Jaarverslag. Samen sterk voor later - -



Vergelijkbare documenten
Jaarverslag. Samen sterk voor later - -

Jaarverslag. De deelnemer dichtbij - -

Pensioenfonds Robeco. Populair Jaarverslag 2014

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG

september 2014 Pensioen is als autorijden pagina 6 Hoe deed BPF Schoonmaak het in 2013? pagina 4 De regels bij afkoop pagina 8

2011 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG

RBS pensioen update. Van premie tot pensioen

VERKORT JAARVERSLAG 2016

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf

Je bouwt partnerpensioen op met de pensioenregeling van Pensioenfonds Detailhandel. Voor je kinderen is er wezenpensioen.

SPNG. veranderingen. was voor. een jaar van grote. Verkort jaarverslag 2013 >

Extra informatie pensioenverlaging

2013 verkort in beeld. Ontwikkelingen. Pensioenen Beleggingen Organogram

Je bouwt partnerpensioen op met de pensioenregeling van Pensioenfonds Detailhandel. Voor je kinderen is er wezenpensioen.

Kwartaalbericht. 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari Samenvatting cijfers per 31 december 2014

Update! WIJZIGINGEN PENSIOENREGELING PER 1 JANUARI bpfhibin.nl

Persbericht. Kwartaalbericht: vierde kwartaal 2011

stichting pensioenfonds wonen

VERKORT JAARVERSLAG 2017

Het jaarverslag 2014 samengevat

Hoe is uw pensioen geregeld?

Een overzicht van de kerncijfers vindt u op <pagina 8 en 9> van het volledige jaarverslag.

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Verklaring van beleggingsbeginselen

Stichting Pensioenfonds Capgemini Nederland

Pensioennieuws is een uitgave van het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Baksteenindustrie en het Vroegpensioenfonds voor de Baksteenindustrie

De pensioenleeftijd zal omhoog gaan

Pensioen Nieuws. Lichte daling dekkingsgraad. staat de nieuwe beleidsdekkingsgraad

Verkort jaarverslag PHI 2010

Pensioen Nieuws. Lichte daling dekkingsgraad

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux

2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG

maart 2015 Schoonmaken is echt een vak pagina 6 Nieuwe regels voor uw pensioen pagina 4 Pensioenleeftijd naar 67. En nu? pagina 8

Het AVEBE Pensioen samengevat

Terugblik 2011 in cijfers

Toelichting bij uw Uniform Pensioenoverzicht 2018

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Dekkingsgraad 121,8% per 30 september 2012, toename van 9,3%-punt ten opzichte van 30 juni 2012.

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het derde kwartaal gestegen van miljoen naar miljoen ( miljoen ultimo Q4 2013).

Verkort Jaarverslag 2013

Verkort jaarverslag In de verkorte versie van het jaarverslag leest u op hoofdlijnen hoe het jaar 2014 voor het pensioenfonds is verlopen.

Stichting Pensioenfonds Capgemini Nederland

Toelichting. Uniform Pensioenoverzicht Uitkeringsovereenkomst

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Welke gebeurtenissen beïnvloeden uw pensioen?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

augustus 2015 Ik bouw ook pensioen op voor mijn kinderen pagina 6 AOW-leeftijd sneller omhoog pagina 4 Doe de quiz! pagina 8

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

De dekkingsgraad van het Pensioenfonds is bijna elke maand anders. Dat komt vooral door de rentestand en onze beleggingsopbrengsten.

Jaarbericht Terugblikken en vooruitkijken. delta lloyd pensioenfonds

Rabo BedrijvenPensioen. Een aandeel in elkaar

Pensioen-Bijeenkomst. 23 maart 2017

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Marktwaardedekkingsgraad per 31 maart 2014: 128,6%, een toename van 3,3%-punt ten opzichte van 31 december 2013.

Stichting Metro Pensioenfonds Populair jaarverslag 2008

PER 1 JANUARI 2015 IS UW PENSIOEN VERANDERD WAT BETEKENT DIT PRECIES VOOR U?

Datum Briefnummer Behandeld door Doorkiesnummer N.W. Dijkhuizen 630

1. Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

2014 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG

Pensioen Nieuws. Wat komt er op ons af? #10 januari 14. Pensioenfonds

Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten

CAPGEMINI PENSIOENFONDS. Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld?

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Derde kwartaal juli 2015 t/m 30 september Samenvatting:

4.1. Algemene uitgangspunten 4.2. De beleggingsstrategie

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Populair beleggingsplan

Transcriptie:

Jaarverslag Samen sterk voor later - - -

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf Jaarverslag 2014 Jaarverslag 2014 3

Met een extra papiertje op zak, verbeter je je kansen op de arbeidsmarkt. Je kunt nog zo veel ervaring hebben, werkgevers willen toch een diploma zien. En ik vind het ook gewoon leuk om een cursus te doen. Je steekt er altijd wat van op. Eric Pietersen Leeftijd: 41 jaar Cursus: basisopleiding glazenwasser Jaarverslag 2014 5

6 BPF Schoonmaak

Inhoudsopgave Woord van het bestuur 9 Belangrijke cijfers 10 Organisatie 14 Verslag van het bestuur 21 1. Communicatie 21 2. Financieel beleid 22 3. Beleggingen 25 4. Risicobeheer 31 5. Veranderingen in de regels 31 6. Pensioenbeheer 33 7. Goed pensioenfondsbestuur 34 8. Vooruitblik 2015 35 9. Verslag van de auditcommissie 35 10. Oordeel van het verantwoordings orgaan 37 Jaarrekening 2014 43 Balans per 31 december 2014 43 Staat van baten en lasten over 2014 44 Kasstroomoverzicht over 2014 46 Algemene toelichting 47 Toelichting op de balans 55 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen 78 Toelichting op de staat van baten en lasten 78 Vaststelling van het jaarverslag en de jaarrekening door het bestuur 85 Overige gegevens 88 Statutaire regeling voor de bestemming van het saldo van baten en lasten 88 Actuariële verklaring 89 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant 90 Jaarverslag 2014 7

Voorwoord 8 BPF Schoonmaak

Sector in ontwikkeling In dit jaarverslag vertellen we u hoe het ging in 2014. Ook leest u hier verhalen van mensen die werken in de schoonmaakbranche. Dit zijn allemaal mensen die een opleiding volgen. Of al een diploma hebben gehaald. Wist u dat er veel opleidingen zijn voor schoonmakers en glazenwassers? BPF Schoonmaak vindt het belangrijk dat u zich blijft ontwikkelen. Dat is niet alleen goed voor uw werk. Maar ook voor uzelf. De mensen die werken voor het pensioenfonds, volgen ook vaak een opleiding. Zo kunnen zij hun werk goed blijven doen. Want de pensioensector blijft veranderen. In 2014 is er veel veranderd. Er is nu bijvoorbeeld een nieuwe wet. Daardoor is ons bestuur veranderd. Het bestuur bestaat nu uit twee delen. We hebben een niet-uitvoerend bestuur en een uitvoerend bestuur. Ieder heeft zijn eigen taken en gezamenlijk nemen we besluiten. Met de economie ging het in 2014 wat beter. Toch hebben we nog te weinig geld. Dat komt doordat de rente laag is. We moeten meer geld hebben om nu en later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Ieder jaar wordt alles duurder: boodschappen, elektriciteit, huur. Voor hetzelfde geld kun je minder kopen. Dat noemen we inflatie. Eind 2014 hadden we genoeg geld om de pensioenen in 2015 voor een deel mee te laten groeien met de inflatie. De pensioenen zijn met 0,31 procent verhoogd. Wij weten dat pensioen ingewikkeld is. En dat veel mensen er vragen over hebben. Daarom proberen wij alles zo goed mogelijk uit te leggen. In 2014 hebben wij de Pensioenkrant verbeterd en is onze website vernieuwd. Ook sturen we u een kaart als u jarig bent. Mensen bellen ons nu vaker en er komen meer mensen op onze website. De komende jaren zal er nog meer veranderen in de pensioensector. Bij BPF Schoonmaak blijven we leren. Zodat we uw pensioen zo goed mogelijk kunnen regelen. En u daarover kunnen informeren. Zo staan we samen sterk voor later. Het bestuur Jaarverslag 2014 9

Belangrijke cijfers (bedragen in duizenden euro s) Hiernaast ziet u de belangrijkste cijfers van BPF Schoonmaak. U ziet hoe het ging in 2014, maar ook hoe het ging in de jaren daarvoor. Aantal werkgevers en werknemers 2014 2013 2012 2011 2010 Aantal aangesloten werkgevers in jaar 3.570 3.578 3.567 3.492 3.495 Aantal aangesloten werkgevers einde jaar 3.274 3.250 3.233 3.195 3.152 Aantal actieve deelnemers in jaar 139.189 142.909 143.089 145.988 153.080 Aantal actieve deelnemers einde jaar 117.178 120.473 121.421 120.932 133.798 Aantal gewezen deelnemers einde jaar 343.007 335.012 353.594 368.471 522.143 Aantal pensioengerechtigden (einde jaar) Ouderdomspensioen 17.643 15.856 14.560 13.164 11.812 Partnerpensioen 2.996 2.764 3.065 3.024 2.906 Wezenpensioen 218 219 221 225 240 Arbeidsongeschiktheidspensioen 645 678 720 754 779 Prepensioen 5 7 5 8 7 Opbouwpercentage per dienstjaar Ouderdomspensioen 1,67 1,75 2,05 2,05 2,05 10 BPF Schoonmaak

2014 2013 2012 2011 2010 Premie (als percentage van de pensioengrondslag) Ouderdomspensioen 20,75% 21,0% 21,0% 18,5% 17,7% Overgangsregeling 1,3% 0,9% 0,9% 0,9% 1,7% Pensioenuitvoering Feitelijke premie 185.770 185.859 181.085 160.678 164.524 Kostendekkende premie 172.328 189.505 211.485 174.654 168.841 Gedempte premie 153.522 155.785 174.623 152.683 164.243 Uitkeringen 50.420 50.060 44.720 61.704 26.335 Pensioenuitvoeringskosten 14.969 16.715 17.488 17.508 18.386 Beleggingen Belegd vermogen 3.901.879 2.893.141 2.796.921 2.382.887 2.046.854 Opbrengst beleggingen 1 772.058 -/- 58.581 301.093 229.587 219.755 Beleggingskosten 4.651 5.326 4.544 2.059 6.373 Beleggingsrendement (in procenten) 10,1% 2,4% 10,0% 2,6% 6,6% 1 De opbrengst beleggingen onder aftrek van kosten vermogensbeheer is 767.407. Jaarverslag 2014 11

Belangrijke cijfers 2014 2013 2012 2011 2010 Beleggingsrendement, incl. risicoafdekking (in procenten) 25,5% -/- 2,1 % 12,4% 10,7% 13,1% Beleggingsrendement benchmark (in procenten) 9,5% 2,1% 10,1% 2,1% 6,6% Z-score 0,43 0,25 -/- 0,04 0,40 0,01 Performancetoets 2 0,47 1,74 0,76 0,16 0,00 Vermogen, verplichtingen en solvabiliteit Pensioenvermogen 3.894.576 2.872.898 2.778.203 2.363.445 2.110.834 Pensioenverplichtingen 3.576.473 2.705.174 2.691.669 2.393.459 1.960.229 Stichtingskapitaal en reserves 379.142 230.035 158.045 33.697 150.605 Vereist eigen vermogen 439.243 294.349 298.384 271.812 222.180 Reservetekort of overschot -/-121.140 -/-126.625 -/- 211.850 -/- 301.826 -/-71.575 Vervangende interest (RTS) verplichtingen (in procenten) 2,1% 2,9% 2,6% 2,8% 3,4% Duration verplichtingen 23 21 23 23 23 Aanwezige dekkingsgraad (in procenten) 108,9% 106,2% 103,2% 98,7% 107,7% Vereiste dekkingsgraad (in procenten) 112,3% 110,9% 111,1% 111,4% 111,3% Reële dekkingsgraad (in procenten) 69,1% 65,8% 60,9% 53,6% 62,2% 2 Vanaf 2014 is het zogenaamde vrijheidsbesluit van 1,28 (correctiefactor) niet langer van toepassing. De performancetoets kan als gehaald worden beschouwd indien deze hoger is dan -1,28. De vergelijkende cijfers zijn nog bepaald inclusief de correctiefactor van 1,28. Aanpassing (opgebouwde) pensioenen Toeslag actieven (in procenten) 0,31% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Toeslag inactieven (in procenten) 0,31% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 12 BPF Schoonmaak

Jaarverslag 2014 13

Organisatie Afbeelding 1 Opbouw BPF Schoonmaak Adviescommissie bezwaarschriften en vrijstellingsbesluiten Geschillencommissie BPF Schoonmaak Bestuur Niet-uitvoerend bestuur: Dagelijks bestuur Uitvoerend bestuur Auditcommissie Verantwoordingsorgaan Wat is BPF Schoonmaak? Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf (BPF Schoonmaak) bestaat sinds 4 januari 1968 en is gevestigd in Utrecht. Het fonds is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in Utrecht onder nummer 41177936. Het fonds is aangesloten bij de Pensioenfederatie. De Pensioenfederatie is de belangenorganisatie voor alle pensioenfondsen in Nederland. Wat doet BPF Schoonmaak? BPF Schoonmaak wil een pensioen uitkeren aan iedereen die is aangesloten. Dat zijn onze deelnemers en gepensioneerden. Deelnemers zijn: werknemers die pensioen opbouwen bij BPF Schoonmaak (ex-)werknemers die eerder pensioen opbouwden bij BPF Schoonmaak van ons. Dat noemen we partnerpensioen of wezenpensioen. En kunt u niet meer werken, omdat u arbeidsongeschikt bent? Dan bouwt u bij ons misschien pensioen op zonder premie te betalen. Organisaties die samenwerken in BPF Schoonmaak BPF Schoonmaak heeft een bestuur en een verantwoordingsorgaan. De mensen in het bestuur en het verantwoordingsorgaan vertegenwoordigen de werkgevers, werknemers en gepensioneerden. Zij komen uit de volgende organisaties: namens de werkgevers: Ondernemersorganisatie Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten (OSB) namens de werknemers: FNV Bondgenoten en CNV Vakmensen één bestuurslid vertegenwoordigt de gepensioneerden Commissie Vermogensbeheer Extern adviseur Vermogensbeheer Commissie Pensioenbeheer Commissie Communicatie Bindend advies Oordeel (Verantwoordingsorgaan) /Toezicht (Auditcommissie) Advies Gepensioneerden zijn mensen die een uitkering van het fonds ontvangen. Bent u aangesloten bij BPF Schoonmaak? Dan betalen u en uw werkgever premie voor uw pensioen. Wij beheren en beleggen dit geld. Met de opbrengst betalen wij pensioenen. Dat is niet alleen ouderdomspensioen. Als u komt te overlijden, krijgen uw partner en kinderen misschien pensioen Nieuw bestuursmodel Op 1 juli 2014 is het bestuursmodel van het fonds veranderd. Dit is gedaan omdat de wet werd veranderd. Het bestuur bestaat nu uit twee delen. Het eerste deel is het niet-uitvoerend bestuur. Het andere deel is het uitvoerend bestuur. Het totale bestuur neemt de beslissingen. Het niet-uitvoerend bestuur controleert wat het uitvoerend bestuur doet. En bekijkt of de manier 14 BPF Schoonmaak

waarop alles verloopt juist is en beter kan. De twee delen zijn samen verantwoordelijk voor het pensioenfonds. Het uitvoerend bestuur bestaat uit twee onafhankelijke bestuurders. Het niet-uitvoerend bestuur bestaat uit zes vertegenwoordigers en een onafhankelijk voorzitter. Drie vertegenwoordigen de werkgevers, twee de deelnemers en één de gepensioneerden. De niet-uitvoerend bestuurders controleren samen of alles juist verloopt. Op afbeelding 1 (links) ziet u hoe het bestuur van BPF Schoonmaak nu in elkaar zit. Wie zaten er in 2014 in het bestuur? Bestuur Bestuursleden worden benoemd voor vier jaar. Die periode kan het bestuur twee keer verlengen met vier jaar. Het is niet de bedoeling dat bestuursleden allemaal tegelijk aftreden. Dat doen ze om de beurt. Nieuwe bestuursleden Per 1 september 2014 is werknemersvoorzitter M. Martens in een andere sector gaan werken. De heer D. Muusers is hem opgevolgd als bestuurslid. Per 1 januari 2015 is werkgeversvoorzitter J. Koen afgetreden. Mevrouw E. von Weiler is zijn opvolger als werkgeversbestuurslid. Sinds 1 januari 2014 zit de heer R. Sprenkels als werkgeversvertegenwoordiger in het bestuur. Het bestuur krijgt hulp van commissies. Dat zijn: de commissie Vermogensbeheer de commissie Pensioenbeheer de commissie Communicatie Andere commissies en groepen zijn: het verantwoordingsorgaan de auditcommissie de geschillencommissie BPF Schoonmaak werkt samen met: APG Rechtenbeheer N.V. voor de pensioenadministratie, -communicatie en bestuursondersteuning Syntrus Achmea Vermogensbeheer B.V. voor het vermogens beheer Northern Trust Global Services Limited voor de beleggings administratie Het Nederlands Compliance Instituut als compliance officer Towers Watson Netherlands N.V. als certificerend actuaris Deloitte Accountants B.V. voor de controle van het jaarwerk Niet-uitvoerend bestuur Functie in bestuur Sinds Tot Namens Harrie Penders Onafhankelijk voorzitter 1-7-2014 1-7-2018 Hans Koen Werkgeversvoorzitter 1-8-2006 1-1-2015 OSB Mari Martens Werknemersvoorzitter 1-1-1999 1-9-2014 FNV Bondgenoten Thérèse Schets * Bestuurslid 1-3-2002 1-1-2016 Pensioengerechtigden Evelyne Simons ** Bestuurslid 1-1-2013 1-1-2017 OSB Ruud Sprenkels Bestuurslid 1-1-2014 1-1-2018 OSB Daan Muusers Bestuurslid 1-9-2014 1-1-2019 FNV Bondgenoten Harm Roeten Bestuurslid 1-1-2013 1-1-2017 CNV Vakmensen Esther von Weiler Aspirant-bestuurslid OSB Uitvoerend bestuur Functie in bestuur Sinds Tot Namens Gijs Vermeulen Uitvoerend bestuurslid 1-11-2010 1-1-2015 OSB, FNV Bondgenoten en CNV Vakmensen Elly Kwakkelstein Uitvoerend bestuurslid 23-11-2011 1-1-2016 OSB, FNV Bondgenoten en CNV Vakmensen * Thérèse Schets is beoogd werknemersvoorzitter en lid dagelijks bestuur vanaf 1-9-2014, namens de mensen die pensioen krijgen. ** Evelyne Simons is beoogd werkgeversvoorzitter en lid dagelijks bestuur vanaf 1-1-2015, namens OSB. Jaarverslag 2014 15

Organisatie Wat doen de bestuurscommissies? Commissie Communicatie De commissie Communicatie adviseert het bestuur hoe BPF Schoonmaak pensioenzaken het best kan uitleggen. De commissie maakt daarvoor plannen: één voor de korte termijn en één voor de lange termijn. In het hoofdstuk Communicatie op pagina 21 leest u wat de commissie Communicatie in 2014 heeft gedaan. Commissieleden Evelyne Simons (voorzitter) Thérèse Schets Esther von Weiler (aspirant-lid) Elly Kwakkelstein Commissie Vermogensbeheer De commissie Vermogensbeheer adviseert het bestuur hoe ze het geld het best kunnen beleggen. In het hoofdstuk Beleggingen op pagina 25 leest u wat de commissie Vermogensbeheer in 2014 heeft gedaan. Commissieleden Thérèse Schets (voorzitter) Hans Koen Ruud Sprenkels Gijs Vermeulen Marion Verheul (onafhankelijk beleggingsadviseur) Commissie Pensioenbeheer De commissie Pensioenbeheer houdt in de gaten of uw gespaarde pensioen goed wordt vastgelegd. En of het goed wordt uitgekeerd wanneer dat mag. Ook adviseert de commissie het bestuur over nieuwe plannen en persoonlijke zaken. In het hoofdstuk Pensioenbeheer op pagina 33 leest u wat de commissie Pensioenbeheer in 2014 heeft gedaan. Commissieleden Mari Martens (voorzitter tot 1-7-2014) Esther von Weiler Daan Muusers (beoogd vanaf 1-9-2014) Gijs Vermeulen Elly Kwakkelstein Evelyne Simons Harm Roeten (voorzitter vanaf 1-7-2014) Welke organen heeft het fonds nog meer? Verantwoordingsorgaan Het verantwoordingsorgaan is op 1 juli 2014 vernieuwd. Er zitten vier vertegenwoordigers van de werknemers in, één vertegenwoordiger van de gepensioneerden en één vertegenwoordiger van de werkgevers. Zij adviseren het bestuur. Het bestuur vertelt aan het verantwoordingsorgaan wat het bestuur doet, hoe het dat doet en waarom. Het verantwoordingsorgaan mag hierover zijn mening geven. Deze mening staat altijd in het jaarverslag. Daar staat ook de reactie van het bestuur op deze mening. Dit leest u op pagina 37. Leden verantwoordingsorgaan (vanaf 1 juli) Eef Collignon, voorzitter, namens OSB Marion Blok-Kok, namens FNV Bondgenoten Hans Molle, namens FNV Bondgenoten Hans van Schoor, namens CNV Vakmensen Trudy Schriemer, namens ANBO Herman Smeets, namens FNV Bondgenoten 16 BPF Schoonmaak

Auditcommissie De auditcommissie houdt in de gaten of het risicomanagement goed is geregeld. En de commissie houdt de planning en de controle van het jaarverslag en de jaarrekening in de gaten. Verder kijkt de commissie of het niet-uitvoerend bestuur het uitvoerend bestuur goed controleert. En of de bestuursleden zich aan de gedragscode houden. Commissieleden Ivo Frielink Steffie de Vries Harrie Penders Evelyne Simons (aspirant-lid) Thérèse Schets Hans Koen Geschillencommissie Het kan zijn dat u het niet eens bent met een besluit dat het bestuur in uw situatie heeft genomen. Dat noemen wij een geschil. U kunt dan vertellen waarover u het niet eens bent en waarom niet. U gaat dan in beroep bij de geschillencommissie. In 2014 is twee keer de hulp ingeroepen van de geschillencommissie. Commissieleden Jasper van den Beld, onafhankelijk voorzitter Hermien Dautzenberg Ahsna Kamta Carolien Wilms aan t Goor, plaatsvervangend lid Werkgroepen Zijn er belangrijke onderwerpen die extra tijd kosten? Dan maakt het bestuur een werkgroep. In 2014 waren dat de werkgroep Jaarverslag, de werkgroep Integraal Risicomanagement (IRM) en de werkgroep Governance. De werkgroep Jaarverslag kijkt mee bij het maken van het jaarverslag. De werkgroep IRM houdt zich bezig met risico s die het bestuur loopt. De werkgroep Governance adviseert het bestuur over de organisatie van het fonds. In 2013 en 2014 bereidde deze werkgroep het fonds voor op veranderende regels. Jaarverslag 2014 17

Ik heb collega s van verschillende nationaliteiten. Dan is het belangrijk dat iedereen Nederlands spreekt. Een cursus kost veel tijd. Maar als je wat nieuws wilt leren, moet je er iets voor doen. Alleen dan kom je verder. Naam: Mohamed Lhkorf Leeftijd: 48 jaar Cursus: Nederlands als tweede taal Jaarverslag 2014 19

Verslag van het bestuur 20 BPF Schoonmaak

Verslag van het bestuur 1. Communicatie In 2013 waren we al begonnen met het verbeteren van de communicatie. In 2014 hebben we dit doorgezet. De Pensioenkrant en onze website zijn bijvoorbeeld vernieuwd. En we versturen nu verjaardagskaarten. We zien dat deze vernieuwingen werken. Mensen bellen ons vaker en er komen meer mensen op onze website. Wij proberen alles zo duidelijk mogelijk aan u uit te leggen. Maar we leren dit het best als we van u horen wat u van onze communicatie vindt. Daarom doen we soms onderzoek. Dan vragen we u bijvoorbeeld wat u van de Pensioenkrant vindt of van onze brieven. Op onze website kunt u ons vertellen wat u van de website vindt. Zo leren wij iedere dag. Wat we al goed doen en wat we nog beter moeten doen. Pensioenkrant In 2013 hebben wij de Pensioenkrant vernieuwd. We denken dat deze nieuwe opzet beter te lezen en beter te begrijpen is. In de Pensioenkrant laten we graag deelnemers aan het woord. Zodat zij kunnen vertellen waarom ze pensioen belangrijk vinden. Dat kan u misschien helpen. Aan sommige lezers hebben we gevraagd wat zij van de nieuwe Pensioenkrant vinden. Ze vinden de nieuwe opzet goed. En snappen wat er staat. Website Onze oude website was niet heel duidelijk. Daarom hebben we in 2014 onze website vernieuwd. U kunt nu nog sneller en makkelijker antwoord vinden op uw vraag. We zien dat er nu meer mensen naar onze website gaan dan vroeger. Aan sommige mensen hebben we gevraagd wat ze van de nieuwe website vinden. Zij vinden hem duidelijk en mooi. De pensioenplanner staat nu niet meer op de website. Dit hebben we gedaan omdat u op www.mijnpensioenoverzicht.nl beter ziet hoeveel u krijgt als u met pensioen gaat. Want daar ziet u ook hoeveel AOW u krijgt. En hoeveel u bij andere pensioenfondsen hebt gespaard. Verjaardagskaarten Als u jarig bent feliciteren wij u met een kaartje. Daarop verwijzen we naar onze website waar veel pensioeninformatie is te vinden. Ook staat ons telefoonnummer erop. U mag ons altijd bellen met vragen. Kalender In 2014 hebben we weer een kalender gestuurd aan alle deelnemers. We willen namelijk dat u weet dat pensioen belangrijk is om over na te denken. Met de kalender laten we zien dat u soms iets moet doen voor uw pensioen. De kalender kunt u thuis gebruiken. Hij geeft elke maand een tip over pensioen. Pensioen3daagse Tijdens de Pensioen3daagse gaan pensioenfondsen langs bij werkgevers. Om meer te vertellen over pensioen. Werknemers kunnen dan vragen stellen over hun pensioen. In 2014 deed BPF Schoonmaak mee aan de Pensioen3daagse. Onderzoek Eind 2014 stuurden we een boekje met vragen naar 2.000 deelnemers. We vroegen bijvoorbeeld of ze ons kennen en wat ze van onze brieven en het UPO vinden. En of ze internet gebruiken. Dat doen we om beter met u te communiceren. Met de antwoorden die we terug kregen gaan we kijken hoe we onze informatie voor u nog beter kunnen maken. Activiteiten 2015 In 2015 gaan we dit doen: We gaan onderzoeken of dat wat we doen goed is. We willen meer met u in contact komen. Dit gaan we op verschillende manieren doen. We willen werkgevers gerichter informeren. En we willen op het gebied van communicatie beter samenwerken met de werkgevers. We gaan onderzoeken of onze processen wel goed zijn. Of u onze brieven snapt en ook de formulieren aan ons terugstuurt. Of de informatie over die brief ook duidelijk op de website staat. En of u ook goed wordt geholpen aan de telefoon. Jaarverslag 2014 21

Verslag van het bestuur 2. Financieel beleid Financiële situatie in 2014 In 2014 hadden we 3,9 miljard euro. Dat is veel geld. Maar toch hebben we meer geld nodig om nu en later de pensioenen te kunnen betalen. Als een pensioenfonds niet genoeg geld heeft, is er meer geld nodig om alle pensioenen te betalen. Maar cao-partijen besloten dat de pensioenpremie in 2014 niet verder zou stijgen. In de loop van 2014 besloten de cao-partijen ook om de premie over 2014 iets te verlagen. Vanwege de belastingwetgeving hebben wij op 1 januari 2014 het opbouwpercentage verlaagd van 1,75 procent naar 1,67 procent. Toch was er eind 2014 genoeg geld om de pensioenen in 2015 mee te laten groeien met de groei van de prijzen. Dat noemen we indexeren. De pensioenen zijn met 0,31 procent verhoogd. Hoewel het langzaam beter gaat, moeten we nog veel doen om alles in orde te krijgen. Geld voor uitbetalen pensioenen Wij moeten geld uitbetalen aan iedereen die nu met pensioen is. En aan iedereen die straks met pensioen gaat. BPF Schoonmaak moet ervoor zorgen dat er voldoende geld is om al die pensioenen te kunnen betalen. Dat noemen we de pensioenverplichting. Eind 2014 hadden we hiervoor 3,6 miljard euro nodig. Dekkingsgraad Pensioenfondsen moeten voldoende geld hebben om alle pensioenen te kunnen betalen. Dat meten we met de dekkingsgraad. De hoogte van de dekkingsgraad hangt af van: hoeveel geld het fonds bezit (het vermogen) hoeveel het fonds nu én later aan pensioen moet uitbetalen (de pensioenverplichtingen) Als de dekkingsgraad 100 procent is, is er precies genoeg geld om alle pensioenen uit te betalen. Maar de dekkingsgraad moet hoger zijn dan die 100 procent. Want het fonds moet ook reserves hebben. Dat is extra geld om tegenvallers op te kunnen vangen. Deze reserves noemen we het eigen vermogen. Eigen vermogen Het is belangrijk om eigen vermogen te hebben. Om meer geld te hebben dan dat we aan pensioenen moeten uitbetalen. Het eigen vermogen is een buffer om tegenvallers op te vangen. We beleggen het geld. Maar we kunnen soms verlies maken in plaats van winst. Of de rente is opeens heel laag. Daardoor brengt het geld minder op. In het hoofdstuk Risicobeheer op pagina 31 leggen we meer uit over de risico s. De hoogte van het eigen vermogen bepaalt ook of het bestuur toeslag kan verlenen. De wet zegt dat fondsen genoeg geld moeten hebben om pensioenen nu en in de toekomst uit te betalen. In de wet staat een minimaal vereist eigen vermogen. Dit is het vermogen dat het fonds in ieder geval moet hebben. In de wet staat ook een vereist eigen vermogen. Dit is het vermogen dat een fonds moet hebben om het komende jaar in 39 van de 40 gevallen alle risico s te kunnen opvangen. Reserves Het fonds heeft vier reserves: 1. om beleggingsrisico s op te vangen 2. om schommelingen in de voorzieningen die te maken hebben met arbeidsongeschiktheid op te vangen 3. om het overschot in de premie te reserveren voor inkoop van pensioen in volgende jaren 4. om de overgangsregeling te betalen De eerste drie reserves vormen samen het eigen vermogen. Als het eigen vermogen hoger is dan het vereist eigen vermogen, dan heeft het fonds ook nog een vrije reserve. De vrije reserve is op dit moment helaas nog negatief. Alleen het geld waarmee de overgangsregeling wordt betaald, behoort niet tot het eigen vermogen. Dat wordt apart gehouden van het geld voor de andere pensioenen. 22 BPF Schoonmaak

Dekkingstekort In de Pensioenwet staat ook een minimaal vereist eigen vermogen. Dit is 4,3 procent van de pensioenverplichtingen. Dat betekent dat de dekkingsgraad die we nodig hebben 104,3 procent of hoger moet zijn. In 2014 was dit het geval. We hadden dus geen dekkingstekort. Reservetekort Het vereist eigen vermogen moest eind 2014 12,3 procent van de pensioenverplichtingen zijn. Dat betekent dat de dekkingsgraad 112,3 procent of hoger moet zijn. De dekkingsgraad was in 2014 108,9 procent. We hadden daardoor een reservetekort. In afbeelding 2 is de blauwe lijn de dekkingsgraad van BPF Schoonmaak in 2014. De rode lijn is de minimaal vereiste dekkingsgraad. En de groene lijn is de vereiste dekkingsgraad. In tabel 1 ziet u waardoor de dekkingsgraad steeg of daalde. Waardoor stijgt of daalt de dekkingsgraad? De rente is belangrijk. Wij weten hoeveel geld we later nodig hebben om alle pensioenen te kunnen uitbetalen. We gebruiken de rente om uit te rekenen hoeveel geld we nu moeten hebben om straks op dat bedrag uit te komen. Is de rente laag? Dan moeten we nu veel geld hebben. Is de rente hoog? Dan hebben we nu minder geld nodig. De dekkingsgraad stijgt als mensen minder lang leven. Dan betalen wij namelijk minder lang pensioen uit. We hoeven dan minder geld uit te betalen dan dat we bezitten. Daardoor stijgt de dekkingsgraad. Het rendement van het fonds over 2014 was 10,1 procent. Omdat de rente flink kan veranderen, beschermt het fonds zich hiertegen. Als we deze bescherming meerekenen is het rendement over 2014 25,5 procent positief. Waardoor steeg de dekkingsgraad in 2014? De gemiddelde rente is in 2014 gedaald van 2,9 procent naar 2,1 procent. Hierdoor is het bedrag dat we moesten reserveren voor pensioenen hoger geworden. Door dezelfde daling van de rente is de waarde van de obligaties gestegen. Ook aandelen hebben een positieve bijdrage geleverd. Helaas leven onze deelnemers minder lang dan we dachten, waardoor een gedeelte van de reservering niet meer nodig was. Door deze oorzaken is ons eigen vermogen gestegen. Daardoor is de dekkingsgraad gestegen. 114% 112% 110% 108% 106% 104% 102% 100% Afbeelding 2 Dekkingsgraad (DG) in 2014 december 2013 maart 2014 juni 2014 september 2014 december 2014 Tabel 1 Invloed van factoren op de verandering van de dekkingsgraad over 2014 (in procenten) Ontwikkeling dekkingsgraad Stand per 31 december 2013 Gerealiseerd 106,2% Premie 0,7% Uitkeringen 0,1% Indexering -0,4% Renteverandering -22,5% Overrendement 26,6% Wijziging actuariële grondslagen 4,1% Overig -5,8% Stand per 31 december 2014 108,9% Vereiste DG DG Minimaal vereiste DG Jaarverslag 2014 23

Verslag van het bestuur Toeslag De prijzen stijgen. Daardoor wordt uw geld minder waard. Dat noemen we inflatie. Het bestuur probeert de pensioenen te laten meegroeien met de inflatie. Dat betekent dat u met uw pensioen evenveel kunt blijven kopen. We laten pensioenen meegroeien door ze te verhogen met een toeslag. We noemen dat toeslag verlenen. In 2014 was de inflatie waarop de toeslag is gebaseerd 0,71 procent. Om toeslag te kunnen verlenen moest de dekkingsgraad eind 2014 minimaal 104,3 procent zijn. Om volledig toeslag te kunnen verlenen moest de dekkingsgraad 115,7 procent zijn. Onze dekkingsgraad zat er tussenin. Daarom verlenen wij een gedeeltelijke toeslag van 0,31 procent. We konden de pensioenen dus niet helemaal mee laten groeien met de inflatie. We hebben ook geen geld opzij kunnen zetten om in de toekomst toeslag te kunnen verlenen. Vanaf 1 januari 2016 gelden er nieuwe regels voor toeslagverlening. Herstelplan Van de overheid hebben alle pensioenfondsen een plan moeten maken. Een plan om ervoor te zorgen dat de dekkingsgraad weer hoog genoeg wordt. Zo n plan heet een herstelplan. Volgens ons herstelplan op de korte termijn moest de dekkingsgraad eind 2014 minimaal 104,3 procent zijn. Dat is gelukt. Hiermee is het herstelplan op de korte termijn beëindigd. Volgens het herstelplan op de lange termijn moet de dekkingsgraad in 2024 minimaal 110,7 procent zijn. Het liefst willen we de pensioenen aanpassen aan de gestegen prijzen. Maar om dat te kunnen doen, moet de dekkingsgraad zelfs hoger zijn. Pensioenopbouw wel omlaag Het opbouwpercentage is per 1 januari 2014 verlaagd van 1,75 procent naar 1,67 procent. Zo blijft de pensioenregeling binnen de regels van de belastingdienst. Premies in 2014 Werknemers en werkgevers betalen iedere maand premie aan BPF Schoonmaak. Het pensioenfonds betaalt hier de pensioenen van en alle kosten die daarbij horen. In 2014 was de pensioenpremie 21 procent van de pensioengrondslag. Dit is het deel van uw inkomen waarover u pensioen opbouwt. Vanaf juli 2014 verlaagden de cao-partijen de premie van 21 procent naar 20,5 procent. Hierdoor werd de pensioenpremie over het hele jaar 20,75 procent van de pensioengrondslag. De werkgever betaalde 10,25 procent en de werknemer 10,50 procent. Werkgevers konden te veel betaalde premie verrekenen. De werkgever betaalde in 2014 ook 1,3 procent premie voor werknemers die geboren zijn vóór 1956. Dit is de overgangsregeling. Met de premie die werknemers en werkgevers betalen, moeten wij alle kosten voor het pensioen kunnen betalen. Dat noemen we kostendekkend. Alle pensioenfondsen in Nederland moeten kostendekkend zijn. Met het geld van de feitelijke premie betalen we alle nieuwe pensioenen en de uitvoeringskosten. De inkoop van pensioen kan op verschillende manieren worden berekend. Eén manier is om de kosten te berekenen met de rentetermijnstructuur. Dit noemen we de kostendekkende premie. Een andere manier is om met een gemiddelde rente de kosten te berekenen. BPF Schoonmaak doet dit met een gemiddelde rente van 3,5 procent. De berekende premie noemen we de gedempte premie. De berekende premies staan in tabel 2. De feitelijke premie van het fonds is kosten dekkend als deze premie hoger is dan de gedempte premie. Als we van de feitelijke premie de gedempte premie aftrekken en er blijft een bedrag (32 miljoen euro) over dan wordt dat bedrag toegevoegd aan de reserve voor inkoop van pensioen in volgende jaren. Deze reserve noemen we de bestemmingsreserve premiedepot. 24 BPF Schoonmaak

3. Beleggingen Ons beleggingsbeleid bepaalt hoe wij omgaan met beleggingen. In dit beleid staan de belangen van de deelnemers en gepensioneerden centraal. Op korte en lange termijn. Het is belangrijk dat onze beleggingen een goed rendement opleveren. Maar het is ook belangrijk dat we niet te veel risico nemen. In 2013 hebben we onderzocht welke beleggingen passen bij onze verplichtingen. We onderzochten hoe we het geld zo kunnen beleggen dat we alle pensioenen kunnen uitbetalen. Ons beleggingsbeleid is gebaseerd op de uitkomsten van dit onderzoek. Dit beleid levert onder verschillende omstandigheden het minst slechte resultaat op. In 2014 hebben we dit beleid voortgezet. We keken wat we beter konden doen. En waar kosten konden worden bespaard. Spreiding over landen De aandelen zijn gespreid over verschillende landen. Wij beleggen in westerse landen en in landen met een opkomende economie. Ook beleggen we in Europese staatsobligaties, Nederlandse hypotheken, obligaties van opkomende landen en in obligaties met een hoger risico. Obligaties met een hoger risico leveren meer rendement op. Tot slot beleggen we in vastgoed en alternatieve beleggingen. Dat zijn bijvoorbeeld grondstoffen, private equity (investeringen buiten de aandelenbeurs om) en infrastructuur. Beleggingsresultaten over 2014 Het rendement van het pensioenfonds over 2014 was 10,1 procent. Dit is zonder de waarde van de overeenkomsten die we hebben om risico s op te vangen (zie ook rente- en valuta-afdekking op pagina 28). Als we die meerekenen was het rendement 25,5 procent. In tabel 3 ziet u al onze beleggingsresultaten. Er zijn verschillende soorten beleggingen. Wij vergelijken ons resultaat met het resultaat van beleggers met dezelfde soort beleggingen. Dat noemen we een benchmark. De rendementen van de benchmark ziet u ook in de tabel. Van dit rendement hebben we de kosten voor het vermogensbeheer nog niet geheel afgetrokken. Ontwikkeling van de beleggingsportefeuille In tabel 4 ziet u de waarde van de beleggingsportefeuille aan het einde van 2014. Ook ziet u de verdeling van het vermogen over de verschillende soorten beleggingen. Deze verdeling is anders dan de verdeling die in onze jaarrekening staat (pagina 55). Daar staan bijvoorbeeld de liquide middelen niet bij de beleggingen. Met liquide middelen bedoelen we het geld en de waarde van beleggingen die we heel snel kunnen gebruiken. In tabel 5 ziet u hoe de verdeling in de jaarrekening is. Tabel 2 Berekende premies 2014 2013 Kostendekkende premie 172.328 189.505 Feitelijke premie 185.770 185.859 Gedempte premie 153.522 155.785 Tabel 3 Beleggingsresultaten van het fonds over 2014 (in procenten) Rendement van het fonds Rendement van de benchmark Aandelen 16,1% 16,0% Vastrentende waarden 11,7% 11,1% Alternatieve beleggingen -/- 23,6% -/- 19,7% Vastgoed 3,0% 3,3% Liquide middelen 0,0% 0,0% Totaal 10,1% 9,5% Totaal inclusief valuta- en rente-afdekking 25,5% Jaarverslag 2014 25

Verslag van het bestuur Tabel 4 De beleggingsportefeuille van het fonds (bedragen in miljoenen euro s) 2014 2013 Bedrag Percentage Normportefeuille Bedrag Percentage Aandelen 730 20,7 19,0 445 15,6 Vastrentende waarden 2.423 68,7 66,5 2.056 71,9 Alternatieve beleggingen 42 1,2 5,0 128 4,4 Vastgoed 204 5,8 9,0 211 7,4 Liquide middelen 129 3,6 0,5 21 0,7 Totaal 3.528 100,0 100,0 2.861 100,0 Rente- en valuta-afdekking 374 33 Totaal incl. renteen valuta-afdekking 3.902 2.894 Toelichting op de resultaten van de beleggingen De economie groeide in 2014 over de hele wereld een beetje. Volgens het Internationaal Monetair Fonds ongeveer 3 procent. Er waren wel grote verschillen tussen de werelddelen. In de landen waar met euro s wordt betaald, ging het minder goed met de economie. De economie groeide hier beperkt. De economie in Amerika groeide 2,4 procent. Landen met een opkomende economie, zoals China, groeiden meer dan de ontwikkelde landen. De inflatie bleef laag. Daardoor bleef ook de rente heel laag. Resultaat op aandelen 2014 was een erg goed jaar voor aandelenbeurzen. Dat kwam vooral door de stand van de rente. Die daalde naar de laagste stand ooit. Maar er waren wel duidelijke verschillen per regio en per aandelensoort. Aandelen van bedrijven met een hogere en stabiele winstgroei deden het beter dan aandelen met een lagere winstgroei. Ook deden goedkope (waarde)aandelen het beter dan groeiaandelen. Groeiaandelen zijn aandelen waarvan te verwachten is dat ze goede resultaten zullen behalen. Vooral aandelen van gezondheidszorg en energieleveranciers deden het goed. Andere deden het weer minder goed, bijvoorbeeld aandelen van chemie- en staalproducenten. Onze beleggingen in aandelen hadden in 2014 goede resultaten. De aandelenportefeuille behaalde een rendement van 16,1 procent. Het benchmarkresultaat was ook positief en kwam uit op 16,0 procent. Daarmee presteerden we beter dan de benchmark. Dat kwam vooral doordat we meer belegden in aandelen van opkomende markten. Die deden het beter dan de aandelen van ontwikkelde markten. Resultaat op beleggingen met vaste rente Vastrentende waarden zijn beleggingen waarop wij een vast bedrag aan rente ontvangen. Deze beleggingen zijn in 2014 meer waard geworden. De resultaten van deze beleggingen staan hieronder. kredietwaardige obligaties: 12,7 procent. Dit is beter dan de benchmark van 12,2 procent. obligaties met hoger risico: 2,8 procent. Dit is beter dan de benchmark van 1,9 procent. obligaties in opkomende landen: 6,9 procent. Dit is slechter dan de benchmark van 7,3 procent. Resultaat op alternatieve beleggingen Alternatieve beleggingen zijn anders dan aandelen en obligaties. Wij hebben drie soorten alternatieve beleggingen: private equity, infrastructuur en grondstoffen. De alternatieve beleggingen behaalden in totaal een negatief rendement van 23,6 procent. Dit was 3,9 procent lager dan de benchmark. 26 BPF Schoonmaak

Private equity Private equity zijn investeringen in ondernemingen buiten de aandelenbeurzen om. BPF Schoonmaak kiest voor duurzame private equity-beleggingen. Dat betekent dat we kiezen voor bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen. Bij maatschappelijk verantwoord ondernemen houdt een bedrijf bijvoorbeeld rekening met het milieu en goede werkomstandigheden. Private equity-beleggingen hebben in de beginfase hoge opstartkosten. Daarnaast hebben de gekozen beleggingen niet allemaal even goed gepresteerd. Dat merken we nu aan de rendementen. Daarom presteren we slechter dan de benchmark. Onze beleggingen in private equity behaalden in 2014 een rendement van 12,3 procent. De benchmark was 19,5 procent. Tabel 5 Aansluiting verdeling vermogen in de jaarrekening en in de beleggingsportefeuille (bedragen in miljoenen euro s) Vastgoedbeleggingen waarden beleggingen middelen portefeuille Vastrentende Overige Liquide Totaal Aandelen Derivaten Aandelen 731-1 730 Vastrentende waarden 2.423 2.423 Alternatieve beleggingen 18 23 1 42 Vastgoed 205-1 204 Liquide middelen 1 1 126 1 129 Rente- en valuta-afdekking 374 374 Subtotaal 206 750 2.423 374 149-3.902 Dubbeltellingen -7-1 -35 11-32 Overige schulden en derivaten 397 397 Infrastructuur Beleggingen in infrastructuur zijn investeringen in wegen, bruggen, havens, spoorwegen en vliegvelden. Hierin wordt pas weer geïnvesteerd als de economie groeit. Het gaat nu beter met de economie. Daardoor zijn de prijzen voor deze beleggingen sterk gestegen. Het aanbod van deze beleggingen is laag. Wij behaalden in 2014 een rendement van 15,5 procent op onze infrastructuurbeleggingen. Dat is beter dan de benchmark van 3,1 procent. Belegde waarden in beleggingscategorie 199 749 2.388 771 160 4.267 Beleggingsdebiteuren 6 35 41 Liquide middelen 1 1 2 Beleggingscrediteuren -11-11 Totaal jaarrekening 206 750 2.423 771 149 4.299 Jaarverslag 2014 27

Verslag van het bestuur Grondstoffen Grondstoffen zijn stoffen die worden gebruikt voor het maken van producten. Bijvoorbeeld olie of metaal. Het pensioenfonds belegt in deze stoffen. We beleggen niet in planten en dieren, waarvan voedsel wordt gemaakt. Graan en koeien, bijvoorbeeld. Als er te weinig voedsel is in arme landen, dan willen wij daaraan niet verdienen. De waarde van deze beleggingen daalde in 2014. Dat kwam doordat de olieprijs enorm is gedaald. En olie is het belangrijkste onderdeel van deze beleggings categorie. Onze beleggingen in grondstoffen maakten verlies over heel 2014: een rendement van -43,8 procent. Dat is slechter dan de benchmark van -40,5 procent. Resultaat op vastgoed Bij vastgoed moet u denken aan woningen, winkelpanden en kantoorgebouwen. Het ging in 2014 weer iets beter met het vastgoed in Nederland. De vastgoedbeleggingen van het pensioenfonds bestaan uit: directe beleggingen in Nederlands vastgoed beleggingen in directe vastgoedfondsen indirect Europees vastgoed (dat niet beursgenoteerd is) Ons rendement was in 2014 3,0 procent. De benchmark was 3,3 procent. Dit verschil komt vooral doordat wij minder beleggen in winkels dan de benchmark. Renterisico s en valutarisico s BPF Schoonmaak wil zo min mogelijk risico lopen op financiële tegenvallers. Bijvoorbeeld risico s door wisselingen in rente en in de waarde van munteenheden. Dat noemen we de rente-afdekking en valutaafdekking. Rente-afdekking Het bedrag dat we beschikbaar moeten hebben om de pensioenen te betalen (de pensioenverplichtingen), verandert als de rente verandert. Het is niet goed als de dekkingsgraad veel verandert. We proberen de beleggingen evenveel te laten veranderen als de pensioenverplichtingen. Zo lopen we minder risico. Het fonds dekt het renterisico af voor 70 procent. In 2014 daalde de marktrente van 2,7 procent naar 1,5 procent. Daardoor steeg de waarde van de renteafdekking en werden de pensioenverplichtingen hoger. Valuta-afdekking Het pensioenfonds belegt in gebieden met verschillende munteenheden. Schommelende wisselkoersen kunnen geld kosten. Zo schommelden in 2014 de Amerikaanse dollar, de Britse pond, de Japanse yen en de Zwitserse frank. Dat risico dekken wij af voor 75 procent. Daardoor hadden de schommelingen geen invloed op het resultaat. Z-score Schoonmaakbedrijven en glazenwassersbedrijven zijn verplicht aangesloten bij BPF Schoonmaak. Maar zij kunnen vrijstelling krijgen als onze beleggingen niet genoeg opleveren. Ieder jaar meten wij het resultaat. Dat heet de Z-score. Daarmee bepalen we of het rendement een paar jaar achter elkaar goed genoeg is geweest. Dit heet de performancetoets. De Z-score over 2014 was 0,43. De performancetoets over 2010 tot en met 2014 was 0,47. De beleggingen leveren genoeg op en bedrijven kunnen geen vrijstelling krijgen. Verantwoord beleggen BPF Schoonmaak voelt maatschappelijke verantwoordelijkheid. Wij vinden bijvoorbeeld het milieu belangrijk. En een goede behandeling van werknemers. Wij beleggen daarom zo veel mogelijk in bedrijven die maatschappelijk verantwoord werken. Verantwoord beleggen doen wij op drie manieren. Beleggingen uitsluiten We beleggen niet in bedrijven die kernwapens, chemische wapens, biologische wapens, anti-persoonsmijnen of clusterbommen maken. We beleggen niet in leningen van landen die volgens de Verenigde Naties iets verkeerd doen: 28 BPF Schoonmaak

Iran, Ivoorkust, Liberia, Noord-Korea en Soedan. Ook beleggen wij niet in obligaties uit Myanmar (Birma). Tot slot beleggen we niet in voedsel en dieren. Want daardoor kunnen voedselprijzen stijgen. Dit is ons uitsluitingsbeleid. Aansporen tot goed gedrag Wij willen dat bedrijven waarin wij investeren zich goed gedragen. Daarom gaan we graag met ze in gesprek. In 2014 deden we dat over sociale kwesties in de voedingsmiddelen- en landbouwketen. En over de kwaliteit van het bestuur en de toezicht op ondernemingen. Ook lopen er nog gesprekken over onderwerpen als schendingen van mensenrechten en arbeidsrechten, eco-efficiëntie in de metaal- en cementindustrie, veilige arbeidsomstandigheden in de kledingsector en CO 2 -management in de vastgoedsector. Gedragen zij zich niet goed op deze onderwerpen? Dan vragen wij ze hun gedrag te verbeteren. Goed ondernemingsbestuur Wij vragen bedrijven om hun onderneming goed te besturen. Dat noemen we corporate governance. Dat doen we op de volgende manieren: Vertegenwoordigers van BPF Schoonmaak stemmen op aandeelhoudersvergaderingen van de ondernemingen. In 2014 stemden wij op 334 aandeelhoudersvergaderingen. In ongeveer 8 procent van alle agendapunten stemden wij tegen het management van de onderneming. Dat deden we om de volgende redenen: onduidelijke of te hoge beloningen, partijdige bestuurders, en kwesties rondom milieu, medewerkers en bestuur. Onze vertegenwoordigers deden in 2014 mee in gezamenlijke rechtszaken met een grote groep andere beleggers. Als daar een schadevergoeding of een financiële schikking uitkomt, dan kunnen alle leden van de groep geld krijgen. Informatie op de website Elk halfjaar zetten wij op onze website www.pensioenschoonmaak.nl een rapport met de resultaten van het verantwoord beleggen. Ook kunt u op onze website meer lezen over het uitsluitingsbeleid en het stembeleid. Kosten van vermogensbeheer Voor het beheer van het vermogen maken wij kosten. In 2014 hebben wij ons best gedaan om deze kosten laag te houden. In tabel 6 ziet u wat de kosten van 2014 zijn. Dit is 0,35 procent van het gemiddeld belegd vermogen (3,5 miljard euro). In 2013 was dit 0,39 procent van 2,9 miljard euro. Tabel 6 Kosten vermogensbeheer 2014 (bedragen x 1000 euro) 2014 2013 Kosten in de jaarrekening 4.651 5.326 Kosten in resultaat (waaronder transactiekosten) 7.546 5.995 Totaal kosten vermogensbeheer 12.197 11.231 Jaarverslag 2014 29

Verslag van het bestuur Tabel 7 Overzicht transactiekosten Kosten 2014 Gemiddeld (als % gemiddeld belegd vermogen Kostenonderdeel Detaillering Kosten 2014 belegd vermogen) Kosten 2013 Interne kosten pensioenfonds Custodian 3.512.605 433 0,01% 0,01% Kosten fiduciair beheer of uitvoeringskosten 3.512.605 1.582 0,05% 0,05% Beheerkosten directe beleggingen Vastgoed 61.997 321 Aandelen 58.785 75 Vastrentend 1.829.177 1.632 Derivaten 172.927-2.122.886 2.028 0,10% 0,11% Beheerkosten liquide indirecte beleggingen Aandelen 561.719 589 Vastrentend 422.450 1.671 984.169 2.260 0,23% 0,30% Beheerkosten illiquide indirecte beleggingen Vastgoed 138.346 928 Vastrentend 149.237 482 Overige beleggingen 117.967 1.910 405.550 3.320 0,82% 0,61% Totale kosten vermogensbeheer exclusief transactiekosten 3.512.605 9.623 0,27% 0,30% Transactiekosten Vastgoed 200.342 - Aandelen 620.504 230 Vastrentend 2.400.864 2.114 Derivaten 172.927 118 Overige beleggingen 117.967 112 3.512.605 2.574 0,07% 0,09% Transactiekosten Als we geld beleggen moeten we ook transactiekosten betalen. In tabel 7 ziet u naast de kosten voor vermogensbeheer ook de transactiekosten van 2014. Voor sommige soorten beleggingen moesten wij deze kosten schatten. Dat komt omdat deze in de totaalprijs zitten die we afspreken bij een belegging. Wij werken samen met Syntrus Achmea om duidelijk te laten zien welke kosten we maken voor het beleggen. Hoe zal het gaan in 2015? We verwachten dat in 2015 de economie beter wordt. Maar de groei zal per werelddeel verschillen. De Europese economie is erg kwetsbaar. Maar de gedaalde olieprijs en euro kunnen bijdragen aan herstel. De inflatie blijft waarschijnlijk laag. Zeker in de landen die met de euro betalen. In de Verenigde Staten gaat het al beter met de economie. We verwachten dat dat zo blijft. In landen waar de economie opkomt, zal de economische groei fors afnemen. Er zijn nog wel grote risico s. Zoals de crisis rondom de euro, door de ontwikkelingen in Griekenland en de dreiging van Rusland in de Oekraïne. Ook is de rente steeds lager en zijn de aandelen in 2014 sterk gestegen. Daarom verwachten wij dat het rendement de komende jaren niet zo hoog zal zijn. Totale kosten vermogensbeheer inclusief transactiekosten 3.512.605 12.197 0,35% 0,39% 30 BPF Schoonmaak

4. Risicobeheer BPF Schoonmaak wil dat iedereen een goed pensioen krijgt. U en uw werkgever betalen premie om pensioen te sparen. Maar die premies zijn niet genoeg om het pensioen te betalen. Om ervoor te zorgen dat we voldoende geld hebben, beleggen we het geld. Als het goed gaat met de economie, maken we winst. Maar als het slecht gaat, verliezen we juist geld. Dat noemen we financiële risico s. We moeten goed opletten dat we niet te veel risico s nemen. Dat is soms lastig. BPF Schoonmaak belegt in bedrijven over de hele wereld. Er kan veel veranderen in de economie van verschillende landen. Wat ook belangrijk is: hoe oud worden de mensen die pensioen sparen bij BPF Schoonmaak? Daar hebben wij geen invloed op. Maar het is wel belangrijk om te weten. Want als mensen steeds ouder worden, krijgen ze langer pensioen. We hebben dan dus meer geld nodig. Maar we hebben ook andere risico s. Bijvoorbeeld het risico dat we de wet niet goed naleven. Of het risico dat onze pensioenuitvoerder of vermogensbeheerder zijn werk niet goed doet. Dat noemen we niet-financiële risico s. Altijd aandacht voor risico s Wij houden alles goed in de gaten. Bij het fonds is een groep mensen die zich bezighoudt met risicobeheer. Dat is de werkgroep Integraal Risicomanagement. Deze werkgroep is in 2014 drie keer bij elkaar gekomen. De bestuursleden bespreken ieder jaar opnieuw hoeveel risico ze willen nemen. Sommige risico s neemt het bestuur bewust om een hoger rendement te krijgen. Er wordt ook gekeken hoe de risico s zo veel mogelijk kunnen worden gespreid. Als het nodig is, veranderen we de manier waarop wij het geld beleggen. Dat noemen we risicobeheer. Ook kan het fonds zich verzekeren tegen bepaalde risico s. Dat noemen we afdekken van het risico. Het risico dat de rente daalt hadden we in 2014 voor 70 procent afgedekt. Wij gaan zorgvuldig om met uw geld Een pensioenfonds mag niet zomaar geld beleggen. Daarvoor gelden allemaal regels. Wij moeten bijvoorbeeld deskundige mensen in dienst hebben. BPF Schoonmaak heeft allerlei afspraken gemaakt over de manier waarop we werken. We werken samen met gecertificeerde bedrijven. Daarmee laten we zien dat we onze zaken op de juiste manier regelen. Ieder jaar moeten we laten controleren of we goed met het geld zijn omgegaan. Dat leggen we vast in de jaarrekening. Een accountant en een actuaris controleren de jaarrekening. De accountant controleert of de juiste bedragen in de jaarrekening staan. De actuaris kijkt of er een goede verdeling is tussen de inkomsten, uitgaven, beleggingen en het geld dat het fonds apart heeft gezet. Ook de manier waarop we met de risico s omgaan, hebben we vastgelegd. Van de wet moet dit volgens bepaalde regels. Hiervoor gebruiken we een officieel document. Dat noemen we de actuariële en bedrijfstechnische nota (ABTN). Wij maken steeds keuzes in het risico beheer. Daarvoor gebruiken we een hulpmiddel van De Nederlandsche Bank. Dit hulpmiddel heet FIRM en geeft uitleg bij de belangrijkste risico s voor pensioenfondsen. 5. Veranderingen in de regels BPF Schoonmaak heeft allerlei regels die gelden voor het pensioen. Deze regels staan in statuten en reglementen. Statuten In de statuten zijn in 2014 de wijzigingen van het bestuursmodel (zie pagina 14) opgenomen. Deze wijzigingen komen voort uit de Wet versterking bestuur pensioenfondsen, die op 1 juli 2014 is ingegaan. Veranderingen pensioenreglement Pensioenleeftijd Per 1 januari 2015 is de pensioenleeftijd verhoogd van 65 naar 67 jaar. Bij BPF Schoonmaak gaat uw pensioen in op de Jaarverslag 2014 31

Verslag van het bestuur eerste dag van de maand waarop u 67 wordt. De nieuwe pensioenleeftijd is anders dan de AOW-leeftijd. Daarom hebben wij in 2014 een brief gestuurd aan alle deel nemers die in de eerste helft van 2015 AOW gaan ontvangen. Hier staat in dat ze hun pensioen al kunnen laten ingaan op de eerste dag van de maand waarop hun AOW ingaat. Opbouwpercentage (ouderdomspensioen) Per 1 januari 2015 is het opbouwpercentage verhoogd van 1,67 procent naar 1,701 procent. Het nabestaandenpensioen blijft op risicobasis verzekerd en is gekoppeld aan het ouderdomspensioen. Franchise De franchise is het deel van uw salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd. In 2014 was de franchise gekoppeld aan de laagst toegestane wettelijke franchise. In 2015 is het bedrag van de franchise gelijk gebleven. Arbeidsongeschiktheidspensioen Krijgt u een arbeidsongeschiktheidspensioen? En is dit ingegaan vóór 1 januari 2015? Dan stopt dit op uw 65ste. Is uw arbeidsongeschiktheidspensioen ingegaan op of na 1 januari 2015? Dan stopt dit op uw AOW-leeftijd. Premievrijstelling Krijgt u een WAO-uitkering of een WIAuitkering? Dan eindigt de premievrije deel neming uiterlijk op de eerste dag van de maand waarin u 65 wordt. Is uw premievrije deelneming ingegaan op of na 1 januari 2015? Dan stopt dit op uw AOW-leeftijd. Hebt u op of na 1 januari 2015 recht op verhoging van de premievrije deel neming? Dan loopt dit door tot uw AOW-leeftijd. Anw-hiaatcompensatie Krijgt u Anw-hiaatcompensatie? En kreeg u dit al voor 31 december 2014? Dan stopt dit op uw 65ste. Gaat uw Anw-hiaatcompensatie op of na 1 januari 2015 in? Dan stopt dit op uw AOW-leeftijd. Overgangsregeling Komt u volgens het pensioenreglement in aanmerking voor de overgangsregeling? Dan wordt ook dit pensioen omgezet naar 67 jaar. Pensioen uit de overgangsregeling wordt ouderdomspensioen als u tot uw 65ste blijft werken in de schoonmaak. Of als u eerder met pensioen gaat. Eenmalige omzetting van opgebouwde pensioenaanspraken In verband met de verhoging van de pensioenleeftijd zijn de opgebouwde aanspraken verhoogd. Deze aanspraken gaan nu in op de nieuwe pensioendatum. Eerder met pensioen gaan kan nog steeds. Dan worden de pensioenaanspraken weer teruggerekend naar de datum waarop u met pensioen wilt. 32 BPF Schoonmaak

Nieuw Financieel Toetsingskader Vanaf 1 januari 2015 berekenen wij de dekkingsgraad op basis van een andere rentetermijnstructuur. Hierdoor stijgt de voorziening pensioenverplichtingen per 1 januari 2015 met ongeveer 205 miljoen euro. De aanwezige dekkingsgraad komt hiermee uit op 103,0 procent. De dekkingsgraad per 31 december 2014 bedroeg 108,9 procent. Ook zijn de eisen voor de berekening van het vereist eigen vermogen veranderd. Het vereist eigen vermogen stijgt daardoor met ongeveer 186 miljoen euro. De vereiste dekkingsgraad komt daardoor uit op 116,5 procent. De vereiste dekkingsgraad per 31 december 2014 bedroeg 112,3 procent. Vanaf 1 januari 2015 moet BPF Schoonmaak de beleidsdekkingsgraad berekenen. De beleidsdekkingsgraad is de gemiddelde dekkingsgraad over de afgelopen twaalf maanden. De beleidsdekkingsgraad van BPF Schoonmaak eind december 2014 berekenden we op 108,5 procent. Het gemiddelde is berekend met behulp van de kwartaaldekkingsgraden. 6. Pensioenbeheer De totale uitvoeringskosten over 2014 waren 15,0 miljoen euro (in 2013 was dat 16,7 miljoen euro). In dit bedrag zitten ook de algemene kosten die niet speciaal horen bij pensioenbeheer of vermogensbeheer. Bijvoorbeeld de kosten van het bestuur (zie ook pagina 83). Op 31 december 2014 beheerde BPF Schoonmaak het pensioen van 138.035 (2013: 139.312) mensen. Dat zijn 117.178 actieve deelnemers en 20.857 pensioengerechtigden. De kosten per deelnemer waren 108 euro (in 2013 was dat 120 euro). De uitvoeringskosten waren ongeveer 8 procent van de premie (in 2013 was dat 9 procent). Wij houden ieder jaar rekening met eenmalige kosten voor veranderingen in de pensioenadministratie. In 2014 waren deze kosten extra hoog. Omdat we de pensioenadministratie moesten voorbereiden op de nieuwe regels in 2015 (zie hoofdstuk 5). Deze kosten zijn opgenomen in de totale uitvoeringskosten. BPF Schoonmaak heeft veel deelnemers. Zij bouwen in een korte tijd maar weinig pensioen op. Wij willen de administratie zo goed mogelijk uitvoeren tegen zo laag mogelijke kosten. Het is belangrijk dat werkgevers de gegevens van deelnemers goed aanleveren. Vanaf 2016 gaan we de premie en het pensioen per loonperiode berekenen en niet meer per jaar. Wij vinden het belangrijk om niet te veel deelnemers met een klein pensioen te hebben. Hebt u een klein pensioen, maar spaart u geen pensioen meer bij ons? Dan vragen we u dit pensioen over te dragen naar uw nieuwe pensioenfonds. Afkoop kleine pensioenen Het fonds koopt soms kleine pensioenen af. Dan krijgt iemand zijn hele pensioen in één keer. Ontvangt u een huurtoeslag, een zorgtoeslag, een bijstandsuitkering, een Anw-uitkering of een AOW-partnertoeslag? Dan kan afkoop op de 65-jarige leeftijd een nadelig gevolg hebben. De toeslag kan bijvoorbeeld lager worden. Afkoop wordt namelijk gezien als bron van inkomsten. Wij proberen deze gevolgen te voorkomen door het moment van afkoop goed te kiezen. Niet-opgevraagde pensioenen Vroeger moesten mensen zelf hun pensioen bij ons aanvragen. Soms deden ze dat niet en wisten wij hun adres niet. Dan konden we het pensioen niet betalen. Dat kwam omdat wij nog niet waren aangesloten op de basisadministratie van gemeenten (GBA). Sinds begin 2014 sturen wij een brief naar alle mensen die recht hebben op pensioen en in het GBA staan. Zij hoeven dus niet meer zelf hun pensioen aan te vragen. Pensioenpremie bij faillissement Gaat uw werkgever failliet? Dan kunt u van het UWV een vergoeding krijgen voor de pensioenpremie over de opzegtermijn van de arbeidsovereenkomst. Maar die moet u dan wel zelf aanvragen. Veel mensen weten dit niet en lopen dus de vergoeding mis. Daarom hebben wij in 2014 afspraken gemaakt met het UWV om meer mensen te vertellen over deze regel. Collectieve waardeoverdracht IPF Stichting ISS Pensioenfonds bestaat niet meer. Dit was het pensioenfonds van schoonmaakwerkgever ISS Nederland. De pensioenen van dit fonds zijn per 31 januari 2014 overgedragen aan BPF Schoonmaak. Dit gaat bij elkaar om ongeveer 100 miljoen euro. Wij beheren en beleggen deze pensioenen nu. Er zijn 1625 deelnemers overgegaan van Stichting ISS Pensioenfonds naar BPF Schoonmaak. Jaarverslag 2014 33

Verslag van het bestuur 7. Goed pensioenfondsbestuur Nieuw beloningsbeleid Begin 2014 heeft het bestuur voor het nietuitvoerend bestuur een nieuwe vergoeding bepaald. Deze is 20.000 euro voor 2014 en 30.000 euro per 2015. Deze nieuwe vergoeding past beter bij de grote verantwoordelijkheid en deskundigheid van de bestuursleden. En bij hoeveel tijd hun werk kost (gemiddeld 8 uur per week). Bij het bepalen van de vergoeding keek het bestuur ook naar de vergoedingen bij andere pensioenfondsen die ongeveer even groot zijn. Verder betaalt het fonds alleen de opleiding van bestuursleden die zij nodig hebben om hun werk goed te blijven doen. Voor het uitvoerend bestuur geldt een andere regeling. Omdat zij meer tijd besteden aan hun functie. Nieuw geschiktheidsplan In een geschiktheidsplan staat waar nieuwe bestuursleden aan moeten voldoen. Ook staan er afspraken in over hoe bestuursleden hun kennis en vaardigheden moeten bijhouden. Aan het einde van 2014 hebben wij het geschiktheidsplan aan gepast. Code Pensioenfondsen In 2013 is de Code Pensioenfondsen opgesteld. Deze code adviseert hoe het bestuur van een pensioenfonds zich moet gedragen. Het doel van de code is ervoor te zorgen dat het bestuur de belangrijkste taken goed uitvoert. Pensioenfondsen hoeven zich niet aan deze adviezen te houden. In hun jaarverslag moeten ze dan wel uitleggen waarom ze dat niet doen. Wij hebben niet alle adviezen van de code overgenomen. Zo heeft de onafhankelijke voorzitter bij ons geen stemrecht. Het bestuur vindt dat hij dan onafhankelijker is. In het nieuwe bestuursmodel houdt het niet-uitvoerend bestuur toezicht. Bestuursleden komen van de organisaties die in het fonds samenwerken. Deze organisaties vertegenwoordigen deelnemers, werkgevers en gepensioneerden. Zo zorgen ze samen dat het toezicht binnen het fonds goed is geregeld. Volgens de code moet ieder pensioenfonds zorgen voor een goede verdeling van mensen binnen de organisatie. Zodat er bijvoorbeeld ongeveer even veel mannen als vrouwen zijn. Van verschillende leef tijden. Het bestuur heeft hiervoor een beleid gemaakt. Maar de verdeling kan nog beter. We hebben nu bijvoorbeeld geen bestuurder die jonger is dan 40 jaar. Is er een vacature? Dan houdt het bestuur hier rekening mee. Volgens de code bepaalt ieder pensioenfonds een missie, visie en strategie. Onze missie is om te zorgen voor een goed pensioen voor alle deelnemers en gepensioneerden. Onze visie is dat het pensioen voor iedereen betaalbaar moet blijven. Ook vinden we het belangrijk dat we alles goed aan u kunnen uitleggen. Onze strategie hierbij is dat we geld beleggen zonder te veel risico te nemen. Dat we niet te veel geld uitgeven. Dat we ons aan de wet houden. En dat we duidelijk en eenvoudig communiceren. Volgens de code moet het bestuur de risico s voor het fonds zo klein mogelijk houden. Bij beleggingen is het vaak zo dat hoe meer risico je neemt, hoe meer geld je kunt verdienen. Het bestuur moet ervoor zorgen dat partijen die samenwerken met het fonds niet op deze manier werken. Volgens de code moet iedereen die voor het fonds werkt het fonds voorop stellen. Wij hebben daarvoor een gedragscode. De gedragscode is in 2014 nageleefd. Dat is onderzocht door een externe deskundige. In 2014 zijn er geen bijzondere dingen gebeurd die wij volgens de Pensioenwet moeten noemen: de toezichthouder heeft geen dwangsommen en boetes opgelegd. er is geen toezichthouder aangewezen (zoals bedoeld wordt in artikel 171 van de Pensioenwet). de toezichthouder heeft geen bewindvoerder aangesteld (zoals bedoeld wordt 34 BPF Schoonmaak

in artikel 173 van de Pensioenwet). er is geen situatie beëindigd waarin wij toestemming moesten vragen aan de toezichthouder (zoals bedoeld wordt in artikel 172 van de Pensioenwet). Volgens de code moet het bestuur bij alle beslissingen nadenken over de risico s. De werkgroep Integraal Risicomanagement (IRM) houdt zich hier mee bezig. In 2014 had de werkgroep bijvoorbeeld een studiedag en deden zij onderzoek naar risico s voor het fonds. Klachten In 2014 ontvingen wij 171 klachten. We hebben de pensioenregeling of de pensioenuitvoering niet veranderd. Evaluatie Begin 2015 besprak het bestuur met vrijwel alle bestuursleden hoe het zijn werk had gedaan in 2014. We hebben afgesproken om in 2015 dit ook als groep te bespreken. 8. Vooruitblik 2015 Het bestuur gaat in 2015: het financiële beleid afstemmen op de nieuwe wetgeving die eind 2014 is in gevoerd. Hiervoor gaat het bestuur overleggen met cao-partijen over risico s, rendement, premies, toeslagen en kortingen. in gesprek met cao-partijen over de toekomst van het pensioenfonds. een aantal dingen veranderen op het gebied van communicatie. Omdat in 2015 de wet over communicatie gaat veranderen. nog beter werken in het nieuwe bestuurs model. Het bestuur gaat bijvoorbeeld kijken of de rollen van het uitvoerend en het niet-uitvoerend bestuur duidelijk zijn. werkgevers informeren over het premieincassosysteem dat in 2016 verandert. 9. Verslag van de auditcommissie Het pensioenfonds heeft een nieuw bestuursmodel. Daar hoort een auditcommissie bij. Deze auditcommissie is in juli 2014 gestart. De auditcommissie kijkt of het bestuur de risico s van het pensioenfonds kent. En kijkt of het nodig is om iets te doen om risico s te verminderen. Ook kijkt de auditcommissie naar de jaarrekening en naar het jaarverslag van het pensioenfonds. In de auditcommissie zitten de voorzitters van het pensioenfonds en twee deskundigen van buiten het pensioen fonds. De auditcommissie heeft de jaarrekening en het jaarverslag bekeken en ook de verslagen van de externe accountant en de certificerend actuaris. Leden van de auditcommissie zijn soms bij bestuursen commissievergaderingen. En praten met personen die betrokken zijn bij het pensioenfonds. Dat is belangrijk om te weten wat er gebeurt en om een oordeel te kunnen geven. Het jaarverslag en de jaarrekening De auditcommissie heeft de jaarrekening van het pensioenfonds bekeken. De auditcommissie vindt het heel goed dat het jaarverslag goed te begrijpen is. Ook vindt de auditcommissie het heel goed dat het bestuur duidelijk communiceert over een moeilijk onderwerp als pensioen. Jaarverslag 2014 35

Verslag van het bestuur Het jaarverslag vertelt wat er in het afgelopen jaar is gebeurd binnen het pensioenfonds. De auditcommissie vindt dat het bestuur in de toekomst meer moet vertellen over de manier waarop ze het pensioenfonds hebben bestuurd. Het bestuur moet vertellen waarom ze bepaalde besluiten hebben genomen. Ook moet het bestuur vertellen welke doelen het bestuur wil halen. De auditcommissie wil zien of deze doelen ook zijn behaald. Het is goed om deze duidelijkheid aan de deelnemers van het pensioenfonds te geven. Risicomanagement Het bestuur vindt een waardevast pensioen belangrijk. Het pensioenfonds neemt risico s met de beleggingen om hiervoor te kunnen zorgen. Ook loopt het pensioenfonds risico s bij de dagelijkse activiteiten van het fonds. Bijvoorbeeld bij het voeren van een goede administratie. Of bijvoorbeeld het risico dat niet wordt voldaan aan de wet. Het bestuur bepaalt welke risico s het wel of niet wil nemen. En wil weten of risico s wel of niet zijn voorgekomen. Het bestuur kan uitleggen waarom het wel of geen risico neemt. Dit alles bij elkaar noemen we risicomanagement. Voor de beleggingen heeft het bestuur goed nagedacht over welke risico s ze wel en niet willen nemen. Het bestuur praat hierover ook met de sociale partners. Het bestuur ontvangt uitgebreide rapporten over deze risico s. Over risico s die niet over beleggen gaan heeft het bestuur ook nagedacht. De meeste van deze risico s wil het bestuur niet lopen. Om hiervoor te zorgen heeft het bestuur allerlei maatregelen genomen. Het bestuur heeft nu nog geen goed rapport over al deze maatregelen. De auditcommissie adviseert het bestuur om alle risico s en alle maatregelen duidelijk te maken en te bekijken. Dit noemen we integraal risicomanagement. Het bestuur heeft een werkgroep die dit doet. De auditcommissie vindt dat deze werkgroep meer voortgang moet boeken. Bestuursmodel Het pensioenfonds heeft in 2014 gekozen voor een nieuw bestuursmodel. Het bestuur heeft nu uitvoerende bestuursleden die de dagelijkse bestuurstaken uitvoeren. Ook heeft het pensioenfonds niet-uitvoerende bestuursleden. Deze bestuursleden houden ook toezicht op de uitvoerende bestuursleden. Dit betekent dat ze kijken of de uitvoerende bestuursleden hun werk goed doen. Deze manier van samenwerken tussen de uitvoerende bestuursleden en de niet-uitvoerende bestuursleden is nieuw. Iedereen moet hier in het begin nog aan wennen. Hierdoor zijn de taken nog niet altijd helder verdeeld. Er is ook nog geen goed rapport van de uitvoerende bestuurders. Dit rapport is nodig voor de niet uitvoerende bestuurders om toezicht kunnen houden. Het bestuur werkt hard om de taken duidelijk te verdelen en om te zorgen voor een goed rapport. De auditcommissie vindt helderheid belangrijk. Ook vindt de auditcommissie dat een goed rapport nodig is. In 2015 zal het bestuur samen bekijken wat ze van de nieuwe manier van werken vinden. Als het nodig is voeren ze verbeteringen door. Deskundigheid Het besturen van het pensioenfonds is moeilijk. Daarom hebben de bestuursleden genoeg kennis nodig. De bestuursleden volgen hiervoor opleidingen. In het afgelopen jaar zijn er veel nieuwe mensen in het bestuur gekomen. Als bestuursleden weggaan, gaat hun kennis verloren voor het pensioenfonds. Daarom is het belangrijk dat nieuwe bestuursleden genoeg kennis hebben. De auditcommissie adviseert het bestuur om nu al na te denken over wat er gebeurt als er bestuursleden weggaan. We noemen dit een vervangings- en opvolgings plan. Het bestuur kan niet zelf kiezen wie de nieuwe bestuursleden worden. De sociale partners doen dit. De auditcommissie adviseert daarom aan het bestuur om ook al met de sociale partners te praten over het vervangings- en opvolgingsplan. Afsluitend De auditcommissie is in juli 2014 gestart. De samenwerking met het bestuur is goed. Het bestuur werkt goed aan de onderwerpen waar de auditcommissie naar kijkt. 36 BPF Schoonmaak

Dit geldt nog niet voor risicomanagement. Het bestuur moet hier meer voortgang laten zien in het komende jaar. Reactie van het bestuur Het bestuur waardeert de wijze waarop de externe leden hun taken en verantwoordelijkheden in de auditcommissie hebben ingevuld. Het bestuur neemt de aanbevelingen van de auditcommissie over. Het bestuur plaatst daarbij een kant tekening. De ingewikkelde achtergrond van pensioen en de doelstelling om begrijpe lijke teksten te maken zijn niet altijd samen te brengen in een jaarverslag. Het bestuur gaat daarom onderzoeken of in het komende jaarverslag meer over het hoe en waarom van de beslissingen kan worden opgenomen. 10. Oordeel van het verantwoordingsorgaan Inleiding Per 1 juli 2014 is het nieuwe bestuursmodel van kracht geworden. De deelnemersraad is beëindigd en het verantwoordingsorgaan (VO) heeft een nieuwe rol gekregen. Het bestuur legt aan het nieuwe VO verantwoording af over wat het doet, hoe het dit doet en waarom. Het VO adviseert het bestuur en beoordeelt het jaarverslag en de jaarrekening. Ook kijkt het VO naar de verslagen van de accountant en waar merkend actuaris. Al is het nieuwe VO pas 1 juli 2014 met haar werkzaamheden begonnen, toch wordt het gehele jaar 2014 beoordeeld. Op voordracht van de werknemersverenigingen en gepensioneerden zijn 5 oud-leden van de deelnemersraad tot het VO toegetreden. Op voordracht van de werkgeversvereniging is 1 oud-bestuurslid toegetreden. Zij hebben de nodige kennis van het pensioenfonds meegebracht. Voor hun nieuwe rol hebben zij een aantal studie bijeenkomsten gevolgd. Het VO gaat in dit oordeel in op de punten die zij het belangrijkst vindt. Algemeen Het VO heeft met genoegen geconstateerd dat het bestuur aan alle punten, genoemd in het jaarverslag 2013 onder de kop Vooruitblik 2014, hard heeft gewerkt. Het nieuwe VO heeft in december zijn eerste adviezen gegeven. Het betrof de onderwerpen: diversiteit (samenstelling bestuursorganen) en vergoedingen. Financieel beleid Het bestuur heeft in 2014 besloten het aanwezige eigen vermogen aan te wenden om toeslagen van te betalen. Het eigen vermogen van het fonds was in september 2014 voldoende om, volgens het toeslagenbeleid, een kleine toeslag te kunnen verlenen. In december 2014 is het definitieve besluit genomen. Dit resulteerde in een toeslag van 0,31 procent, die ten laste van de reserve is gebracht. Het VO vindt deze toeslag op zich een sympathiek gebaar, maar op de langere termijn is de kans op toeslagen verder afgenomen. Het VO vraagt zich af of, op het moment dat is besloten deze toeslag te verlenen, voldoende rekening is gehouden met deze kans. Het VO wijst in dezen met name op de ontwikkelingen, vanaf september 2014, in het kader van het nieuwe FTK en het rentebeleid van de ECB. Een klein deel van het vermogen is voorlopig apart gehouden voor de toekomstige premie. Het VO zal bij het gebruik van deze bestemmingreserve toetsen op een evenwichtige afweging van belangen. Beleggingsbeleid In 2013 heeft het oude VO kanttekeningen geplaatst bij de keuze van het bestuur om in de toekomst risico aan de beleggingsportefeuille toe te voegen. Het VO constateert dat het bestuur dit in 2014 ook heeft gedaan en oordeelt dat het fonds dit niet had mogen doen. Het VO betreurt deze gang van zaken. Het VO begrijpt dat het bestuur de kans op toeslagverlening wil vergroten. Daarbij mag echter niet voorbij worden gegaan aan wet- en regelgeving. Jaarverslag 2014 37

Verslag van het bestuur Als het fonds door een reservetekort in herstel is, mag het niet meer risico nemen. Het VO zal de maatregelen die het bestuur in 2015 dient uit te voeren kritisch volgen. Kostenbeheersing Het VO merkt op dat het bestuur er veel aan heeft gedaan om de kosten van de pensioenuitvoering en het vermogensbeheer omlaag te brengen. De kosten van de uitvoering zijn in 2014 verder omlaag gegaan. Het VO ondersteunt de plannen van het bestuur om de kosten te blijven beperken. Het doelt daarmee op het volgen van de reorganisatie bij APG, de inspanningen van het bestuur om meer inzicht te krijgen in de samenstelling van kosten en het opstellen van een meerjarenbegroting. Het VO adviseert het bestuur de ontwikkelingen inzake de mogelijke afschaffing van de btw-koepelvrijstelling voor pensioenuitvoerders goed te volgen. Deze afschaffing van de btw-vrijstelling voor pensioenuitvoerders leidt zeer waarschijnlijk tot een behoorlijke verhoging van de uitvoeringskosten. Wet versterking pensioenfondsbestuur Het oude VO heeft het bestuur in 2013 geadviseerd om in het interne toezicht te voorzien door middel van een raad van toezicht. Het bestuur heeft voor een omgekeerd gemengd bestuursmodel gekozen, waarbij het interne toezicht niet bij de uitvoerende bestuurders, maar bij een auditcommissie is belegd. Het VO heeft kennis genomen van het feit dat de externe leden van de auditcommissie toezicht houden op de wijze waarop het niet uitvoerend bestuur het interne toezicht uitoefent. Aangezien het nieuwe bestuursmodel pas een halfjaar functioneert, kan het VO nog geen oordeel vellen over het interne toezicht. Het VO zal dit in 2015 kritisch volgen. Het VO stelt vast dat de praktische kennis van de schoonmaakbranche in de huidige samenstelling van het bestuur verder is afgenomen. Zij vraagt het bestuur om extra aandacht hiervoor. Communicatie Het VO constateert dat het bestuur er ook dit jaar weer in is geslaagd om een goed leesbaar jaarverslag samen te stellen. Het VO heeft geconstateerd dat soms van een nadere toelichting wordt afgezien, omdat de aanvullende tekst de duidelijkheid niet vergroot. Dit kan extra vragen opleveren. Het VO blijft het belangrijk vinden dat het fonds laat zien welke doelstellingen zijn gesteld en welke doelstellingen daadwerkelijk zijn behaald. Mede gezien vanuit het belang van kostenbeheersing, hecht het VO een groot belang aan de toetsing van het bereik van communicatiemiddelen. Overige aandachtspunten Het VO merkt op dat door het onderbrengen van de beleggingsadministratie bij Northern Trust, meer inspanningen nodig zijn geweest om de juiste cijfers voor het jaarverslag aan te leveren. Het VO beveelt het bestuur aan om dit proces te evalueren en deze extra inspanningen mee te nemen in de afweging van de voor- en nadelen van de inzet van deze externe beleggingsadministrateur. Het VO is door het bestuur geïnformeerd over een verzoek tot aansluiting en collectieve waardeoverdracht van een groep van werkgevers. Er is uiteindelijk geen overeenstemming bereikt. In dit proces heeft het VO ervaren dat er een spannings veld ontstond. Naast de tijdsdruk vraagt het VO zich af of de werkwijze van invloed is geweest. Het VO wil graag van het bestuur weten hoe het omgaat met de aanbevelingen, genoemd in de rapportages 2014, van de certificerende actuaris en accountant. Indien het bestuur één of meer aanbevelingen niet opvolgt, wil het VO dit met redenen omkleed van het bestuur vernemen. Het bestuur heeft het VO vertelt dat er in 2015 een beleidsplan wordt op gesteld. Het beleidsplan wordt aan het VO toegestuurd. Het beleidsplan zal het VO gebruiken om de voortgang van het bestuur op deze beleidsterreinen te toetsen. 38 BPF Schoonmaak

Het VO zou het op prijs stellen, indien het bestuur het VO tijdig informeert over voorgenomen besluiten, die een direct gevolg hebben voor deelnemers, slapers en pensioengerechtigden. Het VO verwacht veel van de in 2015 gemaakte afspraak dat de voorzitter van het bestuur snel na afloop van de vergadering de voorzitter van het VO informeert. Afsluitend Voor het VO was 2014 een jaar waarin veel is gebeurd. Niet alleen het VO maar de hele bestuurlijke organisatie is nieuw van samenstelling. Tegelijkertijd zijn ingrijpende wijzigingen doorgevoerd. Het VO ziet deze wijzigingen als een goede basis om de belangen van deelnemers en pensioengerechtigden ook in de toekomst zeker te stellen. Het VO zal het bestuur daartoe kritisch blijven volgen. Reactie van het bestuur Het bestuur bedankt de leden van het verantwoordingsorgaan voor de manier waarop ze hun nieuwe rol hebben opgepakt. Het bestuur waardeert het oordeel en gaat op de volgende punten dieper in. Financieel beleid Het toekennen van de toeslag van 0,31 procent per 1-1-2015 veroorzaakte een heel geringe daling van de dekkingsgraad. Het bestuur heeft bewust gekozen voor de vaststelling van een toeslag op grond van het in 2014 geldende beleid. Wel heeft het bestuur in december 2014 getoetst of dit niet tot een dekkingstekort kon leiden. Het was bekend dat de invoering van het nftk vele malen grotere gevolgen zou hebben voor de toeslagverlening. Een lange periode zonder toeslagen was te voorzien. De geringe daling van de dekkingsgraad als gevolg van de toeslag per 1-1-2015 was daarbij zo gering, dat het in 2014 onevenwichtig was om van het bestaande beleid af te wijken. Beleggingsbeleid In de strategische portefeuille is het fonds meer risico gaan nemen. In de feitelijke portefeuille is op 1-7-2014 slechts in zeer geringe mate risico toegevoegd. Het bestuur is op grond van de wet bewust voorzichtig omgegaan met het toevoegen van risico. En heeft dit ook zeer geleidelijk willen doen in afwachting van het nftk. In 2015 wordt een nieuwe ALM-studie uitgevoerd. De discussie over het toevoegen van risico vanuit de huidige portefeuille zal dan opnieuw worden gevoerd. Overige punten Het bestuur is blij met de steun van het VO voor kostenbeheersing. Eind 2015 zal het bestuur de hele bestuurlijke organisatie en het interne toezicht evalueren. In 2015 doet het bestuur onderzoek naar de communicatie en toetst het communicatiemiddelen, zoals in het communicatiejaarplan 2015 is opgenomen. Het bestuur is het eens met de noodzaak het jaarwerkproces van de beleggingsadministrateur te evalueren. Dit weegt het bestuur af tegen het belang van een beter inzicht in de beleggingen. Daarvoor is een administrateur nodig, die onafhankelijk is van vermogensbeheerders. Het bestuur heeft de aansluiting en collectieve waardeoverdracht van een groep werkgevers in 2015 geëvalueerd en stelt een procedure op. Ten slotte Ook het bestuur vindt het beleidsplan en tijdige informatie aan het VO belangrijk. Zij zet daarom vol vertrouwen en met enthousiasme de dialoog en samenwerking met het VO voort. Jaarverslag 2014 39

In de cursus heb ik veel geleerd over een gezonde werkhouding. Heel belangrijk, want schoonmaken is zwaar werk. Het is goed dat mijn werkgever trainingen aanbiedt. Er valt altijd wel iets nieuws te leren. Misschien dat ik nog wel een cursus leidinggeven wil volgen. Naam: Nancy Westland Leeftijd: 49 jaar Cursus: Basisopleiding schoonmaker Jaarverslag 2014 41

Jaarrekening 2014 42 BPF Schoonmaak

Jaarrekening 2014 Toelichting op de jaarrekening Balans per 31 december 2014 (Na bestemming van het saldo van baten en lasten, bedragen in duizenden euro s) Deze jaarrekening is zorgvuldig samengesteld. BPF Schoonmaak probeert in de communicatie bovendien zo helder mogelijk te zijn en moeilijke woorden te vermijden. In de jaarrekening komen echter veel termen en omschrijvingen voor die we volgens de wet en verslaggevingsregels moeten gebruiken. We kunnen die daarom vaak niet eenvoudiger beschrijven. Wel leggen we zoveel mogelijk begrippen uit. 31-12-2014 31-12-2013 Activa Beleggingen voor risico pensioenfonds (1) 4.299.189 3.149.102 Vorderingen en overlopende activa (2) 40.209 37.401 Overige activa (3) 17.153 9.036 4.356.551 3.195.539 31-12-2014 31-12-2013 Passiva Stichtingskapitaal en reserves (4) 379.142 230.035 Technische voorzieningen (5) 3.576.473 2.705.174 Overige schulden en overlopende passiva (6) 400.936 260.330 4.356.551 3.195.539 Dekkingsgraad op basis van FTK (in procenten) 109 106 De cijfers tussen haakjes verwijzen naar de uitleg in de algemene toelichting op bladzijde 47 en verder. Jaarverslag 2014 43

Jaarrekening 2014 Staat van baten en lasten over 2014 (Bedragen in duizenden euro s) 2014 2013 Baten Premiebijdragen risico pensioenfonds (7) 197.409 193.824 Beleggingsresultaten risico pensioenfonds (8) 767.407./. 63.907 Overige baten (9) 1.201 21.923 966.017 151.840 2014 2013 Lasten Pensioenuitkeringen (10) 50.420 50.060 Pensioenuitvoeringskosten (11) 14.969 16.715 Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds: (12) 871.299 13.505 Saldo overdracht van rechten (13)./. 120.195./. 1.849 Overige lasten (14) 417 1.419 816.910 79.850 Saldo van baten en lasten 149.107 71.990 De cijfers tussen haakjes verwijzen naar de uitleg in de algemene toelichting op bladzijde 47 en verder. 44 BPF Schoonmaak

Bestemming van het saldo van baten en lasten 2014 2013 Beleidsreserve./. 27.915 80.192 Bestemmingsreserve beleggingen 144.894./. 874 Bestemmingsreserve AOP-regeling 1.152 1.872 Bestemmingsreserve overgangsregeling./. 1.272./. 9.200 Bestemmingsreserve premiedepot 32.248 - Saldo van baten en lasten 149.107 71.990 Jaarverslag 2014 45

Jaarrekening 2014 Kasstroomoverzicht over 2014 (Bedragen in duizenden euro s) 2014 2013 Kasstroom uit pensioenactiviteiten Ontvangen premies 198.344 194.414 Ontvangen waardeoverdrachten* 124.905 8.883 Betaalde pensioenuitkeringen./. 50.954./. 48.912 Betaalde waardeoverdrachten./. 4.330./. 7.194 Betaalde pensioenuitvoeringskosten**./. 19.739./. 15.651 Ontvangen overige baten 1.221 21.912 Totaal kasstroom uit pensioenactiviteiten 249.447 153.452 Kasstroom uit beleggingsactiviteiten Verkopen en aflossingen van beleggingen 1.787.591 2.642.869 Ontvangen directe beleggingsopbrengsten 64.342 62.097 Aankopen beleggingen./. 2.088.612./. 2.859.768 Betaalde kosten van vermogensbeheer./. 4.651./. 5.326 Totaal kasstroom uit beleggingsactiviteiten./. 241.330./. 160.128 Mutatie liquide middelen 8.117./. 6.676 Stand liquide middelen per 1 januari 9.036 15.712 Stand liquide middelen per 31 december 17.153 9.036 * Ontvangen waardeoverdrachten bevatten 38 miljoen euro aan ontvangen beleggingen in het kader van de collectieve waardeoverdracht van Stichting ISS Pensioenfonds. ** Inclusief vooruitbetaalde pensioenuitvoeringskosten. 46 BPF Schoonmaak

Algemene toelichting (Bedragen in duizenden euro s, tenzij anders aangegeven) Inleiding Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf (hierna BPF Schoonmaak) is gevestigd in Utrecht. BPF Schoonmaak regelt de pensioenen voor werknemers en oud-werk nemers in de schoonmaak- en glazen wassersbranche. Alle werkgevers in deze bedrijfstak moeten zich bij het fonds aansluiten. BPF Schoonmaak betaalt uitkeringen bij ouderdom, overlijden en arbeidsongeschiktheid. Overeenstemmingverklaring De jaarrekening van BPF Schoonmaak voldoet aan de eisen die in de Pensioenwet en in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek staan. Ook heeft BPF Schoonmaak rekening gehouden met de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving. Het bestuur heeft de jaarrekening op 20 mei 2015 opgesteld. Jaarrekening De jaarrekening geeft een jaarlijks overzicht van de financiële situatie van het fonds. De balans is het overzicht van alle bezittingen of vorderingen en alle schulden of verplichtingen op 31 december. De staat van baten en lasten is een overzicht van opbrengsten (inkomsten) en kosten (uitgaven) in het boekjaar. En het kasstroomoverzicht laat zien hoeveel geld er binnenkwam en hoeveel geld er uit ging. BPF Schoonmaak maakt de jaarrekening elk jaar volgens vastgestelde (basis)regels. Al deze regels samen vormen het stelsel van de jaarrekening. Deze algemene toelichting beschrijft de regels van BPF Schoonmaak. Grondslagen voor de waardering In het stelsel van de jaarrekening staan ook regels om te bepalen wat de waarde van de bezittingen en schulden is. Dit zijn de grondslagen voor de waardering. De grondslagen zijn niet gewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Schattingswijzigingen Het bestuur heeft in 2014 besloten om voor de sterftegrondslagen gebruik te maken van de nieuwe prognosetafel AG2014. Het positieve effect van deze schattingswijziging op het resultaat is 100 miljoen euro. Algemeen BPF Schoonmaak waardeert beleggingen en pensioenverplichtingen op reële waarde. Dat is hetzelfde als de marktwaarde. Soms lukt het niet om de reële waarde van een belegging goed vast te stellen. Dan berekent het fonds de waarde op een andere manier. Deze rekenmethode heet de geamortiseerde kostprijs. Alle andere activa (dat zijn bezittingen of vorderingen) en passiva (dat zijn schulden of verplichtingen) waardeert het fonds op nominale waarde. Behalve als specifieke grondslagen bepalen dat het anders moet. De nominale waarde is de waarde die de activa of passiva vanaf het begin hebben. Toch komt deze nominale boekwaarde in de buurt van de reële waarde. Want deze vorderingen en schulden hebben allemaal een korte looptijd. Schattingen en veronderstellingen Om een jaarrekening te maken moet het bestuur oordelen vormen, veronderstellingen doen en schattingen maken. Deze oordelen, veronderstellingen en schattingen bepalen hoe het fonds grondslagen gebruikt. Ook hebben ze invloed op de waarde van activa en verplichtingen en baten en lasten in de jaarrekening. Het bestuur baseert de schattingen en veronderstellingen op ervaring en op andere betrouwbare factoren. Samen vormen de oordelen, veronderstellingen en schattingen de basis voor de boekwaarde van activa en verplichtingen. Deze waarde kunt u niet zomaar uit andere bronnen afleiden. Het bestuur beoordeelt de schattingen en veronderstellingen voortdurend. Als het nodig is, verandert het bestuur de schattingen. Heeft de verandering alleen gevolgen voor de periode waarin de schatting wordt herzien? Dan wordt de nieuwe schatting alleen opgenomen in die verslagperiode. Jaarverslag 2014 47

Jaarrekening 2014 Heeft de verandering gevolgen voor de verslagperiode én voor de toekomst? Dan wordt de nieuwe schatting opgenomen in de periode van verandering én in toekomstige perioden. In de toelichting bij de jaarrekening vindt u, waar nodig, meer uitleg over de oordelen, schattingen en veronderstellingen. Opname van een actief, verplichting, bate of last Een actief (dit is een bezitting) staat op de balans wanneer het waarschijnlijk is dat het fonds er in de toekomst economisch voordeel van heeft. Maar alleen als het fonds de waarde van dat voordeel betrouwbaar kan vaststellen. Een verplichting (dit is bijvoorbeeld een pensioen dat het fonds nu of in de toekomst moet uitkeren) staat op de balans als het waarschijnlijk is dat de verplichting leidt tot een uitstroom van geld. Maar alleen als het fonds de omvang van dat bedrag betrouwbaar kan vaststellen. Baten (inkomsten) staan in de staat van baten en lasten wanneer het vermogen vergroot is door een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting. Maar alleen als het fonds de omvang van de vergroting betrouwbaar kan vaststellen. Lasten (uitgaven) staan in de staat van baten en lasten wanneer het vermogen is verkleind door een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting. Maar alleen als het fonds de omvang betrouwbaar kan vaststellen. Een transactie kan ertoe leiden dat (bijna) alle toekomstige economische voordelen en (bijna) alle risico s van een actief of een verplichting naar een ander overgaan. Dan neemt het fonds het actief of de verplichting niet meer in de balans op. Het fonds verwerkt transacties op handelsdatum (dit is het moment waarop het fonds de afspraak met de ander maakt) en niet op afwikkelingsdatum (dit is het moment waarop de afspraak uitgevoerd wordt, bijvoorbeeld betaald wordt). Daarom kan er een post nog af te wikkelen transacties zijn. Deze post kan een actief of een passief zijn. Saldering van een actief en een verplichting Salderen betekent verrekenen. Een financieel actief en een financiële verplichting kunnen we gesaldeerd als nettobedrag in de balans opnemen. Een voorbeeld van een financieel actief is een vordering of een saldo op een bankrekening. Een gewoon actief is bijvoorbeeld een voorraad of een huis. Salderen mag alleen als het wettelijk of contractueel is toegestaan en de betaling en de ontvangst gelijktijdig afgewikkeld worden. Ook moeten we het voornemen hebben om dit zo te doen. Als er rentebaten en rentelasten horen bij de gesaldeerde posten, salderen we deze ook. Vreemde valuta Functionele valuta De jaarrekening is opgesteld in euro s. De euro is dus de presentatievaluta van het fonds. En omdat we in euro s rekenen, is het ook de functionele valuta van het fonds. Transacties, vorderingen en schulden in vreemde valuta Een transactie is een zakelijke overeenkomst. Het gaat om aan- of verkoop van goederen, geld of beleggingen. Het fonds belegt in gebieden met verschillende muntsoorten. Daarom zijn er ook transacties in andere muntsoorten dan de euro. Dat zijn transacties in vreemde valuta. Vonden deze transacties in de verslagperiode plaats? Dan staan ze in de jaarrekening tegen de koers op het moment van de transactie (de transactiedatum). Monetaire activa (bezittingen in geld) en passiva (schulden in geld) in vreemde valuta rekent het fonds om tegen de koers op balansdatum. De koersverschillen die hieruit voortkomen nemen we op als bate of als last in de staat van baten en lasten. In de tabel hiernaast ziet u de (gemiddelde) koers van vreemde valuta. 48 BPF Schoonmaak

31 december 2014 gemiddeld 2014 31 december 2013 gemiddeld 2013 Australische dollar 1,479 1,470 1,540 1,405 Canadese dollar 1,402 1,462 1,464 1,388 Zwitserse frank 1,202 1,212 1,226 1,216 Deense kroon 7,446 7,454 7,460 7,461 Britse pond 0,776 0,802 0,832 0,822 Hong Kong dollar 9,384 10,248 10,684 10,452 Noorse kroon 9,072 8,397 8,360 7,849 Nieuw-Zeelandse dollar 1,548 1,600 1,674 1,636 Zweedse kroon 9,473 9,122 8,850 8,713 Singapore dollar 1,603 1,677 1,740 1,675 Amerikaanse dollar 1,210 1,321 1,378 1,348 Jaarverslag 2014 49

Jaarrekening 2014 1 Beleggingen voor risico pensioenfonds Algemeen De Pensioenwet schrijft voor dat we beleggingen waarderen op reële waarde. Vorderingen en schulden uit beleggingen in een specifieke beleggingscategorie, nemen we als beleggingsdebiteuren en -crediteuren op in die beleggingscategorie. Vastgoedbeleggingen Beleggingen in vastgoed in eigen portefeuille waardeert BPF Schoonmaak tegen de reële waarde. Deze waarde baseren we op taxatiewaarde. Onafhankelijke deskundigen doen de taxaties. Een taxatie is een deskundige schatting van de waarde. We houden ook rekening met de verhuursituatie en/of renovatieactiviteiten. In de staat van baten en lasten verantwoorden we de effecten van wijzigingen in de reële waarden. Ook beursgenoteerde vastgoedfondsen waardeert BPF Schoonmaak tegen de reële waarde: de beurskoers op de balansdatum. Niet-beursgenoteerde beleggingen in vastgoedfondsen waarderen we anders. Eerst stellen we de waarde van de beleggingen in het vastgoedfonds vast. Daarna bepalen we wat ons aandeel in het vastgoedfonds is. Ons aandeel in die waarde staat op de balans. Soms wijken de waarderingsgrondslagen van vastgoedfondsen af van de waarderingsgrondslagen van het fonds. Dan passen we de waardering als het kan aan de waarderingsgrondslagen van BPF Schoonmaak aan. Onroerend goed in ontwikkeling waardeert BPF Schoonmaak tegen kostprijs of lagere reële waarde. De kostprijs zijn de gedane uitgaven, inclusief bouwrente. Na oplevering herwaarderen we (her)ontwikkelde objecten naar reële waarde. Aandelen Beursgenoteerde aandelen en participaties in beursgenoteerde beleggingsinstellingen waardeert BPF Schoonmaak op reële waarde. Deze waarde is de beursnotering op de balansdatum. De reële waarde van niet-beursgenoteerde participaties in aandelenfondsen is gelijk aan de laatst bekende intrinsieke waarde (marktwaarde). Dit is ons aandeel in het zichtbare eigen vermogen op de balans van die aandelenfondsen. Private equity-beleggingen waarderen we op marktwaarde, oftewel op de intrinsieke waarde. Private equity zijn investeringen in ondernemingen buiten de aandelenbeurzen om. Deze intrinsieke waarde halen we uit de meest recente rapportages van de fondsmanagers en de fonds-van-fondsmanagers. Dit zijn de managers van de fondsen waarin we beleggen. We corrigeren deze waarde voor nog te ontvangen en nog te betalen bedragen in de periode tot de balansdatum. Ook houden we rekening met eventuele belangrijke financiële gevolgen van gebeurtenissen na ontvangst van de rapportages. Vastrentende waarden Beursgenoteerde vastrentende waarden en participaties in beursgenoteerde beleggingsinstellingen waardeert BPF Schoonmaak op marktwaarde. De marktwaarde is de beurskoers op de balansdatum, met toevoeging van rente. Leningen waarderen we op reële waarde. Deze waarde bepalen we door de toekomstige kasstromen (rente, aflossingen en verwachte boeterente bij vervroegde aflossingen) contant te maken op basis van de geldende marktrente. Hierin nemen we een opslag voor debiteurenrisico en liquiditeitsrisico mee. Contant maken (of de contante waarde berekenen) van een toekomstige kasstroom betekent dat we zijn waarde op de balansdatum bepalen. Dit doen we door rekening te houden met verwachte rentepercentages in de toekomst. Dit is de periode tussen de balansdatum en het moment van de kasstroom (ontvangst of betaling). Deposito s en vorderingen op banken waarderen we op nominale waarde. 50 BPF Schoonmaak

Derivaten Derivaten is een verzamelnaam voor financiële contracten. Voorbeelden zijn opties, futures en swaps. Derivaten waardeert BPF Schoonmaak op reële waarde (de marktwaarde) van het contract. Voor beursgenoteerde contracten is dit de beurskoers op de balansdatum. De waardering van niet-beursgenoteerde contracten baseren we op beschikbare marktinformatie. Deze informatie gebruiken we vervolgens in waarderingsmodellen. Schuldposities in derivaten verantwoorden we onder de overige schulden. Overige beleggingen Beleggingen in commodities (dit zijn grondstoffen) zijn meestal niet-beursgenoteerde derivatencontracten. De waardering van niet-beursgenoteerde contracten baseren we op beschikbare marktinformatie. Deze informatie gebruiken we vervolgens in waarderingsmodellen. Niet-beursgenoteerde belangen in infrastructuurbeleggingen (bijvoorbeeld wegen) waardeert BPF Schoonmaak op ons aandeel in de reële waarde van de onderliggende beleggingen. Hierbij nemen we ook de overige onderliggende activa en onderliggende verplichtingen mee die daar bij horen. Geldmarktbeleggingen waardeert BPF Schoonmaak op reële waarde, oftewel de contante waarde van de toekomstige kasstromen (rente en aflossing). Posities in rekening-courantsaldi waarderen we op nominale waarde. 2 Vorderingen en overlopende activa Wanneer we verwachten dat vorderingen oninbaar zijn (dus niet betaald worden), maken we hiervoor een voorziening. Dat betekent dat we een bedrag opzij zetten op de balans. Vorderingen en overlopende activa die horen bij beleggingen, staan onder de beleggingen. 3 Overige activa Onder overige activa vallen bijvoorbeeld de banktegoeden die onmiddellijk opeisbaar zijn (dit noemen we liquide middelen). Dat betekent dat we erover kunnen beschikken wanneer we dat willen. Deze tegoeden onderscheiden zich van tegoeden uit beleggingstransacties. Liquide middelen die horen bij beleggingstransacties staan onder de beleggingen. 4 Stichtingskapitaal en reserves Algemeen Stichtingskapitaal en reserves zijn het bedrag dat overblijft als alle actiefposten en schuldposten in de balans zijn opgenomen. Ook de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds en de overige technische voorzieningen horen hier bij. Volgens de Pensioenwet moet een fonds in de toelichting het minimaal vereist eigen vermogen opnemen. Dit is het eigen vermogen dat een pensioenfonds in ieder geval zou moeten hebben. Dit vermogen berekenen we volgens de methode in het Besluit Financieel Toetsingskader (FTK). Beleidsreserve De beleidsreserve is gelijk aan de totale reserve, maar dan zonder de bestemmingsreserve beleggingen, de bestemmingsreserve AOP-regeling (arbeidsongeschiktheidspensioen), de bestemmingsreserve overgangsregeling en de bestemmingsreserve premiedepot. Bestemmingsreserve beleggingen De bestemmingsreserve beleggingen is een buffer voor het opvangen van koersdalingen van beleggingen. De standaardtoets van De Nederlandsche Bank (DNB) bepaalt hoe groot deze buffer moet zijn. U leest hier meer over in de paragraaf Solvabiliteitsrisico onder Risicobeheer en derivaten op pagina 68. Bestemmingsreserve AOP-regeling De bestemmingsreserve AOP-regeling passen we jaarlijks aan het resultaat op de AOP-regeling aan. De voorziening AOP is onderdeel van de hele voorziening pensioenverplichtingen. Daarvoor gelden dezelfde sterfte- en interestgrondslagen als voor de voorziening van de basisregeling. Het fonds houdt rekening met een kans van 10 procent dat iemand die arbeidsongeschikt is weer arbeidsgeschikt wordt (net als bij premievrijstelling). Het resultaat op de AOP-regeling voegen we jaarlijks toe aan of halen we jaarlijks uit de AOPreserve. Bestemmingsreserve overgangsregeling De bestemmingsreserve overgangsregeling is bedoeld voor de overgangsregeling van een specifieke groep deelnemers. Dit zijn de deelnemers die zijn geboren tussen 1948 en 1956 én onafgebroken deelnemer zijn sinds 31 december 2006. BPF Schoonmaak koopt voor deze groep extra ouderdomspensioen in over het verleden. De reserve voor de overgangsregeling groeit door de beleggingsopbrengsten (zonder de opbrengsten uit de rentederivaten) en de premieinkomsten. De reserve neemt af door de inkoop van het extra ouderdomspensioen bij het fonds. We baseren de inkoop op de rentetermijnstructuur (verwachte rente Jaarverslag 2014 51

Jaarrekening 2014 in de toekomst), die we verhogen met de solvabiliteitsopslag (solvabiliteit is het vermogen dat het fonds op langere termijn moet hebben om aan de verplichtingen te kunnen voldoen). Bestemmingsreserve premiedepot Deze bestemmingsreserve bestaat uit het positieve verschil tussen de feitelijke premie en de gedempte kostendekkende premie vanaf 1 januari 2014. De bestemmingsreserve premiedepot is een buffer die gebruikt kan worden voor het verhogen van het opbouwpercentage als de feitelijke premie in verhouding tot de kostendekkende premie leidt tot een verlaging van het opbouwpercentage in 2016 of latere jaren. Als deze bestemmingsreserve op een bepaald moment niet voor dat doel gebruikt kan worden dan houden we de reserve voor andere jaren aan. 5 Technische voorzieningen Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds De voorziening voor pensioenverplichtingen waardeert BPF Schoonmaak op marktwaarde. Hiervoor kiezen we de beste inschatting van toekomstige pensioenuitkeringen die nodig zijn voor de onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen op de balansdatum. Vervolgens maken we deze inschatting van de waarde contant. Dat betekent dat we uitrekenen hoeveel geld we nu moeten hebben om straks aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen zijn de nominale aanspraken die u hebt opgebouwd en de onvoorwaardelijke (indexatie)toezeggingen die het fonds heeft gedaan op of voor 31 december. De contante waarde bepalen we met de nominale rentetermijnstructuur. De berekening van de voorziening pensioen verplichtingen baseren we op: het pensioenreglement dat geldt op de balansdatum; de aanspraken die u over de verstreken deelnemersjaren heeft verworven. Het bestuur besluit jaarlijks of het de opgebouwde pensioenaanspraken indexeert. Indexatie is hetzelfde als toeslag verlenen. Het betekent dat uw pensioen meegroeit met de inflatie. Zodat u met uw pensioen evenveel kunt blijven kopen. Alle indexatiebesluiten die op de balansdatum bestaan, nemen we mee in de berekening. Soms wordt na balansdatum voldaan aan van tevoren bepaalde voorwaarden voor indexatie. Dan nemen we ook indexatiebesluiten na balansdatum mee. BPF Schoonmaak houdt geen rekening met toekomstige salarisontwikkelingen. BPF Schoonmaak houdt bij de berekening van de voorziening rekening met premievrije pensioenopbouw bij invaliditeit. Hiervoor baseren we ons op de contante waarde van premies waarvoor vrijstelling bestaat. Voor de voorziening pensioenverplichtingen hebben we ook actuariële uitgangspunten. Dat zijn uitgangspunten die de actuaris gebruikt, zoals overlevingskansen (inschatting van de levensverwachting) en partnerfrequenties (inschatting van hoe veel deelnemers een partner hebben). BPF Schoonmaak hanteert daarvoor alleen grondslagen die de toezichthouder accepteert. De toezichthouder is De Nederlandsche Bank (DNB). We houden ook rekening met de voorspelbare trend in overlevingskansen. We voeren de berekeningen uit volgens deze actuariële grondslagen en veronderstellingen (geldend op 31 december 2014): Bij de berekeningen van de voorziening pensioenverplichtingen hebben we rekening gehouden met de actuariële gevolgen van de wijzigingen in de regelingen vanaf 1 januari. Zo is de pensioenleeftijd verhoogd van 65 jaar naar 67 jaar. Rekenrente: deze baseren we op de rente termijnstructuur (verwachte rente in de toekomst) die DNB maandelijks publiceert. Eind 2014 was de rente 2,09 procent (eind 2013: 2,91 procent). De voorziening pensioenverplichtingen is op basis van deze rente gelijk aan de voorziening pensioenverplichtingen volgens de rentetermijnstructuur. 52 BPF Schoonmaak

Overlevingstafels: wij gebruiken de AG Prognosetafel 2014 voor de gehele Nederlandse bevolking, maar we corrigeren de sterftekansen. Dit hangt onder andere af van leeftijd en geslacht. De sterfte binnen ons fonds wijkt namelijk af van de sterfte van de hele Nederlandse bevolking. Door de prognosetafel te gebruiken houden we wel rekening met de ontwikkeling van de verwachte sterfte. De technische voorzieningen voor nabestaandenpensioenen die nog niet zijn ingegaan berekenen we met een partnerfrequentie (een schatting hoeveel deelnemers een partner hebben). Deze frequenties zijn bepaald bij het maken van de sterftetafel GBM/V 1985-1990. Voor deelnemers in de leeftijd 60 tot en met 67 jaar geldt een uitzondering. Voor hen hanteren we een partnerfrequentie van 100 procent. Vanaf 67 jaar gaan we uit van de werkelijke burgerlijke staat. Het partnerpensioen berekenen we volgens het uitgangspunt: - de partner van een verzekerde man is 3 jaar jonger, - de partner van een verzekerde vrouw is 3 jaar ouder. Over de voorziening voor pensioenverplichtingen rekenen we een kostenopslag van 2,0 procent. Deze opslag is bestemd voor toekomstige administratie- en excassokosten. Excassokosten zijn de kosten die we maken om de pensioenuitkeringen te betalen. Om de voorziening van toekomstige pensioenopbouw van arbeidsongeschikte deelnemers te bepalen gaan we uit van een kans van 10 procent dat iemand die arbeidsongeschikt is weer arbeidsgeschikt wordt. 6 Overige schulden en overlopende passiva Alle overige schulden en overlopende passiva behalve derivaten hebben een resterende looptijd die korter is dan één jaar. Grondslagen voor de resultaatbepaling Algemeen Baten en lasten rekenen we toe aan het boekjaar waarop deze betrekking hebben. De waarderingsgrondslagen voor de beleggingen en de voorziening pensioenverplichtingen bepalen voor een groot deel de posten in de staat van baten en lasten. We verantwoorden gerealiseerde én niet-gerealiseerde resultaten in het resultaat. 7 Premiebijdragen risico pensioenfonds Premiebijdragen van werkgevers en werknemers zijn bedragen voor de in het verslagjaar verzekerde pensioenen die derden aan ons betaalden of nog moeten betalen. Hiervan hebben we kortingen afgetrokken. Ook premies van de Stichting Voortzetting Pensioenverzekering (FVP) horen tot deze post. 8 Beleggingsresultaten risico pensioenfonds Indirecte beleggingsopbrengsten Indirecte beleggingsopbrengsten zijn de gerealiseerde en niet-gerealiseerde waardeveranderingen en valutaresultaten. Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, staan als indirecte beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten. Aankoopkosten verwerken we in de reële waarde van de beleggingen. Verkoopkosten verantwoorden we als onderdeel van de gerealiseerde waardeveranderingen. Directe beleggingsopbrengsten Directe beleggingsopbrengsten zijn rentebaten en -lasten, dividenden (dit zijn inkomsten uit aandelen), huuropbrengsten en vergelijkbare opbrengsten. Dividend verantwoorden we op het moment van uitkeren. Kosten van vermogensbeheer Kosten van vermogensbeheer zijn de externe kosten én de bijbehorende interne kosten van vermogensbeheer. Exploitatie Jaarverslag 2014 53

Jaarrekening 2014 kosten van onroerende zaken nemen we in de kosten van vermogensbeheer op. Verrekening van kosten We verrekenen de kosten voor beheervergoedingen en transactiekosten die horen bij beleggingen. We brengen deze kosten in mindering op de directe en indirecte beleggingsopbrengsten. 9 Overige baten De overige baten rekenen we toe aan de periode waarop ze betrekking hebben. 10 Pensioenuitkeringen De pensioenuitkeringen zijn de aan deelnemers uitgekeerde bedragen, inclusief de afkopen. Afkopen is het in één keer uitbetalen van kleine pensioenen. De pensioenuitkeringen rekenen we toe aan het verslagjaar waarin ze thuishoren. 11 Pensioenuitvoeringskosten De pensioenuitvoeringskosten rekenen we toe aan de periode waarop ze betrekking hebben. 12 Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds Pensioenopbouw Dit is de contante waarde van de pensioena anspraken die in het boekjaar zijn opgebouwd. Rentetoevoeging De rentetoevoeging aan de voorziening pensioenverplichtingen is gelijk aan de éénjaarsrente uit de DNB-rentetermijnstructuur op 1 januari 2014. Onttrekking uit voorziening pensioenverplichtingen voor pensioenuitkeringen Verwachte pensioenuitkeringen berekenen we actuarieel en nemen we op in de voorziening pensioenverplichtingen. De afname van de voorziening is het bedrag waarmee we de pensioenen in de verslagperiode financieren. Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor pensioenuitvoeringskosten Elk jaar komt een percentage van de uitkeringen uit de voorziening pensioenverplichtingen vrij voor pensioenuitvoeringskosten (excassokosten). Tegelijkertijd voegen we voor pensioenuitvoeringskosten elk jaar een percentage van de pensioenopbouw toe aan de technische voorziening. Wijziging marktrente Jaarlijks berekenen we per 31 december de marktwaarde van de voorziening pensioenverplichtingen op basis van de actuele rentetermijnstructuur. Het verschil tussen deze berekening en de berekening op basis van de rentetermijnstructuur van 31 december van vorig jaar laten we hier zien. 13 Saldo overdracht van rechten De post saldo overdracht van rechten bevat het saldo van overgenomen en overgedragen pensioenverplichtingen. 14 Overige lasten De overige lasten rekenen we toe aan de periode waarop ze betrekking hebben. Grondslagen kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht stelt BPF Schoonmaak op volgens de directe methode. De kasstromen halen we uit de staat van baten en lasten. We corrigeren de kasstromen voor de wijziging van de bijbehorende balansposities. We maken onderscheid tussen kasstromen uit pensioenactiviteiten (bijvoorbeeld betaalde uitkeringen en ontvangen premies) en kasstromen uit beleggingsactiviteiten (bijvoorbeeld ontvangen en betaalde rente op beleggingen). 54 BPF Schoonmaak

Toelichting op de balans (Bedragen in duizenden euro s, tenzij anders aangegeven) 1 Beleggingen voor risico pensioenfonds Overzicht totale waarde per beleggingscategorie Eind 2014 vastgoedbeleggingen aandelen vastrentende waarden derivaten overige beleggingen totaal Belegde waarden in beleggingscategorie 198.523 749.669 2.388.006 771.099 159.631 4.266.928 Beleggingsdebiteuren 6.457 2 35.120-2 41.581 Liquide middelen 1.078 712 4./. 206 237 1.825 Beleggingscrediteuren - - - -./. 11.145./. 11.145 Stand per 31 december 2014 206.058 750.383 2.423.130 770.893 148.725 4.299.189 Eind 2013 vastgoedbeleggingen aandelen vastrentende waarden derivaten overige beleggingen totaal Belegde waarden in beleggingscategorie 203.672 462.390 2.088.733 179.623 163.382 3.097.800 Beleggingsdebiteuren 7.849 87 33.063 5.048-46.047 Liquide middelen 3.159 - - 1.593 1.130 5.882 Beleggingscrediteuren./. 627 - - - -./. 627 Stand per 31 december 2013 214.053 462.477 2.121.796 186.264 164.512 3.149.102 Derivaten met een negatieve waarde zijn als schuld op de creditzijde van de balans verantwoord. In 2014 was de negatieve waarde van derivaten 397.310 (2013: 255.961). Jaarverslag 2014 55

Jaarrekening 2014 Verloopoverzicht van belegde waarden per beleggingscategorie 2014 vastgoedbeleggingen aandelen vastrentende waarden derivaten overige beleggingen totaal Stand per 1 januari 2014 203.672 462.390 2.088.733 179.623 163.382 3.097.800 Aankopen/verstrekkingen 9.191 404.247 1.111.940 20.744 542.490 2.088.612 Verkopen/aflossingen./. 9.738./. 207.489./. 1.014.446./. 12.446./. 543.472./. 1.787.591 Waardeontwikkeling./. 4.602 90.521 201.779 441.829./. 2.769 726.758 198.523 749.669 2.388.006 629.750 159.631 4.125.579 Mutatie derivaten passiva - - - 141.349-141.349 Stand per 31 december 2014 198.523 749.669 2.388.006 771.099 159.631 4.266.928 2013 vastgoedbeleggingen aandelen vastrentende waarden derivaten overige beleggingen totaal Stand per 1 januari 2013 215.619 414.581 1.907.640 332.236 165.030 3.035.106 Aankopen/verstrekkingen 7.810 47.779 803.605 1.597.081 403.493 2.859.768 Verkopen/aflossingen./. 8.261./. 38.079./. 585.063./. 1.606.687./. 404.779./. 2.642.869 Waardeontwikkeling./. 11.496 38.109./. 37.449./. 121.657./. 362./. 132.855 203.672 462.390 2.088.733 200.973 163.382 3.119.150 Mutatie derivaten passiva - - -./. 21.350 -./. 21.350 Stand per 31 december 2013 203.672 462.390 2.088.733 179.623 163.382 3.097.800 In 2014 heeft de collectieve waardeoverdracht van Stichting ISS Pensioenfonds plaatsgevonden. Hierbij is voor ruim 100 miljoen euro aan beleggingen overgenomen door BPF Schoonmaak. 56 BPF Schoonmaak

Onderscheid tussen marktnoteringen en waarderingsmodellen en -technieken directe marktnoteringen afgeleide marktnoteringen waarderingsmodellen en technieken totaal Waarde per 31 december 2014 Vastgoedbeleggingen - - 198.523 198.523 Reële waarde Schattingen en oordelen De beleggingen van het fonds hebben we bijna allemaal gewaardeerd tegen reële waarde op de balansdatum. Het is gebruikelijk (en meestal ook mogelijk) om de reële waarde binnen een bandbreedte van schattingen vast te stellen. De nominale waarde van sommige financiële instrumenten, zoals beleggingsvorderingen en -schulden, benadert de reële waarde. Dit komt door het kortetermijnkarakter van de vorderingen en schulden. Voor de meeste financiële instrumenten van het fonds kunnen we marktnoteringen gebruiken. Bij directe marktnoteringen wordt er direct in een aandeel belegd en wordt de waarde door een beurs bepaald. Bij afgeleide marktnoteringen wordt er via een beleggingsfonds in een beursgenoteerd onderliggend fonds belegd. Voor sommige financiële instrumenten zijn er geen marktnoteringen. Dan gebruiken we waarderingsmodellen en -technieken. Aandelen - 731.086 18.583 749.669 Vastrentende waarden 1.932.206 303.357 152.443 2.388.006 Derivaten - 771.099-771.099 Overige beleggingen - 125.615 34.016 159.631 Waarde per 31 december 2013 Schattingen van de reële waarde zijn een momentopname. We baseren ze op de marktomstandigheden en de beschikbare informatie over het financiële instrument. De schattingen zijn subjectief, ze bevatten 1.932.206 1.931.157 403.565 4.266.928 Vastgoedbeleggingen 272-203.400 203.672 Aandelen 55.339 389.390 17.661 462.390 Vastrentende waarden 1.608.594 338.847 141.292 2.088.733 Derivaten - 179.623-179.623 Overige beleggingen - 133.795 29.587 163.382 1.664.205 1.041.655 391.940 3.097.800 onzekerheden en een oordeelsvorming (bijvoorbeeld rentestand, beweeglijkheid van de koers (volatiliteit) of schatting van kasstromen). Jaarverslag 2014 57

Jaarrekening 2014 Schatting van reële waarde Vastgoed Een deel van de waarde aan vastgoedbeleggingen stellen we vast met waarderingsmodellen en waarderingstechnieken. Het gaat om vastgoed in eigen portefeuille en vastgoed in fondsen. We baseren de waarde op de taxatiewaarde. Externe, erkende taxateurs doen deze taxaties. Iedere taxateur heeft eigen uitgangspunten. Die uitgangspunten vallen onder de algemene richtlijnen van de taxatiebranche. In deze richtlijnen staat dat de verkoopwaarde van een object de basis is voor de waardebepaling. De taxateur koppelt daar de doelstelling aan om met het object huurinkomsten te verkrijgen. Om de waarde te bepalen maken we een contantewaardeberekening van de toekomstige kasstromen. Aandelen Binnen de belegde waarden in aandelen zijn private equity-beleggingen vastgesteld met waarderingsmodellen en -technieken. Private equity-beleggingen waarderen we op marktwaarde, (de intrinsieke waarde). Deze waarde halen we uit de meest recente rapportages van de fondsmanagers en de fonds-van-fonds managers. We corrigeren de waarde voor nog te ontvangen en nog te betalen kasstromen in de periode tot de balansdatum. Ook houden we rekening met eventuele gevolgen van materiële gebeurtenissen na ontvangst van de rapportages. De managers baseren de intrinsieke waarde op lokale wet- en regelgeving. Vastrentende waarden Van een deel van de vastrentende waarden schatten we de reële waarde. Het gaat vooral om de leningen op schuldbekentenis en hypotheken. De grondslag voor de berekening vindt u in de algemene toelichting. De rentevoet die we in 2014 gebruikten was 0,69 procent. In 2013 was dit 2,23 procent. Derivaten De schatting van de reële waarde van derivaten baseren we op verwachte kasstromen. Deze kasstromen maken we met de Eoniacurve contant. Overige beleggingen Van de overige beleggingen zijn beleggingen in infrastructuur niet-marktgenoteerd. BPF Schoonmaak belegt alleen via externe fondsbeheerders in infrastructuur. De waardering van deze beleggingen baseren we op de waardebepaling die door deze externe fondsbeheerders is opgesteld. De waardering vindt plaats tegen reële waarde. De reële waarde is weer afhankelijk van de externe fondsbeheerder en van de aard van de belegging. De volgende variabelen kunnen een rol spelen: de aanschafwaarde van recente investeringen, toekomstige kasstromen, waarde van de activa en waardering van vergelijkbare objecten. Belegde waarden in vastgoed 100 procent van het vastgoed in eigen portefeuille (2013: 100 procent) is getaxeerd door onafhankelijke, beëdigde taxateurs. Het vastgoed in eigen portefeuille is groten deels in Nederland belegd. In de Toelichting op de balans op pagina 72 vindt u een overzicht van de verdeling naar regio. 31-12-2014 31-12-2013 Vastgoed in eigen portefeuille 59.986 66.522 Vastgoed in fondsen 138.537 137.150 Stand per 31 december 198.523 203.672 58 BPF Schoonmaak

Belegde waarden in aandelen Belegde waarden in derivaten 31-12-2014 31-12-2013 31-12-2014 31-12-2013 Beursgenoteerde aandelen - 55.339 Aandelen in beleggingsfondsen 731.086 389.390 Venture capital (private equity) 18.583 17.661 Stand per 31 december 749.669 462.390 Rentederivaten 770.907 175.782 Valutaderivaten 192 3.836 Overige derivaten - 5 Stand per 31 december 771.099 179.623 Net als in 2013 zijn op de balansdatum geen aandelen uitgeleend. Belegde waarden in vastrentende waarden Belegde waarden in overige beleggingen 31-12-2014 31-12-2013 31-12-2014 31-12-2013 Staatsobligaties 1.428.409 1.159.478 Bedrijfsobligaties (credit funds) 498.051 434.881 Hypotheken 152.442 141.292 Inflation linked bonds 5.747 14.235 Commodities 66.459 79.751 Infrastructuur 34.016 29.587 Beleggingsfondsen (geldmarktfondsen) 59.156 54.044 Stand per 31 december 159.631 163.382 Obligatiebeleggingsfondsen 303.357 338.847 Stand per 31 december 2.388.006 2.088.733 Net als in 2013 zijn op balansdatum geen obligaties uitgeleend. Jaarverslag 2014 59

Jaarrekening 2014 2 Vorderingen en overlopende activa Nadere specificatie Vorderingen op werkgevers 31-12-2014 31-12-2013 Specificatie vorderingen en overlopende activa 31-12-2014 31-12-2013 Nog te factureren premies 19.041 20.175 Vorderingen op werkgevers 15.973 16.191 Vooruitbetaalde crediteuren 4.571 - Waardeoverdrachten 289 669 Deurwaarder 187 187 Terug te vorderen uitkeringen 130 140 Vordering op deelnemers 10 11 Overige vorderingen 8 28 Stand per 31 december 40.209 37.401 Werkgevers 32.868 34.971 Voorziening dubieuze debiteuren./. 16.895./. 18.780 Stand per 31 december 15.973 16.191 In 2014 voegden we een bedrag van 348 toe aan de voorziening (2013: 1.345). We schreven een bedrag van 2.233 aan premies over voorgaande jaren als oninbaar af (2013: 3.314). 3 Overige activa 31-12-2014 31-12-2013 Liquide middelen 17.153 9.036 Overlopende activa zijn bijvoorbeeld vooruitbetaalde kosten. Bij de waardering van vorderingen houdt BPF Schoonmaak rekening met het risico van oninbaarheid (het risico dat we het geld niet krijgen). Daarvoor trekken we een voorziening af van het saldo van de uitstaande vorderingen. Voor gelijksoortige posten met gelijksoortige risico s maken we één schatting van verliezen en risico s op balansdatum. Dit noemen we de statische methode. Alle vorderingen hebben een resterende looptijd die korter is dan één jaar. Stand per 31 december 17.153 9.036 Liquide middelen zijn kasmiddelen en tegoeden op bankrekeningen die onmiddel lijk of op korte termijn vrij beschikbaar zijn. BPF Schoonmaak heeft geen krediet faciliteiten. We maken dus geen gebruik van mogelijkheden om geld voor korte tijd te lenen. 60 BPF Schoonmaak

4 Stichtingskapitaal en reserves Mutatieoverzicht eigen vermogen Stand per 1 januari 2014 Uit bestemming saldo van baten en lasten 2014 Stand per 31 december 2014 Beleidsreserve./. 214.934./. 27.915./. 242.849 Bestemmingsreserve beleggingen 294.349 144.894 439.243 Bestemmingsreserve AOP-regeling 88.309 1.152 89.461 Bestemmingsreserve overgangsregeling 62.311./. 1.272 61.039 Bestemmingsreserve premiedepot - 32.248 32.248 Totaal 230.035 149.107 379.142 Verloop bestemmingsreserve overgangsregeling 2014 2013 Stand per 1 januari 62.311 71.511 Premie 11.638 7.965 Rendement 5.941 1.763 Onttrekking./. 16.998./. 17.037 Solvabiliteitsopslag./. 1.853./. 1.891 Stand per 31 december 61.039 62.311 Jaarverslag 2014 61

Jaarrekening 2014 Solvabiliteit 31-12-2014 In procenten 31-12-2013 In procenten Aanwezig vermogen (exclusief bestemmingsreserve overgangsregeling) 3.894.576 108,9 2.872.898 106,2 Af: technische voorziening op FTK-waardering 3.576.473 100,0 2.705.174 100,0 Eigen vermogen 318.103 8,9 167.724 6,2 Af: vereist eigen vermogen 439.243 12,3 294.349 10,9 Vrij vermogen./. 121.140./. 3,4./. 126.625./. 4,7 Minimaal vereist eigen vermogen 155.496 4,3 119.389 4,4 Dekkingsgraad 108,9 106,2 De berekeningen in de tabel zijn gebaseerd op het op 31 december 2014 geldende FTK. In de paragraaf Gebeurtenissen na balansdatum onder Overige gegevens op pagina 88 is een toelichting opgenomen over de verwachte effecten van het nftk op de financiële positie en solvabiliteit per 31 december 2014. Als het fonds minder eigen vermogen heeft dan het vereist eigen vermogen, is er een reservetekort. Als het fonds minder eigen vermogen heeft dan het minimaal vereist eigen vermogen, is er een dekkingstekort. De dekkingsgraad berekenen we door: Aanwezig vermogen ----------------------------------------- x 100% Technische voorzieningen Het aanwezig vermogen in deze berekening is dan exclusief de bestemmingsreserve overgangsregeling. Om de nominale dekkingsgraad te bepalen maken we de pensioenverplichtingen contant tegen de nominale marktrente. Deze baseren we op de rentetermijnstructuur die De Nederlandsche Bank (DNB) publiceert. De reële dekkingsgraad is 69,1 procent. Bij het bepalen van de reële dekkingsgraad houden we in de verplichtingen rekening met toekomstige inflatie. Het eigen vermogen van BPF Schoonmaak is lager dan het vereist eigen vermogen, maar hoger dan het minimaal vereist eigen vermogen. Het fonds heeft dus een reservetekort. We berekenen het vereist eigen vermogen volgens het standaardmodel van DNB. 62 BPF Schoonmaak

Herstelplan In 2009 hebben we een langetermijn- en kortetermijnherstelplan opgesteld. Beide plannen zijn goedgekeurd door toezichthouder DNB. Volgens het herstelplan moet de dekkingsgraad eind 2014 minimaal 104,6 procent zijn. Door de verlaging van het opbouwpercentage per 1 januari 2013 en per januari 2014 moet de dekkingsgraad eind 2014 mini maal 104,3 procent zijn. Eind 2014 is de feitelijke dekkingsgraad 108,9 procent. Hiermee is het kortetermijnherstelplan beëindigd. Volgens het langetermijnherstelplan moet de dekkingsgraad in 2024 minimaal 110,7 procent zijn. Samenvatting van de actuariële analyse 2014 2013 Premieresultaat 25.235 11.470 Interestresultaat 28.352 46.231 Overig resultaat 95.520 14.289 Saldo van baten en lasten 149.107 71.990 5 Technische voorzieningen Specificatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico fonds naar regeling 31-12-2014 31-12-2013 Basisregeling 3.497.645 2.653.650 Voorziening (A)AOP 15.633 16.360 Voorziening premievrijstelling/ibnr 63.195 35.164 Stand per 31 december 3.576.473 2.705.174 Jaarverslag 2014 63

Jaarrekening 2014 Mutatieoverzicht voorziening pensioenverplichtingen 2014 2013 Stand per 1 januari 2.705.174 2.691.669 Pensioenopbouw 140.207 153.555 Rentetoevoegingen 10.865 9.853 Onttrekking voor pensioenuitkeringen./. 50.776./. 50.182 Toevoeging voor pensioenuitvoeringskosten 1.586 1.871 Wijziging marktrente 728.191./. 119.990 Wijziging overige actuariële uitgangspunten./. 99.941 - Wijziging door overdracht van rechten St. ISS Pensioenfonds 100.082 - Wijziging door overdracht van rechten 4.200 1.910 Inkoop VPL-aanspraken 16.998 17.097 Wijziging door kanssystemen en overige 8.835./. 609 Indexatie 11.052-871.299 13.505 Stand per 31 december 3.576.473 2.705.174 Meer uitleg over de verschillende posten vindt u in de Toelichting op de staat van baten en lasten (zie pagina 78). 64 BPF Schoonmaak

Specificatie voorziening pensioenverplichtingen naar categorieën deelnemers 31-12-2014 aantal bedrag 31-12-2013 aantal bedrag Actieve deelnemers 117.178 1.761.317 121.587 1.277.973 Pensioengerechtigden 20.857 554.689 21.180 428.770 Gewezen deelnemers 343.007 1.113.057 349.779 894.757 Overige deelnemers 77.283 50.634 Netto pensioenverplichtingen 3.506.346 2.652.134 Opslag voor toekomstige kosten uitvoering pensioenregeling 70.127 53.040 Stand per 31 december 3.576.473 2.705.174 De voorziening pensioenverplichtingen heeft een langlopend karakter. Toeslagverlening Het bestuur bepaalt jaarlijks of er toeslag wordt verleend (indexatie). Om toeslag te verlenen moet het fonds genoeg geld hebben. Het bestuur streeft ernaar jaarlijks een toeslag te verlenen die maximaal gelijk is aan de stijging van het CBS-indexcijfer (CPI), alle huishoudens, afgeleid. Met afgeleid wordt bedoeld dat belasting- en accijnseffecten geen invloed hebben op de index. Per 1 januari 2015 heeft BPF Schoonmaak de pensioenaanspraken met 0,31 procent verhoogd. De daaraan voorafgaande drie jaar (per 1 januari 2014, 2013 en 2012) had BPF Schoonmaak de pensioenaanspraken en de ingegane pensioenen niet verhoogd. Inhaaltoeslagen Als het fonds in het verleden niet voor 100 procent heeft geïndexeerd, kan het inhaaltoeslagen geven. Daarvoor is wel een hoge dekkingsgraad nodig. Op korte termijn zijn inhaaltoeslagen daarom niet te verwachten. Jaarverslag 2014 65

Door de taalcursus voel ik me veel zekerder. Bovendien geef ik mijn kinderen hiermee een goed voorbeeld. Het is belangrijk dat je blijft doorleren. Gelukkig organiseert mijn werkgever altijd wel iets om medewerkers bij te scholen. Volgend jaar wil ik zeker nog een training volgen. Naam: Fatih Alp Leeftijd: 38 jaar Cursus: Nederlands als tweede taal Jaarverslag 2014 67

Jaarrekening 2014 6 Overige schulden en overlopende passiva Specificatie overige schulden en overlopende passiva Alle schulden behalve derivaten hebben een resterende looptijd die korter is dan één jaar. De overige schulden bestaan vooral uit kosten die we nog moeten betalen. Nadere specificatie derivaten met een negatieve waarde 31-12-2014 31-12-2013 Derivaten met een negatieve waarde 397.310 255.961 Belastingen en premies sociale verzekeringen 1.283 1.828 Overige schulden 2.343 2.541 Stand per 31 december 400.936 260.330 31-12-2014 31-12-2013 Rentederivaten 386.083 255.592 Valutaderivaten 11.227 364 Overige derivaten - 5 Stand per 31 december 397.310 255.961 Risicobeheer en derivaten BPF Schoonmaak belegt ook indirect. Dat betekent dat we meedoen in beleggingspools en -instellingen, die gespecialiseerd zijn in bepaalde beleggingen. Dat heet participatie. Deze beleggingen waarderen we volgens de grondslagen voor de beleggingen in de pool. Dit heet ook wel de doorkijkbenadering. De tabellen in deze paragraaf zijn voor 2014 opgesteld op basis van de doorkijkbenadering en wijken daarom af van de tabellen in de balans en de toelichting op de balans. Solvabiliteitsrisico Het beheer en de financiering van de pensioenverplichtingen gaan gepaard met risico s. De belangrijkste doelstelling van het fonds is het nakomen van de pensioentoezeggingen. Daarvoor streeft het fonds naar voldoende solvabiliteit ten opzichte van de marktwaarde van de pensioenverplichtingen. De solvabiliteit is de verhouding tussen de verplichtingen en het eigen vermogen op de balans. Als de solvabiliteit hoger is, kan het pensioenfonds beter aan zijn verplichtingen voldoen. Het grootste risico voor het fonds is het solvabiliteitsrisico. Als de solvabiliteit lager dan nul is, dan heeft het fonds niet voldoende vermogen om de pensioenverplichtingen in de toekomst te dekken. Er zijn algemeen geldende normen en specifieke normen (opgelegd door de toezichthouder) om de solvabiliteit te bepalen. Als de solvabiliteit zich negatief ontwikkelt, bestaat het risico dat het fonds de premie moet verhogen (voor de werkgevers en de deelnemers). Ook is er dan geen ruimte voor een eventuele indexatie van opgebouwde pensioenrechten. In het uiterste geval moet het fonds verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten verminderen. 68 BPF Schoonmaak

Tekort op FTK-grondslagen 31-12-2014 31-12-2013 Voorziening pensioenverplichtingen (FTK-waardering) 3.576.473 2.705.174 Vereiste buffers: S1 Renterisico 195.219 121.661 S2 Risico zakelijke waarden 260.098 171.382 S3 Valutarisico 77.905 62.933 S4 Grondstoffenrisico 36.141 26.996 Om risico s af te dekken heeft het fonds derivatencontracten afgesloten. Bij het bepalen van de vereiste buffers is hiermee rekening gehouden. BPF Schoonmaak berekent de buffers volgens het standaardmodel van DNB, uitgebreid met S10 voor actief beheer in 2013. In 2014 is er geen actief beheer meer. Uitgangspunt is het vereist vermogen in de evenwichtssituatie, gebaseerd op de strategische assetmix. S5 Kredietrisico 53.361 36.206 S6 Verzekeringstechnisch risico 161.784 122.367 S7 Liquiditeitsrisico - - S8 Concentratierisico - - S9 Operationeel risico - - S10 Actief beheer - 25.374 Diversificatie-effect./. 345.265./. 272.570 Totaal S (vereiste buffers) 439.243 294.349 Vereist vermogen (art. 132 Pensioenwet) 4.015.716 2.999.523 Aanwezig vermogen (totaal activa schuldenbestemmingsreserve overgangsregeling) 3.894.576 2.872.898 Tekort./. 121.140./. 126.625 Jaarverslag 2014 69

Jaarrekening 2014 Beleid en risicobeheer Het bestuur heeft beleid om risico s te beheersen: beleggingsbeleid; premiebeleid; herverzekeringsbeleid; toeslagbeleid. Waarde balanspost 31-12-2014 Duration 31-12-2014 Duration 31-12- 2013 Duration van de vastrentende waarden 2.692.802 7,20 5,50 Duration van de totale beleggingsportefeuille (na derivaten) 3.679.444 14,00 12,29 Duration van de pensioenverplichtingen 3.576.473 23,20 21,42 Het bestuur baseert het beleid op uitvoerige analyses van te verwachten ontwikkelingen van de verplichtingen en de financiële markten. De volgende analyse wordt uitgevoerd in 2015. De uitkomsten van deze analyses komen terug in beleggingsrichtlijnen die het bestuur jaarlijks vaststelt. Deze beleggingsrichtlijnen vormen de basis voor het beleggingsbeleid. De richtlijnen geven normen en limieten aan waarbinnen de uitvoering van het beleggingsbeleid moet plaatsvinden. Ze zijn gericht op het beheersen van de volgende belangrijkste (beleggings) risico s. Wij gebruiken derivaten om deze risico s te beperken. Marktrisico Marktrisico is de kans op winst of verlies door een verandering van marktfactoren. Marktfactoren zijn bijvoorbeeld marktprijzen van aandelen, grondstoffen, vastgoed en private equity (prijsrisico), maar ook valutakoersen (valutarisico) of rentes (renterisico). De beleggingsdoelstellingen bepalen de beleggingsstrategie van het fonds. Door dagelijks de beleidskaders en richtlijnen voor de beleggingen te volgen probeert het fonds het marktrisico te beheersen. De overall marktposities worden maandelijks gerapporteerd aan het bestuur. Renterisico Het renterisico is het risico van de wijziging van de waarden van de portefeuille vastrentende waarden en de pensioenverplichtingen door veranderingen in de marktrente. De rentegevoeligheid meten we met de duration. Dat is het gewogen gemiddelde van de looptijden van een verzameling vastrentende waarden. De duration geeft aan hoeveel procent de marktwaarde van een belegging of verplichting verandert als de rentecurve verschuift. Een hoge duration betekent dat een beleggingsportefeuille erg gevoelig is voor renteveranderingen. Op de balansdatum is de gemiddelde looptijd van de beleggingen aanzienlijk korter dan de gemiddelde looptijd van de verplichtingen. Dit heet een duration mismatch. Bij een rentedaling stijgt de waarde van beleggingen minder snel dan de waarde van de verplichtingen (bij toepassing van de actuele marktrentestructuur). Daardoor daalt de dekkingsgraad. Bij een rentestijging zal de waarde van de beleggingen minder snel dalen dan de waarde van de verplichtingen. Daardoor stijgt de dekkingsgraad. BPF Schoonmaak probeert de duration mismatch te verkleinen. Bijvoorbeeld door kortlopende obligaties te vervangen door langlopende obligaties. Het fonds doet dit ook door renteswaps te gebruiken. Zo n rente swap zorgt wel voor andere risico s. Zoals het tegenpartijrisico en het liquiditeitsrisico. Hoe het fonds met deze risico s omgaat staat op pagina 74 en pagina 76. 70 BPF Schoonmaak

Samenstelling van de vastrentende waarden naar resterende looptijd 31-12-2014 31-12-2014 in procenten 31-12-2013 31-12-2013 in procenten Resterende looptijd < 1 jaar 340.228 13 66.051 3 Resterende looptijd > 1 jaar < 5 jaar 630.080 23 772.572 37 Resterende looptijd > 5 jaar 1.722.494 64 1.250.110 60 2.692.802 100 2.088.733 100 Prijsrisico Prijsrisico is een verandering van waarde door de ontwikkeling van marktprijzen. Verschillende factoren beïnvloeden die ontwikkeling: bijvoorbeeld een individuele belegging, de uitgevende instelling of algemene factoren. BPF Schoonmaak waardeert alle beleggingen tegen reële waarde. Veranderingen van waarde verwerken we onmiddellijk in het beleggings resultaat. Daardoor zijn wijzigingen in marktomstandigheden direct zichtbaar. Het fonds vangt het prijsrisico op door beleggingen te spreiden. Verdeling van vastgoed naar sectoren 31-12-2014 31-12-2014 in procenten 31-12-2013 31-12-2013 in procenten Woningen 41.860 20 41.797 21 Woningfondsen 89.659 44 74.952 37 Winkels 12.016 6 14.270 7 Winkelfondsen 43.799 21 45.612 22 Kantoren 12.478 6 10.455 5 Kantorenfondsen 1.481 1 5.475 3 Participaties in overige vastgoedfondsen 3.598 2 11.111 5 204.891 100 203.672 100 Jaarverslag 2014 71

Jaarrekening 2014 Verdeling van vastgoed over regio s 31-12-2014 31-12-2014 in procenten 31-12-2013 31-12-2013 in procenten Europa 204.891 100 203.400 100 Noord-Amerika - - 272-204.891 100 203.672 100 Verdeling van de aandelenportefeuille naar sectoren 31-12-2014 31-12-2014 in procenten 31-12-2013 31-12-2013 in procenten Nijverheid en industrie 112.246 15 119.430 26 Financiële instellingen (o.a. banken/verzekeraars) 144.168 19 112.799 24 Handel 158.240 21 87.817 19 Beleggingsinstelling 46.514 6 17.661 4 Overige dienstverlening 267.839 36 103.069 22 Diversen 18.729 3 21.614 5 747.736 100 462.390 100 72 BPF Schoonmaak

Verdeling van de aandelenportefeuille over regio s 31-12-2014 31-12-2014 in procenten 31-12-2013 31-12-2013 in procenten Europa 237.446 32 156.362 34 Noord-Amerika 302.667 40 95.749 21 Azië 90.875 12 51.422 11 Emerging Markets 116.748 16 141.155 30 Overig - - 17.702 4 747.736 100 462.390 100 Verdeling van de vastrentende waarden naar sector Verdeling van vastrentende waarden naar regio 31-12-2014 31-12-2013 31-12-2014 31-12-2013 Nederlandse overheidsinstellingen 102.081 180.821 Buitenlandse overheidsinstellingen 1.366.724 1.089.463 Financiële instellingen 174.051 454.062 Mature markets 2.447.886 1.980.469 Emerging markets 244.916 108.264 2.692.802 2.088.733 Handel- en industriële bedrijven 2.858 156.417 Andere instellingen 1.047.088 207.970 2.692.802 2.088.733 De regio s Azië (zonder Japan), Latijns- Amerika en Rusland zijn de opkomende economieën: emerging markets. De overige landen waarin we beleggen zijn de ontwikkelde economieën: mature markets. Jaarverslag 2014 73

Jaarrekening 2014 Valutarisico Een deel van de beleggingsportefeuille beleggen we buiten de euro: eind 2014 in totaal 1.063.232 euro (2013: 456.942 euro). Hiervan is 28,8 procent (2013: 33,5 procent) van het valutarisico afgedekt naar de euro. Dit geldt voor alle beleggingen in vreemde valuta. Van de belangrijkste valuta (Amerikaanse dollar, Britse pond en Zwitserse frank) wil het fonds 75 procent van de posities afdekken. Eind 2014 is 72,1 procent (2013: 73,9 procent) van de posities in deze drie valuta afgedekt. Valuta-afdekking (en de aanpassing daarop) doen we aan het begin van een kwartaal. Veranderingen van de valutaexposure tijdens het kwartaal verwerken we niet tussendoor. Kredietrisico Kredietrisico is het risico dat het fonds financiële verliezen lijdt; oorzaken zijn een faillissement of tegenpartijen die niet kunnen betalen, terwijl het fonds wel (potentiële) vorderingen heeft. Voorbeelden zijn partijen die obligatieleningen uitgeven, banken waar we deposito s plaatsen, marktpartijen waarmee we over the counter (OTC-)derivatenposities aangaan of herverzekeraars. Met beursgenoteerde derivaten lopen we geen kredietrisico. Dit risico beperken we door op totaalniveau limieten te stellen aan tegenpartijen. We kunnen bij hypothecaire geldleningen vragen om extra zekerheden (zoals onder pand). Ook kunnen we voorzichtige verstrekkingsnormen opleggen bij hypothecaire geldleningen. Onder kredietrisico valt ook het settlementrisico. Dit is het risico dat partijen, waarmee het fonds transacties is aangegaan, hun tegenprestatie niet meer kunnen verrichten. Daardoor lijdt het fonds financiële verliezen. Om het settlementrisico af te dekken belegt BPF Schoonmaak alleen in markten met een betrouwbaar clearing- en settlementsysteem (dit is een systeem voor de afhandeling van transacties). Voordat we in nieuwe markten beleggen, doen we hier onderzoek naar. Niet-beursgenoteerde beleggingen, vooral OTC-derivaten, doen we alleen met partijen die ISDA/CSAovereenkomsten hebben. Dat betekent dat posities van het fonds goed worden afgedekt door onderpand. Valutarisico (de bedragen in de tabel zijn niet gebaseerd op de doorkijkbenadering) Vóór valutaderivaten Valutaderivaten 31-12-2014 Nettopositie na valutaderivaten 31-12-2013 Nettopositie na valutaderivaten Euro 2.849.682 295.629 3.145.311 2.620.855 Amerikaanse dollar 302.670./. 223.353 79.317 49.521 Britse pond 85.578./. 56.130 29.448 13.156 Zwitserse frank 31.723./. 24.387 7.336 3.528 Overige 643.261./. 2.794 640.467 202.609 3.912.914./. 11.035 3.901.879 2.889.669 74 BPF Schoonmaak

Kredietwaardigheid van debiteuren van de vastrentende portefeuille 31-12-2014 31-12-2014 31-12-2013 in procenten 31-12-2013 in procenten De regel Geen rating bevat vooral leningen en beleggingsfondsen. Deze hebben geen rating (bepaling van de kredietwaardigheid). AAA 626.962 23 491.366 24 AA+ 191.542 7 261.122 13 AA 478.866 18 285.686 14 AA- 39.162 1 72.503 3 A+ 41.466 2 28.513 1 A 113.706 4 93.598 5 A- 86.033 3 73.519 4 BBB+ 20.647 1 48.340 2 BBB 186.167 7 221.905 11 BBB- 184.849 7 121.203 6 Lager dan BBB- 253.542 9 192.602 8 Geen rating 469.860 18 198.376 9 2.692.802 100 2.088.733 100 De kredietwaardigheid bepalen we op basis van de beoordelingen van kredietbeoordelaars Standard & Poor s, Moody s en Fitch. Als eerste gebruiken we de beoordeling van Standard & Poor s. Wanneer daar geen beoordeling aanwezig is, gebruiken we de beoordeling van Moody s. Als daar ook geen beoordeling aanwezig is, gebruiken we de beoordeling van Fitch. In 2013 bepaalden we de kredietwaardigheid op basis van een gemiddelde beoordeling van kredietbeoordelaars Moody s, Standard & Poor s en Fitch. Verzekeringstechnische risico (actuariële risico s) Langlevenrisico Langlevenrisico is het risico dat deelnemers langer blijven leven. Bij het bepalen van de voorziening pensioenverplichtingen gaat het fonds uit van een gemiddelde levens verwachting. Als deelnemers langer leven dan verwacht is er onvoldoende pensioenvermogen opgebouwd voor de uitkering van de pensioenverplichtingen in de toekomst. BPF Schoonmaak gebruikt de AG-prognosetafel 2014 met startkolom 2014. De sterftekansen hebben we verlaagd, Jaarverslag 2014 75

Jaarrekening 2014 omdat de sterfte binnen het fonds afwijkt van de sterfte van de gehele Nederlandse bevolking. Overlijdensrisico Wanneer een deelnemer overlijdt, moet het fonds mogelijk een nabestaandenpensioen toekennen waarvoor het geen voorzieningen heeft getroffen. Dit heet het overlijdensrisico. Dit risico drukken we uit in risicokapitalen. Arbeidsongeschiktheidsrisico BPF Schoonmaak moet voorzieningen treffen voor premievrijstelling bij invaliditeit en voor het toekennen van een arbeidsongeschiktheidspensioen (schadereserve). Dit is het arbeidsongeschiktheidsrisico. Hiervoor brengen we jaarlijks een risicopremie in rekening. Het verschil tussen de risicopremie en de werkelijke kosten verwerken we in het resultaat. De actuariële uitgangspunten voor de risicopremie herzien we regelmatig. Het beleid van BPF Schoonmaak is om het overlijdens- en arbeidsongeschiktheids risico niet te herverzekeren. Indexatierisico Het bestuur van het fonds streeft ernaar het pensioen te indexeren. Dit kan alleen als het fonds genoeg geld heeft. Dat hangt af van de ontwikkelingen in inflatie, demografie, de rente en het rendement. We houden hierbij rekening met de strategische beleggingsmix 2014. De indexatie toezegging is voorwaardelijk. Het indexatiebeleid vindt u op pagina 65. Liquiditeitsrisico Liquiditeitsrisico is het risico dat we beleggingen niet op tijd en/of niet tegen een aanvaardbare prijs kunnen omzetten in liquide middelen. Mogelijk kan het fonds hierdoor op korte termijn niet aan zijn verplichtingen voldoen. Liquide middelen zijn de geldmiddelen waarover we onmiddellijk kunnen beschikken. Liquiditeitsrisico is een kortetermijnrisico. De andere risico s zijn vooral langeretermijnrisico s (solvabiliteit). Het liquiditeitsrisico beheersen we door voldoende ruimte te nemen voor liquiditeits posities in het strategische en tactische beleggingsbeleid. Ook houden we rekening met de directe beleggingsopbrengsten en met andere inkomsten, zoals premies. BPF Schoonmaak heeft voldoende obligaties die onmiddellijk zonder waardeverlies te gelde kunnen worden gemaakt. Zo kunnen we een eventuele onvoorziene uitstroom van geldmiddelen financieren. Concentratierisico Concentratierisico s kunnen optreden als activa en passiva niet goed gespreid zijn over regio s, economische sectoren of tegenpartijen. Een portefeuille van leningen die sterk sectorgebonden is, kan bijvoorbeeld een verhoogd risico lopen. Als een fonds aandelen in dezelfde sector aanhoudt, heet dat een cumulatief concentratierisico. Grote posten kunnen een concentratierisico vormen. Eerst moeten we bepalen welke posten groot zijn. Daarvoor tellen we per beleggingscategorie alle instrumenten met dezelfde debiteur op. Elke post die meer dan 2 procent van het balanstotaal is, is een grote post. Overige niet-financiële risico s Operationeel risico Het fonds loopt operationeel risico als: transacties niet goed worden afgewikkeld; gegevens niet correct worden verwerkt; informatie verloren gaat; er fraude wordt gepleegd. Het fonds probeert deze risico s onder controle te houden door hoge kwaliteitseisen aan de uitvoeringsorganisaties te stellen. Het bestuur toetst regelmatig of de uitvoeringsorganisaties zich houden aan deze kwaliteitseisen. De grote posten op 31 december 2014 (als percentage van het totaal van de betreffende beleggingscategorie in 2014 en 2013) Staatsobligaties: 31-12-2014 31-12-2014 in procenten 31-12-2013 31-12-2013 in procenten Duitsland 510.018 19 344.469 16 Frankrijk 368.650 14 258.301 12 Nederland 98.208 4 156.647 8 Italië 127.109 5 101.249 5 Spanje 84.339 3 73.987 4 1.188.324 45 934.653 45 76 BPF Schoonmaak

Systeemrisico Systeemrisico is het risico dat het mondiale financiële systeem (de internationale markten) niet langer goed functioneert. Hierdoor zijn beleggingen van het fonds niet langer verhandelbaar en verliezen ze zelfs (tijdelijk) hun waarde. Dit risico kan het fonds niet beheersen. Specifieke financiële instrumenten (derivaten) Voor de uitvoering van het beleggingsbeleid gebruikt BPF Schoonmaak ook financiële derivaten. Financiële derivaten zijn beleggingsinstrumenten die hun waarde ont lenen aan de waarde van een ander goed. Het andere goed heet ook wel de onderliggende waarde. Het fonds gebruikt derivaten alleen als dit passend is binnen het algemene beleggingsbeleid. Het bestuur stelt grenzen (limieten) vast. De portefeuille structuur en het risicoprofiel (inclusief de economische effecten van derivaten) moeten zich binnen deze grenzen bevinden. BPF Schoonmaak gebruikt derivaten vooral om het valutarisico en het renterisico af te dekken. Een van de belangrijkste risico s bij derivaten is het kredietrisico. Dit is het risico dat tegenpartijen niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. We beperken dit risico door alleen transacties aan te gaan met betrouwbare partijen. Ook werken we zoveel mogelijk met onderpand. Het fonds gebruikt de volgende financiële derivaten: Futures Dit zijn standaard beursgenoteerde instrumenten waarmee het fonds snel posities kan wijzigen. Valutatermijncontracten Dit zijn contracten die het fonds met individuele banken afsluit. De partijen spreken af om valuta te verkopen en andere valuta aan te kopen. De prijs en de datum zijn van tevoren vastgesteld. Met valutatermijncontracten kunnen we valutarisico s afdekken. Renteswaps Dit zijn ook contracten met individuele banken. De partijen spreken af om rentebetalingen over een nominale hoofdsom uit te wisselen. Met swaps kan het fonds de rentegevoeligheid van de portefeuille beïnvloeden. Derivatenposities op 31 december 2014 Type contract Contractomvang Reële waarde activa Op sommige derivaten ontvangen we tijdelijk onderpand. Dit is een zekerheid voor de waarde van de derivaten. Eind 2014 was de nettowaarde van het ontvangen onderpand 365.276 euro. Hier stond een Reële waarde passiva Renteswaps 615.250 770.907 386.083 Valutatermijncontracten 299.165 192 11.227 Futures./. 25.196 - - Overige derivaten - - - Derivatenposities op 31 december 2013 889.219 771.099 397.310 Type contract Contractomvang Reële waarde activa Reële waarde passiva Renteswaps 652.250 175.782 255.592 Valutatermijncontracten 193.342 3.836 364 Futures 2.200 5 5 Overige derivaten./. 2.090 - - 845.702 179.623 255.961 nettowaarde van de swaps van 384.701 euro tegenover. In 2013 was de waarde van het ontvangen onderpand 72.460 euro tegenover een nettowaarde van de swaps van 79.811 euro. Jaarverslag 2014 77

Jaarrekening 2014 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen Toelichting op de staat van baten en lasten (Bedragen in duizenden euro s, tenzij anders aangegeven) (Bedragen in duizenden euro s) Ontvangen en verstrekte zekerheden en garanties Dit heeft betrekking op de onderpanden die ontvangen zijn voor derivaten. Zie de toelichting op de vorige pagina. Langlopende contractuele verplichtingen BPF Schoonmaak besteedt de administratieve uitvoering uit aan APG Rechtenbeheer N.V. Het fonds heeft met APG een uitbestedingsovereenkomst voor onbepaalde tijd afgesloten, met een opzegtermijn van één jaar. De totale verplichting voor 2015 bedraagt circa 14.410 euro. Voor de beleggingen heeft BPF Schoonmaak overeenkomsten voor onbepaalde tijd afgesloten met Syntrus Achmea Vermogensbeheer B.V., Syntrus Achmea Vastgoed B.V. en Northern Trust Global Services Limited. De totale verplichting voor 2015 is circa 4.200 euro (schatting op basis van 2014). Investerings- en stortingsverplichtingen Vooruitlopend op verwachte inkomende kasstromen heeft het fonds op de balansdatum investerings- en stortingsverplichtingen. 7 Premiebijdragen risico pensioenfonds De totale bijdrage van werkgevers en werknemers is 22,05 procent (2013: 21,9) van de pensioengrondslag. 2014 2013 Werkgevers gedeelte 96.555 92.604 Werknemers gedeelte 87.778 92.604 VPL-premie 11.639 7.965 FVP-bijdragen 1.437 651 197.409 193.824 31-12-2014 31-12-2013 Private equity 3.466 5.987 Vastgoed 36.488 29.152 39.954 35.139 Volgens artikel 130 van de Pensioenwet moeten pensioenfondsen drie premies in de jaarrekening opnemen: kostendekkende premie; gedempte premie; feitelijke premie. We verwachten dat we deze verplichtingen in het volgende boekjaar bijna helemaal afwikkelen. 78 BPF Schoonmaak

Omvang van de premies Kostendekkende premie 2014 2013 2014 2013 Kostendekkende premie 172.328 189.505 Feitelijke premie 185.770 185.859 Gedempte premie 153.522 155.785 Kosten pensioenopbouw 142.809 156.430 Pensioenuitvoeringskosten 14.969 16.715 Mutatie dekking voor excassokosten in TV./. 1.016./. 1.004 Solvabiliteitsopslag 15.566 17.364 De kostendekkende premie is gebaseerd op de marktrente (nominale rentetermijnstructuur van 31 december 2013 gepubliceerd door DNB). De kostendekkende premie is de minimale premie die het fonds nodig heeft om de pensioenregeling uit te voeren. De kostendekkende premie kan sterk schommelen, door uitschieters in rente en rendement. Daarom stelt een fonds ook een stabielere gedempte premie vast. Het bestuur heeft de gedempte vastgesteld op 3,5 procent rekenrente. Het fonds past geen premiekortingen en/of premieopslagen toe. 172.328 189.505 Gedempte premie 2014 2013 Kosten pensioenopbouw 125.851 126.079 Pensioenuitvoeringskosten 14.969 16.715 Mutatie dekking voor excassokosten in TV./. 1.016./. 1.004 Solvabiliteitsopslag 13.718 13.995 153.522 155.785 De premie over het boekjaar is als bate verantwoord. De tabellen hiernaast laten zien hoe de kostendekkende premie en de gedempte premie zijn samengesteld. Jaarverslag 2014 79

Jaarrekening 2014 8 Beleggingsresultaten risico pensioenfonds Beleggingsresultaten voor risico pensioenfonds over 2014 Directe beleggingsopbrengsten Indirecte beleggingsopbrengsten Kosten vermogensbeheer Totaal 2014 Vastgoedbeleggingen 9.985./. 4.579./. 321 5.085 Aandelen 639 90.563./. 595 90.607 Vastrentende waarden 62.004 202.100./. 3.150 260.954 Derivaten 6.162 440.864./. 491 446.535 Overige beleggingen./. 31.351./. 3.929./. 94./. 35.374 47.439 725.019./. 4.651 767.807 Valutaresultaten -./. 400 -./. 400 47.439 724.619./. 4.651 767.407 80 BPF Schoonmaak

Beleggingsresultaten voor risico pensioenfonds over 2013 Directe beleggingsopbrengsten Indirecte beleggingsopbrengsten Kosten vermogensbeheer Totaal 2013 Vastgoedbeleggingen 9.695./. 11.496./. 368./. 2.169 Aandelen 1.294 38.110./. 971 38.433 Vastrentende waarden 57.607./. 37.449./. 3.528 16.630 Derivaten 6.571./. 121.657./. 130./. 115.216 Overige beleggingen./. 13./. 362./. 329./. 704 75.154./. 132.854./. 5.326./. 63.026 Valutaresultaten -./. 881 -./. 881 75.154./. 133.735./. 5.326./. 63.907 De kosten van vermogensbeheer bedragen 4.651 (2013: 5.326). Deze kosten bestaan uit vergoedingen voor het beheer en bewaarloon. Transactiekosten zijn gesaldeerd met de beleggingsopbrengsten. De transactiekosten zijn bepaald op 2.574 (2013: 2.686). Een uitgebreid overzicht van de kosten over 2014 staat in het jaarverslag. Jaarverslag 2014 81

Jaarrekening 2014 9 Overige baten 11 Pensioenuitvoeringskosten 2014 2013 2014 2013 Batig saldo geliquideerd Vut-fonds - 21.189 Intrest 690 673 Overige baten 511 61 1.201 21.923 In 2013 is het Vut-fonds geliquideerd. Het batig saldo is overgedragen aan BPF Schoonmaak. 10 Pensioenuitkeringen Bestuurskosten 470 415 Administratiekostenvergoeding 13.807 15.632 Controle- en advieskosten (excl. accountantskosten) 210 179 Accountantskosten 71 77 Contributies en bijdragen 366 365 Overig 45 47 14.969 16.715 2014 2013 Ouderdomspensioen 30.401 24.280 Prepensioen 194 6 Partnerpensioen 5.946 5.234 Wezenpensioen 249 250 Invaliditeitspensioen 1.601 1.694 Overig 4 2 Afkopen 12.025 18.594 50.420 50.060 De accountantskosten kunnen we onderverdelen zoals hieronder. 2014 2013 Controle van de jaarrekening 62 62 Andere controleopdrachten 9 15 Fiscale advisering - - Andere niet-controlediensten - - 71 77 Afkopen is het in één keer uitbetalen van kleine pensioenen. Dat doen we als pensioenen lager zijn dan de wettelijke afkoopgrens van 458 euro per jaar (2013: 451 euro). Ook kleine pensioenen van gewezen deelnemers kopen we af (pensioenen lager dan 100 euro per jaar). 82 BPF Schoonmaak

Aantal personeelsleden Het fonds heeft net als vorig boekjaar niemand in dienst. BPF Schoonmaak besteedt de pensioenuitvoering volledig uit aan APG Rechtenbeheer N.V. Bestuurskosten Bestuurskosten zijn de vergoedingen voor het werk dat hoort bij de bestuurs- en commissievergaderingen. De vergoedingen bestaan uit: detacheringskosten voor de uitvoerend bestuurders 243 (2013: 271); beloning van niet-uitvoerende bestuursleden (172) en vacatiegeld aan leden van het verantwoordingsorgaan (39) voor de vervulling van hun functie, zoals het voorbereiden en bijwonen van vergaderingen. Totaal 211 (2013: 140); kosten auditcommissie 12 (2013:0); reis- en verblijfkosten 4 (2013:4). Met ingang van 2014 is de vergoeding van de onafhankelijk voorzitter verantwoord onder bestuurskosten in plaats van overige pensioenuitvoeringskosten. De vergelijkende cijfers zijn hierop aangepast. Deze wijziging heeft geen invloed op het resultaat. 12 Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds Pensioenopbouw De pensioenopbouw omvat ook de actuarieel berekende waarde van de diensttijdopbouw. Dit is het effect van de nominale rechten ouderdomspensioen en nabestaanden pensioen, opgebouwd in het verslagjaar, op de voorziening pensioenverplichtingen. Ook het effect van de individuele salarisontwikkeling is hierbij inbegrepen. Indexering en overige toeslagen De last uit indexering en overige toeslagen, toegerekend aan het verslagjaar, verantwoorden we in de staat van baten en lasten. Rentetoevoeging De rente van de pensioenverplichtingen is verhoogd met 0,369 procent (2013: 0,351 procent), dat is 10.865 euro (2013: 9.853 euro). Het rentepercentage is afgeleid van de eenjaarsrente uit de rentetermijnstructuur aan het begin van het boekjaar. DNB publiceert deze rentetermijnstructuur. Onttrekking voor pensioenuitkeringen Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen berekenen we vooraf actuarieel. Dit nemen we op in de voorziening pensioenverplichtingen. Het bedrag dat we gebruiken voor de financiering van de pensioenen in de verslagperiode gaat van de voorziening af. Onttrekking voor pensioenuitvoeringskosten Toekomstige pensioenuitvoeringskosten (met name excassokosten) berekenen we vooraf actuarieel en nemen we op in de voorziening pensioenverplichtingen. Het bedrag dat we gebruiken voor de financiering van de kosten in de verslagperiode gaat van de voorziening af. Wijziging marktrente Elk jaar berekenen we per 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen opnieuw. Daarvoor gebruiken we de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur staat onder Wijziging marktrente. Jaarverslag 2014 83

Jaarrekening 2014 Wijziging overige actuariële uitgangspunten Het bestuur beoordeelt de actuariële grondslagen en/of berekeningsmethoden regelmatig. Het bestuur kan de grond slagen en methoden aanpassen om de reële waarde van de pensioenverplichtingen goed te berekenen. Dit doen we op basis van interne en externe actuariële deskundigheid. Veronderstellingen vergelijken we met werkelijke ontwikkelingen in sterfte, langleven en arbeidsongeschiktheid. We kijken naar de gehele bevolking en specifiek naar de populatie van het fonds. Het grote verschil tussen 2014 en 2013 bij het resultaat op arbeidsongeschiktheid is voor het grootste deel het gevolg van het project SUAG. Door een nauwere samenwerking tussen UWV en het pensioenfonds worden deelnemers die arbeidsongeschikt zijn geworden eerder bekend. Ook heeft onder zoek plaatsgevonden naar deelnemers die al arbeidsongeschikt zijn, maar bij het pensioenfonds nog niet bekend waren. Hierdoor ontstaat een grote last voor het fonds. Het verschil tussen de boekjaren 2013 en 2014 bij het resultaat op mutaties wordt voor het grootste deel verklaard doordat de schatting van het effect op de voorziening voor de onvindbare deelnemers te hoog is geweest; van deze onvindbare deelnemers weten we niet waar ze wonen en we kunnen ze dus geen uitkering betalen. Alle onvindbare deelnemers waarvan een adres bekend was hebben vorig jaar een brief gehad. Een groot deel daarvan heeft niet gereageerd en voor die deelnemers is de voorziening vrijgevallen. Het grote verschil bij de overige resultaten is het gevolg van de wijziging van sterftegrondslagen. Er is een groot deel van de voorziening vrijgevallen, omdat is gebleken dat het pensioenfonds de voorzieningen te hoog had berekend. Overige wijzigingen in de voorziening voor pensioenverplichtingen 2014 2013 Resultaat op kanssystemen Sterfte./. 4.261./. 5.560 Arbeidsongeschiktheid 21.115 291 Mutaties./. 4.869 9.513 Totaal resultaat op kanssystemen 11.985 4.244 Overige resultaten./. 103.091./. 4.853 Totaal overige wijzigingen./. 91.106./. 609 Wijzigingen uit hoofde van overdracht van rechten 2014 2013 Wijziging door overdracht van rechten Collectieve waardeoverdracht St. ISS Pensioenfonds 100.082 - Toekenning 8.564 9.661 Onttrekking./. 4.364./. 7.751 Totaal wijziging door overdracht van rechten 104.282 1.910 84 BPF Schoonmaak

13 Saldo overdracht van rechten In 2014 heeft de collectieve waardeoverdracht van Stichting ISS Pensioenfonds plaatsgevonden. Hierdoor zijn de verplichtingen met ruim 100 miljoen euro toegenomen. Het batig liquidatiesaldo van Stichting ISS Pensioenfonds is ten gunste gekomen van BPF Schoonmaak. Nieuwe deelnemers hebben vaak al pensioen opgebouwd bij een ander pensioenfonds. Ze kunnen dit pensioen meenemen. Ook kunnen ex-deelnemers het pensioen dat ze bij ons hebben op gebouwd meenemen naar een ander pensioenfonds. Dit heet waardeoverdracht. Bij een inkomende waardeoverdracht krijgen we geld: we ontvangen de contante waarde van premievrije pensioenaanspraken, die deelnemers tot de ontslagdatum bij het pen sioenfonds of de pensioenverzekeraar van de vorige werkgever hebben opgebouwd. Met de ontvangen koopsommen kopen we extra pensioenaanspraken in. Bij een uitgaande waardeoverdracht gaat er geld uit: de contante waarde van premievrije pensioenaanspraken die deelnemers tot de ontslagdatum hebben opgebouwd maken we over aan het pensioenfonds of de pensioenverzekeraar van de nieuwe werkgever. Saldo overdrachten van rechten 14 Overige lasten Belastingen BPF Schoonmaak is vrijgesteld van het betalen van vennootschapsbelasting. 2014 2013 Collectieve waardeoverdracht St. ISS Pensioenfonds./. 116.562 - Inkomende waardeoverdrachten./. 7.963./. 9.043 Uitgaande waardeoverdrachten 4.330 7.194 Totaal./. 120.195./. 1.849 2014 2013 Dotatie voorzieningen dubieuze debiteuren 348 1.345 Overige lasten 69 74 417 1.419 Vaststelling van het jaarverslag en de jaarrekening door het bestuur Het bestuur van Stichting B edrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf heeft het jaarverslag 2014 op 20 mei 2015 in s-hertogenbosch vastgesteld en ondertekend. E.A. Simons T.F.M. Schets Jaarverslag 2014 85

Ik wilde deze cursus zelf graag doen. Leren doe je je hele leven. En door af en toe iets nieuws aan te pakken, blijf je aantrekkelijk voor werkgevers. Ik zou graag nog de opleiding gevelreiniging willen doen. Naam: Roel Holland Leeftijd: 26 jaar Cursus: basisopleiding glazenwasser Jaarverslag 2014 87

Overige gegevens Statutaire regeling voor de bestemming van het saldo van baten en lasten De statuten van het fonds zeggen niets over de bestemming van het saldo van baten en lasten. De bestemming is uitgewerkt in de Actuariële en bedrijfstechnische nota (Abtn). Volgens het besluit van het bestuur in de vergadering van 20 mei 2015 is het positieve saldo van baten en lasten over 2014 van 149.107 euro verwerkt in de reserves. Dit deden we op de volgende manier: Toevoeging aan beleidsreserve./. 27.915 Toevoeging aan bestemmingsreserve beleggingen 144.894 Toevoeging aan bestemmingsreserve AOP-regeling 1.152 Toevoeging aan bestemmingsreserve overgangsregeling./. 1.272 Toevoeging aan bestemmingsreserve premiedepot 32.248 2014 149.107 Gebeurtenissen na balansdatum Nieuw FTK Vanaf 1 januari 2015 berekenen wij de dekkingsgraad op basis van een andere rentetermijnstructuur. Hierdoor stijgt de voorziening pensioenverplichtingen per 1 januari 2015 met ongeveer 205 miljoen euro. De aanwezige dekkingsgraad komt hiermee uit op 103,0 procent. De dekkingsgraad per 31 december 2014 bedroeg 108,9 procent. Ook zijn de eisen voor de berekening van het vereist eigen vermogen veranderd. Het vereist eigen vermogen stijgt daardoor met ongeveer 186 miljoen euro. De vereiste dekkingsgraad komt daardoor uit op 116,5 procent. De vereiste dekkingsgraad per 31 december 2014 bedroeg 112,3 procent. Vanaf 1 januari 2015 moet BPF Schoonmaak de beleidsdekkingsgraad berekenen. De beleidsdekkingsgraad is de gemiddelde dekkingsgraad over de afgelopen twaalf maanden. De beleidsdekkingsgraad van BPF Schoonmaak eind december 2014 berekenden we op 108,5 procent. Het gemiddelde is berekend met behulp van de kwartaaldekkingsgraden. 88 BPF Schoonmaak

Actuariële verklaring Opdracht Door Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf te Utrecht is aan Towers Watson Netherlands B.V. de opdracht verleend tot het afgeven van een actuariële verklaring als bedoeld in de Pensioenwet over het boekjaar 2014. Gegevens De gegevens waarop mijn onderzoek is gebaseerd, zijn verstrekt door en tot stand gekomen onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van het pensioenfonds. Voor de toetsing van de fondsmiddelen en voor de beoordeling van de vermogenspositie heb ik mij gebaseerd op de financiële gegevens die ten grondslag liggen aan de jaarrekening. De accountant van het pensioenfonds heeft mij geïnformeerd over zijn bevindingen ten aanzien van de betrouwbaarheid (materiële juistheid en volledigheid) van de basisgegevens en de overige uitgangspunten die voor mijn oordeel van belang zijn. Werkzaamheden Ter uitvoering van de opdracht heb ik onder zocht of is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. De door het pensioenfonds verstrekte administratieve basisgegevens zijn zodanig dat ik die gegevens als uitgangspunt van de door mij beoordeelde berekeningen heb aanvaard. Als onderdeel van de werkzaamheden voor de opdracht: heb ik onder meer onderzocht of de technische voorzieningen, het minimaal vereist eigen vermogen en het vereist eigen vermogen toereikend zijn vastgesteld; en heb ik mij een oordeel gevormd over de vermogenspositie van het pensioenfonds. Mijn onderzoek heb ik zodanig uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de resultaten geen onjuistheden van materieel belang bevatten. Ik heb mij een oordeel gevormd over de waarschijnlijkheid waarmee het pensioenfonds de tot balansdatum aangegane verplichtingen kan nakomen, mede in aanmerking nemend het financieel beleid van het pensioenfonds. Mijn oordeel is gebaseerd op het Financieel Toetsingskader zoals dat op balansdatum van toepassing was. De beschreven werkzaamheden en de uitvoering daarvan zijn in overeenstemming met de binnen het Koninklijk Actuarieel Genootschap geldende normen en gebruiken, en vormen naar mijn mening een deugdelijke grondslag voor mijn oordeel. Oordeel De technische voorzieningen zijn, overeenkomstig de beschreven berekeningsregels en uitgangspunten, als geheel bezien, toereikend vastgesteld. Het eigen vermogen van het pensioenfonds is op de balansdatum lager dan het wettelijk vereist eigen vermogen, maar niet lager dan het wettelijk minimaal vereist eigen vermogen. Gemeten naar de wettelijke maatstaf is ten aanzien van de verplichtingen, aangegaan tot balansdatum, sprake van een reservetekort. Met inachtneming van het voorafgaande heb ik mij ervan overtuigd dat is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet, met uitzondering van de artikelen 132 (vereist eigen vermogen), 137 (voorwaardelijke toeslagverlening) en 138 (langetermijnherstelplan). Aan artikel 132 is niet voldaan wegens het reservetekort. Aan de artikelen 137 en 138 is niet voldaan vanwege het vergrote risicoprofiel in het boekjaar, gemeten naar de maatstaf van het vereist eigen vermogen. Dit is op basis van artikel 138 (nader uit gewerkt in artikel 16 van het Besluit Toetsingskader) niet toegestaan ten tijde van een reservetekort. Naar aanleiding van de vergroting van het risicoprofiel en de aanpassing van de indexatiestaffel had daarnaast een nieuwe continuïteitsanalyse uitgevoerd moeten worden, waardoor niet is voldaan aan artikel 137. De vermogenspositie van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf is naar mijn mening niet voldoende, vanwege het reservetekort. Voor de volledigheid merk ik op dat, op basis van gegevens die door het pensioenfonds zijn aangeleverd en door mij op plausibiliteit zijn gecontroleerd, mijn oordeel over de vermogenspositie per 1 januari 2015 op basis van het nieuw Financieel Toetsingskader niet zou wijzigen uitgaande van de wettelijk voorgeschreven beleidsdekkingsgraad. Amstelveen, 20 mei 2015 B. den Hartog AAG verbonden aan Towers Watson Netherlands B.V. Jaarverslag 2014 89

Overige gegevens Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan: het bestuur van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaaken Glazenwassersbedrijf te Utrecht Verklaring betreffende de jaarrekening Wij hebben de in dit rapport opgenomen jaarrekening 2014 van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf te Utrecht gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december 2014 en de staat van baten en lasten over 2014 met de toelichting, waarin opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. Verantwoordelijkheid van het bestuur Het bestuur van het pensioenfonds is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het verslag van het bestuur, beide in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 van het in Nederland geldende Burgerlijk Wetboek (BW). Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. Verantwoordelijkheid van de accountant Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uit voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijking van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van het pensioenfonds. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van de door het bestuur van het pensioenfonds gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden. Oordeel betreffende de jaarrekening Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf per 31 december 2014 en van het saldo van baten en lasten over 2014 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW. Paragraaf ter benadrukking van overige aangelegenheden Wij vestigen de aandacht op de paragraaf Nieuw Financieel Toetsingskader in het hoofdstuk Veranderingen in de regels van het verslag van het bestuur, alsmede op de in de Overige gegevens bij de jaarrekening beschreven Gebeurtenissen na balans datum. Hierin wordt een toelichting gegeven op de invoering van het nieuw Financieel Toetsingskader en de gevolgen daarvan voor de financiële positie van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf. Deze situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel. Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties Ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e en f BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het verslag van het bestuur, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig Titel 9 Boek 2 BW is opgesteld, en of de in artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h BW vereiste gegevens zijn toegevoegd. Tevens vermelden wij dat het verslag van het bestuur, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 BW. Amsterdam, 20 mei 2015 Deloitte Accountants B.V. Was getekend: drs. M. van Luijk RA 90 BPF Schoonmaak

Colofon Uitgave: BPF Schoonmaak Redactie: APG Concept en realisatie: Scripta Communicatie, Amsterdam Vormgeving en illustraties: Birgitta van Langeveld Fotografie: Jeroen Dietz, Daphne van der Voorde Lithografie: Grafimedia Amsterdam Drukwerk: Zalsman BV