Modernisering Ziektewet per 1 januari 2014 en verder Uit de onderzoeken naar de instroomcijfers van de WIA is gebleken dat instroom vanuit de Ziektewet onverminderd hoog is. De WIA-instroom vanuit werkgevers is aanzienlijk gedaald, sinds de invoering van alle nieuwe maatregelen tot nu toe. Op 23 april 2013 is daarom een wetsvoorstel ingediend om de aantallen WIA-instroom via de Ziektewet te beperken. De voorgestelde maatregelen in de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters richt zich daarmee op de vangnetters zonder werkgever en enkele maatregelen worden al per 1 januari 2013 van kracht. Sterker nog: de instroomcijfers van 2012 zijn al bepalend voor de premiestelling in 2014. Vangnetters Een belangrijke maatregel in deze wet is dat werkgevers financieel mede verantwoordelijk worden gemaakt bij wijze van een financiële prikkel bij instromende vangnetters waarbij de eerste ziektedag bij die werkgever heeft plaats gevonden. Echter, niet alle vangnetters worden toegerekend aan de werkgevers. Het betreft alleen de uitzendkrachten en geëindigde arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. De zogenaamde Flexwerkers. Aan de werkgevers wordt niet toegerekend de ziekte wegens zwangerschap of bevalling en ziekte wegens orgaandonatie. Belangrijk is ook te melden dat een ex-werknemer die eenmaal een WW-uitkering heeft aangevraagd bij ziekte niet meer wordt toegerekend aan de ex-werkgever. Financiële prikkel De financiële prikkel zien wij terug komen op een wijze die wij gelukkig al kennen: de geïndividualiseerde differentiatie van de premie aan inhoudingsplichtigen, zoals de huidige WGA-premie. Op basis van een bepaalde formule worden de uitkeringsgelden Ziektewet van een kalenderjaar terug (per 2014 de instroom van 2012) berekend tot een individuele premiehoogte aan die werkgever. Heeft een werkgever dus een medewerker de ziektewet in laten gaan, dan zal het tweede kalenderjaar erna het premiepercentage van deze werkgever stijgen. Werkgevers krijgen dus te maken met een extra premie in hun administratie: de Ziektewet Flex. En als de werkgever nou eens hoofdpijn krijgt van deze Ziektewet?
Maar er komt nóg een premie bij, voorlopig. Per 1 januari 2014 komt ook de WGA-Flex in de administratie. Namelijk, ook de eventueel volgende WGA-uitkeringen van Flexwerkers worden toegerekend aan de werkgevers. De premie WGA-Flex werkt ook op dezelfde wijze. Deze premie wordt per 2016 samengevoegd met de huidige WGA geïndividualiseerde premie. Hiermee wordt bereikt dat werkgevers net als bij gewone werknemers mede financieel geprikkeld worden voor de duur van 12 jaar (2 jaar ziektewet, 10 jaar WGA). Gaat de werkgever nu ineens meer premies betalen? Dat hoeft niet. Voor uw beeldvorming is het ook goed om te vertellen dat iedere werkgever voorheen ook wel meebetaalde aan deze categorie, namelijk een deel van de premie in het sectorfonds. Het premiepercentage sectorfonds zal dus dalen. Andere maatregelen Het is ook goed om te noemen dat er nog andere maatregelen in deze wet staan die voor werkgevers als positief kunnen worden ervaren. Voor uitzendbureaus vervalt bijvoorbeeld de verplichting om twee weken loon door te betalen bij uit dienst tredende zieke werknemers. De verplichting tot een garantieverklaring inzake eigen risicodragers voor de ziektewet komt te vervallen. Ook de verplichte koppeling voor eigen risico dragen voor de WGA met de Ziektewet vervalt. UWV krijgt een verruimde mogelijkheid om proefplaatsing tegenwoordig zes maanden te kunnen inzetten. UWV zal convenanten kunnen opzetten met werkgeversorganisaties (branches, sectoren, individuele grote werkgevers) om afspraken te maken over de samenwerking in deze gevallen. Maatregelen voor de vangnetter zelf Misschien een beetje onderbelicht in de nieuwsberichten tot nu toe, maar ook de vangnetter zelf krijgt een aantal beperkende maatregelen. Ten eerste wordt de definitie van ziekte gewijzigd bij alle ziektegevallen per 1-1-2013 en erna. Voorheen was je ziek als de vangnetter zijn eigen werk niet kon uitvoeren vanwege ziekte. Nu ben je alleen nog maar ziek als de vangnetter voor alle geaccepteerde arbeid (dus ook ander werk) niet in staat is te werken door ziekte. Ten tweede wordt de sollicitatieplicht en reintegratieverplichting verscherpt conform de WIA-regels. Handelingen in de praktijk De impact van deze maatregelen is groot. Het UWV bijvoorbeeld zal meer in overleg moeten treden met betreffende ex-werkgevers. UWV moet de premieberekeningen opmaken. Hierbij is de verwachting dat deze werkzaamheden afnemen doordat verwacht wordt dat werkgevers eigen risicodrager worden. De Belastingdienst wordt belast met de mededelingen en inhoudingen van de ZW-flex en de WGA-flex, maar per 2016 worden de huidige WGA gedifferentieerde premies en de WGAflex samen gevoegd. Per 2016 is er administratieve verlichting voor de Belastingdienst, omdat de kleine werkgevers dan niet meer individueel maar per sector een premievaststelling krijgen. De werkgevers zullen verschillende acties kunnen ondernemen om zelf grip te houden op de gevolgen van deze nieuwe wetgeving. Ten eerste is het belangrijk om te toetsen of de mededeling van de Belastingdienst en de toegestuurde overzichten van het UWV wel kloppen. De ervaringen tot zover zijn schrikbarend. Er worden onterecht Ziektewetuitkeringen in de premie doorgerekend, omdat dit bijvoorbeeld WAZO-gevallen zijn geweest, of Wajongers, of zelfs uitkeringen van personen die nooit gewerkt hebben voor de betreffende werkgever. Administreer dus vanaf 2012 de ziektegevallen en de aard van de betreffende werknemers en controleer deze met de informatie van Belastingdienst en UWV. Ook op het gebied van het vastleggen van afspraken met werknemers zal de werkgever aanvullingen willen treffen. Leg afspraken vast met de werknemers over de regels bij ziekmeldingen bij en na uitdiensttreding. De (na)zorg als werkgever bij ontslag van de werknemer wordt intensiever. Als u er voor zorgt dat de werknemer onmiddellijk de WW-uitkering aanvraagt en niet ziek uit dienst gaat, dan loopt de werkgever minder risico s. Maak afspraken met het UWV over de informatie-uitwisseling bij een zieke ex-werknemer, immers een melding bij het UWV van die zieke ex-werknemer moet zo snel mogelijk ook bij de ex-werkgever bekent zijn. De werkgever zal in combinatie met UWV de reintegratie-inspanningen gaan doen, waarbij wellicht uitbreiding van de dienstverlening van een eventuele arbodienst nodig is. Een werkgever kan het verzoek doen aan het UWV om de uitkering te verlagen in het geval de zieke ex-werknemer onvoldoende meewerkt aan de reintegratie-inspanningen. Immers, gezien de financiële prikkel heeft de ex-werkgever een groot belang in een snel herstel van de ex-werknemer. Werkgevers kunnen per 2014 wel eigen risico drager worden voor de ZW-flex, maar tot 2016 niet voor de WGA-flex. Als de werkgever eigen risico wil dragen voor de ZW-flex, dan moet deze melding voor 2 oktober 2013 bij de Belastingdienst binnen zijn. Werkgevers zullen offertes moeten opvragen voor de herverzekering van deze categorie.
Verzekeraars moeten producten maken voor deze categorie. Werkgevers willen voor oktober 2013 een verzekeringsvergelijking doen tussen de offertes en het publieke bestel. Er zijn momenteel berichten dat het de Belastingdienst niet gaat lukken om alle premie-mededelingen voor deze datum te verstrekken, waardoor vergelijking moeilijk wordt. De Belastingdienst geeft de mogelijkheid een proforma-aanvraag Eigen risicodragerschap te doen om vervolgens voor 1 december 2013 tot een feitelijke beslissing te komen. Dit is het geval als inderdaad niet alle informatie tijdig aanwezig kon zijn. Voor met name de kleine werkgevers (zie hieronder Premieberekening in de praktijk) zal de particuliere premie heroverwogen moeten worden, aangezien de premieberekening van het publieke bestel wijzigt. Op basis van de beschikbare para-meters (van premieberekening) kunnen we wel benaderen wat de publieke premie ongeveer zal zijn, mits de werkgever zijn instroomverleden bekent heeft. Werkgevers die nu al eigen risico drager zijn voor de WGA en dat straks ook voor de WGA-flex per 2016 willen, zullen hun verzekering en garantieverklaring moeten uitbreiden. Premieberekening in de praktijk Er gelden drie vormen van premieberekening in de ZW-flex en WGAflex per 2014. Er wordt onderscheid gemaakt in de omvang van de werkgeverschap. Een grote werkgever heeft volgens de regelgeving een loonsom van 100 maal het gemiddelde loonsom (2014: 30.700 maal 100 is 3.070.000) of meer. Een middelgrote werkgever is gedefinieerd tot deze grens en begint bij 10 maal de gemiddelde loonsom, dus vanaf 307.000. Een kleine werkgever is gedefinieerd tot aan deze grens van 10 maal de gemiddelde loonsom. Een grote werkgever krijgt dan: een geïndividualiseerde premieberekening ZW-flex een geïndividualiseerde premieberekening WGA-flex (geen mogelijkheid tot ER tot 2016) een geïndividualiseerde premieberekening van de bestaande WGA-gedifferentieerd (met ER mogelijkheid) Per 2016 een geïndividualiseerde premieberekening ZW-flex Per 2016 een geïndividualiseerde premieberekening WGA-totaal Een middelgrote werkgever krijgt dan: een deels geïndividualiseerde en deels sectoraal bepaalde premieberekening ZW-flex een deels geïndividualiseerde en deels sectoraal bepaalde premieberekening WGA-flex (geen mogelijkheid tot ER tot 2016) een deels geïndividualiseerde en deels sectoraal bepaalde premieberekening van de bestaande WGA-gedifferentieerd Per 2016 een deels geïndividualiseerde en deels sectoraal bepaalde premieberekening ZW-flex Per 2016 een deels geïndividualiseerde en deels sectoraal bepaalde premieberekening WGA-totaal Een kleine werkgever krijgt dan: een volledig sectoraal bepaalde premieberekening ZW-flex een volledig sectoraal bepaalde premieberekening WGA-flex (geen mogelijkheid tot ER tot 2016) een volledig sectoraal bepaalde premieberekening van de bestaande WGA-gedifferentieerd Per 2016 een volledig sectoraal bepaalde premieberekening ZW-flex Per 2016 een volledig sectoraal bepaalde premieberekening WGA-totaal De premie parameters zijn per begin september bekent gemaakt. De rekenpremies zijn in 2014 voor: ZW-flex 0,34% WGA-flex 0,18% WGA-diff 0,51% Ook zijn er al criteria voor minimum en maximum grenzen aan deze premies, waarbij grote werkgevers tot ongeveer minimaal een kwart van deze premies en tot ongeveer maximaal 4 maal deze premies kan worden aangeslagen. In de bijlage is de publicatie uit de Staatscourant (nr 24667) toegevoegd waarop alle benodigde cijfers bekend zijn gemaakt. Gezien deze cijfers is de conclusie te trekken dat de fluctuatie tussen de laagste premies en de hoogste premies circa 3,5 procent is. Met name in de arbeidsintensieve sectoren / branches kan deze nieuwe wet aanzienlijke gevolgen hebben in de loonkosten en wellicht daarmee ook in hun concurrentiepositie. Bijvoorbeeld een werkgever met een loonsom van 2.000.000 kan tussen laag en hoog een kostenverschil hebben van circa 70.000 per jaar! Kortom, het loont om veel aandacht te besteden aan de beperking van flexwerkers en ziekte, omdat deze laatstgenoemde kosten door de werkgever te beïnvloeden zijn.
Markus Verbeek Praehep De opleidingspartner voor financiële professionals www.mvp.nl Korte cursussen & Permanente Educatie Financieel-economisch & Administratief Accountancy Fiscaal Payroll Management Internationaal
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 24667 2 september 2013 Besluit gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2014 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, Gelet op artikel 38 van de Wet financiering sociale verzekeringen; Besluit: Artikel 1 Voor de berekening van de gedifferentieerde premie op grond van artikel 38 van de Wet financiering sociale verzekeringen over het jaar 2014 worden voor alle takken van bedrijf en beroep de navolgende algemeen geldende parameters vastgesteld: Gemiddelde premieplichtig loon 30.700 Grens kleine/middelgrote werkgever 307.000 Grens middelgrote/grote werkgever 3.070.000 Artikel 2 Voor de berekening van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas op grond van artikel 38 van de Wet financiering sociale verzekeringen over het jaar 2014 worden voor de premiecomponent WGA voor vaste dienstbetrekkkingen voor alle takken van bedrijf en beroep de volgende premies en parameters vastgesteld: Rekenpercentage 0,51% Gemiddelde percentage 0,49% Maximumpremie werkgevers 1,96% Minimumpremie werkgevers 0,12% Gemiddelde werkgeversrisicopercentage 0,27% Correctiefactor werkgeversrisico 1,44 Correctiefactoren bij onvolledige periode werkgever 1 jaar bekend 2 jaar bekend 3 jaar bekend 4 jaar bekend Sectorale premies 5,00 2,50 1,66 1,25 Bijlage Artikel 3 Voor de berekening van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas op grond van artikel 38 van de Wet financiering sociale verzekeringen over het jaar 2014 worden voor de premiecomponent WGA voor flexibele dienstbetrekkingen voor alle takken van bedrijf en beroep de volgende premies en parameters vastgesteld: Rekenpercentage 0,18% Gemiddelde percentage 0,17% Maximumpremie werkgevers 0,68% Minimumpremie werkgevers 0,04% Gemiddelde werkgeversrisicopercentage 0,02% Correctiefactor werkgeversrisico 2,00 Correctiefactoren bij onvolledige periode werkgever 1 jaar bekend 2 jaar bekend 3 jaar bekend 4 jaar bekend Sectorale premies Voor werkgevers in sector 52 Uitzendbedrijven geldt een afwijkende maximumpremie van 3,28%. Artikel 4 Voor de berekening van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas op grond van artikel 38 van de Wet financiering sociale verzekeringen over het jaar 2014 worden voor de premiecomponent ZW Bijlage 1 Staatscourant 2013 nr. 24667 2 september 2013
voor alle takken van bedrijf en beroep de volgende premies en parameters vastgesteld: Rekenpercentage 0,34% Gemiddelde percentage 0,31% Maximumpremie werkgevers 1,24% Minimumpremie werkgevers 0,07% Gemiddelde werkgeversrisicopercentage 0,10% Correctiefactor werkgeversrisico 2,00 Correctiefactoren bij onvolledige periode werkgever 1 jaar bekend 2 jaar bekend 3 jaar bekend 4 jaar bekend Sectorale premies Voor werkgevers in sector 52 Uitzendbedrijven geldt een afwijkende maximumpremie van 7,77%. Artikel 5 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gedifferentieerde premie Whk 2014. Artikel 6 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2014. Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Amsterdam, 20 augustus 2013 B.J. Bruins Voorzitter Raad van Bestuur Bijlage 2 Staatscourant 2013 nr. 24667 2 september 2013
BIJLAGE SECTORALE PREMIES Sector WGA-vast WGA-flex ZW-flex 1 Agrarisch bedrijf 0,65 0,11 0,27 2 Tabakverwerkende industrie 0,42 0,14 0,04 3 Bouwbedrijf 0,89 0,27 0,52 4 Baggerbedrijf 0,10 0,03 0,08 5 Hout- en emballage-industrie, houtwaren- en borstelindustrie 1,08 0,21 0,52 6 Timmerindustrie 0,76 0,37 0,58 7 Meubel- en orgelbouwindustrie 0,52 0,26 0,58 8 Groothandel in hout,zagerijen,schaverijen en houtbereidingsindustrie 0,49 0,14 0,27 9 Grafische industrie 0,53 0,31 0,48 10 Metaalindustrie 0,33 0,09 0,12 11 Elektrotechnische industrie 0,24 0,07 0,06 12 Metaal-en technische bedrijfstakken 0,52 0,16 0,32 13 Bakkerijen 0,60 0,24 0,46 14 Suikerverwerkende industrie 0,75 0,16 0,21 15 Slagersbedrijven 1,19 0,34 0,60 16 Slagers overig 1,01 0,24 0,34 17 Detailhandel en ambachten 0,56 0,24 0,56 18 Reiniging 1,77 0,45 0,82 19 Grootwinkelbedrijf 0,79 0,20 0,38 20 Havenbedrijven 0,37 0,17 0,30 21 Havenclassificeerders 0,76 0,27 0,29 22 Binnenscheepvaart 0,51 0,14 0,45 23 Visserij 0,95 0,17 0,20 24 Koopvaardij 0,24 0,09 0,20 25 Vervoer KLM 0,06 0,02 26 Vervoer NS 0,61 0,06 0,04 27 Vervoer posterijen 0,61 0,12 0,25 28 Taxivervoer 0,94 0,70 1,58 29 Openbaar Vervoer 0,65 0,05 0,12 30 Besloten busvervoer 0,55 0,30 0,73 31 Overig personenvervoer te land en in de lucht 0,04 0,06 0,24 32 Overig goederenvervoer te land en in de lucht 0,55 0,24 0,51 33 Horeca algemeen 0,33 0,26 0,65 34 Horeca catering 1,13 0,38 0,67 35 Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen 0,51 0,14 0,27 38 Banken 0,32 0,07 0,13 39 Verzekeringswezen 0,31 0,11 0,12 40 Uitgeverij 0,49 0,25 0,32 41 Groothandel I 0,29 0,11 0,22 42 Groothandel II 0,38 0,15 0,27 43 Zakelijke Dienstverlening I 0,26 0,08 0,14 44 Zakelijke Dienstverlening II 0,20 0,14 0,27 45 Zakelijke Dienstverlening III 0,27 0,17 0,31 46 Zuivelindustrie 0,34 0,06 0,14 47 Textielindustrie 0,97 0,34 0,22 48 Steen-, cement-, glas- en keramische industrie 0,97 0,22 0,34 49 Chemische industrie 0,51 0,09 0,16 50 Voedingsindustrie 0,42 0,11 0,18 51 Algemene industrie 0,42 0,10 0,12 52 Uitzendbedrijven 0,14 0,82 4,44 53 Bewakingsondernemingen 0,85 0,37 0,60 54 Culturele instellingen 0,23 0,19 0,31 55 Overige takken van bedrijf en beroep 0,65 0,23 0,46 56 Schildersbedrijf 0,91 0,28 0,69 57 Stukadoorsbedrijf 1,60 0,62 1,44 58 Dakdekkersbedrijf 0,90 0,28 0,91 3 Staatscourant 2013 nr. 24667 2 september 2013
Sector WGA-vast WGA-flex ZW-flex 59 Mortelbedrijf 0,60 0,06 0,10 60 Steenhouwersbedrijf 1,18 0,16 1,03 61 Overheid, onderwijs en wetenschappen 0,50 0,06 0,09 62 Overheid, rijk, politie en rechterlijke macht 0,35 0,05 0,02 63 Overheid, defensie 0,00 0,02 0,05 64 Overheid, provincies, gemeenten en waterschappen 0,44 0,04 0,06 65 Overheid, openbare nutsbedrijven 0,77 0,04 0,08 66 Overheid, overige instellingen 0,28 0,04 0,06 67 Werk en (re)integratie 2,13 0,47 1,01 68 Railbouw 0,66 0,03 0,02 69 Telecommunicatie 0,16 0,09 0,15 4 Staatscourant 2013 nr. 24667 2 september 2013
TOELICHTING Algemeen Op grond van artikel 38, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) stelt Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) ten behoeve van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) voor alle takken van bedrijf en beroep een gelijk rekenpercentage en gemiddeld percentage vast. De gedifferentieerde premie Whk is opgebouwd uit drie premiecomponenten: WGA voor vaste dienstbetrekkingen, WGA voor flexibele dienstbetrekkingen en ZW voor flexibele dienstbetrekkingen. Ten behoeve van deze drie premiecomponenten worden drie rekenpercentages en drie gemiddelde percentages vastgesteld. In het Besluit Wfsv zijn regels gesteld over de wijze waarop de rekenpercentages en de gemiddelde percentages worden vastgesteld. Tevens zijn daarin regels gesteld over de wijze waarop de opslagen of kortingen worden berekend en regels over de percentages die ten hoogste aan een werkgever in rekening mogen worden gebracht en die ten minste in rekening moeten worden gebracht. Op grond van het Besluit Wfsv stelt UWV een aantal parameters vast die dienen als basis voor de vaststelling van de individuele premie WGA voor vaste dienstverbanden, de individuele premie WGA voor flexibele dienstverbanden en de individuele premie ZW. De parameters gelden voor de premie verschuldigd over het premieplichtige loon in het jaar 2014. Het besluit heeft een naamswijziging ondergaan. Vorig jaar had het besluit de naam Besluit gedifferentieerde premie WGA 2013, dit jaar is de naam Besluit gedifferentieerde premie Whk 2014. Gemiddelde premieplichtige loon Het gemiddelde premieplichtige loon dient als basis voor het onderscheid tussen kleine, middelgrote en grote werkgevers. Kleine werkgever is de werkgever te wiens laste in het tweede kalenderjaar (2012) dat aan het premiejaar (2014) vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 10 maal het gemiddelde premieplichtige loon ( 307.000); middelgrote werkgever is de werkgever te wiens laste in dat jaar een premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 10 maal en gelijk is aan of minder bedraagt dan 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon ( 3.070.000); grote werkgever is de werkgever te wiens laste in dat jaar een premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon. Gemiddelde percentage Het gemiddelde percentage is het percentage bedoeld in artikel 38, tweede lid, onderdeel b, van de Wfsv. Het gemiddelde percentage wordt voor elk van de drie premiecomponenten vastgesteld. In artikelen 2.11, 2.12 en 2.13 van het Besluit Wfsv zijn de regels voor de berekeningswijze voor de drie premiecomponenten vastgelegd. Het gemiddelde percentage wordt berekend door het totaalbedrag van de in 2014 verwachte lasten voor elk onderdeel verminderd met de verwachte niet-premiebaten van de Werkhervattingskas, te vermenigvuldigen met honderd, welke uitkomst wordt gedeeld door het totaalbedrag van het in het premiejaar verwachte premieplichtige loon én te betalen uitkeringen. Rekenpercentage Het rekenpercentage is het percentage bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv. Het rekenpercentage wordt voor elk van de drie premiecomponenten vastgesteld. In artikelen 2.11, 2.12, 2013 van het Besluit Wfsv zijn de regels voor de berekeningswijze voor de drie premiecomponenten vastgelegd. Het rekenpercentage is afgeleid van het gemiddeld percentage. Daarbij wordt gecorrigeerd voor het effect van de maximumpremie op de premieopbrengst en de verplichting om een voldoende reserve voor de Werkhervattingskas te vormen en in stand te houden. Maximumpremie Artikel 2.6, zesde lid, van het Besluit Wfsv bepaalt dat voor elke van de drie gedifferentieerde premiecomponenten voor grote werkgevers geldt dat deze ten hoogste vier maal het gemiddelde percentage bedraagt. Het maximum vloeit voort uit de vaststelling van het gemiddelde percentage. Voor elke premiecomponent wordt een maximumpremie vastgesteld. Voor werkgevers werkzaam in de sector Uitzendbedrijven (sector 52) geldt voor de gedifferentieerde premie WGA voor flexibele dienstverbanden en de gedifferentieerde premie ZW een afwijkend maximum van respectievelijk 4 maal de voor die sector geldende sectorale premie WGA-flex en 1,75 maal de voor die sector geldende sectorale premie ZW. 5 Staatscourant 2013 nr. 24667 2 september 2013
Minimumpremie Artikel 2.6, zesde lid, van het Besluit Wfsv bepaalt dat voor elk van de drie gedifferentieerde premiecomponenten voor grote werkgevers geldt dat deze tenminste een kwart van het gemiddelde percentage bedraagt. Het minimum vloeit voort uit de vaststelling van het gemiddelde percentage. Voor elke premiecomponent wordt een minimumpremie vastgesteld. Gemiddelde werkgeversrisicopercentage De gemiddelde werkgeversrisicopercentages zijn de percentages bedoeld in artikel 2.11, derde lid, artikel 2.12, derde lid, en artikel 2.13, derde lid, van het besluit Wfsv. Deze percentages worden berekend door per premiecomponent de uitkeringslasten 2012, bedoeld in artikel 117 en artikel 117b Wfsv te delen door het premieplichtige loon in 2012 en de uitkomst te vermenigvuldigen met 100. De uitkeringslasten 2012 betreffen voor de WGA-vast de lasten van uitkeringen ingegaan vanaf 1 januari 2007, voor de WGA-flex en ZW de lasten van uitkeringen ingegaan vanaf 1 januari 2012. Correctiefactor werkgeversrisico Voor elke van de drie premiecomponenten wordt de spreiding van de individuele werkgeversrisicopercentages in lijn gebracht met het gemiddelde percentage door de afwijkingen van dit werkgeversrisicopercentage ten opzichte van het gemiddelde werkgeversrisicopercentage te vermenigvuldigen met een correctiefactor. De correctiefactoren zijn in artikel 2.11, zevende lid, artikel 2.12, zevende lid, en artikel 2.13, vierde lid, van de Wfsv per premiecomponent gedefinieerd als een breuk met als teller het rekenpercentage verminderd met de minimumpremie en als noemer het gemiddelde werkgeversrisicopercentage. De correctiefactor is voor de WGA-flex en ZW gemaximeerd op de waarde 2. Correctiefactor ontbrekende jaren Voor werkgevers die niet gedurende de gehele periode die bepalend is voor het individueel en het gemiddelde werkgeversrisicopercentage (berekeningstijdvak) werkgever zijn geweest, is in artikel 2.16 van het Besluit Wfsv een correctie voorgeschreven op het individueel werkgeversrisicopercentage. De correctie doet zich voor indien de werkgever is gestart vóór 2012, maar niet gedurende de gehele periode van 2008 tot en met 2012 werkgever is geweest, of de werkgever heeft binnen de periode van 2008 tot en met 2012 een periode waarin hij geen werknemers heeft gehad en dus geen werkgever is geweest. In deze situaties kan een individueel werkgeversrisicopercentage worden bepaald over een onvolledige periode. Voor ieder ontbrekend jaar wordt een correctie toegepast. De correctiefactor is berekend door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage over de periode van 2008 tot en met 2012 te delen door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage over het aantal beschikbare jaren. In 2014 is het aantal beschikbare jaren voor de WGA-flex en ZW maximaal 1. Startende werkgever De grote werkgever die in 2012, 2013 of 2014 start, betaalt op grond van artikel 2.17 van het Besluit Wfsv, het rekenpercentage, de kleine werkgever die in 2012, 2013 of 2014 start, betaalt de voor hem geldende sectorale premie. De middelgrote werkgever betaalt een gewogen gemiddelde van de voor hem geldende sectorale premie en het rekenpercentage. Opslagen/kortingen De individuele opslag of korting per premiecomponent voor een werkgever is gelijk aan het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, artikel 2.12, tweede lid, en artikel 2.13, tweede lid, van het Besluit Wfsv, verminderd met het gemiddelde werkgeversrisicopercentage (art. 2.11, derde lid, art. 2.12, derde lid, en art. 2.13, derde lid,besluit Wfsv), vermenigvuldigd met de correctiefactor werkgeversrisico. Sectorale premies De sectoraal bepaalde premies zijn de premies bepaald in artikel 2.10 van het Besluit Wfsv. Per premiecomponent wordt er per sector een premie berekend door de verwachte lasten in de sector in het premiejaar (2014) minus de niet-premiebaten te delen door de verwachte premieplichtige loonsom van de werkgevers in de sector in dat jaar. 6 Staatscourant 2013 nr. 24667 2 september 2013
Inwerkingtreding Het onderhavige besluit treedt in werking op 1 januari 2014. B.J. Bruins Voorzitter Raad van Bestuur 7 Staatscourant 2013 nr. 24667 2 september 2013