Arbeid, vermogen en rendement



Vergelijkbare documenten
De condensator en energie

Eenparige cirkelvormige beweging

Testen en metingen op windenergie.

Vermogen snelheid van de NXT

Elektrische energie en elektrisch vermogen

Verslag: Case 1 Team: Hyperion

We hebben 3 verschillende soorten van wrijving, geef bij elk een voorbeeld: - Rollende wrijving: - Glijdende wrijving: - Luchtweerstand:

Meting zonnepaneel. Voorbeeld berekening diodefactor: ( ) Als voorbeeld wordt deze formule uitgewerkt bij een spanning van 7 V en 0,76 A:

Krachten Hoofdstuk 1. Bewegingsverandering/snelheidsverandering (bijv. verandering van bewegingsrichting)

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektrodynamica. 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn

Inleiding 3hv. Opdracht 1. Statische elektriciteit. Noem drie voorbeelden van hoe je statische elektriciteit kunt opwekken.

Natuur- en scheikunde 1, energie en snelheid, uitwerkingen

9 PARALLELSCHAKELING VAN WEERSTANDEN

Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2005-I

Meetfouten, afronding, voorvoegsels en eenheden

Inleiding kracht en energie 3hv

1 Elektriciteit Oriëntatie 1.1 Elektrische begrippen Elektrische stroomkring

Examen HAVO. natuurkunde 1

Elektriciteit Inhoud. Elektriciteit demonstraties

voorbeeld van een berekening: Uit de definitie volgt dat de ontvangen stralingsdosis gelijk is aan E m,

Hoofdstuk 3. en energieomzetting

Over Betuwe College Oefeningen H3 Elektriciteit deel 4

6.2 Elektrische energie en vermogen; rendement

toelatingsexamen-geneeskunde.be

Hoofdstuk 4: Arbeid en energie

Hoofdstuk 6 Energie en beweging. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Practicum Joule meter Afsluitend practicum elektra voor mavo 3

Case 1 en Simulink. 1. Diodefactor bepalen. I = I sc - I s (e!

Hfd 3 Stroomkringen. Isolator heeft geen vrije elektronen. Molecuul. Geleider heeft wel vrije elektronen. Molecuul.

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5)

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektrodynamica. 4 november Brenda Casteleyn, PhD

Proef Natuurkunde Warmteafgifte weerstand

Meetinstrumenten. PEKLY 33, Rue Boussingault _ Paris. Werkboekje behorende bij de software. Naam : Klas: 3, 15, 30, 150, 450 1,5 2

Labo. Elektriciteit OPGAVE: Metingen op driefasige gelijkrichters. Sub Totaal :.../70 Totaal :.../20

Probeer de vragen bij Verkennen zo goed mogelijk te beantwoorden.

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2007-II

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8

We kunnen nu met deze kabel de spanning meten door de kabel parallel te schakelen op bv het LEGO zonnepaneel, de LEGO condensator of de LEGO motor.

Leerstof: Hoofdstukken 1, 2, 4, 9 en 10. Hulpmiddelen: Niet grafische rekenmachine, binas 6 de druk. Let op dat je alle vragen beantwoordt.

NETWERKEN EN DE WETTEN VAN KIRCHHOFF

Over Betuwe College Oefeningen H3 Elektriciteit deel 4

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektrodynamica. 18 augustus Brenda Casteleyn, PhD

Vlaamse Fysica Olympiade Eerste ronde

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2003-I

Een tweede punt van kritiek is dat er in de natuurkunde alleen een kracht (en geen plank) arbeid kan verrichten.

3.4.3 Plaatsing van de meters in een stroomkring

Uit de definitie van arbeid volgt dat de eenheid van arbeid newton * meter is, afgekort [W] = Nm.

6,9. Samenvatting door een scholier 833 woorden 13 december keer beoordeeld. Natuurkunde 1.1

Profielwerkstuk Natuurkunde Weerstand en temperatuur

Veerkracht. Leerplandoelen. Belangrijke formule: Wet van Hooke:

Examen HAVO. natuurkunde 1. tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Case 1 en Case simulink

Theorie: Snelheid (Herhaling klas 2)

Naam: Klas Practicum elektriciteit: I-U-diagram van lampje Nodig: spanningsbron, schuifweerstand (30 Ω), gloeilampje, V- en A-meter, 6 snoeren

Uitwerkingen van de opgaven in Basisboek Natuurkunde

Toelatingstoets havoniveau natuurkunde max. 42 p, vold 24 p

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie.

QUARK_5-Thema-04-elektrische stroom Blz. 1. Grootheid Symbool Eenheid symbool Verband tussen eenheden Stroomsterkte I Ampère A 1 C

1ste ronde van de 19de Vlaamse Fysica Olympiade 1. = kx. = mgh. E k F A. l A. ρ water = 1, kg/m 3 ( θ = 4 C ) c water = 4, J/(kg.

Eindexamen vwo natuurkunde I

Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3.

Proef Natuurkunde Massa en zwaartekracht; veerconstante

12 Elektrische schakelingen

Hoe kun je de weerstand van voorwerpen vergelijken en bepalen?

Examentraining Leerlingmateriaal

Samenvatting Natuurkunde Syllabus domein C: beweging en energie

2 Elektriciteit Elektriciteit. 1 A De aal heeft ca 4000 elektrische cellen van 0,15 volt, die in serie geschakeld zijn.

4900 snelheid = = 50 m/s Grootheden en eenheden. Havo 4 Hoofdstuk 1 Uitwerkingen

De eenparige rechtlijnige beweging

Practicumverslag ingeleverd op

De wet van Ohm anders

Samenvatting NaSk 1 Hoofdstuk 5

Werkstuk Natuurkunde Schakeling

5,7. Samenvatting door L woorden 14 januari keer beoordeeld. Natuurkunde

Project Lumen. Het vermogen van licht. Auteur: Miguel Agterberg

HEREXAMEN EIND MULO tevens IIe ZITTING STAATSEXAMEN EIND MULO 2009

Fig1.9 Zonne-energie: voorbeeldproefje

Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5

Uitwerking examen Natuurkunde1,2 HAVO 2007 (1 e tijdvak)

Kleurencode van weerstanden.

Formules voor Natuurkunde Alle formules die je moet kennen voor de toets. Eventuele naam of uitleg

Uitwerkingen van 3 klas NOVA natuurkunde hoofdstuk 6 arbeid en zo

a. Bepaal hoeveel langer. b. Bepaal met figuur 1 de snelheid waarmee de parachutist neerkomt.

Een kogel die van een helling afrolt, ondervindt een constante versnelling. Deze versnelling kan berekend worden met de formule:

Samenvatting snelheden en

a tegen 1/(1+0,2*(R/r)^2)

Elektrische netwerken

Practicum Zuil van Volta

Studenten van de elektronica afdeling van het VTI testen de vorig jaar gebouwde Savonius windturbine uit.

Meetverslag. Opdracht meetpracticum verbreding Elektrotechniek WINDESHEIM

Examen VMBO-BB. natuur- en scheikunde 1 CSE BB. tijdvak 1 maandag 18 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1977 MAVO4 NATUUR- EN SCHEIKUNDE I. Zie ommezijde. Vrijdag 19 augustus,

warmte en licht energie omzetting elektriciteit In een lamp wordt energie omgezet

Naam van de kracht: Uitleg: Afkorting: Spierkracht De kracht die wordt uitgeoefend door spieren van de mens. F spier

Spanning en sensatie!!! Wat een weerstand!! Elektriciteit. 3HV H3 elektriciteit les.notebook February 13, Elektriciteit 3HV

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2005-II

Transcriptie:

Arbeid, vermogen en rendement Formules Arbeid Arbeid is een maat van het werk dat geleverd wordt door een krachtbron om een voorwerp te verplaatsen. Als een kracht een verplaatsing tot gevolg heeft dan wordt er arbeid geleverd. Arbeid is bijgevolg een vorm van energie. De arbeid (energie) die nodig is om onder invloed van een kracht van 1 newton (1N) een voorwerp 1 meter (1m) te verplaatsen, noemt men 1 joule (1J). W[J]=F.s [N.m] met W: arbeid of energie F: kracht s: verplaatsing met N: newton m: meter J : joule Vermogen Geen enkele energieomzetting gebeurt zonder verloop van de tijd. De hoeveelheid arbeid die per tijdseenheid wordt geleverd noemt men het vermogen. P[W]= [ ] met P: vermogen W: arbeid t: tijd Mechanisch vermogen met J: joule s: seconde W: watt Het mechanisch vermogen wordt weergegeven door de formule: P[W]=F.v [N.(m/s)] met P: vermogen F: kracht v: snelheid met N : newton m/s: meter per seconde

Wanneer we een voorwerp omhoog tillen is de kracht die we nodig hebben de zwaartekracht die we berekenen met de formule: F [N]= g. m [ (N/kg).kg] met g : de valversnelling m : de massa van de last De snelheid kunnen we berekenen met de formule: met kg: kilogram N/kg : newton per kilogram v[m/s]= s/t[m/s] met s : de afgelegde weg t : de tijd met m: meter s: seconde Elektrisch vermogen Het elektrisch vermogen kunnen we bepalen met de formule : P[W]=U.I[V.A] met P: vermogen I : stroom U: spanning Rendement met V : volt A : ampère Rendement is de verhouding tussen het nuttig vermogen en het vermogen dat je aan de motor toevoegt. Bij de meeste energieomzettingen gaat er energie verloren (meestal in de vorm van warmte). Deze verloren energie noemen we verliezen. η=p n /P t [W/W] met P n : nuttig vermogen P t : toegevoegd vermogen of totaal vermogen Rendement heeft geen eenheid maar wordt meestal omgezet in %. Het rendement van de LEGOmotor kunnen we bereken door het mechanisch vermogen te delen door het elektrisch vermogen. η= P mechanisch / P elektrisch

Proef Onbelaste karakteristieken van de motor Materiaal: lichtsensor 2 multimeters, kabels om spanning en stroom te meten een spanningsbron een LEGO NXT motor met wiel op bevestigd Deze motor is specifiek voor de NXT set ontworpen, we kunnen deze echter wel gebruiken met een andere bron met behulp van een bijgeleverde kabel. Het is echter niet aan te raden de NXT motor aan te sluiten op de RCX omdat deze geen zo n hoge stroom kan leveren die de NXT motor gebruikt. Ook gebruikt deze motor veel interne reductie waardoor deze een lagere snelheid heeft. Proef 1 : De motor wordt aangedreven door de NXT. Meetopstelling: Sluit een motor aan op de NXT en laat hem eerst 3 s draaien voor je de timer op nul plaatst. Daarna laat je de motor 30 omwentelingen maken en registreer je de tijd die hij nodig heeft om deze omwentelingen te maken. Hierbij verander je telkens het vermogen van de NXT-motor. Op die motor bevestig je een wiel. Dit wiel beplak je met tape met een lichte kleur (zoals geel). Daarna plaats je een zwarte streep op het wiel. We gebruiken hiervoor een NXT met een volgeladen batterij in het stopcontact.

Programma: Je start met de motor 3s te laten draaien om de aanloopsnelheid te kunnen verwaarlozen. Vervolgens plaats je de timer op nul. Daarna laat je de motor 30 omwentelingen draaien. Met behulp van de tweede timer-blok lees je de tijd af op het scherm. Hiervoor verbind je de timer eerst met de knop getal in tekst en daarna met de knop beeldscherm. Tenslotte laten we deze tijd 10 seconden op het scherm staan via de blok wacht in te stellen op tijd. Metingen: Vermogen NXT Tijd (s) voor 30 Toerental (s -1 ) omwentelingen 0% 0 0 10% 131,1 0.23 20% 59,4 0.51 30% 39,7 0.76 40% 29,3 1.02 50% 23,5 1.28 60% 19,4 1.55 70% 16,8 1.79 80% 14,8 2.03 90% 13,0 2.31 100% 11,6 2.59

Grafiek: We passen een lineaire regressie toe op deze punten. Het resultaat zie je in de onderstaande grafiek. Proef 2 : De motor wordt aangedreven door een externe bron. Meetopstelling: Sluit de motor nu aan op een regelbare spanningsbron en herhaal dezelfde proef. Op die motor bevestig je een wiel. Op dit wiel plaats je een zwart streepje. De lichtsensor kan deze zwarte streep detecteren. Kalibreer nu de lichtsensor zodat hij beide kleuren gemakkelijk kan onderscheiden. Sluit de motor aan op een spanningsbron en laat het wiel 10 omwentelingen maken. De lichtsensor meet wanneer de zwarte streep voorbij komt. Ook hier laat je het wiel eerst enkele seconden draaien om de invloed van de versnelling bij de start te vermijden. Bereken opnieuw de rotatiesnelheid van het wiel bij verschillende spanningen. Aan de hand van 2 multimeters meet je de stroom en spanning.

De stroom meet je met een ampèremeter die in de kring wordt gezet. De spanning kan op twee manieren gemeten worden: ofwel plaats je de voltmeter parallel over de motor ofwel plaats je de voltmeter parallel over de bron. Wanneer we werken met een kleine weerstand (<2Ω) plaatsen we de voltmeter parallel over de weerstand. Wanneer we werken met een grote weerstand (>10Ω) plaatsen we de voltmeter parallel over de bron. Programma: We starten het programma met de timer op nul te plaatsen. Vervolgens plaatsen we een herhaling met daarin de blok wacht op lichtsensor en wacht op tijd. Dit laat je 3 keer herhalen. Daarna lezen we opnieuw de timerwaarde uit op het scherm. Omdat de NXT een tijd geeft in milliseconden delen we eerst het resultaat door 1000. Ten slotte plaatsen we opnieuw de blok wacht op tijd zodat we genoeg tijd hebben om het resultaat af te lezen. In het programma krijg je een moeilijkheid. Bij de blok moet je de tijd aanpassen aan de snelheid van de motor. Indien de motor te snel draait zou het wel eens kunnen gebeuren dat de lichtsensor voorbij passeerde tijdens deze tijd. Bijgevolg krijg je een verkeerd aantal toeren.

Voor onze metingen stellen we dit blok als volgt in : 2V,3V 0.8s 4V-7V 0.3s 8V-10V 0.1s Meetresultaten: Aangelegde spanning (V) Stroom (ma) Gemeten spanning over de motor(v) Gemeten spanning over de bron(v) Tijd voor 3 omwentelingen (s) Toerental (s -1 ) 0 0 0 0 0 0 2 40 2.03 1.97 4.90 0.61 3 45 3.06 2.99 3.30 0.91 4 50 4.03 3.96 2.31 1.30 5 51 5.08 5.00 1.91 1.57 6 55 6.06 5.98 1.60 1.88 7 60 7.10 7.00 1.33 2.25 8 62 8.10 8.00 1.16 2.58 10 69 10.18 10.00.94 3.20 Besluit: De weerstand van deze motor is groot, dus gebruiken we best de tweede methode. Uit de meetresultaten merken we echter geen groot verschil tussen de twee methodes. Bovendien merken we op dat deze spanning heel dicht aanleunt tegen de bronspanning. Bijgevolg kunnen we de ingegeven bronspanning als spanning kunnen gebruiken. Grafiek van toerental in functie van de spanning: 3,5 Toerental in functie van de spanning 3 2,5 toerental (1/s) 2 1,5 1 0,5 0 0 2 4 6 8 10 12 spanning (V)

We vergelijken de twee tabellen van de metingen. Aangelegde Toerental( s -1 ) Vermogen NXT Toerental (s -1 ) spanning(v) 0 0 0% 0 2 0.61 10% 0.23 3 0.91 20% 0.51 4 1.30 30% 0.76 5 1.57 40% 1.02 6 1.88 50% 1.28 7 2.25 60% 1.55 8 2.58 70% 1.79 10 3.20 80% 2.03 90% 2.31 100% 2.59 Wanneer we deze twee tabellen vergelijken, lijkt een vermogen van 100% op de NXT overeen te stemmen met een aangelegde spanning van 8V, een vermogen van 50% stemt ongeveer overeen met een aangelegde spanning van 4 V. Proef 2 : Belaste karakteristieken van de motor Meetopstelling: Sluit de motor opnieuw aan op de een regelbare spanningsbron. Op de motor bevestig je nu een wiel dat een massa omhoog hijst. Voor de rest gebruik je dezelfde meetopstelling als in de vorige proef. Sluit de motor aan op een spanningsbron en laat de rol nu 5 omwentelingen maken. De lichtsensor meet opnieuw wanneer de zwarte streep voorbij komt. Na twee toeren zetten we de timer van de NXT in werking. We laten het wiel nog drie omwentelingen maken. Op die manier vermijd je opnieuw de invloed van de versnelling bij de start en kun je de rotatiesnelheid van het wiel berekenen. Herhaal deze meting bij een spanning van 2V, 4V, 6V, 8V. Hieruit ga je het rendement van de motor bepalen bij deze verschillende spanningen.

Programma: Gebruik hetzelfde programma als in de vorige proef maar laat nu de motor nog 2 omwentelingen maken voor we starten. De herhaling stellen we in op 2. Aangezien er nu een massa omhoog getild wordt, zal de snelheid van het draaien verlagen. Daarom stellen we de wachttijden ook opnieuw in. 2V-4v : 1s 5V 6V : 0,5s 8V 10V : 0,3s 11V,12V : 0,15s Berekenen van het rendement van de motor: In het voorbeeld berekenen we de waarden uit de tabel bij een aangelegde spanning van 6 V. Bereken de kracht : Bepaal de massa van de last die je omhoog haalt : m = 114g =0.114kg Bereken hieruit de kracht : F = 0,114kg.9,81N/kg = 1,12N Bereken de snelheid: Bereken de afgelegde weg als je weet dat het wiel 3 omwentelingen maakt en de straal van het wiel 0,032m is. s= 3.(2.π.R)= 6. π.0,032m= 0,6m De tijd nodig om drie omwentelingen te maken lees je af op de NXT. Bereken hieruit de snelheid: v=s/t =0,6m/2s=0,3m/s Bereken het mechanisch vermogen P = F.v = 1.12. 0.3 [N.m.s -1 ] = 0,34W Bereken het elektrisch vermogen P = U.I = 6.0,2[V.A] =1,20W

Hieruit vinden we het rendement η= P mechanisch / P elektrisch =0,34W / 1,20W= 0,28 = 28% Vul de onderstaande tabel aan: Stroom Spanning(V) (A) kracht (N) Tijd voor 0,6m (s) Snelheid (m/s) mechanisch elektrische vermogen vermogen (W) (W) Rendement (%) 0 0.00 1.12 0.0 0.00 0.00 0.0 0.0 2 0.20 1.12 11.1 0.05 0.06 0.4 15.7 3 0.20 1.12 5.5 0.11 0.12 0.6 20.7 4 0.20 1.12 3.3 0.18 0.21 0.8 26.4 5 0.20 1.12 2.4 0.25 0.28 1.0 29.0 6 0.20 1.12 2.0 0.30 0.34 1.2 28.3 7 0.20 1.12 1.6 0.38 0.43 1.4 30.4 8 0.21 1.12 1.4 0.43 0.48 1.6 29.5 9 0.21 1.12 1.2 0.50 0.57 1.9 29.9 10 0.22 1.12 1.1 0.55 0.62 2.2 28.7 11 0.23 1.12 1.0 0.60 0.68 2.5 26.8 12 0.24 1.12 0.9 0.67 0.75 2.8 26.7