Studiewijzer 2012-2013



Vergelijkbare documenten
Studiewijzer

Examenplan 1.Overzicht

Studiewijzer Informatie voor studenten van de opleiding Filiaalmanager Sprintopleiding (1-jarig) Niveau 4 Leerweg BOL Crebonummer: 93492

Zelfstandig werkend kok 95420

Leidinggevende keuken jarig traject

Studiewijzer

Examenplan 1.Overzicht

Specifiek deel Onderwijs- en examenregeling. College voor Toerisme

Onderwijs- en Examenregeling

Examenplan 1.Overzicht

Studiewijzer

Examenplan 1.Overzicht

Specifiek deel Onderwijs- en examenregeling. College voor Toerisme. Informatiemedewerker Niveau 3

Verantwoording eindexamenresultaat per kerntaak Manager Retail ( crebo 25162) ( Kwalificerend)

Opleidings- en examenplan

Onderwijs- en Examenregeling

Hoofd Informatie niveau 4. crebo 94071

Specifiek deel Onderwijs- en examenregeling. College voor Toerisme

Leidinggevende keuken jarig traject

Examenplan 1.Overzicht

Leidinggevende bediening 94161

Competentiegericht examenplan Ondernemer Detailhandel (crebonummer 90290) Ingangsdatum: cursusjaar Cohort:

WIJZIGINGSBLAD OER. OER opleiding Kapper Niveau 3

Verantwoording eindexamenresultaat per kerntaak Eerste verkoper (crebo 25153) (Kwalificerend)

Examineren & Diplomeren doe je zo

Studiewijzer

Onderwijs- en examenregeling (nieuwe KD)

Manager Verkoop Reizen

Studiewijzer

Leidinggevende bediening 94161

Studiewijzer

Examenplan 1.Overzicht

Studiewijzer

Opleidingsinformatie ROC TOP cohort 2018

Examenplan , 2016 en 2017, examenplan en diplomavereisten Manager retail. (HKS, vanaf augustus 2016)

Verantwoording eindexamenresultaat per kerntaak Ondernemer Retail ( crebo 25166) ( Kwalificerend)

Manager/ondernemer horeca 90303

Onderwijs- en examenregeling

Beveiliger BBL niv. 2

Studiewijzer

Onderwijs- en Examenregeling

Studiewijzer

Examenplan , 2018, examenplan en diplomavereisten Verkoopspecialist (P2) (HKS 2017 E.V.)

Examenplan , 2016 en 2017, examenplan en diplomavereisten Verkoopspecialist (P2) (HKS, vanaf augustus 2016)

Studiewijzer

Studiewijzer

Onderwijs- en Examenregeling

Verkoper Reizen 94090

Studiewijzer

Onderwijs- en Examenregeling

EXAMENPLAN 2016 Crebocode: 23183, Leerweg: bol / bbl / Maatwerktrajecten

Studiewijzer

ONDERWIJS- en EXAMENREGELING

Studiewijzer

Studiewijzer Informatie voor studenten van de opleiding Interieuradviseur niveau 4 leerweg BOL Crebonummer: 90940

Studiewijzer

Examenplan Doktersassistente Overzicht

Helpende Zorg & Welzijn (speciale doelgroep)

Examenplan , 2018, examenplan en diplomavereisten Facilitair leidinggevende. (HKS, vanaf augustus 2016)

Onderwijs- en examenregeling (nieuwe KD)

1. Wat is beroepspraktijkvorming

Examenplan opleiding: Manager retail. Crebocode: (opleidingen in de herziene kwalificatiestructuur, vanaf augustus 2016)

Studiewijzer

Examenplan 1.Overzicht

Onderwijs- en examenregeling (nieuwe KD)

Make-up Art/Allround grimeur

Examenplan , 2016 en 2017, examenplan en diplomavereisten Leidinggevende travel & hospitality (P4) (HKS, vanaf augustus 2016)

ONDERWIJS- en EXAMENREGELING. ROC MONDRIAAN BRIN nummer: 27GZ

EXAMENPLAN 2016 Crebocode: 23183, Leerweg: bol / bbl / Maatwerktrajecten

Vakmanschapsroute Opleidingsgids Leerjaar 5. Informatie voor leerlingen van de opleiding Helpende Zorg en Welzijn

ONDERWIJS- en EXAMENREGELING. ROC MONDRIAAN BRIN nummer: 27GZ

Studiewijzer

ONDERWIJS- en EXAMENREGELING

Transcriptie:

Studiewijzer 2012-2013 Informatie voor studenten van de opleiding Filiaalmanager 1 jarig traject Crebonummer 93492 Jan des Bouvrie College Locatie: Ruijsdaelstraat 67 1071 XB Amsterdam 1

Inhoudsopgave 1. WELKOM... 4 2. JOUW SCHOOL: HET ROC VAN AMSTERDAM... 5 2.1 Wat vinden wij belangrijk?... 5 2.2 Wat zijn jouw rechten en plichten?... 5 3. HET ONDERWIJSPROGRAMMA... 7 3.1 De opleiding... 7 3.2 Inhoud kwalificatiedossier... 7 3.3 Kerntaken en werkprocessen... 7 3.4 Algemeen deel opleiding... 8 3.5 Verder studeren na je opleiding... 9 3.6 De eerste leerperiode... 9 3.7 Leereenheden... 10 3.8 Aanvullende eisen... 12 3.9 Studievoortgang & Studieadvies... 12 3.10 Leren op school... 14 3.11 Leren in de praktijk... 14 3.12 Leren en je ontwikkeling... 15 3.13 Leren en beoordelen... 15 4. HET EXAMENPROGRAMMA... 17 4.1 De beroepsgerichte examinering... 17 4.2 Nederlands... 21 4.3 Rekenen... 21 4.4 Engels en moderne vreemde talen... 22 4.5 Loopbaan en burgerschap in het mbo... 23 4.6 Diplomering... 1 4.7 Vrijstellingen voor Nederlands en rekenen... 1 4.8 Herkansingen... 1 5. BEGELEIDING, ZORG & EXTRA FACILITEITEN... 2 5.1 Welke begeleiding en zorg kan ik krijgen?... 2 5.2 Ben je op 1 augustus 18 jaar of ouder?... 4 5.3 Ben je op 1 augustus jonger dan 18 jaar?... 4 6. AANWEZIGHEID... 5 6.1 Wanneer moet ik op school aanwezig zijn?... 5 6.2 Wat moet ik doen als ik niet kan komen?... 5 6.3 Wat gebeurt er als ik zonder reden afwezig ben?... 5 7. STUDIEKOSTEN... 6 7.1 Wettelijke kosten... 6 7.2 Schoolbijdrage... 6 7.3 Specificatie opleidingskosten... 7 8. VERZEKERINGEN... 8 8.1 Ongevallenverzekering... 8 8.2 Aansprakelijkheidsverzekering... 8 8.3 Schoolreisverzekering... 8 2

8.4 Verzekering bij BPV in het buitenland... 8 9. INSPRAAK... 9 9.1 Inspraak via het ROC van Amsterdam... 9 9.2 Inspraak van studenten... 9 9.3 Inspraak via JOB... 9 10. VAKANTIEROOSTER 2012-2013... 10 11. PROBLEMEN OF KLACHTEN... 11 11.1 Wat moet ik doen als ik een probleem heb?... 11 11.2 Wat moet ik doen als mijn eigen opleiding het probleem niet kan oplossen?... 11 12. HET EXAMENREGLEMENT... 12 Titel 1: De regeling van de examens... 12 Titel 2: De organisatie van de examens... 14 Titel 3: Bezwaar en beroep... 16 Titel 4: Slotbepalingen... 17 13. BIJLAGEN... 18 13.1 Bijlage A: Competenties van Filiaalmanager... 18 3

1. Welkom Welkom bij het ROC van Amsterdam. Als je een opleiding gaat doen, heb je veel informatie nodig: Wat moet ik doen als ik ziek ben? Wanneer heb ik vakantie? Hoe ziet mijn studie eruit? Wie begeleidt mij tijdens mijn opleiding? Welke boeken moet ik kopen? In deze Studiewijzer vind je informatie die je nodig hebt voor je studie. Hierin vind je bijvoorbeeld: wat wij belangrijk vinden aan onderwijs hoe je als student kunt meepraten over het ROC wat je moet doen als je een klacht hebt wanneer je vakantie hebt Daarnaast vind je in deze Studiewijzer informatie over de opleiding die je bij ons gaat volgen. Hierin vind je bijvoorbeeld: hoe je opleiding is opgebouwd wanneer je stage loopt welke examens je moet doen en wanneer wat je moet kunnen aan het eind van je opleiding hoeveel geld je opleiding kost welke regels gelden Daarnaast vind je op blackboard over actuele zaken, zoals je rooster, informatie over de lokalen en nieuws. Op blackboard staan handige formulieren en informatie waaronder het studentenstatuut, het examenreglement e.d. En deze studiewijzer kun je er ook downloaden. Natuurlijk krijg je aan het begin van je opleiding nog te horen waar je alle informatie die je nodig hebt kunt vinden. Ook kun je altijd met je vragen terecht bij je docenten en begeleiders. Veel succes met je opleiding! Els de Waard Opleidingsmanager Jan des Bouvrie College Ruijsdaelstraat 67 1071 XB Amsterdam Tel: (020) 579 17 00 4

2. Jouw school: het ROC van Amsterdam We hechten er waarde aan om te vertellen wat wij als ROC belangrijk vinden. We doen je zelfs een paar beloftes waar je ons op mag aanspreken. We spreken uit wat we van jou verwachten en waar je informatie over je rechten en plichten vindt. 2.1 Wat vinden wij belangrijk? Wij vinden het belangrijk dat je goed onderwijs krijgt en dat je een waardevol diploma krijgt. Daarom hebben we vijf belangrijke uitgangspunten voor ons onderwijs opgesteld. Deze uitgangspunten zijn: 1. Je volgt onderwijs dat gericht is op de beroepspraktijk. We leiden je op voor een beroep. Dat is de reden dat we vinden dat het onderwijs daarop afgestemd moet zijn. Daarom ga je bijvoorbeeld tijdens je opleiding meerdere keren op stage en zijn de lessen op school gericht op de beroepspraktijk. Je krijgt les van goede, enthousiaste en vakbekwame docenten 2. Het onderwijs sluit aan bij wat jij nodig hebt. In de eerste weken van je opleiding doen we een aantal testen. Aan de hand van deze testen kijken we waarbij we je kunnen helpen (bijvoorbeeld bij Nederlands en rekenen). Met je loopbaanbegeleider bespreek je je eigen onderwijsprogramma: welke onderwijsonderdelen ga je op welk moment volgen? Tijdens de opleiding bespreek je met je loopbaanbegeleider hoe het met jou en je opleiding gaat. We nemen je serieus en luisteren naar je. Als er knelpunten zijn, dan lossen we die samen op. 3. Jouw school is jouw plek. Je volgt een opleiding op je eigen school. Je voelt je thuis en je kent je docenten en medestudenten. Er is een goede sfeer. Jouw school is een leuke plek om elkaar te ontmoeten! 4. Jouw school is goed georganiseerd. We geven je structuur en houvast. Op het ROC werken we met een rooster en blokken. Zo weet je precies welke lesonderdelen je wanneer en waar moet volgen. Dat geeft je structuur en houvast. Bovendien krijg je bij ons een vaste loopbaanbegeleider die jou kan helpen als je problemen hebt. 5. Als je dat wilt en kunt, ga je na de opleiding naar een hoger mbo niveau of naar het hbo. Wanneer je niveau 1 of 2 of 3 volgt kijken we samen met jou, of je na het behalen van je diploma kan doorstromen naar een hoger mbo niveau. Daarbij zorgen wij ervoor dat het hoger mbo niveau goed aansluit. Als je een niveau 4 opleiding volgt, kijken we samen met jou of je door kunt stromen naar het hoger beroepsonderwijs (hbo). Daarom stimuleren we je om goed te kijken welke vervolgopleiding je in het hbo zou kunnen gaan doen. Natuurlijk begeleiden we je in het maken van een goede keuze. 2.2 Wat zijn jouw rechten en plichten? Je rechten en plichten komen in meerdere documenten terug, zoals: Het Studentenstatuut de OOK (onderwijsovereenkomst) en/of de examenovereenkomst de BPV (of stage)-overeenkomst deze Studiewijzer met de onderwijs- en examenregeling de Studiehandleidingen en de BPV-handboeken de algemene omgangsregels en eventuele specifieke schoolregels per opleiding, werkmaatschappij of locatie. Ze zorgen ervoor dat jij weet waar je recht op hebt en wat je plichten zijn, zodat we goede afspraken met elkaar kunnen maken. 5

We verwachten natuurlijk van je dat je bijdraagt aan een goede sfeer op school. Je neemt met een positieve instelling deel aan je opleiding, je bent op tijd aanwezig in de lessen en je volgt ze allemaal. We verwachten van je dat je op een positieve manier met de docent en je loopbaanbegeleider in gesprek gaat over je opleiding. Het Studentenstatuut In het Studentenstatuut staan de rechten en de plichten van elke mbo-student vastgelegd. Er staat erin uitgelegd hoe die rechten en plichten vorm krijgen in de school. Voorbeelden daarbij zijn het recht op gelijke behandeling, de bescherming van je privacy en een veilige school.. Je vindt het Studentenstatuut op de site van het ROC van Amsterdam (www.rocva.nl) onder: Info voor studenten. De onderwijsovereenkomst (OOK) Voordat je begint met je opleiding vragen wij jou met ons een OnderwijsOvereenKomst aan te gaan, een OOK dus. Daarin leggen wij onze afspraken schriftelijk vast. We spreken af wat jouw rechten zijn en wat de rechten van het ROC zijn. Ook spreken we af aan welke plichten jij en het ROC zich moeten houden. Als je nog geen 18 jaar bent, moet jouw ouder of verzorger de overeenkomst ondertekenen. Als alle partijen (jij, eventueel je ouder/verzorger en de school) handtekeningen hebben gezet onder de OOK, kun je op onze school de lessen gaan volgen. 6

3. Het onderwijsprogramma 3.1 De opleiding De opleiding filiaalmanager is een beroepsopleiding. Aan het einde van je opleiding moet je het beroep waar je voor opgeleid wordt kunnen uitoefenen en als goede burger kunnen functioneren in de Nederlandse samenleving. De onderwijsonderdelen die je in je opleiding krijgt zijn hierop gericht. Wat je precies moet kunnen binnen je beroep, is vastgelegd in een kwalificatiedossier. Daarin staan de werksituaties en taken van jouw beroep. Alle scholen in Nederland die deze opleiding aanbieden, moeten zich houden aan de eisen in het kwalificatiedossier. Het onderwijsprogramma wordt dus niet zomaar samengesteld. Het onderwijs moet ervoor zorgen dat je straks voldoet aan alle eisen die aan jou als beginnend beroepsbeoefenaar gesteld worden. Elk beroep heeft zijn eigen kwalificatiedossier en heeft dus zijn eigen eisen. Je kunt het kwalificatiedossier van jouw opleiding vinden op www.kwalificatiesmbo.nl (onderdeel Kwalificatiedossiers). 3.2 Inhoud kwalificatiedossier De filiaalmanager werkt in de detailhandel in uiteenlopende winkelformules in zowel het MKB als het GWB en in zowel de food- als non-food sector. De filiaalmanager beheert een klein centraal geleid filiaal met 5 tot 10 medewerkers. De filiaalmanager is verantwoordelijk voor de resultaten van het filiaal. Binnen de kaders van het hoofdkantoor geeft hij met een commerciële en professionele instelling richting aan de bedrijfsvoering in het filiaal en de werkzaamheden van zijn medewerkers en zichzelf. Hij vervult een voorbeeldfunctie voor medewerkers op het gebied van representativiteit en klantgerichtheid, ziet en grijpt kansen om het filiaal (lokaal) beter te positioneren en stimuleert medewerkers om zich op commercieel gebied verder te ontwikkelen. De filiaalmanager heeft een aansturende en uitvoerende rol. De filiaalmanager is verantwoordelijk voor zijn eigen takenpakket, voor zijn medewerkers en de resultaten van zijn filiaal. Hij voert de taken op eigen initiatief uit binnen de kaders van het hoofdkantoor. Complexiteit De filiaalmanager combineert en bedenkt oplossingsgerichte procedures. Bij afwijkingen op het gebied van middelen, werkprocessen en omgeving past hij oplossingen of nieuwe procedures toe. Voor het beroep zijn algemene (specialistische) kennis en vaardigheden van de branche en verkoopvak nodig, en ook specialistische kennis en vaardigheden op het gebied van bedrijfsvoering en leidinggeven en theoretische kennis van het werkveld zijn onmisbaar voor uitoefening van het beroep. 3.3 Kerntaken en werkprocessen In het kwalificatiedossier staan voor elk beroep verschillende kerntaken: belangrijke werkzaamheden die centraal staan in dat beroep. Elke kerntaak bestaat uit verschillende onderdelen. Deze onderdelen heten werkprocessen. Om een werkproces en dus een kerntaak uit te voeren heb je kennis, vaardigheden en de juiste houding nodig. 7

In onderstaande tabel staan de kerntaken en werkprocessen van je opleiding. Kerntaak 1 Voert beleid van de organisatie uit 2 Beheert goederenstroom en voorraad 3 Coördineert verkoopactiviteiten en voert deze uit 4 Coördineert de kassatransacties en voert deze uit Werkproces 1.1 Vertaalt beleidsplannen naar eigen situatie 1.3 Bewaakt beleid en doet verbetervoorstellen 1.5 Analyseert en interpreteert de verkoopcijfers 1.6 1.7 1.8 Bewaakt de financiële situatie en rapporteert hierover Profileert het filiaal/de vestiging op lokaal niveau Bepaalt personeelsbehoefte conform de organisatiestructuur 1.9 Werft en selecteert medewerkers 1.10 Begeleidt medewerkers bij het functioneren in het beroep 1.11 Organiseert ontwikkeling van medewerkers 1.12 Verzorgt de personeelsadministratie 1.13 Organiseert en leidt werkoverleg 2.3 Beheert goederenontvangst en -opslag 2.4 Beheert artikelpresentaties 2.5 Bewaakt de voorraad en bestelt 2.6 Beheert verzorging van verkoop- en opslagruimte 3.2 Ontvangt en benadert klanten 3.3 Voert verkoopgesprek 3.4 Levert branchespecifiek maatwerk 3.6 Plaatst een bestelling voor de klant 3.7 Handelt klachten af 4.1 Beheert het afrekensysteem 4.2 Informeert de klant over de verkoopafhandeling 4.3 Bedient het afrekensysteem 4.4 Sluit het afrekensysteem en verzorgt de geldadministratie 3.4 Algemeen deel opleiding Naast het beroepsgerichte deel van je opleiding, is er een meer algemeen deel van je opleiding. Dit algemene deel moet ervoor zorgen dat je als burger in de Nederlandse samenleving kunt leven. Dit deel heeft de overheid verplicht gesteld voor alle mbo-opleidingen. Loopbaan en burgerschap Bij loopbaanoriëntatie wordt aandacht besteed aan je capaciteiten en motivatie, aan het plannen van je loopbaan, het zoeken van een baan en aan netwerken. Tijdens de opleiding leer je hoe je je op een andere manier kunt ontwikkelen. Je leert bijvoorbeeld om na te denken over wat je wilt bereiken in je opleiding of je beroep en hoe je dit kunt bereiken. Daarnaast is het belangrijk dat je leert hoe je actief deel uit kunt maken van de Nederlandse samenleving. Daarbij kun je onder andere denken aan het maken van politieke keuzes, op tijd op je 8

werk komen en als kritische consument kunnen functioneren. Dat alles leer je bij het onderdeel "Loopbaan en Burgerschap" (L&B). Om je diploma te kunnen behalen, moet je niet alleen voldoen aan de eisen uit het kwalificatiedossier. Je moet ook voldoen aan de eisen voor L&B. Nederlands en rekenen Nederlands en rekenen zijn belangrijke vakken. Wanneer je de Nederlandse taal beheerst en kunt rekenen helpt je dat om de opleiding goed te volgen. Je moet in je opleiding namelijk vaak veel lezen, luisteren, presentaties geven, werkstukken schrijven en overleggen. Ook moet je tijdens je opleiding vaak rekenen. Later in je beroep heb je Nederlands en rekenvaardigheid nodig om goed te kunnen functioneren. En als je naar een vervolgopleiding wilt, bijvoorbeeld op het hbo, dan is het belangrijk dat je Nederlands en rekenvaardigheid op niveau zijn. En ten slotte: als burger in de Nederlandse samenleving moet je Nederlands goed genoeg zijn om bijvoorbeeld te kunnen communiceren met de gemeente of het ziekenhuis. Dat geldt natuurlijk ook voor rekenen. In ons onderwijs werken we er aan dat je aan het eind van de opleiding het vereiste niveau van taal en rekenen haalt. En als je niet zo goed bent in taal en rekenen, geven wij je extra ondersteuning. Moderne Vreemde Talen Behalve Nederlands is voor jouw beroep misschien een andere taal belangrijk, bijvoorbeeld Engels, Duits of Spaans. In dat geval krijg je les in één of meer van deze moderne vreemde talen. 3.5 Verder studeren na je opleiding Na de opleiding die je nu volgt, kun je doorstromen naar de volgende vervolgopleidingen op het mbo en hbo: HBO small business en retail management Andere HBO instellingen 3.6 De eerste leerperiode Startprofiel Aan het begin van je opleiding stel je een startprofiel op. In het startprofiel staat wat jouw persoonlijke kwaliteiten zijn. Ook staat erin wat je in de toekomst wilt bereiken en welke competenties je al hebt. Je startprofiel vergelijk je vervolgens met het profiel van je opleiding en beroep. Hoe je het startprofiel opstelt, bespreek je met je loopbaanbegeleider. Met hem of haar bespreek je de uitkomsten van je startprofiel. Het kan zijn dat je startprofiel niet bij de opleiding past. Samen met je begeleider maak je een Persoonlijk Ontwikkel Plan (POP). Meer informatie hierover vind je in 3.13 van de Studiewijzer. In het startprofiel komen dus samengevat de volgende onderdelen aan bod: Wie ben ik? je persoonlijke kwaliteiten Wat wil ik? je loopbaanwensen en ambities Wat kan ik? de competenties die je al hebt Nulmetingen Als je start met je opleiding, moet jouw beginniveau van Nederlands, Engels en rekenen gelijk zijn aan het vereiste eindniveau van het vmbo. Je krijgt een test voor Nederlands en rekenen om te bepalen of je op het juiste niveau zit. Op basis van de resultaten proberen we jou een passend programma aan te bieden. Je krijgt een test voor Engels of een andere moderne vreemde taal als je deze taal voor je beroep nodig hebt. 9

3.7 Leereenheden De gehele opleiding bestaat uit een aantal onderwijseenheden en de stage die in het mbo beroepspraktijkvorming (BPV) heet. In de onderstaande tabel zie je uit welke onderwijseenheden en BPV-periodes het studiejaar globaal bestaat. Deze begeleidingstabel (lessentabel) voor de gehele studieduur wordt aan het begin van ieder onderwijsperiode bijgesteld. Je krijgt een gedetailleerde begeleidingstabel van je loopbaanbegeleider waarin de geplande uren voor ieder vak of onderdeel zijn weergegeven. Per leereenheid en BPV-periode ontvang je informatie waarin is aangegeven welke kerntaken en werkprocessen aan bod komen. Leerjaar 1 niveau 4 Filiaalmanager 1-jarig cohort 2012-2013 Blok 1 Blok 2* Blok 3* Blok 4 Integrale opdracht(branche) 2 Nederlands 2 2 2 Rekenen 4 4 4 Engels 4 4 4 Deh: Com1 4 Deh: recht 2 2 Deh: Fin1 6 4 Deh: Fin2 2 6 Deh: Com2 4 Deh: KT 2 4 Deh: KT3 2 2 Deh: MAN 2 2 Herhaling Deh Burgerschap Totaal cu Totaal lesuren 26 28 20 0 Lessen in klokuren 19,5 21 15 klokuren intro/eindweken 20 12 12 Contacturen school 156,5 180 102 438,5 Stage uren 72 160 268 500 * 1 dag stage(vr) blok 2-3 (wk 46 t/m wk 13) Blokstage week 14 t/m 25 periode 3 is 6 lesweken 938,5 10

JAARPLANNER 1-jarig cohort FILIAALMANAGER 2012-2013 Stage 36 3-sep Periode 1 introductieweek 0-meting: Ned, rek, Eng 500 37 10-sep 38 17-sep 39 24-sep 40 1-okt 41 8-okt 42 15-okt 43 22-okt Herfstvakantie 44 29-okt 45 5-nov examenweek 1 Summatief: Com1, KT2, Eng, Ned Formatief: Fin1, Recht, Ned, rek, Eng 46 12-nov Periode 2 8 47 19-nov 8 48 26-nov cito Ned 8 49 3-dec cito Ned 8 50 10-dec 8 51 17-dec 8 52 24-dec Kerstvakantie 1 31-dec Kerstvakantie 2 7-jan 8 3 14-jan 8 4 21-jan examenweek 2 Summatief: Com2, Fin1, Recht, branche, Eng, Ned 8 Formatief: Ned, rek, Eng 5 28-jan Periode 3 cito rek 8 6 4-feb cito rek/ned 8 7 11-feb cito Ned 8 8 18-feb Voorjaarsvakantie 9 25-feb 8 10 4-mrt 8 11 11-mrt 8 12 18-mrt examenweek 3 Summatief: Fin2, Man, KT3, Ned, Eng, rek, lb 8 13 25-mrt goede vr herkansingen examens uit examenweek 1 en 2 8 14 1-apr pasen eerste week STAGE 28 15 8-apr cito rek/ned 36 16 15-apr cito Ned 36 17 22-apr Periode 4 maandag/di-ocht herkansingen examenweek 3, di-vr stage 28 18 29-apr Meivakantie 19 6-mei hemelvaart 28 20 13-mei 36 21 20-mei pinksteren 28 22 27-mei 36 23 3-jun 36 24 maandag lesdag, andere dagen stage/afronding 10-jun praktijkex/reflectiegesprekken 32 25 17-jun Herkansingsweek (ma/di/wo) 12 11

26 24-jun afronding stage 28 27 1-jul DIPLOMA-UITREIKING 28 8-jul Zomervakantie 3.8 Aanvullende eisen De wet stelt eisen aan de uitoefening van je beroep. Als dat voor jouw beroep geldt, dan worden ze hier genoemd: Verklaring Omtrent het Gedrag Een leerbedrijf kan bij indiensttreding om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) vragen. Dit kan hij doen als je werkt met vertrouwelijke gegevens of kwetsbare personen. Studenten die stage lopen bij zo n bedrijf of instelling moeten vaak een VOG hebben. Je stagebegeleider informeert je of een VOG vereist is. 3.9 Studievoortgang & Studieadvies Je ontvangt minimaal tweemaal per jaar een overzicht van de voortgang van je studie. Deze bespreek je met je studieloopbaanbegeleider. Bindend Studieadvies Het bindend studieadvies is neergelegd in art. 7.8b. De inhoud van dat artikel komt op het volgende neer: Het ROC van Amsterdam is bevoegd om de student die in een fase van de opleiding zit, verdere toegang tot de opleiding te ontzeggen (lid 3): "Deze afwijzing kan slechts worden gegeven indien de student naar het oordeel van het instellingsbestuur, met inachtneming van zijn persoonlijke omstandigheden, niet geschikt moet worden geacht voor de opleiding, doordat zijn studieresultaten niet voldoen aan de vereisten die het bestuur op dat gebied heeft vastgesteld." Het docententeam vertegenwoordigt het bestuur hierin. Criteria wanneer de student een bindend studieadvies kan krijgen: onvoldoende resultaat, ontwikkeling in vak- en beroepsvaardigheden onvoldoende resultaat, ontwikkeling in andere vaardigheden onvoldoende aanwezigheid op school of stage (minimaal 80% aanwezig en stage 100% en er is per blok maximaal 1 leerplicht melding gedaan) onvoldoende leerresultaten (minimaal 3 blokken per schooljaar voldoende afgesloten inclusief kritieke summatieve examens 1 ) Het ROC van Amsterdam is verplicht: de student op tijd in het jaar een waarschuwing te geven dat hij/zij bij onvoldoende verbetering een negatief bindend studieadvies zal krijgen. Dit advies zal op tijd gegeven worden zodat de student tijd heeft te verbeteren. Waarschuwing wordt mondeling en schriftelijk gegeven. Indien minderjarig zullen ouder(s) ook schriftelijk ingelicht worden. de student de gelegenheid te geven om gehoord te worden, als de opleiding erover denkt hem een negatief bindend studieadvies te geven. van de start van de opleiding aan te geven dat er gewerkt wordt met een bindend studieadvies. Binnen 3 weken na aanvang van de opleiding tekent de student voor informatie verstrekking over het BSA advies. Informatie over het BSA wordt op voorlichtingsbijeenkomsten, open dagen en intake van de opleiding vermeld. Het ROC van Amsterdam moet in zijn afweging de persoonlijke omstandigheden van de student betrekken die een rol hebben gespeeld bij de studievertraging. Voorbeelden van persoonlijke omstandigheden zijn: ziekte, een stoornis, zwangerschap, bijzondere familieomstandigheden, lidmaatschap van een raad van de instelling. Het is trouwens erg belangrijk dat de student persoonlijke omstandigheden die invloed hebben op de 1 Dit zijn examens die minimaal behaald moeten zijn om door te mogen gaan met de opleiding. Deze worden bij aanvang van het blok schriftelijk doorgegeven indien van toepassing. 12

studievoortgang meldt bij de loopbaanbegeleider binnen twee weken zodra ze zich voordoen, dus niet pas aan het eind van het jaar! de student een herkansing van het aangeboden summatieve examen aan te bieden. Een student heeft alleen recht op een herkansing indien de aanwezigheid tijdens de lessen minimaal 80% is geweest. Oneens met het advies: De student kan schriftelijk bezwaar indienen bij: ROC van Amsterdam T.a.v: de examen commissie gm.hollander@rocva.nl Ruysdaelstraat 67 1071 XB Amsterdam Blok Acties Gevolgen Na blok 1 Gesprekken met loopbaanbegeleider. Het gesprek kan ertoe leiden dat de student een waarschuwing krijgt dat er een negatief BSA er Waarschuwing eventueel negatief BSA advies. Schriftelijk en mondeling communicatie met student. Indien aan dient te komen. Loopbaanbegeleider en minderjarig krijgen ook ouder(s) student bespreken verbeteracties. Deze acties bericht hiervan. worden schriftelijk vastgelegd. Na blok 2 Na blok 3 Minimaal 1 summatief examen moet behaald zijn los van de verdere criteria. Definitief BSA gesprek of nogmaals een waarschuwing. Bij een tweede waarschuwing wordt dit ook mondeling en schriftelijk gedaan en zullen eventueel ouder(s) op de hoogte gebracht worden. Minmaal 4 summatieve examens dienen behaald te zijn los van de verdere criteria. 3 summatieve examen behaald: De student is een bespreekgeval op basis van de andere criteria. 2 of minder summatieve examens behaald: student krijgt NBS advies Definitief BSA gesprek. Gesprek met loopbaanbegeleider over de voortgang van de studie. Minimaal 6 summatieve examens dienen behaald te zijn los van de verdere criteria. Tussen 4 en 6 summatieve examens behaald: student is een bespreekgeval op basis van andere criteria. Naar aanleiding van de waarschuwing geen voortgang getoond. Student moet stoppen met de opleiding. Ondersteuning door zorgcoördinator middels LEC traject. Indien student minderjarig is worden ouder(s) uitgenodigd voor een gesprek. En de Leerplicht ambtenaar wordt op de hoogte gebracht. LET OP: een minderjarige student mag pas worden uitgeschreven indien hij/zij elders op een opleiding is overgebracht. Tenzij er een startkwalificatie is behaald. Minimaal 6 summatieve examens behaald: de student kan door met de opleiding. Minder dan 4 summatieve examens behaald: Student moet stoppen met de opleiding. Ondersteuning door zorgcoördinator middels LEC traject. Indien student minderjarig is worden ouder(s) uitgenodigd voor een gesprek. En de Leerplicht ambtenaar wordt op de hoogte gebracht. LET OP: een minderjarige student mag pas worden uitgeschreven indien hij/zij elders op een opleiding is overgebracht. Tenzij er een startkwalificatie is behaald. Belangrijk: de docentenvergadering bepaalt wanneer een student een BSA krijgt of studievertraging oploopt! 13

3.10 Leren op school Aantal uren Het aantal uren onderwijs dat je per studiejaar krijgt, is afhankelijk van de leerweg die je volgt. Het middelbaar onderwijs beroepsonderwijs kent drie leerwegen: Beroepsopleidende leerweg (BOL) Beroepsbegeleidende leerweg (BBL) Deeltijd BOL Per leerweg zijn er wettelijke eisen, die staan in het schema hieronder Met studiebelastingsuren bedoelen we het totaal aantal uren dat je bezig bent met je opleiding (op school, in de praktijk, thuis). BPV uren zijn de uren waarbij je stage loopt. Onder begeleide onderwijsactiviteiten vallen bijvoorbeeld ingeroosterde lessen, toetsuren en de beroepspraktijkvorming. Dit zijn de uren die je onder begeleiding van een docent, instructeur of praktijkopleider doorbrengt. BOL Studiebelastingsuren (= totaal aantal uren) per jaar 1600 uren BPV-uren over de opleidingsduur 20-60% Begeleide uren per jaar Minimaal 850 uren Verdeling van de uren over het studiejaar Ieder studiejaar is verdeeld in vier periodes van ongeveer tien weken. In een leerperiode heb je minimaal 220 contacturen. Dat zijn uren die je onder begeleiding doorbrengt op school en/of op een leerwerkplek. Er zijn in elk geval twee momenten per studiejaar (namelijk augustus en februari) waarop je met een opleiding kunt beginnen. Op die momenten kun je overstappen naar een andere opleiding. Door die twee momenten per jaar hoef je niet een heel jaar te wachten als je van opleiding wilt wisselen. 3.11 Leren in de praktijk Om een beroep goed te leren moet je natuurlijk in de praktijk aan de slag. Een belangrijk deel van je opleiding breng je door bij een bedrijf of instelling. Het bedrijf of de instelling maakt met de school afspraken over wat jij in de praktijk gaat leren en hoe jij daarbij wordt begeleid. De school en het bedrijf of de instelling zorgen er samen voor dat wat je op school en in de praktijk leert op elkaar is afgestemd. Het kan zijn dat jij in het eerste leerjaar alleen een korte stage hebt die meer als kennismaking met het beroep bedoeld is. Beroepspraktijkvorming (BPV) Tijdens je opleiding ga je op allerlei manieren in de praktijk leren. Tijdens de BPV (of stage) word je volledig in het bedrijf of de instelling ingewerkt. Hier doe je praktische ervaring op. Het ROC begeleidt je naar een BPV-plek en ondersteunt je tijdens het traject. Bij de meeste opleidingen gebruik je tijdens de BPV een BPV-boek waarin opdrachten staan die je op je BPV-plek uit moet voeren. De beroepspraktijk is niet alleen een heel goede plaats om te leren, maar is een heel geschikte plaats om je prestaties te beoordelen. Daarom bespreken we regelmatig jouw ervaringen en voortgang. Praktijkovereenkomst (POK) Wij vinden het belangrijk dat we, voordat je begint met je BPV, goede afspraken maken. Die afspraken gaan ten eerste over wat je gaat leren in de praktijk. Ten tweede maken we afspraken over hoe je begeleid en beoordeeld wordt, en door wie. Voor elke nieuwe BPV-periode leggen we, zoals de wet voorschrijft, een aantal officiële afspraken vast in een Praktijkovereenkomst, een POK. Als je hem hebt gelezen en als je het eens bent met de inhoud, dan onderteken je de overeenkomst. Het bedrijf of de instelling waar je de BPV doet en de school ondertekenen deze overeenkomst. Pas als je POK goed is ingevuld en ondertekend is, is de BPV geldig en kun je aan je BPV beginnen. 14

3.12 Leren en je ontwikkeling Beroepen veranderen, nieuwe beroepen ontstaan en andere verdwijnen. De arbeidsmarkt vraagt dus steeds andere vaardigheden van beroepsbeoefenaars. Wij passen ons onderwijs daar op aan. Maar wij kijken naar wat onze studenten kunnen en willen. Het beroep is dus altijd in ontwikkeling en jij ook. In ons onderwijs ondersteunen we daarom jouw leerontwikkeling. Je loopbaanbegeleider heeft hierin een belangrijke rol. Loopbaanbegeleiding Jouw loopbaan is het uitgangspunt bij het onderwijs. Jij hebt als student een eigen verantwoordelijkheid voor jouw leertraject. Om je daarbij te helpen heb je een loopbaanbegeleider met wie je een aantal keer per studiejaar een gesprek hebt. De loopbaanbegeleider volgt je van het begin tot einde van je opleiding. De begeleider gaat met je na met welke achtergrond je je opleiding start. Hij/zij maakt samen met jou een Persoonlijk OntwikkelPlan en een Persoonlijk ActiviteitenPlan. Hierin staat bijvoorbeeld aan welke competenties je wilt werken en wat voor leeronderdelen je daarvoor gaat doen. Jouw loopbaanbegeleider volgt jouw resultaten in een leerlingvolgsysteem en met behulp van je portfolio. Op al deze manieren houdt de loopbaanbegeleider zicht op hoe jij ervoor staat. Over het Persoonlijk ontwikkelplan kun je hieronder meer lezen. Persoonlijk OntwikkelPlan (POP) Samen met je loopbaanbegeleider maak je aan het begin van je opleiding een Persoonlijk OntwikkelPlan (POP). In je Persoonlijk OntwikkelPlan komen de volgende onderwerpen te staan: wat je leerdoelen zijn voor de beroepsvaardigheden wat je in je persoonlijke ontwikkeling wil bereiken welke planning van (leer)activiteiten je hebt voor de komende periode welke adviezen de school en praktijkbegeleider voor je hebben (bijvoorbeeld of je door moet gaan met de opleiding of BPV) en welke afspraken er met je gemaakt zijn. 3.13 Leren en beoordelen Tijdens de opleiding is het belangrijk dat je weet hoe jij ervoor staat. Voor je docenten en begeleiders is het belangrijk dat ze weten hoe je vooruit gaat in je opleiding. Daarom worden jouw resultaten bijgehouden in ons leerlingvolgsysteem. In het leerlingvolgsysteem kunnen we precies zien welke onderdelen jij met succes hebt afgerond en welke niet. Die resultaten zijn belangrijk voor de gesprekken met je loopbaanbegeleider. In die gesprekken bespreken jullie immers samen hoe het gaat en hoe je verder gaat met je opleiding. Op vaste momenten in je opleiding wordt bepaald of je verder mág met je opleiding. Om dat te kunnen vaststellen, is het natuurlijk belangrijk dat je goed beoordeeld wordt. Dat doen we op twee manieren. Ontwikkelingsgericht beoordelen Als we ontwikkelingsgericht (of formatief) beoordelen, willen we vooral inzicht krijgen in hoe jij je ontwikkelt. Het gaat er dan niet om dat je een bepaald niveau haalt, maar dat je te horen krijgt wat je al beheerst en waar je je verder in moet ontwikkelen. Met die informatie kun jij dan verder aan de slag. Zo n beoordeling, bijvoorbeeld een toets, telt dus niet mee voor het behalen van je diploma of voor een certificaat. Kwalificerend beoordelen Als de uitslag van een beoordeling wel meetelt voor een diploma of certificaat, noemen we dat kwalificerend (of summatief) beoordelen. We beoordelen dan om te beslissen of je aan de eisen van examenonderdelen voldoet. Als we op deze manier beoordelen,dan moet dat officieel, volgens de regels en met goede examens gebeuren. De Inspectie van het Onderwijs bewaakt de kwaliteit van de examens. Examenreglement De regels voor het afnemen van examens staan in het examenreglement van het ROC. In dit examenreglement vind je bijvoorbeeld wat je moet doen als je het niet eens bent met de uitslag van 15

het examen. Iedere opleiding heeft regels voor het onderwijs en de examens. Iedere opleiding moet precies beschrijven hoe je de opleiding eruit ziet en met welke toetsen en examens je te maken krijgt. Die informatie staat allemaal in het tweede deel van de Studiewijzer. Niet alleen de examens op school bepalen trouwens of je een diploma krijgt. De beoordeling van je BPV is een belangrijk onderdeel van de examinering. Als je alle examens van de opleiding met voldoende resultaat hebt afgesloten, ontvang je een diploma met daarbij een lijst van je resultaten. Extraneus of examendeelnemer Als je alleen een examen of een examenonderdeel wilt doen, kun jij je inschrijven als extraneus of examendeelnemer. Je volgt dan geen onderwijs en je hebt geen recht op loopbaanbegeleiding. 16

4. Het Examenprogramma Het examen van de opleiding bestaat uit de volgende onderdelen: Het beroepsgerichte deel Nederlands Rekenen Engels (MBO 4) Loopbaan en burgerschap in het mbo Voordat je aan je examens begint, krijg je de richtlijnen rond examinering. In deze richtlijnen staat wat je rechten en plichten zijn bij het maken van examens. 4.1 De beroepsgerichte examinering In onderstaande tabel zie je in welke beroepsgerichte examenonderdelen geëxamineerd wordt. In de tabel kun je lezen in welke vorm het examen wordt afgenomen, waar en op welk moment van de opleiding. Beoordeling op driepuntschaal Het eindoordeel van de kerntaak wordt uitgedrukt in een driepuntschaal: goed, voldoende of onvoldoende en in cijfers Kerntaak 1 Voert beleid van de organisatie uit Examentoets of -onderdeel Filiaalmanagement Werkprocessen 1.1, 1.3 en 1.7 Onderdeel van praktijkexamen BPV Examentoets of -onderdeel Financieel management Werkprocessen 1.5 en 1.6 Onderdeel van praktijkexamen BPV Examentoets of -onderdeel Personeelsmanagement Werkprocessen 1.8, 1.9 en 1.12 Onderdeel van praktijkexamen BPV Examentoets of -onderdeel Leidinggeven, begeleiden en werkoverleg Werkprocessen 1.10, 1.11 en 1.13 Onderdeel van praktijkexamen BPV Eindwaardering Praktijkexamen Theorie-examens Examentoets of -onderdeel Examentoets of -onderdeel Examentoets of -onderdeel Het praktijkexamen bestaat uit vier onderdelen. Om te slagen voor een onderdeel van het praktijkexamen moeten alle competenties daarbinnen met een voldoende beoordeeld zijn. Het praktijkexamen wordt afgesloten met een reflectiegesprek (CGI). Dit moet ook met een voldoende worden beoordeeld. Theorie: Recht (detailhandelsgerelateerde verzekeringen, consumentenrechten en overeenkomsten) Theorie-examen School Theorie: Management (HRM, arbeidsvoorwaarden, organisatie) Theorie-examen School Theorie: Commercieel - toets 1 (marktbenadering en marktonderzoek, 17

Examentoets of -onderdeel Examentoets of -onderdeel Examentoets of -onderdeel Eindwaardering Theorie-examens commerciële samenwerking) Theorie-examen School Theorie: Commercieel - toets 2 (assortimentsbeleid en inkoop, prijs en aspecten prijsbeleid, presentatie en promotie) Theorie-examen School Theorie: Financieel - toets 1 (exploitatiekosten, consumentenprijs, break-even(analyse)) Theorie-examen School Theorie: Financieel toets 2 (exploitatiebudget, budget, management informatie systemen) Theorie-examen School Er zijn zes theorie-examens binnen kerntaak 1. Er zijn vier clusters (recht, management, commercieel en financieel). Om te slagen voor de theorie-examens mag er één cluster met een 5 worden afgerond; de overige met minimaal een 5,5. Het gemiddelde van de theorieexamens moet minimaal 5,5 zijn. Eindwaardering Kerntaak 1 Aan de hand van de behaalde scores op de examenonderdelen wordt de beoordeling op de kerntaak vastgesteld: onvoldoende, voldoende of goed. Kerntaak 2 Beheert de goederenstroom en voorraad Praktijkexamen Examentoets of -onderdeel Goederenontvangst en opslag Werkprocessen 2.3, 2.4 en 2.6 Onderdeel van praktijkexamen BPV Examentoets of -onderdeel Bestellen Werkprocessen 2.5 Onderdeel van praktijkexamen BPV Examentoets of -onderdeel Leidinggeven en begeleiden Werkprocessen 2.3, 2.4 en 2.6 Onderdeel van praktijkexamen BPV Eindwaardering Praktijkexamen Theorie-examens Examentoets of -onderdeel Eindwaardering Het praktijkexamen bestaat uit drie onderdelen. Om te slagen voor een onderdeel van het praktijkexamen moeten alle competenties daarbinnen met een voldoende beoordeeld zijn. Het praktijkexamen wordt afgesloten met een reflectiegesprek (CGI). Dit moet ook met een voldoende worden beoordeeld. Theorie over de onderwerpen: derving, voorraadbeheer en bestellen, afhandeling goederenontvangst, voorraadinventarisatie Theorie-examen School Er is één theorie-examen binnen kerntaak 2. Het examen moet met 18

Theorie-examen minimaal een 5,5 worden afgerond. Eindwaardering Kerntaak 2 Aan de hand van de behaalde scores op de examenonderdelen wordt de beoordeling op de kerntaak vastgesteld: onvoldoende, voldoende of goed. Kerntaak 3 Coördineert verkoopactiviteiten en voert deze uit Praktijkexamen Examentoets of -onderdeel Verkoopgesprekken Werkprocessen 3.2 en 3.4 Onderdeel van praktijkexamen BPV Examentoets of -onderdeel Bestellen en klachtenafhandeling Werkprocessen 3.6 en 3.7 Onderdeel van praktijkexamen BPV Examentoets of -onderdeel Leidinggeven en begeleiden Werkprocessen 3.2 en 3.4 Onderdeel van praktijkexamen BPV Eindwaardering Praktijkexamen Theorie-examens Examentoets of -onderdeel Het praktijkexamen bestaat uit drie onderdelen. Om te slagen voor een onderdeel van het praktijkexamen moeten alle competenties daarbinnen met een voldoende beoordeeld zijn. Het praktijkexamen wordt afgesloten met een reflectiegesprek (CGI). Dit moet ook met een voldoende worden afgesloten. Theorie over de onderwerpen: communicatie, leidinggeven, motiveren, beslissen, calamiteiten en criminaliteit, klachtenbehandeling en serviceverlening, offertes, verkoop- en goederenadministratie Theorie-examen School Eindwaardering Er is één theorie-examen binnen kerntaak 3. Het examen moet met Theorie-examen minimaal een voldoende worden afgerond. Eindwaardering Kerntaak 3 Aan de hand van de behaalde scores op de examenonderdelen wordt de beoordeling op de kerntaak vastgesteld: onvoldoende, voldoende of goed. Kerntaak 4 Coördineert de kassatransacties en voert deze uit Praktijkexamen Examentoets of -onderdeel Verkooptransacties Werkprocessen 4.2 en 4.3 Onderdeel van praktijkexamen BPV Examentoets of -onderdeel Beheren en administratie afrekensysteem Werkprocessen 4.1 en 4.4 Onderdeel van praktijkexamen BPV Examentoets of -onderdeel Leidinggeven en begeleiden Werkprocessen 4.1, 4.3 en 4.4 Onderdeel van praktijkexamen 19

Eindwaardering Praktijkexamen BPV Het praktijkexamen bestaat uit drie onderdelen. Om te slagen voor een onderdeel van het praktijkexamen moeten alle competenties daarbinnen met een voldoende beoordeeld zijn. Het praktijkexamen wordt afgesloten met een reflectiegesprek (CGI). Dit moet ook met een voldoende worden afgesloten. Eindwaardering Kerntaak 4 Aan de hand van de behaalde scores op de examenonderdelen wordt de beoordeling op de kerntaak vastgesteld: onvoldoende, voldoende of goed. Kerntaakoverstijgend Examentoets of -onderdeel Werkprocessen Eindwaardering kerntaakoverstijgende werkstuk Korte omschrijving Werkstuk: branche- en assortimentskennis Werkproces en kerntaak overstijgend Werkstuk met presentatie School Om te slagen voor het beroepsgerichte deel van de examinering moet het kerntaakoverstijgende werkstuk met minstens een voldoende zijn afgesloten. Moderne vreemde talen Engels Examentoets of -onderdeel Eindwaardering beroepsgericht Engels Luisteren B1 Lezen B1 Gesprekken B1 / Spreken B1 Schrijven B1 Schriftelijk en mondeling Op school Deze examentoets(en) zijn onderdeel van de beroepsgerichte examinering. De toets(en) zullen in de weging ten opzichte van de totaalbeoordeling van het beroepsgerichte examen worden meegenomen. De toets(en) moeten met minstens een voldoende zijn afgesloten. Let op: Het vereiste niveau voor het beroepsgerichte Engels ligt op de vaardigheden Gesprekken voeren, Spreken en Schrijven hoger dan het generieke niveau Engels voor een mbo 4 opleiding. (zie verder Engels generiek paragraaf 4.4) Eindwaardering beroepsgerichte deel van de kwalificatie Om te slagen voor het beroepsgerichte deel van de examinering moeten alle kerntaken, het overkoepelende branche- en assortimentskennis werkstuk en beroepsgericht MVT met minstens een voldoende zijn afgesloten. 20

4.2 Nederlands Nederlands Alle MBO-deelnemers moeten examen Nederlands doen. Voor niveau 1, 2 of 3 is dat op niveau 2F, voor niveau 4 is dat op niveau 3F. Tijdens je opleiding wordt uitgelegd wat dit niveau inhoudt. Cijferbeoordeling De beoordelingen bij Nederlands bij onderstaande examenonderdelen worden uitgedrukt in cijfers. Diplomering in 2012/2013 Nederlands Examentoets of -onderdeel Examentoets of -onderdeel Examentoets of -onderdeel Examentoets of -onderdeel Examentoets of -onderdeel Eindwaardering Nederlands Korte omschrijving Luisteren 3F Schoolexamen School Lezen 3F Schoolexamen School Schrijven 3F Schoolexamen - schriftelijk School Spreken 3F Schoolexamen - mondeling School Gesprekken 3F Schoolexamen - mondeling School Het eindcijfer (heel cijfer) voor Nederlands is het rekenkundig gemiddelde van het cijfer op de onderdelen <Spreken, gesprekken voeren en schrijven> en het cijfer op de onderdelen <Lezen & luisteren>. Voor slaagregels zie paragraaf 4.6 Diplomering. 4.3 Rekenen Alle MBO-deelnemers moeten examen Rekenen doen. Voor niveau 1, 2 of 3 is dat op niveau 2F, voor niveau 4 is dat op niveau 3F. Tijdens je opleiding wordt uitgelegd wat dit niveau inhoudt. Voor niveau 1, 2, 3 is dat op niveau 2F. Voor niveau 4 is dat op niveau 3F. Cijferbeoordeling De beoordelingen bij rekenen worden uitgedrukt in cijfers. Rekenen Examentoets of -onderdeel Korte omschrijving Rekenen 3F Schoolexamen - digitaal (vanaf 2013/14 Centraal examen) School 21

4.4 Engels en moderne vreemde talen Alle deelnemers van een MBO niveau 4-opleiding moeten examen Engels doen. De onderdelen Lezen en Luisteren op niveau B1, de onderdelen Spreken, Gesprekken voeren en Schrijven op A2. Tijdens je opleiding wordt uitgelegd wat deze niveaus inhouden. In de beroepsgerichte examinering zoals beschreven wordt in paragraaf 4.1 wordt aangegeven of en op welke wijze moderne vreemde talen worden geëxamineerd. De beoordelingen bij Engels bij onderstaande examenonderdelen uit de tabel worden uitgedrukt in cijfers. Engels Examentoets of -onderdeel Examentoets of -onderdeel Examentoets of -onderdeel Examentoets of -onderdeel Examentoets of -onderdeel Eindwaardering Engels Korte omschrijving Luisteren B1 Schoolexamen School Lezen B1 Schoolexamen School Schrijven A2 Schoolexamen - schriftelijk School Spreken A2 Schoolexamen - mondeling School Gesprekken A2 Schoolexamen - mondeling School Het eindcijfer (een heel cijfer) voor Engels is het gemiddelde van de cijfers voor de vijf onderdelen Let op: Het vereiste niveau voor het beroepsgerichte Engels ligt op de vaardigheden Gesprekken voeren, Spreken en Schrijven hoger dan het generieke niveau Engels voor een mbo 4 opleiding. (zie verder Engels generiek paragraaf 4.4) LET OP: De opleiding biedt volgens het kwalificatiedossier Engels op B1 niveau aan. Echter de centrale examens worden op het niveau afgenomen zoals bovenstaand is vermeld. In de beroepsgerichte examinering zoals beschreven wordt in paragraaf 4.1 wordt aangegeven of en op welke wijze moderne vreemde talen worden geëxamineerd. Bij jouw opleiding gaat het om Engels. 22

4.5 Loopbaan en burgerschap in het mbo Als student moet je minimaal voldoen aan de inspanningsverplichting die de opleiding hiervoor heeft gesteld. Dit onderdeel wordt niet geëxamineerd. Op de resultatenlijst bij je diploma is het resultaat voor dit vak wel opgenomen. De eindwaardering voor Loopbaan & burgerschap is voldaan of niet voldaan. Loopbaan & burgerschap Onderdeel Beoordelingsvorm Onderdeel Beoordelingsvorm Onderdeel Beoordelingsvorm Onderdeel Beoordelingsvorm Onderdeel Beoordelingsvorm Eindwaardering L&B Korte omschrijving De politiek-juridische dimensie Kennistoets, opdrachten, verkiezingsposter aanwezigheid Op school / excursie Tweede kamer De economische dimensie Kennistoets, opdrachten, aanwezigheid Op school De sociaal-maatschappelijk dimensie Kennistoets, verslag, presentatie, aanwezigheid Op school /excursie rechtbank De dimensie vitaal Burgerschap Verslag, presentatie, aanwezigheid Op school Loopbaan Reflectieverslag, opdrachten, portfolio Op school Elke dimensie moet Voldoende zijn afgerond! 23

Examenplan Summatieve examens Filiaalmanager cohort 2012-2013 (1-jarig traject) versie 9juli toets code Naam examen Plaats van afname Waardering en weging Afname 1 e gelegenheid Week 45 Week 4 Week 4 Week 12 Eco 1 Kerntaak 1: cluster commercieel: Schriftelijk school toets:minimaal 4.0 clustergemiddelde examen commercieel 1 minimaal 5.0* 1 nov 2012 Eco 2 Kerntaak 1: cluster commercieel: Schriftelijk school toets:minimaal 4.0 clustergemiddelde examen commercieel 2 minimaal 5.0* 1 jan 2012 Eco 3 Kerntaak 1: cluster financieel: Schriftelijk school toets:minimaal 4.0 clustergemiddelde examen financieel 1 minimaal 5.0* 1 jan 2012 Eco 4 Kerntaak 1: cluster financieel: Schriftelijk school toets:minimaal 4.0 clustergemiddelde examen financieel 2 minimaal 5.0* 1 maart 2013 Eco 5 Kerntaak 1: cluster recht: examen Schriftelijk school minimaal 5.0* 1 Week 4 recht jan 2012 Eco 6 Kerntaak 1: cluster management: Schriftelijk school minimaal 5.0 *1 Week 12 examen management maart 2013 Eco 7 Kerntaak 2 Schriftelijk school minimaal 5.5 Week 45 nov 2012 Eco 8 Kerntaak 3 Schriftelijk school minimaal 5.5 Week 12 maart 2013 Afname 2 e gelegenheid Week 13 maart 2013 Week 13 maart 2013 Week 13 maart 2013 Week 17 april 2013 Week 13 maart 2013 Week 17 april 2013 Week 13 maart 2013 Week 17 april 2013 Afname 3 e gelegenheid Week 25 juni 2013 Week 25 juni 2013 Week 25 juni 2013 Week 25 juni 2013 Week 25 juni 2013 Week 25 juni 2013 Week 25 juni 2013 Week 25 juni 2013 * 1 Weging kerntaak 1: Let op, slechts 1 cluster (van de vier) mag afgerond minimaal een 5.0 zijn, de overige clusters moeten een 5.5 zijn. Gemiddeld moet kerntaak 1 ook een 5.5 zijn. toets code WBA Naam examen Plaats van afname Werkstuk Branche- en Werkstuk en assortimentskennis presentatie BU Burgerschap Portfolio (4 domeinen) BPV Praktijkexamens: Kerntaak 1, kerntaak 2, kerntaak 3,Kerntaak 4 Waardering Afname 1 e gelegenheid school voldoende(5.5) Week 4 jan 2012 school voldoende(5.5) Week 12 maart 2013 4 Praktijkexamens BPV alle praktijkexamens minimaal 5.5 en alle reflectiegesprekken voldoende Afname 2 e gelegenheid Afname3 e gelegenheid Week 13 Week 25 maart 2013 juni 2013 Week 17 Week 25 april 2013 juni 2013 In week 25 juni 2013 moeten alle praktijkexamens en reflectiegesprekken zijn afgerond 1

toets code Ned 1 Naam examen Plaats van afname Nederlands schrijven/taalverzorging 3F Waardering en weging Afname 1 e gelegenheid Schriftelijk school voldoende Week 4 jan 2012 Afname 2 e gelegenheid Week 13 maart 2013 Afname3 e gelegenheid Week 25 juni 2013 Ned 2 Nederlands gesprekken voeren 3F Mondeling school voldoende Week 45 nov2012 Ned 3 Nederlands spreken 3F Mondeling school voldoende Week 4 jan 2012 Week 4 jan 2013 Week 13 maart 2013 Week 13 maart 2013 Week 25 juni 2013 Ned 4 Pilot COE Nederlands lezen 3F School examen/digitaal school voldoende (5.5) Week 48/49 nov/dec 2012 Week 6/7 jan/feb 2013 Week 15/16 april 2013 Ned 5 Pilot COE Nederlands luisteren 3F School examen/digitaal school voldoende (5.5) Week 48/49 nov/dec 2012 Week 6/7 jan/feb 2013 Week 15/16 april 2013 Eindwaardering Nederlands Het eindcijfer (een heel cijfer) voor Nederlands is het gemiddelde van de cijfers voor de vijf onderdelen Eng 1 Engels lezen B1 Schriftelijk school voldoende Week 45 nov2012/ week 4, jan 2013 Week 17 april 2013 Eng 2 Engels luisteren B1 Schriftelijk school voldoende Week 45 nov2012/ Week 17 week 4, jan 2013 april 2013 Eng 3 Engels schrijven B1 Schriftelijk school voldoende Week 13 Week 17 maart 2013 april 2013 Eng 4 Engels gesprekken voeren B1 Mondeling school voldoende Week 45 nov2012/ Week 17 week 4, jan 2013 april 2013 Eng 5 Engels spreken B1 Mondeling school voldoende Week 13 Week 17 maart 2013 april 2013 Eindwaardering Engels Het eindcijfer (een heel cijfer) voor Engels is het gemiddelde van de cijfers voor de vijf onderdelen Week 25 juni 2013 Week 25 juni 2013 Week 25 juni 2013 Week 25 juni 2013 Week 25 juni 2013 REK Pilot COE Rekenen 3F School examen/digitaal school minimaal 5.5* 2 Week 5/6 jan/feb 2013 Week 14/15 april 2013 * 2 Tot 1 augustus 2013 zijn de regels voor rekenen versoepeld. 2

4.6 Diplomering Diplomering in 2012/2013 Je bent geslaagd voor je opleiding als voldaan is aan de volgende eisen: 1. Het beroepsgerichte deel van de examinering is met minimaal een voldoende afgesloten. 2. Je ten minste een 5 als eindcijfer voor Engels hebt. 3. Voldaan is aan de inspanningsverplichting voor loopbaan & burgerschap Daarnaast moet zijn voldaan aan de eisen die de school stelt ten aanzien van de BPV. Bij studievertraging kunnen andere slaagregels gelden! Informatie is te verkrijgen bij de examencommissie. Noot: Behaalde resultaten voor Nederlands en rekenen tellen niet mee voor diplomering, worden wel vermeld als bijlage bij het diploma 4.7 Vrijstellingen voor Nederlands en rekenen Studenten die de examenonderdelen Nederlands en/of rekenen binnen het mbo hebben behaald, kunnen voor die examenonderdelen vrijstelling krijgen als zij binnen twee studiejaren opnieuw een mbo-opleiding afronden van hetzelfde of van een hoger mbo-niveau. Zij moeten aantonen dat zij het betreffende examenonderdeel reeds hebben afgelegd en daarvoor ten minste een 6 hebben behaald. Een dergelijke vrijstelling voor Nederlands kan verkregen worden voor het gehele examenonderdeel of voor het centraal examen Nederlands dan wel het schoolexamen Nederlands. Studenten die een havo- of vwo-opleiding hebben afgerond, kunnen vanaf 2014 in aanmerking komen voor een vrijstelling. Zij kunnen vrijstelling krijgen als zij een mbo-opleiding afronden binnen twee studiejaren na het studiejaar waarin zij voor het eindexamenvak Nederlands of de rekentoets een 6 hebben behaald. Verzoeken kunnen bij de examencommissie worden ingeleverd. 4.8 Herkansingen Studenten hebben recht op twee toets gelegenheden ( één herkansing ). Verzoeken tot extra herkansingen worden behandeld door de teamexamencommissie. 1

5. Begeleiding, Zorg & Extra faciliteiten Het ROC vindt dat iedere student de beste begeleiding en zorg verdient. Natuurlijk heeft niet iedereen evenveel begeleiding en zorg nodig. Sommige studenten hebben een handicap. Andere studenten hebben leerproblemen of problemen met bijvoorbeeld wonen, geld, veiligheid of justitie. We proberen onze begeleiding en zorg daarom af te stemmen op de vraag van iedere student. 5.1 Welke begeleiding en zorg kan ik krijgen? Er zijn verschillende soorten begeleiding en zorg. Loopbaanbegeleiding voor iedere student Je krijgt je hele opleiding loopbaanbegeleiding. Je loopbaanbegeleider houdt in de gaten hoe het met je studie gaat en of er problemen zijn. Je hebt regelmatig een gesprek met je loopbaanbegeleider. Deze gesprekken kunnen gaan over je studie, maar ook over je gedrag en hoe je je voelt, je motivatie of je lichamelijke problemen hebt, enzovoorts. Deze begeleiding gaat dus niet alleen over je studie, maar over jouw functioneren als jong volwassene. De coördinatie van de begeleiding en zorg op de opleiding ligt in handen van de zorgcoördinator. Vaak is er ook nog een pluscoach in de opleiding aanwezig. Doorgaans meldt jouw loopbaanbegeleider je, als dat nodig is en in overleg met jou, aan voor extra ondersteuning bij de zorgcoördinator, die je kan verwijzen naar specialistische begeleiding van het LEC. LEC, het Loopbaan Expertise Centrum Binnen het LEC is specialistische begeleiding aanwezig voor loopbaanoriëntatie, leerproblemen, faalangst, psychosociale- en gedragsproblematiek en er is schoolmaatschappelijk werk. Daarnaast is er begeleiding voor studenten met een handicap of chronische ziekte. Alle mbo colleges maken gebruik van een LEC. Het LEC voor onze opleiding in Zuid, is te vinden op de Europaboulevard 13, op twee hoog. Je kunt je in overleg met je loopbaanbegeleider door de zorgcoördinator van je opleiding laten verwijzen naar het LEC. Je wordt dan uitgenodigd voor een gesprek. Natuurlijk kun je zelf ook altijd om informatie vragen. Het LEC in college zuid heeft een eigen e-mailadres: leccollegezuid@rocva.nl. Zorg Advies Team Soms wordt een student besproken in het zogeheten Zorg Advies Team (ZAT). Dat gebeurt anoniem, of er is hiervoor van te voren toestemming aan de student gevraagd. Bespreking in het ZAT vindt plaats, als er sprake is van problemen op meerdere gebieden (multi-problematiek). In het ZAT werken deskundigen van verschillende organisaties samen (o.a. Leerplicht, Maatschappelijk Werk, Bureau Jeugdzorg, GGD en GGZ). Een ZAT zorgt ervoor, dat de student zo snel mogelijk de hulp en begeleiding krijgt die nodig is. Handicap of stoornis Volgens de Wet Educatie en Beroepsonderwijs en de Wet Gelijke Behandeling moet een ROC voor iedereen toegankelijk zijn. Dat geldt dus voor studenten met een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking. Er is voor deze studenten tot 30 jaar een regeling, die regeling heet Leerlinggebonden Financiering (LGF). Deze regeling wordt wel een rugzak genoemd. Met een rugzak krijgt de school geld voor extra faciliteiten voor of begeleiding van een student met een beperking. De rugzak geldt bijvoorbeeld bij doof- of slechthorendheid, bij langdurige ziekte, een motorische beperking, meervoudige handicaps en psychiatrische of gedragsstoornissen. Meer informatie hierover vind je op www.meldpuntlgf.nl. en www.rugzakinmbo.nl. Als je op je vorige school al een rugzak had, mag je die gewoon meenemen naar het ROC. Je moet dan bij de aanmelding een kopie inleveren van de indicatiestelling. Dit geldt dus als je op het speciaal onderwijs hebt gezeten. 2

Topsportregeling Sport jij op hoog niveau? Dan kun je extra begeleiding krijgen bij het ROC. Als je aan topsport doet, is er een speciale regeling voor jou, zodat je je sport en je opleiding kunt combineren. Samen met je loopbaanbegeleider en je topsportbegeleider maak je een aangepast studieprogramma. Het ROC houdt bij dit studieprogramma zoveel mogelijk rekening met je trainingen en wedstrijden. Meer informatie over de topsportregeling vind je op de website van ROC. 3

5.2 Ben je op 1 augustus 18 jaar of ouder? Studiefinanciering Je hebt recht op studiefinanciering en een ov-jaarkaart. Als je een niveau 1- of 2-opleiding volgt, is de studiefinanciering een gift. Je hoeft de studiefinanciering dan niet terug te betalen. Als je een niveau 3- of 4-opleiding volgt, is de studiefinanciering een prestatiebeurs. Als je de opleiding niet afrondt, moet je de studiefinanciering terugbetalen. DUO - IB-groep bepaalt hoeveel studiefinanciering jij krijgt. De hoogte van je studiefinanciering is afhankelijk van je thuissituatie. 5.3 Ben je op 1 augustus jonger dan 18 jaar? Je hoeft geen lesgeld te betalen als je jonger dan 18 jaar bent. Toch maak je wel allerlei kosten, zoals voor je vervoer. Als je jonger dan 18 jaar bent, krijg je geen ov-jaarkaart. Je kunt wel bij de Nederlandse Spoorwegen een jaartrajectkaart aanvragen. Meer informatie vind je bij de administratie van het ROC en op de website van de NS www.ns.nl. Je ouders kunnen een deel van de kosten terugkrijgen volgens de Wet Tegemoetkoming Studiekosten. De voorwaarden hiervoor vind je op de website van DUO - IB-groep: www.ib-groep.nl. 4

6. Aanwezigheid 6.1 Wanneer moet ik op school aanwezig zijn? Je moet 100% van de tijd, dus altijd, aanwezig zijn bij onderwijsactiviteiten. Deze onderwijsactiviteiten zijn lessen, gastlessen, workshops, BPV en examens. Verder zorg je ervoor dat je altijd op tijd komt en dat je de onderwijsactiviteiten volgens het rooster volgt. Kom je te laat of houd je je niet aan het rooster? Dan krijg je een gesprek met je loopbaanbegeleider. 6.2 Wat moet ik doen als ik niet kan komen? Soms kun je niet naar school komen, bijvoorbeeld omdat je ziek bent. Dat heet verzuim. Het ROC heeft duidelijke regels over verzuim. Je moet verzuim melden op de eerste dag dat je afwezig bent. Je kan je afmelden via het telefoonnummer 020-5791000 of via ziekmeldingenjdb@rocva.nl Voor bijzondere omstandigheden, zoals een begrafenis of het bijwonen van een huwelijk, kun je vooraf een verlofaanvraag indienen bij de manager van je opleiding. Die manager beslist of je verlofaanvraag wordt goedgekeurd. Als je lange tijd niet naar school kunt komen, loop je waarschijnlijk een achterstand op. Als je denkt dat dit het geval is, neem je zo snel mogelijk contact op met je loopbaanbegeleider. Jullie bespreken dan samen hoe je achterstand zoveel mogelijk kunt voorkomen en later kunt inhalen. 6.3 Wat gebeurt er als ik zonder reden afwezig ben? Als jij je verzuim niet meldt, belt de school jou of je ouders om te vragen wat er aan de hand is. Bij verzuim krijg je een gesprek met je loopbaanbegeleider. Ben je jonger dan 18 jaar, dan zijn wij wettelijk verplicht om het verzuim te melden aan de leerplichtambtenaar. Als je tussen de 18 en 23 jaar bent, zijn we wettelijk verplicht dit te melden aan bij het Regionaal Meld- en Coördinatiepunt. Langdurig of regelmatig ongeoorloofd verzuim leidt tot intrekking van je studiefinanciering of een boete door de overheid. 5

7. Studiekosten Een opleiding volgen kost geld. Er zijn verschillende soorten kosten: wettelijke kosten en de schoolbijdrage. 7.1 Wettelijke kosten Lesgeld Ben je op 1 augustus 2012 18 jaar of ouder en volg je een voltijd BOL-opleiding? Dan moet je lesgeld betalen. Het lesgeld wordt jaarlijks vastgesteld, zie 12.3 Specificatie van kosten opleiding-. Dit bedrag moet je rechtstreeks betalen aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO - IB-groep). Half oktober ontvang je hiervoor een acceptgirokaart van DUO - IB-groep. Je bent officieel ingeschreven voor je opleiding als je die acceptgiro hebt betaald én jij je onderwijskaart hebt ingeleverd bij de administratie van het ROC. Cursusgeld Ben je op 1 augustus 2012 18 jaar of ouder en volg je een deeltijd BOL-opleiding of een BBLopleiding? Dan moet je cursusgeld betalen. Het cursusgeld wordt jaarlijks vastgesteld, zie 12.3 Specificatie van kosten opleiding-. Je moet het cursusgeld aan het ROC betalen. Wij sturen jou hiervoor een rekening. Wanneer je ons betaald hebt, zorgen wij dat het geld bij het Ministerie van OC&W terecht komt. Teruggave les- of cursusgeld In een aantal gevallen kun je in aanmerking komen voor een (gedeeltelijke) terugbetaling van het betaalde lesgeld, bijvoorbeeld: als jij je diploma veel eerder behaald hebt of stopt met de opleiding. We verwijzen voor een volledig overzicht naar de site van www.ib-groep.nl. 7.2 Schoolbijdrage Sommige kosten moet je daarom zelf betalen. Dit is de schoolbijdrage. Als je de onderwijsovereenkomst afsluit, krijg je een overzicht van de schoolbijdragen. Leermiddelen en materialen Dit zijn kosten die jij of je ouders/verzorgers moeten betalen, omdat ze noodzakelijk zijn om je opleiding te kunnen volgen. Voordat je begint aan je opleiding, krijg je een lijst met leermiddelen en materialen die je nodig hebt, bijvoorbeeld boeken, licenties, gereedschappen of werkkleding. Je moet deze leermiddelen verplicht kopen, maar je mag meestal wel kiezen of je de leermiddelen via school koopt of niet. Soms krijg je korting als je de leermiddelen via school koopt. Bijdrage excursie, feesten, kluisjes etc. Dit zijn kosten waarvan je mag kiezen of je ze betaalt. Deze kosten zijn immers niet noodzakelijk voor je opleiding. De activiteiten die we voor dat geld organiseren, maken het onderwijs wel interessanter en leuker. Het hoogte van het bedrag hangt af van de kosten die de school maakt. Het bedrag betaal je met een pin en/of eenmalige machtiging. Als je de bijdrage voor de activiteit niet betaalt, mag je niet geweigerd of van school gestuurd worden. Maar je mag niet meedoen met de activiteiten, zaken of diensten waarvoor je een bijdrage moet betalen. Onder deze bijdrage vallen o.a.: introductieactiviteiten, zoals overnachtingen en maaltijden; excursies of culturele activiteiten; schoolfeesten, gala s en eindejaarsactiviteiten; kerstviering; afsluitingsbijeenkomst van de opleiding; huur lockers/kluisjes. 6

7.3 Specificatie opleidingskosten BOL-opleiding Kostenpost Bedrag Verplicht Vrijwillig Opmerkingen Wettelijke bijdrage per schooljaar lesgeld 1065 X Wordt jaarlijks vastgesteld. Factuur van de IB groep Dit bedrag geldt voor 2012/2013. Lesmaterialen (boeken, e.d) De boekenlijst staat vermeld op de site www.vandijk.nl leerjaar 1 432,63 X Printen en kopiëren X Overige kosten Excursiekosten zijn voor eigen rekening Reiskosten X Reiskosten in het kader van de stage of beroepspraktijkvorming zijn voor rekening van de student. Het kan gebeuren dat gedurende de opleiding van locatie veranderd moet worden. Mogelijke (extra) reiskosten zijn voor rekening van de student. 7

8. Verzekeringen Het ROC en de studenten zijn verzekerd tegen ongevallen en aansprakelijkheid. 8.1 Ongevallenverzekering Met de ongevallenverzekering zijn alle betrokkenen (studenten, personeel, vrijwilligers) tijdens schoolactiviteiten verzekerd. De reis van en naar school is verzekerd. De verzekering geldt ook op het BPV-adres en onderweg van en naar het BPV-adres. 8.2 Aansprakelijkheidsverzekering Met de aansprakelijkheidsverzekering ben je verzekerd tegen schadeclaims als gevolg van onrechtmatig handelen. Het ROC is alleen aansprakelijk als er sprake is van een verwijtbare fout. Een verwijtbare fout is een fout die de school had kunnen voorkomen. Als je bril kapot gaat tijdens de gymles is dat bijvoorbeeld niet de schuld van de school. Maar ook schade door gedrag van studenten valt niet onder deze verzekering. Studenten (en hun ouders) zijn verantwoordelijk voor de gevolgen van hun gedrag. Zorg daarom dat je altijd zelf een particuliere aansprakelijkheidsverzekering hebt. BPV verzekering De BPV verzekering is een onderdeel van de aansprakelijkheidsverzekering. Deze verzekering zorgt ervoor dat schade bij de BPV wordt gedekt. De BPV verzekering is alleen geldig met een geldige Praktijkovereenkomst (POK). Wanneer je schade bij de BPV wilt melden, komt daar veel bij kijken. Je moet ongevallen en schade melden op een schadeformulier. Dat wordt dan weer centraal aangemeld bij de verzekeringsmaatschappij van het ROC. Heb je schade geleden tijdens de BPV? Neem dan contact op met je loopbaanbegeleider en bekijk de documenten hierover op blackboard of portal. Daar kun je vinden welke schade wel of niet gedekt is. 8.3 Schoolreisverzekering Studenten van het ROC zijn tijdens (school-)reizen en excursies verzekerd door de doorlopende (school)reispolis. 8.4 Verzekering bij BPV in het buitenland Ga jij je BPV doen in het buitenland? Meld dit dan bij je zorgverzekering en vraag een Health Insurance Card aan. In de meeste Europese landen is je Nederlandse ziektekostenverzekering geldig. Hier zijn wel drie voorwaarden aan verbonden: je verblijft korter dan 12 maanden in het buitenland; Nederland blijft je woonplaats; je betaalt je zorgpremie gewoon door.

9. INSPRAAK 9.1 Inspraak via het ROC van Amsterdam Het is belangrijk dat het ROC jouw mening over het onderwijs en andere schoolzaken weet. We organiseren daarvoor verschillende activiteiten: Tevredenheidonderzoek We houden twee keer per jaar een onderzoek naar wat studenten vinden van hun school, hun opleiding en alles daaromheen. Eén keer per twee jaar wordt er landelijk een enquête gehouden in samenwerking met de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB). Rondetafelgesprekken Sommige teams nodigen studenten van verschillende leerjaren uit om deel te nemen aan een rondetafelgesprek. Voorbeelden van onderwerpen zijn onderwijs, veiligheid, lesroosters of het gebouw. Op deze manier bekijkt het ROC hoe het met een opleiding gaat. Door de rondetafelgesprekken kunnen we het onderwijs en de examens blijven verbeteren. Het is dus belangrijk om eraan mee te doen als je een uitnodiging krijgt. 9.2 Inspraak van studenten Je kunt zelf beslissen om mee te praten over het onderwijs en andere schoolzaken. Dat kun je op verschillende manieren doen: Klassenvertegenwoordiging Elke klas of groep heeft een klassenvertegenwoordiger. Iedere klas kiest in de eerste leerperiode één student die hun klassenvertegenwoordiger wordt. De klassenvertegenwoordiger overlegt elke onderwijsperiode met de opleidingsmanager. Studentenraad Het ROC heeft een studentenraad waardoor zaken die het gehele ROC betreffen met het Bestuur besproken kunnen worden. 9.3 Inspraak via JOB De Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB) is opgericht voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs. Het JOB komt op voor de rechten van deze studenten. Op de website van JOB, www.job-site.nl, vind je veel informatie over wettelijke regelingen en je rechten en plichten. We vragen je om elke twee jaar een JOB-enquête in te vullen en aan te geven wat je van het onderwijs vindt. 9

10. Vakantierooster 2012-2013 Het vakantierooster van het ROC gaat in het algemeen volgens de Regio Noord. Het is belangrijk om aan het begin van het jaar te controleren of jouw vakanties overeenkomen met de regio van jouw woonplaats. Dit kan namelijk nog wel eens verschillen! Je bent verplicht om hier zelf op te letten. Als je hier vragen over hebt, neem je contact op met je loopbaanbegeleider. Wanneer zijn de vakanties dit schooljaar? Herfstvakantie 20 oktober 2012-28 oktober 2012 Kerstvakantie 22 december 2012-6 januari 2013 Voorjaarsvakantie 16 februari 2013-24 februari 2013 Meivakantie 27 april 2013-5 mei 2013 Zomervakantie 8 juli 2013-25 augustus 2013 Let op dat je controleert of jouw opleiding conform bovenstaand rooster werkt of de vakantieperiode van de branche, waarvoor je wordt opgeleid, volgt. Je loopbaanbegeleider en/of opleidingsmanager kunnen je hier verder mee helpen. 10

11. Problemen of klachten Ben je het ergens niet mee eens of vind je dat er iets niet goed gaat? Dan willen we graag dat je dat probleem vertelt. In ernstige gevallen kun je een klacht indienen. Het ROC probeert het probleem of de klacht altijd zo snel mogelijk op te lossen. Maar je bent zelf verantwoordelijk voor de oplossing van je probleem of klacht. Op blackboard en portal vind je informatie over hulp bij klachten of problemen. 11.1 Wat moet ik doen als ik een probleem heb? Probeer het probleem eerst bij je eigen opleiding te bespreken, bijvoorbeeld met een docent, je loopbaanbegeleider of de opleidingsmanager. Wanneer zij jouw probleem niet kunnen oplossen, kun je het probleem bespreken met de voorzitter van de directie van jouw locatie. 11.2 Wat moet ik doen als mijn eigen opleiding het probleem niet kan oplossen? Kom je er met je eigen opleiding niet uit? Neem dan contact op met de Ombudsman van het ROC, Ruud de Groot. De Ombudsman is onafhankelijk en neutraal: hij kiest geen kant. De Ombudsman praat met de mensen die bij het probleem betrokken zijn. Vervolgens geeft hij een advies aan de directie. Wanneer de directie dit advies niet opvolgt, moet de directie uitleggen waarom ze dat niet doen. Meer informatie hierover vind je in het Studentenstatuut en op de website. De ombudsman is te bereiken op telefoonnummer 020-579 70 70 of via email ombudsman@rocva.nl Er zijn veel verschillende soorten problemen of klachten. Je kunt je problemen bespreken met je loopbaanbegeleider. Deze persoon kan je verder helpen als dat nodig mocht zijn. Voel je je niet veilig op school of op je stageadres/werkplek neem dan contact op met de vertrouwenspersoon. Elk MBO College heeft een of twee vertrouwenspersonen. De vertrouwenspersonen zijn er voor je als je gepest wordt, als je te maken hebt met agressie en geweld, met discriminatie, bedreiging, racisme of seksuele intimidatie op school of op je werkplek. Voor MBO College Zuid zijn dat: Tom Kling tel.en Joyce Nelson. Email vertrouwenspersooncollegezuid@rocva.nl 11

12. Het Examenreglement Titel 1: De regeling van de examens art. 1.1 toegang en toelating lid 1 Tot de examenvoorzieningen zijn toegelaten: 1. degenen die door het afsluiten van een onderwijsovereenkomst als student * tot de opleiding zijn toegelaten; 2. degenen die door het afsluiten van een examenovereenkomst als externe examendeelnemer (extraneus) zijn toegelaten. lid 2 Studenten dienen bij binnenkomst op het examen een geldig legitimatiebewijs met pasfoto (schoolpas) te kunnen tonen. Indien een student geen geldig legitimatiebewijs kan tonen, wordt de desbetreffende student de toegang tot het examen geweigerd. lid 3 De student mag tijdens het examen geen lesmateriaal, boeken, elektronische hulpmiddelen etc. raadplegen tenzij dit volgens de instructies horende bij het examen is toegestaan. De student dient het toegestane hulpmiddel op eerste verzoek onmiddellijk ter controle aan een examinator of surveillant te tonen. Het gebruik van niet toegestane middelen wordt als fraude aangemerkt. lid 4 Mobiele communicatiemiddelen zoals telefoons, pda s etc. moeten tijdens het examen uitgeschakeld en niet zichtbaar aanwezig zijn. Overtreding wordt aangemerkt als fraude. art. 1.2 aanwezigheid en verzuim lid 1 Studenten zijn verplicht deel te nemen aan alle examenonderdelen die opgenomen zijn in de examenprogrammering, behoudens: 1. vooraf gegeven en schriftelijk vastgelegde vrijstelling(en); 2. incidentele ontheffing door de teamexamencommissie; 3. overmacht. lid 2 Studenten die niet hebben deelgenomen aan een examenonderdeel, overleggen aan de teamexamencommissie een verklaring waarin de reden van het verzuim is vermeld. Desgevraagd leggen studenten een aanvullend bewijsstuk over. De teamexamencommissie oordeelt over de geldigheid van het verzuim. art. 1.3 vrijstelling lid 1 De teamexamencommissie kan op een vooraf ingediend verzoek van de student vrijstelling verlenen van het afleggen van één of meer examenonderdelen. lid 2 Toegekende vrijstellingen worden in de onderwijsovereenkomst of de examenovereenkomst vastgelegd of eraan toegevoegd. art. 1.4 examenprogrammering In de studiewijzer wordt de inhoud, de vorm en de globale planning van alle examenonderdelen vermeld. art. 1.5 gedragscode lid 1 Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van de examinering en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van de examinering noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. * overal waar student staat mag deelnemer worden gelezen zoals gehanteerd in de WEB 12

art. 1.6 fraudebepalingen lid 1 Frauduleuze handelingen of onregelmatigheden met betrekking tot examinering zijn eenieder verboden. Op personeel, dat in opdracht van en/of onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag werkt, berust een meldingsplicht ten aanzien van elk geval van fraude of onregelmatigheid. Meldingen worden onverwijld gedaan aan de mbo college examencommissie. lid 2 Tegen studenten die ten aanzien van examinering onregelmatigheden plegen, kunnen maatregelen worden genomen door de teamexamencommissie. Voordat de maatregel wordt opgelegd, wordt de student gehoord. De student kan zich laten bijstaan door een meerderjarige; de minderjarige student laat zich vergezellen door een wettelijke vertegenwoordiger. lid 3 De opgelegde maatregel dient in verhouding te staan tot de ernst van de onregelmatigheid. Hij dient in alle gevallen schriftelijk en gemotiveerd te worden opgelegd. lid 4 Als onregelmatigheid wordt in elk geval aangemerkt: - spieken; - plagiaat; - het niet opvolgen van instructies van surveillanten; - het gebruik van niet-toegestane hulpmiddelen. Verder staat het ter beoordeling van de teamexamencommissie om gedragingen, handelingen en dergelijke aan te merken als onregelmatigheid in de zin van dit artikel. lid 5 De maatregelen bedoeld in dit artikel ten opzichte van studenten kunnen zijn: - ongeldigheidsverklaring van de uitslag van het betreffende examenonderdeel - - (voorwaardelijke) uitsluiting van (verdere) deelname aan examinering; lid 6 Een besluit over uitsluiting van verdere deelname aan examinering wordt genomen door de mbo college examencommissie (directie). art. 1.7 toezicht De Inspectie van het Onderwijs houdt namens de minister toezicht op de examens. art. 1.8 aantal toetsgelegenheden lid 1 De student heeft, een aantal voorwaarden en beperkingen in acht nemend, het recht gedurende de in de onderwijsovereenkomst overeengekomen duur van de opleiding tweemaal van een mogelijkheid tot examen (toetsgelegenheid) ter afsluiting van eenzelfde kerntaak, of deel daarvan gebruik te maken. Daartoe biedt de opleiding, mede gezien het bepaalde in art. 1.2 en 2.7, tijdens de duur van de opleiding ten minste twee mogelijkheden, resp. momenten voor eenzelfde onderdeel. De voorwaarden en beperkingen zijn in de examenprogrammering opgenomen. De teamexamencommissie bepaalt wanneer en op welke wijze examenonderdelen worden afgenomen. Eén en ander wordt uitgewerkt en vastgelegd in de examenprogrammering. lid 2 Het hoogst behaalde resultaat voor een examenonderdeel telt. art. 1.9 beroepspraktijkvorming In het examenplan wordt vastgelegd welke onderdelen in de beroepspraktijk worden beoordeeld. De teamexamencommissie stelt vast of de betreffende onderdelen zijn behaald en betrekt daarbij het oordeel van het opleidende bedrijf of de opleidende organisatie. De teamexamencommissie is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de examinering in de beroepspraktijk. art. 1.10 uitslag lid 1 De uitslag van elk examenonderdeel wordt door de teamexamencommissie binnen 10 werkdagen na afname van het betreffende onderdeel bekendgemaakt. 13

art. 1.11 diploma s en certificaten lid 1 Een diploma wordt uitgereikt aan de student die geslaagd is voor alle kerntaken en voldoet aan de overige eisen waaronder de BPV-eisen, de eisen ten aanzien van Nederlands, rekenen en moderne vreemde talen en de eisen ten aanzien van Loopbaan en Burgerschap. Voor de cohorten vóór 2011 gelden eisen t.a.v. Leren, loopbaan & burgerschap. lid 2 De student die geslaagd is voor kerntaken of werkprocessen die gezamenlijk een certificeerbare eenheid vormen, heeft bij het verlaten van de opleiding recht op een certificaat. lid 3 De student die vóór afronding van de opleiding de onderwijsinstelling verlaat, ontvangt desgevraagd een schoolverklaring waarop de resultaten staan vermeld die behaald zijn in de opleiding. Titel 2: De organisatie van de examens art. 2.1 examencommissie lid 1 Het bevoegd gezag stelt per mbo college een examencommissie in. De directieleden zijn de leden van deze examencommissie. De mbo college examencommissie wordt voorgezeten door de voorzitter van de directie. Overal in dit examenreglement waar alleen examencommissie staat wordt bedoeld mbo college examencommissie. De formele en uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de organisatie en de afname van de examens ligt bij de mbo college examencommissie. lid 2 Voor de directe uitvoering stelt de mbo college examencommissie per opleidingsteam een teamexamencommissie in onder voorzitterschap van de opleidingsmanager. Teamexamencommissies opereren onder de verantwoordelijkheid van de examencommissie van het mbo college waartoe zij behoren. Een aantal opleidingsteams kan samen één teamexamencommissie vormen, waarbij de directie één van de opleidingsmanagers aanstelt als voorzitter. Een student kan met de teamexamencommissie altijd communiceren via de opleidingsmanager. lid 3 Om de inhoud en het niveau en de dekkingsgraad van de examens van de opleidingen te borgen, stelt het bevoegd gezag van ROC van Amsterdam samen met het bevoegd gezag van ROC Flevoland gezamenlijk per domein een domeinexamencommissie aan. De domeinexamencommissies zijn voor hun domein verantwoordelijk voor de levering van kwalitatief goede examens aan de teamexamencommissies. Voor de studenten heeft een domeinexamencommissie verder geen betekenis. art. 2.2 wijze van aanmelding Studenten zijn door middel van het afsluiten van de onderwijsovereenkomst resp. de examenovereenkomst automatisch aangemeld voor deelname aan alle examenonderdelen. Indien en voor zover aanmelding van studenten bij een externe organisatie noodzakelijk is, is dat een verantwoordelijkheid van de opleiding in de persoon van de opleidingsmanager. art. 2.3 examenfunctionaris De teamexamencommissie wijst de examenfunctionarissen aan waaronder de examinatoren, assessoren en surveillanten. Zij zijn eerstverantwoordelijke voor de toegewezen taken rond de examinering. art. 2.4 kennisgeving Studenten worden tijdig, minimaal twee weken van tevoren, geïnformeerd over tijdstip en locatie van examenonderdelen. art. 2.5 overmacht Studenten die door overmacht niet in staat zijn aan examenonderdelen deel te nemen worden in de gelegenheid gesteld de betreffende onderdelen op een later tijdstip af te leggen. Door de teamexamencommissie worden met betrokkene hierover afspraken gemaakt. 14

art. 2.6 telaatkomers Er bestaat voor telaatkomers geen recht op toelating tot of verlenging van het examenonderdeel; In de examenregeling van de opleiding wordt, waar nodig per examenonderdeel, geregeld hoe met te laat komen wordt omgegaan. art. 2.7 absentie Indien een student afwezig is bij een examenonderdeel komt hiermee het recht op één van de twee mogelijkheden tot deelname aan een toets zoals vermeld in art. 1.8 te vervallen, tenzij er sprake is van ziekte of overmacht zoals benoemd in art. 2.5. Dit geldt tevens voor studenten die de deelname vanwege laatkomen art. 2.6 is ontzegd. art. 2.8 materiële voorwaarden De teamexamencommissie is verantwoordelijk voor het bieden van in elk geval voldoende materiële omstandigheden en faciliteiten voor de studenten rond examenonderdelen. Hieronder wordt verstaan dat de examenruimte naar temperatuur, verlichting, geluiddichtheid en bescherming tegen onregelmatigheden moet voldoen aan de daaraan in redelijkheid te stellen eisen. Hetzelfde geldt voor de kwaliteit van de individuele werkplek voor de studenten en de materialen en hulpmiddelen, die door de opleiding ter beschikking worden gesteld. Deze verantwoordelijkheid geldt ook voor overeengekomen speciale aanpassingen en faciliteiten voor studenten met een handicap of chronische ziekte. art. 2.9 bewaartermijn en inzagerecht Examenonderdelen en daarbij behorende werkstukken van studenten worden, indien de aard of omvang van die werkstukken dat toelaat, tezamen met de opgaven en de beoordelingcriteria door of namens het bevoegd gezag bewaard. De bewaartermijn bedraagt ten minste één jaar. De termijn gaat in na de einduitslag van het betreffende examenonderdeel. Indien de aard van het product dit niet in redelijkheid toestaat, wordt een passend productafschrift gearchiveerd. Gedurende de eerste 10 werkdagen na bekendmaking van de beoordeling van een examen of een examenonderdeel hebben belanghebbenden recht op inzage. Voor zover nodig wordt de inzagetermijn automatisch verlengd door een lopende bezwaar- of beroepsprocedure. De bekendmaking van de beoordeling is pas officieel nadat de student deze schriftelijk heeft ontvangen. Hiertoe worden ook gerekend de periodiek uitgereikte resultatenoverzichten van de behaalde prestaties en ook de publicaties van de resultaten in Trajectplanner. art. 2.10 aangepaste examinering lid 1 De teamexamencommissie is verplicht mogelijkheden te bieden aan studenten met een handicap of een chronische ziekte tot examinering om op een andere wijze, plaats of tijdstip aan het examen deel te nemen. De aangepaste examinering moet voldoen aan toetstechnische eisen zoals validiteit en betrouwbaarheid. Het niveau en de doelstelling van de aangepaste vorm van het examen mogen niet anders zijn dan de beoogde doelstellingen en het niveau van het oorspronkelijke examenonderdeel. Aangepaste examinering wordt per student schriftelijk vastgelegd, via een aanvulling op de onderwijsovereenkomst. lid 2 Een student een handicap of een chronische ziekte kan op basis van een verklaring van een terzake deskundige in aanmerking komen voor een aangepaste wijze van examineren. lid 3 Een student die minder dan 6 jaar onderwijs heeft genoten in Nederland en van wie Nederlands niet de moedertaal is, komt in aanmerking voor aangepaste examinering. lid 4 De student die voldoet aan de criteria voor topsporter, heeft in het bijzonder recht op aanpassing van het voor hem geldende examenrooster, als hij daardoor deel kan nemen aan nationale en internationale kampioenschappen die door de onderhavige sportbond zijn georganiseerd. De student moet een verklaring van een bij het NOC/NSF aangesloten sportbond overleggen waaruit blijkt dat de sporter aangemerkt wordt als topsporter en dat een tegemoetkoming gewenst is. 15

lid 5 Als een student een aanpassing in de wijze van examineren verlangt, moet hij dat schriftelijk aanvragen als aanpassing niet eerder bij de inschrijving is geregeld. Op basis van de verwachting dat de student op het niveau waarvoor hij wordt opgeleid, naar inhoud en niveau kan functioneren zoals bedoeld is in het kwalificatiedossier, wordt een oplossing gezocht in bijvoorbeeld een technische aanpassing van de examinering of examenduurverlenging. Titel 3: Bezwaar en beroep art. 5.1 Drie trappen van bezwaar en beroep Er zijn drie trappen bij bezwaar en beroep die in onderstaande volgorde moeten worden doorlopen: - bezwaar maken bij de teamexamencommissie (de student vraagt de teamexamencommissie om een beslissing genomen namens deze commissie nogmaals te overwegen) - bezwaar maken bij de mbo college examencommissie (bemenst door de directie). - beroep aantekenen bij de commissie van beroep voor examens art. 5.2 Bezwaar bij teamexamencommissie lid 1 Een student (en/of zijn wettelijke vertegenwoordiger bij minderjarigheid) kan tegen de gang van zaken, maatregelen en beslissingen met betrekking tot het examen of delen daarvan (examenonderdelen), schriftelijk bezwaar aantekenen bij de teamexamencommissie. lid 2 Het bezwaar wordt altijd eerst gericht tot de teamexamencommissie. De bezwaarcommissie op het niveau van een Examencommissie wordt gevormd door een voorzitter en een secretaris die niet direct betrokken zijn bij de examinering waarop het bezwaar betrekking heeft. Taken en verantwoordelijkheden 1. Behandelen bezwaarschrift van een deelnemer. 2. Zo mogelijk binnen tien schooldagen na indiening van het bezwaar een beslissing uitspreken. 3. De secretaris stelt de Examencommissie onmiddellijk op de hoogte van het ontvangen bezwaar. 4. Het bekendmaken van de beslissing aan belanghebbenden. Werkwijze Het bezwaar dient binnen 3 schooldagen (de termijn gaat in na de dag waarop de maatregel of beslissing schriftelijk bekend is gemaakt of na inzage examentoets) schriftelijk bij de secretaris van de examencommissie te worden ingeleverd t.a.v. bezwaarcommissie. Email adres gm.hollander@rocva.nl De secretaris voorziet het bezwaarschrift van een dagtekening en stuurt het onverwijld naar de voorzitter van de bezwaarcommissie. Het bezwaarschrift omvat: Naam en adres van de indiener. Omschrijving van de maatregel of beslissing waartegen bezwaar wordt ingediend (kopie meesturen). De gronden van het bezwaar. De bezwaarcommissie behandelt het bezwaar als volgt: De commissie behandelt het bezwaarschrift op basis van hoor en wederhoor. De deelnemer kan zich laten bijstaan door een meerderjarige; de minderjarige deelnemers laat zich vergezellen door een wettelijk vertegenwoordiger. De commissie beslist binnen tien schooldagen na indienen van het bezwaar over het bezwaarschrift. De commissie kan de termijn eenmaal verlengen met een maximum van tien schooldagen. De beslissing wordt schriftelijk met redenen omkleed bekend gemaakt aan de betrokken partijen. Betreft het een minderjarige deelnemer, dan worden de deelnemer en de wettelijk vertegenwoordiger schriftelijk op de hoogte gebracht. Alle leden van de bezwaarcommissie hebben een geheimhoudingsplicht zolang de beslissing niet bekend is gemaakt aan betrokkene(n). 16

Betreft het een beslissing over (tijdelijke) schorsing en definitieve uitsluiting van verdere deelname, dan wordt de beslissing bekend gemaakt (binnen de hierboven genoemde termijn) op basis van het door de opleidingsmanager genomen besluit. Mocht een van de partijen (zowel de deelnemer als de docent) het niet eens zijn met de uitspraak van de bezwaarcommissie, dan is het mogelijk de commissie van beroep in te schakelen. Alle beslissingen en maatregelen die genomen worden, dienen door de bezwaarcommissie te worden gearchiveerd. Bij gelijke omstandigheden dienen dezelfde maatregelen en beslissingen genomen te worden, zodat een juiste en gelijkwaardige behandeling van deelnemers zoveel mogelijk nagestreefd wordt. Tevens dient de directie schriftelijk op de hoogte te worden gebracht. art. 5.3 Bezwaar bij de mbo college examencommissie (bemenst door de directie) Bij een afwijzing van het bezwaar door teamexamencommissie kan de student (en/of zijn wettelijke vertegenwoordiger bij minderjarigheid) vervolgens het bezwaar laten behandelen door de mbo college examencommissie. Het bezwaar moet binnen 10 werkdagen schriftelijk worden ingediend na de uitspraak bij het vorige artikel. Het bezwaar wordt behandeld nadat de teamexamencommissie het bezwaar eerder heeft behandeld. Behandeling van het bezwaar door de mbo college examencommissie vindt binnen 10 werkdagen na indiening plaats, de uitspraak wordt schriftelijk verstrekt aan de student. art. 5.4 Beroep Bij afwijzing van het bezwaar door de mbo college examencommissie kan een student (en/of zijn wettelijke vertegenwoordiger bij minderjarigheid) zich nog wenden tot de commissie van beroep voor de examens. De leden van deze commissie van beroep voor de examens hebben geen directe binding met de uitvoering van de examens. Het beroep kan pas na afwijzing van het bezwaar en moet binnen 10 werkdagen na de afwijzing van het bezwaar door de mbo college examencommissie schriftelijk worden ingediend. De schriftelijke uitspraak volgt binnen 10 werkdagen. Het beroep wordt gericht aan de Commissie van beroep voor de examens, Postbus 2584, 1000 CN Amsterdam of Postbus 30131, 1303 AC Almere. Samenstelling - een voorzitter, een directielid - een of meerdere leden - een plaatsvervangend voorzitter, tevens lid Titel 4: Slotbepalingen art 4.1 onvoorziene situaties In het geval van omstandigheden waarin dit reglement en in het verlengde daarvan de examenprogrammering van de opleiding, niet voorziet, beslist het College van Bestuur in overleg met de betrokken examencommissie. art. 4.2 geldigheid Dit examenreglement geldt vanaf 1 augustus 2011. Indien een examen of een deel van het examen door een externe partij wordt verzorgd, gelden voor zover van toepassing de regels en het reglement die zijn overeengekomen met de externe partij. 17

13. Bijlagen 13.1 Bijlage A: Competenties van Filiaalmanager In onderstaand schema vind je alle competenties die bij jouw opleiding horen. Competentie A Beslissen en activiteiten initiëren B Aansturen C Begeleiden E Samenwerken en overleggen H Overtuigen en beïnvloeden I Presenteren K Vakdeskundigheid toepassen M Analyseren Q Plannen en organiseren R Op de behoefte en verwachtingen van de klant richten S Kwaliteit leveren X Ondernemend en commercieel handelen Y Bedrijfsmatig handelen 18