BAM Infratechniek bv 3: Analyse van GHG-genererende (ketens van) activiteiten Afdeling Datum Blad KAM 27 mei 2010 1 van 14 Aanleg van communicatienetwerken
Blad 2 van 14 Voorwoord In het kader van de gestelde eisen in de CO 2 -prestatieladder van ProRail is in dit document een beschrijving weergegeven van een ketenanalyse. Het betreft hier de ketenanalyse voor de aanleg van communicatienetwerken door BAM Infratechniek. De beschrijving van deze ketenanalyse vindt plaats aan de hand van de door BAM ontwikkelde Project Carbon Calculator 1. Dit is een praktisch instrument waarmee in samenwerking met ketenpartners de CO 2 -reductiemogelijkheden in de inkoop- en bouwfase van een bouwproject kan worden bepaald. Het bouwproject dat geselecteerd is voor deze analyse en representatief is voor de aanleg van communicatienetwerken betreft het project Fiber to the Home (FttH) Son en Breugel. 1 Een uitgebreide beschrijving van de Project Carbon Calculator is te vinden in de BAM Publicatie Uitgerekend CO2- emissie.
Blad 3 van 14 Inleiding Vanaf 1 december 2009 beloont ProRail bedrijven die klimaatbewust produceren. Dit gebeurt aan de hand van de CO 2 -prestatieladder. Deze ladder heeft zes niveaus, opklimmend van 0 naar 5. Elk niveau bevat eisen die verdeeld zijn over vier invalshoeken: Inzicht in de eigen carbon footprint; CO 2 -reductie; Transparantie en Deelname aan initiatieven. Hoe groter de inspanning van een bedrijf om klimaatbewust te produceren, hoe hoger de positie op de ladder. De positie op de ladder resulteert in een gunningvoordeel. Hoe hoger de positie op de ladder, hoe meer voordeel het bedrijf krijgt bij de gunningafweging. Het gunningvoordeel bestaat uit een (fictieve) korting die kan oplopen tot 10 procent op de inschrijfprijs. Vanaf niveau 4 is het voor bedrijven verplicht om naast de directe en indirecte emissies (scope 1 en 2), ook de overige indirecte emissies (scope 3) te rapporteren. 3 emissies zijn een gevolg van de activiteiten van het bedrijf maar komen voort uit bronnen die geen eigendom zijn, noch beheerd worden door het bedrijf. Voor het in kaart brengen van scope 3 emissies wordt het Greenhouse Gas (GHG) Protocol gevolgd. Dit Protocol is een samenwerkingsverband tussen het World Resources Institute en de World Business Counsil for Sustainable Development en biedt richtlijnen aan bedrijven die hun broeikasgasemissies in kaart willen brengen. Voor scope 3 emissies beschrijft het protocol vier stappen: 1. Beschrijf de waardeketen 2. Bepaal welke scope 3 emissies relevant zijn 3. Identificeer belangrijke partners binnen de waardeketen 4. Kwantificeer de scope 3 emissies In dit document worden bovenstaande stappen uitgewerkt om met behulp van de Project Carbon Calculator de relevante scope 3 emissies, die bij de aanleg van communicatienetwerken ontstaan, zowel kwalitatief als kwantitatief in kaart te brengen. Het project dat hiervoor geselecteerd is, is representatief voor de aanleg van communicatienetwerken en betreft het project FttH Son en Breugel, uitgevoerd door BAM Infratechniek. Van den Berg Infrastructuren (onderdeel van BAM Infratechniek) heeft, in opdracht van Reggefiber bv, een zogenaamd Fiber to the Home glasvezelnetwerk aangelegd in Son en Breugel. Vanaf oktober 2008 zijn de eerste inwoners van Son en Breugel op het glasvezelnetwerk aangesloten. In totaal 6410 woningen in Son en Breugel zijn nu voorzien van een glasvezelnetwerk. Met dit snelle netwerk kunnen de bewoners eenvoudig gebruik maken van verschillende economische, educatieve en zorgvoorzieningen. De aanleg van het compleet nieuwe netwerk was een grote operatie. Zo is meer dan 330 kilometer sleuf gegraven. Door gebruik te maken van nieuwe technieken is de overlast voor de bewoners door openliggende sleuven tot een minimum beperkt. M.b.t. de CO 2 -emissie is de aanleg van een modern Fiber to the Home (glasvezel) netwerk vergeleken met de aanleg van een traditioneel kopernetwerk.
Blad 4 van 14 1. Beschrijf de waardeketen De eerste stap voor het bepalen van de CO 2 -emissie in scope 3 is het, op hoofdlijnen, inzichtelijk maken van de waardeketen. De BAM publicatie Uitgerekend CO 2 -emissie, die uitgegeven is naar aanleiding van het BAM symposium 2009 geeft een weergave van de waardeketen van BAM Infratechniek. Zowel tijdens het ontwerp, de aanbesteding, de bouw en het onderhoud kan worden bepaald wat de carbon footprint van een bouwproject is (of wordt) en waar het meest efficiënt reductiemaatregelen kunnen worden genomen. Hierdoor ontstaat inzicht in de werkprocessen van het bouwproject en de gevolgen hiervan voor de CO 2 - emissie. Bij de toepassing van de Project Carbon Calculator wordt onderscheid gemaakt tussen inkoop- en de bouwfase. Binnen deze onderdelen is weer een indeling gemaakt naar een aantal categorieën waarvan de CO 2 -emissie nauwkeurig berekend wordt.
Blad 5 van 14 2. Bepaal welke scope 3 emissies relevant zijn De Project Carbon Calculator berekent de CO 2 -emissie door te kijken naar een aantal verschillende categorieën (bronnen) voor CO 2 -emissie, te weten: Materiaal, Bouwplaatsmaterieel, Personeel, Afval, Transport en Energieverbruik op de bouwplaats. Elke categorie is onderverdeeld in verschillende items waarbij het gebruikte of verbruikte aantal eenheden ingevoerd kan worden. Zo bestaat de categorie Bouwplaatsmaterieel bijvoorbeeld uit de items Bulldozers, Compressoren, Diversen materieel, Dumpers, generatoren, Graafmachines, Hijskranen, Materieel Rail, Materieel Wegen, Vracht- en bedrijfswagens en Walsen/verdichtingsmachines. Op deze wijze zijn ook de andere categorieën onderverdeeld. Zie ter verduidelijking onderstaande figuur: Items Bouwplaatsmaterieel Voor het berekenen van CO 2 -emissie van het project FttH Son en Breugel worden gegevens gebruikt die voortkomen uit de calculatie van het project. Na het invoeren van deze gegevens berekent de Project Carbon Calculator wat de CO 2 -emissie vóór (rood), en wat deze na (groen) het toepassen van passende reductiemaatregelen is. Om te bepalen welk deel van de CO 2 -emissie behoort tot scope 3, wordt aan de hand van projectgegevens geanalyseerd welke emissies van het project het gevolg zijn van activiteiten van BAM Infratechniek, maar die voortkomen uit bronnen die geen eigendom zijn, noch beheerd worden door BAM Infratechniek.
Blad 6 van 14 In onderstaande tabel is voor het project FttH Son en Breugel een verdeling weergegeven van de verschillende categorieën (bronnen) voor CO 2 -emissie en bijbehorende scopes. -verdeling CO 2 -emissie Project Ftth Son en Breugel 1-2 3 Materiaal - Personeel Bouwplaatsmaterieel Afval - - Transport - - Energieverbruik - De scope 3 emissies van het project FttH Son en Breugel bevinden zich in de categorieën Personeel, Materiaal en Bouwplaatsmaterieel. De reductiemogelijkheden bij het project FttH Son en Breugel gericht op de categorieën Bouwplaatsmaterieel en Materiaal. Een bijkomende reductie in de categorie Personeel bevindt zich met name in scope 1 / 2.
Blad 7 van 14 3. Identificeer belangrijke partners binnen de waardeketen Bij de derde stap is het van belang om partners te identificeren die een significante bijdrage leveren aan de CO 2 -emissie in de keten. Zoals beschreven in stap 2 bevinden de relevante scope 3 emissies bij het project Ftth Son en Breugel zich in de categorie Personeel, Bouwplaatsmaterieel en de categorie Materiaal. Met betrekking tot Bouwplaatsmaterieel betreft het hier inhuur van verschillende graafmachines, vracht- en bedrijfswagens en compressoren die ingezet zijn tijdens het aanleggen van het fiber netwerk. Deze materieelstukken zijn door BAM Infratechniek ingehuurd bij de partners voor civielwerk Brozius, Star,Selecta en voor glasvezellas- en inblaastechnieken BTN, Datacom Drechtsteden en Janssen Telecom. De verhouding eigen materieel versus ingehuurd materieel bedraagt: 40% eigen / 60% ingehuurd. Compressoren zijn gekoppeld aan monteurs en hier bedraagt de verhouding: 80% eigen / 20% ingehuurd. De inzet van de verschillende ingehuurde materieelstukken bij traditionele aanleg is in onderstaande tabel uiteengezet: Inzet ingehuurd materieel voor reductiemaatregel- Project FttH Son en Breugel Type Duur 2 Bouwplaatsmaterieel (Inhuur bij traditionele aanleg) Graafmachines small 7-15t - Kubota Auto s Light Truck - Vrachtauto Compressoren 4,5m3 / 160 cfm compressor 10.320 uur (60% van 17.200 uur) 504 uur (60% van 840 uur) 59 uur (20% van 296 uur) 2 De duur van de inzet van ingehuurd materieel bij traditionele aanleg is een geschatte waarde op basis van calculatie van het project.
Blad 8 van 14 Met betrekking tot Materiaal betreft het hier leverantie van kabels en componenten welke onderdelen zijn van het aan te leggen van het fiber netwerk. Deze materialen zijn door BAM Infratechniek ingekocht bij de partner Draka Comteq De inkoop van de verschillende materialen bij traditionele aanleg is in onderstaande tabel uiteengezet: Inkoop materiaal voor reductiemaatregel- Project FttH Son en Breugel Materiaal (Inkoop bij traditionele aanleg) Soort Kunststof (PE) Coax mantel (3, 6, 12) Afdekband Koper Coax 3 Coax 6 Coax 12 Staal Kasten en persbuis Aantal 22 TON 8,1 TON 40 TON
Blad 9 van 14 4. Kwantificeer de scope 3 emissies Voor reductiemaatregelen Bouwplaatsmaterieel : De gegevens van de inhuur van materieelstukken ( Bouwplaatsmaterieel ), die beschreven zijn in stap 3, kunnen met behulp van de Project Carbon Calculator omgerekend worden zodat de CO 2 -emissie van deze activiteiten kan worden bepaald. Daartoe dient het oorspronkelijke aantal uren dat de materieelstukken ingezet zijn, ingevoerd te worden. Zoals in onderstaande figuur te zien is, wordt daarbij ook onderscheid gemaakt in de verschillende materieelstukken. In de figuur is te zien dat bij de inhuur van vracht- en bedrijfswagens (60% in scope 3) een totale hoeveelheid CO 2 -emissie ontstaat van (60% van 50.400 kg) 30.240 kg CO 2, oftewel 30 ton. Deze hoeveelheid omvat de CO 2 -emissie voordat reductiemaatregelen zijn toegepast. Na reductiemaatregelen: Een belangrijke reductiekans bij dergelijke projecten is dat het aantal transporten aanzienlijk kan worden gereduceerd doordat FttH materialen in grotere lengtes per transport kunnen worden vervoerd. De duur van de inzet van materieelstukken ziet er na deze reductiemaatregel als volgt uit: Inzet ingehuurd materieel na reductiemaatregel- Project FttH Son en Breugel Type Duur 3 Bouwplaatsmaterieel (Inhuur bij nieuwe technieken) Graafmachines small 7-15t - Kubota Auto s Light Truck - Vrachtauto Compressoren 4,5m3 / 160 cfm compressor 10.320 uur (60% van 17.200 uur) 288 uur (60% van 480 uur) 59 uur (20% van 296 uur) De inzet van externe vrachtwagens wordt teruggebracht van 504 uur naar 288 uur. Dit betekent een vermindering van 216 uur door toepassing van de reductiemaatregel. 3 De duur van de inzet van ingehuurd materieel bij traditionele aanleg is een geschatte waarde op basis van calculatie van het project.
Blad 10 van 14 Door de toepassing van deze reductiemaatregel bedraagt de CO 2 -emissie in scope 3: 60% van 28.800 => 17.280 kg, oftewel 17 ton: Wanneer alle gegevens ingevoerd zijn, genereert de Project Carbon Calculator het reductiepotentieel van de genomen reductiemaatregel voor scope 1,2 en 3: Voor scope 3 bedraagt het reductiepotentieel van de genomen maatregel: 60% van 21,6 ton => 13 ton.
Blad 11 van 14 Voor reductiemaatregelen Materiaal : De gegevens van de inkoop van kabels en componenten ( Materiaal ), die beschreven zijn in stap 3, kunnen met behulp van de Project Carbon Calculator omgerekend worden zodat de CO 2 -emissie van deze activiteiten kan worden bepaald. Daartoe dient het oorspronkelijke aantal materialen, ingevoerd te worden. Zoals in onderstaande figuur te zien is, wordt daarbij ook onderscheid gemaakt in de verschillende soorten materiaal. In de figuur is te zien dat bij de inkoop van materiaal (scope 3) een totale hoeveelheid CO 2 - emissie ontstaat van 136.400 kg CO 2, oftewel 136 ton. Deze hoeveelheid omvat de CO 2 - emissie voordat reductiemaatregelen zijn toegepast. Na reductiemaatregelen: Een belangrijke reductiekans bij dergelijke projecten is het toepassen van minder materiaal. Stalen kasten en persbuizen zijn niet meer benodigd. Van glasvezel is een kleinere hoeveelheid nodig (in tonnen) dan van koper. Daarnaast is glasvezel minder milieubelastend dan koper. Inkoop materiaal na reductiemaatregel- Project FttH Son en Breugel Materiaal (Inkoop bij nieuwe technieken / glasvezel) Soort Kunststof (PE) HDPE 6x14 mm HDPE 2x14mm Glasvezelkabel 96v mantel Glasvezelkabel 2v mantel Glas Glasvezelkabel 96v Glasvezelkabel 2v Aantal 42 TON 1 TON De inkoop van koper- (Coax) en staalproducten (kasten en persingen) wordt gereduceerd tot nul waarbij het benodigde tonnage PE niet wijzigt. Tevens wordt een kleine hoeveelheid glasvezel ingekocht (1 ton). Door de toepassing van deze reductiemaatregel bedraagt de CO 2 -emissie 68 ton:
Blad 12 van 14 Wanneer alle gegevens ingevoerd zijn, genereert de Project Carbon Calculator het reductiepotentieel van de genomen reductiemaatregel: Voor scope 3 bedraagt het reductiepotentieel van de genomen maatregel: 69 ton. Conclusie De scope 3 emissies van het project FttH Son en Breugel zijn met behulp van de door BAM ontwikkelde Project Carbon Calculator in kaart gebracht waarbij tevens is beschreven op welke wijze een vermindering van de CO 2 -emissie kan worden behaald door het toepassen van reductiemaatregelen. Te zien is dat de CO 2 -emissie in scope 3 kan worden terug gebracht van 166 naar 85 ton CO 2 waarbij een CO 2 -reductie is gerealiseerd van 81 ton. Dit betreft de scope 3 emissie in de categorie materiaal (100%) en bouwplaatsmaterieel ten aanzien van vrachtauto s (60%). Om een volledig beeld te geven van alle CO 2 -emissies van het project FttH Son en Breugel is met behulp van de Project Carbon Calculator onderstaande tabel opgesteld.
Blad 13 van 14 CO 2-emissie door: Oorspronkelijke CO 2-1-2 emissie (t) 3 Totaal CO 2-emissie (t) na reductiemaatregelen 1-2 3 Reductie (t) Bijdrage aan reductie (%) Materiaal - 136 136-68 68-69 69-10,7 10,7 Personeel 93 17 110 90 18 108 3-1 2 0,5-0,2 0,3 Bouwplaatsmaterieel 152 224 375 143 211 354 9 13 22 1,4 2 3,4 Afval 0-0 0-0 0-0 0-0,0 Transport 1-1 1-1 0-0 0-0,0 Energieverbruik 19-19 19-19 0-0 0-0,0 Totale CO 2- emissie Totaal 1-2 3 Totaal 1-2 3 Totaal 265 377 642 253 297 549 12 81 93 1,9 12.5 14,4 In deze tabel is per categorie (bron) voor CO 2 -emissie aangegeven wat de CO 2 -emissie per scope is zowel vóór als na reductiemaatregelen, en wat de bijdrage van deze reductie procentueel gezien bedraagt.
Blad 14 van 14 Nieuwe inzichten Met de getoonde ketenanalyse biedt BAM Infratechniek nieuwe inzichten in de CO 2 -emissie die ontstaat bij de aanleg van communicatienetwerken. Ten eerste wordt niet alleen ingegaan op de scope 1 en 2 emissies van het project maar worden ook de scope 3 emissies in kaart gebracht met behulp van de Project Carbon Calculator. Daarnaast zijn voor het project reductiemogelijkheden in kaart gebracht die leiden tot een aanzienlijke CO 2 -reductie. De reductiemogelijkheden worden breed in de organisatie gecommuniceerd tijdens team- en regiobesprekingen om deze ook bij andere projecten toe te kunnen passen. Waar mogelijk worden de relevante ketenpartners zoals toeleveranciers, bouwondernemingen en opdrachtgevers betrokken om de CO 2 -emissie van bouwprojecten zowel op dit moment als in de toekomst blijvend te reduceren. Innovatieprogramma FttX Met een select aantal leveranciers van componenten is een innovatieprogramma opgestart met als doel de benodigde inzet van capaciteit in de vorm van personeel en materieel per aan te sluiten woning te reduceren. De Project Carbon Calculator heeft inzicht verschaft in de CO 2 -emissie van de verschillende cost-drivers van een FttH project. Het heeft ons geleerd dat niet alleen de kostenstructuur van een dergelijk project een 15 / 85 (materiaal / aanleg) verhouding kent maar dat dit tevens geldt voor de CO 2 -emissie. Het innovatieprogramma is erop gericht componenten en ontwikkelen welke BAM in staat stelt om met een geringere aanlegcapaciteit de FttH netwerken aan te leggen. Door het gebruik van bijvoorbeeld retractakabels zal er minder PE moeten worden geproduceerd en dit heeft reductie van de CO 2 -emissie ten gevolge. Door het toepassen van prefab materialen zoals lasmoffen en het toepassen van automatische meetapparatuur kan ook de inzet van personeel verminderd worden met als gevolg vermindering van transporturen en dus minder uitstoot van CO 2.