DJI Zien Nr. 3 - mei 2014 Informatief / Wetgeving Adolescentenstrafrecht Wesley is een 21-jarige jongen die wegens de handel in drugs voor de rechter moet verschijnen. Deze zit met Wesley in zijn maag. Voor de wet is Wesley volwassen en een celstraf ligt dan voor de hand. Voor hem ziet hij echter een licht verstandelijk beperkte jongen die vooral gebaat zou zijn bij structuur, opleiding en begeleiding in zijn ontwikkeling. Het adolescentenstrafrecht biedt sinds 1 april van dit jaar uitkomst. Nederland kent van oudsher jeugdstrafrecht en volwassenstrafrecht. Jongeren tot 18 jaar vallen in principe onder het jeugdstrafrecht. Vanaf 18 jaar geldt het volwassenstrafrecht. Wetenschappelijk onderzoek wijst echter uit dat er goede redenen zijn om daar in sommige gevallen vanaf te wijken. De ontwikkeling van het brein van jongeren loopt niet in alle gevallen gelijk op. Dat is bij sommige jongeren (of beter: adolescenten) tot hun 23ste nog volop in ontwikkeling. Jongeren in ontwikkeling In het geval van criminele adolescenten heeft dat nogal wat consequenties, legt Marijke van Genabeek uit. Van Genabeek is pedagogisch directeur van JJI de Hartelborgt in Spijkenisse. Onderzoek heeft aangetoond dat jongeren tussen de 18 en 23 jaar nog volop in ontwikkeling zijn. Daarom is het belangrijk om hen tijdens detentie te blijven stimuleren en prikkelen. De kans is anders dat ze de aansluiting met een normale ontwikkeling naar volwassenheid missen. Precies voor de groep adolescenten voor wie het allemaal niet zo zwart-wit ligt, is het adolescentenstrafrecht ontwikkeld, dat op 1
april 2014 officieel in werking trad. Het idee is dat de officier van justitie zelf mag bepalen of hij een 18- tot 23-jarige volgens het volwassen- of jeugdstrafrecht laat berechten. En dat deze bij een veroordeling dus in een jeugdinrichting terecht kan komen. Toegesneden straffen Carlo Dronkers is coördinerend jeugdofficier van justitie in Oost-Nederland en is vanaf het begin betrokken geweest bij de ontwikkeling van het adolescentenstrafrecht. In Almelo hadden wij al veel langer het gevoel dat we iets met deze doelgroep moesten. Binnen de marges van de wet keken wij, samen met onze ketenpartners van bijvoorbeeld de Raad voor de Kinderbescherming, al heel goed naar de mogelijkheden om toegesneden straffen op te leggen. In de loop van de tijd werden wij door de wetenschap bevestigd in onze aanpak, toen vanuit de neuropsychologische hoek aandacht werd gevraagd voor het niet-ontwikkelde brein van adolescenten. Toen daar de belangstelling vanuit de politiek voor het onderwerp bijkwam, is er een synthese ontstaan die tot het adolescentenstrafrecht heeft geleid. We werken samen om het leven van de jongeren weer op de rit te krijgen Van Genabeek: We hebben met twee JJI s meegedaan aan de pilot, Juvaid en Kolkemate. De gedachte was, en is: In een JJI hebben wij, meer dan in de reguliere PI, de mogelijkheden om naar de toekomst toe te werken. In een JJI wordt daartoe nauw samengewerkt met veel partijen: de Raad voor de Kinderbescherming, de veiligheidshuizen, Jeugdzorg, scholen en jeugdreclassering. Die samenwerking is erop gericht om, soms in korte tijd, het leven van een gestrafte jongere op de rit te krijgen. De nieuwe insteek heeft nogal wat consequenties voor de verschillende partijen. Dronkers denkt dat de grootste uitdaging bij de reclassering ligt. Voor hen verandert er veel. Zij zijn nauwer betrokken bij het hele strafproces. Reclassering Dat beaamt Lucia Aktan. Zij is toezichthouder bij Reclassering Nederland en was betrokken bij de pilots in Juvaid en Kolkemate. Zij leidde de onderzoeken naar dagbesteding en heeft wekelijks overleg gehad met de Raad voor de Kinderbescherming, waar werd besproken of een cliënt volgens jeugd- of volwassenstrafrecht moet worden berecht en door volwassen of jeugdreclassering begeleid moet worden. Er verandert heel veel, vooral voor onze adviseurs.
Het jeugdstrafrecht is nieuw terrein voor ze. En dat ziet er toch heel anders uit. De sancties zijn anders, de methodieken zijn anders, de JJI s zijn anders. Een grote verandering is dat we nu een uitspraak moeten doen bij zowel de voorgeleiding als de zitting, over jeugd- of volwassenstrafrecht, jeugd- of volwassenreclassering en Huis van Bewaring of JJI. Een goede onderbouwing daarvan is vereist. Om goed te kunnen adviseren, vraagt dat van adviseurs dat zij goed op de hoogte zijn van de verschillen tussen de jeugdreclassering en de volwassenreclassering en de (on)mogelijkheden die dat met zich meebrengt: de volwassenreclassering gaat vooral uit van de veiligheid van de maatschappij, terwijl het jeugdstrafrecht en de jeugdreclassering de jongere en diens ontwikkeling centraal stellen. Meer tijd en moeite Als toezichthouder moet je er veel meer bovenop zitten. Ga mee naar zijn werk, ga eens praten op zijn school, maak kennis met zijn stagebegeleider. Dat gebeurde natuurlijk al wel, maar veel te weinig. De omgang met adolescenten vergt een heel andere handelwijze dan met volwassen daders. Je moet er net even wat meer tijd en moeite insteken om ze binnen te houden. Dus gewoon nóg een keer bellen, nóg een keer er naar toe en nóg eens vragen hoe het nu echt gaat. De grilligheid van deze doelgroep is soms vervelend, maar vind ik tegelijkertijd ook het leukst. Dat maakt het nooit saai. Omdat ze nog een hele toekomst voor zich hebben, blijft onze inzet iedere keer de moeite waard. Verslaving Ook voor DJI brengt het adolescentenstrafrecht het een en ander teweeg. Van Genabeek noemt een paar voorbeelden. 'Meer dan voorheen gaan wij ons bezighouden met toeleiding naar werk in plaats van onderwijs. Ook zul je naast de ouders de eventuele partners meer gaan betrekken. We werken met de methode Youturn, maar die sluit op niet helemaal aan op de belevingswereld van de oudere adolescent. Daar kijken we nu naar. En nog een voorbeeld: waar je met jongeren veel te maken hebt met experimenteergedrag op het gebied van drugs, is er bij adolescenten veelal sprake van problematisch middelengebruik, verslaving dus. Wij zullen onze deuren nog meer open moeten zetten voor onze nieuwe ketenpartners Het belang van samenwerking tussen de verschillende betrokkenen in de keten is evident. En de JJI s kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Wij zullen onze deuren nog meer open moeten zetten voor
onze nieuwe ketenpartners, die uit het volwassenstrafrecht komen, zegt Van Genabeek. Voor velen zijn wij vooral een gesloten instituut. Het is belangrijk om juist in elkaars verlengde te werken. Onze ketenpartners zijn te allen tijde welkom om te kijken hoe het er binnen de muren aan toe gaat. Een aanbod dat in elk geval Reclassering Nederland met beide handen zou aangrijpen. Ook bij Reclassering Nederland is er behoefte aan meer informatie over wat de JJI s aanbieden aan gedetineerden en hoe hun programma eruit ziet. Om aan die behoefte te voldoen, zou het wenselijk zijn om dagen te organiseren waarbij de één een kijkje in de keuken van een ander kan nemen, en andersom, aldus Lucia Aktan. Belangrijke opdracht Van Genabeek noemt de veranderingen die het adolescentenstrafrecht teweegbrengt uitdagend. We zijn allemaal nog een beetje aan het zoeken hoe we dit moeten insteken. Dat levert interessante dwarsverbanden op. Ook Aktan is heel positief over de resultaten tot nu toe en hoopt dat het adolescentenstrafrecht de plaats in de strafrechtpraktijk krijgt die het verdient. Het gevaar zit er een beetje in dat we de nieuwe aanpak vooral op papier hebben, terwijl we hier in de keten echt iets mee kunnen. Daarin zie ik een belangrijke opdracht voor de reclassering en voor de andere ketenpartners. Want als je het adolescentenstrafrecht in de praktijk goed toepast, dan help je daar uiteindelijk de doelgroep en de samenleving mee. Het biedt handvatten voor een meer toegesneden plan van aanpak. Het strafrecht wordt hiermee op een hoger niveau getild Dronkers is zeer te spreken over toegenomen mogelijkheden voor meer aandacht en differentiatie. Als de betrokken organisaties dit onderwerp voldoende belangrijk vinden, dan zie ik het als een niet te stoppen ontwikkeling. Tegelijk denkt Dronkers dat het strafrecht hiermee op een hoger niveau wordt getild. Er wordt wel eens geroepen dat het Nederlandse jeugdstrafrecht te soft is. Ik ben het daar zeer mee oneens. In een JJI worden jongeren gedwongen aan de slag te gaan. Soms tegen hun zin in. Dat is niet soft, dat is mensen toerusten met mogelijkheden. Maar eerlijk is eerlijk, we hebben een imagoprobleem en ik zie het als deel van mijn ambassadeurschap om daar korte metten mee te maken. Tekst: Nienke Ledegang Beeld: Freek van Arkel