De Jeker. klei kunnen boren als buitendijks het ge- P. L. MARQUET. m.m.v. Z. Salverda. (RIVON)

Vergelijkbare documenten
Soortenlijst zoete wateren en FAME-indeling voor gilden

Rivierherstel, KRW en het effect op vissen van het stromende water. Tom Buijse Rijkswaterstaat - RIZA

Rode Lijst Zoetwatervissen 2010: veranderingen ten opzichte van Frank Spikmans 42 ste bijeenkomst vissennetwerk Zwolle, 5 juni 2014

Internationale Scheldecommissie (ISC) Arnould Lefébure

IMARES Wageningen UR. Bescherming zoetwatervissen. Rapportnummer C148/10 1 van 23. Dr. ir. H.V. Winter, Ir. O.A. van Keeken & Dr. H.

Brakona jaarboek jaarboek 2004

Steeknet & Hengelvangstregistratie

Soorten monitoren met Environmental DNA in de praktijk Jelger Herder

Actuele toestand van de Habitatrichtlijnvissen in de Schelde (B): met speciale aandacht voor enkele diadrome soorten

Masterplan Vis. samenvatting

Waarnemingenoverzicht 2007 en 2008

Natuurhistorisch Maandblad

IMARES Wageningen UR. Voorkomen van beschermde vissoorten t.b.v. het windpark IJsselmeerdijk. C. Deerenberg & I.J. de Boois Rapport C136/11

zoetwatervissen in Nederland

Werkprotocol visbemonsteringen FF-wet

Het visbestand van de Demer in Vlaams-Brabant (2003).

NATUURATLAS ZAANSTAD VISSEN

Vismigratie via de vispassage bij Grave, voorjaar 2007

Waarnemingenoverzicht 2015

Vissen in de Palmerswaard, met advies voor toekomstige inrichting

Hoofdstuk 4 Overzicht van de historische en recente visstandgegevens per waterloop

Provinciaal Centrum voor Milieuonderzoek. Visstandsonderzoek van de monding van de Terkleppebeek te Geraardsbergen

Waterboekje

Advies betreffende de werking van de vistrap 'Dalemse molen' op de Velpe te Tienen

Visbestandopnames op de Abeek (2004).

Nieuwe namenlijst Nederlandse vissoorten; werkdocument versie 2

Trekvissen in Natura2000 gebieden. Vissennetwerk 11 maart 2010 Martin Kroes

Natuurhistorisch Maandblad

VOORTPLANTING, GROEI EN MIGRATIE VAN VISSEN IN DE EVERLOSE

Indicaties voor voortplanting van de Zeeprik in Nederland

Vis en Kaderrichtlijn Water in Zeeland

Achtergronddocument Rode Lijst Vissen 2011

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

Visbestanden op het kanaal van leper naar de IJzer (2002). Gerlinde Van Thuyne11) Sven Vrielynck(2>

Waterboekje Dit waterboekje geeft geen enkel recht. De houder dient een voor dat jaar geldige VISpas in bezit te hebben.

De Dender ontspringt in... en mondt uit in de... in de stad... Deze stad dankt zijn naam hieraan.

Nationaal natuurbeleid voor vissen: signalering, stimulerend beleid en wettelijke bescherming

Visbestandopnames op het Kanaal Charleroi-Brussel-Schelde (2007)

Start natuurontwikkeling: 1997 Eigendom/beheer: Rijkswaterstaat/Stichting het Limburgs Landschap. Aantal soorten Rode Lijst

Waarnemingenoverzicht 2014

BIJLAGE 1 VISBELEID WATERSCHAP RIJN EN IJSSEL 2010 (CONCEPT 1.5 ( ))

Bekdraden en rugvinnen in Gelderland Determinatie en visgemeenschappen

RAPPORT. maatlat vissen moerasbeek en doorstroommoeras. Provincie Overijssel

Visbestandopnames op enkele waterlopen behorende tot het Netebekken (2005).

Het bekken van de Gentse kanalen

Visbestanden op de Boerekreek, de Roeselarekreek, de Oostpolderkreek en de Hollandergatskreek (2003).

Geschiedenis van de Drentsche Aa

Onderwerp: Voorlopige resultaten doortrekmetingen vislift H&Z polder Datum: Kenmerk: /not02 Status: Definitief Opsteller: J.

Visbestanden op het Kanaal Charleroi-Brussel-Schelde (2002).

Waarnemingenoverzicht 2009

Waterschap Hunze en Aa's

MONITORING VAN VISMIGRATIEVOORZIENINGEN VOORJAAR 2012

8. VISSEN. 2. Vissoorten aanwezig in de voornaamste Brusselse waterlopen

Visbestandopnames in het Maasbekken: de Voerstreek (2005) (Berwijn, Voer, Gulp, Veurs en Noorbeek)

TREKVISSEN IN HET MEER EN DE POLDERS VAN UBBERGEN EN BEEK. onderzoek aan vier vispassages

Visstand Haringvliet en Voordelta - heden -

OPFRISAVONDEN. Controleurs Sportvisserij en Boa s. Sportvisserij Nederland, Bilthoven. 14 februari 2012

KNNV afdeling Delfland

Visbestanden in enkele waterlopen van het IJzerbekken (2003).

RAVON Vissenweekend 2005 Noordwest-Overijssel

Prioritaire soorten amfibieën, reptielen en vissen in Noord-Brabant

-yj^-,jj Kleine modderkruiper ' ^^ ïj'// (Cobitis taenia)

Visbestanden op het Oud kanaal Bocholt en het Oud Kanaal Bree-Beek (2003)

Visbestandopnames op het Kanaal van Roeselare naar de Leie (2010)

Monitoring vijzel en vispassage Hooidonkse molen

Visbestandopnames op de Zuid-Willemsvaart (2010)

Verslag vissterfte vastgesteld in de Kleine Nete te Kasterlee op 17/07/2015 en berekening van de kostprijs van een compenserende herbepoting

De visstand in vaarten en kanalen

Inventarisatie van relevante vissoorten bij de aanleg van windpark Noordoostpolder. W. Lengkeek

Effecten van een kleinschalig hermeanderingsproject in de Breiloop: toestand en evaluatie van de visgemeenschap na 5 jaar

! " # # $ ( ) * +, ( " - +. ( '. / / #

Zaterdag 10 oktober 2015

Visbestandopnames op de Rupel en Durme (2007).

IMARES Wageningen UR. Pilot polderbemonstering O.A. van Keeken, K.E. van de Wolfshaar, R. Hoek en M. de Graaf Rapport C161/14

Rapport vissterfte op de Boezingegracht augustus 2013

Vissoorten Aal Herkenning: Verspreiding: Voedsel: Lengte afgebeelde vis: Lengte tot circa: Snoek Herkenning: Verspreiding: Voedsel:

v a n b r o n t o t m o n d i n g

VISPASSAGES IN HET BEHEERSGEBIED VAN WATERSCHAP REGGE EN DINKEL

Visbestanden op enkele waterlopen gelegen in het bekken van de Gentse kanalen (2002).

Resultaten monitoring Koopmanspolder

ONDERZOEK NAAR DE VISFAUNA IN DE MARK VÓÓR DE BOUW VAN VISDOORGANGEN. VASTLEGGING NULTOESTAND.

Wageningen IMARES Institute for Marine Resources & Ecosystem Studies

REPTIELEN AMFIBIEËN VISSEN

Nederland leeft met vismigratie Naar een gestroomlijnde aanpak van de vismigratieproblemen. Tom Buijse

Visbestandopnames op de Poperingevaart en enkele waterlopen gelegen in het IJzerbekken (2006)

Ny T U U L H I S T O R I S C H

VISSEN IN LELYSTAD 2016

Het bekken van Dijle en Zenne

Flora- en faunabemonstering Capreton en Linge

Visbestandopnames op de Isabellawatering, de Zwarte Sluisbeek en de Nieuwe kale (2006)

VISSEN IN LELYSTAD

VLAAMSE OVERHEID. Bijlage 1 De rode lijst voor de inheemse dagvlinders in Vlaanderen, vermeld in artikel 1, 1, eerste lid, 1 o

IMARES Veranderende visstanden in de zoete Rijkswateren. Martin de Graaf JJ de Leeuw HV Winter (IMARES), AD Buijse (DELTARIS)

Visbestandopnames op de Itterbeek en zijbeken (2005)

Nevengeulen als kraamkamer voor vis Onderzoeksresultaten

HET BELANG VAN MIGRATIE VOOR DE VISSTAND IN DE MAAS

AANVULLEND ONDERZOEK EFFECT ZOMERSCHOUW OP DE JURIDISCH ZWAARDER BESCHERMDE VISSOORTEN IN HET WESTLAND EN OOSTLAND (ZUID-HOLLAND)

Visbestandopnames in de getijgebonden Zenne. Viscampagnes Jan Breine en Gerlinde Van Thuyne. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek

2 Materiaal en methode

Transcriptie:

nog dat de Strandgapers in de binnendijkse kreken niet zo diep in de zeer taaie klei kunnen boren als buitendijks het ge- val zou zijn. Wij hebben daar echter geen gegevens over. Summary: Soft clams (Mya arenaria) are living in some non-tidal brackish creeks in the province of Zeeland, Netherlands. These isolated populations are living here since respectively 1945 and 1953, when the creeks were cut off from the sea. Coots (Fulica atra) are frequently observed while foraging on these clams. The author does not know any other species of bird preying upon Mya. De Jeker P. L. MARQUET. m.m.v. Z. Salverda. (RIVON) Inleiding en Historie De Jeker ontspringt als een nietig stroompje in België, waar hij Geer of Jaer heet. De bronnen hebben hun oorsprong in het Luikse en wel in Hesbaye, nabij het gehucht Hannut, dat dicht bij het dorpje Lens-St, Servais ligt. De beek slingert zich voor het grootste deel (55 km) door België en wordt daar gevoed door verscheidene zijbeken, o.a. de Fausse Geer, de Mulle, de Liyrone. de Ezelsbeek en de Buth. Vóór het passeren van de Nederlandse grens bij Neerkanne is de Jeker dan ook aangewassen tot een behoorlijk riviertje (fig. 1). Voorheen liep hij voorbij de grens een viertal km door de gemeenten Oud Vroenhoven en St. Pieter tot de grens van de gemeente Maastricht (fig 2). Binnen de versterkingen en de stadswallen van deze oude vestingstad splitste hij zich in drie takken, een zuidelijke (fig. 3), een noordelijke en een middentak (fig, 4), om na samenvloeiing bij het oude Pesthuis via een duiker onder het kanaal Luik - Maastricht in de Maas beneden het stadspark uit te monden (fig. 5). In het begin dezer eeuw is aan zijn loop om en in de stad Maastricht echter heel wat veranderd. De zuidelijke tak werd daarbij verlegd tot tegen de stadswallen en de middental' langs de Grote en Kleine Looyerstraat kwam te vervallen (fig. 6). Het is te betreuren dat hierbij enig oud en niet meer te vervangen stadsschoon moest worden opgeofferd, maar de werkzaamheden moesten uitgevoerd worden wilde men de middeleeuwse" toestanden, waarbij veel overlast van overstromingen ondervonden werd, opheffen. De laatste overstroming dateert van 195, enige jaren voor men de verbeteringen had aangebracht. De gehele loop van de Jeker is gelegen in een smal dal dat gekenmerkt wordt door een begroeiing met populieren (Canadabomen genoemd) op beide oevers. Vroeger bevonden zich langs de gehele loop van de Jeker veel watermolens. Tegenwoordig worden er op het Belgische gedeelte nog 2 molens aangetroffen en op het Nederlandse deel nog 7. In het begin dezer eeuw waren de volgen de zeven Nederlandse molens nog alle in bedrijf: 1. De molen van Neckum, vermoedelijk gebouwd in 1869 en door Petrus Re- 22

Maas Itricht ' "Pm PROVINCIE LIMBURG inqcn Kanncis Eben-Emacl 2 Russón :Warcmm«PROVINCIE LUIK tuin» WATERMOLEN Lens-St.Servaii O KONSERVENFABRIEK k SUIKERFABRIEK T PLAATS VAN MONSTERNEMING»***» RJKSGRENS O I 2 3 4 5 lokm./ -"'- PROVINCIEGRENS Fig 1. De loop van de Jeker van Lens-St. Servais tot Kanne. gout gebruikt als vernismolen. 2. De molen van Lombok, 18e eeuw: een korenmolen (fig. 7). 3. De molen in de Heksenhoek, 17e eeuw. door de Société Céramique gebruikt als glazuurmolen (fig. 8). 4. De molen van Dolk, vermoedelijk 19e eeuw: een korenmolen. 5. De Bisschopsmolen. 17e eeuw: een korenmolen. 6. De molen in de Begijnenstraat, vermoedelijk 18e eeuw: een korenmolen, 7. De molen van Clemens (Leeuwenmolen) bij het Molenpoort je, 16e eeuw: een korenmolen. De molen 2 is heden nog als korenmolen in gebruik, de overige zijn buiten gebruik gesteld of afgebroken. De molens 1 en 2 zijn van het landelijke type. de onder 3/7 genoemde echte stadsmolens. In vroeger tijd stonden er aan de Jeker, in en om Maastricht ook nog verscheidene watermolens. Het waren de Polver of Kruitmolen (fig. 7) naast de molen op Lombok en een daar tegenover, de watermolen Dollaert; een molen stond in de Grote Looyerstraat. twee bevonden zich in de straat die nu nog de naam..achter de Molens" draagt en een in de St. Pieterstraat, tegenover de zijkant van de molen van Clemens en de Pesthuismolen. Het waren korenmolens, moutmolens, oliemolens, papiermolens en in later tijd ook glazuur- of vernismolens. De Jeker en de hoedanigheid van zijn water Het verval van.1% in aanmerking nemende zou men de Jeker met betrekking tot de Geul. die een verval vertoont van 221

Fig. 2. De loop van de Jeker van Kanne tot Maastricht (uitmonding). Van A tot B vervuiling door stadsriolen en veelvuldig voorkomen van de Bruine rat. 1.%, moeten rekenen tot het type laagland-beek. Vergelijkt men deze beken op andere punten dan zien wij dat het debiet, hetwelk voor de Jeker bij normale zomer-afvoer 13^2 m3/sec. bedraagt, praktisch gelijk is aan dat van de Geul. Dit geldt ook voor de temperatuur en de zuurgraad, blijkens de gegevens, ontleend aan rapporten van de Provinciale Waterstaat in Limburg. Een groot verschil vertonen de Jeker en de Geul echter in het chloride-gehalte als gevolg van de lozing van afvalwater door de suiker- en conservenindustrie nabij de oorsprong, door de stad Tongeren en andere woonkernen langs de Jeker in België en door Maastricht, De cijfers van het Jeker-water zijn aanmerkelijk hoger dan die van het Geul-water. Meestal wordt nu aangenomen dat dit een gevolg zou zijn van het grotere kwantum afvalwater dat op de Jeker geloosd wordt. Dit komt echter niet overeen met de bestaande toestand, omdat het totale aantal inwoners van het gehele stroomgebied van de Jeker geschat wordt op 4 en van de Geul op 5, met resp. een gemiddelde chloorionen-afvoer van 3,6 mg/l tegen 4,5mg/l, Uit de grafiek (fig. 9), die het verloop geeft van het gehalte aan Cl-ionen gedurende een jaar, blijkt echter dat de cijfers van de Jeker over het gehele jaar ongeveer 1 mg/l hoger liggen dan die van de Geul. Dit aanmerkelijke verschil in het gehalte aan chloorionen der beide riviertjes kan dus niet toegeschreven worden aan vervuiling door afvalwater. De mogelijkheid moet niet uitgesloten geacht worden dat de geologische gesteldheid van de oorspronggebieden der beide beken van invloed is. Uit de gegevens over de toestand van het Jekerwater te Russon, Eben Emael en te Neerkanne blijkt dat een zeer ernstige periodieke verontreiniging van de gehele Jeker optreedt tijdens de suikerbietencampagne (september-januari). Bovendien wijzen ze op een permanente verontreiniging beneden Tongeren, met een regeneratie afhankelijk van de tijd van het jaar. Het Jekerwater passeert dus slechts gedurende de zomermaanden in redelijke toestand de Nederlandse grens. De visstand in de Jeker voorheen en thans Vroeger behoorde de Jeker tot een der visrijkste riviertjes in Nederland en was hij wat zijn fauna betrof minstens zo rijk als de Geul. Als vaststaand kan worden aangenomen dat vele van de hieronder vermelde vissoorten vóór het jaar 19 behoorden tot de standvissen. 222

Tabel 1. Visstand in de Jeker. 1. Beekprik, Lampetra planeri 2. Rivierprik, Lampetra fluviatilis O 3. Zalm, Salmo salar 4. Zeeforel, Salmo trutta trutta 5. Beekforel, Salmo trutta fario 6. Snoek, Esox lucius 7. Kroeskarper, Carassius carassius 8. Lederkaper, Cyprinus carpio var. nudus 9. Giebel, Cyprinus gibelio 1. Zeelt. Tinea tinca 11. Barbeel, Barbus barbus x 12. Riviergrondel, Gobio gobio 13. Alver, Alburnus alburnus 14. Gestippelde alver, Alburnus bipunctatus 15. Serpeling, Leuciscus grislagine xx 16. Blankvoorn, Leuciscus rutilis x 17. Ruisvoom, Scardinius crythrophthalmus 18. Elrits, Phoxinus phoxinus xx xx 19. Sneep, Chondrostoma nasus 2. Bermpje, Cobitus barbatula 21. Aal, Anguilla anguilla 22. Kwabaal, Lota lota 23. Baars, Perca fluviatilis 24. Rivierdcnderpad. Cottus gobio 25. Driedn. stekelbaars, Gasterosteus aculeatus 26. Rivierkreeft, Potamobius astacus 27. Wolhandkrab. Eriocheir sinensis xx X o xx x o o X X X X weinig x veel xx zeer veel Beneden de molen van Clemens Tijdens paartijd Standvissen 1. Voorheen 4. Voorheen 2. Na Maaskanalisatie 5. Thans 3. Thans Beneden de molen van Neckum Standvissen 6. Voorheen 7. Thans In tabel 1 is aangegeven het voorkomen van een aantal vissoorten die in de Jeker werden gevangen of waargenomen vanaf 1919 tot de Maaskanalisatie in de twintiger jaren (= voorheen), gedurende een aantal jaren daarna en tenslotte na de dertiger jaren toen de Belgische suikerfabrieken op de Jeker gingen lozen (= thans). Uit het voorgaande is gebleken dat er nog veel vroeger veranderingen in de visstand van de Jeker moeten hebben plaats gevonden, zoals tengevolge van de lozing van afvalstoffen door de Kruitmolen te Lombok en de vernismolen te Neckum. Daarna werd in het begin dezer eeuw ook rioolwater op het riviertje geloosd. Daar het effluent van de molens uit zeer giftige chemicaliën bestond en het rioolwater toentertijd voornamelijk nog verontreinigd was met huishoudelijk afval en fecaliën, kunnen wij gevoegelijk aannemen dat de 223

Fig. 3. De Jeker binnen de stadswallen van Maastricht: zuidelijke tak. Fig. 4. Samenvloeiing van noord- en middentak van de Jeker onder het Pater Vinktorentje. Maastricht. Fig. 5. Uitmonding van de Jeker in de Maas vóór de Maaskanalisatie (foto omstreeks 19). 224 beide molens toen de grote zondaars zijn geweest. Zij beïnvloedden de samenstelling van het Jekerwater zo nadelig, dat de Elritsen als standvis verdwenen. Wel keerden deze jaarlijks terug vanuit de Maas om op hun oude en vertrouwde paaiplaatsen te komen paren, maar daarna verdwenen ze weer. Gedurende en na de eerste wereldoorlog werd de vervuiling wel veel ernstiger door het meer lozen van rioolwater dat vermengd was met huishoudelijke chemicaliën, maar dit deed nog geen noemenswaardige afbreuk aan de visstand, (waarschijnlijk) door het grote zelfreinigende vermogen van het riviertje. De Maaskanalisatie in de twintiger jaren bracht zelfs een verbetering. Er verschenen nl. tijdens de paartijd diverse, voorheen zeldzame en nog niet in de Jeker waargenomen vissen. Waarschijnlijk was dit een gevolg van de verstoring van hun paaiplaatsen op de Maas door een veel hogere waterstand dan vóór de kanalisatie en door afzetting van modder, omdat de stroom hier praktisch tot stilstand kwam in de paartijd. De intense vervuiling van de Jeker is begonnen in de dertiger jaren, toen een Belgische suikerfabriek te Oreye tijdens haar jaarlijkse suikerbietencampagne van september tot einde februari al haar afvalwater, met pulp van de suikerbieten, loosde. Hierdoor vonden de meeste vissen de dood door verstikking als gevolg van verstopping van hun kieuwen door de fijne vezelresten van de pulp. Zo was er reeds na zeer korte tijd beneden de molen van Clemens geen visje meer te zien, doordat zij die niet gedood waren hun heil hadden gezocht in een vlucht naar de Maas. Beneden de molen van Neckum was het bedroevend om te zien hoe honderden dode en naar lucht happende, stervende vissen op het water dreven. Er werd toen

Fig. 6. Vroegere Zoop van de Jeker langs de Kleine Looyerstraat (foto omstreeks 19). aangenomen dat alle vissen waren gedood. Later bleek echter dat zich te Biesland een klein schooltje had kunnen handhaven, waarschijnlijk door zich terug te trekken op de daar aanwezige bronnen in de Jekerbedding, Na de oorlog 194-45 is de vervuiling van het Jekerwater nog intenser geworden door de lozingen van twee nieuwe suikerfabrieken, resp. te Waremme en te Ho!- logne-s-geer, en van een conservenfabriek te Darion. Na jarenlange processen werden deze fabrieken gedwongen tot het maken van bezinkvijvers en het uitzetten van vis in de Jeker. Dit geschiedde reeds meermalen in de hoop weer nietiw leven terug te brengen in het riviertje, maar tot heden bleef dit zonder resultaat. Ieder jaar zit het water tijdens de suikerbietencampagne nog vol met vlokkige pulpresten en suikers, waardoor beneden de molenstuwen schuimvorming optreedt. Te Biesland zijn vooral in het begin der campagne nog naar lucht happende en dode vissen waar te nemen. Verwonderlijk is echter dat zich daar ondanks alles tot op heden een klein aantal vissen heeft kunnen handhaven. Vooral de laatste tien a twintig jaren zijn ze bovendien aan een nieuw en zeer groot gevaar blootgesteld. nl. het rioolwater, dat nu een grote hoeveelheid chemicaliën bevat. In de zomer van 196 werden bij de uit- 225

Fig, 7. Molen van Lombok en Kruit- of Polvermolen, naast elkaar. In de Kruitmolen is het gat van de as van het waterrad nog zichtbaar. monding van de St. Servatiusbronnen in de Jeker de volgende waarnemingen gedaan: 1 Blankvoorn (Leuciscus rutilus). 1 Lederkarper (Cyprinus carpio var. nudus) en 1 Kroeskarper (Carassius carassius). zwaar aangetast door een dikke, vlokkige schimmel, de zg. rioolschimmel; honderden Driedoornige stekelbaarzen (Gasterosteus aculeatus). waarvan tientallen meer of minder aangetast door de rioolschimmel; 1 Serpeling (Leuciscus grislagine). ziek, vol kuit. opgezette schubben en dikke uitpuilende ogen; 5 Bermpjes (Cobitis barbatula), beneden de molen van Neckum. Sinds de suikerbietencampagne kwamen er na 1935 praktisch geen vissen meer vanuit de Maas de Jeker op tot beneden de molen van Clemens om te paren. In latere jaren nam dit aantal echter weer toe. Zo werden er in 1959 in de paartijd honderden vissen waargenomen, die na het paaien, gedurende de eerste 14 dagen na de ope- 226 ning van het hengelseizoen bij massa's met hengel, schepnet en handen gevangen werden, waarna ze weer verdwenen. Ik neem aan, dat we hier met vreemdelingen te doen hebben, die door de O.V.B. (Organisatie tot Verbetering van de Binnenvisserij) uitgezet werden en uit de Lek afkomstig zijn. Ik concludeer dit uit het tegelijkertijd voorkomen van Rietvoorns. die vroeger in de Maas als zeer zeldzaam beschouwd werden en door mij in de Jeker ook nooit eerder waren aangetroffen. Ik heb mij er toen ook verschillende malen van kunnen overtuigen dat in de Maas massa's Rietvoorns uitgezet werden. In het voorjaar van 196 werden er nog meer vissen beneden de molen van Clemens aangetroffen; het water zag er gewoonweg Fig. 8. Molen De Reek of Molen in de Heksenhoek; (afgebroken; foto omstreeks 19).

5 r» jeker- -Kanne l Jeker tijdens bietencampagne 4Q_A Geul Valkenburg 8 «O QU9. s«pt. okl. fwsv. dec 1958 fcbr. mrl. april mei juni juli Quq. Sept. I9S9 Fig. 9. Het verloop van het gehalte aan chloorionen van Jeker en Geul van juli 1958 t/m sept. 1959. Neerslag gemeten te Beek. zwart van en overal zag men vissenruggen boven het water uitkomen. Tot paaien is het toen helaas niet kunnen komen, omdat van gemeentewege de grondsluizen, zowel van de molen als van de overlaatvijver werden gestreken, om de modder die gedurende de wintermaanden boven deze sluizen was bezonken, te spuien. De vissen die van een dergelijk modderbad niets moesten hebben, maakten toen rechtsomkeert, om dat jaar niet meer te verschijnen. De lozingen van de stad Maastricht hebben op de nog maar weinig voorkomende standvissen in de Jeker te Biesland momenteel nog weinig of geen invloed. Het rioolwater dat in verse toestand kan afvloeien naar de Maas, lokt zelfs als voedingsbron talrijke vissen vanuit de Maas de Jekermonding binnen tot aan de duiker onder het kanaal Luik-Maastricht, Vele dezer vissen, voornamelijk voorns. trekken in het voorjaar verder de Jeker op, waarbij zij deze duiker, die uitmondde in een reusachtige,,vuilnisemmer", moeten passeren. Deze werd de,,bloedbak" genoemd, naar de lozing van het vroeger daar aanwezige slachthuis; later werd de situatie hier verbeterd. Deze lozingen vormen echter ook een trekpleister voor Bruine ratten (Rattus norvegicus), die tegenwoordig in het benedenstroomse beektraject over ca. 2 km veelvuldig voorkomen. Het vissen in en nabij de uitmonding van de Jeker moet, in verband met de lozing van het rioolwater van Maastricht, met het oog op de volksgezondheid, worden ontraden! Indeling van de Jeker in zones, in vergelijking met de Geul en de Maas Als men de Jeker. aan de hand van de er vroeger en nu in voorkomende vissoorten, indeelt in zones die zonder scherpe grenzen aan te geven kenmerkend zijn voor bepaalde soorten, verkrijgt men het overzicht van tabel 2. Het verschaft een inzicht in de veranderingen die gedurende de laatste halve eeuw plaats vonden in het voorkomen van de standvissen. als gevolg van vervuiling. Maaskanalisatie en andere ingrepen. Zowel Redeke als Van den Ende ver- 227

Tabel 2. Vergelijkend overzicht van de standvissen in de Jeker, Geul en Maas tjedurende de laatste halve Forcllenzonc 1. Beekforel, Salmo trutta fario 2. Rivierdondcrpad. Cottus gobio 3. Elrits, Phoxinus phoxinus i. Bermpje. Cobitis barbatula 5. Riviergrondel, Gobio gobio 6. Serpeling, Leuciscus grislagine 7. Beekprik, Lampetra planeri 8. Kleine modderkruiper, Cobitis taenia 9. Rekenboogforel, Salmo irideus Vlagzalmzonc 1. Vlagzalm, Thymallus thymallus 2. Sneep, ChondrosComa nasus 3. Kopvoorn. Leuciscus cephalus i. Kwabaal, Lota lota Barbelen zone 1. Barbeel, Barbus barbus 2. Pos, Acerina cernua 5. Snoek, Esox lucius -1. Baars, Perca fluviatilis 5. Snoekbaars, Stizostcdium luciopcrca 6. Rivierprik, Lampetra fluviatilis Brasemzone 1. Brasem. Abramis brama 2. Karper, Cyprinus carpio 3. Zeelt. Tinca tinca 4. Ruisvoom, Scardinius erythrophthalmus 5. Blankvüorn. Leuciscus rutilus 5, Bliek. Blicca björkna 7. Winde, Leuciscus idus 8. Kroeskarper. Carassius carassius 9. Alver. Alburnus alburnus Brakwaterzonc met eb en vloed 1. Pos, Acerina cernua 2. Spiering. Osmerus eperlamis v Paling, Anguilla anguilla 1. Driedrn. stekelbaars, Gasterosteus aculeatus Brakwatcr permanent 1. Bot, Plcuronectes flesus Trekvissen 1. Paling, Anguilla anguilla 2. Zalm, Salmo salar J, Elft, Alosa alosa 4. Zeeforel, Salmo trutta trutta 5. Zeeprik, Petromyzon marinus 6. Houtlng, Corcgonus oxyrhynchus Andere vissen 1. Giebel, Cyprinus gibelio 2. Gestippelde alver, Alburnus bipunctatus 1. Vctje, Lcucaspius delineatus \. Bittervoorn, Rhodeus amarus 5. lulelkarper, Cyprinus carpio (>. Spiegelkarper, Cyprinus carpio var. rex-cyprinorum 7. Lederkarper, Cyprinus carpio var. nudens 1 i 1 Jeker H 4 1 Geul 3 4 4- Maas 1 t- f H- 4-4- I- 1. De Jckcr vóór M,i,iskanalisatie-1925, 2. Thans beneden molen Neckum tot molen Lombok. 1. Thans beneden molen Clemens tot duiker. 1. De Geul vóór Maaskanahsatie-1925. 2. Belg. grens tot papierfabriek (Weert-Meerssen), na Maaskanalisatie. 3. Papierfabriek tot uitmonding, na Maaskanalisatie. t. Thans - Belg. grens tot Gulpen. 5. Thans Gulpen tot Valkenburg. 6. Thans Valkenburg tot papierfabriek. 7. Thans papierfabriek tot uttmonding. 1, De Maas, Belg, grens Pctit-Lanaye tot Borgharen, vóór Maaskanalisatie* 2. Thans Belg. grens Petit Lan.iye tot beneden stuw Borgharen. 228

melden het voorkomen en verdwijnen van de Vlagzalm (Thymallus thymallus) in de Geul. Ook uit mededelingen van Waage en Evers te Maastricht blijkt, dat de Vlagzalm voor 5 jaar nog als standvis in de Geul voorkwam. Hij verdween omstreeks 1885 als gevolg van het lozen van afvalwater op de Geul door de loodfabrieken te Moresnet. Uit de geschiedenis van de Jeker blijkt dat de vervuiling daarvan nog veel vroeger plaats had door de Polver- of Kruitmolen te Lombok vanaf ongeveer de 18e eeuw tot medio 19e eeuw en daarna ook door de vernismolen te Neckum van ± 1869 tot 1935. Tengevolge daarvan verdween de Elrits (Phoxinus phoxinus) als standvis uit de Jeker. Het is niet onwaarschijnlijk dat de Vlagzalm vroeger óók in déze rivier is voorgekomen! Uit de tabel van de zone-indeling blijkt dat de Jeker, althans vóór de Maaskanalisatie, tot de forellen-zone behoort. Als typische laaglandbeek vertoont hij echter de topografische kenmerken van een vlagzalmzone. van volksgezondheid is het van urgent belang dat op korte termijn maatregelen getroffen worden om paal en perk te stellen aan deze ernstige vervuiling (fig. 1). Conclusie De Jeker. een laaglandbeek met de kenmerken van de Vlagzalm-zone, is sterk vervuild. Men kan wel spreken van een..open riool", waarin vissen niet of nauwelijks kunnen leven. Ook uit een oogpunt ver Fig. 1. Jeker in de binnenstad, paal en perk stellen aan de ernstige vuiling. Litteratuur: Belonje J., 1941. Waar de Jeker vandaan komt. Nederm. 18: 11-112. Cebcdeau, 1955. Rapport, Centre Beige d'étude et de documentation des Eaux, no. 3, IV. Dagblad de Nieuwe Limburger, 1959. Vervuiling van de Jeker,,,De Blocdbak". Gemeente Maastricht, 1943. Rapport: Eventueel herstel en het openleggen van bezienswaardigheden van de Jeker. Marquet P. L., 1959. De Elrits. Natuurh : storisch Maandblad 48, no. 7/8. Marquet P. L., 196. De Blankvoorn. Natuurhistorisch Maandblad 49, no. 3/4. Prov. Waterstaat Limburg, 1958, 1959. Diverse rapporten wateronderzoek. Redeke H. C, 1941. De visschen van Nederland. 229