MODULE 7. WARMTEWISSELAARS

Vergelijkbare documenten
MODULE 8. POMPEN EN COMPRESSOREN

MODULE 6. DRUKHOUDERS

voor het opstellen van een VEILIGHEIDSRAPPORT 05/05/2009

HANDBOEK RISICOBEREKENINGEN GEPLANDE WIJZIGINGEN

MODULE 9. LEIDINGSYSTEMEN

Risicoanalyse Avia tankstation. Drievogelstraat in Kerkrade. Adviseurs voor de externe veiligheid

QRA H 2 refuelling station Air Liquide

QRA Tankbouw Rootselaar Nijkerk

Risicoberekening LPG tankstation Total Drentse Poort Nieuw Buinen

voor het opstellen van een veiligheidsrapport

QRA. Dow Propyleen. Transportleiding. Traject Gemeente Woensdrecht

Risicoanalyse LNG-tankstation Rotterdam

Kwantitatieve risicoanalyse fa. Brandsma te Hilversum

Risicoanalyse propaantank Veerdam 1. in Aalst (gemeente Zaltbommel)

QRA berekening LPG-tankstations

Modellering gascilinders uit Handleiding Risicoberekeningen BEVI concept versie 1.4

HANDBOEK RISICOBEREKENINGEN

Externe veiligheid waterstofleiding gemeente Zwijndrecht

voor het opstellen van een VEILIGHEIDSRAPPORT GECOÖRDINEERDE VERSIE /10/2004

MODULE 15. UITSTROMING

Inleiding Het Windpark Tata Steel beoogt 2 tot 8 nieuwe turbines te plaatsen op het terrein van Tata Steel in IJmuiden.

Externe veiligheid tankstation P. Kok en Zn Hoofddorp

Inleiding. Juridisch kader. Memo. memonummer datum 30 augustus 2017 Ton van Dortmont Els Joosten

Metatechnisch Evaluatiesysteem

Risicoanalyse LPG-tankstation Nieuwe Hemweg te Amsterdam

Risicoanalyse Marco Gas te Bakel

Stappenplan groepsrisicoberekening LPGtankstations

Risico- en effectafstanden waterstoftankstations

Risicoanalyse LNG-tankstation Weert

MODULE 22. POPULATIEMATRIX

Risicoanalyse BOL SuperTank te Bunschoten

Groepsrisico LPG-tankstation foodcourt De Vrolijkheid te Zwolle

AFKORTINGEN, DEFINITIES EN SYMBOLEN

Groepsrisico LPG-tankstation Roermondsweg 112, Weert

Groepsrisico LPG-tankstation Tamoil Rijn 1. in Den Haag

Kwantitatieve risicoanalyse N2 peak shaving project

Risicoanalyse Biovergister

Groepsrisico LPG-tankstation Shell Muntbergweg in Amsterdam

Door Anna Gruber (FfE), Serafin von Roon (FfE) en Karin Wiesmeyer (FIW)

Risicoanalyse Marco Gas te Bakel

Risicoanalyse directe bunkering LNG Amerikahaven

QRA propaanopslag Overberg

Buisleidingen. Stand van zaken. Margreet Spoelstra RIVM

Groepsrisicoberekening LPG-tankstation Shell De Leeuwenhoek

Notitie aan : P.G. Meijers Gasunie. van : R.P. Coster KEMA. kopie : Registratuur KEMA. P.C.A. Kassenberg

Groepsrisico LPG-tankstation Shell te Oude Meer

Beoordeling van reductiefactoren op de faalkans van atmosferische opslagtanks

HANDLEIDING. Sesame. Thermoplastic Tank Technologies

Groepsrisico LPG-tankstation Total Dobber 2 in Obdam. (gemeente Koggenland)

MODULE 5. RISICOANALYSE

Opdrachtgever. Kwantitatieve risicoanalyse van LPG-tankstation Gulf Ampèrestraat te Harderwijk. auteur(s) Save

Incidentenanalyse atmosferische opslagtanks Fase 2: risicoreductie

DNV KEMA Energy & Sustainability. Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding Z

Onderzoek QRA verplichting uitbreiding UGS Zuidwending met waterstofinstallatie

Risicoanalyse LNG-tankstation Harnaschpolder Midden-Delfland

Groepsrisico LPG-tankstation Texaco Leidsestraatweg 132. in Woerden

DNV KEMA Energy & Sustainability. Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W Kromslootpark te Almere

Kwantitatieve risicoanalyse Risicoberekening LPG-tankstation te Purmerend

Curaçao Carbon Footprint 2015

: Aanvullende risicoberekening DOW-propeenleiding bij Hoogvliet Oudeland

Veiligheid van aardgastransportroutes

Kwantitatieve risicoanalyse Tankstation Schmieman

Kwantitatieve risicoanalyse Ammoniakkoelinstallatie Ardo B.V.

1 Inleiding 1. 2 Verwerking van gegevens Aangeleverde gegevens Verwerking gegevens 3

Risicoanalyse Videojet Technologies Europe in De Meern

Bijlage 5 Risicoanalyse LPG-tankstation te Nederhorst den Berg

Kwantitatieve risicoanalyse McCain Foods Holland BV

Groepsrisicoberekening LPG-tankstation B. Kerkhof & Zn

Risicoanalyse Truckparking Maat te Alblasserdam

Notitie. 1 Inleiding. 2 Uitgangspunten

Risicoanalyse veiligheidscontour AFS - Schiphol

Volledig RVS flexibele slangen

Overzicht bepalingen inhoud Veiligheidsrapport in het Brzo 2015, Seveso III en de Rrzo Maart 2016

Transcriptie:

MODULE 7. WARMTEWISSELAARS Deze module behandelt de warmtewisselaars. Hierin worden de mee te nemen scenario s beschreven, de bijhorende faalwijzen en faalfrequenties en de specifieke aandachtspunten voor de modellering. 7.1 SYMBOLEN P [bar] Werkdruk 7.2 TOEPASSINGSGEBIED Deze module is van toepassing op pijp- en plaatwarmtewisselaars. 7.3 SCENARIO S Voor de scenariobepaling van de warmtewisselaars wordt uitgegaan van de generieke faalwijzen uit Tabel 7-1 en Tabel 7-2. Daarnaast moet voor de pijpwarmtewisselaars ook de faalwijze inwendige pijpbreuk onderzocht worden. Hier worden de generieke vervolggebeurtenissen uit Module 14 aan gekoppeld. 7.4 FAALWIJZEN EN FAALFREQUENTIES Hieronder worden de faalwijzen en faalfrequenties voor respectievelijk de pijpwarmtewisselaars en de plaatwarmtewisselaars gegeven. De achtergrondinformatie kan gevonden worden in bijlage ( 7.8). 7.4.1 Pijpwarmtewisselaars 7.4.1.1 Mantel Tabel 7-1 toont de generieke faalfrequenties voor de mantel van pijpwarmtewisselaars. 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 7-1

Faalwijze mantel Klein lek 0 < d 25 mm d eq = 10 mm Middelgroot lek 25 < d 50 mm d eq = 35 mm Groot lek 50 < d D max d eq = D max Tabel 7-1 : Faalwijzen en faalfrequenties [/warmtewisselaar.jaar] voor de mantel van pijpwarmtewisselaars Faalfrequentie [/warmtewisselaar.jaar] 6,0 10-3 3,9 10-3 1,6 10-5 Breuk 1,3 10-5 Bij de pijpwarmtewisselaars zijn er drie verschillende faalwijzen voor de lekken, met name klein lek, middelgroot lek en groot lek. De maximale lekdiameter van de pijpwarmtewisselaar wordt gelijkgesteld aan de maximale aansluitdiameter en bepaalt welke lekken moeten meegenomen worden in de risicoberekening en met welke equivalente lekdiameter. Indien de maximale lekdiameter kleiner is dan of gelijk aan 25 mm, wordt enkel de faalwijze klein lek beschouwd met een faalfrequentie gelijk aan de som van de faalfrequenties voor de faalwijzen klein lek, middelgroot lek en groot lek. De equivalente lekdiameter wordt gelijkgesteld aan de maximale lekdiameter, met een minimum van 10 mm. Indien de maximale lekdiameter in het interval van het middelgroot lek (25 50 mm) gelegen is, dient de faalwijze groot lek niet beschouwd te worden, maar wordt de faalfrequentie van de faalwijze groot lek opgeteld bij deze van de faalwijze middelgroot lek. De equivalente lekdiameter voor de faalwijze middelgroot lek wordt gelijkgesteld aan de maximale lekdiameter. De faalwijze klein lek wordt apart beschouwd met zijn eigen faalfrequentie en een equivalente lekdiameter van 10 mm. Indien de maximale lekdiameter groter is dan 50 mm, worden de faalwijzen klein lek, middelgroot lek en groot lek alle apart beschouwd, elk met zijn eigen faalfrequentie. De equivalente lekdiameter voor de faalwijze klein lek wordt gelijkgesteld aan 10 mm, voor middelgroot lek aan 35 mm en voor groot lek aan de maximale lekdiameter. 7.4.1.2 Pijpbreuk Naast bovenstaande faalwijzen voor de mantel dient ook de faalwijze inwendige pijpbreuk onderzocht te worden. Een inwendige pijpbreuk zal aanleiding geven tot een mantellek indien de werkdruk in de pijpen hoger is dan de hydrostatische proefdruk van de mantel en er geen adequate drukontlasting (die gedimensioneerd is voor een pijpbreuk) is voorzien op de mantel. In voorkomend geval dient het falen van 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 7-2

de mantel ten gevolge van een pijpbreuk als afzonderlijke faalwijze in rekening gebracht te worden. In dit geval wordt uitgegaan van een faalfrequentie van 9,64 10-5 /m.jaar voor het falen van de pijpen. Om de faalfrequentie voor pijpbreuk te bekomen wordt deze frequentie vermenigvuldigd met de totale pijplengte in de warmtewisselaar, met name de gemiddelde lengte van een pijp vermenigvuldigd met het aantal pijpen, en met het aandeel van breuken in het totaal van de falingen van de pijpen, zijnde 5%. In formulevorm wordt dit 7.4.2 Plaatwarmtewisselaars 4,82 10 [/ ] Tabel 7-2 toont de generieke faalfrequenties voor plaatwarmtewisselaars afhankelijk van de werkdruk P. Faalwijze Tabel 7-2: Faalwijzen en faalfrequenties [/warmtewisselaar.jaar] voor plaatwarmtewisselaars Faalfrequentie [/warmtewisselaar.jaar] P < 5 bar 5 bar P < 8 bar 8 bar P Klein lek 0 < d 25 mm 4,610-3 7,010-3 1,810-2 d eq = 10 mm Middelgroot lek 25 < d D max 2,010-3 3,010-3 7,210-3 d eq = D max Breuk 5,510-6 8,310-6 2,010-5 Bij de plaatwarmtewisselaars zijn er twee verschillende faalwijzen voor de lekken, met name klein lek en middelgroot lek. De maximale lekdiameter van de plaatwarmtewisselaar wordt gelijkgesteld aan de maximale aansluitdiameter en bepaalt welke lekken moeten meegenomen worden in de risicoberekening en met welke equivalente lekdiameter. Indien de maximale lekdiameter kleiner is dan of gelijk aan 25 mm, wordt enkel de faalwijze klein lek beschouwd met een faalfrequentie gelijk aan de som van de faalfrequenties voor de faalwijzen klein lek en middelgroot lek. De equivalente lekdiameter wordt gelijkgesteld aan de maximale lekdiameter, met een minimum van 10 mm. Indien de maximale lekdiameter groter is dan 25 mm, worden de faalwijzen klein lek en middelgroot lek apart beschouwd, elk met zijn eigen faalfrequentie. De equivalente lekdiameter voor de faalwijze klein lek wordt gelijkgesteld aan 10 mm en voor middelgroot lek aan de maximale lekdiameter. 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 7-3

7.5 MODELLERING De algemene aspecten m.b.t. uitstroming en de vervolgstappen van de QRA, zoals verdamping, dispersie en effectberekeningen, worden in Module 15 tot en met Module 21 beschreven. 7.6 VERSIEBEHEER Datum Versie Voornaamste aanpassingen Maart 17 1.0 1 e versie t.v.v. het betreffende deel uit (LNE, 2009) April 17 1.1 Aanpassing huisstijl Departement Omgeving 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 7-4

7.8 BIJLAGE: ACHTERGRONDINFORMATIE 7.8.1 Pijpwarmtewisselaars Een extern lek van een pijpwarmtewisselaar kan veroorzaakt worden door: Een lek door de mantel naar de omgeving; Een pijpbreuk die overdruk geeft op de mantel, die begint te lekken. 7.8.1.1 Uitstroming via de mantel De mantelzijde van een pijpenwarmtewisselaar is in essentie een druktank. Er is onvoldoende gedetailleerde data beschikbaar voor een nauwkeurige opdeling. (DNV Technica, 1992) bevat een grote hoeveelheid aan faalgegevens voor warmtewisselaars. In het totaal heeft de data betrekking op 531 pijpwarmtewisselaars voor een ervaringsperiode van 1194 pijpwarmtewisselaarsjaren. Over deze periode werden 61 externe falingen waargenomen. De gemiddelde kans van voorkomen van een mantel lek aan een pijpwarmtewisselaar bedraagt dan 5,1 10-2 /jaar. (Arulanantham & Reeves, 1981) geven algemene faaldata over 4 chemische fabrieken, met een totaal van 5950 warmtewisselaarjaren ervaring. De totale faalfrequentie bedraagt 1,7 10-3 /jaar. De gegevens van (DNV Technica, 1992) zijn verzameld vanaf 1978. (Arulanantham & Reeves, 1981) dateert van 1981. Het is met andere woorden weinig waarschijnlijk dat er een overlapping is tussen beide onderzochte populaties. Het totale aantal externe lekken voor beide referenties samen bedraagt 71 voor een totaal van 7144 warmtewisselaarjaren. De meeste lekken aan warmtewisselaars zijn relatief kleine lekken aan dichtingen. Voor het bepalen van de kans van voorkomen van lekken aan de mantel is aangenomen dat de data enkel de relatief kleinere lekken betreft (< 50 mm). Voor lekken in de categorie 50 150 mm en in de categorie instantaan falen zijn de faalfrequenties gebaseerd op expert judgement. Bij het ontbreken van statistische gegevens kan men zich beroepen op de Delphi methode. Deze methode kan men omschrijven als een gestructureerd groepscommunicatieproces. De faalfrequenties voor warmtewisselaars werden geschat op basis van de gekende faalfrequenties voor drukhouders. Rekening houdend met in de literatuur voorspelde invloedsfactoren wordt verwacht dat indien men 310.000 warmtewisselaarsjaren onderzoek zou doen dat in de categorie 50 150 mm het aantal falingen 5 bedraagt en voor instantaan falen worden 4 falingen verwacht. Tabel 7-3 bevat de resultaten. 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 7-5

Lekgrootte categorie (mm) Tabel 7-3: Faalfrequentie volgens lekgrootte voor pijpwarmtewisselaars (mantel) Equivalente lekgrootte (mm) Faalfrequentie band (/warmtewisselaar.jaar) 0-25 10 3,8 10-3 6,0 10-3 8,6 10-3 25-50 35 2,3 10-3 3,9 10-3 6,3 10-3 50-150 100 4,110-6 --1,610-5 4,610-5 Catastrofaal Breuk 2,710-6 1,310-5 4,110-5 Alle 7,2 10-3 9,9 10-3 1,3 10-2 7.8.1.2 Pijplekken en pijpbreuken Bij kleine lekken zal de drukopbouw traag verlopen en zal de druk in vele gevallen tijdig geëvacueerd kunnen worden. Een inwendige pijpbreuk zal aanleiding geven tot een mantellek indien de werkdruk in de pijpen hoger is dan de hydrostatische proefdruk van de mantel en er geen adequate drukontlasting (die gedimensioneerd is voor een pijpbreuk) is voorzien op de mantel. Afhankelijk van de specifieke situatie dient nagegaan welke de vervolgkans is op het falen van de mantel ten gevolge van een pijpbreuk en dient dit scenario afzonderlijk in rekening gebracht te worden. (EPRI, 1981) geeft de volgende faalfrequenties voor pijpbreuk: Gesloten circuit warmtewisselaar: Condensor: 2,510-3 /jaar; 5,010-3 /jaar. Men kan deze frequentie ook schatten op basis van de leidinglengte van de interne pijpen. Een intern rapport van DNV (geklasseerd onder DNV Technica code LO56) geeft een faalfrequentie voor kleine pijplekken van 7,87 10-5 /m.jaar en voor grote pijplekken van 1,77 10-5 /m.jaar. Op basis van deze gegevens wordt de totale faalfrequentie van een pijplek geschat op 9,64 10-5 /m.jaar. Uit de lekdistributie van leidingen (zie verder) blijkt dat ongeveer 5% van de falingen neerkomen op pijpbreuken. Met deze gegevens kan de frequentie van een pijpbreuk berekend worden als: =9,64 10 0,05 =4,82 10 (Perry, 1985) stelt als typische pijplengte 4,88 m voorop en (DNV Technica, 1992) schat het gemiddeld aantal pijpen op 300. Op deze manier wordt de faalfrequentie voor pijpbreuk bijgevolg geschat op 7,1 10-3 per warmtewisselaar.jaar. 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 7-6

7.8.2 Plaatwarmtewisselaars 7.8.2.1 Faalfrequenties voor plaatwarmtewisselaars Plaatwarmtewisselaars zijn in gebruik in de industrie sedert halfweg de jaren zestig. (Svensson, 1988) geeft een overzicht van 2300 jaar ervaring met 474 plaatwarmtewisselaars, rekening houdend met plaatconfiguratie, plaatmateriaal, werkingstemperatuur en druk. De gerapporteerde jaarlijkse faalfrequentie varieert van 3,5 10-3 tot 2,5 10-2, afhankelijk van het aantal verlopen kalenderdagen sinds de ingebruikname. Voor inox plaatwarmtewisslaars bedroeg de faalfrequentie 1,66 10-2 per item.jaar, verdeeld over de volgende faalwijzen: Extern lek: 1,0 10-2 (60%) Intern lek: 5,8 10-3 (35%) Verstopping: 8,3 10-4 (5%) Het artikel toont ook aan dat bepaalde werkcondities een belangrijke invloed hebben op de faalfrequentie. Tabel 7-4 toont de invloed van de temperatuur op de frequentie voor een extern lek. Tabel 7-5 toont de invloed van de werkdruk op de faalfrequenties voor een extern lek. Temperatuursrange [ C] Tabel 7-4: Invloed van temperatuur op de faalfrequenties voor een extern lek Faalfrequentie voor extern lek [per jaar] 10-30 5,3 10-4 30-70 3,2 10-3 70-110 2,1 10-2 > 110 0,22 Alle 1,010-2 Werkdruk [bar] Tabel 7-5: Invloed van de werkdruk op de faalfrequenties voor plaatwarmtewisselaars Faalfrequentie voor extern lek [per jaar] < 5 6,6 10-3 5-8 1,0 10-2 > 8 2,410-2 Alle 1,010-2 De invloed van de temperatuur is blijkbaar meer uitgesproken dan de invloed van de druk. In werkelijkheid gaan druk en temperatuur meestal samen. Een indeling naar een hogere werkdruk houdt in vele gevallen een verhoging in werktemperatuur in. 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 7-7

De vermelde faaldata bevatten geen gegevens over de verdeling in functie van de lekdiameter. Een veronderstelde representatieve lekverdeling wordt gegeven in Tabel 7-6. Lekdiameter [mm] Tabel 7-6: Faalfrequentieverdeling voor plaatwarmtewisselaars Equivalente lekdiameter [mm] Kansverdeling [%] 0-25 10 0,7 25 50 35 0,3 > 50 breuk 8,310-4 De lekverdeling uit Tabel 7-6 is gebaseerd op volgende aannames: De tussenkomst van de operator dient als basis voor het inschatten van de aanneembare lekgrootte. Indien directe tussenkomst noodzakelijk was, wordt verondersteld dat de lekdiameter in de categorie van 25 mm behoort. Voor krachtcentrales met nucleaire en fossiele brandstof was, rekening houdend met de beschouwde werkingsuren, gemiddeld in 30% van de gevallen direct ingrijpen van de operator vereist. Er zijn geen catastrofale breuken van plaatwarmtewisselaars gerapporteerd. De faalfrequentie voor verstopping en een voorwaardelijke faalkans van 0,01 voor de drukontlasting, geeft een faalcijfer voor breuk van 8,3 10-6 /jaar, wat in de buurt ligt van het cijfer voor drukvaten. De rest van de externe lekken worden verondersteld thuis te horen in de categorie met gemiddelde lekdiameter van 5 mm, met een lekfrequentie van 7,0 10-3 /jaar. 7.8.2.2 Oorzaken van falingen De meest voorkomende faalwijze van een plaatwarmtewisselaar is een extern lek veroorzaakt door faling van de pakking, bijvoorbeeld door verkeerd materiaalgebruik, onvoldoende hechting van de pakking aan de plaat, overmatige interne druk, mechanische beschadiging, veroudering van de pakking of hechtingsmateriaal, Ook slechte verbindingen met de leidingen kunnen een externe lekkage veroorzaken. Interne lekkage, gewoonlijk te wijten aan perforatie van een plaat door corrosie, kan zich verder ontwikkelen tot een extern lek indien de pakking het begeeft. Verstoppingen in de verbindingen met de leidingen of aan de plaatdoorgangen kan overdruk veroorzaken en leiden tot een lek of breuk indien geen detectie en controle plaatsgrijpt. 7.8.3 Besluit Generieke faalfrequenties Voor uitstroming via de mantel van pijpwarmtewisselaars worden faalfrequenties gehanteerd op basis van een combinatie van statistische data en expert judgement. Indien de werkdruk in de pijpen hoger is dan de hydrostatische proefdruk in de mantel en er geen adequate drukontlasting voorzien is, dient ook rekening 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 7-8

gehouden te worden met falen van de mantel ten gevolge van pijpbreuk, waarvoor tevens faalfrequenties worden voorgesteld. De faalfrequenties voor plaatwarmtewisselaars houden rekening met de werkingsdruk van de warmtewisselaar en zijn een combinatie van Tabel 7-5 en Tabel 7-6. 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 7-9