De Essenbeekse Halleweg

Vergelijkbare documenten
Een andere mogelijke betekenis is dat het zou gaan over een verheffing naast de Zenne

Aan de Wijmeneir te Impe, deelgemeente van het Oost-Vlaamse Lede.

Wijzigingen voor de Topo-Gids

BAKENS UIT T VERLEDEN WEGWIJZERS NAAR DE TOEKOMST

Wandeling n 17 : Saint-Rahy : Durbuy Bewegwijzering :

RMB NOTITIE Quickscan archeologie Uden Eikenheuvelweg/Munterweg. Inleiding

RUIMTELIJK ONDERZOEK

Een kaart wordt op schaal getekend. Dat is een verkleining van de werkelijkheid.

Beknopte historische geografie van Oosterhout en Den Hout

PALLISADE PAUL DE KORT UUR 8 NOV WINTERTIJD 21 JUNI 21 JUNI 7 MEI EN 6 AUGUSTUS 7 MEI EN 6 AUGUSTUS 12 UUR. 13 uur. 11 uur. 14 uur.

Routebeschrijving Tweedaagse wandeling van Maastricht naar Luik (43km)

Wandeling Landgoed Wouwse Plantage Zurenhoek ca. 12,5 km.

Landgoederen Klarenbeek en De Haere Wandelroute Veluwe - Doornspijk

L ang geleden zag de Achterhoek er. De geschiedenis van Doetinchem, Wehl en Gaanderen

Zaandam (dam van de bewoners van de Zaan), Purmerend (plaats die aan. het einde van het meer de Purmer ligt) of Almere (genoemd naar een meer

Wandeling Landgoed Wouwse Plantage ca. 9km.

HET PALEIS IN DE STAD

Wandelweg nr. 16 : Pont le Prêtre : Durbuy Merkteken

Beleef de natuur en cultuur van Elsloo

Dilbeek/Itterbeek voetwegen ten noorden van de Roomstraat. Trage wegenproject.

OPDRACHTEN bij de FIETSEXCURSIE van het project MOOI HOOGLAND-WEST!

Dries Wijckmans. Taak leefomgeving. Aardrijkskunde

Wandeling n 8 : Les Mégalithes de reuzenstenen : Durbuy Bewegwijzering : 1

FIETSEN ROND VOLLENHOVE

" Non - Stop " Seniorenwerking vnr - vzw

Drie aardkundige monumenten

Saint-Quentin (Frankrijk) Frankrijk. België. Nederland. in de Noordzee (Nederland) Vlaams Gewest. Waals Gewest

De weg terug. Voorstel voor herstel van een Geneneindse kerkepad in Bakel

Veldheem Wezep en archeologie

De Kasteelseloop. Geachte Heer/Mevrouw,

De Reusel wij gaan Reuselen

Bewonersplatform Kerkrade-Oost- Wandelen in Kerkrade

Archeo-rapport 51 Het archeologisch vooronderzoek aan de Heerstraat te Lovenjoel

Saint-Quentin (Frankrijk) Frankrijk. België. Nederland. in de Noordzee (Nederland) Vlaams Gewest. Waals Gewest

5,1. Samenvatting door Anoniem 686 woorden 2 maart keer beoordeeld. Geschiedenis. Hoofdstuk 3 De tijd van monniken en ridders.

Saint-Quentin (Frankrijk) Frankrijk. België. Nederland. in de Noordzee (Nederland) Vlaams Gewest. Waals Gewest

Wandelen - Achel - Soerendonk - Achelse Kluis

Raakvlak Rapport Archeologisch onderzoek op het Hof van Praet te Oedelem

Wandeling n 3 : Jenneret :

Staatsbosbeheer T Anloërdiep. Wandelen tussen de houtwallen - 11 km

STRUIN BULLETIN. Korte Struin 2. Uitgave: december De grens over: Een boswandeling tussen Eperheide en Teuven

De D13 gaat enkel over de Vlaamse Kaai en de situatie rond de brug naar Ledeberg

Wandeling n 5 : De ronde van Durbuy : 5/1 : De begijntjestrappen 5/2 : Belvédere Durbuy Bewegwijzering :

Wandeling n 20 : De toeristische weg : Durbuy Bewegwijzering :

Routebeschrijving. Mountain bike. Hives

Complexnummer: Smallepad MG Amersfoort Postbus BP Amersfoort

STRUIN BULLETIN. April Korte Struin 9. Bos en water rondom Plasmolen

Limburg tussen staf en troon 1000 jaar graafschap Loon. les 1: Wie waren de graven van Loon

STADSWANDELING ZUTPHEN

Monumentnummer*:

Grond onder je voeten

Gedichten langs de Geul- route GULPEN-WITTEM

Archeo-rapport 19 Het archeologische vooronderzoek aan de Herstappelstraat te Lauw

Mormont. Op weg van Houffalize naar la Roche moet je eerst door Mormont (ongeveer 10 km van Houffalize). Het heeft slechts een handvol huizen.

Opdracht 1: rivieren het stroomgebied en kanalen van in Vlaanderen

LANDGOED VILSTEREN - WATER

De archeologie van Weert-Nederweert van de prehistorie tot de Middeleeuwen

Project aansluiting van de Bottelaarse Vijvers op het Trage Wegen net

Wandeling n 4 Fond Vedeur : Durbuy Bewegwijzering :

Werkkatern 6 Welkom in onze provincie

TASTBARE TIJD, LEIDSCHE RIJN

De geomorfologie in het gebied wordt voor een belangrijk deel bepaald door de stuwwalvorming tijdens de Saale-ijstijd (afbeelding I.1).

Averboodse Baan (N165), Laakdal

Barntrup Lippenland. Over de Beckerberg langs de 'Grensweg' Niedersachsen - Nordrhein Westfalen. 3 uur - 9 Km hoogtemeters

Cultuurhistorische verkenning Zandwijksingel Woerden. Datum 2 mei 2011

De Aardkundige en landschappelijke waarde van de Havikse eng.

KORTE STRUIN 13. Mei 2017

Korte geschiedenis van de parochie

De Wageningse Eng. Beeld van een bijzonder stukje Wagenings cultuurlandschap. Luuk Keunen 22 maart 2011

Publiekssamenvatting. Archeologisch onderzoek Groene Rivier Pannerden

Wandelroute De Diepen, Sint-Jansberg

Ter ere van mijn vijftigste verjaardag. Ruud J. E. Offermans. Sittard, november Alle rechten voorbehouden. Redactie: Hub Offermans

1. Wandeling Kala Nera Milies Kala Nera

Wandeling n 1: Eneilles :

Geschiedenis van de voormalige Torenstraat in Sint-Michielsgestel

Wandelroute Twente Hezingen.

Wandeling De Kleine Kievit ruim 4 uren (in te korten tot 3 uren).

ROOD VOOR ROOD GROENRIJK / LANDSCHAPSPLAN EN INRICHTINGSVOORSTEL

Wandeling n 13 Hé des pourceaux : Durbuy Bewegwijzering :

Door landgoed Nieuw Rande naar Diepenveen

Vallis ❿ 61. Prachtige gebouwen en panorama's

Halle, Duezstraat Proefsleuvenonderzoek

Opdracht 1: rivieren het stroomgebied en kanalen van in Vlaanderen

Wandeling 1 Afstand : 15 km Percentage verhard-onverhard 15% - 85%

Verslag van een luswandeling met zicht op Coo

Leest. Inhoud. 1. Situering 2. Naamsverklaring 3. Indeling in secties en gehuchten 3.1 Leest Smal - Brabant 3.2 Leest Vrijheid Mechelen 4.

met historische gegevens. Nog meer gegevens kunt u vinden op: en dan klikken op Drenthe 3 t/m 7

DEELNEMERS INLEIDING. Maandag 24 januari : Malmedy : Basse-Bodeux

Werkstuk Aardrijkskunde Loonse en Drunense duinen

3000 v. Chr v. Chr v. Chr v. Chr.

2.4 Transport. Figuur 21 : Dichtheid van de drie types vee op het niveau van de clusters

KORTE STRUIN 14 Mei Op de But: groen avontuur in het Nederrijkbos

Kerngegevens gemeentelijk monument: : Kasteelweg 13a. Kadastrale aanduiding : HHS00 sectie U nr(s) 282 Coördinaten : x: 189.

DE MAAS (in Belgie)

Vertrek te Felenne, voor avontuurlijke stappers

Transcriptie:

De Essenbeekse Halleweg 1 Halleweg De huidige Nijvelsesteenweg is vlak na de Belgische onafhankelijkheid (1830) aangelegd als modernisering van de middeleeuwse Nijvelweg of Waelenweg en volgt het traject ervan. Op Google Earth is de baan duidelijk herkenbaar als een bijna rechte lijn uit het centrum van de stad naar het zuiden. De weg vermijdt de beekvalleien die we aan beide kanten herkennen aan de hoogten 80 en 60 meter en we zien dat hij snel klimt over de waterscheiding naast het Maasdal. Bij het verlaten van Sint-Rochus is er een wegsplitsing. Links vertrekt een oudere, een prehistorische baan, de Halleweg. Deze prehistorische Halleweg loopt bijna parallel met de huidige Nijvelsesteenweg, maar neemt een enigszins vlakker parcours over de hellingen. Hij stijgt minder snel tot aan de huidige verkeerslichten aan de A8 en vermijdt daarna de depressie aan de vijver van Essenbeek. De Halleweg ontwijkt dit beekdal door een bocht te maken over de Boterham. Op de kadasterkaart van VANDERMAELEN (zie fig. 1-1) is deze Halleweg ingekleurd. 1-1. Kadasterkaart VANDERMAELEN (1837). Gekleurd de Halleweg naar de Boterham, hier aangeduid als Hameau d'esschenbeck, een zessprong. De modernere Nijvelweg (Chemin de Hal à Nivelles) loopt bijna parallel maar neemt de afdaling naar de vijver van Essenbeek. Merk de vijver aan het kasteel en de dreef, Drève. Boven de Halleweg loopt de Kromstraat. Onder de ingekleurde Halleweg zien we de Chemin de Hal à Nivelles, dit is het tracé van de middeleeuwse Nijvelweg, de voorloper van de moderne Nijvelsesteenweg. Alvorens deze directe weg naar Nijvel werd aangelegd, ging alle transport via de Halleweg over de zessprong aan de Boterham. Op het kruispunt van de Boterham (Hameau d'esschenbeck op de kaart) vertrekken zes verschillende wegen: 1 de vernoemde verbinding richting Halle, de Halleweg, (op de kadasterkaart is een stukje aangeduid als Chemin de Luik Weg);

2 een lokale weg, op de kadasterkaart blauw aangestreept, de Borrestraat eindigt aan een bron, de Aemborre, maar is heden doorgetrokken tot aan de vijver; 3 de Dreef, een recht stuk, verbinding met het vroegere kasteel; 4 links loopt een weg over de Kromstraat naar Buizingen; 5 rechtdoor gaat een weg gaat naar Dworp / Alsemberg, de Chemin de Luik Weg, en verder als Chemin d'esschenbecque à Tourneppe; 1 6 de zesde weg splitst zich wat hoger op de hellingen en is voor deze analyse de belangrijkste; 6.1 met een verbinding door het Halderbos naar de vallei van de Hain-Braine 2, vroeger wandelden we langs deze weg naar de vijvers van Wauthier-Braine; 6.2 het andere deel gaat zijwaarts van het Halderbos via de Vlasmarkt naar Bruinkasteel 3 en Nijvel, dit is de Halleweg / Vieux Chemin de Hal. BORREMANS geeft een uitvoerige beschrijving van het oude wegenstelsel en het voortbestaan ervan in historische tijden. Hij ziet drie hoofdassen. Een aantal oude wegen loopt parallel aan en dicht bij de oevers van de Zenne, Sennette, Zuun en Hain-Braine (oorspronkelijke naam van deze rivier is Braine). De valleien van deze rivieren zijn altijd dicht bevolkt geweest zodat er weinig getuigenissen van de oorspronkelijke bewoning overblijven. Boven op de heuvelkammen tussen de rivieren liggen neolithische paden die tot het einde der middeleeuwen belangrijke verkeersaders gebleven zijn. " Ze volgden droge hoogten, dikwijls met heide begroeid en vermeden meestel steile hellingen, moerassen en beekovergangen. De kudden van de primitieve veehoeders konden langs dergelijke wegen grote afstanden afleggen." 4 Er zijn ook dwarse verbindingsassen die twee van elkaar verwijderde rivieren en heuvelkammen verbinden. Ook deze vermijden zoveel mogelijk beek- of rivierovergangen, moerassige gronden en golvend terrein door de heuvelruggen te volgen die zich tussen de bijrivieren (beken) verheffen. 5 De Halleweg / Vieux Chemin de Hal behoort tot deze laatste categorie der verbindingsassen. Nog voor de Romeinse verovering steekt deze belangrijke weg de Zenne over op de plaats waar de stad Halle zich later heeft ontwikkeld. Op de dagzomende rotsformatie te Halle bevonden zich één of meerdere wadden en deze oversteekplaats(en) werden ook door de prehistorische wegen gebruikt. Vanaf de oudste tijden werden langs de rivier goederen vanuit het bekken van de Schelde over (het huidige) Mechelen en Brussel een eind weegs met kleinere schepen naar het binnenland verscheept. 6 De vallei, die de Zenne zich heeft uitgegraven, neemt in Halle een knik rond het peil 33 meter omdat de rivier de harde gesteenten van zijn bovenloop verlaat en zijn loop verder zet in zachtere tertiaire bodems. De rotsformaties stroomopwaarts de stad beletten het verder gebruik van de waterweg voor vrachtvervoer en Halle vormt aldus het eindpunt van het transport op de Zenne. Aan de overslagplaats die hier was ontstaan, passeerde de belangrijke verbindingsas die tussen het vruchtbare leemgebied rond Nijvel het even vruchtbare leemgebied rond Lennik ligt. De latere abdij van Nijvel bezit deze twee vruchtbare leemgebieden van elkaar gescheiden door de brede valleien van de Zenne en de Hain-Braine en dit bepaalt voor een groot deel de geschiedenis van Halle. De rivierovergangen daarentegen, te Halle aan de Zenne en te Bruinkasteel aan de Hain-Braine, zijn schenkingen van WALDETRUDIS aan haar abdij te Mons. Dit heeft politieke gevolgen voor de middeleeuwse politiek. De abdij te Nijvel komt in handen van de graaf (later hertog) van Brabant en de schenkingen van WALDETRUDIS komen in het bezit van de graven van Henegouwen (zie fig. 1-2). In de loop der eeuwen zijn

dit niet altijd de beste vrienden en soms bittere vijanden. Halle was niet enkel een commercieel en logistiek centrum op het kruispunt van diverse handelswegen en een waterweg. De weg Halle - Nijvel werd een militair speerpunt van de Henegouwse graven in het Hertogdom Brabant. Het militaire belang van deze Nijvelweg vanuit Halle blijkt uit de dubbele poort bij het verlaten van de middeleeuwse stad. Tussen de wallen en een aftakking van de Zenne staat een groot molencomplex dat samen met twee opeenvolgende poorten (Kwadepoort en de Bospoort) de toegang tot de stad aan de Lange Steenweg bewaakt. 7 1-2. De vroegere bezittingen van WALDETRUDIS, de domeinen van Halle en Bruinkasteel (Braine-le-Château) met Haut-Ittre vormen een Henegouwse (blauw) vinger richting het Brabantse (groen) en Nijvel. Lembeek (rood) is een Vrijheid. (Naar FRANSSENS, bijgewerkt) "Buiten de poort noteren we zoals aan de twee andere hoofdpoorten een Dries, vanwaar vier wegen vertrekken: ( ) de Kleine en Grote Rodenemweg; ( ) de Nijvelweg, die verderop splitst in de Nijvel- en Essenbeekweg, en de Broekborrestraat. Zo hebben wij de verbinding met de drie hoofdwijken van Halle aan deze kant (van de Zenne): Rodenem, Essenbeek, Broekborre-Nederhem en het hinterland: het Halderbos en Nijvel, het Walenland." 8 Het wegenstelsel rond Halle is dus zeer oud en in de fysionomie van de streek zijn de prehistorische relicten te herkennen. 9 De oudste verbinding tussen de vallei van de Zenne en het gebied rond Nijvel loopt langs de Boterham. Deze prehistorische weg volgt diverse hoogten tot aan de heuvelkam boven Essenbeek. Deze kam scheidt de vallei van de Zenne van deze van de Hain-Braine en is tegelijk gemeentegrens en taalgrens. (Wauthier-Braine, Braine-le-Château). Op de topografische kaart van 1872 noemt deze heuvelkam Eskemberg (helemaal onderaan op het detail fig. 6-1). Vanuit Bruinkasteel loopt de Halleweg / Vieux Chemin de Hal verder zuidoost naar Nijvel: Vieux Chemin de Nivelles. Door het feit dat deze weg een belangrijke verbinding vormde tussen steden die deel uitmaakten van vijandige feodale entiteiten (Brabant / Henegouwen) zullen we langs dit taject weg ook militaire relicten aantreffen. Het Essenbeekse gedeelte van dit prehistorisch tracé en zijn toponiemen bespreken we in de volgende paragrafen. 2 Boterham De Halleweg bereikt Essenbeek via het wegenkruispunt aan de Boterham. De Boterham is een merkwaardig microtoponiem. Deze samenstelling bestaat uit twee eetbare begrippen, boter en ham, ons bekend als een snee brood. Volgens VERBESSELT stond hier voorheen een afspanning met die naam. Van hier zagen de bedevaarders de kerktoren van Halle en hielden ze een laatste rustpauze. 10 Hier zou een afspanning gestaan hebben met de naam Boterham en

de naam ging over op het kruispunt. Maar het omgekeerde kan ook waar zijn, de herberg kan de naam van het kruispunt hebben genomen. POSSOZ ontwikkelt in Gedenkschriften 11 een boeiend en interessant verhaal rond het streekgezegde 't ammeke van d'hesp. Het artikel is te consulteren in de Stedelijke Bibliotheek. Hij stelt dat de toponymie van ham verwijst naar een stuk grond langs verschillende kanten omgeven door water: een uitham (promontorium) als tegenstelling tot inham. Volgens GYSSELING is een ham een landtong in een vochtig stuk land of aan een bocht in een rivier. 12 Zo een landtong kan aangespoeld zijn of zich op een natuurlijk terras bevinden waarrond het water zich slingert. Dit betekent dat een -ham zowel modderig als droog, zanderig als vruchtbaar kan zijn. 2-1. Het centrum van Essenbeek door FERRARIS. De bebouwing is gegroepeerd rond de Boterham. De beek vanaf de Aemborre is duidelijk getekend en stroomt verder richting huidige Vijverbeek. Er is een afvoer van de kasteelvijvers en het kasteel is duidelijk waar te nemen in een vijver. De bovenloop in de Warande-vallei is niet getekend maar zit waarschijnlijk verborgen onder de bomenrij. De dorpsnaam is geschreven als Schembecque. In het geval van onze Boterham en de lager gelegen gronden bestaat de bodem uit vruchtbare leemafzettingen op een helling die zacht glooiend afhelt naar de beekvallei en vijvers. Het toponiem verwijst dus niet naar ons dagelijks ontbijt of de afspanning waar dit te verkrijgen is. De benaming boter- kan wijzen op de goede kwaliteit en het hoge vruchtbaarheidsgehalte van de omliggende grond. Dit is te vergelijken met de Engelse butter-toponiemen waarin diezelfde kwaliteitsaanduiding doorklinkt. De benaming boter- heeft misschien ook iets te maken met de kleur van het zand of de begroeiing. Laten we het houden bij een kwaliteitsaanduiding van een rijke bodem aan lager gelegen gronden waar leem en humus, afgespoeld vanaf de hellingen, een vruchtbare laag vormen. De helling is gericht op het westen en het zuidwesten en beschermd tegen de noordenwind door de achterliggende

hooggelegen bosgordel tussen Buizingen, Dworp en Bruinkasteel. Dit is een vruchtbare ham, dus een Boterham. Op de kaart uit 1872 (fig. 2-2) is duidelijk te zien dat wat nu het centrum van Essenbeek is, bestond uit een aantal weiden en onbebouwde percelen. De oorspronkelijke bebouwing bevindt zich op de top van de helling en krijgt de naam Boterham zoals de paradijselijke helling. Later als de bebouwing zich uitbreidt tot aan de beek met het kasteel en de vijvers krijgt het gehucht de benaming Esschenbeek. 2-2. Detail van topografische kaart van 1872 met het centrum van Eskembeek. Beken in lichtblauw bijgekleurd. Het naamwoord ham geeft namen als Hamme, Ham. De Nederlanden liggen er mee bezaaid en ze zijn ook te vinden in aanpalende Nedersaksische gebieden (vgl. Hamburg). 13 Sommige ham-toponiemen zijn moeilijk herkenbaar zoals de naam van het dorpje Wintam, tegenwoordig aan de grote zeesluis naast de Rupel gelegen, vroeger in een bocht van dezelfde rivier en tot voor honderd jaar Wintham (Wind Ham). Ook in Lembeek was er ooit een Hammestraat 14 en aan een, door het kanaal afgesneden, arm van de Zenne heette een weide aan één van de bochten Den Ham. 15 In het Nederlandse taalgebied is er een duidelijk verschil tussen -heim, -heem en ham. De Germaanse suffixen -ingaheim of -heim evolueren tot -ghem, -hem, -ingen. Franstalige etymologen laten alle plaatsnamen zoals Ham, Hamel, Han, evolueren uit het Germaanse heim, heem want zowel ham als heim geven in het Romaanse taalgebied plaatsnamen met - ham. 16 Dat is slechts gedeeltelijk correct, bij nader toekijken zien we vele van de Romaanse hamtoponiemen aan een rivierbocht op een schiereiland, op een -ham dus, liggen. Voor het zuiden van België vinden we voorbeelden in Han-sur-Lesse, Marbehan, Poupehan, Frahan, Ham-sur-Heure. De hamtoponiemen zijn in Noord-Frankrijk te vinden tot aan de Seine. 17 In Frankrijk is het verspreidingsgebied van dit toponiem te vergelijken met het gebied van de Belgische stammen bij de invasie door CAESAR. 18 3 Aemborre en Vijverbeek Aan de Boterham draait de prehistorische baan om het brongebied van de Aemborre. (Zie FERRARIS fig. 2-1.) Borre betekent waterput of bron. Een aem- is een Middeleeuwse vochtmaat voor olie, wijn. 19 Aem- gaat terug op een Indo-Germaanse wortel *ama, natuurlijke waterloop. Aam- is in tal van Nederlandse plaatsnamen terug te vinden (Aam, Ameland, Amen, Amer, Amersfoort, Amstel). Zo ook in de oudste schrijfwijze van Aemsterdam waarin aem staat voor het Oud-Fries stroommonding of riviermonding. De naam heeft dus betrekking op vocht en water.

3-1. De vijvers in hun vroegere glorie. Op deze foto is het kasteel verdwenen en de kerk is al gebouwd maar de hellingen vormen nog een halfopen bebouwing De Boterham is de nederzetting ontstaan op hogere gronden gelegen boven de vochtige, voedselrijke boterige weidegronden waar de *Aemborrebeek en de Vijverbeek een kom vormen. De Borreweg (=bronweg), is op de topografische kaart van 1872 (zie fig. 2-2) nog een doodlopende steeg tot aan de bron, de Aemborre (=waterbron), die we herkennen als het hoofd van een valleitje. Deze kleine laagte is uitgesleten door een beekje dat we hypothetisch het *Aemborrebeekje noemen en dat in die tijd een eind verder in de Vijverbeek uitmondt. Op de kaart van FERRARIS daarentegen mondt de Vijverbeek vanuit de vijver uit in het *Aemborrebeekje. Dit beekje is intussen verdwenen in de bebouwing maar de laagte die voor de waterafvoer heeft gediend is zichtbaar tussen de huizen en de tuinen. In vroegere tijden moet dit weliswaar een korte maar toch een heuse beek geweest zijn, van water voorzien door het insijpelen op de doorlaatbare zandgronden hoger op. De valleien van beide beken vormen een V-vormige landtong en zo ontstaat een vochtig schiereiland, een Ham, waarop heden het dorpscentrum van Essenbeek staat. Door de Halleweg (of de Kromstraat) naar de Boterham te nemen, ontweek het vervoer in de oude tijden de vochtige laagte aan de samenvloeiing van Vijverbeek en *Aemborrebeek. Het oversteken van dit moerassig stuk eiste de bouw van een verharde weg en brug wat een kostbare zaak was in de toenmalige omstandigheid. Het was verkeerstechnisch productiever een kleine omweg te maken over de Halleweg en de Boterham. Er was nog een andere reden om de hellingen van Essenbeek te bestijgen via deze kleine omweg. Het overschrijden van de beekvallei eiste heel wat energie omdat men vanuit Halle eerst een steilere helling, daarna een stukje bergaf en opnieuw een lange en steile helling opmoest. Om zware lasten over deze weg te transporteren moesten de gebruikers over voldoende paardenkracht beschikken. Om zwaar beladen voetgangers of wagentransporten over de hoogtes te krijgen was de minder steile helling langs Halleweg, Boterham en Steenstraat een gemakkelijker oplossing, zelfs indien hiervoor vijfhonderd meters meer weg moet worden afgelegd (4700 meter tegenover 4200 meter). Omgekeerd, vanaf de Vlasmarkt naar Halle is het via de Steenstraat en de Boterham een

stuk gemakkelijker want een stijgende helling valt weg. Op het hoogste gedeelte van de weg, aan het café In de Rust op den Berg rechtover de vroegere uitkijktoren, kan men zijn remmen loslaten en zonder aan de pedalen te komen arriveert men in Halle aan de Bospoort. Dit is een continue afdaling over ongeveer vier kilometer! 4 Kasteel 4-1. Kadasterkaart van VANDERMAELE. Op deze kaart loopt de Nijvelweg / Waelenweg op een dam door de vijvers (302 & 303) van het kasteel (158). De vijver rond de motte (135) en de tweede vijver zijn blijkbaar drooggelegd. De. *Aemborrebeek wordt niet aangeduid. In de beekvallei aan de samenvloeiing van *Aemborrebeek en Vijverbeek staat het vroegere waterslot van Essenbeek. De waterpartijen, evenals de contouren van het kasteel, zijn nog te zien op de uitvergrotingen van de verschillende kaarten. In 1878 stortte de toren van het kasteel in waarna de rest van het kasteel werd vernield. Het kasteel, gebouwd in de XIIe XIVe eeuw, was volledig omringd met vijvers waarvan er slechts een deel overblijft (deerlijk mishandeld de laatste tijd). Volgens VERBESSELT hebben we hier te doen met een motte waarvan de ouderdom zeker opklimt tot de troebele periode van de XIIe XIIe eeuw. Een hogere ouderdom is zelfs niet uitgesloten. Het kasteel was het machtscentrum van het hele gebied aan deze kant van de Zenne en het is aangelegd in een moerassig stuk aan de samenvloeiing van de besproken beken, los van de woonkern rond de Boterham. Zoals uit alle afbeeldingen blijkt is dit kasteel dus niet het centrum van het gehucht want tot laat in de XIXe eeuw was het dorpscentrum gelegen op en rond de Boterham. Dit kasteel hield toezicht op verkeersknooppunten vanuit Halle naar het zuiden en het oosten. Niet enkel de zessprong aan de Boterham werd gecontroleerd door de versterking aan de vijvers. Ook de verbinding tussen het Brabantse Buizingen en Lembeek (Chemin de

Buysinghen à Lembecq), via het Kruys Veld en Klein Cruys Veld, stond onder controle van deze fortificatie. "Het kasteel nam aldus een sleutelpositie in; enerzijds op de toegang tot de stad, die men van op de hoogten zag liggen, anderzijds de toegang of uitgang van het bos." 20 Deze waterburcht met dubbele wallen werd beschermd door de uitgestrekte vijvers en was moeilijk te benaderen vanuit de Warande die dan nog bebost en moerassig was. 4-2. Het kasteel van Essenbeek was een belangrijk militair bouwwerk dat de zuidkant van Halle afschermde. Het beheerste o.a. het wegenknooppunt aan de Boterham met de splitsingen van de Halleweg naar Lembeek, Dworp, Alsemberg (verder oostwaarts Leuven, Luik), naar de drie Braine's, naar de Vlasmarkt, en Nijvel. Aan de andere kant van het kasteel passeert de huidige Nijvelsesteenweg, de middeleeuwse Nijvelweg of Waelenweg. Het natte dal in het verlengde van de kasteelvijvers is pas later overbrugd om er de Nijvelweg te laten passeren. Om het prehistorische traject tussen Halle en de Vlasmarkt in te korten is hier een overbrugging van de beekvallei gemaakt. Een brug bouwen over de beek of een dam (of koker) leggen door een natte vallei vereist een centraal bestuur dat een hoeveelheid arbeid investeert. Eenmaal een brug of een dam gebouwd is moet die ook onderhouden worden en zal er misschien zelfs een tol geheven worden. Dat vereist een politieke beslissing die enkel kan vallen door een centraal bestuur bevoegd voor een ruim territorium. Daarom is het logisch dat de Nijvelweg / Waelenweg door de beekvallei een late creatie is. 5 Steenstraat Vanaf de Boterham loopt de prehistorische weg naar Nijvel omhoog langs de hoge oostelijke rand van de beekvallei aan de Warande. 21 De straat die omhoog loopt vanaf de Boterham heet tegenwoordig Devilléstraat naar een verzetsheld uit WO II. Wat hoger op ontmoet deze weg de Kasteelstraat die vanaf het vroegere kasteel vertrekt. Westelijk ervan (rechts op de foto fig. 3-1) ligt in de diepte de beekvallei, het groene dal van de Warande. De Devilléstraat en Kasteelstraat lopen samen langs de Warande verder tot op de hoek van de Steenstraat. De

benaming Steenstraat kan verwijzen naar een oude Romeinse bestrating. Deze benaming was tot in het begin van de vorige eeuw gebruikelijk om een gewezen Romeinse baan aan te duiden en in ons land bestaan er tientallen Steenstratent. In het Picardisch spreekt men van cauchie van het Latijn causidia, kassei. 22 De kadasterkaart van VANDERMAELEN toont in het verlengde van de Chemin Steenstraet een Chemin dit Keesstraet die aansluit via het kruispunt met de Kromstraat, op de Chemin d'esschenbeek à Tourneppe. Het toponiem Kees (verbastering van kassei, kalsie?) wijst vermoedelijk ook op een bestrate weg. 23 Dit was ooit een belangrijke verbindingsweg door het bosgebied tussen de omgeving Dworp en de omgeving Lembeek. Waarschijnlijk betreft het de neolithische weg I beschreven door BORREMANS & WALSCHOT. Deze vertrok uit de vallei van de Haine (Henegouwen!) en volgde de waterscheiding tussen de Zenne en Sennette om deze riviertjes over te steken ten zuiden van Tubeek. 24 In de middeleeuwen stond hier een brug, Hobruge (vermeld in 1230). De neolithische weg verlaat de Zennevallei langs Lembeekbos en volgt dan verder de hoge rug over Essenbeek naar Dworp en Ukkel. Te Essenbeek kruist deze oude weg de verbinding Halle-Nijvel. 25 In de vallei van de Warande loopt het beekje waarvan de bron ontspringt aan de voet van de Steenstraat in een heden dicht bebouwd perceel langs de Bronstraat. Daar is vlak beneden de bron een moderne weg aangelegd, de Warandeweg, die Dworp met Lembeek moet verbinden. Daardoor is het mooie beekdal aan de Warande in twee gesneden en onthoofd. Door de vele urbanistische misgrepen blijft van de ooit klaterende beek weinig over. Het restant van de beek loopt door achtertuinen al dan niet ingenomen door koterijen en ontsierd met afval. Vanuit Google Earth is te zien dat een kaatsbaan met de allures van een vliegveld midden de Warande ligt. Er loopt een project om in de vallei de natuur te herstellen en men werkt hier aan de realisatie van een bosreservaat. Onze weg draait hier net onder de heuvelkam naar het zuidwesten. Een topografische heuvelkam is een lijn die op een heuvelrij de hoogste punten boven de zeespiegel verbindt. Er bestaat ook wat men een militaire heuvelkam noemt. Deze bevindt zich enigszins beneden de topografische hoogste punten op de vlakkere top van de heuvelkam waar deze overgaat in een steilere helling. Van hieruit heeft men zicht op de vallei terwijl men ingedekt is door de heuvelkam zelf. De vochtige brongebieden liggen nog wat lager op de helling zodat deze positie ook drogere wegen oplevert. Vele, zo niet alle, prehistorische maar ook Romeinse en middeleeuwse wegen zijn gewoonlijk op deze militaire hoogtekammen gelegen. In dit geval geeft deze heuvelkam ook beschutting tegen de oostenwinden. 26 Boven op het plateau ligt het toponiem Verloren Kost. Een ander Verloren Kost heeft zich vlak voor de wallen van de stad Halle bevonden. 27 Te Bergen-op-Zoom werd buiten de stadsmuren, bij het poortje Verloren-Cost door kloosters en welgestelde mensen overschotten eten uitgedeeld, wat de indruk wekt dat de naam een verband heeft met armoede en etensresten. Maar in het Middelnederlands woordenboek lezen dat de naam niet enkel naar verloren geld wijst. Het was de aanduiding van een strategisch object, een verdedigingswerk, gewoonlijk een toren; afgescheiden van de hoofdlinie dat zich vóór deze op een zekere afstand bevond. 28 De betekenis ervan is een vooruitgeschoven versterking. 29 Een Verloren Kost is een tijdelijke verdediging waaruit men zich terug trekt in de eigenlijke versterking. Het is letterlijk een verloren investering die volgens sommige bronnen bestond uit een toren en soms stond deze op de stadwallen zoals te Leuven 30 (Halle?).

De Verloren Kost van Essenbeek lag op de zeer arme gronden van het Plattebeursveld. Deze naam is overgegaan op een grote hoeve op deze locatie (Platte Borse Veldt, Platte Busse Veld). 31 Vandaar dat er twijfel kan zijn of hier sprake is van een verdedigingspost of dat de naam verwijst naar de armoedige gronden. Er zijn echter de andere toponiemen in de omgeving waaruit we besluiten dat hier een verdedigingslinie bestaan heeft. Op Rodenem bestaat in 1754-1764 het toponiem Kasemande. Volgens VANVOLSEM zou dit een verbastering kunnen zijn van kazemat (Fr. casemate, kanonnenkelder) "In dit grens- en slaggebied tussen Halle (Henegouwen) en Lembeek (Brabant) (komen) nog andere militaire toponiemen voor: Veugeleur (artillerieonderdeel uit de 14e 15e eeuw), Resteleurs (helling) en Kolderken (paardenziekte)." In Lembeek bestond een toponiem Binchefort. 32 5-1. Vroeger zicht op de Steenstraat van op de heuvelkam. Vooraan een zavelput. Daarachter het brongebied van de beek met de Warande en de kerk. 6 Eskemberg Nabij het hoogste punt van de Halleweg vinden we op diverse kaarten een merkwaardig toponiem: Eskemberg (zie fig. 6-1). Dit toponiem situeert zich oostelijk van de Nijvelsesteenweg, tegenover de Krekelenberg en de vroegere uitkijktoren (westelijk van de baan op hoogte 125). Op de Ferrariskaart wordt Eskemberg en nabijgelegen Espinette aangeduid als H au wat zoveel betekent als hameau, gehucht.

6-1. Stafkaart 1871. In rood aangestreept, het tracé van de weg vanaf de hoek van de Kasteelstraat / Steenstraat. De weg loopt onder de heuveltop tot aan het Maasdal waar hij afdraait naar het zuiden om via een zachte helling over de hoogte naar de zuidhelling te gaan aan het toponiem Eskemberg. De huidige Nijvelsesteenweg daalt en stijgt via de vallei van de Beukendaelbeek over een recht tracé naar Wauthier-Braine maar de oudere weg, de Vieux Chemin de Hal, houdt zoveel mogelijk de hoogtelijnen vanaf de Vlasmarkt (kruispunt onderaan het kaartdetail). Het toponiem verwijst naar een hoogte (-berg) maar de betekenis van het eerste deel eskemblijft een vraagteken. Vanwaar komt deze benaming? Een verwante naam, Eskenberg, is te vinden in de omgeving van Herzele en Sint-Lievens-Houtem. Is het een Heksenberg? In Mémoires couronnés par l'académie royale des sciences 33 uit het jaar 1837, vinden we verschillende keren ons toponiem in een artikel over de Brabantse geologie. Dit is een turf van honderd en tweeënnegentig bladzijden over onze bodems en gesteenten. Bij de bespreking van de Brabantse zandgronden vinden we onze Eskemberg terug, evenwel met drie verschillende schrijfwijzen. Eenmaal als Eskemberg en eenmaal als Eskenberg, op pagina 72. 34 Daarna weer ontmoeten we vier keren Eskenbergh (pp. 73, 74, 75). Uiteindelijk tweemaal Eskenbergh in een overzicht in tabelvorm op p. 131. Vertelt deze zeer geleerde tekst over onze Eskemberg of zijn er meerdere gelijknamige heuvels in de buurt? (Brabant!).

In een document over het beheer van een natuurreservaat in het Halderbos is tweemaal het toponiem vernoemd maar dan als Esremberg. "Bekend van deze kaart is ook het toponiem Esremberg voor de ontboste enclave ten noordwesten van Jansheideberg (later Pipaanshoek genoemd)." 35 De rijk gedocumenteerde 'paper' over het natuurreservaat bevat details uit verschillende oudere kaarten. De passage op pagina 40 verwijst naar een detail van de Ferrariskaart en we lezen: "De huidige Pipaanshoek aan de overkant van Steenputbeek stond destijds bekend als de hoeve Esremberg." 36 Op de bijhorende Figuur 4-14, een detail uit de Ferrariskaart van ca. 1770, lezen we nochtans Eskemberg. De andere kaartfragmenten in het document bewijzen dat het hierover onze Eskemberg gaat. (zie fig. 6-2, 6-3, 6-4). Hieronder de kaartjes zoals afgedrukt in het document over Jansheideberg: 6-2. Ferrariskaart (ca 1770) vernoemt niet de hoeve Pipaenshoek wel de Eskemberg. 6-3. Vandermaelenkaart (ca. 1840) maakt een duidelijk onderscheid tussen hoeve Pipaenshoek en Eskemberg. 6-4. Op de Topografische Kaart 1872 is Eskemberg leesbaar. Verder ontmoeten we ons toponiem, vervormd tot Schemberg, in een beschrijving van de Slag bij Waterloo (1815). Let op de zeer merkwaardige verbastering van de toponiemen: "The battalions at Braine le Chateau also had got the instruction to pull back, in case of a retreat, as slowly as possible to facilitate the retreat of the troops at Tubize. The line of retreat was Halle, through Plasmarque or Le Flamand and Schemberg. The one for the units at Tubize was through Vogerbergh and Romain to Halle." 37 In dit verslag is sprake van het toponiem Vlasmarkt hier Plasmarque of Le Flamand geheten. Plasmarque is de vaak voorkomende Romaanse benaming voor Vlasmarkt. Het toponiem Le Flamand wordt als synoniem gegeven voor Vlasmarkt en is begrijpelijk gezien hier de taalgrens ligt en de sprekers van een Nederlands dialect (zoals Brabants of Limburgs) door anderstaligen doorgaans eveneens als Flamand benoemd worden. Vogerbergh zou Waaienberg, alias Krekelenberg, kunnen zijn en dan is Romain gelijk aan Rodenem, waar vroeger blijkbaar een wad over de Zenne bestond. Het toponiem Schemberg vinden we ook terug tussen Edingen en Halle. Het is gelegen tussen Sint-Renelde / Bierk en Heikruis. We tonen een detail van de topografische kaart van 1882 38 aangevuld met enkele moderne toponiemen. De Ferme Schemberg is te vinden aan de voet van een heuvel. 39 Merkwaardig is de aanwezigheid vlakbij van het toponiem L'Espinette

tegenwoordig benoemd als L'Epine. Dit doornig toponiem ligt vlak tegenover de vroegere Brabantse enclave van Bogaarden / Bellingen in het gebied rond Edingen. 6-5. Detail topografische kaart 1872 Rebecq / Rognon. In blauw toponiemen zoals op een latere kaart. In een bocht van de beek Ruisseau du Pont Neuf, voor de samenvloeiing met de Mussain, vinden we Chateau de Hamme en op de latere kaart Bois de Ham. Rechts midden de grachten van het kasteel van Mussain (aan gelijknamige beek). Het toponiem Schemberg vinden we ook elders. Een cartularium van het bisdom Luik vermeldt een schenking van o.a. een "locum dictum skembergh" aan de parochiekerk van Heylissem. 40 In Duitsland is de naam Schemberg zeer verspreid als familienaam, zie bijvoorbeeld Facebook. 41 Ook GOETHE vermeldde het toponiem ooit in de omgeving van Innsbruck. 42 Spijtig genoeg brengt het toponiem Schemberg ons niet dichter bij een verklaring voor de Essenbeekse toponiemen. Het Verklarend Register van VANVOLSEM verwijst naar een aantal oudere kaarten waarop het toponiem Eskemberg te vinden is. 43 Volgens deze auteur is Eskemberg een verbastering van Essenbeek dat op zijn beurt verwijst naar de boomsoort essen maar ook naar ontgonnen grond of waterloop. Maar welk is het verband tussen Eskemberg en Essenbeek? De Eskemberg is op alle kaarten duidelijk gelokaliseerd tussen de hoeve Pipaenshoek, het kruispunt Houtveld en de Nijvelsesteenweg. De benaming Essenbeek slaat daarentegen op de bebouwing in de vallei rond de vijver en het kruispunt van de Boterham.

7 Eskemberg en Eskembeek? Er zijn weinig eenduidige etymologische verklaringen voor de benamingen van dorpen en steden. Bijna elke auteur vindt wel een andere uitleg op basis van weer andere afleidingen en hypotheses en er is altijd ergens een nieuwe etymologie te vinden. De officiële schrijfwijze van Essenbeek lijkt te verwijzen naar een boomnaam: es. Es of as zou essenboom betekenen. Asbroek is een moeras (broek) vol met essenbomen. In Assum (NH) ziet men *ask = essenboom + heem = woonplaats. Ook Overasselt kan verklaard worden als bestaande uit Asle of Asselt = essenbos. Ast, is afgeleid van Asch met het collectief t-suffix; de plaats waar essen staan. Moeten we Essenbeek begrijpen als de beek aan de essen (bomen)? Twijfel is altijd mogelijk bij een etymologie maar de vorm eskem- (zoals in de lokale uitspraak Eskembeek of in het toponiem Eskemberg) doet ons twijfelen. Eskem- zou ook kunnen verwijzen naar de boomsoort es. In het Oud-Germaans heet deze boom waarschijnlijk (en hypothetisch) *aski. 44 De verklaring van het toponiem Essenbeek via de boomsoort es is uitnodigend maar lijkt ons betwistbaar want het toponiem es, essen hoeft in oorsprong geen bomennaam te zijn. In Brabants Heem lezen we: "Essen (1159 Eschen) is oorspronkelijk een waternaam. Men vergelijke b. v. met Asse en het ernaast gelegen Essene in Brabant. Oudgermaanse waternaam Askinö-, ( )." 45 Verwijst de naam van Essenbeek naar een beek tussen de essen of gewoon naar een beek met water? Over Essene, deelgemeente Teralfene, lezen we elders: "De naam "Essene" (historische schrijfwijze: Esschene) ( ) betekent vermoedelijk bij het water en houdt geen verband met de boomsoort 'es', zoals soms gezegd wordt." Daarenboven is de plaatselijke uitspraak: Eskene of Eskem. 46 De gelijkenissen met Essenbeek, de historische schrijfwijze Esschenbeek en plaatselijke uitspraak Eskembeek zijn al te opvallend. Toponymie moet niet enkel vertrekken van de oudste geschreven bronnen maar ook van het plaatselijke taalgebruik. In het Zuid-Brabants klinkt de naam voor de boomsoort es eveneens es. 47 Maar de uitspraak van de meervoudsvorm van es is essen- en niet esschen- (al dan niet uitgesproken met sch- of sk-). In Halle zeggen we als meervoud voor mes = messe(n) en niet messche, het meervoud van fles is flesse(n) en niet flessche. Nochtans lezen we in de vroegere spelling Esschenbeek. Daarenboven was in het Middelnederlands de uitspraak sk- in plaats van sch- algemeen, zoals in bijvoorbeeld skoe, skieten of skaven, in het huidige AN schoen, schieten, schaven. In het zuidwesten van Brabant is deze sk- lang bewaard 48 gebleven en in Halle spraken (spreken?) we van skoon, skeete, skoove. De Franstalige schrijfwijze Schembecque, op o.a. de afbeelding van Essenbeek door FERRARIS, wordt eveneens met sk- als Skembek uitgesproken. VANVOLSEM geeft verschillende schrijfwijzen voor de oude heerlijkheid: Esschenbecq, Eschebeek, Esschenbeek, Eschenbecq. Gezien Halle tijdens het Ancien Regime is bestuurd vanuit Henegouwen, is de naam in vroegere tijden dikwijls geromaniseerd en naargelang de onkunde van plaatselijke taal bij de grafelijke notulisten, zijn er diverse schrijfwijzen: Esschenbeke (1418), Escaubeq (1474), Escaubecque, Escoubeke, Scaubecq, Schabbeek. 49 Sommige van deze toponiemen vinden we trouwens elders terug in locaties met een oude niet-romaanse toponomie. Zo bestaat er nabij Braine-le-Comte een plaatsje Scaubecq genaamd. Volgens VAN DEN WEGHE is deze locatie in 1453 vernoemd als Escaubecque. Ook bij Lahamaide te Ellezelles / Wannebecq bevindt zich een parochie met deze naam: Scaubecq: Scaubece 1200, Scalbeccha 1116, Scaubeke 1221. 50 VAN DEN WEGHE geeft voor deze locatie de schrijfwijze Escaubecq in het jaar 1474. 51 (Bij allemaal en altijd is de sc- = sk-.) Is Escaubecque of Scaubecq een slordige en onjuiste

vertaling van Eskembeek of in tegendeel de juiste parafrasering in het Picardisch 52 van een oud begrip dat ons ontsnapt? Misschien hebben de grafelijke functionarissen geweten dat de Esuit Esschenbeek niet wordt vertaald met de bomennaam want dit zou Fresnebecque of iets dergelijks hebben opgeleverd. In elk geval, bij onze analyse van het toponiem Essenbeek houden we dus rekening met plaatselijke uitspraak Eskembeik. Deze vorm wordt bevestigd door een onverdachte bron uit 1826: Alphabetische naamlijst der gemeenten ( ) koninkrijk der Nederlanden ( ). 53 De officiële spelling tijdens de Nederlandse periode is: "Esschembeek, gem: Hal. Arr: Brussel. Prov: Zuid- Braband." Bemerk dat de plaatsnaam geschreven is met een m! Daarenboven is de dialectische uitspraak van sch- gewoon sk- en de Franstalige uitspraak van sch- is eveneens sk-! Geconfronteerd met de zowel de lokale uitspraak als met de vroegere en /of Franstalige schrijfwijzen én met het toponiem Eskemberg, vermoeden we dat berg en dorp hetzelfde prefix: Eskem- dragen. In deze logica is de oorspronkelijke naam van het dorp Eskembeek. De beek heet heden Vijverbeek maar laat ons veronderstellen dat deze beeknaam dateert van na de tijd dat er één of meer vijvers zijn afgedamd op de beek, dus (vroege?) Middeleeuwen. We noemen de beek in de Warande dus met haar hypothetische oudere naam *Eskembeek. Deze naam van de beek gaat later over op het kasteel aan de beek en daarna op het gehucht bij het kasteel. Indien onze logica klopt is de correcte naam van het gehucht Eskembeek zoals we de naam nog altijd uitspreken in Halle. De huidige ambtelijke schrijfwijze, Essenbeek, zet ons op het verkeerde been en zou ons bovendien laten veronderstellen dat het toponiem Eskemberg een verbastering is van Essenberg. Maar er is ook een fysisch aspect. De Eskemberg is alles behalve een geschikte biotoop voor de es. 54 Deze is één van de grootste bomen langs wegen, in parken en houtwallen en behoort samen met de liguster, sering en jasmijn tot de olijffamilie. Hij wordt gewaardeerd omdat het loof, dat gemakkelijk verteert, de bosgrond verrijkt en daardoor voor een rijk bodemleven zorgt. Hij groeit het liefst op vochtige bodems met leem, klei en krijt. Bij ons vinden we hem vooral in rivierdalen en beekvalleien (bronbos). De beekvallei aan de Warande beantwoordt weliswaar aan deze omschrijving maar er is dat andere toponiem: Eskemberg. Deze hoogte is bedekt met een laagje leem op zand, een droge bodem. De ruime omgeving, is bekend voor zijn zavelgronden: zowel geelrode ijzerhoudend als bruin zand. Deze dagzomen vooral op de hellingen. Niet direct een bodem waarin de es gaat floreren, laat staan toponiemen uitdelen. In het Halderbos is de es dan ook enkel vertegenwoordigd in enkele beekvalleien. Eskem- verwijst niet naar een boomsoort en we moeten elders zoeken. Een vage verwijzing naar een mogelijke anciënniteit van de benaming is het toponiem Asquempont, lieu-dit te Virginal, aan de rivierovergang van de Sennette en tegenwoordig aan het Kanaal Brussel-Charleroi. Aan de vroegere brug over de Sennette staan nu nog de resten van een Brabantse versterking. De naam werd vroeger geschreven als Askempont 55 en kunnen we beschouwen als de Romaanse vorm van een oudere vorm: Askembrug. Indien deze Askemverwant is aan onze Eskem- is deze de naamgeving zeer oud, want van voor de romanisering van de omgeving van Braine-le-Comte. De umlautsovergang 56 in het West-Germaans a>e trad in werking omstreeks de VIIe eeuw. Bijvoorbeeld de plaatsnaam Mechelen, uit Magulinas, bewaart in het Frans de a=a: Malines. 57 Indien het Dietse Eskem- en het Romaanse Askem- van deze overgang a>e getuigt dan dateert het toponiem van voor de VIIe eeuw. Dus voor een

verklaring van de naam Eskembeek kunnen we best terug naar de periode van de Frankische landname. In de vroege Frankische nederzettingen staan de hoeven rond een driehoekig plein, de biest of opstal genoemd. De biest dient o.a. om het vee te verzamelen vooraleer het naar de gemeenschappelijke weideplaats gebracht wordt. Op de biest bevindt zich een plas waarin het vee gedrenkt wordt. Rond de nederzetting bevinden zich de gemeenschappelijk ontgonnen akkers (ook es of enk genoemd). 58 In ongeveer dezelfde betekenis is het begrip es of enk bekend in verschillende landbouwgebieden in Nederland. In Gelderland worden stukken bos afgewisseld met hooggelegen akkers en lager gelegen weilanden. De hogere gronden zijn zandruggen. Deze bemest men met heideplaggen, vermengd met uitwerpselen van vee. 59 In Oost-Veluwe en de Achterhoek ligt dicht bij een boerderij een hoge, droge akker, een es of enk. De lagere gronden dicht bij de boerderij zijn graslanden voor vee. Verder van de boerderij af liggen op de natte gronden hooilanden en op de drogere gronden heide en bos. Zowel in het bos als op de heide wordt ook vee gehouden en uit het bos wordt hout gehaald. Op de heide worden plaggen gestoken om als stalstrooisel te dienen en de mest op te vangen die vervolgens op de akker of es wordt gebracht. 60 Toponiemen met es- dateren volgens deze visie uit de tijd van de Frankische landname en verwijzen naar de wijze van verwerken van stalmest van het vee dat 's winters op stal blijft. 61 Het spoor der Frankische boerderijen lijkt valabel en een goede invalshoek. Volgens de parochiale website van Essenbeek heeft aan de overkant van de beek aan de Warande vroeger een gemeenschappelijk stuk land gelegen: isk of esch. "Iske of Ische (oud-keltisch) is een stuk land of weide of heide, dat gemeenzaam goed was, waar de bewoners van een dorp hun vee lieten grazen. De naam 'Esschembeek' en later 'Esschenbeek', Essenbeek, komt zeer waarschijnlijk van deze lske." 62 Deze website geeft weinig bronvermelding maar toch een kleine hint. Waarschijnlijk haalt men de mosterd bij VAN DEN WEGHE. Deze maakte een uitvoerige analyse en raadpleegde verschillende woordenboeken. Gronden met de benaming esch zijn gemeenschappelijke gronden waarvan de delen, bij verschillende personen in gebruik, niet zijn afgesloten of omheind. Eschdorpen zijn gelegen op hogere en droge gronden waar ook veel ruimte is. Daardoor krijgt elke dorpsbewoner bij verloting een stuk esch, een stuk grond om te bewerken. 63 De definitie van VAN DEN WEGHE sluit aan bij de visie van andere auteurs. De *Eskembeek is een beek die door gemeenschappelijke gronden loopt en die ontspringt aan de Eskemberg, wat we ontleden we als es + kem+ berg. Es- wordt verklaard als een hoge zandrug die gemeenschappelijk bewerkt wordt door de dorpsgemeenschap. Percelen met teelten worden vruchtbaar gehouden met plaggen uit de heide die tijdens de winter dienen om stalmest op te vangen. Wat is de betekenis van kem. Dit kan verwijzen naar een verkleinwoord. In het Zuid-Brabants is -ken een diminutief: zie meisje = maske(n), huis = huizeke > hûske, mes = meske, fles = fleske. 64 Te Sint-Lievens-Esse wordt de vorm Eskenberg gebruikt. Deze vorm met ken overweegt ook in het geologisch traktaat van GALEOTTI uit 1837 en wordt eveneens gebruikt op enkele oudere kaarten. In het plaatselijke dialect assimileert -nb- tot mb-. Vergelijk met Sollenbeemd dat we in Halle ook Sollembemd uitspreken. Eskem- betekent in deze hypothese kleine es, kleiner stuk gemeenschappelijke grond. We vertrekken dus van onze nieuwe verklaring. Het gehucht Eskembeek is genoemd naar de beek en deze waterloop heet oorspronkelijk *Eskembeek. Deze beek, tegenwoordig Vijverbeek, ontspringt aan de voet van de Eskemberg, waaraan ze ook haar naam ontleent.

8 Hagen met dorekens De heuvelkam (+/- 120 m.) boven Eskembeek is op onze topografische kaart (1872) (fig. 6-1) een enigszins vlak heidegebied. Vanuit de Kasteelstraat komt men in het Houtveld. Houtverwijst naar een bebost terrein en -veld naar wegens uitputting verlaten gronden. Volgens GYSSELING is een -veld een onvruchtbare vlakte (Germaans feldu). 65 Hier heeft zich een Dorekensveld bevonden. Dorekens- verwijst naar doornstruiken en dit type beplanting komt in vele naamsvarianten voor in deze omgeving. Doornhagen hebben zich ook bevonden waar de Steenstraat samenkomt met de Nijvelsesteenweg: de Grote en de Kleine Doorn. "Het zijn plaatsnamen langs de Nijvelsesteenweg ter hoogte van de uitmonding van de R. Vogeleerstraat. Op oude topografische kaarten vermeld als den Grooten en den Cleynen Dooren." Aan het Veugeleer en het Maasdal is er een Horekensveld of Horenbergveld 66, een verbastering van doornveld. 67 Boven de Steenstraat te Eskembeek zitten we midden toponiemen die verwijzen naar een groot hagencomplex ter afsluiting van het bosgebied ten zuiden van de Zenne. Vermoedelijk stammen deze haagsystemen uit de vroegste Middeleeuwen (of nog eerder uit de prehistorie) en ze hebben meer gedaan dan beplante landbouwpercelen beschermd, grenzen van weiden en velden afgebakend of snoeihout geproduceerd. Deze (doorn)hagen hebben geen uitstaans met de sierhagen die we kennen rond onze tuinen. Uit de etymologie kunnen we afleiden dat deze hagen in oorsprong meer beogen. Het betreft zeer brede houtwallen voorzien van doornige struiken die grote bosgebieden ondoordringbaar afgrenzen of omspannen. Hier hebben ooit doornhagen en versterkingen gestaan die de toegang tot Halle afgesloten hebben. Het bouwen van dit soort afsluitingen was een recht toegestaan door hoogste feodale instanties. In 802 reglementeert een acte van KAREL DE KALE de verschillende soorten versterkingen. Hij noemt ze castella (kasteel), firmitates (versterkte plaatsen) en haias (hagen) en hij onderstreept dat indien ze zonder zijn toestemming worden gebouwd, ten nadele uitvallen van de buren die er geen hebben. 68 Van uit de omgeving Eskemberg vertrekt de Steenputbeek die door het Halderbos naar de Molenbeek stroomt. Deze beek noemde in de oude tijden Doorneppe of Tornepia, vanwaar nog altijd het Franse doublet Tourneppe voor Dworp. 69 In het Halderbos zijn er toponiemen als Ter Hulst en Braamstruikenhouw. VANVOLSEM vermeldt voor Eskembeek ook nog Luishage nabij de Heerstraat en voor Lembeek een toponiem Ter Hayen, een vervorming uit het Franse haie..70 De naam Dorekensveld is ook enkele kilometers noordelijker terug te vinden in Buizingen. Het is heden de benaming van een verkaveling en een laan. Ook in tiendboek van de parochie Eizingen is er enkele malen sprake van een Doreken op de voetweg van Halle naar Brussel (nu het tracé van de spoorlijn). 71 Deze toponiemen kunnen geïnterpreteerd worden als een verdedigingshaag die de grens tussen het Brabantse Buizingen en Henegouwse Halle moet afsluiten. In Buizingen wordt in 1480 een Borght en in 1772 eveneens een Bastorge vermeld: "Vermoedelijk een onderdeel van een oude versterking." 72 In elk geval wordt de grens tussen Brabant en Henegouwen hier verdedigd door een donjon. 73

8-1. Doornkensveld in Buizingen. Rode lijn = grens tussen Brabant (Buizingen) en Henegouwen (Halle). Groen ingekleurd = doornhagen en Zennemeersen. Rode stip = donjon, later kasteel van Buizingen. Paarse lijnen = strategische wegen: (1) belangrijke handelsweg Halle - Brussel over Beersel (kasteel) en Ukkel. 2. Brabantse verbindingsweg Gaasbeek (kasteel) over Buizingen (donjon) naar Braine-l'Alleud (kasteel). Kaart door VAN DEN WEGHE. In: Hallensia, jrg. 33, nr 1. We vergelijken de kaart van VAN DEN WEGHE (fig. 8-1) met Kabinetskaart van FERRARIS 1777, detail Buizingen (fig. 8-2). 8-2. Ferrariskaart 1777 Buizingen. Kabinetskaart van FERRARIS 1777, nr. 77, Ukkel, Koninklijke Bibliotheek van België, detail Buizingen. Deze kaart geeft een beeld van de situatie rond het kasteel van Buizingen omstreeks het midden van de achttiende eeuw. De politieke en militaire situatie is grondig veranderd t.o.v. de feodale verbrokkeling van vroeger. Bossen zijn gerooid en in cultuur gebracht. De dikke bruine lijn is de grens tussen Henegouwen en Brabant. De rode stip is de donjon (kasteel) van Buizingen op het kruispunt van belangrijke wegen. Tussen donjon en Zenne liggen moerassige meersen. Rond het kasteel zijn nog de resten aanwezig van wat vroeger een verdedigingshaag kan zijn geweest (groen omlijnd). In Buizingen zijn eveneens de toponiemen Braambos (1772) en Epine te vinden. 74 Hieraan verwant is het toponiem op het hoogste deel van de heuvelkam te Eskembeek: Espinette (rood

omcirkeld op detail van de stafkaart 1872 (zie fig. 6-1). Dit type van toponiem is zeer verspreid in Romaans België en verwijst eveneens naar doornstruiken. (Espinette = spina + suffixe etum, spinetum = collectif de spina, zie GYSSELING). 75 Rond het Henegouwse Edingen liggen eveneens enkele doornen- / haagtoponiemen die deze stad af sluiten aan de Vlaamse en Brabantse kant. Vollezele is ontstaan rond een motte aan de centraal gelegen hoeve Hof ter Bruggen. Deze borgh in het bezit van de heren van Edingen wordt geciteerd vanaf 1394 maar bestaat al lang voordien. De oudste benaming van het Hof ter Bruggen is Ten Doerne = hof aan de doornstruik (haag?). Te Sint-Pieters-Kapelle, 76 (Herne) is er een toponiem Donzele (dorseele 1497, doozelle 1649) = woning aan de doornstruik (haag?). In Bever 77 bestaat het toponiem Torrezeel (tournesiele 1473, tournesele 1547, torrenzeele 1561). Onder invloed van het Romaans evolueert de d- naar t-. 78 In Galmaarden is er een Haagstraat en een Dorekensstraat ter afscherming van de rivier Marke (= eveneens grenstoponiem). In Herne vlak voor de poorten van Edingen is er eveneens een Haagstraat. Als we al deze toponiemen verbinden vormen ze een lijn ten noorden van de Edingen, een verdedigingshaag tegen een Vlaamse penetratie. Ook heilige plaatsen zijn vaak omringd door meidoornhagen. In Oudenaarde staat nog een kapel van O.-L.-V.-ten-Doorn. Recentelijk heeft men rond Stonehenge de sporen van twee enorme prehistorische cirkels met doornhagen ontdekt. 79 We denken ook aan het bekende toponiem op het slagveld van Waterloo: Ferme de la Haie Sainte. Zo heeft men doornhagen aangetroffen rond hunebedden, oude Germaanse offerplaatsen en heilige bomen. In Duitsland gebruikt men hiervoor ook het begrip hain. 80 In de latere Middeleeuwen dienen de hagen om bijvoorbeeld wild en vee van elkaar te scheiden. Dicht bij Namen bevindt zich de lieu-dit Belgrade afhangend van het dorp Flawinne en genaamd naar een vroeger cabaret. Tot in de achttiende eeuw bestaat de omgeving uit velden en bossen en heet dan Haie-le-comte. De Graaf van Namen heeft hier ooit gejaagd in een enorm gebied omsloten door een hoge haag. 81 De hagen duiken in de Franse bronnen op omstreeks het jaar 1000 maar zijn zeker ouder. Ze worden vermeld als hagja, te vergelijken met de Nederlandse haag en Duitse hag. 82 CAESAR spreekt van agia. Het feit dat in al deze talen een gemeenschappelijke wortel te vinden is, wijst op een oud fenomeen. Er is een verband tussen hagen en woudontginningen, wat men terugvindt in het Germaanse haag / houwen. De daarvan afgeleide Franse toponiemen zoals - haie zijn dikwijls te vinden in de omgeving van het toponiem -sarts. Deze plaatsaanduiding verwijst naar een vroeger woud of bos dat einde Middeleeuwen begin Moderne Tijden gerooid is om er een akker aan te leggen. Een ander Frans toponiem verbonden aan hagen is Plessis. Om de hagen gesloten te houden voor dier maar ook voor mens kunnen de takken worden gevlochten (tresage), in dialecten ook wel plessage genoemd. Het toponiem Plessis komt uit het Oud-Frans plesce, plesse, uit het Latijn plexus (plié, gebogen). Plessis verwijst dus naar een verdediging gemaakt van door elkaar gevlochten, gebogen takken. Er zijn talrijke voorbeelden van zulke toponiemen (zoals Plessis-Hainault). 83 Tijdens de Gallische oorlogen (CAESAR -57) worden gevlochten hagen vermeld als verdedigingsmiddel tegen invasies van vijandelijke legers. De beschrijving door CAESAR is veel geciteerd: Van oudsher betekent de ruiterij bij de Nerviërs niet veel, want ook tot dusver stellen zij er geen prijs op, en hun ganse sterkte bestaat in hun voetvolk. Om nu des te gemakkelijker de ruiterij hunner naburen bij haar strooptochten af te weren, hadden zij jonge bomen gekapt en neergebogen, zó dat die aan de zijden nog talrijke takken lieten ontspruiten, en daartussen plantten zij braam- en doornstruiken. Op die wijze vormden deze omheiningen bolwerken, alsof 't

wallen waren, door welke men niet alleen niet binnendringen, maar zelfs met den blik niet doordringen kon. (Liber Secundus, II 17) 84 De doornachtige struiken zijn voornamelijk meidoorn, die in mei witte strepen door de landschap trekt (of trokken) en in de herfst bossen en velden omzoomt met de rode kleuren van zijn bessen. 85 De meidoorn wordt ook wel hagendoorn geheten wat meteen zijn belang als haagplant aanwijst. Een andere veel voorkomende struik is de witte voorjaarsbloeier sleedoorn of zwarte doorn met zijn vervaarlijke en lange stekels. 86 Ook de veldesdoorn, een esdoorn, is een vaak gevonden doornstruik in grote haagsystemen evenals de altijdgroene hulst die vanouds in onze landstreken groeit. Zijn leerachtige, glanzend groene bladeren hebben puntige en stekelige randen en in het koude jaargetijde draagt hij een pracht aan rode bessen. De niet te natte leemgronden, die op de heuvels boven Eskembeek de zanderige ondergrond afdekken, vormen een ideale bodem. Braambessen slingeren zich overal doorheen en laten de onderkant van de haag toegroeien tot een dicht netwerk van doornen. Dezelfde functie heeft de verwante wilde roos of egelantier. 87 Ook stekelbessen kunnen in zo een haag aan wat daglicht komen. Dit alles maakt een haag ondoordringbaar voor mens en dier. Denk aan de Amerikaanse tanks die bij de landing in Normandië (1944) geblokkeerd hebben gezeten tussen de hagen van de Bocage. Tot ver in de Middeleeuwen legt men hagen aan met militaire bedoelingen. Het stadje Auxonne op de Saône krijgt in 1229 een charter waar de verdedigingswerken in worden gespecificeerd. Er is een aarden omwalling met erop een palissade en ervoor een gracht met water. Deze is dan weer omringd met haies epineux. 88 Dit is geen alleenstaand voorbeeld. Alvorens er sprake is van muren of zelfs houten palissades plant men hagen met doornstruiken rond steden en kastelen. Voor Henegouwen vinden we het beplanten van de wallen met doornen na 1390 te Mons, en eind XVe eeuw te Lessines. Ook VAN LOON stelt dat versterkingen en schansen beplant worden met doornstruiken. 89 In de XIVe eeuw zijn de voornaamste stadspoorten van Edingen (Hovepoort, Hernepoort en Brusselse Poort) beplant met doornhagen. 90 In Halle was aan de Bergpoort, richting Lembeek, een toponiem Dorekensvelt te vinden. 91 Pas tussen 1353 en 1454 verrijzen in Vlaanderen Bourgondische stadsversterkingen met muren. Tot dan gebruikt men aarden omwallingen beplant met doornhagen. VOISIN beschrijft Kortrijk in 1302 als: "La ville de Courtrai ne s'étendait que sur la rive droite de la Lys: elle n'avait pour toute défence que des fortifications en terre garnies de haies d'épines; ses portes seules étaient construites en pierres maçonnées." 92 De aarden omwalling van Rijsel / Lille heeft eind dertiende eeuw een breedte van zestien tot zeventien meter en is zes tot acht meter hoog. Langs de binnenkant zijn de niveauverschillen beperkt. Langs de buitenkant zijn ze voorzien van een palissade. Daar zijn de hellingen beplant met doornhagen. 93 In Douai en Bouchain wordt het beplanten vermeld in de stadsrekening; " espines pour refaire les hayes d'entour la forteresse". In Aire aan de Leie is de wal vijf tot tien voet hoog: " couronnée par-desssus d'espines". In Saint-Omer plant men in 1357 : " une forte soif d'espines velue par dehors sour les fossez du dit castiel." Nog in 1699 voorziet VAUBAN ter versterking van de hellingen van Doornik: " espines blanches bien espaisse, et de tailler celles qui se trouveront en nature rez-pied-terre, si elles sont encore jeunes, et les arracher si elles sont vieilles en replanter de nouvelles." De omheining van Doornik moet worden afgewerkt met: " murailles de roseaux meslés d'espines. " Het oog lust ook wat!

We kunnen ons de vraag stellen of dit type van versterkingen ook bestaan hebben aan de noordkant (Brabant & Brussel) en westkant (Brabant & Vlaanderen) van de stad Halle. We herinneren aan de doornhagen en donjon te Buizingen (zie fig. 8-1). Kunnen ook elders toponymische, archeologische en architecturale resten van een verdedigingsgordel met hagen en versterkingen worden gevonden? VANVOLSEM 94 vermeldt het toponiem Haghenbosch uit 1702-1704 in Elbeek. In Elingen is een Doornstraat langs de Lennikse baan, in Beert is er Dorekensstraat aan de grens met Lembeek en in Sinternelle een Haagstraat aan de grens met Halle. Natuurlijk verwijst niet elk haagtoponiem naar een militaire functie. In vroegere tijden, voor het bestaan van de prikkeldraad, is elk perceel omringd met een haag maar juist daarom is een benaming zoals Haagstraat niet erg functioneel om een locatie aan te duiden, behalve indien het om een speciale haag gaat. Bijgevolg nemen we aan dat de meeste haagtoponiemen naar een verdedigingshaag verwijzen. 9 Vlasmark(t) Eenmaal voorbij het hoogste punt op de Nijvelsesteenweg (120 meter) loopt de baan af tot aan de Vlasmarkt. Hier zouden in de Middeleeuwen de vlashandelaars bijeen zijn gekomen om hun waren uit te wisselen. 95 Dit lijkt een weinig aannemelijke uitleg. Deze uithoek, op de hoogten tussen de valleien van de Hain-Braine en de Zenne, midden tussen uitgestrekte en waarschijnlijk onveilige bossen, is niet direct de ideale locatie om een handeltje op te zetten. Dit terwijl aan weerskanten van de helling, in de valleien, versterkte handelsplaatsen zijn: Halle, Lembeek, Bruinkasteel. We veronderstellen dus dat het vlas- uit het toponiem geen verband houdt met de vezels van deze plant en dat de Vlaamse vlashandelaars niet naar hier komen afgezakt om handel te drijven met hun Waalse vakgenoten. FERRARIS en andere cartografen schrijven het toponiem als Plasmarque. Indien we dit als een verbastering van een Nederlandstalig toponiem beschouwen, is de oude Dietse vorm Plasmark of Vlasmark zonder de finale -t. Volgens VANVOLSEM wordt een toponiem: "( ) in 1699 geciteerd als 'la Petite Vlasmercke'." Eveneens zonder t en dus Vlasmark. Wat wordt bedoeld met -mark of -merke. DE VRIES schrijft dat een mark een vereniging is van personen die gronden in onverdeelde eigendom hebben. Dat leunt aan bij de verklaring van onze toponiemen Eskemberg en Eskembeek. In het Middelnederlands is een mark = grens, grenspaal 96 en eigenlijk betekent het een grensgebied (oorspronkelijk) in gemeenschappelijk bezit. We zitten hierboven op een grens tussen twee riviervalleien, een grens tussen twee feodale entiteiten, twee taalgebieden. De interpretatie als marque-, mark-, mercke opent nog verdere mogelijkheden. In het Luxemburgse dorpje Léglise is een gehucht dat Vlessart heet. Een -sart is een gerooid bos. Het toponiem is afgeleid van Walonsart (1473), Valonsart (1500). 97 Kan vlas- een verbastering zijn van Walon-, Valon-, Vles-? Is de Vlasmark(t) de grens met de Walen? We vinden in een verslag over de veldslag te WATERLOO deze merkwaardige zin: "The line of retreat was Halle, through Plasmarque or Le Flamand and Schemberg." Wat voor enen de grens met de Walen is, kan voor de anderen de grens met Le Flamand zijn. Of heeft het begrip vlas- hierboven op de heuvels nog een andere betekenis? In West- Vlaanderen, vlasstreek bij uitnemendheid, zijn tientallen toponiemen op vlas. DE FLOU 98 vermeldt wat oudere toponiemen zoals Vlasbeke (Oostkamp), Vlasbrugghe (brug te Kanegem),

Vlasbrouc (Torhout), Vlaslet (watergang te Clairmarais), Vlaschmeersch (Lichtervelde en te Zwevezele) Vlaspoele, Vlassebrouck (Langemark). Ook elders in het Nederlands taalgebied zijn er locaties waarvan de benaming verwijst naar vlas-, zoals Vlassenbroek bij Dendermonde. Maar al deze namen zijn tevens waternamen! Ze kunnen natuurlijk verband hebben met het in water roten van de vlasstengel. Vlas werd in speciaal daartoe gegraven rootputten te roten gelegd nadat in de latere Middeleeuwen het roten in stromend rivierwater bijna overal verboden was. Maar men kan toch niet al deze vlasnamen herleiden tot deze ene handeling. Trouwens hier lijken toponiemen met root meer aangewezen. Sommige of meerdere van die vlastoponiemen moeten een betekenis hebben, los van de vezelige plant. Het zijn in de eerste plaats waternamen. DE VRIES schrijft dat het naamwoord vlaas in toponiemen plas of heiplas betekent. Hij verwijst naar benamingen in Noord-Brabant met vlaas, op de Veluwe met flesch. Verwante Engelse toponiemen zijn flasske of flosske en in Nederduitse dialecten flask voor kreek met ondiep water, moerassige graslandstrook. 99 De grondvorm zou*fla-sko zijn met als Indo-Europese wortel *pel = gieten, stromen waarvan het Latijnse palus = moeras, Oud-Indisch palvala = vijver. Een andere grondvorm kan *flah-skô zijn te vergelijken met Litouws pélké = moerasveen, Lets pelce = plas en placis = moeras. Deze etymologische uitweiding om de aandacht te trekken op het feit dat het toponiem Vlasmark(t) wel eens iets anders zou kunnen betekenen dan wat we menen te begrijpen. 9-1 Het kruispunt van de Vlasmarkt met niveauverschillen. Schuin van boven naar beneden Nijvelsesteenweg, rechts Halderbos, links Lembeek. (Zie Google Earth)

Het eerste deel van het toponiem Vlasmarkt zou dus kunnen afgeleid zijn van vlaas- en verwijst dan naar een moerassige strook grond. Wanneer we bij Google Earth gaan kijken merken we dat de hoek van de Vlasmarkt langs beide zijden omgeven is door hoger gelegen gronden. Dat het regen- en / of grondwater afzijpelt naar deze laagte lijkt waarschijnlijk. Een van oudsher stuk drassig land of vlaas is dus verklaarbaar op deze plaats en vanuit deze omgeving vertrekken verschillende beken. In deze hypothese is het toponiem oorspronkelijk Vla(a)smark dat in de volksmond evolueert tot Vlasmark(t). De benaming Plasmark, gegeven door de Franstalige cartografen, is niet zo slecht. (Misschien stonden hier ooit zelfs plassen!) Op onze tocht over de prehistorische weg tussen Halle en Nijvel zijn we nu boven op de waterscheiding tussen Zenne en Hain-Braine gekomen. Is dit de Vlesmarque, de grens met de Walen, of de Plasmarque, het moerassige grensgebied? In elk geval zitten we in een grensgebied dat zeer waterrijk is. Het gebied rond de Vlasmark(t) lijkt een watertoren. Naar het noordwesten richting Zenne vloeien de Vijverbeek en de Maasdalbeek, naar het westen richting Zenne vloeit de Lembeekbosbeek (Ruisseau du Bois Voilard), naar de Hain-Braine in het zuiden de beken Derrière Les Monts (Ruisseau de la Bryère Mathias) en de Ruisseau de Boukendael. Door het Halderbos stroomt de Steenputbeek samen met de Kapittelbeek naar de Molenbeek. Uit het massief komt er nog een klein beekje dat te Klabbeek in de Sennette stroomt: de Ri Saint-Jean. 9-2. Op deze kaart vinden we de Vieux Chemin de Hal tussen Eskemberg / Plasmarque (rood onderstreept) en Braine-le-Château. Vanuit de hoogten rond Eskemberg / Vlasmarkt vertrekken diverse beken. Uit het massief komt er nog een klein beekje dat de te Klabbeek in de Sennette stroomt: de Ri Saint-Jean. Merk het reliëf op de kaart. Carte marchande de Ferraris dite de Capitaine et Chanlaire (1792 - ca 1796).

De oude Halleweg negeert al deze beken en hun valleien en loopt via een waterscheiding boven Derrière Les Monts (Ruisseau de la Bryère Mathias) naar de oversteekplaats aan de Hain-Braine. Op de Vlasmarkt verlaat de prehistorische Halleweg de huidige Nijvelsesteenweg die rechtdoor naar beneden loopt om eveneens in Bruinkasteel de Hain-Braine over te steken. Hiertoe daalt deze moderne weg in de vallei van de Beukendaelbeek, een zijbeek van de Hain-Braine. Onze prehistorische weg echter, vanaf nu Vieux Chemin de Hal, blijft daarentegen boven op de waterscheiding van verschillende beken om via een droog tracé Bruinkasteel te bereiken. Daarbij passeert de Halleweg dicht langs de Monts, twee heuvels. Deze beide heuvels steken hoog uit tussen de valleien van de Hain-Braine en de beek Derrière Les Monts (Ruisseau de la Bryère Mathias). Deze heuvels zijn middeleeuwse mottes. Een motte is een heuveltje opgehoogde aarde waarboven ooit een feodale versterking heeft gestaan. De site is archeologisch onderzocht door R. BORREMANS 100 Alles wijst hier op een belangrijke vroegmiddeleeuwse versterking op de weg van Nijvel naar Halle. 101 Een legermacht die vanuit Nijvel naar Halle oprukt en daarbij de Hain-Braine oversteekt, moet via de versterkte mottes en de beschreven prehistorische weg over het moerassig plateau aan de Vlasmarkt, door de daaropvolgende doornhagen en langs het kasteel aan de *Eskembeek. We stelden vast dat de verdediging van de stad Halle zich verder uitstrekte dan de eigen wallen en kasteel en dat in Eskembeek diverse versterkingen hierin een belangrijke rol speelden. Langsheen de oude Halleweg naar Eskembeek en verder naar Bruinkasteel hebben we verschillende oude toponiemen ontmoet welke we hebben geïnterpreteerd naar hun anciënniteit en betekenis. Cartografie BLAEU (1645). Secunda pars Brabantiæ cuius urbs primaria Bruxellæ. Theatrum orbis terrarum, sive, Atlas novus, 4 volumes, 1645 FERRARIS (1777). Carte chorographique des Pays-Bas autrichiens dédiée à Leurs Majestés impériales et royales par le comte de Ferraris lieutenant-général de leurs armées. Gravure, Dupuis, Barr, 1777. Kabinetskaart van FERRARIS 1777, nr 77, Ukkel, Koninklijke Bibliotheek van België. FERRARIS, Carte marchande de Ferraris dite «de Capitaine et Chanlaire. (1792 - ca 1796), Nivelles, CHA0039P, Patrimoine Cartographique de Wallonie. FERRARIS, JOSEPH-JOHANN-FRANZ (Graaf) de (1726-1814). Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden. Nivelles, FEE0008P, Patrimoine Cartographique de Wallonie. GOOS, A. (1616) Comitatus Hannonia. Amsterdam. HEYNS, ZACHARIAS (1598). Partie Méridionale de Brabant. Amsterdam, Handgekleurd. HONDIUS JODOCUS (ca. 1610). Nova Brabantiae Ducatus Tabula. Amsterdam, MONTANO IACOBO SURHONIO (1588). Nobilis Hannoniae Comitatus Descrip. Antwerpen. Zwart-wit. MONTANO IACOBO SURHONIO (1598). Nobilis Hannoniae Comitatus Descrip. Ortelius, Antwerpen, Kleur. ORTELIUS, (1587) Nobilis Hannoniae Comitatus Descrip, Antwerpen, 1587, handgekleurd POPP, PH.-CH. (1842-1979) Atlas cadastral de Belgique par P. C. Popp. Bruges. Topografische kaart: Ittre, IGN0394P, 1872, Echelle. 1/20000. Patrimoine Cartographique de Wallonie. Topografische kaart: Rebecq-Rognon IGN0071P, s.d.. Echelle: 1/20000, Patrimoine Cartographique de Wallonie.

Topografische kaart: Rebecq-Rognon, IGN0395P, 1882. Echelle: 1/20000, Patrimoine Cartographique de Wallonie. VANDERMAELEN, PH. (1837) Atlas cadastral du royaume de Belgique. Bruxelles, Etablissement géographique de Bruxelles. VANDERMAELEN, PH. (1837). Plan parcellaire de la commune de Hal avec les mutations jusqu'en 1835. In: Atlas cadastral du royaume de Belgique. Bruxelles. Etablissement géographique de Bruxelles fondé par Ph. Vandermaelen en 1830. VAN DEN WEGHE, M.-J. (1929). Kaart van omstreeks 1710, illustratie bij Geschiedenis van Buysinghen- Eysinghen. Geciteerd in Hallensia, driemaandelijks tijdschrift van K.G.O.K. Halle, jrg. 33, nr 1, januari maart 2011. Geraadpleegde literatuur CLEMENT, Raymond, DECRETON, Jan (1991). Halle: een Bourgondisch feest. Tielt, Lannoo, 1991. BAETÉ H., CHRISTIAENS B., DE KEERSMAEKER L., ESPRIT M., VAN DE KERCKHOVE P., VANDEKERKHOVE K. & WALLEYN R. (2006). Bosreservaat Jansheideberg (Hallerbos) - Basisrapport. rapport INBO.R.2006.13. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel, p. 32. BELEMANS, GOOSSENS (2000). Woordenboek van de Brabantse dialecten. Deel 3. Inleiding en Klankgeografie. Assen, Van Gorcum. BERNAERTS, G. (1881) Etudes Étymologiques et Linguistiques sur les noms des Lieux Romanes et Bas- Allemands. In: Anales de l'académie royale d'archéologie de Belgique, XXXVII. 3e série, Tome VII. Anvers, Imp. Van Merlen, 1881. BERTEN, R., HERMANS, P., PAELINCKX, D. (2000). Biologische waarderingskaart, kaartbladen 3, 9, 17. In: Mededelingen van het instituut voor Natuurbehoud 9, Brussel, 125pp. + 32 kaartbladen, p. 32. BORREMANS, R. (1964). De voorgeschiedenis van Halle. Verhandelingen. Nieuwe reeks. nr 4. Geschied- en Oudheidkundige Kring Halle, 1964, p. 33 53. (Overdruk uit Eigen Schoon en de Brabander.) BORREMANS, R. (1964). De streek van Halle van de voorgeschiedenis tot de vroege middeleeuwen. In: Verhandelingen.. Nieuwe reeks. nr 4. Geschied- en Oudheidkundige Kring Halle, 1964, p. 1 119 + 28 illust. BORREMANS, R. (1981).'Les Monts' vestiges d'une forteresse à Braine-le-Château (Brabant Wallon). In: HOEKSTRA, T.J., red., Liber castellorum: 40 variaties op het thema kasteel. Zutphen, Walburg, 1981, p. 201-204. BORREMANS, R., WALSCHOT, L. (1967). Fysisch kader en historisch wegennet als elementen van de situatie en het site van Halle (Brabant). Halle, Walschot, p. 41 e.v. BREKELMANS, F.A. (1952). De benaming "Verloren Kost" te Prinsenhage. In: Brabants Heem, jrg. 4, 1952, p. 76-77. CHAURAND J. (1959). Les Haies de Thiérache. In: Mémoires de la Fédération des sociétés d'histoire et d'archéologie de l'aisne, Tome VI, 1959, p. 64. CLAISSE, DE FOUCAULT, DELELIS-DUSOLLIER (2000). Nommer les plantes et les formations végétales, L'Homme, 153, Observer Nommer Classer. Internet. http://lhomme.revues.org/document11.html DE BONTH, R.J.G., De Aristarch van 't Y. De grammatica uit Balthazar Huydecopers Proeve van Taal- en Dichtkunde (1730), p. 229. DE VAAN, M. (2000), The Low Franconian toponym Niel 'on a downward slope'. Leiden, University Comparative Linguistics (VTW), 2000, p. 2-4. Internet. DE VRIES, J. (1997). Nederlands etymologisch woordenboek. Leiden, Koninklijke Brill, 1997.

DE WIT, PIERRE, The campaign of 1815: a study. Zie Internet, http://www.waterloo-campaign.nl/ op 17 june, 3, p. 2. DEBRABANDERE, FR., (2004) De Doubletten Lille/Rijsel en Roubaix / Robeke. In De Leiegouw, Tijdschrift van de Vereniging voor geschied- taal- en volkskundig onderzoek in het Kortrijkse, jg 46, aflevering 2/2004, p. 173-174. DELAHEYE, A. (1992). Ontspoorde historie. Bewerkt door Dr. H. TEN DOESCHATE, Stichting Albert Delahaye. Tilburg, Glanotten, 1992 DELANNOY, Y. (1983) Enghien,/ In: Les enceintes urbaines en Hainaut. Brussel, Crédit communal de Belgique, 1983, p. 170. DESMET, R. (1995). Halle. Van Domein tot Stad. V.Z.W. Bellingahaim. DESPRIET, Ph., (2006). Kortrijk in 1302. Topografie van stad en slagveld. Kortrijk, Archeologische Monografieën van Zuid-West-Vlaanderen, nr. 63, p. 141 151. DEVOS, M. (2000). Microtoponiemen en agrarische geschiedenis. In: Naamkunde 32, p. 69-87. DUBOIS, J.J. (2005). Les haies forestières de l'avesnois-thiérache: Un exemple de forêt-frontière? In: Hommes et terres du Nord. Villeneuve d'ascq, Université de Lille 1, 2004-2005, nr. 4, p.24 p. 32. EBELING, H.J.M. (1952). Nog eens een verloren cost. In: Brabants Heem, jrg. 4, 1952, p. 76-77. EVERAERT, L., BOUCHERY J. (1878). Geschiedenis van klein Waalsch Brabant: bevattende de gemeente Pepingen, Bellingen, Beert, Bogaarden, Leerbeek en de abdij van Catimpret. Antwerpen, Decort, 1878. FARASYN, D. (1979). De Historische Polders van Oostende, 1584-1810. Herdruk red. VERMAUT, Oostende, Stadsdrukkerij, 2006 GALEOTTI, M.H. (1837). Mémoire sur la constitution géognostique de la province de Brabant. In: Mémoires couronnés par l'académie royale des sciences et belles-lettres de Bruxelles, Volume 12, 1837. GOCHEL, F., SCHMITZ, S., OZER, A., (2004). Des géo-indicateurs pour l'analyse et l'évaluation des voies romaines. Etude de la voie Bavay-Tongres. In: Bulletin de la Société géographique de Liège, nr. 44, 2004, p. 65-70. GOETHE, JOHANN WOLFGANG VON, Voyages en Suisse et en Italie. Œuvres de Goethe, Traduction Jacques Porchat. Librairie de L. Hachette et Cie, 1862, IX. pp. 69-84). GOSSELIN, J.J. (1826), Alphabetische naamlijst der gemeenten en derzelver onderhoorigheden: uitmakende het koningrijk der Nederlanden ( ). Amsterdam, Kesteren, 1826. GRANDGAGNAGE, CH. (1855). Mémoire sur les anciens noms de lieux dans la Belgique orientale. In: Mémoires Couronnés et Mémoires des Savants Etrangers. Académie Royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-arts de Belgique. Tome XXVI. 1854-1855. Bruxelles, Hayez, 1855. GYSSELING, 1959). De oudste topononie van de Kempen. In: Brabants Heem. Jrg. XI, nr 1, 1959, p. 102 108. GYSSELING, M. (1960). Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord- Frankrijk en West-Duitsland (vóór 1226). Universiteit Antwerpen 2005 2008. Digitale editie. Internet. http://www.wulfila.be/tw GYSSELING, M. (1970). Prae-Nederlands, Oudnederlands, Vroegmiddelnederlands. In: Handelingen Colloquium Neerlandicum 4, Rijksuniversiteit Gent. Internet, Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren. HOEK, C. (1978), De leenkamer van de burcht te Leiden, 1256-1744. In: Ons voorgeslacht, jrg. 33, 1978, Zuid-Hollandse Vereniging voor Genealogie. JESPERS, J.-J., (2005). Dictionnaire des noms de lieux en Wallonie et à Bruxelles. Bruxelles, Ed. Racine, 2005, p. 543.

KENNEDY, MAEV, (2010). Stonehenge's secret: archaeologist uncovers evidence of encircling hedges. Survey of landscape suggests prehistoric monument was surrounded by two circular hedges. In: The Guardian, 4 February 2010. KUYS, J. (1983). De Tielse kroniek: een geschiedenis van de Lage Landen van de Volksverhuizingen tot het midden van de vijftiende eeuw, met een vervolg over de jaren 1552-1566. Amsterdam, Uitgeverij Verloren, 1983, p. 85. LAMARCK, D., ROGGE, M. (1996). De Taalgrens van de Oude tot de nieuwe Belgen. Leuven, Davidsfonds, 1996, p. 42-43. LASSANCE, W. (1986) Le site Archéologique, historique et folklorique des Monts à Braine-le-Château (Brabant Wallon). In: Le Folklore brabançon. Bruxelles, Service de recherches historiques et folkloriques de la province du Brabant, 1986, nr 259, p. 117- p. 186. LERNOUT, Guy, VERLEYEN, Rudolf (2011). Buizingen en Eizingen; twee paraochies, twee dorpen. In: Hallensia, driemaandelijks tijdschrift van K.G.O.K. Halle, jrg. 33, nr 1, januari maart 2011, p. 1 2. LONGNON, A., (1920). Les noms de lieu de la France; leur origine, leur signification, leurs transformations. Resume des conferences de toponomastique générale faites à l'ecole pratique des hautes études. Paris, Champion, 1920. Herdruk: New York, Ayer Publishing, 1973. MARTENS, FR., (1925) Les environs de Hal d'après la Carte de Ferraris (1767-1777). In: Gedenkschriften van den Geschied- en Oudheidkundigen Kring van Halle, nr 2 1925, p. 22 p. 29. MOSTIN, J. (1974). De oorlog om Lembeek volgens de kroniek van Gislebert van Mons. In: Het oude land van Edingen en omliggende het oude land van Gaasbeek. HOLVEO 1974, II, 35-42. MULLER, J.W. Ham en boterham. In: DBN, Digitale Bibliotheek der Nederlandse letteren. Internet, http://www.dbnl.org/. OUDIETTE, CH. (1798) Le Département de la Dyle, ou Première partie du dictionnaire et topographique des neuf départements de la Belgique. Bruxelles, Imprimé par Armand Goborria, An VII, p. 144. OUDIETTE, CH. (1804). Dictionnaire géographique et topographique des treize départemens qui composaient les Pays Bas Autrichiens; Pays de Liège et de Stavelot réunis à la France (provinces belgiques et de la rive gauche du Rhin). Paris, Imprimerie de Crame, 1804. POSSOZ, J. (1926). Hamme, Ham, Han. Sens de ces mots dans lers noms de lieu. In: Gedenkschriften van den Geschied- en Oudheidkundigen Kring van Halle, nr 3, 1926, p. 22 p. 27. RENSON, G. (1996). Halle in de 18 de eeuw. In: Verhandelingen Kon. Geschied- en Oudheidkundige Kring Halle, Nieuwe Reeks, nr 30, 1996, p. 174. ROOBAERT, B. (2010) De naam Vollezele. In: Het oude land van Edingen en omliggende, jrg XXXVIII, nr 1, jan-feb-maart 2010, p. 22. RUELLE PÏERRE, e.a. (1992). Limes 1: Les langues régionales romanes en Wallonie. Brussel, Traditions et parlers populaires Wallonie, 1992. RYCKEBOER, H. (1997). Het Nederlands in Noord-Frankrijk. Sociolinguïstische, dialectologische en contactlinguïstische aspecten. Gent, Vakgroep Nederlandse Taalkunde, 1997, p. 130. SALAMAGNE, A., Construire au Moyen âge: les chantiers de fortification de Douai. Histoire et civilisations, Presses Univ. Septentrion, 2001, p. 70-71. STROOBANT, C. (1853). Histoire de la commune de Virginal. Bruxelles, Dehou, 1853 TAVERNIER, C. (1970). Frankische landname en toponymie in het land van Nevele. De gemeentenamen van het Land van Nevele. In: Berichtenblad van de heemkundige kring Het Land van Nevele, jg. I (1970), afl. 4, p. 2-8. VAN DEN WEGHE, J. M. (1925). Esschenbeek. Origine. Seigneurie. Paroisse. Divers. In: Gedenkschriften van den Geschied- en Oudheidkundigen Kring van Halle, nr 2 1925, p. 5 p. 21.

VAN EVEN E. (1895). Louvain dans le passé & le présent. Aguste Fonteyn, Brussel, 1895, p. 151. Elektronische editie gepubliceerd op 21-04-2006, Werkgroep Oost-Brabant. VAN LOON, J., WOUTERS, A. (1991). De ouderdom van de taalgrens in het stroomgebied van de Zenne. In: Taal en Tongval, 43, 1991, 47-67. VAN OSTA, W. (2001). De plaatsnaam Brakel. In: Naamkunde, jrg.33, 2001, 1-2, pp.49-62. VANDEVYVERE, G. (2009). Was Roubaix ooit Robeke? In: Zannekin Nieuwsbrief, Ieper, jrg. 27, nr. 1, 2009. VANVOLSEM, J., (1988). Verklarend register van 380 straat- en pleinnamen van Groot-Halle. In: Hallensia, nieuwe reeks, jrg. 10, nr. 3, 1995, p. 12 & p. 19. VANVOLSEM, J., (1995). Verklarend register van 1220 plaatsnamen van Groot-Halle. In: Hallensia, nieuwe reeks, jrg. 17, nr. 2-3, 1988, p. 12 & p. 19. VANVOLSEM, J., (2008). Toponiemen van Groot-Halle. Verklarend register (Deel III). In: Hallensia. Nieuwe reeks, jrg. 30, nr. 1, 2008, p. 6. VERBESSELT, J. (1950). Het Parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw. Deel I. De wording van de parochiën. Boek I. Zoutleeuw, Koninklijk geschied- en oudheidkundig genootschap van Vlaams-Brabant, 1950. VERBESSELT, J. (1972) Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw. Deel XI: Tussen Zenne en Dijle. Boek 1. Brussel, Koninklijk geschied- en oudheidkundig genootschap van Vlaams- Brabant, 1972. VERBESSELT, J. (1987). Het Parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw. Deel XX: Halle en Lembeek. Brussel, Koninklijk Geschied- & Oudheidkundig Genootschap van Vlaams-Brabant, 1987. VERBESSELT, J. (1991). Het Parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw. Deel XXIII: De Dekenij Halle V. Brussel, Koninklijk Geschied- & Oudheidkundig Genootschap van Vlaams-Brabant, 1991. VERLEYEN, RUDOLF (2011). De donjon van Buizingen. In: Hallensia, driemaandelijks tijdschrift van K.G.O.K. Halle, jrg. 33, nr 1, januari maart 2011, p29 33. Voetnoten 1 Zie ook VANVOLSEM, 1988, p. 22, Halleweg / Luikse weg. 2 We geven de naam van de rivier Hain steeds samen met haar vroegere naam Braine om niet te verwarren met de Haine, zijrivier van de Schelde die in Henegouwen stroomt: La Louvière, Mons, Condé-sur-Escaut. 3 In Halle spreken we van Bruinkastiel. Kasteelbrakel is een ambtelijke vertaling van Braine-le-Château. 4 BORREMANS, 1964, De streek van Halle, p. 33 34. 5 BORREMANS, 1964, De voorgeschiedenis van Halle, p. 33 53. Ook BORREMANS, 1964, De streek van Halle, p. 33 34. 6 De Zenne was tot Halle niet echt bevaarbaar met grotere vaartuigen, anders had zich een Portus ontwikkeld. Zie VERBESSELT, 1987, p. 32. 7 VERBESSELT, 1991, p. 12. 8 VERBESSELT, 1987, p. 31. 9 BORREMANS, WALSCHOT. 1967, p. 41 e.v. 10 VERBESSELT, 1987, p. 208. 11 POSSOZ, 1926, p. 23.

12 Zie uitvoerige analyse MULLER, Internet, http://www.dbnl.org/. 13 Uitgebreide opsomming van Ham-toponiemen bij POSSOZ, 1926, p. 24 p. 27. Merkwaardig genoeg gaat hij voorbij aan ons toponiem Boterham. 14 VANVOLSEM, 1995, p. 35. 15 POSSOZ, 1926, p. 24. 16 Ook in Engeland zijn de toponiemen op ham onuitputtelijk maar ook hier stelt zich het probleem dat de heim-, heem-, benamingen eveneens tot ham- evolueren. 17 We geven hier enkel de macrotoponiemen. Ham (op de Somme), Ham (Val d'oise), le Ham (Manche, Calvados, Mayenne), Haute Ham (Moselle), Basse Ham (idem), Ham-sur-Meuse, Ham-les-Moines ( op de Senonne), Roches-de-Ham (Manche aan de Vire), Ham-en-Artois aan de Guardbèque. Op een stafkaart vinden we gauw enkele honderden microtoponiemen type Boterham. De toponiemen op Hamel, waarvan ook tientallen te vinden zijn in Frankrijk, lijken eerder terug te gaan op heim, heem, vanwaar ook hameau. Er zijn ook de twijfelgevallen en de samenstellingen zoals Ouistreham (Calvados), Hambye (Manche), Hambais à Alexain (Mayenne), Hembise à Cambron (Somme), Notre-Dame-du-Hamel (Eure), Hémevez (Manche), Balham (Ardennes), Basse-Ham (Moselle), Beaumont-Hamel (Somme), Ham-sous- Varsberg (Moselle). 18 Volgens GYSSELING werd in het noorden van Frankrijk en in de Nederlanden een conservatieve tak van het Indo-Europees gesproken: het Belgisch. Onafhankelijk van de stelling van GYSSELLING kwam ook HANS KUHN tot de vaststelling dat in Noordwest-Europa een substraat bestaat van een oudere Indo- Europese taal die hij het Noordwest Blok noemt. LAMARCK, ROGGE, 1996, p. 42-43. 19 Tijdens het Ancien Regime bestaat in Halle deze benaming als inhoudsmaat voor vloeistoffen: Eén aam = 130 liter. Zie RENSON, 1996, p. 174. 20 VERBESSELT, 1987, p. 207. 21 In onze hypothese in de vroegste tijden = Eskembeek. GYSSELING geeft als verklaring skaldu = iris + baki. 22 Sommige auteurs verklaren Steenstraat als zou hier een stenen versterking gestaan hebben. Zie ook het vlakbij gelegen toponiem Verloren Kost. MARTENS, 1925, p. 25, schrijft: "Nous ne voulons pas traduire Steenstraat par rue des pierres; il est plus probable qu'il faut traduire rue du Château." Zie ook BORREMANS, 1964, p. 44, noemt de Chaussée Brunehaut tussen Bavai Asse, eens de taalgrens voorbij, eveneens Steenstraat, naam die in voege is tot in begin XXe eeuw. In de streek van Ternat gaf men deze baan de naam Duivelsweg. Een streeklegende vertelt dat de duivel zelf aan CAESAR de weg tussen de bossen en moerassen zou getoond hebben. 23 Het toponiem keesie is te vinden bij KAKEBEEKE, 1959, p. 128 & p. 129. 24 Ik heb deze gemeente nooit anders gekend dan als Tubeik, dus Tubeek. De ambtelijke vertaling is Tubeke en ook heeft men het ooit politiek correct Tweebeek genoemd. Dit was dan minstens etymologisch ook correct: samenvloeiing van twee riviertjes. Maar een samenstelling op beke is noch Brabants noch Nederlands. Brabants = beek met apocope (weglaten van laatste lettergreep) van de doffe -e. In het Middelnederlands en het Vlaams (en zeker West-Vlaams) is het beke. In Brabant schrijft men de beektoponiemen dus met beek en niet met beke. Lembeke ligt in Meetjesland en Lembeek in de Zennevallei. De Lombeek geeft haar naam aan Oplombeek (Gooik) en Borchtlombeek (op de grens tussen Brabant en Vlaanderen met in de directe omgeving Hollebeek, Ledeberg, Roosdaal met O.-L.-V.-Lombeek, St.-Katherina-Lombeek, Wambeek, Zierbeek en ook Schepdaal. We lezen Barebeek (zijrivier Dijle), Boortmeerbeek (Mechelen), Etterbeek (Brussel), Molenbeek (Brussel), Strombeek (Grimbergen), Strombeek- Bever, Humbeek (Vilvoorde), Bellebeek (Teralfene), Lubbeek (Leuven), Bierbeek (Leuven). In de omgeving van Tienen ontmoeten we Bunsbeek, Glabbeek, Roosbeek en verderop Bosbeek (Limburg), Breulsbeek (Eisden, Limburg). Daartegenover staat de Vlaamse reeks op beke; Beke (gehucht Waarschoot; O.-Vl.), Bombeke (Nederbrakel), Michelsbeke (Nederbrakel), Rozebeke (Zwalm), zie ook Oost- en Westrozebeke (W.- Vl.), Horebeke (Nederbrakel), Bruinbeke (Schellebelle, O.-Vl.), Bruisbeke (Zottegem), Krombeke (Poperinge). Zie ook Borsbeke, (arr. Aalst) tegenover Borsbeek (arr. Antwerpen) en Zillebeke (Ieper) tegenover Zillebeek (Beveren-Waas). Rupelmonde behoorde oorspronkelijk tot Rijks-Vlaanderen, en dus tot het Duitse Rijk, maar viel later onder de bevoegdheid van de Vlaamse graven, die leenhulde verschuldigd bleven aan de Duitse keizer. We vinden hier de toponiemen op -beek en beke door elkaar. Tussen Rupelmonde en Temse vinden we Hollebeek, in de omgeving van Beveren-Waas stroomt de Barbierbeek en ligt Zillebeek

maar ook Kruibeke en Melsele. Vergelijk ook de Brabantse toponiemen op sel, zeel: Beerzel (Mechelen, uit Barsele), Beersel (Halle, uit Bersele), Bekkerzeel (Asse, uit Beccansele). Daartegenover staan de Vlaamse toponiemen op zele; Dudzele (Brugge), Belzele (Evergem, Oost-Vlaanderen), Herzele (Zottegem), Aarsele (Tielt), Viggezele (Tielt), Vlierzele (Aalst) en op sele; Belsele (Sint-Niklaas), Melsele (Beveren-Waas), Moorsele (Kortrijk). Zie ook de samenstellingen op kerk, aan de Dender is er het Vlaamse Liedekerke. 25 BORREMANS, WALSCHOT, 1967, p. 46. 26 GOCHEL, SCHMITZ, OZER, 2004, p. 65-70. 27 VANVOLSEM, 1995, p. 62. 28 VERWIJS EN VERDAM. 1) de eigenlijke betekenis: weggegooid geld, vergeefse moeite. 2) als benaming van een persoon: een die de kost niet verdient, deugniet, leegloper, straatslijper, kwajongen (vnl. in Zuid-Nederlandse tongvallen). 3) de aanduiding van een strategisch object. Het was dan een verdedigingswerk, gewoonlijk een toren; dat afgescheiden was van de hoofdlinie en zich vóór deze op een zekere afstand bevond. BREKELMANS, 1952, p. 76-77. Zie ook EBELING, 1952, p. 76-77. 29 Er zijn zeer veel Verloren Kost-toponiemen en ze verwijzen naar een versterking, een vooruitgeschoven stelling: Gent, Luxemburg, Maastricht, Maaseik, Gouda, Leuven, enz. Het gravenkasteel van Wijnendale had een Verloren Kost, heden natuurgebied. Buiten Veurne, op een smalle landtong tussen de Moeren en de kust, bevindt zich een gelijknamige boerderij die deze doorgang vanuit Duinkerken afsluit. In het binnenland van Oostende was er een Verloren Kost aan het vroegere Sas van Snaaskerke.(FARASYN, 2006, p. 56 & 72). Later komt hier het Fort Saint-Philippe aan het Sas van Slykens ter bescherming van het kanaal van Plassendale. In Brussel is er een Verloren Koststraat: "Année 1727. L'ancienne porte, placée vers le milieu de la rue de Flandre qu'on nommait Verloren-Kost-Poort ou Porte-à- Peine-Perdu, fut brûlée par accident la nuit du 27 au 28 mars ( )". (DANSAERT, 1922, p. 14). Zo kennen we meteen de Franse benaming, Peine Perdue, voor deze vooruitgeschoven stelling, maar naam en betekenis zijn in deze taal eveneens vergeten. Enkele toponiemen verwijzen nog naar dit type van versterking zoals te Mons of te Charleroi waar telkens een Rue de la Peine Perdu bestaat. In Brussel was een straat Pain Perdu, verbastering van Peine Perdue. 30 De Verloren-Cost van Leuven werd in 1364 gebouwd als toren op het hoogste gedeelte van de stadswallen. "Dyen grooten, hooghen en vuytermaten schoonen Thorren, staende op de voersc. vesten, tusschen die Wyngaert en Mechelsche Poorte, genoempt Verloren-Cost, die begonst wert te maken A 1364 en volmaek op de jaren 1462, 1463, 1469" (BOONEN, p. 186, citaat VAN EVEN, 1895). Hij was bedoeld om in tijd van oorlog het naderen en de bewegingen van de vijand te observeren en werd Grosse Tuur (Grote Toren) geheten. Later kreeg hij de naam Verloren-Coste (Dépense-Perdue, Impensa perdita): "Aen den nyewen Toren geheten Verloren-Coste" (Stadsrekeningen, 1507)."Gewracht aen den grooten Torre geheten Verloren Cost" (1517). Volgens VAN EVEN kregen soortgelijke observatietorens in de verschillende Nederlandse steden de benaming van Verloren Kost omdat ze zelden gebruikt werden. (VAN EVEN,1895, p. 151). 31 Zie VANVOLSEM, p. 46 32 Zie VANVOLSEM, 2008, p. 3. 33 GALEOTTI, 1837, Volume 12. 34 Op pagina 72 verschijnt Eskemberg en Eskenberg tussen een hele reeks toponiemen: "Les sables ferrugineux ( ) sont tantôt d'un jaune rougeâtre (Tourneppe, Alsemberg, Eskemberg, La Roche, près Genappe) tantôt jaunâtres (Braine-L'alleud, Waterloo, Nivelles, Marbais, Millery, etc.), quelques fois brunâtres (Eskenberg, Sart-Dame-Avelines, etc.) ( )" 35 BAETÉ, CHRISTIAENS, DE KEERSMAEKER, ESPRIT, VAN DE KERCKHOVE, VANDEKERKHOVE, WALLEYN, 2006, p. 32. 36 BAETÉ e.a., 2006, p. 40. 37 DE WIT, Pierre. Zie Internet, http://www.waterloo-campaign.nl/ op 17 june, 3, p. 2. 38 Topografische kaart: Rebecq-Rognon, IGN0395P, 1882, Echelle: 1/20000. 39 Internet. Schemberg in Saintes: promenade de Mon Plaisir. Topografische kaart: Rebecq-Rognon, s.d. 40 "( ) Item ibidem triajornalia vel circiter juxta locum dictum Skembergh." In: Analectes pour servir à l'histoire ecclésiastique de la Belgique. Deuxième série, tome huitième, Louvain, Peeters, 1893, p. 406. 41 Internet. Schemberg. http://www.facebook.com/family/schemberg/1.

42 "Autour d Inspruck, on cultive beaucoup de maïs et de blé noir. En montant le Brenner, j ai vu les premiers mélèzes, et près de Schemberg le premier cembre. La joueuse de harpe ne m aurait-elle pas aussi demandé quel arbre c était?" GOETHE, 1862, IX. pp. 69-84). 43 VANVOLSEM, 1995. Zie Eskemberg, p. 19; Essenbeek, p. 20. Nouvelle Carte Administratieve et Commerciale de la Belgique (L. MOLS-MARECHAL, 1883), Kaart van België naar Ferraris (Ets. Géographiques de Bruxelles, VANDERMAELEN, 1832), Carte des Environs de Bruxelles-Nivelles (LOUIS CAPITAINE, 1836), Kaart van België (GERARD & VANDERMAELEN, 1849), Kaart van België (Dépôt de la Geurre, I.C.M., 1882). 44 Zie GYSSELING. Aski = es = boom. Escharen: Germ. aski es + haru zandige heuvelrug. Escheberg: Germ. aski + berga. Escobecques (Nord, Frankrijk) Scaubeke 1214 scaubecha 1218 Scaubeca 1224. Zie ook DE VRIES, 1997. 45 GYSSELING, 1959, p. 106. 46 http://nl.wikipedia.org/wiki/essene 47 Woordenboek van de Brabantse Dialecten (WBD). Zie Internet. 48 BELEMANS, GOOSSENS, 2000, Woordenboek Brabantse dialecten, p. 203. 49 Volgens VAN DEN WEGHE, 1925, p. 7: "Dans les anciens documents on lit Escaubecq, Escaubeke, Scaubecq, Schabbeek, Esschembecq." Uit de context zou men kunnen afleiden dat VAN DEN WEGHE stelt dat deze vormen de oudste zijn: "Dans les comtes de baillis de Hal (1418), documents entièrement rédigés en français, on lit cependant déjà, en toutes lettres; Esschenbeke." VAN DEN WEGHE, 1925, p. 9, schrijft verder: "Il importe de rappeler ici que je n'ai pas trouve le mot avant 1418. Toutes les formes de Scaubecq, Escaubecq, etc., ont été trouvées dans documents français et ne donnent pas la vraie forme prononcée par les habitants." 50 Scaubecq: (Braine-le-Comte) Escaubeke 1278. Volgens JESPERS, 2005, p. 543: " = à l'eau peu profonde, sale. Middel-Nederduitse schal = (Fr.) fade = flets, vaal, het verwante Engels shallow = ondiep. Scaubecq: (Lamahaide, Ellezelles; Wannebecq Lessines) idem." 51 Zie VAN DE WEGHE, 1925, p. 7. 52 We veronderstellen dat in het toenmalige graafschap Henegouwen Picardisch wordt gesproken. "Deux dialectes se partagent le Hainaut, inégalement d ailleurs: à l ouest, le picard avec des centres urbains comme Tournai, Ath, Mons, Valenciennes, Maubeuge, Bouchain, Le Quesnoy, Avesnes; à l est, le wallon avec Charleroi, Thuin; entre les deux, une zone intermédiaire qui englobe Braine-le-Comte, Soignies, La Louvière et Chimay." RUELLE PÏERRE, e.a., 1992. 53 GOSSELIN, 1826. 54 De boomsoort es heet in Proto-Germanic: *askiz, *askiō. Old Norse: ask-r m. Norwegian: ask. Old Swedish: asker. Swedish: ask. Danish: ask. Old English: äsc, -es m. Old Saxon: ask. Old High German: asc (9.Jh), asca (Hs. 12.Jh.). Germanic etymology. Databases Department of Comparative Linguistics and Ancient Languages of the Russian State University of the Humanities. Internet, http://starling.rinet.ru. 55 Zie TARLIER, WAUTERS, 1862, p. 509. 56 Umlaut: klinkerverandering waarbij onder invloed van een (oorspronkelijke) umlautfactor, nl. een i of j in de volgende lettergreep een klinker vervangen wordt door een meer palatale klinker (bv. a > e in stad/steden; oe > uu in zuut voor zoet). Primaire umlaut: ( ) de umlaut van een korte West- Germaanse a, ( ) waarvan het product vervolgens is samengevallen met de korte West-Germaanse e. ( ) De primaire umlaut heeft in het hele Nederlandse taalgebied gewerkt. 57 Zie DEVOS, 2000, p. 69-87. 58 BERTEN, HERMANS, PAELINCKX, 2000, p. 32. 59 Internet, http://www.pressart.nl/import/assetmanager/0/2430/kruishaarderpad.pdf 60 Internet, http://www.natuurkaart.nl/kvn.landschappen/natuurkaart.nl/i001291.html 61 TAVERNIER, 1970, p. 2-8. 62 Zie Internet, http://www.essenbeek.be/index.php?view=geschiedenis Geen bronvermelding en ook niet te verifiëren bewering. Wat verder verwijst men naar: "Esch (=Latijn), weinig vruchtbare grond toebehorende aan zowat iedereen, zonder afsluiting en dicht bij een dorp gelegen." 63 VAN DEN WEGHE, 1925, p. 9.

64 "Binnen het Nederlands onderscheidt Ten Kate (1723, II: 73) vier verschillende diminutiefsuffixen. In het Hollands is -tje of - na medeklinkers - -je de algemeen gebruikelijke Verklein- of Vlei -uitgang, maar in Brabant en in andere provincies is daarvoor de uitgang -ken of - na een k of g - -sken, in gebruik." DE BONTH, p. 229. In Halle is hûsken is een klein huizeke achteraan de woning. 65 Voor een uitgebreide bespreking van het toponiem veld zie: DEVOS, 2000, p. 69-87. 66 VANVOLSEM, 1995, p. 16 & p. 27. 67 "( ) de Vogelaer, ( ) het Maesdal en de Maesheide, het Hoorekensveld, ook gekend als Doorekensveld en de Schout." VERBESSELT, 1987, p. 202. 68 CHAURAND, 1959, Les Haies de Thiérache, p. 64. 69 POSSOZ, 1926, p. 24. Zie ook GRANDGAGNAGE, 1855, p. 115: "Le village de Tourneppe, en flamand moderne Dworp ou d'worp, anterieurement Dorp ou Dorpe. ( ) 1'église de cette villa (altare de Tornepia} avait ete attribuée a I' abbaye du Saint-Sepulcre, à Cambrai, en 1138 ( )." 70 VANVOLSEM, 1995, p. 59. 71 Zie Dorekensveld bij VANVOLSEM, 1988, p. 17. 72 VANVOLSEM, 1995, p. 10 & p. 8. 73 VERLEYEN, 2011. De donjon van Buizingen, p 29 33. 74 Begin XIXe eeuw in Nouvelle Carte des Environs de Bruxelles. Zie VANVOLSEM,1995, p. 12 & p. 19. 75 Deze doornhagen vinden we terug in talrijke toponiemen afgeleid van épine of spina. Epeine, les Epines, l'epine-fleurie, Haute-Epine, Belle-Epine, Epinette, les Esoinettes, Epinettes L'Epinai, Les Epinets Epineu, Epineux, enz. LONGNON, 1973. Denken we ook aan de Champagnestad: Epernay. 76 Als onderdeel van het zogenaamde Hernegewoud maakt S.-P.-Kapelle deel uit van het WALTRUDISerfdeel dat omstreeks het midden van de VIIe eeuw aan de abdij van Castrilocus (Mons) is geschonken. De Potestas van Herne (heerlijkheid) behoort tot het Henegouwse baljuwschap Edingen. 77 Bever behoort eveneens tot het graafschap Henegouwen. 78 ROOBAERT, 2010, p. 20-22. 79 MAEV KENNEDY, 2010. In: The Guardian, 4 February 2010. 80 " Hain geht auf das althochdeutsche und zugleich altsächsische hagan (Dornstrauch) sowie das mittelhochdeutsche hāgen (Hecke, Gehölz, Einfriedung) zurück. Durch diese Formen besteht zwischen Hain und Hag eine enge Verwandtschaft. Im Spätmittelhochdeutschen entwickelt sich die kontrahierte Form hain, welche bis heute als Ortsnamen-Grundwort -hain insbesondere bei ostmitteldeutschen Orten häufig anzutreffen ist." Internet, Wikipedia, Hain. 81 http://crehangec.free.fr/champ.htm 82 CLAISSE, DE FOUCAULT, DELELIS-DUSOLLIER, 2000. http://lhomme.revues.org/document11.html 83 CLAISSE, DE FOUCAULT, DELELIS-DUSOLLIER, 2000. http://lhomme.revues.org/document11.html 84 Adiuvabat etiam eorum consilium qui rem deferebant quod Nervii antiquitus, cum equitatu nihil possent (neque enim ad hoc tempus ei rei student, sed quicquid possunt, pedestribus valent copiis), quo facilius finitimorum equitatum, si praedandi causa ad eos venissent, impedirent, teneris arboribus incisis atque inflexis crebrisque in latitudinem ramis enatis [et] rubis sentibusque interiectis effecerant ut instar muri hae saepes munimentum praeberent, quo non modo non intrari sed ne perspici quidem posset. (Liber Secundus, II 17) Een latere echo hiervan geeft STRABO: Both the country of the Morini and that of the Atrebatii and Eburones resemble that of the Menapii; for much of it, though not so much as the historians have said (four thousand stadia), is a forest, consisting of trees that are not tall; the forest is called Arduenna. At the time of hostile onsets they used to intertwine the withes of the brushwood, since the withes were thorny, and thus block the passage of the enemy." STRABO, IV, 3, 5. p. 233. http://penelope.uchicago.edu/thayer/e/roman/texts/strabo/4c*.html 85 De wetenschappelijke naam van de meidoorn slaat op de aard van het hout: Crataegus is een latinisering van het Griekse Krataios, wat stevig, sterk betekent. Het is een toespeling op het harde hout van de struik. De wel zeer beeldende benaming meidoorn behoeft geen verdere uitleg voor wie de doornige struik in de meimaand wel eens in bloei heeft gezien.

86 Prunus spinosa, epine noire, spinosa betekent stekelig of doornig. Sleedoorn houdt van zonnige heuvels en droge, lichte bossen met kalkhoudende bodem, vaak als dicht, stekelig, ondoordringbaar struikgewas. Hij is uiterst geschikt als pioniergewas voor de bevestiging van hellingen of als wind- en sneeuwbescherming. In zijn gezelschap bevinden zich vaak de wilde roos, berberis en de witte meidoorn. 87 Rosa rugosa, Rosa pendulina, Rosa villosa, R. pomifera, Rosa rubiginosa, komt van nature voor in heel Europa. Bottelrozen zijn zeer winterharde heesters die talrijke nieuwe gestekelde scheuten vormen. Het zijn struiken tot twee meter hoog, met overhangende twijgen. De eenjarige twijgen zijn groen en de zonnezijde is roodachtig. Ze hebben een mooie rode herfstkleur. 88 http://pagesperso-orange.fr/g.chp/remparts.htm 89 VAN LOON, p. 30-31 bij ROOBAERT, 2010, p. 22. 90 DELANNOY, 1983, p. 170. 91 VANVOLSEM, 1995, p. 17. 92 Zie DESPRIET, 2006, p. 141 151. 93 Zie: SALAMAGNE, 2001, p. 70-71. 94 VANVOLSEM, 2008, p. 6. 95 Zie VANVOLSEM, 1988, p. 50: Vlasmarktdreef. VANVOLSEM, 1995, p. 32: "Kleine Vlasmarkt (Lembeek- Malheide) Lembeeks toponiem, in 1699 geciteerd als 'la Petite Vlasmercke. 96 DE VRIES, DE TOLLENAERE, Nederlands Etymologisch woordenboek, p. 429. 97 JESPERS, 2005, Dictionaire, p. 616. 98 DE FLOU, 1935. Woordenboek, p. 602 e.v. 99 DE VRIES, DE TOLLENAERE, Nederlands Etymologisch woordenboek, p. 788. 100 BORREMANS, 1981, p. 201-204. 101 BORREMANS,1981, p. 202-203.