscriptie krijgt u onderwerp en probleemstelling niet aangereikt. Het schrijven van een scriptie is een arbeidsintensief proces. Voor het schrijven van een scriptie staan heel wat studie-uren (10 ects = 280 studie-uren). Het loont de moeite uw keuze goed te overwegen. Kies vooral een onderwerp dat u interesseert. Het kiezen van een onderwerp en formuleren van een probleemstelling hoort bij het karakter van een academische opleiding. Wij bieden u echter de mogelijkheid om te participeren in lopend onderzoek (zie nader hieronder). De probleemstelling zorgt ervoor dat u schrijft met een doel voor ogen en maakt het mogelijk om te selecteren tussen wat wel en niet relevant is voor uw scriptie. Uw probleemstelling richt met andere woorden zowel uw onderzoek als uw schrijfwerk. Zorg ervoor dat uw probleemstelling: - niet te breed is (want dat leidt tot een oppervlakkig betoog over van alles en nog wat); - niet te smal is (waardoor u een probleem niet voldoende kunt uitdiepen); - voldoende problematiserend van aard is. Een puur beschrijvende scriptie is in de masterfase niet de bedoeling. U dient te laten zien dat u in staat bent een juridisch probleem te herkennen, te formuleren, te analyseren en daar met kracht van argumenten iets over te zeggen. Voor het formuleren van een goede probleemstelling dient u zich dus in te lezen. Om een idee te krijgen van het door u gekozen onderwerp is het raadzaam enige recente literatuur te raadplegen. Zoek uit wat over het onderwerp dat u in gedachten heeft, geschreven is en welke jurisprudentie op dat punt gewezen is. Bestaan er ten aanzien van het onderwerp tegenstrijdige meningen in de literatuur of is de jurisprudentie niet eenduidig of is sprake van een ontwikkeling in het recht? Dan biedt het onderwerp mogelijkheden. Opzet Als de scriptiecoördinator uw probleemstelling goedkeurt, krijgt u een begeleider toegewezen. U levert bij hem/haar per e-mail uw opzet in. Zorg daarin voor een goede afbakening van uw onderwerp. Bedenk dat een grondige en logisch opgebouwde juridische bespreking van een wat smaller onderwerp, beter is dan een oppervlakkige bespreking van een heel breed onderwerp. 2
De opzet bestaat ten minste uit een uitgewerkte probleemstelling (dus probleemstelling voorzien van toelichting), een voorlopige paragraafindeling en een lijst met de tot dan toe geraadpleegde literatuur en jurisprudentie. Uw scriptiebegeleider zal contact met u opnemen om de opzet en de planning met u door te spreken. Mogelijk dient u de opzet vervolgens aan te passen. Ook goedkeuring van de opzet door de begeleider, betekent niet dat deze vervolgens onveranderlijk en in marmer gebeiteld is. Het schrijfproces kan aanleiding geven de opzet te wijzigen. Van essentiële veranderingen in uw opzet stelt u uw begeleider op de hoogte. Tussentijds gesprek met scriptiebegeleider Na goedkeuring van uw opzet kunt u daadwerkelijk gaan schrijven. U heeft de gelegenheid tussentijds eenmaal een deel van de scriptie (een of twee hoofdstukken) bij uw begeleider in te leveren. Maak met uw begeleider duidelijke afspraken over het tijdstip van inleveren. U krijgt van uw begeleider feedback op het geschrevene. Afronding Vervolgens rondt u de scriptie af en levert u de eindversie in zijn geheel en in tweevoud in bij uw begeleider. Naast de twee papieren exemplaren dient u de scriptie tevens digitaal in te leveren. Wanneer u uw scriptie inlevert, levert u de definitieve eindversie in (en geen concept). U krijgt geen gelegenheid meer uw scriptie aan te passen, tenzij deze onvoldoende is. De ingeleverde scriptie voldoet mede aan de volgende eisen: 1. Naam Vermeld op de binnenzijde van de eerste bladzijde onderaan uw naam, adres, mobiele telefoonnummer, e-mailadres, studierichting en datum (maand en jaar) van afsluiting van het onderzoek, alsmede de naam van uw scriptiebegeleider. 2. Lay-out De scriptie wordt enkelzijdig geprint, met een regelafstand overeenkomend met die van 1½ en een linkermarge van 3 cm. Het papier dient van het formaat A4 te zijn. 3. Verder vormgeving De scriptie dient voorzien te zijn van een inhoudsopgave en een literatuur- en jurisprudentielijst. Begin ieder nieuw hoofdstuk op een nieuwe pagina. Geef uw kopjes paragraafnummers. Zorg dat uw scriptie er netjes uitziet. 4. Taal U dient foutloos Nederlands te schrijven. Indien uw scriptie teveel taalfouten bevat, zal uw begeleider weigeren deze na te kijken. U dient uw scriptie dan eerst zelf te verbeteren. Zie ook de Facultaire scriptiehandleiding. Moment van inleveren / afstudeerdeadlines U doet er goed aan om enige tijd voor het tijdstip waarop u uw scriptie denkt in te leveren met uw begeleider contact op te nemen. U dient rekening te houden met het feit dat de scriptiebegeleider uw scriptie ongeveer drie à vier weken onder zich heeft. Het afstuderen kan op ieder moment van de maand worden aangevraagd aan de balie van het Onderwijs Informatie Centrum (OIC).De uitreiking van het diploma vindt vervolgens aan het einde van de eerstvolgende maand na de aanvraag plaats. Uitzondering is de maand juli, dan vindt er geen uitreiking plaats 3
Eindgesprek scriptie Nadat u uw scriptie hebt ingeleverd, vindt het zogenaamde scriptiegesprek plaats. U dient hiervoor zelf een exemplaar van uw scriptie mee te brengen. Tijdens dit gesprek zal de scriptiebegeleider de scriptie kritisch met u doornemen. U dient dus te weten wat u geschreven hebt en het geschrevene te kunnen verdedigen. Als dit gesprek bevredigend verloopt, zal de scriptie definitief goedgekeurd worden en krijgt u aan het einde van het gesprek uw cijfer. Beoordeling Zie voor de wijze van beoordeling van de eindscriptie tevens het beoordelingsschema in de Facultaire scriptiehandleiding. Bij de beoordeling van de masterscriptie wordt op de volgende punten gelet: 1. formulering en analyse van het probleem; 2. documentatie / gebruik van bronnen; 3. wijze van behandeling van het onderwerp; - opbouw en helderheid van het betoog - verwerking van de verzamelde gegevens - argumentatie van eigen beweringen 4. getoond inzicht in de materie; 5. originaliteit: - de geformuleerde vraagpunten, die het onderwerp bij u heeft opgeroepen - het gehalte van de gesuggereerde oplossingen en van de conclusies 6. stijl, taal en vorm; 7. zelfstandigheid. Scriptiestages Veel advocatenkantoren bieden de mogelijkheid om een scriptiestage te lopen. De afdeling civiel recht bemiddelt niet voor dergelijke stages. U wordt verder gewezen op het feit dat de masterscriptie een examen is, dat zelfstandig moet worden afgelegd. Uw begeleider en de scriptiecoördinator zullen niet controleren waar u uw scriptie schrijft. De afdeling civiel recht houdt strikt vast aan het gegeven dat een scriptie altijd wordt geschreven onder begeleiding en verantwoordelijkheid van een docent van de faculteit. 3. Onderwerpkeuze en inhoudelijke eisen aan de masterscriptie civiel recht De afdeling civiel recht begeleidt scripties op het gebied van het vermogensrecht, burgerlijk procesrecht en internationaal privaatrecht. Niet alle onderwerpen die in het Burgerlijk Wetboek zijn geregeld, behoren tot het onderzoeksterrein van de afdeling civiel recht. Scripties over dergelijke onderwerpen worden daarom niet begeleid. 4
Onderwerpen gekoppeld aan lopend wetenschappelijk onderzoek De afdeling civiel recht streeft ernaar om de door haar medewerkers begeleide scripties zoveel mogelijk te laten aansluiten bij lopend onderzoek van haar medewerkers. Wij bieden u graag de kans om in dat actueel wetenschappelijk onderzoek te participeren, of om daarvoor voorwerk te verrichten. Op de webpagina van de sectie Burgerlijk recht treft u onder Scripties een lijst aan met actuele onderzoeksonderwerpen die passen binnen lopend onderzoek van medewerkers. U wordt van harte uitgenodigd om een onderwerp van de lijst te kiezen en zo te participeren in het onderzoek van uw begeleider. Hierbij dienen echter de volgende kanttekeningen te worden gemaakt. De lijst met onderwerpen is nooit volledig, want nooit helemaal up to date. Het feit dat u een onderwerp van de lijst kiest, vormt geen garantie dat u over dat onderwerp een scriptie kunt schrijven; met name bij een te grote toeloop op één onderwerp kan de scriptiecoördinator u verzoeken uw keuze te herzien. Bovendien geldt dat nagenoeg alle onderwerpen van de lijst nog verdere afbakening en precisering behoeven; u dient dan dus nog zelf een invalshoek te kiezen en het onderwerp af te bakenen door middel van het formuleren van vraagpunten en een concrete probleemstelling. Overigens geldt dat studenten ook zelf een onderwerp kunnen aandragen. Wel gelden enige randvoorwaarden, die hierna geschetst worden. Voldoende civielrechtelijk van aard Het onderwerp van de masterscriptie dient voldoende civielrechtelijk van aard te zijn om daarop in de richting civiel recht te kunnen afstuderen. Of dit het geval is, is ter beoordeling aan de scriptiecoördinator. Civielrechtelijk afstuderen is natuurlijk mogelijk met een civielrechtelijk onderwerp op het gebied van het vermogensrecht, burgerlijk procesrecht of internationaal privaatrecht. U kunt echter ook een onderwerp kiezen op andere bepaalde rechtsgebieden, mits het scriptieonderwerp maar voldoende civielrechtelijk van aard is. Denk bijvoorbeeld eens aan: * Recht en ICT * Intellectuele Eigendom * Bank- en effectenrecht * Gezondheidsrecht Afwijkende bepalingen voor scripties over intellectueel eigendomsrecht Het is alleen mogelijk een scriptie te schrijven op de hoofdgebieden van de intellectuele eigendom, te weten het merkenrecht, het auteursrecht of het octrooirecht, als het daarmee overeenstemmende mastervak is gevolgd, of als de kandidaat kan aantonen dat hij/zij zich door het volgen van het privatissimum IE of van een vak aan een andere universiteit in binnen- of buitenland of op een andere manier al een grondige kennis van het betreffende rechtsgebied eigen heeft gemaakt. Op deze regel kunnen uitzonderingen worden gemaakt als de kandidaat een zeer goed voorstel heeft en gemotiveerd kan aantonen dat hij/zij het schrijven van een scriptie over het betreffende onderwerp vermoedelijk tot een goed einde kan brengen. Voor meer informatie over mogelijke scriptieonderwerpen op deze gebieden kunt u contact opnemen met de scriptiecoördinator van de betreffende afdeling. Afwijkende bepalingen voor scripties over arbeidsrecht Op 1 september 2014 is de Leidse arbeidsrechtelijke Master van start gegaan. De afdeling heeft daarom geen ruimte om studenten die de civiele Master volgen te begeleiden bij het schrijven van een scriptie. Wij nemen om die reden geen nieuwe scriptievoorstellen van 5
deze studenten in behandeling. Degenen die al een begin hebben gemaakt met hun scriptie, mogen die uiteraard afmaken. Studenten die in het academisch jaar 2013-2014 binnen de civiele Master voor het arbeidsrechtelijk accent hebben gekozen, kunnen dat accent afronden met het schrijven van een scriptie. In de communicatie met de scriptie-coördinator graag duidelijk aangeven dat je het accent hebt gedaan. Rechtsvergelijking Elke civielrechtelijke scriptie dient een rechtsvergelijkende component te bevatten. U mag zich daarbij tot één buitenlands rechtsstelsel beperken of kiezen voor een bespreking van Europees of Internationaal recht. Uitgangspunt is dat deze component tenminste 10% van de scriptie uitmaakt. In de regel zal het rechtsvergelijkend deel het beste aldus opgezet kunnen worden, dat in één afzonderlijk hoofdstuk een overzicht gegeven wordt van het vreemde of Europese recht. Een enkele beschrijving van het vreemde recht is echter niet voldoende. Vervolgens dient u te komen tot een vergelijking van dit vreemde recht met het Nederlandse. Niet elk onderwerp leent zich voor een dergelijke benadering. Wanneer dit niet het geval is, dient u met uw begeleider over een andere aanpak te overleggen. 6
Afwijkende bepalingen voor scripties over internationaal privaatrecht (IPR) Voor scripties over internationaal privaatrecht (IPR) geldt, deels in afwijking van het voorgaande, ook nog het volgende. (i) Voldoende voorkennis: van de student die een masterscriptie over internationaal privaatrecht wenst te schrijven, wordt verwacht dat hij/zij over voldoende voorkennis van dat vakgebied beschikt, bijvoorbeeld doordat de student het mastervak Internationaal Privaatrecht (in de master Rechtsgeleerdheid of Notarieel) met goed gevolg heeft afgerond, of doordat de student dit vak in het desbetreffende semester daadwerkelijk volgt. (ii) Deadline voor afstuderen in augustus: om eind augustus te kunnen afstuderen dient de probleemstelling uiterlijk 1 april te zijn goedgekeurd (voor studenten die nog geen mastervak Internationaal Privaatrecht hebben behaald maar die dit vak in het desbetreffende semester in de master Notarieel volgen, geldt dat probleemstelling vóór 1 mei moet zijn goedgekeurd), en dient de scriptie in eindversie vóór 8 juni te zijn ingeleverd. (iii) Rechtsvergelijking: neem met uw begeleider contact op over het vereiste dat de scriptie een rechtsvergelijkende component dient te bevatten. Voor sommige IPR-onderwerpen ligt rechtsvergelijking namelijk minder voor de hand. Dat neemt niet weg dat ook buitenlandse literatuur in het onderzoek moet worden betrokken. 7