De kwetsbare 100 dagen

Vergelijkbare documenten
Nieuwe droogzetrichtlijnen voor Bart Geurts Dierenarts

100-dagenaanpak. 365 dagen resultaat

NO Kengetallen E3 Netto Opbrengst en Lactatiewaarde

PRAKTISCHE KIJK OP HOE VAARZENMASTITIS TE VOORKOMEN EN TE CONTROLEREN. Sofie Piepers Sarne De Vliegher. M - team. Roadshows uiergezondheid

Praktische kijk op droogstandsmanagement bij Vlaamse melkveebedrijven. Samenvattend rapport

Praktische kijk op droogstandsmanagement bij Vlaamse melkveebedrijven. Enquêteresultaten

Vetcorrectie Op basis van het voorgaande kan de NO berekend worden zonder een eventuele vetcorrectie.

Insemineren, de theorie

Uw doel bereiken met MelkNavigator

Waarom? Vertering bij de koe. Missie 8/03/2012. Belangrijkste economische parameters. Efficiënt en effectief gebruik van MPR. via rantsoenwijzigingen

N o t i t i e. Lactosebepalingen MPR Datum: Arnhem, 29 augustus 2006 Onze referentie: R&D/ /MH/HWA Bijlage(n): -

De praktijkwaarde van Better Life-fokkerijgetallen

De dag van droogstand is de eerste dag van de lactatie

De opfok. Hoofdstuk 2. De eerste levensmaanden. Beslissen van kalf tot koe

Na volledig invullen van de enquête neemt een assistente of uw bedrijfseigen dierenarts contact met u op om een afspraak te maken voor het BGP 2017.

Melk Daar zit meer in! 8: Meer melk met behulp van techniek

Veterinaire kengetallen om tot meer rendement te komen

10 SAP - StierWijzer Basisfokdoelen

Weerstands-check: snelle beoordeling van de weerstand in de transitieperiode

Kengetallen. E-12 Inseminatiewaarde en Gebruikswaarde

Kengetallen E-20 NVI. Inleiding. Selectierespons

Prestaties in beeld HOOFDSTUK hoe presteert mijn veestapel?

Conditie, bevuiling, schurft..

Vaarzenmastitis verbeter de rentabiliteit van de next generation. Sofie Piepers, DVM, PhD. M-team UGent

Werkblad: Kans op pensverzuring

VISIE OP UIERGEZONDHEID Met andere ogen kijken naar mastitis

Grote proportie van de vaarzen kalven af met geïnfecteerde kwartieren (Fox, 2009)

Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer. Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer

Verantwoord antibioticumgebruik en selectief niet-droogzetten

Bacterie schematisch. Een bacterie is resistent. Oorzaak resistentie wereldwijd. Resistentie verkrijgen. Antibiogram. Matig & juist gebruik

Kengetallen. E-13 Voortplanting

Programma: SPONSORS. Ontwikkelingen GES GES organisatie. Agenda. Quotum eraf, fosfaat erop? Apeldoorn 4 november 2015

Afdeling Nutritie & Innovatie. Bewust natuurlijk luxe en goed afkalven Door Toon van der Heijden

Uw veestapel in beeld. Sensoren beschikbaar op de Merlin melkrobot. CrystaLab maakt dagelijks sturen op basis van gehalten mogelijk!

Waarom droogstand? 24/12/2018. Gevolgen van een verkorte of geen droogstand op melkproductie, inkomen en broeikasgasemissies

Kengetallen voor het ideale voedermanagement

opfok24 > gezonde kalveren > robuuste vaarzen > hoge levensproductie

het cijfer moet op dezelfde manier gelezen worden als bijvoorbeeld de fokwaarden. Het cijfer is gebaseerd op: niet-behaald rendement (zie punt 4).

Netwerk Melkveehouderij antibioticavrij

Kengetallen. E-5 MPR-Kwaliteit. Inleiding. MPR 24 uur. 4 Betekenis van MPR 24 uur

Informatie uit melk. Benny Declerck workshops voor dierenartsen september-oktober

Extra bij artikel: De faalkosten van mastitis en de vrije markt

Van tocht tot dracht. 3.1 aandacht voor de tochtigheid

Insemineren, de praktijk

Mastitis en de vrije markt. Henk Hogeveen

Houd SARA buiten de deur. Jan Veling, GD Gezonde Melkveehouderij, 15 januari 2015

Diergeneeskundige bedrijfsadvisering bij melkvee

Van tocht tot dracht. 3.1 aandacht voor de tochtigheid

Introductie AMS-STAGE

Voorspellende waarde van het bacteriologisch onderzoek van tankmelk, Richard Olde Riekerink

Continue meten = continue weten

DE BASIS VAN DE FOKKERIJ

De mogelijkheden van smalspectrumaanpak mastitis

HOOFDSTUK 3 Routinematige invoer. 3 Routinematige invoer. Acties die regelmatig in T4C uitgevoerd zijn worden in dit hoofdstuk beschreven

Aandacht voor moeder en kind

Kengetallen E-25 Fokwaarde Ureum

Evaluatie Selectief Droogzetten

Kengetallen E-18. Fokwaarde Celgetal met testdagmodel

Biestvoorziening, waaróm is het zo belangrijk? Anja Smolenaars GD Dierenarts Herkauwersgezondheidszorg 15 januari 2015

BETTER COWS BETTER LIFE

Kengetallen E-18. Fokwaarde Celgetal met testdagmodel

Er valt veel te winnen met een langere levensduur. Henk Hogeveen

dierenartsenpraktijk Het Zuidenveld

Voedingsziekten. Slepende melkziekte en leververvetting

Meer info? Contacteer: Frederik De Vos, DVM 03 / of frederik.devos@vetoquinol-benelux.be. O ptimilq 1

Gezondheidsaandoeningen en vruchtbaarheid op proefbedrijven

Module Gezondheid melkvee

Silent Herdsman. Voor beter presterende koeien

Dierenartsenpraktijk Tweestromenland Rundveedierenartsen. Maarten Adamse Jos Giesen David Speksnijder

Ervaringen van een salmonella expert

Kengetallen E-25 Fokwaarde Ureum

Stap voor stap naar een betere. jongvee-opfok

HUISVESTING RANTSOEN KALVING

Jaarlijkse bijeenkomst GES. Apeldoorn 21 maart 2011

Handleiding. Agis TFS Melk

Mastitis is gewoon irritant

landbouw en natuurlijke omgeving dierhouderij en -verzorging productiedieren CSPE KB

Kengetallen. E-1 Voorspelling Dagproductie

SCH AANDACHTSPUNTEN ROND DE VOEDING VAN DROOGSTAANDE KOEIEN Inleiding I. GOEDE ONTWIKKELING VAN DE FOETUS. - VEM- en DVE-behoefte

CERES, net dat tikkeltje meer...

Actief Melken Actieve koeien door passend voer en het beste advies

Kengetallen E-26 Publicatieregels stierindexen

Livestock Research Jongveeopfok en weidegang Beweidingssystemen voor jongvee. Belang jongvee weiden? Beweiding van jongvee

Hoofdstuk 3: Wekelijks/maandelijks werk

Een labuitslag en dan?

Inventarisatie huidige en gewenste kengetallengebruik op melkveebedrijven

van Dechra Ketose / Slepende melkziekte Hypocalciëmie/ Melkziekte Acidose / Pensverzuring

Waarom onderzoek naar een Droogstand op Maat?

Aanpassingen NVO-fokwaardeschattingen april maart 2008 Animal Evaluation Unit (AEU)

CowManager SensOor. Dé tool om uw koeien 24/7 in de gaten te houden Bespaart u kostbare tijd en geeft overzicht Zorgt voor direct rendement

landbouw en natuurlijke omgeving 2011 dierhouderij en -verzorging productiedieren CSPE KB minitoets bij opdracht 13

Transcriptie:

Hoofdstuk 7 De kwetsbare 100 dagen Extra aandacht rondom afkalven Zo n 40 dagen voor het kalven en 60 dagen daarna is de koe in haar meest kwetsbare periode. In deze periode heeft ze extra aandacht nodig omdat haar situatie behoorlijk verandert en dat risico s met zich meebrengt voor gezondheid, vruchtbaarheid en productie. Vooral het afkalven geeft veel stress, omdat de hormoonhuishouding in een korte periode wijzigt. Veehouders die de koeien deze 100 dagen keurig doorloodsen hebben daar de hele lactatie plezier van. Rust, reinheid en regelmaat zijn de drie woorden die belangrijk zijn in deze periode. Droogzetten op maat Aan het eind van de lactatie gaat de koe genieten van de droogstand, een soort korte vakantie. Ze kan zich in deze periode opladen voor weer een nieuwe lactatie. Om haar en vooral haar uier te beschermen tegen bacteriën, is droogzetten belangrijk. Daarvoor injecteert de veehouder alle spenen met een antibioticum. Welk antibioticum is afhankelijk van de geschiedenis van de koe en haar uier. Heeft ze veel last gehad van mastitis? Het verloop van haar celgetal kan een indicatie geven over de mogelijke verwekkers. Een aantal hardnekkige mastitisverwekkers is tijdens de droogstand goed te bestrijden. Koe-Attenties Droogzetten [88] geeft een advies welke koeien het best behandeld en beschermd kunnen worden op basis van hun geschiedenis. Daarnaast is ook een bacteriologisch onderzoek (via de dierenarts aan te vragen) aan te bevelen om een droogzetbehandeling op maat te geven. Hiermee krijgt de koe een optimale bescherming. Is gebruik van antibiotica altijd nodig? Het gebruik van antibiotica is niet nodig, want er is ook een zogenaamde teatsealer verkrijgbaar, waarbij de speen als het ware wordt dichtgekit met een tandpastaachtige emulsie. Er zijn echter wel enkele belangrijke voorwaarden om met deze droogzettherapie zonder antibiotica succes te behalen. De koe moet de laatste drie monsternames een celgetal van maximaal 200.000 cellen hebben gehad. Deze informatie staat op de Koe-Attenties Droogzetten [88]. Hygiënisch werken is van nog groter belang aangezien het kwartier helemaal afgedicht wordt en mogelijke bacteriën opgesloten zitten. In de warme uier en met extra melkdruk de eerste dagen na het stoppen met melken kan de uier als een tijdbom voor uierontsteking werken. Kennen vaarzen ook een droogstand? Koeien die droog gezet worden krijgen (meestal) een antibioticabehandeling en komen in een aparte groep. Hoe zit dat eigenlijk bij vaarzen die voor de eerste keer kalven? Deze dieren hebben ook extra aandacht nodig, misschien zelfs wel meer dan oudere koeien. Zo treedt er vlak voor het afkalven veel zuchtvorming op in de uier. Voor de vaarzen is dat een nieuwe ervaring die met veel stress gepaard gaat. Vooral bij te vette dieren is die zuchtvorming groot. De kans bestaat dat de vaarzen veel liggen, te weinig bewegen en daardoor ook te weinig vreten. Dat vormt een risico voor een probleemloze start. De voeding van de vaarzen, de conditie en de klauwverzorging vragen daarom extra aandacht, ook in hun droogstand. 61

De droogstand Tachtig procent van de gezondheidsproblemen van melkkoeien heeft zijn oorsprong in de periode van de droogstand en de eerste weken na afkalven. De voerkwaliteit en de drogestofopname van de koe zijn de belangrijkste aandachtspunten. Een goed vruchtbaarheidsmanagement start al voor de droogstand. Veehouders moeten ervoor zorgen dat de koeien niet te vet de droogstand ingaan. Een goede voersamenstelling is van groot belang. De mogelijke gezondheidsproblemen zijn onder andere: moeilijke geboorte, aan de nageboorte staan, melkziekte en slepende melkziekte. Praktijktips: Fris en smakelijk voer en water zorgen voor een hogere drogestofopname. Voer vezelrijk, energie-arm en eiwitarm ruwvoer tijdens de eerste 40 dagen van de droogstand, de zogenaamde far off -periode De koe dient met een goede conditie de droogstand in te gaan en mag slechts nog weinig groeien, maar zeker niet afvallen tijdens de droogstand. Besteed aandacht aan de mineralen en vitaminen in het rantsoen van de droogstaande koeien. De calcium/fosfor- en kali/magnesiumverhoudingen moeten kloppen. Laat de pensflora de laatste weken vóór het afkalven alvast wennen aan het voer van de verse koeien door een gedeelte van het rantsoen aan te passen. Bij Koe-Attenties Afkalven [88] krijgen koeien bijvoorbeeld drie weken voor de afkalfdatum een signalering mee om zo alvast een opstart richting volgende lactatie te maken. Voeg de dieren kort voor het afkalven niet toe aan het koppel, maar maak een aparte ( close-up -)groep. Verstrek te vette droge koeien aan het einde van de droogstand juist meer energie om leververvetting te voorkomen. Evalueer het rantsoen bij iedere rantsoenwisseling met een deskundige. Het afkalven De koe is een kuddedier. Stress is te voorkomen door een koe niet af te zonderen van het koppel tijdens het afkalven. Een veehouder moet ervoor zorgen dat de koe haar koppelgenoten kan blijven zien. Een goede hygiëne rondom het afkalven is erg belangrijk. Tijdens het afkalven staat de baarmoederhals helemaal open en ontstaan vaak wondjes aan de geboorteweg. De kans op besmetting en ontsteking is dan levensgroot aanwezig. Baarmoederontsteking heeft grote negatieve invloed op de vruchtbaarheid. Praktijktips: Zorg voor een ruime en schone afkalfbox. Nieuw stro voor elke koe is geen overbodige luxe. Laat de koe los in het hok. Reiniging en ontsmetting van de achterkant van de koe vlak vóór het afkalven verhoogt de hygiëne rond het kalven. Onderzoek de koe inwendig nooit zonder wassen en ontsmetten van de handen 62

en gebruik glijmiddel. Zorg voor kortgeknipte nagels en draag geen ringen of andere sieraden. Gebruik alleen schone hulpmiddelen, zoals trekhoutjes en touwtjes. Onderzoek de koe inwendig niet te vroeg; de baarmoederhals moet namelijk eerst openstaan. Zware geboorten Zware geboorten trekken een wissel op de gezondheid van de koe en zorgen voor een langere herstelperiode van de koe na het afkalven. Zware geboorten worden veroorzaakt door aanleg van de koe, aanleg van de gebruikte stier, het seizoen (vooral na de zomer zijn er meer zware kalveren) en voeding tijdens de droogstand. Praktijktips: Vermijd stieren met een zeer lage fokwaarde voor het kenmerk geboortegemak. Vooral bij vaarzen is het belangrijk een pinkenstier te gebruiken met een fokwaarde voor geboortegemak van 102 of hoger. Gebruik alleen vleesstieren met bekende fokwaarden voor geboortegemak. Wees alert op een droogstand in de weideperiode. Overvoeding ligt dan op de loer. Te hoog eiwit vergroot de kans op extra zware kalveren bij de geboorte en te veel energie veroorzaakt vervetting. Een ruime, schone afkalfbox met nieuw stro bevordert een goede start De start van de lactatie Na het afkalven krijgt de koe een grote hormonale drang om veel melk te produceren. De voeropname kan de plotseling toegenomen energiebehoefte vaak niet bijhouden. We spreken dan van een negatieve energiebalans. Op zich is dit een normaal verschijnsel, de koe is hier van nature op ingesteld. Aan de veehouder de taak de duur van de negatieve energiebalans zo kort mogelijk te houden en af te vlakken. Zolang de koe in een sterke negatieve energiebalans verkeert, wordt ze moeilijker drachtig. Het dalen van de conditiescore is een indicatie voor de negatieve energiebalans. Een te grote teruggang in conditie (meer dan 1 punt) na het 63

Samen werkt het beter: informatie delen Net na het kalven is de koe heel kwetsbaar. Problemen in het rantsoen moeten snel aangepakt worden. De belangrijkste informatie, SnelZicht [90] en Koe-Attenties [90] kunnen via email verstuurd worden aan de adviseurs van de veehouder. Dit delen van de informatie kan alleen op verzoek van de veehouder. Zo kunnen specialisten en begeleiders zien hoe het loopt, signaleren ze problemen in een vroeg stadium en kunnen ze zich bovendien optimaal voorbereiden op het bedrijfsbezoek. Naast de gegevens van melkproductie spelen uiergezondheid en voortplanting ook een rol in SnelZicht en Koe- Attenties. afkalven is slecht voor het drachtig krijgen van de koe. Het stimuleren van de voeropname is van groot belang voor de verse melkkoe. Dit begint al voor het afkalven. Een uitgekiend rantsoen voor hoogproductieve dieren kan een te lange of te diepe negatieve energiebalans voorkomen. Praktijktips: Zorg voor een goede conditie bij afkalven, de conditiescore ligt tussen 3+ tot 3,5. Voer hoogproductieve koeien een smakelijk rantsoen en verstrek dit vaak. Houd de verse koeien goed in beeld door ze bijvoorbeeld een halster om te doen. Verse koeien moeten in de eerste weken zo veel mogelijk voer opnemen. De combinatie van een relatief hoog percentage vet en een laag percentage eiwit in het begin van de lactatie duidt op een ernstige verstoring van de energiebalans. Dit energietekort kan leiden tot slepende melkziekte. Indien dit bij enkele of meerdere koeien voorkomt, onderneem dan actie. Let op het eiwit in het rantsoen van de hoogproductieve koeien; te veel eiwit kan de vruchtbaarheid schaden. Een gemiddeld ruw eiwit per kilo droge stof van ongeveer 160 gram is gewenst. De OEB is dan circa 300 gram. Houd de vinger aan de pols door regelmatig de conditie, pensvulling, mest en de locomotion/klauwen te scoren. Haal meer uit de MPR De hoeveelheid melk die koeien produceren wordt eens in de drie tot zes weken gecontroleerd. De monsternemer noteert de productie en hij neemt een monster van de melk om zo de gehalten te bepalen. Dit noemen we MPR, de melkproductieregistratie. Quotumplanning met MPR De voorspelling van de melkproductie in MPR is ook handig bij de berekening of het quotum op de kilo nauwkeurig wordt volgemolken. Door te berekenen hoeveel melk de koeien nog gaan produceren en dat te corrigeren voor het vetgehalte kan Quotumplanning [98] een voorspelling maken. Daarnaast is bekend welke koeien een kalfje zullen geven en welke dieren afgevoerd worden omdat ze gust zijn. De computer combineert al deze gegevens en berekent met de gegevens van de zuivelindustrie de nog te produceren kilo s. Steeds meer informatie komt beschikbaar via de monstername 64

MPR als kloppend hart MPR is eigenlijk het fundament onder het melkveebedrijf. De MPR-gegevens worden in het hele bedrijf en in allerlei processen gebruikt om beslissingen te nemen. Het rantsoen, de selectie van de dieren, het bewaken van de gezondheid en ook de quotumplanning baseren veehouders op de MPR. Daarnaast wordt uit die informatie de indexen van stieren en koeien berekend. Hiervoor koppelt NRS de gegevens van de I&R-computer, de KI-gegevens en de exterieurcontrole aan elkaar. Zo ontstaat rondom de MPR een heel netwerk aan gegevens. De MPR is hiermee het kloppend hart van de melkveehouderij. Zo n 25 procent van de melkveehouders voert zelf de MPR uit om kosten te besparen. Dit gebeurt in ieder geval bij veehouders met een robot omdat de monstername daar helemaal is geautomatiseerd. De gegevens zijn vooral belangrijk voor het eigen bedrijf en het nemen van managementbeslissingen. Er vindt overigens wel een controle plaats op de correctheid van de gegevens zodat ze voldoen aan de normen van de MPR-kwaliteit [86]. Selectie binnen de veestapel Met de informatie uit de MPR kunnen voorspellingen gedaan worden over de melkproductie van de koeien in 305 dagen. Deze 305 dagen komen voort uit het streven de koe elk jaar een keer te laten kalven. Van die 365 dagen staat de koe 60 dagen droog en dus blijven er 305 productiedagen over. Met die gerealiseerde productie kunnen koeien vergeleken worden. Dat kan ook met de voorspelde 305-dagenproductie. Voorspeld betekent dat de koe nog bezig is aan haar lactatie en de voorspelling van haar productie is meegenomen. Een afgesloten lijst daarentegen betekent dat de lactatie is voltooid. De netto opbrengst staat op de MPR vermeld. Dit is het saldo van melkgeld min voerkosten. De koeien worden met elkaar vergeleken en de lactatiewaarde geeft aan of het dier beter (boven de 100) of slechter (onder de 100) dan het gemiddelde presteert. Hiermee is de lactatiewaarde al een kenmerk waar veehouders hun koeien op kunnen selecteren. Welke gaat er door naar de volgende ronde? Om bedrijven met elkaar te vergelijken zijn kengetallen zoals de BedrijfsStandaardKoe (BSK) beschikbaar. Hier wordt de productie van alle koeien omgerekend naar hetzelfde lactatiestadium, leeftijd en maand van afkalven. De MPR is ook op internet te bekijken via www.crdelta.nl/mijnbedrijf. Het grote voordeel van de digitale MPR is dat veehouders hun eigen selecties kunnen maken. Zo kunnen ranglijsten op percentage vet, percentage eiwit of bijvoorbeeld lactatiedagen gemaakt worden. Naast de uitslagen en de mogelijkheid informatie uit te wisselen draaien ook een aantal andere internettoepassingen met de gegevens, zoals bijvoorbeeld VeeManager [139]. VeeManager is te vergelijken met een managementpakket online. Deze programma s staan op een centrale computer en met een snelle internetverbinding zijn ze zo beschikbaar in de stal of op kantoor. De programma s zijn snel, altijd up to date en zonder risico s van gegevensverlies bij crashen of met eindeloos veel downloads. Vraag Wat zijn de afwegingen die veehouders maken bij het kiezen tussen drie-, vier-, vijf- of zesweekse MPR? In de uitvoering van de MPR is er geen verschil. Echter doordat de tussenpozen langer zijn heeft de veehouder bij een zesweekse controle ook niet de beschikking over up to date -informatie. De meeste veehouders kiezen voor de vierweekse controle. Hierdoor krijgen ze vaker informatie en kunnen ze maandelijks bijsturen. Het is de gulden middenweg voor snelle, betrouwbaar en betaalbare informatie. Internetopdracht Antwoord Surf naar www.crdelta.nl/mijnbedrijf Zoek een demobedrijf uit en rangschik de koeien in de MPR op celgetal, percentage eiwit en aantal dagen in lactatie. Op welke andere kenmerken zijn de koeien te rangschikken? 65

MPR-signalen Naast de standaard gegevens over de hoeveelheid melk en het vet- en eiwitgehalte van de koe levert de MPR veel meer informatie die belangrijk is bij het nemen van beslissingen. Tijdens hun productie geven de koeien signalen af die op het MPR-formulier terug te vinden zijn. Zo staat op het formulier van de MPR het ureumgehalte afgedrukt dat een indicatie geeft over de benutting van het eiwit in het rantsoen. Met deze getallen bij de hand kunnen veehouders via de MPR de toestand van hun koeien aflezen en meer zeggen over het management en de voeding op het bedrijf. Koeien die afwijken zijn snel te herkennen omdat ze in het overzicht Koe-Attenties [88] voorkomen. Daar krijgen dieren die afwijken op melk, vet of eiwit een kruisje achter hun naam. Deze koeien vragen extra aandacht van de melkveehouder omdat ze niet voldoen aan de verwachtingen. Zijn er meerdere dieren in een groep die een attentie krijgen dan is het aan te bevelen het hele rantsoen van zo n groep bij te stellen. Op drie verschillende terreinen kunnen deze Koe-Attenties behulpzaam zijn: voeding, uiergezondheid en voortplanting. 66

Voeding Koeien die op 85 procent of minder van hun verwachte productie zitten, kunnen ziek zijn. Door deze koeien een attentie te geven kan de veehouder ze extra in de gaten houden. Daarnaast geven de gehalten ook aan wanneer er iets aan de hand is met een koe. Zo geeft een heel laag vetpercentage aan dat er pensverzuring optreedt. Dat kan bijvoorbeeld komen doordat de koe te weinig structuur in het rantsoen heeft en te weinig herkauwt, waardoor de pens verzuurt. Een veel te laag eiwitpercentage kan een indicatie zijn van slepende melkziekte. Hierbij krijgen de dieren te weinig energie en beginnen ze hun lichaamsvet aan te spreken om de energiebalans op peil te houden. Daarnaast gaat de koe het eiwit uit het voer als energie gebruiken waardoor de eiwitproductie in de melk in het gedrang komt. De vraag die een veehouder zich hier zou kunnen stellen is: neemt de koe wel voldoende ruwvoer op? Uiergezondheid Het celgetal op de MPR is een momentopname van elke koe. Om na te gaan of de koe behandeling verdient, wordt de informatie gecombineerd met voorgaande monsternames. Als een koe al drie keer achter elkaar een verhoogd celgetal laat zien, maar ook als ze meteen al in de eerste monstering een celgetal van >250 heeft (dit zijn 250.000 cellen/ml), krijgt ze een attentie en lijkt behandeling noodzakelijk. Voor vaarzen moeten veehouders nog strenger zijn. Als het celgetal boven 150.000 cellen komt moeten de alarmbellen gaan rinkelen. Als het celgetal ineens een piek in cellen per milliliter laat zien, dan lijken omgevingsgebonden bacteriën zoals E-coli verantwoordelijk voor de mastitis. Bij een langzaamaan oplopend celgetal zijn het vooral de koegebonden ziekteverwekkers zoals Staphylococcus aureus die de uierontsteking veroorzaken. Advies is om een monster van een hoogcelgetalkoe te nemen en de dierenarts een bacteriologisch onderzoek (BO) te laten uitvoeren. Via het overzicht op Koe-Attenties is bij dieren met een te hoog celgetal het verloop over een periode van zeven monsternames te zien. In het verloop van de cijfers is na te gaan of een behandeling het gewenste effct heeft gehad. Voortplanting Alle gegevens rond de koe worden in MPR bijgehouden. Wanneer ze heeft gekalfd en hoe lang haar lactatie duurt bijvoorbeeld. Met deze twee gegevens is ook aan te geven wanneer een koe weer drachtig moet worden. Koe-Attentie Voortplanting [88] werkt als een geheugensteuntje voor de veehouder. Er staat niet alleen aangegeven wanneer de dieren in theorie weer geïnsemineerd kunnen worden, ook de verwachte afkalfdatum en de geadviseerde droogzetdatum staan vermeld. Daarbij komt ook de opstartdatum te staan. Dat is de datum bijvoorbeeld 21 dagen voor het kalven. Het is tijd de koe voor te bereiden, onder andere in de voeding, op een nieuwe lactatie. Samen werkt het beter: uiergezondheid Een mastitisgeval in de eerste drie maanden van de lactatie kost gemiddeld 220. Om de uiergezondheid te verbeteren is informatie nodig over het verloop van de problemen, de bacteriën en de aanpak. Door de MPR-gegevens te koppelen aan de uitslagen van het bacteriologisch onderzoek is een betere behandeling en droogzettherapie mogelijk. De Gezondheidsdienst voor Dieren en NRS werken samen in de zogenaamde Uiergezondheidscoach. Internet koppelt de uitslagen en zorgt dat ze snel bij de veehouder zijn. Samen werkt het beter: voeding Na elke MPR moet het krachtvoeradvies bijgestuurd worden. Met Rantsoenwijzer kunnen de actuele gegevens van de MPR-uitslag meteen gekoppeld worden aan het krachtvoeradvies. NRS en Agrovision zorgen ervoor dat het voeradvies er op dezelfde dag als de MPR-uitslag is. Gegevens van het krachtvoerassortiment, kuiluitslagen en de gegevens van de koeien komen zo snel en actueel bij elkaar om de voeding van de dieren precies af te stemmen op hun prestaties. 67

Vraag: Waarom krijgen vaarzen al bij 150.000 cellen per milliliter een waarschuwing terwijl koeien dat pas bij 250.000 krijgen? Ureumgehalte en vruchtbaarheid Bedrijven die een lager ureumgehalte hebben, scoren ook beter in vruchtbaarheid. Dat heeft de Gezondheidsdienst voor Dieren aangetoond na onderzoek. Een optimaal ureumgehalte heeft ook een positieve uitwerking op vruchtbaarheid (Bron: GD) gemiddelde tankureumgehalte mg/dl melk < 25 > 35 Naarmate een koe ouder wordt neemt haar celgetal toe. Dat is een natuurlijk proces. Als een vaars al begint met 200.000 cellen is de kans groot dat ze veel te snel een miljonair wordt (meer dan 1.000.000 cellen heeft). Dat is natuurlijk niet wenselijk. Daarom zijn we voor vaarzen een stuk strenger. Een laag celgetal in het begin van de carrière is een van de belangrijkste voorwaarden voor een lang en productief leven. Antwoord interval kalven-eerste inseminatie (dagen) 89.6 92.8 percentage tochtig gezien 52.3 51.9 percentage niet-terugkomers najaar 68.7 68.3 verwachte tussenkalftijd 401.3 408.5 inseminatiegetal 1.78 1.79 kg vet en eiwitproductie (geschatte 305 dagen) 600 576 Ook koeien kunnen een onderscheiding krijgen De prestaties die koeien leveren gaan zeker niet ongemerkt voorbij. Zo werden lange tijd de koeien gehuldigd die 100.000 kilo melk hadden gegeven. Het aantal koeien dat deze mijlpaal bereikt is gestegen. Zo flink zelfs dat het alle dagen feest was op meerdere bedrijven tegelijk. In 2005 bereikten bijna 3 koeien per dag de 100.000 kilo-melkproductie. Daarom is de lat vanaf september 1994 hoger gelegd met een nieuw predicaat: 10.000 kilo vet en eiwit: de tientonner. Tussen september 1994 en juli 2004 passeerden 500 koeien deze magische grens. Koeien die 100.000 kilo melk produceren krijgen een certificaat en een wandsierbord van CR Delta. Aan de huldiging van de tientonners wordt op de bedrijven meer aandacht besteed. Predikaten sterkoe en preferent Koeien die naast productie ook nog op exterieur goed scoren kunnen het predikaat sterkoe 1, 2 of 3 krijgen als ze 9, 12 of 15 jaar oud zijn. Daarvoor moeten ze gemiddeld 105 lactatiewaarde halen en minimaal 85 punten voor algemeen voorkomen én uier laten noteren. Als deze dieren ook nog eens hun prestaties doorgeven aan hun kinderen (stieren tellen ook mee) komt de onderscheiding der onderscheidingen in beeld: preferente stammoeder. 68

69