FEDERALE OVERHEIDSDIENST, VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE DIENST VOOR LABORATORIA VAN KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN DESKUNDIGEN GLOBAAL RAPPORT EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE NIET-INFECTIEUZE SEROLOGIE ANA WEEFSELANTISTOFFEN ENQUETE 2011/3 WIV-11/3/Niet-infectieuze serologie/17 Dienst Klinische Biologie J. Wytsmanstraat, 14 1050 Brussel België www.wiv-isp.be
ISSN: 0778-8363 COMITE VAN EXPERTEN tel. fax WIV Secretariaat : 02/642.55.22 02/642.56.45 Dr. Van Blerk : Coördinator : 02/642.53.83 : e-mail : mvanblerk@wiv-isp.be Dr. Van Campenhout: Coördinator : 02/642.53.95 : e-mail : cvancampenhout@wiv-isp.be Dr. BOSSUYT X. : 016/34.70.09 016/34.70.42 : e-mail : xavier.bossuyt@uz.kuleuven.ac.be Dr. HUMBEL R. : 352/488.288.380 352/488.288.385 : e-mail : rlhumbel@llip.lu Dr. MEWIS A. : 011/30.97.42 011/30.97.50 : e-mail : alex.mewis@jessazh.be Dr. SERVAIS G. : 02/477.25.07 02/477.21.63 : e-mail : genevieve.servais@chu-brugmann.be Dr. TOMASI J.P. : 02/764.68.80 02/764.94.28 : e-mail : tomasi@mblg.ucl.ac.be Dr. VERCAMMEN M. : 02/477.52.01 : e-mail : Martine.vercammen@uzbrussel.be Alle rapporten zijn tevens te raadplegen op onze website: http://www.wiv-isp.be/clinbiol/bckb33/activities/external_quality/rapports/_nl/rapports_annee.htm Institut Scientifique de Santé Publique Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, Brussel 2012 Dit rapport mag niet gereproduceerd, gepubliceerd of verdeeld worden zonder akkoord van het WIV-ISP. Niet-infectieuze serologie, globaal rapport 2011/3. Printdatum: 1/3/2012. 2/12
OPSPOREN EN IDENTIFICEREN VAN ANTINUCLEAIRE ANTISTOFFFEN Staalmateriaal Er werd 1 staal (SN/11523) rondgestuurd met anti-pariëtale cel antistoffen. Wij danken Prof. Humbel (Laboratoire Luxembourgeois d Immunopathologie (LLIP)) voor het bezorgen van dit staal. Deelname Eén Luxemburgs en 122 Belgische laboratoria hebben aan deze ronde deelgenomen. Resultaten van de deelnemers Indirecte immunofluorescentie op HEp-2(000) cellen 120 laboratoria (97.6%) spoorden de aanwezigheid van antinucleaire antistoffen (ANA) op met indirecte immunofluorescentie (IIF). Om te trachten de beschrijving van de ANA patronen te harmoniseren werd de laboratoria op het antwoordformulier een lijst met ANA patronen bezorgd waaruit zij konden kiezen om het ANA patroon van het EKE staal te beschrijven. Voorbeelden van de verschillende ANA patronen konden teruggevonden worden op https://www.wiv-isp.be/clinbiol/bckb33/activities/external_quality/_nl/serologie.htm. Volgende tabel geeft een overzicht van de resultaten: Kern (patroon) Cytoplasma (patroon) Aantal Negatief Negatief of niet vermeld 47 Negatief Fijn korrelig 10 Negatief Korrelig 9 Fijn gespikkeld Negatief of niet vermeld 7 Fijn gespikkeld Fijn korrelig 5 Homogeen Korrelig 5 Fijn gespikkeld Korrelig 4 Homogeen Negatief 4 Homogeen + mitose Negatief of niet vermeld 4 Gespikkeld Korrelig 3 Mitose Negatief 3 Negatief Diffuus korrelig 2 Fijn gespikkeld Diffuus korrelig 2 Gespikkeld Fijn korrelig 2 Fijn gespikkeld + mitose Negatief 2 Homogeen Fijn korrelig 1 Homogeen Diffuus korrelig 1 Gespikkeld Diffuus korrelig 1 Grof gespikkeld Fijn korrelig 1 Fijn gespikkeld + mitose Zwak mitochondriaal 1 Nucleolair Niet vermeld 1 Nucleolair Diffuus korrelig 1 Centriolen Negatief 1 Homogeen + fijn gespikkeld Negatief 1 Homogeen + fijn gespikkeld Fijn korrelig 1 Homogeen + nucleolair Fijn korrelig 1 Niet-infectieuze serologie, globaal rapport. 2011/3. Printdatum: 1/3/2012 3/12
57.6% van de deelnemers hebben de kernfluorescentie als negatief geïnterpreteerd, 20.3% als borderline en 21.2% als positief. Eén laboratorium vermeldde geen interpretatie. 56.8% van de deelnemers beschouwden de cytoplasmatische fluorescentie als negatief, 15.3% als borderline en 18.6% als positief. Elf laboratoria vermeldden geen interpretatie. Drie laboratoria maakten voor het opsporen van de ANA gebruik van een FEIA of chemiluminiscentie techniek en bekwamen een positief (FEIA), een borderline (FEIA) en een negatief resultaat. Volgende tabel geeft de patronen van de antistoffen weer bekomen met de verschillende HEp-2(000) cellen: Fabrikant N Kern Cytoplasma N HEp-2 cellen Alphadia 13 Negatief Negatief of niet vermeld 4 Fijn gespikkeld Korrelig 3 Negatief Korrelig 2 Negatief Fijn korrelig 1 Negatief Diffuus korrelig 1 Fijn gespikkeld Negatief 1 Homogeen Korrelig 1 Diasorin ANA fluor 1 Negatief Fijn korrelig 1 Euroimmun 20 Negatief Negatief of niet vermeld 6 Gespikkeld Korrelig 2 Gespikkeld Fijn korrelig 2 Fijn gespikkeld Negatief 2 Fijn gespikkeld Fijn korrelig 1 Fijn gespikkeld Niet vermeld 1 Negatief Fijn korrelig 1 Homogeen Negatief 1 Homogeen + mitose Negatief 1 Mitose Negatief 1 Homogeen Korrelig 1 Fijn gespikkeld + mitose Negatief 1 Inova 24 Negatief Negatief of niet vermeld 7 Negatief Fijn korrelig 3 Negatief Korrelig 2 Homogeen Korrelig 2 Homogeen + mitose Negatief 2 Mitose Negatief 2 Homogeen Fijn korrelig 1 Homogeen + mitose Niet vermeld 1 Homogeen + fijn gespikkeld Negatief 1 Homogeen + fijn gespikkeld Fijn korrelig 1 Homogeen + nucleolair Fijn korrelig 1 Fijn gespikkeld Negatief 1 Kallestad 9 Negatief Negatief 8 Nucleolair Diffuus korrelig 1 Niet-infectieuze serologie, globaal rapport. 2011/3. Printdatum: 1/3/2012 4/12
Medica 1 Negatief Negatief 1 Menarini Zenit 3 Homogeen Korrelig 1 Fijn gespikkeld Negatief 1 Fijn gespikkeld Korrelig 1 Zeus 1 Fijn gespikkeld + mitose Negatief 1 Niet vermeld 1 Negatief Negatief 1 HEp-2000 cellen Immuno Concepts 47 Negatief Negatief of niet vermeld 20 Negatief Korrelig 5 Negatief Fijn korrelig 4 Fijn gespikkeld Fijn korrelig 4 Homogeen Negatief 3 Fijn gespikkeld Diffuus korrelig 2 Negatief Diffuus korrelig 1 Homogeen Diffuus korrelig 1 Nucleolair Niet vermeld 1 Fijn gespikkeld Negatief 1 Grof gespikkeld Fijn korrelig 1 Gespikkeld Diffuus korrelig 1 Gespikkeld Korrelig 1 Fijn gespikkeld + mitose Zwak mitochondriaal 1 Centriolen Negatief 1 Het fluorescentiepatroon werd vaker als negatief geïnterpreteerd door de Immuno Concepts en Kallestad gebruikers (42.5% van de Immuno Concepts gebruikers en 88.9% van de Kallestad gebruikers) dan door de andere gebruikers (<1/3 van de gebruikers). Het homogeen patroon werd voornamelijk vermeld door de Inova gebruikers (29.2% van de Inova gebruikers). Veertien laboratoria hebben het immunofluorescentiepatroon verkeerd geïnterpreteerd: mitose (10), nucleolair (3), centriolen (1). Antistoftiter 51 laboratoria (41.5%) hebben de kernfluorescentie als + of +/- beoordeeld en hebben een antistoftiter vermeld. Volgende tabel geeft de resultaten weer voor de verschillende HEp-2(000) cellen: Kernfluorescentie + (n=26) Fabrikant N HEp-2 cellen Alphadia 1 80 Euroimmun 5 80 (2), 160, 100, 200 Inova 5 80, 160 (3), 320 Menarini Zenit 2 80, 320 Zeus 1 160 HEp-2000 cellen Immuno Concepts 12 80 (2), 160 (8), 320 (2) Niet-infectieuze serologie, globaal rapport. 2011/3. Printdatum: 1/3/2012 5/12
Kernfluorescentie +/- (n=25) Fabrikant N HEp-2 cellen Alphadia 4 80 (3), 100 Euroimmun 8 80 (5), 100, 160, 200 Inova 6 80 (4), 80, 160 Kallestad 1 80 Menarini Zenit 1 160 HEp-2000 cellen Immuno Concepts 5 40, 80 (4) 33 laboratoria (26.8%) hebben de cytoplasmatische fluorescentie als + of +/- beoordeeld en hebben een antistoftiter vermeld. Volgende tabel geeft de resultaten weer voor de verschillende HEp-2(000) cellen: Cytoplasmatische fluorescentie + (n=18) Fabrikant N HEp-2 cellen Alphadia 4 80 (2), 160 (2) Euroimmun 2 80, 160 Inova 3 80 (2), 80 Menarini Zenit 2 80 (2) HEp-2000 cellen Immuno Concepts 7 80 (2), 160 (4), <160 Cytoplasmatische fluorescentie +/- (n=15) Fabrikant N HEp-2 cellen Alphadia 2 80 (2) Euroimmun 2 80, 160 Inova 5 80 (4), 80 Diasorin ANA fluor 1 80 HEp-2000 cellen Immuno Concepts 5 80 (5) Niet-infectieuze serologie, globaal rapport. 2011/3. Printdatum: 1/3/2012 6/12
Opsporen van anti-ndna/anti-dsdna antistoffen 86 laboratoria (69.9%) spoorden de aanwezigheid van anti-ndna/anti-dsdna antistoffen op, waarvan 6 met 2 technieken en 1 met 3 technieken. Drie laboratoria hebben geen resultaat vermeld, enkel een techniek. Alle deelnemers bekwamen een negatief resultaat Opsporen en identificeren van ANA/anti-ENA antilichamen 99 laboratoria (80.5%) spoorden de aanwezigheid van ANA/anti-ENA antilichamen op met één of meerdere methoden. 56 laboratoria (56.6%) voerden een ANA/anti-ENA screeningtest uit en 27 van deze laboratoria (48.2%) hebben de ANA/anti-ENA screeningtest toegepast in combinatie met een ANA/anti-ENA identificatietest. 29 laboratoria (29.3%) voerden enkel een ANA/anti-ENA screeningtest uit en 37 laboratoria (37.3%) enkel een ANA/anti-ENA identificatietest. ANA/anti-ENA screeningtest 37 laboratoria, die een ANA/anti-ENA screeningtest uitvoerden, bekwamen een negatief resultaat (66.1%), 15 laboratoria een twijfelachtig resultaat (26.8%) en 4 laboratoria een positief resultaat (7.1%). Volgende tabel toont met welke techniek de (zwak) positieve resultaten werden bekomen: Methode Resultaat Aantal % gebruikers methode EliA CTD screen +/- 9 52.9% van de gebruikers + 3 17.6% van de gebruikers EliA Symphony +/- 4 28.6% van de gebruikers Bio-Rad ENA plus screening + 1 1 van 2 gebruikers Diasorin ETI-Max +/- 1 1 van 2 gebruikers Alle gerapporteerde waarden bevonden zich rond de cut-off waarde. ANA/anti-ENA identificatietest Met uitzondering van de dot techniek van Euroimmun werden met geen enkele methode specifieke anti-ena antistoffen teruggevonden. Volgende tabel toont de resultaten teruggevonden met de dot techniek van Euroimmun: Resultaat N Negatief 12 Ro52 + 4 Ro52 +/- 3 SSA + Ro52 + 1 SSA +/- Ro52 +/- 1 M2 + 1 M2 +/- 1 Ro52 +/- M2 +/- 1 Vermoedelijk zijn deze zwakke reactiviteiten vals positief. Niet-infectieuze serologie, globaal rapport. 2011/3. Printdatum: 1/3/2012 7/12
OPSPOREN EN TITREREN VAN WEEFSELANTISTOFFEN Staalmateriaal Op het staal SN/11523, dat werd rondgestuurd voor de ANA bepaling, werd eveneens gevraagd de volgende weefselantistoffen op te zoeken: anti-mitochondriën antistoffen anti-gladde spier antistoffen anti-pariëtale cel antistoffen. Deelname 1 Luxemburgs en 78 Belgische laboratoria hebben aan deze enquête deelgenomen. Resultaten ANTI-MITOCHONDRIEN ANTISTOFFEN (AMA) 72 deelnemers hebben anti-mitochondriën antistoffen opgespoord d.m.v. IIF en bekwamen, op 1 deelnemer na (twijfelachtig resultaat), allen een negatief resultaat 19 deelnemers, die een negatief resultaat bekwamen met IIF, voerden bijkomend een dot of ELISA test uit. Vijftien deelnemers bekwamen een negatief resultaat, 2 deelnemers een twijfelachtig resultaat en 2 deelnemers een positief resultaat. Zeven deelnemers spoorden de aanwezigheid van AMA op d.m.v. een dot of ELISA test. Vier deelnemers bekwamen een negatief resultaat, 2 deelnemers een twijfelachtig resultaat en 1 deelnemer een positief resultaat. Volgende tabel toont de resultaten bekomen met een dot of ELISA techniek in functie van de gebruikte kit: Methode Fabrikant N Referentienummer (kit) +, +/-, - N Dot Alphadia 10 AD-MID, AD-LIVERD, AD-LIVSD, 1107-01 - 10 Euroimmun 8 DL 1590-1601-3 G (ANA Profile 3) - 3 +/- 1 + 1 DL 1300-1601-3 G (Liver Profile) - 2 DL 1300-1601-2 G (Liver Profile 2) + 1 BMD 3 HM043 (CYTO-DOT 4) - 2 + 1 ELISA Euroimmun 3 EA 1622-9601 G (ELISA AMA M2-3E (IgG)) +/- 2-1 Alphadia 1 14796 (Varelisa M2 Antibodies) - 1 Inova 1 704540 (Quanta Lite M2 EP) +/- 1 Uit deze resultaten blijkt dat IIF specifieker is dan een dot of ELISA techniek voor het opsporen van anti-mitochondriën antistoffen. Niet-infectieuze serologie, globaal rapport. 2011/3. Printdatum: 1/3/2012 8/12
ANTI-GLADDE SPIER ANTISTOFFEN (ASMA) 73 laboratoria hebben anti-gladde spier antistoffen opgespoord d.m.v. IIF en hebben allen een negatief resultaat bekomen. 6 deelnemers hebben eveneens bijkomend een dot test uitgevoerd. Zij bekwamen allen een negatief resultaat (Liver Profile DOT kit (1), AD LIVERD (4),1107-01 (1), Alphadia; CYTO-DOT 4, HM043, BMD (1)). ANTI-PARIETALE CEL ANTISTOFFEN (APCA) 69 laboratoria hebben de aanwezigheid van APCA opgespoord d.m.v. IIF en bekwamen, op 1 deelnemer na (negatief resultaat), allen een positief resultaat Volgende tabel geeft een overzicht van de gebruikte substraten voor het opsporen van APCA: Type substraat N Fabrikant N Rat-maag 24 Euroimmun 9 Inova 6 Alphadia 3 Biosystems 2 Diasorin 1 Kallestad 1 Medica 1 Menarini 1 Rat-nier/maag/lever 21 Inova 12 Biosystems 4 Aesku 1 Alphadia 1 Diasorin 1 Kallestad 1 Menarini 1 Muis-nier/maag 7 Inova 6 Kallestad 1 Muis-maag 6 Inova 5 Menarini 1 Rat-nier/maag 4 Euroimmun 2 Alphadia 1 Inova 1 Muis-nier/maag/lever 3 Inova 2 Menarini 1 Rat-nier/maag/primaat-lever 2 Euroimmun 2 Rat-nier/lever 1 Biosystems 1 Niet vermeld 1 Diasorin 1 Op drie laboratoria na, gebruikten alle deelnemers substraat en conjugaat van dezelfde fabrikant. Niet-infectieuze serologie, globaal rapport. 2011/3. Printdatum: 1/3/2012 9/12
Zes deelnemers, die een positief resultaat bekwamen met IIF, voerden bijkomend een dot of ELISA test uit. Eén van deze deelnemers bekwam een negatief resultaat maar maakte gebruik van een dot (CYTO-DOT 4, HM043, BMD), die niet toelaat de aanwezigheid van APCA op te sporen. Alle andere deelnemers bekwamen een positief resultaat (Biermer Atrophic Gastritis DOT kit, AD-BAGD, Alphadia; anti-pca ELISA, EA-1361-9601G, Euroimmun). Twee deelnemers spoorden de aanwezigheid van APCA op d.m.v. een dot of ELISA test en bekwamen beiden een positief resultaat (Biermer Atrophic Gastritis DOT KIT, AD-BAGD, Alphadia; anti-pca ELISA, EA-1361-9601G, Euroimmun). IIF is evenwel de standaard techniek voor het opsporen van APCA. 62 laboratoria hebben de antistoftiter vermeld. De mediane antistoftiter bedroeg 1/160. Onderstaand histogram geeft de globale verdeling van de antistoftiter weer: Volgende tabel geeft de mediane antistoftiter weer voor de substraattypes, waarvoor er minstens 6 gebruikers een titer vermeld hebben: Type substraat Fabrikant N Mediaan Muis 14 320 Rat 47 160 Muis Inova 11 320 Rat Biosystems 6 160 Euroimmun 12 320 Inova 18 160 Niet-infectieuze serologie, globaal rapport. 2011/3. Printdatum: 1/3/2012 10/12
Onderstaande grafieken geven de verdeling van de antistoftiter weer voor de substraattypes, waarvoor er minstens 6 gebruikers een titer vermeld hebben: Muis Rat Muis-Inova Niet-infectieuze serologie, globaal rapport. 2011/3. Printdatum: 1/3/2012 11/12
Rat-Biosystems Rat-Euroimmun Rat-Inova Niet-infectieuze serologie, globaal rapport. 2011/3. Printdatum: 1/3/2012 12/12