3 e fictie dossier Peren bomen bloeien wit Loes Wiering 3T1 Mevrouw Owel Uitgever: Cossee Schrijver: Gerbrand Bakker Uit het jaar 1999, mijn druk: 2007 Blz:137
Samenvatting Het boek gaat over een vader, en zijn 3 zoon s, de vader heet Gerard, een tweeling, en die heten Klaas en Kees, en een jonger zoontje en die heet Gerson, samen hebben ze ook een hond en die heet Daan. Hun moeder Marianne, is er enkele jaren geleden van door gegaan naar Italië. Ze stuurt hen slechts vijfmaal per jaar een kaart. Op ieder zijn verjaardag en bij Nieuwjaar. Elke keer opnieuw proberen ze de postzegel te ontcijferen, maar die is altijd zo vervaagd dat dit niet lukt. Ze kunnen alleen lezen dat de kaart uit Italië komt. Ook hebben ze een klein snotkleurig autootje ( zoals ze de auto noemen in het boek), wat Gerard s lust en leven is. Klaas, Kees en Gerson hebben een zelfbedacht spel: zwart Het is een spel waarbij een van de jongens een doel noemt. Dit doel moet je opzoeken met je ogen dicht. Ze beginnen altijd bij de beuk voor het woonkamerraam. Op een zondagochtend in mei, gaan ze met het snotkleurig autootje naar Jan en Anna, dat zijn de opa en oma van hun vaders kant. Gerson wil dan graag langs de boomgaarden rijden. Daar zien ze allemaal bomen staan met witte bloesems. Gerson zegt dat het perenbomen zijn, want volgens hem bloeien perenbomen wit. Maar volgens Klaas en Kees zijn het appelbomen. Ze komen er niet uit en rijden druk discussierend verder. Op het kruispunt nog tussen de boomgaarden, rijdt een auto van rechts op hen in. Daan vliegt uit de auto. Gerard heeft glassplinters in zijn gezicht. Gerson, die rechtsvoren zit, zit helemaal in de auto gekruld met een stang op of door zijn hoofd. Kees die achter Gerson zat had zijn arm gebroken en Klaas had alleen een stijve nek. De man die tegen hen inreed heeft niks en belt met zijn mobiele telefoon de ambulance. Gerard en Kees worden met de ambulance meegenomen. Klaas die blijft in de auto zitten en ziet hoe Gerson uit de auto geknipt wordt. Daarna wordt ook hij naar het ziekenhuis gebracht. In het ziekenhuis horen ze dat Gerson s mild eruit wordt gehaald. Zijn arm is ernstig gebroken en hij blijft waarschijnlijk blind. Meteen als Gerson het ziekenhuis inkomt wordt zijn mild verwijderd. Door al de kwalen van hem en de narcose van de operatie raakt Gerson in coma.
Harald die de verpleger is van Gerson, zegt tegen Klaas en Kees dat ze tegen hem moeten praten en hem moeten aanraken, omdat dat helpt hem uit zijn coma te halen, maar Klaas en Kees weten niet wat ze moeten zeggen tegen Gerson. Harald zegt dat ze gewoon met hem moeten praten zoals hij normaal ook tegen met praten. Klaas en Kees doen dit. Gerson raakt maar niet uit de coma en Harald regelt dan dat Daan ook het ziekenhuis in mag komen. Daan komt en loopt over Gerson heen. Dan wordt uit Gerson beschreven hoe hijzelf langzaam weer gevoel krijgt in zijn lichaam. Gerson blijkt inderdaad voor altijd blind te blijven. Klaas, Kees, Gerard, Anna en Jan proberen hier op een normale manier mee om te gaan, wat moeilijk blijkt, omdat je in veel uitspraken zien of kijken gebruikt. Op 8 augustus wil Gerson tot iedereen zijn verbazing weer zwart spelen. Wat nogal raar is, omdat zijn leven zwart is. Ze spelen het en Gerson blijkt er niet goed meer in te zijn, omdat hij niet meer goed weet hoe het erf eruit ziet. Hij valt dan ook van het bruggetje in het water. Dan lees je hoe leuk Gerson het vindt om in het water te liggen, wat toch een rare gedachte is. Op 9 augustus, gaan Klaas, Kees en Gerson weer naar Anna en Jan, net zoals die zondagochtend, rijden ze langs de boomgaarden. Daar stoppen ze en gaan ze kijken of er peren of appels aan de boom hangen. Het zijn peren, dus, Perenbomen bloeien wit. Als ze bij Anna en Jan komen, willen de drie jongens plonzen. Dit doen ze altijd als ze bij Anna en Jan zijn. Plonzen is via een steigertje lopen, in een touw springen en dan in het meer springen, als het kan met een salto. Het enige probleem is nu dat Gerson het touw niet kan zien. Waardoor er dus niet te springen valt. Klaas en Kees maken bij Anna en Jan een blindenstok voor Gerson. Gerson is hier heel blij mee en wil s avonds samen met Daan en de stok een eindje gaan wandelen. Hij komt aan bij het meertje, het onweert. Daar loopt hij het water in en komt niet meer boven.
Gerson wordt begraven op de begraafplaats bij het huis, want dit was Gerson s favoriete plek. In het boek vindt je cursiefsgedrukte stukken tekst. Dat begint wanneer Gerson in coma ligt. Dit is de gedachtegang van Gerson. Ook kom je op het laatst een dik schuinsgedrukt stuk tekst tegen. Dit is een vreemd stuk, omdat hierin de gedachtegang van Daan, het hondje is opgeschreven. In het boek zijn weinig flashbacks. Het boek begint met vroeger speelden we het, dat gaat over het spel zwart. Dan wordt alles per gebeurtenis verteld in chronologische volgorde. Ook staat er op den duur bij zijn verjaardag, hoe konden wij nou weten dat dit zijn laatste verjaardag was. Dit is ook al vooruit gelopen. Het boek wordt verteld door Klaas en Kees, nadat Gerson dood is gegaan. Ze schrijven er ook bij hoe ze zichzelf voelen. Het boek heeft makkelijk taalgebruik, maar het is niet voor hele jonge kinderen geschreven, omdat het een erg onderwerp is. Wat ook moeilijk te begrijpen is op sommige momenten. De schrijver laat je ervaren hoe mensen ermee zitten als iemand in hun familie blind wordt. Hij laat je ook meemaken hoe daar dan op gereageerd wordt en hoe daar mee omgegaan wordt. Alleen op de kaft is een illustratie. Gerson met twee zwarte vlekken voor zijn ogen en perenbloesems. De zwarte vlekken slaan erop dat hij blind wordt. De perenbloesems slaan op de titel. Ik vond het een heel mooi en aangrijpend boek. Het is een onderwerp wat eigenlijk moeilijk te begrijpen is als je het zelf niet heb meegemaakt of meemaakt. Je kunt je slecht bedenken hoe zo n jongen zich voelt. In het boek staat ook dat het niet hetzelfde is dan blind spelen, dan zie je altijd nog een beetje licht door je oogleden komen. Als je blind bent, zie je echt helemaal zwart. Daarom wordt ook het spel zwart daarmee in verband gebracht in het begin van het boek.
Vroeger speelden we het. We hebben het jarenlang gespeeld. Tot een halfjaar geleden, toen speelden we het voor het laatst. Dit is een kort fragment, dat slaat op het spel zwart. Ik vind dit heel mooi geschreven. Met steeds dat spelen erin. Nu kunnen ze het niet meer spelen, omdat Gerson blind is en dus niet meer de foto van het erf in zijn hoofd kan bekijken. Ik vind het heel mooi dat ze het zo kunnen zeggen. We waren op weg ergens naartoe. De zon scheen, het was zondagmorgen, alles was goed. Iets verderop was een kruising. We zaten nog steeds te lachen toen er een auto op ons autootje in reed. De auto kwam van rechts en hij reed zo bij Gerson naar binnen. We kunnen ons niet alles herinneren, we weten niet precies wat Gerson allemaal gezegd had die ochtend. Maar het laatste dat hij zei was: Au. Dit is het fragment waarin het ongeluk wordt beschreven. Het wordt niet spannend beschreven, maar meer op de manier van, zo was het en niet anders. Ook dat laatste woordje au vind ik een heel raar woord om de situatie te schetsen. Gerson zit helemaal in de auto gekruld en toch zegt hij alleen maar au. De kleine zwarte zei i en ik ging zitten. Hij ging het water in. Hij was niet in een keer verdwenen. Eerst zijn poten, toen zijn lijf en voorpoten en daarna zijn kop. Zijn kop zag ik later weer, die schoof door het grote water. Ik blafte. Hij riep aa en i. Zijn kop werd steeds kleiner. Licht en een dreun, samen. Het grote water lichtte helemaal op, en toen was het weer weg. De kop van de kleine zwarte was ook weg. Dit is het stukje op het laatst, waarin de hond, Daan de dood van Gerson beschrijft. Dit is raar, omdat een hond niet zomaar iets gaat beschrijven, maar Daan was de enige die bij de dood van Gerson was. Ik vind het heel erg dat een jongen zich zomaar verdrinkt, omdat hij zo in de war is van het ongeluk en niet meer blind verder wil leven. Een paar bladzijden later lees je dat Klaas en Kees zich afvragen hoe Gerson verdronken is. Dan wil je ze het eigenlijk vertellen, omdat jij het hebt gelezen vanuit de hond, maar die hond kan niet praten. Dus zij weten van niks.
Over de auteur Gerbrand Bakker is geboren op 28 april 1962 in Wieringerwaard. Gerbrand studeerde in Leeuwarden. Van 1995 tot 2002 was hij ondertitel vertaler. Een boek van hem is in verfilming gegaan, en dat is boven is het stil. Die is in 2013 in première gegaan. Verder is Gerbrand ook schaatinstructeur. Perenbomen bloeien wit was zijn eerste boek. http://www.leesplein.nl/jb_plein.php?submenu=set_set&id=788 http://nl.wikipedia.org/wiki/gerbrand_bakker Over het boek De voorpagina van het boek, perenbomen bloeien wit, staat ook op de voorpagina van mijn verslag. De voorpagina is een horizon, met vogeltjes. Zelf vind ik deze voorpagina niet bij het boek passen. Ik kan verder niet vinden of het boek aan iemand is opgedragen. De hoofdpersonen zijn Gerson, Klaas en Kees. Gerson is een gesloten jongen en hij is heel erg eenzaam. Klaas en Kees zijn tweeling. Ze lijken allebei erg op elkaar, maar Gerson vind Klaas aardiger. Waarom dat weet hij niet, maar hij heeft gewoon een andere indruk. De plaatsen die in het boek vooral naar voren komen zijn, het ziekenhuis, hun eigen huis, en het huis van hun opa en oma. Hun huis komt vooral op het begin van het boek veel voor en op het einde. Het ziekenhuis is veel aanbod omdat Gerson daar in coma ligt. Het verhaal staat niet in een chronologische volgorde, want er zijn heel veel terugblikken in het boek. En het hele boek is eigelijk een terug blik, want later kom je er achter dat ze kort het leven van Gerson beschreven. Het verhaal word uit verschillende perspectieven verteld, want soms wordt het verteld door Gerson, Klaas, Kees of de hond Daan. Het verhaal heeft een gesloteneinde, omdat Gerson gaat dood omdat hij in een meertje zit.
Leeservaringen Ik vond het een heel mooi boek. Ookal las het niet erg snel. Op het begin snapte ik het niet maar hoe verder ik in het boek ging, hoe duidelijker het werd. Op het eind was alles een beetje vaag. Omdat hij ineens dood was. -onderwerp Het onderwerp van het boek sprak me wel aan omdat het wel interresant klink. Want er werd beschreven hoe het leven het van een blind iemand er uit zag. Het verhaal heeft me wel andere kanten van het onderwerp laten zien, namelijk dat je dingen moet accepteren. Als je blind wordt, moet je er mee leren leven. Door het verhaal ben ik niet aan het denken gezet, want ik weet niet echt waar ik over moet denken bij het verhaal. In het begin wist ik nog helemaal niet zo goed waar het verhaal over moest gaan. Want het was eerst allemaal een beetje vaag en wazig. Maar ik had wel verwacht dat het iets met de dood zou zijn. In het boek is niet echt één onderwerp, het gaat over de dood, over blind zijn en over coma liggen. Ik had eerder nog nooit een verhaal gelezen over iemand die blind was. -gebeurtenissen Het verhaal heeft niet veel gebeurtenissen, maar het blijft wel leuk om te lezen. Het gaat niet echt vervelen. Er zit genoeg tempo in het verhaal, want er wordt goed door verteld. In het verhaal gaat het over de gedachten, gevoelens en de gebeurtenissen. Je leest telkens wat andere personen er over denken. De personages hebben wel indruk op mij gemaakt. Omdat hun leven best heftig was, hun moeder was bij ze weg gegaan en een van hun werd blind. De gebeurtenissen zouden zo kunnen gebeuren. Want er kan elk moment van de dag wat met je gebeuren, dat je in coma raakt en vervolgens blind bent. Gelukkig zijn de gebeurtenissen voor mij niet herkenbaar. En ik heb ook nog nooit iets mee gemaakt wat er op lijkt.
-personages De personages zijn niet echt voor mij gaan leven, maar ik heb wel respect voor Gerson omdat hij de rest van zijn leven blind zou zijn. Als ik heel eerlijk ben kan ik me niet goed verplaatsen in de hoofdpersonen, want gelukkig ken ik in mijn omgeving niemand die blind is. En daarom zou ik mezelf ook niet kunnen voorstellen hoe dat zou zijn. Er zit in het verhaal niet echt een heldin of held, want niemand heeft echt iets goed gedaan of echt wat verschil brengt. Toen ik het boek las was ik niet echt met de reactie s van Gerson eens. Hij gebruikte Klaas en Kees heel erg, en hij bedankte hun er niet eens voor. Tijdens het verhaal leer je de personen goed kennen. Je krijgt hun mening te horen en hoe ze zich voelen. De hoofdpersonage veranderd heel erg. Want na het ongeluk wordt hij blind en hij gaat zich een beetje depressief gedragen. -Bouw De gebeurtenissen die gebeuren zijn best logisch, want er gebeurd een ongeluk, het slachtoffer komt ik coma te liggen, en als hij weer ontwaakt is moet hij herstellen. Er zit niet echt veel spanning in. Alleen op het einde is het spannen. In het begin is het verhaal wel vaag, maar na mate je het boek verder leest verdwijnt dat gevoel wel. In het boek worden er wel veel terugblikken gemaakt, bijvoorbeeld dat ze weer herinneren aan de tijd dat Gerson nog kon zien. Het is geen plezier slot, omdat er iemand overlijd. Maar het verhaal past wel bij het slot. -taalgebruik Het boek is makkelijk om te lezen. Het taalgebruik heeft er wel mee te maken, want er zitten niet echt moeilijke woorden in. Het verhaal verteld wel veel beschrijvingen, want de hoofdpersonen vertellen het hoe zij het mee maken. -recensies en menig Een snotkleurig autootje Voor zijn prachtige roman Boven is het stil ontving Gerbrand Bakker onlangs het Gouden Ezelsoor voor het beste debuut. Zeer terecht. Ik kwam erachter dat
Bakker al eerder een roman had geschreven voor de jeugd: Perenbomen bloeien wit. Dat wilde ik ook lezen, maar omdat het al in 1999 gepubliceerd was, kon geen enkele boekhandel me eraan helpen. Toevallig was ik twee weken geleden in Antwerpen en daar vond ik in gayboekhandel t Verschil godzijdank nog een exemplaar (er staat er nog 1 op de planken). Hoofdpersonen van het boek zijn de tweelingbroers Klaas en Kees en hun jongere broer Gerson. Ze wonen buiten, weilanden in de buurt en een begraafplaats en ze hebben een goedaardige vader Gerard. Moeder is weggelopen met een Italiaan. Dat is de enige smet op deze bijna idyllische jeugd. Alles gaat goed totdat ze met z n vieren betrokken raken bij een autoongeluk en Gerson blind wordt. Nou ja, dat zijn zo van die contouren van een verhaal en die doen er nooit echt toe. Het is in dit boek de stijl die het bijzonder maakt. Bakker houdt van korte afgemeten dialogen, bijvoorbeeld als vader en Gerson het over kleuren hebben: Toen ze voor het autootje stonden, verscheen er een diepe rimpel boven Gersons neus. Zeg het maar, drong Gerard aan. Gerson dacht even na, en zei: Snot. Snot? Het autootje was snotkleurig en bleef snotkleurig. Geen woord teveel en toch een lichte toon. Die lichte toon is ook wel noodzakelijk voor de ellende die nog in het boek volgt. Slechts af en toe is Bakker iets te expliciet (als de verpleger in het ziekenhuis nadrukkelijk als homo wordt neergezet), maar misschien ligt dat wel aan het genre van de jeugdroman. Wat me vooral na lezing bijblijft is de vraag waarom het als een jeugdroman is uitgegeven. Met een paar kleine veranderingen is dit gewoon een boek voor volwassenen. Ook daarin zijn we wel eerder jonge tweelingen tegengekomen, denk maar aan Agota Kristof (Het dikke schrift) en Arnold Grunberg (De heilige Antonio), en zo n noodlottig verhaalverloop past ook eerder in een roman voor volwassenen. Misschien is een bewerking een optie; een heruitgave is in ieder geval een must. [inmiddels is er een herdruk van het boek, cp] Je vergelijkt als lezer natuurlijk ook Boven is het stil met Perenbomen bloeien wit. De roman voor volwassenen is strakker gecomponeerd en nog subtieler in stijl. Maar overeenkomsten zijn er ook. In beide boeken is de moederfiguur
afwezig (terwijl er wel naar verlangd wordt). In beide boeken komt een tweeling voor. Toeval? Voorlopig blijft Bakker als schrijver intrigeren. Je betreurt het dat er niet meer boeken zijn. Coen Peppelenbos Moederfiguur - ik ben het er wel mee eens Expliciet - hij kan dingen goed uitleggen en verklaren dus ik ben het er mee eens. idyllische jeugd het is wel zo want ze wonen buiten af. En voordat Gerson blind wordt hebben ze echt een leuke kinderjeugd. Makkelijk taalgebruik ja dat klopt, want je kan het heel makkelijk lezen. Dit was mijn fictie dossier Loes Wiering