1 STAGEHANDLEIDING Master Sociologie Universiteit van Amsterdam Faculteit der Maatschappij en Gedragswetenschappen Graduate School of Social Sciences Opleiding Sociologie Bezoekadres: Nieuwe Achtergracht 166 Amsterdam Postadres: Postbus 15508 1001 NA Amsterdam mei 2016
2 1. INLEIDING Binnen de opleiding Sociologie is het mogelijk om in de master een stage te lopen. De stage geldt als 1 keuzevak (6 ECTS) en kan in het eerste of het tweede semester worden gevolgd. Een stage biedt niet alleen relevante werkervaring, waarmee de opgedane kennis van de afgelopen jaren kan worden toegepast in de praktijk, maar biedt ook toegang tot een bedrijf of organisatie, hetgeen na je studie van belang kan zijn. Hiermee heeft de stage ook duidelijk de oriëntatie op de arbeidsmarkt als doel. Een stage komt daarmee tegemoet aan de doelstellingen en eindtermen van de opleiding Sociologie. Studenten in de Engelstalige tracks die een stage als keuzevak willen volgen, moeten daarnaast wel een keuzevak uit hun eigen track volgen. Studenten Algemene Sociologie die een stage als keuzevak willen volgen, moeten daarnaast wel een keuzevak uit de master Sociologie volgen. LEERDOELEN De stage in de master heeft de volgende leerdoelen: Oriëntatie op de arbeidsmarkt. Toepassen theoretische kennis vanuit de opleiding in de praktijk. Toepassen onderzoeks-communicatie- en presentatievaardigheden in de praktijk. 2. HET VINDEN VAN EEN STAGE Studenten moeten zelf de stageplek regelen. Een stageplaats kan op verschillende manieren worden gevonden: via persoonlijk netwerk, via de docenten van de opleiding Sociologie en/of stage coördinator en via open sollicitaties. 3. VOORWAARDEN STAGE De masterstage onderscheidt zich van de bachelorstage. De masterstage omvat een onderzoekscomponent met een grote mate van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Hierbij zijn de volgende varianten mogelijk: 1. Onderzoeksstage aan een (andere) universiteit. 2. Praktijkstage met een onderzoekscomponent. 3. Praktijkstage bestaande uit een beleidsevaluatie of advies. Het onderzoek kan o.a. bestaan uit een literatuurstudie, het analyseren van bestaand onderzoeksmateriaal of het verrichten van een onderzoek. Het onderzoek dat voor de stage wordt verricht kan gekoppeld zijn aan de scriptie. Hierbij dient de onderzoeksvraag van de stage een andere te zijn dan de onderzoeksvraag van de scriptie.
3 4. STAGEOVEREENKOMST EN STAGEPLAN Voorafgaand aan de stage moeten, in overleg met de stageverlenende organisatie, een stageovereenkomst en een stageplan worden ingediend. De stageovereenkomst (zie Bijlage A) wordt ingediend wanneer de stageplaats is gevonden en is een formele overeenkomst tussen de student, de stageverlenende organisatie, de stagebegeleider en de coördinator. De stageovereenkomst bevat de volgende elementen: gegevens over student en stageplaats; een korte omschrijving van de stageplaats; een globale omschrijving van de te verrichten werkzaamheden. De stageovereenkomst moet voor 1 oktober (stage in het eerste semester) of voor 1 december (stage in het tweede semester) besproken en ingediend zijn bij de stagebegeleider en stagecoördinator. Drie weken voor aanvang van de stage moet het stageplan zijn goedgekeurd door de stagebegeleider en coördinator. In het stageplan wordt beschreven wat je gaat doen en hoe, de sociologische relevantie en het belang voor de organisatie/het bedrijf. Bedenk hierbij dat je slechts 6 weken de tijd hebt (2 dagen per week) voor het uitvoeren en afronden van je onderzoek. In overleg met de stagecoördinator is een langere stageduur mogelijk. 5. OUTPUT STAGE Van de studenten wordt verwacht dat zij een kort essay schrijven (1.000-1.500 woorden, exclusief literatuurlijst) over de onderzoeksbevindingen en dat deze bevindingen worden gepresenteerd in het bedrijf waar de stage is gelopen. Daarnaast schrijft de student een kort reflectieverslag (500-700 woorden). De presentatie van de bevindingen en het indienden van het essay kan tot uiterlijk twee weken na het afronden van de stage. Het essay bevat de volgende elementen: Inleiding Theoretische relevantie Methodologie Onderzoeksbevindingen Conclusies Het reflectieverslag bevat de volgende onderdelen: een korte beschrijving van de stage-instelling; een beschrijving van de plaats en functie van de stagiair binnen deze instelling;
4 een evaluatie van de verrichtte werkzaamheden en de sociologische kennis die in de praktijk is gebracht; suggesties wat betreft het verloop van de stage voor volgende stagiairs. Studenten in de Engelstalige tracks moeten beide verslagen in het Engels schrijven. De output van de stage wordt ingediend bij de supervisor, stagebegeleider en stagecoördinator. CIJFER De stage wordt afgerond met een AVV of NAV. Dit resultaat is gebaseerd op de presentatie en het essay met de (onderzoeks)bevindingen. Het reflectieverslag wordt afgesloten met een voldaan. DE STAGEBEGELEIDING De supervisor Stagiairs worden door een supervisor van de stageverlenende instelling begeleid. Van de supervisor wordt verwacht dat voorafgaand aan de stage overleg is over de invulling van de stage. Tijdens de stage heeft de supervisor met enige regelmaat (minstens eenmaal in de twee weken) een begeleidingsgesprek met de stagiair. Na afloop van de stage laat de supervisor per email weten of aan de opdracht is voldaan. De stagiair moet er zelf voor zorgen dat de supervisor op de hoogte is van de eisen die de opleiding Sociologie aan de stage stelt. De supervisor hoeft niet per se een socioloog te zijn. De stagebegeleider Voor aanvang van de stage krijgt iedere stagiair via de stagecoördinator een docent als stagebegeleider toegewezen. Daarbij wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de voorkeur van de student en de expertise en belasting van de docenten. Het zwaartepunt in de begeleiding ligt echter niet bij de stagebegeleider maar bij de supervisor. Tijdens de stage heb je ten minste vier keer contact met de stagebegeleider: voor aanvang van de stage om te overleggen over de invulling van de stage; een maand voorafgaand aan de start van de stage om het stageplan vast te stellen; tijdens je stage om de voortgang te bespreken; aan het einde van de stage voor het bespreken en de presentatie van de bevindingen.
5 De stagecoördinator De stagecoördinator is voor de stage als onderdeel van het studieprogramma verantwoordelijk. Dit betekent dat de stagecoördinator toeziet op de kwaliteit van de stages en er voor zorgt dat iedere stagiaire een stagebegeleider krijgt toegewezen. AANVULLENDE INFORMATIE EN ADRESSEN Stagecoördinatie Master Sociologie Chip Huisman, Roeterseilandcampus, Nieuwe Achtergracht 166, kamer C6.11 Postbus 15508, 1001 NA Amsterdam e-mail: c.huisman@uva.nl Integrand Sommige bedrijven vragen (ook) stagiairs aan via Integrand, een door studenten gedreven bureau dat tussen studenten van alle faculteiten en bedrijven bemiddelt. Integrand Amsterdam, Nieuwe Achtergracht 179, kamer 4.16. e-mail: integrand@stuc.uva.nl; telefoon 020 525 3719 Relevante websites Via de volgende websites kan ook worden gezocht naar stageplekken: stages.nl stageplaza.nl globalplacement.com
6 BIJLAGE A- STAGEOVEREENKOMST Faculteit der Maatschappij en Gedragswetenschappen Graduate School of Social Sciences Opleiding Sociologie Datum Gegevens over stagiair Studentnummer Naam Specialisatie Straat en huisnummer Postcode en woonplaats Telefoon E-mail Gegevens over stage Stage-instelling Afdeling Begindatum stage Einddatum stage Werklast in uren per week Heeft de stagebegeleider ingestemd met deze stage: ja / nee (doorhalen wat niet van toepassing is) Naam stagebegeleider
7 Handtekening stagebegeleider Heeft de supervisor ingestemd met deze stage: ja / nee (doorhalen wat niet van toepassing is) Naam supervisor Handtekening stagebegeleider Heeft de stagecoördinator ingestemd met deze stage: ja / nee (doorhalen wat niet van toepassing is) Naam stagecoördinator Handtekening stagecoördinator Korte omschrijving werkzaamheden (eventueel in aparte bijlage)