Reviewdocument Programmaplan Naar een Rijke Waddenzee 2015-2018 Morfologie, water en randen voor het Rijke Wad Versie tafels_15.02.11 0. Inleiding In 2010 stelden de samenwerkende partners van het Programma naar een Rijke Waddenzee een streefbeeld voor 2030 op. Met de ogen dicht, zien de mensen in 2030 een uniek landschap, dat ademt op het ritme van eb en vloed: Mensen laten zich verrassen door het afwisselende landschap bestaand uit geulen, zandplaten, mosselbanken, slikwad, kwelders, witte stranden en duinen. Juist door de dynamiek van wind, zand en getijden is een wonderlijk gevarieerde natuur ontstaan. Zeldzame plant- en diersoorten weten zich te handhaven op de grens van land en water, in een gebied waar zoet en zout water elkaar ontmoeten. Het belang van de Waddennatuur is daarmee nauwelijks te onderschatten Als ecologische piketpalen formuleert het streefbeeld Rijke Waddenzee 2030 Het programmaplan beschreef in 2010 vijf ecologische piketpalen, niet als einddoel, maar als een baken voor gezamenlijke aanpak en dialoog voor het werken aan een Rijke Zee. Voedselweb in evenwicht Grootschalige aanwezigheid van biobouwers Schoon en helder(genoeg) water De Waddenzee als veilige plek Optimaal ingebed in de internationale keten Dit reviewdocument gaat over de piketpalen Schoon en helder(genoeg) water en de Waddenzee als veilige plek. De afgelopen jaren zijn deze thema s organisatorisch opgepakt vanuit de twee clusters Morfologie en water en De randen van het natte wad. Aangezien de onderwerpen van deze clusters steeds meer zijn gaan overlappen, is ervoor gekozen de thema s in dit document en aan de reviewtafel als samenhangend geheel te benaderen: Morfologie, water en randen. Opzet van dit document en leeswijzer: 1. Uit het Streefbeeld 2030 2. De gevolgde strategieën in de periode 2010-2014 3. Uitgevoerde acties 4. Conclusies en beoogde effecten 5. Voorstel voor vervolg 6. Wat willen we tenminste achterlaten in 2018 1
I. Uit het streefbeeld 2030 Over Morfologie en water werd in 2010 het volgende streefbeeld voor 2030 geformuleerd: Het water van de Waddenzee is zo helder dat in de waterkolom en op de wadbodem het lichtklimaat optimaal is voor de groei van respectievelijk phytoplankton en phytobenthos en dat er nergens zuurstoftekorten optreden. Door innovaties in de scheepvaart zijn minder diepe vaargeulen nodig. De bodemberoering, bijvoorbeeld door de visserij, is verder beperkt. Het water bevat bovendien minder chemische stoffen en nutriënten, waardoor ook minder algen in het water zweven. Schoon en helder (genoeg) water is de basis voor een rijke Waddenzee. Helder water vangt voldoende licht en heeft voldoende zuurstof. Algen, schelpdierbanken en zeegrasvelden krijgen de kans om te herstellen en te groeien. Voorwaarde is dat de bodem met rust wordt gelaten. Voor de Randen van het Wad is vooral piketpaal De Waddenzee als veilige plek het meest relevant. Hierover staat in het streefbeeld: Het behoud van veiligheid en het vergroten van natuurwaarden gaan hand in hand. Bijvoorbeeld door brede stranden, dynamisch kustbeheer in de duingebieden, brede en natuurvriendelijke waterverdedigingszones rond de zeedijken en herstel van natuurlijke zoet-zoutovergangen. De randen van het wad worden gekenmerkt door geleidelijke overgangen en het huidige areaal kweldergebied blijft behouden, maar wel met een regelmatige verjongingscyclus (meer dynamiek). Hierdoor krijgen de natuurlijke processen meer de ruimte, maar kan ook de Waddenzee meer slib invangen. Gevolg is dat het natte wad geleidelijk ophoogt als de zeespiegel stijgt. Zo blijft de Waddenzee een buffer voor het vaste land en een onmisbare schakel in het leven van wadvogels, ook bij klimaatverandering. I. De gevolgde strategieën in de periode 2010-2014 Vertrekkend vanuit het streefbeeld en op basis van de bouwstenen is het programmaplan Naar een Rijke Waddenzee (PRW) 2010-2014 opgebouwd. Vanuit de ontwikkelrichtingen in dit programmaplan zijn vervolgens strategieën uitgezet voor de periode van 2010-2014 (beschreven in document Vissen in Overvloed). Vanzelfsprekend kunnen de strategieën vanuit de verschillende ontwikkelrichtingen niet los van elkaar worden gezien, maar voor het bespreken ervan knippen we ze even los van elkaar. Het programmateam heeft in 2010 het streefbeeld en de abstracte ontwikkeltrajecten uitgewerkt tot meer concrete strategieën voor de periode 2010-2014. De hoofdlijn onder de strategieën voor morfologie en water richtte zich afgelopen jaren op het realiseren van voldoende schoon en helder water door: - Verbeteren communicatie en afstemming over sediment slibhuishouding Waddenzee en de ecologische betekenis daarvan. - Verminderen van onnatuurlijke slibbelasting via duurzame bereikbaarheid. - Aanjagen van ecologische verbetering van het Eems Estuarium door het ondersteunen van partijen daarin. 2
Voor Morfologie en water waren er zeven strategieën: Strategie 1: Pilot Ameland Bereikbaar Strategie 2: Innovatie Havens Strategie 3: Dialoog en kennis rond de Zandmotor Strategie 4: Ontwikkelen ecologisch streefbeeld Eems Estuarium Strategie 5: Verbetering kennis slibhuishouding Strategie 6: Dialoog anders varen en baggeren recreatie Strategie 7: Ontwikkeling ecologisch protocol calamiteiten Voor de Waddenzee als veilige plek, zijn er, vanuit het cluster De randen van het natte wad zes strategieën ingezet die gezamenlijk zijn gericht op het meer geleidelijk laten verlopen van de huidige harde overgangen tussen zoet en zout water, tussen kade en zee. Dit zijn (voor een goed overzicht doorgenummerd): Strategie 8: Aanjagen dynamisch kustbeheer Strategie 9: Verkenning pilots verzachten harde dijken Strategie 10: Verbetering spui Lauwersmeer, Harlingen, WW Aa en andere locaties Strategie 11: Ontwikkelen natuurambitie Afsluitdijk Strategie 12: Verbetering spui Afsluitdijk Strategie 13: Herstel zoet-zout-verbindingen en ontwikkeling kwelders II. De uitgevoerde acties Hieronder is per strategielijn kort een stand van zaken voor de periode 2010-2014 weergegeven: Strategie 1: Pilot Ameland bereikbaar Achtergrond Schippers varen in de Waddenzee in water van wisselende (on)diepte, door geulen die regelmatig dichtslibben. Om de vaarroute naar Ameland bevaarbaar te houden voor de huidige veerboten moet in toenemende mate worden gebaggerd, met name in het zuidelijke deel van de vaargeul. De toenemende effecten van het baggeren belasten de natuurwaarden van de Waddenzee. Vanuit dit gegeven wil het Programma Naar een rijke Waddenzee (PRW) een pilot 'Ameland natuurlijk bereikbaar' uitvoeren. Voor de invulling van de pilot denkt het PRW vooral aan anders varen en anders baggeren. Door de meeste betrokkenen wordt vooral de vertraging van de veerboot als kern van het probleem aangemerkt. Specifieke stakeholders zien ook problemen rondom de hoge kosten en toenemende complexiteit van het baggeren en de afnemende ecologische waarde van de Waddenzee. Doelstellingen Uitgangspunt is dat de bereikbaarheid van Ameland niet ter discussie staat. Daarmee is de centrale doelstelling: het bereikbaar houden van Ameland zodanig dat het ecosysteem van de Waddenzee minder wordt belast. Concreet zal er gezocht worden naar de mogelijkheden om op de veerverbinding Holwerd-Ameland duurzame mobiliteit tot stand te brengen. 3
Acties Programma Naar een Rijke Waddenzee in de periode 2010-2014 In 2011 is een voorverkenning uitgevoerd door PRW om de haalbaarheid en mogelijke invulling van een pilot te onderzoeken. Hier volgde een positieve aanbeveling uit om een pilot te starten (voor inhoudelijke samenvatting zie conclusies en effecten in grijze blok op volgende pagina). Vervolgens heeft de focus gelegen op het creëren van draagvlak en het realiseren van funding. In dat stadium was er nog geen bestuurlijk draagvlak om het traject verder op te pakken. Inmiddels is in het kader van de Samenwerkingsagenda beheer het Open Planproces Holwerd- Ameland benoemd en aan de Tweede Kamer gemeld. Vanuit de gemeente Ameland is samen met RWS het initiatief genomen om dit op te pakken i.s.m. PRW. Nu, begin 2015, staat het onderwerp weer vol op de agenda en worden afspraken gemaakt om het Open planproces Holwerd-Ameland, zoals geagendeerd in de Samenwerkingsagenda op te pakken. In het AO Wadden/Noordzee van 4 februari jl. zijn hier toezeggingen over gedaan om voor 1 mei meer duidelijkheid te geven. Conclusies en effecten voorverkenning Conclusies uit de voorverkenning: - Bevestiging van het probleem: er moet inderdaad in toenemende mate worden gebaggerd en dit heeft nadelige consequenties voor de natuur - Inzicht dat betrokken partijen graag willen bijdragen aan een duurzamere veerverbinding. Zij hebben een breed scala aan ideeën hoe dat vormgegeven zou kunnen worden - Constatering dat het om een complex vraagstuk gaat dat niet eenvoudig is aan te pakken. De inhoudelijk aspecten zijn zeer divers, de onderlinge verbanden en relaties van de verschillende ketenonderdelen zijn legio, korte en lange termijnaspecten spelen door elkaar heen, de natuur is lastig naar de hand te zetten en wat vandaag niet mogelijk is kan morgen misschien wel. Strategie 2: Innovatie havens Achtergrond Havens beïnvloeden hun omgeving, via hun vorm en via de manier waarop zij het sediment dat in de havens neerslaat weer in omloop brengen. Havens kunnen gezien worden als bekkens waarin, via het getij en door de uitwatering van zoet water, behoorlijke hoeveelheden sediment neerslaan. De havenbedrijven houden de havens op diepte door dit sediment terug te brengen naar de Waddenzee, via verschillende baggertechnieken. De vraag is hoe de havenbedrijven het baggerbezwaar en/of de ecologische effecten kunnen verminderen. Doelstellingen De strategie innovatie havens is voortgekomen uit het ontwikkeltraject: Natuurlijk bereikbaar: innovatie in transport & baggeren waarin gestreefd wordt naar zoveel mogelijk beperken van onnatuurlijke slibbelasting in het Waddenecosysteem als gevolg van baggeren en transport. De ontwikkeling is gelijk op gegaan met innovaties in de Eemsregio. Acties Programma Naar een Rijke Waddenzee in de periode 2010-2014 Het belangrijkste wapenfeit is de ontwikkeling van een meerjarig programma: Building with Nature Samenwerkende Waddenzeehavens. Dit is ontwikkeld door een groot aantal partijen gebundeld in de Samenwerkende havens, de Stichting Ecoshape en het Programma Naar een Rijke Waddenzee. Dit programma werkt vanuit de volgende uitgangspunten: Havenontwikkeling en natuurontwikkeling gaan hand in hand; Baggeren speelt in op de slibhuishouding Waddenzee. 4
Daarnaast is ook voor de kleine jachthavens (Ameland, Schier, Terschelling, Noordpolderzijl) in opdracht van Secretariaat Waddeneilanden (Fryslân) een verkenning gestart naar mogelijkheden voor vermindering van baggerbezwaar en natuurherstel. Conclusies en effecten Het programma: Building with Nature is nagenoeg klaar. Voor enkele projecten zijn inmiddels afspraken gemaakt over de uitvoering. Het programma bevat onder andere: proef kwelderaanleg Delfzijl en verwijdering van de griesberg (Marconi) zoet-zout overgang Pier van Oterdum (vervolg op Marconi) reductie baggerbezwaar havens Delfzijl en Harlingen; bij Harlingen in relatie tot slibmotor Roptazijl (Harlingen-Franekeradeel) verkenning havenuitbreiding en natuurontwikkeling Den Helder (Balgzandkanaal, Amstelmeer). Strategie 3: Dialoog en kennis rond zandmotor Achtergrond Bij regulier kustonderhoud wordt eens in de vijf jaar zand gestort. Door deze hoge frequentie kan er geen stabiel ecosysteem ontstaan. De zandmotor is een innovatieve vorm van zandsuppletie voor de kust. Doel is om ruimte voor natuur en recreatie te creëren, maar ook de benodigde kustveiligheid te realiseren op langere termijn. Dit gebeurt door gebruik te maken van natuurlijk zandtransport door wind en water voor een periode van twintig jaar, in plaats van door periodiek vooroever- of strandsuppleties van iedere drie tot vijf jaar. Dat is zowel meer kosteneffectief als minder ingrijpend voor het bodemleven langs de kust. Wel is het van belang goed te monitoren wat de effecten zijn. Acties Programma Naar een Rijke Waddenzee in de periode 2010-2014 Er is zeer beperkt voortgang geboekt op dit thema, met voornaamste reden dat men eerst wilde wachten op de resultaten van de zandmotor van het Delta programma (voor de kust van Ter Heijde) Strategie 4: Ontwikkelen ecologisch streefbeeld Eems Estuarium Achtergrond De Eems, die stroomt in het grensgebied van Duitsland en Nederland, vormt samen met de Dollard het laatste estuarium in de Nederlandse Waddenregio. In de Eems spelen problemen rond troebelheid (afname fytoplankton, zuurstofgebrek) als gevolg van getijde-asymmetrie, de emissies van contaminanten (met als gevolg achteruitgang van soorten en onevenwichtigheid in de voedselketen) en het gebrek aan dynamiek als gevolg van kanalisering, inpoldering etc (afname kwelders, zoet-zout overgangen etc.). De natuur in de Eems-Dollard staat dus onder druk. Tegelijkertijd vinden er grootschalige ontwikkelingen plaats in de Eemshaven met de komst van energiecentrales, de plannen voor de vestiging van een LNG-terminal en de ontwikkelingen aan Duitse zijde. Zowel aan Nederlandse als aan Duitse zijde zijn stappen voor ecologische verbetering afgesproken in deelconvenanten (Economie en Ecologie in Balans, Masterplan Eems 2050 e.d.). Doelstellingen De meerwaarde van het Programma Naar een rijke Waddenzee is in 2010 gedefinieerd als het bij elkaar brengen van de verschillende initiatieven op het grensvlak economie en natuur. Er dient gezocht te worden naar een slimme wijze van bundeling en ondersteuning van de verschillende 5
trajecten waarbij Duitse betrokkenheid een randvoorwaarde is. Het eindplaatje is een gezamenlijke bilaterale lange termijnvisie voor het gebied. Dit om zeker te stellen dat er van de Eems weer een gezond, levend estuarium gemaakt kan worden, terwijl er tegelijkertijd duurzame economische ontwikkeling van de Eemshaven en Delfzijl en aan de Duitse zijde plaatsvindt. Voor ecologische verbetering van het Eems-estuarium is, zo was de verwachting in 2010, een lange adem nodig. Dat vraagt om een goede balans tussen maatregelen die de oorzaken van het probleem aanpakken (echte oplossingen) en maatregelen die direct resultaat laten zien (zichtbaarheid). Acties Programma Naar een Rijke Waddenzee in de periode 2010-2014 Op verschillende vlakken is voortgang geboekt: Verbeteren leefgebieden: lopend initiatief, geleid door E&E in Balans Conferentie 'Slim met slib' met als resultaat gedeelde onderzoeksvragen. Bewustwording over kwetsbaarheid van ondiepe estuaria, zoals Eems. Werken aan systeemherstel: ontwikkeling van kennis- en koersdocument Eems Estuarium, die hun rol hebben gehad in andere trajecten, zoals het programma E&E in Balans, de ontwikkelvisie Eemsdelta en die nu een basis vormen voor het MIRT-onderzoek. Het IMP zal zicht moeten bieden op kansrijkheid van afspraken met Duitsland. Conclusies en effecten De voortgang kan door twee brillen worden bezien. Positief gezien zijn er de afgelopen jaren beleidsmatig prima stappen gezet. Er is een aanzienlijke slag gemaakt in gecoördineerd onderzoek, de KRW en IMP-trajecten schrijden voort en er vindt een MIRT-onderzoek plaats. Vanuit E&E in Balans worden projecten en pilots opgestart in de randen van het wad. Toch staat dit gebied nog voor een grote opgave. De ogen zijn gericht op de uitkomsten van het IMPtraject begin 2015 als serieus signaal en stevige stap voor Duits-Nederlandse samenwerking op dit gebied. En als vervolg daarop inbedding in verdere bestuurlijke besluitvorming aan NL-zijde via aanwijzing Natura 2000 habitatrichtlijn en MIRT Onderzoek. Er wordt een spanning gevoeld tussen haalbaar en betaalbaar en het streefbeeld. Alleen een ecologische benadering lijkt onvoldoende. Strategie 5: Verbetering kennis slibhuishouding In 2010 heeft RWS samen met PRW de conferentie Helder over slib georganiseerd. Deze werd gevolgd door een position paper in 2011 door betrokken partijen en Deltares. Dit resulteerde in meer gezamenlijke regie op de kennisontwikkeling over slib en de formulering van een aantal onderzoeksvragen. In 2015 worden de resultaten van de KRW verkenning slibhuishouding Eems- Dollard gepresenteerd. Daarnaast wordt gewerkt aan de slibverkenning Waddenzee. Strategie 6: Dialoog anders varen en baggeren recreatie Op verschillende plaatsen is in de periode 2010-2014 de dialoog gestart over anders varen en recreatie in relatie tot baggeren. Enkele voorbeelden: Inspiratie en kansenkaarten Eems-Dollard agenderen ideeën voor minder baggeren In 2013 is, als vervolg op het convenant Vaarrecreatie Waddenzee, het actieplan Vaarrecreatie Waddenzee 2014-2018 vastgesteld door de drie provincies. In november 2014 is een dialoog kleine jachthavens gehouden, waar mogelijkheden zijn verkend voor nauwere samenwerking van jachthavens, innovatief baggeren en relatie van recreatie en natuur. De Duitse en Nederlandse NGO s bereiden een Interreg-project Welvaart voor. Deze acties overlappen met strategie 2. 6
Strategie 7: Ontwikkeling ecologisch protocol calamiteiten In 2012 is er hard gewerkt aan een blinde vlek van het beheer van de Waddenzee: oliebestrijding. Op dit moment is het Waddenzeegebied niet optimaal voorbereid op een olieramp. Het opruimen wordt bemoeilijkt door de specifieke eigenschappen van de Waddenzee, zoals de getijdenwerking, de kwelders en de ondiepten. De kans op een olieramp is weliswaar klein, maar door het toenemende scheepvaartverkeer en de in 2012 geopende olieterminal bij Eemshaven groeien de zorgen over een mogelijk incident dat van grote invloed kan zijn op de natuurwaarden van de Waddenzee. Op initiatief van de Waddenvereniging en Rijkswaterstaat heeft PRW daarom met deze organisaties een Ecologisch Spoorboekje Waddenzee ontwikkeld. Dit moet beheerders bij een olieramp helpen om de juiste beslissingen te nemen in dit kostbare Werelderfgoed-gebied. De definitieve versie is begin 2013 openbaar gemaakt. De vervolgacties, praktische beheerafspraken om samen klaar te zijn voor het geval dat, zijn ten dele geëffectueerd. De volgende zes strategieën waren ingezet voor de Randen van het Natte wad. Een terugblik: Strategie 8: Aanjagen dynamisch kustbeheer Dynamisch kustbeheer op de eilanden is met terughoudendheid opgepakt. PRW heeft een verkenning uitgevoerd naar het draagvlak voor dynamisch kustbeheer op de eilanden. Er bleek geen draagvlak aanwezig te zijn voor dynamisch kustbeheer vanuit een natuurinvalshoek, wel vanuit veiligheid. Vanuit het Deltaprogramma Waddengebied is met de eilanden gestart met de veiligheidsbenadering. PRW heeft besloten hier aan mee te doen, en heeft aangestuurd op een interactief traject via gespreksrondes op de eilanden. Hiermee is er meer betrokkenheid ontstaan op de eilanden bij het thema veiligheid en de rol van zandsuppleties daarbij. Het Deltaprogramma Wadden is afgerond met een aantal vragen voor de komende jaren. Bijvoorbeeld, hoe ontwikkelen de buitendelta s zich? Voor de invulling van de ecologische component daarbij wordt naar PRW gekeken. Referentiegebieden als de Rottums of delen van de duinen van de eilanden leveren nieuwe inzichten op voor de balans veiligheid biodiversiteit. Concrete projecten worden momenteel voorbereid op Ameland en Schiermonnikoog. Strategie 9: Verkennen pilots verzachten harde dijken PRW was actief bij verkenning van de Groene Dollarddijk en bij de gebiedsontwikkeling Harlingen- Zürich. Daarnaast is zij nauw betrokken bij de Project Overstijgende Verkenning (POV) van de Waddenzeedijken van drie waterschappen voor het nieuw Hoogwater Beschermings Programma. Dit is in feite het implementatietraject voor het Deltaprogramma Waddengebied. PRW heeft aan het POV-team 7 concepten voor zowel versterking als verbetering van natuur- en recreatiekansen van dijkzones aangereikt. Alle 7 zijn geaccepteerd en momenteel wordt gewerkt aan het opzetten van projectpilots voor deze concepten. Vooruitlopend daarop heeft PRW It Fryske Gea en Ecoshape ondersteund bij de ontwikkeling van het Slibmotor Roptazijl project. Ook heeft PRW de gemeente Texel ondersteund om samen met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier de technische en juridische haalbaarheid van ecologisch vriendelijke varianten voor de Prins-Hendrik dijk op Texel te onderzoeken. De uitwerking laat zien dat veiligheid en een meer natuurlijke inrichting prima samengaan, maar ook dat er nog verschillende vragen zijn ten aanzien van de kosten voor toekomstig onderhoud vanwege het innovatieve karakter. De uitvoering van dit project is weer overgelaten aan andere partijen. In dezelfde lijn is het project Fuegelpolle voor de kust van Ameland door PRW ondersteund. 7
Strategie 10: Verbetering spui Afsluitdijk, Lauwersmeer, Harlingen, Westerwoldse Aa en andere locaties Samen met het Deltaprogramma IJsselmeer en Waddengebied is de bestaande kennis over de ecologische effecten van het spuien van zoetwater op de Waddenzee in beeld gebracht. Kansen voor verbetering zijn er bij de havens (o.a. Harlingen, Delfzijl) en bij het Lauwersmeer. Een verkenning naar kansen van een open verbinding van de Westerwoldse Aa naar de Dollard leverde het beeld op dat hier de natuurwinst gering is tegen erg hoge kosten, zolang het ecosysteem van het estuarium niet op orde is (te hoge sliblast). Op de overige locaties is ecologisch spuien nog steeds in ontwikkeling. Strategie 11: Ontwikkelen natuurambitie Afsluitdijk De vismigratierivier in de Afsluitdijk kan wel gezien worden als één van de belangrijkste interventies waar PRW haar rol heeft vervuld. Voor de Rijksplannen voor de versterking van de Afsluitdijk heeft PRW samen met natuurorganisaties en regionale overheden, op verzoek van het Ministerie van I&M, een natuurambitie opgesteld. Dit heeft geresulteerd in een besluit over de uitvoering van de Vismigratierivier. PRW laat dit project nu gaandeweg los. Focus is nu op de realisatie van de overige natuurambities op en aan de Afsluitdijk. Strategie 12: Herstel zoet-zoutverbindingen en ontwikkeling kwelders Op tal van terreinen vervulde PRW een aanjagende of faciliterende rol bij verkenningen en start van pilots voor ontwikkeling van kwelders en van zoet-zoutverbindingen. Het gaat om: - ontwikkeling kwelders (bespreken bij verzachten harde randen) - brakwaterzones/vispassages Concrete voorbeelden van innovatie zijn de conceptontwikkeling van een breed toepasbaar monitoringplan bij gemaal Vijfhuizen, en de Spijksterpolder. Inzet is dat overal waar sprake is van brakke overgangszones de monitoring op een vergelijkbare wijze wordt uitgevoerd. Een plan om een grote vispassage door de Kop van Noord-Holland te realiseren wordt momenteel voorbereid. In aanvulling op het project van de waterschappen Ruim baan voor Vis heeft PRW gewerkt aan het plan Zeeforel dat de doortrek organiseert vanuit de Waddenzee, via het Lauwersmeer tot in de beekjes van Drenthe. Strategie 13: Hoogwatervluchtplaatsen en Broedplaatsen (N.B.: deze strategie is eind 2012 toegevoegd aan cluster Randen van het Wad) Naast kwelders, zoet-zoutovergangen en brakke zones zijn hoogwatervluchtplaatsen en broedplaatsen op of rond de dijkzone een vorm waarmee de randen van het wad vanuit ecologisch opzicht kunnen worden verbeterd. PRW heeft een verkenning laten doen naar locaties waar vanuit ecologisch opzicht een tekort aan geschikte hoogwatervluchtplaatsen of broedplaatsen is. Voor diverse soorten vogels is in een aantal regio s een tekort aan predatorvrije broedplaatsen gevonden, waaronder bij de kop van Noord-Holland, langs de Afsluitdijk, in Noord Friesland, in het Eemshavengebied en de in westelijke Dollard. In het gebied tussen Harlingen en Zwarte Haan zijn kansen voor versterking van de hoogwatervluchtplaats-ruimte gevonden. De resultaten van de verkenning zijn en worden gebruikt voor de ontwikkeling van diverse uitvoeringsprojecten, ook door andere partijen. 8
III. Conclusies en beoogde effecten In de evaluatie van het PRW, uitgevoerd door Andersson Elffers Felix worden de strategische lijnen beoordeeld op hun progressie in de beleidscyclus en hun bijdrage aan het bereiken van het streefbeeld. Vorderingen in de beleidscyclus, vorderingen op papier, potentie in bijdrage aan het bereiken van het streefbeeld is niet hetzelfde als daadwerkelijk natuurherstel waarnemen in de Waddenzee. Dat vraagt geduld, van alle partijen. Maar naast geduld vraagt dat ook om actie. Programma Naar een Rijke Waddenzee zet in de periode 2015-2018 stevig door op een aantal bestaande strategieën voor morfologie, water en de randen van het wad, een aantal anderen zal een koerswijziging ondergaan. Op hoofdlijnen kan gesteld worden dat het cluster morfologie en water in de periode 2010-2014 vooral voortgang heeft geboekt op gebieden van initiatiefbevordering, idee-ontwikkeling, onderzoek en verkenningen. Er lopen op dit moment veel onderzoeks- en bestuurlijke trajecten. Daadwerkelijke uitvoeringsmaatregelen zijn nog niet aanwezig. Wel initiatieven op gebied van slib. Het cluster randen van het wad leverde concretere resultaten op. Er stonden begin 2010 al een aantal kwelderopgaven op stapel, er was over deze kweldergebieden al relatief veel kennis beschikbaar zodat er doorgepakt kon worden. De spelregel leren door doen kwam hierdoor voor dit cluster vol tot zijn recht. Daarnaast deed zich, met de nieuwe plannen voor de Afsluitdijk, een geweldige kans voor de Vismigratierivier voor, waar het PRW met volle overtuiging is ingestapt en een actieve rol heeft 9
vervuld. Deze verbinding is één van de belangrijkste knoppen om aan te draaien als het gaat om het realiseren van een Rijke Waddenzee (én IJsselmeer). De samenwerking met de Waterschappen, die vanuit de Hoogwaterbeschermingsprogramma s vol aan het roer staan in de dijkzone, is de afgelopen jaren dusdanig geïntensiveerd dat dit ook de komende jaren tot vruchtbare samenwerking kan leiden. Alleen op het gebied van dynamisch kustbeheer bleven de inspanningen - bewust - achter. De opgave voor de komende jaren is de vertaling van ideeën en onderzoeken op gebied van morfologie en wateropgaven naar voorstellen, besluiten en uitvoeringsprojecten. Dit is de omslag van eerst leren, dan doen, naar leren door doen. Pilots in de randen van het Wad kunnen worden verbreed, waarbij nieuwe kennis en invalshoeken over leefgebieden voor vogels en vispassages worden meegenomen. IV. Voorstel voor vervolg Voor de thema s morfologie, water en randen van het wad wil het programma ook in 2015-2018 de koers doorzetten in de richting van het streefbeeld: schoon en helder(genoeg) water en de Waddenzee als veilige plek. Dat betekent inzetten op een strategie voor klimaat(veiligheid) en zandtoevoer, aandacht voor de (ecologische betekenis van de) geulen van het wad en voortzetten van de strategie van zachte overgangen tussen vaste wal en natte wad. Meer kennis is nodig over de sedimenthuishouding. De verduurzaming van havens en scheepvaart wordt ingezet en als speciale gebiedsaanpak is opnieuw veel aandacht nodig voor het Eems-Estuarium, waarbij de rolinvulling aandacht behoeft. Dit leidt tot de volgende zes strategieën: Strategie 1: Klimaat en slimme zand- en slibtoevoer Strategie 2: De geulen van het Wad Strategie 3: Zachte overgangen tussen vast wal en natte wad Strategie 4: Kennis van sedimenthuishouding voor veiligheid en biodiversiteit Strategie 5: Verduurzaming havens, havenomgeving en scheepvaart Strategie 6: Eems-Dollard-Estuarium Strategie 1: Klimaat(veiligheid) en slimme zand- en slibtoevoer Na overleg op de eilanden is besloten om de term 'dynamisch kustbeheer' niet meer te gebruiken: het roept teveel negatieve associaties op. Voortaan wordt gesproken van natuurlijke ophoging van de eilanden, in combinatie met natuurbeheer. Dit onderwerp wordt, wordt in samenspraak met de betrokkenen gedoseerd voortgezet waarbij draagvlak en inhoudelijke invulling gelijk opgaan. Concrete acties in 2015-2018: Plannen ontwikkelen voor demonstratieprojecten op Schiermonnikoog en Ameland. Hierbij vraaggestuurd, vanuit de eilanderbelevingswereld, werken. Het OBN-onderzoek Eilandstaarten is reeds uitgevoerd. De vervolgstap hiervan is om de kennis die hierin is opgedaan te verspreiden. Benutten van leerervaringen van de Rottums en andere eilanden. Als we nog iets verder naar de toekomst kijken, dan hebben we 2025 de situatie bereikt dat mensen zich realiseren dat een stuifdijk of kwelder-zomerdijk een kunstmatig object is en dat er andere en betere oplossingen zijn voor veiligheid en natuur. Dynamiek aan de Noordzeezone wordt onderdeel van de identiteit van de eilanden. Mede op basis van duidelijke voorbeelden. Het PRW heeft in 2015-2018 een agenderende en initiërende rol bij bovenstaande acties. Zij zal het proces begeleiden bij de verkenning van de demonstratieprojecten. Er ligt hierbij uiteraard een essentiële rol bij RWS in het borgen van de veiligheid van de eilanden. 10
Strategie 2: De geulen van het Wad Een nieuwe route voor 2015-2018 Verkenning geulmanagement. Gezien de toegenomen bewustwording over en kennis van sedimenthuishouding (aanvoer van zand en slib door zee), lijkt het tijd om deze kennis over sedimenthuishouding ook toe te gaan passen als het over bereikbaarheid, veiligheid en natuur gaat. Geulmanagement omvat twee elementen: het beheer van vaargeulen en de bedreiging die natuurlijke geulen kunnen vormen voor dijkfundamenten. De locatie waar de verkenning in relatie tot het dijkfundament waarschijnlijk gaat beginnen is het Vierhuizergat (boven het Lauwersmeergebied). Pilot vaargeulmanagement. Met betrekking tot vaargeulen en volgend op de adviezen uit de voorverkenning uitgevoerd om de haalbaarheid en mogelijke invulling van een pilot te onderzoeken, zal gestart worden met een pilot van vaargeulmanagement: o Prioriteit ligt bij Ameland - Holwerd. Organisatie/samenwerking in een planproces voor het anders inrichten van deze verbinding, waarbij alle opties nog open zijn, in opdracht van Ameland en RWS o Ook van belang: natuurlijke bereikbaarheid van een Jachthaven, inmiddels is afgesproken dat PRW de volgende verkenning over de haalbaarheid van een spoelmeer bij Noordpolderzijl, met kansen voor natuur en lokale economie, oppakt. Strategie 3: Zachte overgangen tussen vaste wal en natte wad De hoofdlijnen in deze strategie zijn: a. Verkenning pilots verzachting harde dijken b. Verbetering zoet-zout gradiënten langs de kust c. Verbetering huidige en ontwikkeling nieuwe kwelders en broedgebieden d. Ontwikkelen (aanvullende) natuurambitie Afsluitdijk e. Nieuwe strategie voor zilte vitaliteit achter de dijken f. Swimway (opnemen in Voedselweb) 3a. Verkenning pilots verzachting harde dijken In een voortraject is vanuit PRW meegedacht aan dubbele dijk en Eems-Dollard Dijk en heeft zij haar kennis in gebracht in de voorbereiding van de pilots van het POV. Voor de komende jaren kan PRW: Twee van de zeven pilots uitvoeren die in het kader van de uitwerking van de POV Waddenzeedijken worden uitgevoerd: - De veiligheidsfunctie van voorland (beoogde pilotlocatie Koehoal) - Geulmanagement als strategie om veiligheid van dijken te verbeteren (beoogde locatie Vierhuizergat) Voor de andere pilots is zij adviseur, verbinder en klankbord. Hierdoor komen ook initiatieven als de Groene dijk, Wisselpolder en Dubbele dijk verder, mede aan de hand van concrete voorbeeldprojecten. Leerervaringen van de Pilot Prins-Hendrik Dijk Texel kunnen worden benut en worden uitgedragen. Succesfactoren waren bijvoorbeeld juiste timing gesprek met hooggeplaatste personen, juiste deskundige, goede trekkers. Nadat het besluitvorming traject onomkeerbaar was, is de taak overgedragen. In het najaar van 2015 zal het uitvoeringsplan ter inzage worden gelegd. 11
Planuitwerking van kwelderherstel bij Striep op Terschelling. Na de voorbereidingsfase wordt de realisatie van het initiatief overgedragen aan betrokken partijen. PRW zal alert zijn op kansen voor pilots op de eilanden (mede i.r.t havenslib) en voor verzachtende maatregelen in de veiligheidszone rond de dijk aan de vaste wal. Natuurlijke ophoging van de dijkzones met slib (incl. toepassing van wisselpolders ), gepaard aan natuurontwikkeling in diezelfde dijkzone is daarbij sleutelstrategie. PRW blijft bij de hele project overstijgende verkenning van de waterschappen (POV) betrokken om, desgewenst, als verbinder te acteren tussen verschillende actoren. PRW haakt aan om tegenstrijdige belangen bijeen te brengen. Holwerd aan Zee: de verkenning bevindt zich in een eerste fase. Er komt wellicht een tweede fase in 2015. Eerst dienen de onzekerheidsmarges in het financiële plaatje te worden verkleind voordat een serieuze uitspraak kan worden gedaan over de haalbaarheid. Na gebleken bestuurlijk draagvlak kan PRW op verzoek een rol spelen bij de uitvoering van een tweede fase verkenning. Het brengen van kennis en leerervaringen wordt actief vanuit PRW opgepakt. Als een meer verbindende of uitvoerende rol wordt verwacht, dan zal dit expliciet in opdracht van andere (samenwerkende) partijen zijn, zoals RWS, Waterschappen en provincies. 3b. Verbetering zoet-zout gradiënten langs de kust Deze strategielijn biedt enkele grote kansen de komende jaren. Het zijn, na de VMR in de Afsluitdijk, grote knoppen om aan de draaien : De koers moet dan vooral worden gericht op: Kop van Noord-Holland: een natte semi-open verbinding via Balgzandkanaal Amstelmeer IJsselmeer met omringende natuurontwikkeling, vooral in kader van integrale aanpak zoetzout vispassage, recreatie, verbetering van de zoetwater-infrastructuur voor de landbouw en natuurherstel. Verkennen van kansen op verbinding Lauwersmeer-Waddenzee (zeeforel benutten) en vervolgens uitvoeren. Daarnaast kan worden ingezet op: Een relatief kleine pilot met aandacht voor het monitoringsprogramma voor de brakke zone bij het gemaal Vijfhuizen (reeds aangeboden, niet vrijblijvend); Op opzetten van een goed samenhangend monitoringsprogramma op alle pilots van de brakke zones. Rol van PRW is aanjager/ontwikkelaar, zij zal niet de monitoring zelf oppakken. Ontwikkeling natuur- en waddenlandschaps-ontwikkelingszône Warffum Noordpolderzijl als integraal alternatief voor geulmanagement vraagstuk Noordpolderzijl (spoelzee binnendijks e.o.). Hier zijn al afspraken over gemaakt met provincie Groningen en waterschap Noorderzijlvest. Ontwikkeling van een brakke zone bij de Oterdumer Driehoek, in combinatie met een vogelbroedplaats, als volgende stap in het Marconiproject. Een blik naar 2025 toont dat de regionale economie versterkt is juist op basis van de toename van brakwaterzones. Denk hierbij aan de nu al potentiële innovaties op gebied van zeeforel en betere omgang van de landbouw met - door de klimaatverandering - dreigende verzilting in het groeiseizoen. Nederland heeft hierdoor waardevolle exportproducten op deze gebieden. Voorbeelden hiervan zijn in 2025 een door iedereen omarmd getijafhankelijk Lauwersmeer, meerdere locaties met innovatieve landbouw, een rijk IJsselmeer. En passant dienen de veiligheidszones rond de waterkering (zowel de binnenzijde als de buitenzijde), dankzij innovaties in 12
(getijdenenergie blue energy en andere energieopwekkers) ook als locatie voor de energiemotor uitgaande van een synergie voor natuur en economie. 3c. Verbetering huidige en ontwikkeling nieuwe kwelders en broedgebieden Vier jaar na de start van het PRW weten we inmiddels dat er problemen zijn bij de broedvogels: voor sommige soorten loopt het voedsel terug, de predatie van broedplaatsen neemt toe en er is sprake van toenemende stormen in het voorjaar/zomer waardoor broedplaatsen overstromen. Er is voldoende kennis over de mogelijke oorzaken, nu is het zaak om te komen tot maatregelen en te gaan leren door doen. PRW als aanjager, programmeur en ontwikkelaar. Maatregelen die nu al voorgesteld worden zijn: het ontwikkelen van binnendijkse broedgebieden, het ophogen van kwelders door dynamisch kustbeheer, het beschermen van kwelders door kustverdediging, het onderhoud van predatorvrije broedeilanden. Een blik naar 2025 ziet een hele nauwe samenwerking tussen kwelderbeheerders en dijkbeheerders, waarbij kansen voor natuur voortdurend worden bezien. Inhoudelijk, is daar waar mogelijk de asfalt laag op de buitenzijde van de dijken vervangen door gras. Goede kwelders bieden zoveel buffer en veiligheid dat er geen grote basaltbrokken of asfalt nodig zijn. Daarnaast zijn er op de plaatsen waar het kan tal van kleine openingen zichtbaar in de dijken, die juist sliboogst brengen. Slibsuppleties en sedimentatie slib worden gezien als waardevolle pijlers van de natuurlijke filosofie zacht waar het kan, hard waar het moet. Ook dit kan een belangrijk exportproduct worden. Voor kwelders, vogels en verbeteren van het broedsucces zie ook review voedselweb en biodiversiteit. 3d. Ontwikkelen (aanvullende) natuurambitie Afsluitdijk Afgelopen jaren actief was PRW actief als adviseur bij VMR. Dit was een steentje in het domino-effect dat de VRM mogelijk maakte. De koers van PRW is om bij planuitvoering de verantwoordelijkheid voor de VMR over te dragen. Nieuwe aandachtspunten van PRW voor de periode 2015-2018 voor de Afsluitdijk zijn de invulling van de natuurambitie rond de rest van de Afsluitdijk: dat kan o.a. gaan over een verkenning naar mogelijkheden van extra broedplaatsen voor wadvogels, ondiepe zones t.b.v. de ontwikkeling van vis- en watervogelhabitat, een natuurlijkere dijk bekleding en mogelijkheden van nieuw kwelderareaal bij de Afsluitdijk. De wijze waarop we hiermee omgaan kan op opnieuw door het Nederlandse bedrijfsleven als exportkans. Sleutelbegrip: Deltawerken 2.0. PRW kan hier capaciteit/realisatiekracht en inhoud inbrengen en helpen bij ontwikkeling van goed gedragen ideeën. Hierbij kan ook iets verder het IJsselmeer ingekeken worden, naar mogelijkheden van vispaaiplekken en strandjes: samenwerken met organisatie Het Blauwe Hart, zij richten zich op vis en PRW denkt mee. Tot slot kan PRW partijen bij elkaar brengen als dit van nut is bij de verkenning naar mogelijkheden van verbetering spui bij de Afsluitdijk dat door RWS wordt uitgevoerd in het kader van KRW. 3e. Nieuwe strategie voor zilte vitaliteit achter de dijken Werkelijke vernieuwing is mogelijk als de zachte zones ook gaan dienen als motor van economische innovatie. Stel, de landbouwsector ziet eind 2018 mogelijkheden op basis van ervaringen. Waar moet dan de komende jaren mee worden gestart? Denk aan een symposium over dit thema met ervaringen en issuebesprekingen. Denk vervolgens aan pilots voor schelpenteelt, vis en landbouw die 13
om kan gaan met de dreigende verzilting. Rol PRW: ondersteunen specifieke initiatieven/pilots, inhoudelijke kennis inbrengt. PRW zal geen economische activiteiten initiëren langs de hele strook onder de dijk, maar kan agenderend zijn in de idee-ontwikkeling op specifieke locaties of bij specifieke projecten. 3f. Swimway (opnemen in Voedselweb) De zachte randen en zoet-zout verbindingen zijn onderdeel van de gedachtevorming van het Swimway concept (analoog aan het begrip Flyway, voor trekvogels). Dit zal in sterke interactie met het thema 'voedselweb' worden opgepakt. Dit kan de hoeksteen worden van trilateraal waddenzeebeleid, maar de Swimway is niet strikt noodzakelijk om tal van verbindingen te realiseren. Voor de Swimway is technologische vernieuwing nodig voor monitoring/tracking/volgen vis. Het denkkader van een Swimway kan nuttig zijn bij het vergroten van de bewustwording over vispasseerbaarheid in het achterland. Denk ook aan vismigratie tussen Drentse beken en Waddenzee. Hierbij kunnen de partners voorsorteren op wat voor soort beleidsbeslissingen je nu al kunt nemen om zoiets tot uitvoering te brengen. Tot 2018: de eerste stap is het voorbereiden van een concretiseringslag van dit thema. 2025: optimalisaties zoals nu met Flyway, wegnemen van barrières en scheppen van condities om hun trek zo goed mogelijk te faciliteren. Geaccepteerd voor alle belangrijke soorten in en om de Waddenzee. Heeft geleid tot drastische verrijking, zowel qua soort als massa. Strategie 4: Kennis van sedimenthuishouding Nauw samenhangend met andere strategische lijnen wordt er kennis opgebouwd over de sedimenthuishouding. Deze wordt hier als aparte kennisagenda geagendeerd om het belang te onderstrepen dal de kennis over zand en slib meer integraal beschouwd moet worden. Pilots worden uitgevoerd en gemonitord. Eerst leren dan doen, maakt plaats voor leren door doen. Doelstellingen, onder meer: inzicht verkrijgen in bijdrage visserij (mosselkweekpercelen en garnalenvisserij), zandsuppleties op vertroebeling Waddenzee. Belangrijke mijlpalen: In 2015 worden de resultaten van de KRW verkenning slibhuishouding Eems-Dollard gepresenteerd. In 2015-2016 zal kennisdeling rondom de zandmotor gestimuleerd worden incl. het effect op de kwaliteit van de wadplaten. Hierbij kan geleerd worden van ontwikkeling broedeilanden Vogelsand (Wfds, VBN) zowel procesmatig als morfo-ecologisch. Vanaf 2017 meegroeicapaciteit eilanden en (kunstmatige) suppleties agenderen Daarnaast wordt gewerkt aan de slibverkenning Waddenzee. De Waddenacademie zal leidend zijn bij deze kennisagenda. PRW zal monitoring en kennisdeling agenderen en beschikbare kennis vertalen naar concrete pilots. Strategie 5: Verduurzaming havens en scheepvaart Deze strategie bestaat uit: 5a. Grote Waddenzeehavens trilateraal 5b. Nederlandse Waddenzeehavens 5c. Actieplan Vaarrecreatie 5a. Grote waddenzeehavens trilateraal De randen van het wad raken ook de waddenzeehavens. Afgezien van de inhoudelijke scopebepaling in het programma is in de gesprekken genoemd: 14
Ondersteun de code of conduct Waddenzeehavens trilateraal, onder meer gericht op draagvlak voor een samenhangende strategie voor het vaargeulmanagement van alle grote waddenzeehavens: Den Helder, Harlingen Eemshaven, Delfzijl, Bremerhaven/Bremen, Hamburg, Wilhelmshaven en Esbjerg. 5b. Nederlandse Waddenzeehavens Het meerjarig programma Building with Nature Waddenzeehavens staat vol op de agenda. PRW zet in op de volgende sporen: Delen en zo goed mogelijk inzetten van de kennis opgedaan door de pilot met de slibmotor en andere projecten uit dit programma. Verder onderzoeken en acties verbinden aan de twee andere maatregelen die tot een lager baggerbezwaar voor Harlingen kunnen leiden: o Tweede havenmond creëren waardoor geen spui meer plaats vindt in de industriehaven en waardoor de turbulentie (neerwerking) in de havenmond sterk kan afnemen. o Spuiregime aanpassen naar spuien met eb Bij de haven van Terschelling ligt een spoelzeesysteem, maar dat werkt niet meer. Het zou een nuttige ingreep zijn om deze weer laten werken, maar dat kan niet vanwege Natura2000. Dit kan nader worden onderzocht. Het programma Naar een Rijke Waddenzee is zodra dit mogelijk is niet leidend bij bovenstaande maatregelen, maar bewaakt actief de vraag waar zit de ecologische meerwaarde' van de maatregelen? Hierbij moeten er afspraken komen over afbakening Havenprogramma en PRW. 5c. Actieplan Vaarrecreatie Het Actieplan Vaarrecreatie Waddenzee zal in de periode 2015-2018 worden uitgewerkt. Bedoeling van dit plan is het versterken van de lokale economie door de jachthavens optimaal te laten functioneren voor de varende bezoeker van het Werelderfgoed Waddenzee én tegelijkertijd de noodzakelijke rust voor vogels en zeehonden te bewaren. Dit door slimme zonering en geleiding, en door de wadvaarder een unieke beleving te bieden, met een passende toegang tot de Waddenzee, met een veilige vaart en met gerichte informatie. De uitvoering van het plan wordt periodiek geëvalueerd en bijgestuurd. PRW begeleidt de uitvoering van het programma. Strategie 6: Eems-Dollard-Estuarium Het Eems-Dollard-Estuarium, tot slot, vraagt net als in de periode 2010-2014 om een integrale benadering. PRW volgt de lopende initiatieven, zoals MIRT-onderzoek en IMP nauwlettend. Actief zet zij voor de periode 2015-2018 in op de volgende sporen: Habitatherstel/randen van het wad ( kleinschalig habitatherstel) Slimmer met slib (werken aan de effecten) Systeem ingrepen (werken aan de oorzaken) Daar zijn rollen van PRW: organiseren verbindingen indien nodig, programmanagement, organiseren inhoudelijke input. En meer specifiek naar de rol die PRW hier in neemt: 15
Definiëren en begeleiden van de follow-up door RWS, GSP en partnerts van slim met slib Bieden van kennis, sturen op focus bij beïnvloeden van lopende discussies en stimuleren van de verbinding tussen partijen Opdrachtgeverschap voor en participeren in het E&E in Balans-traject, adviseren bij MIRT (Onderzoek) en vertaling IMP naar aanwijzing en beheerplan Natura 2000. Waar mogelijk praktische samenwerking tussen Duitsland en Nederland verder brengen. V. Wat willen we ten minste achterlaten in 2018 Eind 2018 heeft het programma morfologie, water en randen van het wad de volgende wapenfeiten opgeleverd: Twee belangrijke zoet-zout verbindingen: besluitvorming uitvoering Amstelmeer en Lauwersmeer projecten Twee demonstratieprojecten met natuurlijke eiland-ophoging en natuurbeheer gestart Twee uitgevoerde POV-projecten Extra broedplaatsen bij Afsluitdijk en kwelders, natuurlijke inrichting van de Afsluitdijk als geheel Slib als bewezen grondstof bij dijkversterkingen. Gedachtenverandering over economische winst van brakwaterzones en zilte economie Monitoring op natuurherstel zoet-zout is verankerd in de basismonitoring van de Waddenzee. Uitgevoerde pilot Holwerd-Ameland Uitvoering eerste fase building with nature waddenzeehavens, en plan voor vervolg Uitgevoerde projecten en pilots E&E in Balans, ter verbetering van de natuur in en rondom de Eems-Dollard Grip op slib Eems en Waddenzee, inclusief slib als bewezen grondstof voor dijk/kustbeheer. Innovatieve vaargeul strategieën en bedreigende natuurlijke geulen -strategie geoperationaliseerd en van draagvlak voorzien Internationaal draagvlak voor verbetering van het vaargeulmanagement van grote havens Uitgevoerd actieprogramma vaarrecreatie en nieuw plan voor de periode erna Goed programma gekoppeld aan slimme zandtoevoer, kustgenese/buitendelta s Overdracht geregeld van PRW gedachtengoed Naast de opdrachtgevers van PRW worden waterschappen, landbouw en recreatie hierbij meer en meer een strategische partner. 16