BASIS, COMPOSITIE & IMPACT.



Vergelijkbare documenten
Meerdere wegen naar BETERE FOTO S

Wat is fotograferen? foto=licht grafie=schrijven Het vastleggen van licht

Diafragma, hoe werkt het

Basisbegrippen in de fotografie

Macro fotografie De eerste is de scherpstelafstand van de lens De tweede belangrijke waarde is de reproductiefactor

Tips voor betere foto's

Bij de meeste camera s is de keuze van de belichtingsregelingen met een zogenaamd programmakeuzewiel

Ontdek De Basis Van De Betere Foto. Door Peter van Veen

Verschillende lenzen, verschillende toepassingen.

Portretfotografie. Portretfotografie. Scherptediepte. Tips & Trucs portretfotografie

Opening Bierkade Joris Komen Fotografie

Opdrachten. Druk dit document af en maak hierop aantekeningen tijdens uw fotosessies

Welkom workshop Portretfotografie

7 supertips over SCHERPTE & DIEPTE. voor natuurfoto s met een WOW-factor. Fotograferen in de natuur.nl. Toine Westen

Architectuurfotografie. Tips

Uitgebreid naslagwerk bij. Fotografie Workshop. door. Boukje Canaan

Natuurfotografie. Kijken, zien en dán pas fotograferen. Luc Hoogenstein

Fotografie: van opname tot archivering deel 1. Bruno Vandermeulen

Welkom op deze Fotocursus

BELICHTING(SDRIEHOEK)

16 Tips voor betere vakantiefoto's

Fotografie tips voor betere landschapsfoto's

Reader 37. Workshop Fotografie. September 2007 Mediatheek Moller Tilburg

Belichting. Bepaal je ISO-waarde altijd nadat je de diafragma en sluitertijd hebt bepaald.

Hoe maak je een HDR-foto?

Het doel. is om een eerste inzicht te geven in de basis van de digitale fotografie.

Macrofotografie Wanneer is Macro Macro? Hulpmiddelen: Opdracht: Onderwerp Tip

Welkom bij Foto van Beloois. Uitgangspunten. Werkwijze lessen van 2 uur. Oefeningen na elke les

fotografie Aquarium Er E n r ö ö Dob Do ro r n o yi

HANDMATIG FOTOGRAFEREN

Tips; betere foto's maken (bron: hema.nl)

HDR- FOTOGRAFIE. Inleiding. Het digitale beeld - Bijlage

thema sport Sportfotografie Hoe doe

11 tips voor accenten in foto s

Het fotograferen van een zonsondergang of. een foto maken met.

FOTOGRAFIE BASIS. Jelmer de Haas

Cursus Fotografie Les 2. Nu aan de slag

FOTOGRAFEREN MET GEMAK. Webinar serie - vervolg

De voordelen van de belichtingsregelingen onder creatief gebruik zijn in de meeste gevallen een juist belichte en creatievere foto.

Productfotografie in je eigen thuisstudio

Digitale fotografie. 7 juni Gezinsbond Kieldrecht en Luc Bosmans

Scherpte in de fotografie

Lenzen. Welke lens moet ik kiezen en voor welk doel?

Scherp of onscherp? Omgaan met scherptediepte.

10 Tips voor betere portretfoto's

Hoofdstuk 1: Trucs om mooie foto s te maken 2. Macrostand 3 Licht 7 Compositie 8 Foto liggend of staand 9 Lensopening zelf bepalen 12

Scherptediepte. Inleiding

Diafragma - sluitertijd - ISO-waarde

AVOND OF NACHTFOTOGRAFIE

De regel van derden. 1 Compositie

Een Time- Lapse, wat is het en hoe begin je er aan?

BASIS FOTOGRAFIE BASISBEGRIPPEN

Het gebruik van filters bij landschapsfotografie. Myriam Vos

Instellingen. Afbeelding 3.1 Boven op een spiegelreflexcamera. draaiknop waarmee de M-stand kan worden ingesteld.

inleiding 07 de 10 gulden regels de 45 beste tips

Fotografietips - Vuurwerk

12 tips voor prachtige zwart-wit landschappen

Uitleg opnamens met een digitale camera

LOREO MACRO 3D LENS. Tips voor het gebruik

Waarom is een goede foto goed?

Tips voor avondfotografie

Opdracht: Je werkt in tweetallen. Kies uit de volgende mogelijkheden:

BETER FOTOGRAFEREN Sluitertijden

Figuur 1: gekleurde pixels op een digitale sensor

Breng diepte in je foto

Verscherpen in Photoshop

Hallo iedereen! 2D vs 3D vs diepte

SCHERPSTELLEN DIGITALE FOTOGRAFIE VAN OPNAME TOT AFDRUK HOOFDSTUK 3

Ruud Gort

7 tips voor zwart-wit fotografie

Welkom op de avond Basistechniek camera. Gerrit Valkenwoud

Les 2. Brandpuntsafstand/Objectieven & Sluitertijd. Basiscursus Digitale Fotografie

Een geslaagde profielfoto? Zo maak ik m!

De meeste van onze camera s beschikken over de instelmogelijkheid: AUTO de camera past zelf de gevoeligheid aan (iso)

Workshop Fotografie oktober 2016

Fotografie Pro 1 SCHERPTEDIEPTE

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken

Workshopvoorbereiding

Fotograferen in de Berry

oplossen. Door meerdere belichtingen te maken en ze samen te voegen in Photoshop vergroot je de dynamiek in je foto.

Tips voor betere foto s. Tips voor betere foto s. Camera vasthouden. Camera vasthouden. Camera vasthouden. Autofocus

COMPOSITIE. een introductie

Workshopvoorbereiding

1 Extreme scherptediepte onderwerp: Geschikt bij dichte vegetaties en ook bij volle zon. Leukst is als er fraaie bladeren of insecten of andere

2. Fotografietips. In dit hoofdstuk lees je tips over:

Minicursus Digitale fotografie

Belichtingsregelingen: Introductie

7 stappen naar een onscherpe achtergrond

WERKEN MET DE FLITSER

Digitale fotografie onder water

Tien tips voor vuurwerk fotograferen

Cursus fotografie les 4. De computer les

Ebook FOTOGRAFIE VOOR BEGINNERS. gratis. Alles wat je moet weten over fotografie MHILARIUSTUTORIALS 1

SCHERPTEDIEPTE EN EXPOAPERTURE 2

Fotograferen in een sporthal

Fotografie. Incentive

Tips bij composities

SENSOR op stof en vlekken controleren

Scherptediepte. Scherpte diepte wordt dikwijls weergegeven als 'DOF' (DepthOf Field)

Transcriptie:

BASIS, COMPOSITIE & IMPACT. Introductie over enige basisregels die je helpen om betere foto s te maken. 1. De basis. Een mooie foto! Maar waarom is het een mooie foto? Foto s kunnen mooi zijn. Ze kunnen thuis of op kantoor aan de muur hangen, in kranten, tijdschriften, kalenders of op internet gepubliceerd worden. Ze kunnen zelfs prijzen winnen. Een adembenemend landschap neemt de kijker mee naar een andere tijd en plaats. Een goed stilleven toont warmte, soms zelf iets magisch. Een schitterend portret laat je in iemands ziel kijken, laat je delen in een lach of een traan. Een goede foto communiceert! Met visuele communicatie hebben we allemaal een band en fotografische onderwerpen kennen geen limieten. De enige beperking bevindt zich tussen de oren. Je hebt een camera en een of meer lenzen. Ondanks alle automatische instellingsmogelijkheden van een moderne digitale camera is en blijft een juiste belichting stap 1 in het bereiken van een goed resultaat. De belichting is een samenspel van 3 elementen en hun instellingen: o Sluitertijd o Diafragma of lensopening o Gevoeligheid voor licht van de sensor. Sluitertijd. Dit is de tijd die de sluiter van de camera openstaat om licht door te laten naar de sensor. Die tijd kan variëren van lang (1 of meer seconden) tot heel kort (bijv. 1/1000 seconde of nog korter). Langere sluitertijden gebruik je bijvoorbeeld in omstandigheden met weinig licht, terwijl korte tijden geschikt zijn om bewegingen als het ware te bevriezen. Lange tijden vereisen wel het gebruik van enige vorm van ondersteuning voor de camera, zoals een statief. Zo niet, dan krijg je allerlei bewegingsonscherpte. Ik adviseer om bij tijden langer dan 1/60 altijd een steuntje te gebruiken. Bij gebruik van telelenzen is dat eerder nodig. Diafragma. In combinatie met de sluitertijd bepaalt de lensopening de hoeveelheid licht die op de sensor gaat vallen. Het diafragma wordt op de lens en camera aangegeven door de letter F gevolgd door een getal. Daar wordt het meteen wat verwarrend want een laag getal wijst op een grote lensopening, terwijl een hoog getal juist een kleine opening aangeeft. Een belangrijk tweede aspect van het diafragma is scherptediepte oftewel de mate waarin een foto van voor- tot achtergrond scherp of onscherp is. Een grote opening (laag getal, bijv. F 4) resulteert in een scherp beeld van het onderwerp waarop is scherp gesteld. Voor- en achtergrond worden vager. Dit kun je dus toepassen als je een object of zoiets echt wilt isoleren c.q. wilt losmaken van de omgeving. Bij een kleine lensopening (hoger getal, bijv. F 16) zal het hele beeld van voor tot achter scherp worden. Heel erg geschikt voor landschappen. Later in dit verhaal volgt nog wat meer hierover. 1

Bepaalde typen lenzen hebben ook nog invloed op scherptediepte. Dat gaat hier wellicht wat ver, maar een groothoeklens biedt meer scherptediepte dan een telelens. Bij telelenzen is de scherptediepte altijd beperkter. Twee voorbeelden: F 2.8 weinig scherptediepte F 16 grote scherptediepte Gevoeligheid. De gevoeligheid van de sensor voor licht wordt aangegeven in iso. Des te hoger de waarde, des te gevoeliger de sensor is voor licht. Normaal fotograferen we bij iso 100 of 200 om een scherp beeld te krijgen dat ook (zo veel mogelijk) vrij is van ruis. Ruis is eigenlijk een verstoring van de pixels. In plaats van puur blauw of groen, zie je bij vergroten van de foto allerlei spikkeltjes in meerdere kleuren (zie ook voorbeelden op de pagina hierna). In situaties met weinig licht kunnen we, zoals eerder geschreven, natuurlijk een langere sluitertijd gebruiken of een grotere lensopening (lager getal) kiezen (of flitsen 1 ). Er zijn 1 Ingebouwde cameraflitsers hebben een beperkt bereik en zijn bij meer dan 4 meter afstand niet zinvol. Daarnaast geven flitsers lelijk, hard licht, tenzij je met een losse flitser gaat bouncen, maar dan verlies je veel licht en wordt de afstand nog beperkter. 2

echter situaties waarbij we dat niet willen of kunnen. De sluitertijd wordt te lang, we hebben geen statief en uit de hand levert het beeld bewegingsonscherpte op. Of, we willen die grote lensopening niet, want we streven naar meer scherptediepte. De oplossing is dan verhoging van je iso waarde naar bijv. 400 of 800. Die hogere iso waarde geeft je meer speelruimte in je belichting, bijvoorbeeld een snellere tijd en/of een kleinere lensopening. Gevaar is dan wel de mogelijke toename van ruis. Bij waarden boven 800 is ruis bijna niet te voorkomen, tenzij je over professioneel materiaal beschikt. Iso 200: vrij van ruis iso 3200: veel ruis 3

Veel camera s, vooral compacte, hebben in de voorinstellingen de iso waarde op auto (automatisch) staan. Schakel dat uit en stel zelf 100 of 200 in om te voorkomen dat je camera zelf een hogere iso gaat gebruiken en je ruisrisico toeneemt. Voorbeeld van samenspel tussen sluitertijd en diafragma bij iso 200, waarbij de hoeveelheid licht op de sensor dus gelijk blijft: Sluitertijd Diafragma (F getal) 1/500 = snel 2.8 = hele grote lensopening, weinig scherptediepte 1/400 3.2 1/320 4.0 1/250 5.0 1/200 5.6 1/160 6.3 1/125 7.1 1/100 8.0 1/80 9.0 1/60 = langzaam 10.0 1/50 = steuntje nodig 11.0 1/40 13.0 1/30 14.0 1/25 16.0 = kleine lensopening, veel scherptediepte 2. Compositie & impact Wat maakt een foto nou succesvol? Het antwoord is relatief eenvoudig, je foto s kunnen beter worden door het leren en toepassen van een paar basisregels over compositie. Natuurlijk, we zijn Nederlanders en regels zijn er om gebroken te worden. Ik ken legio fantastische foto s waarbij diverse regels zijn gebroken teneinde iets aparts te creëren. Maar om regels zodanig te kunnen breken dat het resultaat fantastisch wordt, moet je die regels wel eerst geleerd hebben en weten waarom je wilt afwijken. Op de volgende pagina s volgen wat primaire fotografische regels, waardoor je eigen foto s beter worden. 2.1 Hoofdregel. Een foto staat recht! Dit is echt de allerbelangrijkste basisregel. De horizon staat horizontaal en zaken die verticale lijnen hebben, dienen ook verticaal weergegeven te worden. Een scheefstaande horizon bij een opname van, bijvoorbeeld, een strand resulteert in water dat aan een kant de foto uit loopt. Dat ziet er verschrikkelijk uit! Kijk even in de zoeker van je camera of daar een raster of hulplijnen zichtbaar zijn. Dat is een goed hulpmiddel hierbij (en ook bij toepassing van enkele ander regeltjes). Check anders je handleiding of deze functie ingeschakeld kan worden. Ongetwijfeld kom je, ondanks alle goede bedoelingen, nog vaak thuis met scheefstaande beelden. Meestal kun je die heel makkelijk corrigeren met de software die je bij de camera hebt gekregen. Natuurlijk kunnen er creatieve invalshoeken zijn waarom we een foto of onderwerp toch scheef zetten, maar daar moet dan ook een goed idee aan ten grondslag liggen. 4

2.2 Dichtbij. Ga dichtbij. Nee, dichterbij. Niks, nog dichterbij! Juist, je bent er!!!! Hou het simpel! Des te simpeler, des te meer je direct de aandacht trekt naar je onderwerp. Des te meer aandacht, des te beter jij je boodschap communiceert naar de kijker. Er zijn natuurlijk weer miljoenen manieren om dat te bereiken, we houden het hier eenvoudig en blijven bij de basis techniek: fotografeer van zo dichtbij als mogelijk. Daardoor elimineer je meteen allerlei zaken in omgeving en achtergrond die kunnen afleiden van je onderwerp. Een groot aantal jaren ben ik actief geweest op websites waar mensen foto s plaatsen en anderen commentaar kunnen leveren. Foto s van bloemen kom je daar in grote aantallen tegen. Iedereen c.q. bijna iedereen fotografeert bloemen. Ze zijn prachtig, beschikbaar en lijken om fotografie te vragen. Begin bij je volgende bloemfoto eens met heel goed en van heel dichtbij naar de bloem te kijken. Laat je oog naar binnen gaan en alle fijne details in het hart van de bloem opnemen. Welk deel van de bloem vraagt om jouw foto? Is het de vaas waar ze in staan, de stengels, de stapel post ernaast, de tafel? Zijn dat zaken die nodig zijn voor de nadruk in de foto? Natuurlijk niet, het gaat om de bloem. Dus, zet je camera zo dicht mogelijk bij de bloem op een statief en focus op de bloem. Let wel even op mogelijk storende zaken in die omgeving en haal ze zoveel mogelijk weg. De mensen die straks jouw foto zien, kijken naar een rechthoekig beeld. Als jij wilt dat ze de bloem zien, laat die dan maximaal het beeld (ook wel kader genoemd) vullen. Bovenstaande lijkt logisch. Toch zien we heel veel foto s vol met aandachtafleidende elementen waar de bloem misschien maar 10% van het beeld uitmaakt. De makkelijkste manier om al die afleiders kwijt te raken is om nog dichterbij te gaan tot er niets anders meer in de zoeker is dan de bloem. Op die manier raak je de kijker meteen en direct. We noemen dat beeldvullend werken. Het onderwerp maakt daarbij niet uit, het gaat om de impact en communicatie met de kijker. Focus dus al je aandacht op het onderwerp en denk na over de zaken die je wilt benadrukken in je beeld. Gewoon de volgende keer proberen en kijken wat je van het resultaat vindt. Hier volgen twee voorbeelden. 5

De foto van de kern van een maagdenpalm is in een tuin gefotografeerd bij relatief zacht zonlicht. Details van meeldraden, etc., zijn goed zichtbaar en vragen meteen aandacht. Dit is een studio-opname van een jonge Surinaamse dame, Danitia. De hele serie bestaat zowel uit keurig klassiek met het gehele gezicht, als dichtbij zoals deze en zelfs nog veel closer. De opname sprak mij aan door de zachte kleurtinten van de huid, de uitsnede zonder oor, zonder punt van de kin en bovenzijde hoofd. De nadruk ligt op de glimlach (kan ook niet anders met deze witte tanden) waar je meteen naar toe getrokken wordt. 2.3 Fotografische compositie. Bij de meeste, echt sterke foto s zijn de belangrijkste elementen op specifieke plekken in het beeldkader geplaatst. Nadenken over de vraag waar je onderwerpen in je beeld gaat zetten, betekent dat je bezig bent met de compositie van je plaat. Als een schilder met een leeg doek begint, is hij vrij in zijn keuze waar hij de rivier, de bergen, bomen, etc. gaat schilderen. Bij het maken van je foto zou je eigenlijk dat zelfde proces moeten volgen. Eerder in dit verhaal is de bloem aan de orde geweest. Negen van de tien keer dat we een bloemfoto zien, staat de bloem echt volledig centraal (dead center) in beeld. Het is ons natuurlijke instinct om een foto zo op te bouwen. Als we naar die bloem kijken, focussen we recht voor ons en proberen we niet om de bloem vanuit een ooghoek te zien. Onze hersenen verzetten zich hier tegen. Vergeet echter dit centraal plaatsen van een object! Dit is een concept dat moeilijker te beheersen is dan het lijkt. Als je het echter gaat proberen, zul je zien dat het decentraal plaatsen een heel groot verschil maakt voor je foto en dan wordt het meteen een stuk makkelijker. Er zijn diverse klassieke manieren om een beeld te componeren. Gebruik daarvan vraagt wat training om je onderwerpen te zien in lijnen en vormen. Soms zijn lijnen in een foto heel duidelijk, zoals de horizon, een gebouw of een kanaal. Andere keren zijn de lijnen minder duidelijk. Een manier om de belangrijkste lijnen en vormen in een beeld te zien, is om je ogen zo ver dicht te knijpen dat het beeld wat wazig wordt. De lijnen en vormen worden dan zichtbaar in licht en schaduwen. 6

2.3.1 De regel van 1/3 en de Gulden Snede. Een van de meest besproken fotografische regels gaat over de 1/3-lijnen. Dit concept is het makkelijkst te begrijpen door je beeld op te delen in derden, zowel horizontaal als verticaal. Je krijgt dan, a.h.w., een bord voor boter-kaas-en-eieren. De 1/3-regel wordt gebruikt als er sprake is van horizontale of verticale lijnen in je beeld. Omdat je in fotografie waarschijnlijk het allermeeste hoort over deze richtlijn, ga ik er wat dieper op in en wil ik proberen te laten zien waarom dit zo effectief is.. Het gebruik van de lijnen op 1/3 is afgeleid van de beroemde Gulden Snede die zegt dat de belangrijkste onderwerpen van een beeld (ruwweg) geplaatst moeten worden op de kruispunten van de lijnen. Als je dus een foto maakt van een zonsondergang, probeer de zon dan op een van die kruispunten te plaatsen. Het is jouw keuze of je de onderste of bovenste lijn neemt. De bovenste lijn geeft je beeld meer voorgrond en de onderste lijn zorgt voor meer lucht. 7

Het gaat hier wat ver om ook een hoofdstuk over de Gulden Snede in dit verhaal op te nemen. Daarvoor verwijs ik maar even naar Wikipedia, o.i.d. (als je het echt wilt weten). Als je dus door je zoeker kijkt, probeer je die lijnen voor te stellen en te gebruiken. Dit landschap laat de 1/3-regel goed zien. Er is niets zo saai als een landschap met de horzon precies in het midden. Plaats je de horizon op de onderste 1/3 lijn, zoals hier, benadruk je de lucht, terwijl de kijker toch voldoende landschap en diepte ziet om de indruk te krijgen dat hij er deel van uit maakt. Mocht de lucht nou niet echt interessant zijn, plaats dan de horizon op de bovenste 1/3 lijn. Dat geeft nog meer diepte vanuit de voorgrond en geeft de kijker het idee dat hij echt met zijn voeten in de foto staat, zoals in de volgende foto. De keien versterken die indruk nog wat extra. Eigenlijk maken we in deze foto zowel van de bovenste als de onderste lijn gebruik! 8

Terug naar de bloemen. De bloem hieronder is precies op een van de kruispunten geplaatst en komt mooi naar voren, los van de achtergrond. Die achtergrond leidt ook niet af omdat in de compositie goed gebruik is gemaakt van scherptediepte (relatief grote lensopening = laag F getal) en door de camera dicht bij de bloem te plaatsen (bijna macro fotografie). De bloem springt er echt uit. Als je scherp stelt op een onderwerp, zal alles op dezelfde afstand van de lens ook scherp zijn. Zaken die dichterbij of verder weg zijn van de lens worden minder scherp. De mate van die onscherpte kun je, zoals al eerder beschreven, beïnvloeden via je diafragma. Des te kleiner de lensopening (des te hoger het F getal), des te meer scherptediepte je in de foto krijgt. Bij een grote lensopening beperk je de scherptediepte. In de lens bevinden zich lamellen (de driehoekjes op de volgende tekeningen) die zich steeds verder sluiten naarmate jij je diafragmagetal verhoogt. In het geval van de tekeningen, staat de lens helemaal open bij F2 en is hij bijna dicht bij F22. Weinig scherptediepte Veel scherptediepte. 9

Er zijn nog veel meer manieren om lijnen en vormen te gebruiken om de kracht van een compositie te versterken. Hier volgt een kort overzicht van 7 regels die bijdragen aan beter foto s. 2.3.2 De driehoek. Als je een foto maakt en de compositie baseert op een driehoek die vanuit een hoek naar twee andere zijden loopt, dan creëer je een mooi sterk beeld. Kijk maar eens naar het voorbeeld hiernaast. De boom, stoelen en het stukje land aan de rechterkant vormen een perfecte driehoek (met de horizon op 1/3). Het zal overigens maar zelden voorkomen dat de onderwerpen die je fotografeert zo n fraaie driehoek vormen, maar als je onderwerpen langs sterke diagonale lijnen kunt plaatsen, voeg je heel veel zeggingskracht toe aan je beeld. Realiseer je hierbij ook dat mensen, in eerste instantie, kijken van links naar rechts. Plaats belangrijke objecten aan de linkerkant en bijzaken rechts. Een andere manier om driehoeken te gebruiken en rekening te houden met de Gulden Snede: trek een diagonale lijn van de ene naar de andere hoek van je kader en trek dan nog een lijn vanuit een van de andere hoeken die een hoek van 90 graden vormt met de eerste diagonale lijn. De foto hiernaast kent, door gebruik van die lijnen, 3 samenhangende onderdelen. Als je iemand die voor het eerst naar dit beeld kijkt, zou vertellen dat de foto is opgebouwd uit driehoeken, verklaart die je waarschijnlijk voor gek. Laat de lijnen zien en alles wordt duidelijk. 10

2.3.3. Het kader binnen een kader. Een andere manier om een sterker beeld te maken, speciaal landschappen en doorkijkjes, is het benutten van elementen uit de voorgrond om daarmee een soort extra kader te maken. Vaak kun je bomen of takken aan 2 of 3 kanten van je beeld daarvoor gebruiken. Gaten in rotsformaties, ramen, deuren, etc. werken allemaal prima. Een paar voorbeelden die voor zich spreken: 11

2.3.4 Dominante lijnen. Wegen, paden, sloten, etc. zijn een goede manier om dominante lijnen in een beeld vast te leggen en de aandacht van de kijker te pakken. In bovenstaande foto lopen 3 lijnen: de hei links, het pad en de bomen rechts. Dit soort lijnen nodigen de kijker, als het ware uit, om in de plaat te stappen en het pad te volgen. Nog 2 voorbeelden: Dit soort lijnen zijn fantastisch, ze leiden je oog het beeld in en geven bijzondere diepte en dynamiek aan foto s. 12

Dominante lijnen vind je natuurlijk niet alleen in paden en sloten, een rij straatlantaarns of een deel van een gebouw kan ook zo n lijn vormen. 2.3.5 Ritme. Dynamische foto s kun je ook maken door gebruik te maken van visuele ritme. Hierbij maak je gebruik van repeterende vormen en objecten om een interessant te beeld te creëren. Alle lijnen werken in deze foto s samen: horizontaal en diagonaal bij de daken, verticaal en diagonaal bij het gebouw en de brugleuning en zorgen zo voor dynamiek en diepte. 13

14

2.3.6 Negatieve ruimte. Negatieve ruimte is een fotografische term om aan te geven dat het onderwerp slechts een beperkt deel van het beeld vormt. Deze techniek wordt het meest gebruikt om een onderwerp zeer klein weer te geven of om de impressie te wekken van een grote ruimte c.q. weidsheid. Het onderwerp van deze plaat is eigenlijk de eenzame figuur in het landschap. Omdat die omgeven is door een soort open ruimte, krijgt de kijker het gevoel van een eindloze zandvlakte met dreigende wolkenlucht. Daardoor wordt die (negatieve) ruimte net zo belangrijk als het onderwerp. 2.3.7 Opnamestandpunt: staan, knielen, liggen. Meestal zie je fotograferende mensen dat doen terwijl ze staan. Probeer dat, afhankelijk van je onderwerp ook eens vanuit een lagere positie te doen: knielend of zelfs liggend. Zou de volgende foto vanuit een staande positie net zo leuk zijn geweest? Overigens is dit een haas in het wild en zou de haas er waarschijnlijk snel vandoor zijn gegaan als dit staand geprobeerd zou zijn. 15

2.3.8 Kijk- en beweegrichting. Tot slot van de compositieregeltjes en aansluitend bij het verhaal over de 1/3 lijnen, nog even een paar opmerkingen over de kijk c.q. beweegrichting in een foto. Hier onder heb ik twee keer 3 versies van een foto geplaatst. Elke serie wordt gevormd door verschillende uitsneden van een en hetzelfde originele beeld. Wat is nou het beste, meest logisch, meest dynamische beeld? Waarom? Kortom, geef je onderwerp ruimte in de kijk- c.q. beweegrichting! 16

Mijn advies over al deze regeltjes is om veel te OEFENEN. Reserveer eens een (halve) dag voor je eigen fotografische expeditie en oefen bewust met een of meer regels. Kijk daarna thuis kritisch naar elke foto en ben streng voor jezelf. Stel jezelf ook steeds de vraag: had het beter gekund? Als je die vraag met ja moet beantwoorden, heb je weer oefenstof voor de volgende keer. Oefening baart kunst! 3. Brandpuntafstanden. Op je camera zit een lens en op die lens staan getallen in mm (milimeters). Dat wijst op de brandpuntafstanden van de lens. Je hebt lenzen met een vast brandpunt en zoomlenzen waarbij de brandpuntafstand variabel is. Onderstaande allinea s behandelen wat overwegingen bij de keuze van lenzen. Het principe is simpel: des te lager het getal, des te groter is de beeldhoek (groothoeklens). Via het middenbereik kom je dan bij de hoge getallen die wijzen op een telelens (kleine beeldhoek). In onderstaande foto s wordt een overzicht gegeven van een aantal brandpuntafstanden, van groothoek tot super tele. Deze beelden zijn gerelateerd aan het originele negatief formaat van kleinbeeldcamera s. 17

Het beeld bij 50mm geeft onderwerpen ongeveer op dezelfde grootte weer als het menselijk oog ze ziet. We noemen dit het standaardobjectief of standaardlens. Alles eronder noemen we groothoek en alles erboven is tele en boven 300mm zelfs supertele. Voor de digitale revolutie fotografeerden we op kleinbeeldfilm, waarbij de maat van het negatief 24x36mm was. Dat negatief mag je vergelijken met de sensor van je digitale camera. Die maat sensor zien we in digitale fotografie alleen bij een paar professionele camera s ( full frame ). De meeste digitale spiegelreflexcamera s hebben een sensor die ongeveer 1/3 kleiner is. Bij compact camera s is de sensor al snel maar half zo groot of nog veel kleiner. Zo n kleinere sensor biedt echter ook voordelen. Ik neem even 2 voorbeelden. Als je compact camera een sensor heeft die qua grootte slechts een kwart is van het oude kleinbeeldformaat, dan heb je een zgn. cropfactor van 4. Je kunt de brandpuntafstand die op je lens staat dan vermenigvuldigen met 4 om de effectieve brandpuntafstand te berekenen. Dat betekent dat een lens van 12mm geen groothoeklens is, maar eigenlijk een standaardlens van 48mm. Je eigen 50mm wordt dan 200mm en dan heb je een leuke telelens in handen. Algemeen gesproken zul je op de lenzen van een compact dan ook vaak brandpuntafstanden vermeld zien staan van bijv. 6-40mm. Effectief is dat dan 24-160mm. Dit noemen we het kleinbeeldequivalent. Een aantal compacts zijn tegenwoordig uitgerust met een goede optische zoom met een groot bereik. Ze zijn er zelfs met lenzen die een effectief brandpunt (kleinbeeldequivalent) hebben van 24 tot boven 500mm. Dat is dus van fors groothoek tot supertele in één camera. Kijk maar naar de afbeeldingen in de vorige pagina. Een dergelijk bereik van je lens biedt vooral in de natuur heel veel voordelen: je kunt het dier fors dichterbij halen. Let echter wel op, bij supertele leiden trillingen heel snel tot bewegingsonscherpte. Zoek dan dus een steuntje! Bij de meeste spiegelreflexcamera s is de cropfactor 1,5. Je telezoom van 70-300mm geeft je dus een effectief bereik van 105-450mm. Hou bij de aanschaf van lenzen dus rekening met dit fenomeen. 4. Fotobewerking en opnamekwaliteit. Bij (bijna) alle camera s krijg je een pakket software voor allerlei doeleinden. Een van die pakketen is altijd een (simpel) programma om je foto s verder te bewerken: recht zetten, een beelduitsnede maken, correctie van kleur, helderheid, contrast, e.d. Niet dat je persé hoeft te bewerken, maar het is altijd wel aardig om schoonheidsfoutjes even weg te werken. Gewoon ook een kwestie van oefenen. Echte bewerkingsprogramma s zijn er in alle soorten en maten en prijsklassen. Een heel aardig programma met veel mogelijkheden, dat ook gratis van internet gedownload kan worden, is Picasa 3. Zie ook http://picasa.google.com/. In het menu van je camera kun je de kwaliteit van je te maken opname instellen, bijvoorbeeld jpeg large. Natuurlijk is het heel fijn als je veel foto s op dat ene geheugenkaartje kwijt kunt, maar ik adviseer om te kiezen voor de maximale kwaliteit die je camera kan leveren (door de grootte van de bestanden kunnen er dan wel veel minder foto s op je kaartje). Des te groter het bestand, des te meer details van de foto worden vastgelegd. Door te kiezen voor de hoogst mogelijk kwaliteit, maak je het jezelf makkelijker bij afdrukken, vergroten, samenstellen digitale fotoboeken, bewerken, etc. 18

5. Tips tot slot. o o o o o o Licht: fotografeer zoveel mogelijk met het belangrijkste licht achter je. Tegen de zon of tegen een heldere lucht fotograferen geeft een onderbelicht onderwerp, want de camera meet dan teveel omgevingslicht. Tijdstippen: het (zon)licht is s morgens vroeg en eind van de middag het mooist. Rond het middaguur is het licht heel fel en hard en niet mooi voor fotografie. De software van je camera heet firmware en krijgt net als alle andere software van tijd tot tijd een update. Check een paar keer per jaar de website van je cameramerk of er updates zijn. Stop de handleiding van je camera in je tas. Er kunnen situaties zijn dat je hem echt nodig hebt. Zorg altijd voor een volle accu of batterijen en stop ook een extra geheugenkaartje in je zak. Kijk goed om je heen en maak foto s van dingen die jij leuk vindt! Veel fotoplezier, Wim Stolwerk Dit verhaal is opgesteld door Wim Stolwerk (Mirror Image Photography & Film Vinkeveen, www.mirrorimage.nl), free lance fotograaf en lid van de Fotoworkshop De Ronde Venen. Doel van deze introductie is simpel: betere foto s maken. Photo Credits: Via istock.com: Via FWS DRV: Wit-gele bloem: Gecko Custom Lab Strand: Floyd Anderson Schuurtje aan zee: MKF Ritme van daken: Jacques Turkenburg Brandpuntafstanden: Nikon Overige foto s: Wim Stolwerk (www.mirrorimage.nl) 2011, Wim Stolwerk Mirror Image Photography & Film, Vinkeveen ---------- 19