Nota Kleinschalig kamperen 2011 Afdeling Beleid en projecten Teams Vrom en Welzijn November 2011
1. Aanleiding Op 19 mei 2009 heeft de gemeenteraad van Langedijk de beleidsnota Boerencampings 2008 vastgesteld. In deze nota is de beleidslijn bepaald ten aanzien van deze vorm van kamperen. De aanleiding hiervoor was tweeledig: het vervallen van de Wet op de Openluchtrecreatie (WOR) en een concreet verzoek voor deze vorm van kamperen. De beleidsnota sluit aan op de Visie en Missie van de gemeente, weergegeven in het stuk Ondernemend Samenleven. Hierin staat als beleidsdoel de bevordering van kleinschalig toerisme beschreven, waaronder ecotoerisme en kamperen bij de boer. Bij het vaststellen van de beleidsnota Boerencampings 2008 kwam vanuit de raad het verzoek te onderzoeken of op termijn het in deze nota genoemde gebied waar kamperen bij de boer toegestaan wordt, kan worden vergroot en evenzo het aantal toegestane kampeermiddelen op een boerencamping. Deze aanpassingen zouden dan verwerkt moeten worden in een Nota Recreatie en Toerisme. Een dergelijke nota is op korte termijn niet te voorzien, waardoor het opportuun is de beleidsnota Boerencampings 2008 aan te passen. In de beleidsnota Boerencampings 2008 werd een aantal gebieden uitgesloten van het kamperen bij de boer : - De Vroonermeer; - De Groene Loper, deel uitmakend van het uitbreidingsgebied Geestmerambacht; - Recreatiegebied Geestmerambacht en de Kleimeer en de daarvan ten noorden en westen gelegen gronden langs de bebouwing van Koedijk; - Toekomstig verstedelijkingsgebied; - Een zone van 500 meter ten westen van de Westelijke Randweg ten noorden van de N504 Daarnaast werd het aantal toegestane kampeermiddelen op een boerencamping bepaald op 15. In deze aangepaste notitie wordt op bovengenoemde verzoeken tot ingegaan. Daarbij is aan deze aangepaste nota een andere naam gegeven, nl. Kleinschalig kamperen. Aanleiding hiervoor is dat het niet alleen een functionerend boerenbedrijf hoeft te zijn waar kleinschalig kamperen zou kunnen worden toegestaan. Gelet op ontwikkelingen in de agrarische sector, waaronder bedrijfsbeëindigingen, zou ook bij voormalige boerenbedrijven de realisatie van een kleinschalig kampeerterrein denkbaar zijn. Daarnaast is het ook zinvol om te bezien of de in de eerste nota opgenomen toegestane oppervlakte van 2500 m2 en het aantal toegestane kampeermiddelen van 15 verruimd kunnen worden. In deze aangepaste nota wordt de structuur van de beleidsnota Boerencampings 2008 gevolgd. Vervallen WOR In 1995 is, als opvolger van de Kampeerwet, de Wet op de Openluchtrecreatie (WOR) in werking getreden. In de WOR zijn kaders gesteld waarmee gemeenten het kampeerbeleid aan de hand van de eigen locale uitgangspunten nader kunnen invullen. De WOR volgt dezelfde methodiek als de oude Kampeerwet: kamperen is verboden, tenzij van de gemeente een vergunning, vrijstelling of ontheffing (afhankelijk van de vorm) verkregen is. Daarmee kan de Pagina 2
gemeente aan de hand van het eigen kampeerbeleid bepalen welke kampeervormen op welke wijze gestalte kunnen krijgen. Aan deze kampeervormen worden bepaalde wettelijke eisen verbonden. Daarnaast kan de gemeente aanvullende eisen stellen. De WOR is komen te vervallen per 1 januari 2008. Dit betekent dat gemeenten vanaf genoemde datum een eigen kampeerbeleid dienen te voeren. 2. Doel Nieuw beleid voor kleinschalig kamperen en verruiming van de mogelijkheden in kampeermiddelen Gezien de groeiende vraag naar kleine kampeerterreinen en het vervallen van de WOR is het noodzakelijk om duidelijkheid te bieden met betrekking tot het kleinschalig kamperen. 3. Beleidsuitgangspunten Rijksbeleid In de Agenda voor een vitaal platteland heeft het voormalige ministerie van LNV aangegeven dat in het beleid voor de verblijfsrecreatie meer ruimte zal worden geboden aan bedrijven om aan de eisen van de consument te voldoen en hun concurrentiepositie te behouden. In dit verband is in de agenda aangekondigd dat de ruimte voor toeristisch-recreatieve activiteiten zal worden vergroot door onder meer het wegnemen van belemmerende wet- en regelgeving. Daarnaast is de WOR beoordeeld in het licht van de doelstelling om de regeldruk te verminderen. Hieruit is gebleken dat de centrale doelstelling van de wet, het leveren van een bijdrage aan een grotere verscheidenheid aan kampeervormen, niet is gerealiseerd. De verscheidenheid van kampeervormen kan niet zozeer via regelgeving worden beïnvloed, maar door de vraag ernaar en door het al dan niet toestaan van bepaalde kampeervormen op gemeentelijk niveau. Provinciaal beleid In de Agenda recreatie en toerisme 2004-2007 van de provincie Noord-Holland is het bevorderen van het plattelandstoerisme, waaronder het creëren van meer mogelijkheden voor het logeren en kamperen bij de boer, één van de speerpunten. In 2005 is het project Boer zoekt gast van start gegaan waarmee een start is gemaakt met een toeristische marketing van het plattelandstoerisme. Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk kampeerbeleid voor boerencampings is thans vastgelegd in bestemmingsplan Buitengebied en Koedijk Het uitgangspunt is een verruiming van de kampeermogelijkheden, daar waar natuur- en landschappelijke waarden het toelaten. Wat betreft de landschappelijke waarden is vooral handhaving van het open landschap in het buitengebied een belangrijke voorwaarde. Volgens het bestemmingsplan Buitengebied en Koedijk is het kleinschalig kamperen beperkt tot het agrarisch bedrijf. Binnen de gemeente zijn nog geen vergunningen verstrekt voor het houden van kleinschalige kampeerplaatsen. Pagina 3
Wet- en regelgeving Twee onderdelen van de WOR zijn per 1 november 2005 vervallen: het Besluit hygiëne, gezondheid en veiligheid op kampeerterreinen (BHGVK) en de bijzondere maatregelen ten aanzien van kampeerterreinen.. BHGVK In dit besluit worden regels gesteld die tevens door middel van andere regelgeving worden geregeld. Vanwege deze dubbeling heeft het rijk besloten dit onderdeel van de WOR te schrappen. Het gaat om de volgende punten: - De aanwezigheid van een drinkwatervoorziening op vergunningplichtige en kleinschalige kampeerterreinen. Uit het oogpunt van gezondheidsbescherming heeft de eis van aanwezigheid van een drinkwatervoorziening geen betekenis. De kwaliteit van het water dat uit de kraan komt, is wel van belang voor de volksgezondheid. De kwaliteitseisen voor het drinkwater op kampeerterreinen zijn opgenomen in de Waterleidingwet en het daarop gebaseerde Waterleidingbesluit. - De bepalingen ten aanzien van de opvang en afvoer van afvalwater vertonen een sterke overlap met de milieuregelgeving. In het Besluit horeca-, sport-, en recreatieinrichtingen milieubeheer zijn voorschriften opgenomen voor de opvang en afvoer van afvalwater naar het openbaar riool. Wanneer het afvalwater direct op het oppervlaktewater of op de bodem wordt geloosd, gelden de regels van de Wet verontreiniging oppervlaktewater en de Wet bodembescherming. - De bepalingen ten aanzien van de hoeveelheid toiletten en wasbakken, het ophangen van een lijst met telefoonnummers van huisarts, brandweer en politie en het in voldoende onderhoud en reinheid verkeren van de op het kampeerterrein aanwezige voorzieningen behoeven geen overheidsinterventie. Er is geen sprake van een directe dreiging voor de hygiëne, gezondheid en veiligheid op kampeerterreinen. Bovendien lenen deze onderwerpen zich voor zelfregulering. Bijzondere maatregelen kampeerterreinen en jachthavens Deze bepalingen zijn in de Infectieziektewet, die in 1998 in werking is getreden, opgenomen. Als er ernstig gevaar dreigt voor de verspreiding van een infectieziekte, kan de burgemeester op grond van artikel 26 van deze wet overgaan tot het sluiten van gebouwen of terreinen. Bovendien heeft de burgemeester op grond van artikel 172 en volgende van de Gemeentewet de bevoegdheid om bij verstoring van de openbare orde, bij brand of andere calamiteiten gebouwen en terreinen te ontruimen of af te sluiten. Instrumentarium gemeente De beleiduitgangspunten dient de gemeente in een beleidsnota vast te leggen. Vervolgens dient een vertaling te worden gemaakt naar de beleidsuitvoering en de handhaving. Hiervoor kunnen de volgende instrumenten worden ingezet. Bestemmingsplan Met het vervallen van de WOR wordt de functie van het bestemmingsplan voor het regelen van kamperen op kampeerterreinen van groter belang: 1. Gemeenten moeten voortaan in hun bestemmingsplan regelen waar alle soorten kampeerterreinen gevestigd mogen zijn en waar niet. De vestiging van kampeerterreinen kan niet langer (mede) worden geregeld in het kader van het ontheffingen- of vrijstellingenbeleid op grond van de WOR. Pagina 4
2. De voorschriften die gemeenten willen stellen aan kampeerterreinen moeten zoveel mogelijk in de bestemmingsplannen worden opgenomen. In een bestemmingsplan mogen uitsluitend op grond van ruimtelijke motieven bestemmingen aan gebouwen en gronden worden gegeven. Verder kan een bestemmingsplan alleen regels stellen voor die vormen van kamperen die een ruimtelijke uitstraling hebben. De term kampeermiddelen wordt in Langedijk voor een kleinschalig kampeerterrein als volgt gedefinieerd: tent, tentwagen, caravan en kampeerauto. Chalets, trekkershutten, stacaravans en andere meer vaste bouwwerken worden niet toegestaan om permanente bewoning en verrommeling van het landschap te voorkomen. Gemeentelijke verordening Wanneer een gemeente voorschriften wil stellen aan kampeerterreinen die niet in een bestemmingsplan kunnen worden neergelegd (bijvoorbeeld bepalingen in verband met de (minimum) kwaliteit van kampeerterreinen of met het oog op de hygiëne en gezondheid), zal ze dat bij verordening moeten regelen. Hierbij verdient een algemeen stelsel met voorschriften de voorkeur boven algemene regels met een meldingsplicht of een vergunningenstelsel. 4. Beleid kleinschalig kamperen Kijkend naar de huidige ontwikkelingen en rekening houdend met de kwaliteit van het landschap, worden de volgende toetsingscriteria gehanteerd. Gebiedsbenadering Bij het aanwijzen van zoekgebieden voor het kleinschalig kamperen is rekening gehouden met de kenmerken en beleving van het landschap, daarnaast wordt aansluiting gezocht bij de groenstructuurvisie. Op basis van het landschappelijk ontstaan en inrichting worden twee gebieden onderscheiden: het ruilverkavelingslandschap ten westen van de bebouwde kommen en de polder ten oosten van Oudkarspel (voorheen en vanaf nu De Koog). Het ruilverkavelingslandschap wordt gekenmerkt door een open landschap met lange rechte wegen, waarlangs op enigszins regelmatige afstand, (agrarische) bouwvlakken zijn gesitueerd. Deze zijn geheel of gedeeltelijk omgeven door het opgaand groen van een houtsingel. Aan het einde van wegen of belangrijke waterlopen is er zicht op het landschap. In oost-westelijke richting komen vaker aaneengesloten bouwvalkken voor. De groenstuctuurvisie geeft in oostwestelijke richting een aaneengesloten groenstructuur aan in de vorm van enkele of dubbele bomenrijen. De polder De Koog wordt op Langedijks grondgebied aan de noord- en westzijde begrensd door de Waarddijk en aan de zuidzijde door de Laanweg en de Provinciale weg. Vanaf de dijk is goed zicht over de lagergelegen polder. Langs de Laanweg is een aaneengesloten bebouwingslint met woningen, die het zicht op het open landschap verhindert. Vanaf de Provinciale weg is regelmatig zicht op het op achterliggende landschap. Kleinschalig kamperen wordt toegestaan bij bouwvlakken in het buitengebied van Langedijk die aan wegen liggen. Bij de bepaling van deze groene vlakken is rekening gehouden met zichtlijnen die vrijgehouden moeten worden. Ten westen van de bebouwde kommen, in het ruilverkavelingslandschap, bevinden de bouwvlakken zich binnen de donkergroene vlakken op de kaart, die hierna in deze nota is opgenomen. In de polder De Koog wordt kleinschalig kamperen toegestaan op percelen gelegen aan, dan wel bereikbaar via de Waarddijk-Noord, de Laanweg en de Provinciale weg te Oudkarspel. Zoekgebieden hier zijn op de kaart lichtgroen Pagina 5
weergegeven. Om verdichting en verrommeling van de polder tegen te gaan, zijn referentielijnen weergegeven. Deze zijn gebaseerd op bestaande grenzen in het gebied. Voor kleinschalig kamperen worden recreatiegebied Geestmerambacht en de Kleimeer en de daarvan ten noorden en westen gelegen gronden langs de bebouwing van Koedijk uitgesloten. Het vrij kamperen gedurende een korte periode buiten de daarvoor bestemde kampeerterreinen wordt niet toegestaan. Het dagkamperen is uitsluitend toegestaan op het daartoe aangewezen terrein in het recreatiegebied Geestmerambacht. Oppervlakte buiten het bouwvlak en aantal toegestane kampeermiddelen In de nota Kamperen bij de boer werd voor de buiten het bouwvlak te gebruiken ruimte voor de aanleg van een kampeerterrein uitgegaan van 2500 m2 en het toestaan van 15 kampeermiddelen. Het aantal van 15 kampeermiddelen moet binnen het kleinschalig kamperen als een ondergrens worden beschouwd. Uit oogpunt van bedrijfsvoering wordt in andere gemeentes een hoger aantal toegestaan. Een ophoging in Langedijk van 15 naar 25 kampeermiddelen lijkt daarom redelijk. Het aantal van 25 is landelijk een veel voorkomend aantal bij een kleinschalig kampeerterrein. Om het karakter van kleinschalig kamperen te benadrukken, zou de maximale oppervlakte van een kleinschalig kampeerterrein dan ook enigszins vergroot moeten worden. Hiervoor is 3500 m2 een redelijke, maximale oppervlakte. Vooralsnog maximaal aantal toegestane kleinschalige kampeerterreinen. Hierboven is voorgesteld het gebied te vergroten waar een kleinschalig kampeerterrein kan worden gerealiseerd. Om ervaring op te doen met kleinschalige kampeerterreinen in het buitengebied is het nuttig het maximale aantal vooralsnog te beperken en een periode vast te leggen waarin deze beperking geldt. Het aantal kleinschalige kampeerterreinen wordt eerst op 5 gesteld en de periode waarin deze gerealiseerd kunnen worden loopt tot 4 december 2017, de uiterste datum waarop het bestemmingsplan 'Buitengebied en Koedijk' herzien moet zijn. Toetsingscriteria kleinschalig kamperen Het kleinschalig kamperen is in het ruilverkavelingslandschap beperkt tot het agrarische of voormalige agrarische bedrijf. In de polder De Koog is kleinschalig kamperen beperkt tot die percelen die op de bij deze nota behorende kaart zijn weergegeven. Het is niet toegestaan om stacaravans, chalets, trekkershutten of andere meer vast bouwwerken op dergelijke kleinschalige kampeerterreinen te plaatsen. Aan het verlenen van vrijstelling voor het toestaan van kleinschalig kamperen zijn de volgende regels verbonden: 1. er mag alleen worden gekampeerd in de periode 15 maart tot en met 31 oktober van het kalenderjaar; 2. a. in het ruilverkavelingslandschap mag alleen op erven bij agrarische of voormalige agrarische bedrijven (binnen en buiten het bouwvlak indien deze grond aansluitend aan het bouwvlak is gelegen, en op in totaal maximaal 3500 m² ) worden gekampeerd; het zoekgebied wordt hierbij bepaald door de vlakken grond die 50 meter links en en 50 meter rechts van het bouwvlak liggen (zie principe detail op de bij deze nota behorende kaart); b. in de polder De Koog mag alleen worden gekampeerd op die percelen die op de bij deze nota behorende kaart zijn weergegeven op maximaal 3500 m2; 3. het kampeerterrein dient ingepast te worden in het landschap door middel van een houtsingel van 8 meter breed met inheemse beplanting; Pagina 6
4. er mogen ten hoogste 25 kampeermiddelen per agrarisch bedrijf worden geplaatst; ruimte wordt gegeven voor het plaatsen van een bijzettentje per kampeermiddel. 5. de in de Handreiking Brandveiligheid Kampeerterreinen van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding genoemde voorschriften dienen te worden nageleefd. 6. in de periode vanaf de datum dat deze Nota Kleinschalig Kamperen door de gemeenteraad is vastgesteld tot 4 december 2017 is het toegestane aantal kleinschalige kampeerterreinen bepaald op 5. Handhaving Alle aanvragen voor (bestaande en nieuwe) kleinschalige kampeerterreinen worden getoetst aan bovenstaande criteria. Vervolgprocedure Na vaststelling door de gemeenteraad zal deze beleidsnota gepubliceerd worden, waardoor deze in werking treedt. De in de beleidsnota voorgestelde aanpassingen worden integraal overgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied en Koedijk dat partieel herzien zal worden. Pagina 7
Kaart: Toegestane vlakken voor kleinschalig kamperen ( donker- en lichtgroen gekleurd) Pagina 8