SPAANS LES 3 Español



Vergelijkbare documenten
SPAANS HERHALINGLES 1 Español

SPAANS LES 2 Español

SPAANS LES 4 Español

SPAANS LES 5 Español

Spaans voor zelfstudie

SPAANS LES 1 Español

Keuzevak Spaans voor beginners 1 - Extra oefeningen

Het belang en het gemak van het Spaanse werkwoord

SPAANS LES 8 Español

Reizen Wonen Koken & genieten Cultuur & vermaak

SPAANS LES 7 Español

SPAANS LES 6 Español

Dos cervezas por favor. Donde está el supermercado? Ga je op vakantie naar Spanje maar weet je niet wat deze zinnen betekenen?

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

SPAANS HERHALINGLES 3 Español

Spaans leren als verbreding voor de jonge leerling.

Wonen. In deze les leert u

Sí, claro! 1.1. Instaptoets. Opgaven. 4. En un hotel. 1. En un viaje. Perdón, ustedes francés? No, sólo inglés. Hola, cómo? Ernesto, y tú?

januari el/un coche el/un gato la/una casa la/una chica la/una mesa

Wiekendje. Vanuit het MT. Basisschool Het Molenven. In dit nummer: 25 februari

Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas

Eenvoudig Braziliaans TalencentrumBarneveld.nl BRAZILIAANS LES 1

Spaans voor zelfstudie

Prisma Taalbeheersing. Basisgrammatica. Spaans. Begrijpelijk voor iedereen. drs. E. Slager dr. Y. Rodríguez Pérez

Serie de publicaciones - Serie-overzicht

Bienvenidos - Cuaderno de ejercicios

Woordenlijst Nederlands Spaans

mp3 Spaans Inbegrepen: 21 taallessen Te gusta bailar? Dans je graag? Sí, sobre todo flamenco! Ja, vooral flamenco! Conversatiegids gratis* fragment

SPAANS LES 10 Español

Inhoudsopgave. Ondersteunend materiaal página 4. Inhoud + checklist páginas 2-3. Opdracht página 1. Información personal páginas 6-13

SPAANS HERHALINGLES 2 Español

1.1 Las vocales (de klinkers):

OPZOEKEN IN HET WOORDENBOEK (1)

Thema 10. We ruilen van plek

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

SPAANS LES 12 Español

España español Chile

pagina 1 van 5 VAN IN

De Edukese Taal Edukeser Språkerne. Door Lars

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Vous pouvez m'aider, s'il vous plaît?

naam :.. nr. : klas :.. computer :..

EENVOUDIG BIJBELS HEBREEUWS LES 7. TalencentrumBarneveld.nl

Woorden Spaans is gemaakt voor beginnende taalleerders Spaans van alle leeftijden.

Bijlage 3. Handleiding video Dynamica 2. Een kijkje in klas 4, 5 en 6 van het Colégio Maaswaal!

Serie Crímenes al sol. Pasión mortal

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Dag! kennismaken. Ik ben Eric.

Inhoudsopgave. Luisterteksten en instructies bij de oefen-cd 201. Grammaticaoverzicht 233. Correctiesymbolen schrijfvaardigheid 269.

Anna en Noah starten met een opleiding in een avondschool. Ze doen een graduaat marketing. Tijdens de eerste pauze praten ze met elkaar.

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt.

Mi cole. aan deze pagina een persoonlijk tintje! Hier kun je schrijven, tekenen, plakken, SETENTA Y SIETE

RIJSCHOOL. Wat moet je doen?

Mis amigos y yo. Cuál es tu número de móvil? Û p. 20 del LA UNIDAD 1 LECCIÓN 1. Vul de bloem in met jouw persoonlijke gegevens.

Titel van deze les: Leren kun je leren

Bienvenidos - instructiezinnen

WEEK MAANDAG WOENSDAG DINSDAG DONDERDAG VRIJDAG ZONDAG ZATERDAG. Vul het juiste voorzetsel in. Nico fietst elke dag (aan, naar, op) de cursus.

EEN BRIEF NAAR DE DOCENT

8. Afasie [1/2] Bedenk tenminste drie verschillende problemen die je met taal zou kunnen hebben (drie soorten afasie).

Wie is dat? thema. Hoe heet jij? Ik weet het niet! Beatriz. Marco. Hallo, ik heet Jürgen. Dag mevrouw. Dag meneer. Hoi! Ik heet Bushra. En jij?

Honduras??? 1. Waar ligt Honduras? 2. Kleur de vlag van Honduras in de juiste kleuren. Weet je ook wat de 5 sterren op de vlag betekenen?

Z I N S O N T L E D I N G

E-book Gratis Spaanse lessen

BEGINNERSCURSUS DAG 6

EENVOUDIG BIJBELS HEBREEUWS LES 3. TalencentrumBarneveld.nl

Thema Op zoek naar werk

Encuentros. Unidad 2. Woordenschat. Grammatica

Inleiding!...!i! Les!1:!Welkom!...!1! Inleiding!...!1! De!uitspraak!...!1! Klemtoon!...!2! Dubbele!medeklinkers!...!3! Oefeningen!...!3!

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 6. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

Spaans leren als verbreding voor de jonge leerling.

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

GESPREKKEN VOEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG:

Lesbrief 14. Naar personeelszaken.

LES 1 NEDERLANDS EN LATIJN. Onze eigen taal Wanneer je wilt weten hoe onze taal in elkaar zit, moet je eens naar de volgende vijf zinnetjes kijken:

Spelling & Formuleren. Week 2-7

VOORWOORD. René van Royen

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit

Benodigde voorkennis taal verkennen groep 5

Tú y yo. In deze Unidad ga je vertellen over jezelf, je familie en vrienden

ADHD: je kunt t niet zien

Ik weet dat mijn gegevens anoniem zullen worden toegevoegd aan een databestand dat voor wetenschappelijke doeleinden gebruikt wordt.

Samenvatting Frans Stencil Franse tijden

Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig de slaaf de meester het gevecht het land het beest enkelvoud nominativus genitivus accusativus

A escribir! Periode 2. Schrijfopdrachten Spaans mavo 4

Jezus vertelt, dat God onze Vader is

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 8. Praten en bellen over een baantje

Herhalingsles van het thema Op zoek naar werk

EENVOUDIG BIJBELS HEBREEUWS LES 9. TalencentrumBarneveld.nl.

Maart is een rustige maand. Buiten de vaste waarde van carnaval houden alle takken hun eigen vergaderingen op zaterdag achternoen!!!

Metas profesionales // 2

Transcriptie:

pagina:1 3-1 Inleiding In deze les gaat u de eerste tekst lezen! Maar eerst gaat u zich verder verdiepen in bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden. 3-2 Zinnetjes voor een dialoog Spaans: Buenos días, me llamo Juan. y usted? Uitspraak: bwénos dié-as, me ljámo goé-an. ie oestéd? Betekenis: Goede dag, ik heet Juan. En u? Spaans: Hola. Me llamo Marianne. Y tú? Cómo te llamas? Uitspraak: óla. me ljámo Marianne. ie toe? kómo te ljámas? Betekenis: Hallo. Ik heet Marianne. En jij? Hoe heet jij? Opmerkingen: me llamo = ik heet, te llamas = jij heet; we hebben hier te maken met een wederkerend werkwoord. Ook in het Nederlands kennen we zulke werkwoorden: ik vergis me, jij vergist je enz. Let op: "ll" wordt uitgesproken als: lj cómo? = hoe? Hier volgen enkele zinnetjes met "Cómo": Cómo estás? Hoe gaat het met je? Cómo está usted? Hoe gaat het met u? Cómo te encuentras? Hoe voel je je? Uitspraak: encuentras = enkwéntras 3-3 Manlijke en vrouwelijke woorden (vervolg) In de vorige lessen is het herkennen van het geslacht van woorden al aan de orde geweest. Met behulp van de volgende tabel kunt u het geslacht van nog meer woorden herkennen. Let op! Er zijn altijd wel een paar uitzonderingen! Zo ziet u in de tabel dat de woorden die eindigen op -ión vrouwelijk zijn. Maar het woord camión (= vrachtwagen) is manlijk! manlijk vrouwelijk -o -a -ma -dad -l -tad -n -tud -r -ión -s -ez -z -umbre -á Oefening: Zet achter de volgende woorden het geslacht (m of v). De woorden zijn geen uitzondering! costumbre... estupidez... verdad... problema... lección... juventud... (De antwoorden staan aan het einde van deze les!)

pagina:2 3-4 Meervoud los libros = de boeken libro + s las semanas = de weken semana + s los profesores = de leraars profesor + es los pies = de voeten pie + s (el pie = de voet) We leren nu nog een paar regels: Woorden die op í of ú eindigen krijgen es Enkele voorbeelden: el rubí (= de robijn) los rubíes israelí israeliés (Israëli Israëli's) Tenslotte:... la nariz (= de neus) las narices el juez (= de rechter) los jueces ( Let op! De "j" wordt als onze "g" uitgesproken!) 3-5 Bijvoeglijke naamwoorden Het bijvoeglijk naamwoord staat in onze taal meestal voor het zelfstandige naamwoord; in het Spaans staat het meestal achter het zelfstandig naamwoord. Het bijvoeglijke naamwoord richt zich altijd naar het zelfstandige naamwoord waarop het betrekking heeft. Kijkt u maar eens naar de volgende voorbeelden: Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op -o El hotel modern-o - la oficina modern-a ( het moderne hotel het moderne kantoor) Los hoteles modern-os - las oficinas modern-as El árbol alt-o - la casa alt-a (de hoge boom het hoge huis) Los árboles alt-os - las casas alt-as El profesor español - la telefonísta español-a (de Spaanse leraar de Sp. receptioniste) Los profesores español-es - las telefonístas español-as Andere: Un hotel grand-e - una ciudad grand-e (een groot hotel een grote stad) Los hoteles grand-es - las ciudades grand-es la oficina = het kantoor; el árbol = de boom; la ciudad = de stad 3-6 Meer over werkwoorden We hebben gesproken over werkwoorden waarvan de infinitief op ar en er eindigt. Nu komen de werkwoorden aan bod waarvan de infinitief op ir eindigt. Een voorbeeld: unir = verenigen, samenvoegen. U krijgt nu alle personen! un-o = ik verenig un-es = jij verenigt un-e = hij verenigt un-imos = wij verenigen un-ís = jullie vereningen un-en = zij verenigen Een ander voorbeeld is vivir = wonen

pagina:3 3-7 De werkwoordsvormen "es", "son" en "está" en "están" Maria es recepcionista = Maria is receptioniste. Las chicas son simpaticas = De meisjes zijn aardig. Luis es español = Luis is Spanjaard. "es" en "son" geven aan wat iemand is. Mis padres están en España = Mijn ouders zijn in Spanje. La Haya está en Holanda = Den Haag ligt in Nederland. "está" en "están" geven aan waar iets of iemand is. 3-8 Drie betekenissen van "más" Tres radios más una radio son cuatro radios. Het woord "más" betekent hier "plus". El árbol es más alto que la casa = De boom is groter dan het huis. el árbol = de boom; alto = hoog, groot una de las ciudades más pobres = één van de meest arme steden = één van de armste steden la cuidad = de stad; pobre = arm 3-9 Het voorzetsel "de" en "en" de = van, uit, met, bij wijze van; soms blijft dit voorzetsel onvertaald. Hier volgen enkele voor over het voorzetsel "de": Soy de Barcelonna = Ik kom uit Barcelona un libro de fisíca = een boek over natuurkunde (fisíca = natuurkunde) la ciudad de Paplona = de stad Pamplona Let op: de + el wordt: del en = in, uit, op, aan, bij, te, tijdens Hier volgen enkele voorbeelden: Lima está en Perú = Liam ligt in Peru en la fiesta = tijdens het feest 3-10 Uitbreiding woordenschat la lengua = de taal... el estado = de staat el mundo = de wereld después de = na... tabién = ook... hablan = zij spreken... la verdad = waarheid... uitspraak: la léngwa uitspraak: despwés uitspraak: tabjén uitspraak: áblan uitspraak: berdád Let op: De "v" wordt uitgesproken als een "b".

pagina:4 3-11 De eerste tekst! Lees de tekst goed door en vertaal deze tekst! El lengua español es la lengua oficial del Estado español y de 19 países latinoamericanos. Es la lengua más hablada del mundo después del chino y del ingelés. Más de 300 millones personas hablan español. También en los Estados Unidos de América más de 25 millones de personas hablan español. ( De vertaling vindt u aan het einde van deze les!) 3-12 Uitspraak U kunt de uitspraak van enkele woorden weer oefenen. U weet inmiddels hoe dat gaat. De woorden worden door iemand uit Spanje gesproken. Lees de woorden eerst een paar keer door. U krijgt de volgende woorden te horen: la profesora ; el señor; la señora; la televisión; el problema; la ciudad (la señora = mevrouw) 3-13 Eindoefening (1) "Lijntrekken" (De antwoorden staan aan het einde van de les!) Bij ieder woord uit de linkerkolom past één woord uit de rechter kolom. Verbind deze met een lijn of geef de paren met twee cijfers aan. Zie voorbeeld! 3-8 xxxxxxxxxx 1 neus nariz 1 2 rechter unes 2 3 wereld profesor 3 4 kantoor mundo 4 5 wij verenigen oficina 5 6 jij verenigt unimos 6 7 arm ciudad 7 8 leraar tabién 8 9 stad pobre 9 10 ik ben soy 10 11 hij is xxxxxxxxxxx 12 ook

pagina:5 (2) Nog een oefening! Zet in de tweede kolom het meervoud! (De antwoorden staan aan het einde van de les!) 1 la semana 2 el juez 3 el profesor 4 el libro 5 el rubí 6 la ciudad (3) De laatste oefening. (De antwoorden staan aan het einde van de les!) Vul in: C...m... está... st...d? = Hoe gaat het met u? Las ch...c...s son simpatic...s = De meisjes zijn... Mis padres... en España = Mijn ouders zijn in Spanje. Juan... español = Juan is Spanjaard.... la fiesta = tijdens het... la ciudad... Lima = de stad Lima Me... Marianne Ik heet Marianne una de las ciudades... pobres = één van de armste... Kijk de opdrachten na! Ga na wat u fout gedaan hebt! Maak dan de eindopdracht. 3-14 Eindopdrachten 1. Welke combinatie is onjuist? a. casa alta b. árbol alta c. mujer alta 2. Het meervoud van "juez" is: a. jueces b. juezes c. juecis 3. Welk woord heeft een meervoud dat eindigt op es a. fiesta b. libro c. rubí 4. Welk woord is vrouwelijk? a. verdad b. juez c. día

pagina:6 5. unís =... a. jij verenigt b. zij verenigen c. jullie verenigen 6. hablan =... a. zij spreken b. hij spreekt c. jij spreekt 7. Welk woord betekent "na"? a. después de b. tambien c. más 8. el rubí =... a. het rubber b. de robijn c. de neus 9. Vertaal de volgende regel. Buenos días, me llamo Juan. Soy de Barcelonna. 10. Vertaal de volgende regel. Hola. Me llamo Marianne. Soy telefonísta. 11. Vertaal de volgende zin. Más de 300 millones personas hablan español. 12. Vertaal de volgende zin. Cómo estás? 13. Vertaal de volgende zin. Cómo te llamas? 14. Vertaal de volgende zin. Cómo está ustéd? Op de volgende pagina vindt u de antwoorden!

pagina:7 ANTWOORDEN Oefening (3-3) costumbre v ; estupidez v ; verdad v ; problema m ; lección v ; juventud v ; Vertaling (3-11) De Spaanse taal is de officiële taal van de Spaanse staat en 19 Latijns-Amerikaanse landen. Het is de meest gesproken taal van de wereld na het Chinees en het Engels. Meer dan 300 miljoen personen (mensen) spreken Spaans. Ook in de Verenigde Staten spreken meer dan 25 miljoen personen (mensen) Spaans. Eindoefening (1) Lijntrekken (3-13): 1-1; 2-6; 3-8; 4-3; 5-4; 6-5; 7-9; 8-12; 9-7; 10-10 (2) Nog een oefening. (3-13) 1. las semanas 2. los jueces 3. los profesores 4. los libros 5. los rubíes 6. las ciudades (3) De laatste oefening. (3-13) Como está usted? = Hoe gaat het met u? Las chicas son simpaticas = De meisjes zijn aardig Mis padres éstan en España = Mijn ouders zijn in Spanje. Juan es español = Juan is Spanjaard. en la fiesta = tijdens het feest la ciudad de Lima = de stad Lima Me llamo Marianne = Ik heet Marianne. una de las ciudades más pobres = één van de armste steden Eindopdracht (3-14) 1b; 2a; 3c; 4a; 5c; 6a; 7a; 8b; 9. Vertaal de volgende regel. Buenos días, me llamo Juan. Soy de Barcelona. Goede dag, ik heet Juan. Ik kom uit Barcelona. 10. Vertaal de volgende regel. Hola. Me llamo Marianne. Soy telefonísta. Hallo. Ik heet Marianne. Ik ben telefoniste. 11. Vertaal de volgende zin. Más de 300 millones personas hablan español. Meer dan 300 miljoen personen spreken Spaans. 12. Vertaal de volgende zin. Cómo estás? Hoe gaat het met je? 13. Vertaal de volgende zin. Cómo te llamas? Hoe heet je? 14. Vertaal de volgende zin. Cómo está ustéd? Hoe gaat het met u?