GMI 10. verkorte handleiding

Vergelijkbare documenten
OREGON -serie 200, 300, 400t, 400c, 400i, 550, 550t. verkorte handleiding

ecoroute B

OREGON -serie 450, 450t, 550, 550t. snelstartgids

Dakota 10 en 20 snelstartgids

GPS 72H. verkorte handleiding

GMI 20 Gebruikershandleiding

verkorte handleiding FORERUNNER 50 met draadloze ANT+Sport -technologie

etrex 10 snelstartgids

Garmin fleet 590 Snelstartgids. Juli _0A Gedrukt in Taiwan

snelstartgids GPS-SPORTHORLOGE

etrex snelstartgids voor gebruik met model 20 en 30

Uw gebruiksaanwijzing. GARMIN FORERUNNER 10

snelstartgids GPS-SPORTHORLOGE

GPSMAP 78-serie. snelstartgids. voor gebruik bij de GPSMAP 78, GPSMAP 78s en GPSMAP 78sc

verkorte handleiding FR60 SPORTHORLOGE MET DRAADLOZE SYNCHRONISATIE

nüvi verkorte handleiding

Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke

Verkorte handleiding F O R E R U N N E R 4 0 5

Garmin Swim Snelstartgids

montana 600-serie snelstartgids voor de modellen 600, 650, 650t Montana 600-serie - snelstartgids 1

GPSMAP 62-serie snelstartgids. Voor gebruik met de GPSMAP 62, 62s en 62st

Naslaggids F O R E R U N N E R 4 0 5

verkorte handleiding F O R E R U N N E R C X GPS-SPORTHORLOGE MET DRAADLOZE SYNCHRONISATIE

verkorte handleiding F O R E R U N N E R X T GPS-TOESTEL VOOR MULTISPORTTRAINING

zūmo 300 serie Snelstartgids Juli _0D Gedrukt in Taiwan

GNX 20/21. Gebruikershandleiding

zūmo 200-serie snelstartgids voor gebruik met de zūmo 210 en zūmo 220

Hydraulische pomp 1,2 L en 2,0 L - Installatie-instructies

Verkorte handleiding nüvi 760 voor Volvo s

F O R E R U N N E R S n e l s t a r t g i d s

verkorte handleiding GPS-TOESTEL VOOR MULTISPORTTRAINING

i7 0 Verkorte gebruikershandleiding Dutch Document number: Date:

EDGE 800 FIETSCOMPUTER MET AANRAAKSCHERM EN GPS-FUNCTIONALITEIT. snelstartgids

EDGE 800 FIETSCOMPUTER MET AANRAAKSCHERM EN GPS-FUNCTIONALITEIT. snelstartgids

Hydraulische pomp 2,1 L - Installatieinstructies

Forerunner. 10 Gebruikershandleiding. Augustus _0A Gedrukt in Taiwan

Garmin Nautix. Gebruikershandleiding

Forerunner. 10 Gebruikershandleiding. Juli _0C Gedrukt in Taiwan

Uw gebruiksaanwijzing. GARMIN APPROACH G6

GNX 120/130. Gebruikershandleiding

Approach S1. Handleiding

nüvi 3700-serie snelstartgids Maart Rev. B Gedrukt in Taiwan voor gebruik met deze nüvi-modellen: 3750, 3760, 3790

1. Laad de software voor de camera van op het menu

Approach. S3 Gebruikershandleiding. Mei _0B Gedrukt in Taiwan

BC 35 DRAADLOZE ACHTERUITRIJCAMERA. Gebruikershandleiding

gebruikershandleiding EDGE 200 FIETSCOMPUTER MET GPS-FUNCTIONALITEIT December _0B Gedrukt in Taiwan

Professionele woningbeveiliging. X-serie Alarm Scan App Gebruikershandleiding

gebruikershandleiding F O R E R U N N E R 1 1 0

Approach. G6 Gebruikershandleiding. Januari _0A Gedrukt in Taiwan

Website maker. Bezoek je domein om de Website maker in te stellen. De volgende melding zal zichtbaar zijn.

Gebruikershandleiding BosorNet

nüvi 3700-serie snelstartgids voor gebruik met deze nüvi-modellen: 3750, 3760, 3790

zūmo 590 Snelstartgids

echo - Installatie-instructies

Gebruikershandleiding Rabo Corporate Connect. Rabo Corporate Connect

Basisinterface van GroupWise WebAccess

Handleiding wordpress

Start de applicatie op om naar het inlogscherm te gaan. Onthoudt mijn gegevens

Forerunner. 910XT snelstartgids. November _0B Gedrukt in Taiwan

MyGarmin registration:

Getting-started tutorial. Versie 1.0

1. Installeren van de app ibooks

Manager. Doro Experience. voor Doro PhoneEasy 740. Nederlands

Handicom. Symbol for Windows Gold. Handicom, 2010, Nederland

Basisinterface van GroupWise WebAccess

HANDLEIDING SMART HOME BEVEILIGING APP

AN0016-NL. Een plattegrond toevoegen. Overzicht. Een plattegrond toevoegen

GO XSE Verkorte handleiding

iphone app - Rapporten

Rapportages instellen

Gebruikershandleiding (NL)

GO XSE Beknopte handleiding

Een Net2 Entry Panel configureren

Handleiding R.E.D. Remote Echo Depthsounder:

Handleiding NarrowCasting

Memeo Instant Backup Introductiehandleiding. Stap 1: Maak uw gratis Memeo-account. Stap 2: Sluit een opslagapparaat aan op de pc

Aanmaken van een lokale site kalibratie Hoe kan vanuit Trimble Access en Trimble Business Center een lokale site coordinatensysteem aangemaakt

GEBRUIKERSHANDLEIDING (JULI 2015) V PUB

Transcriptie:

GMI 10 verkorte handleiding

Inleiding Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie. Met de GMI 10 kunt u snel belangrijke informatie over uw boot weergeven die afkomstig is van de aangesloten sensoren. De aangesloten sensoren sturen gegevens naar de GMI 10 met behulp van NMEA 2000 of NMEA 0183. Volg de meegeleverde installatie-instructies bij het installeren van uw GMI 10. Ga voor een lijst met compatibele sensoren en voor meer informatie over NMEA 2000 naar www.garmin.com. De GMI 10 is NMEA 2000-gecertificeerd. Uitleg van de handleiding Wanneer u in deze handleiding wordt gevraagd een item te selecteren, tikt u op de schermtoetsen ( ) onder in het scherm. Kleine pijltjes (>) in de tekst geven aan, in welke volgorde u de items moet selecteren. Instrumentenscherm op het instrumentenscherm worden gegevens weergegeven die van een sensor afkomstig zijn. Menuschermen schermen die worden gebruikt om opties te definiëren. GMI 10 Verkorte handleiding

Overzicht van het apparaat Instrumentenscherm Back Aan/uitknop Schermtoetsen Aan/uitknop ingedrukt houden om het apparaat aan of uit te zetten. Druk op de knop en laat hem meteen weer los als u weergave-instellingen wilt aanpassen. Schermtoetsen hiermee kunt u door de menu s navigeren en items op de GMI 10 selecteren. Met de linker en rechter schermtoetsen kunt u gegevens doorlopen en door menuschermen navigeren. Met de middelste schermtoets selecteert u gemarkeerde items en opent u het Menu. Back hiermee kunt u naar het vorige menuscherm terugkeren. Houd deze knop ingedrukt om vanuit een willekeurig menuscherm helemaal naar het instrumentenscherm terug te keren. GMI 10 Verkorte handleiding

De GMI 10 gebruiken Gebruik de GMI 10 om numerieke gegevens van de aangesloten sensoren te bekijken. Veel gegevenstypen kunnen ook met een analoge meter worden weergegeven. Welke gegevenstypen beschikbaar zijn, wordt bepaald door de sensoren die op de GMI 10 zijn aangesloten via NMEA 2000 of NMEA 0183. Als de GMI 10 bijvoorbeeld op een GPS-antenne, zoals een GPS 17x, is aangesloten, kan de GMI 10 gegevens over de GPS-positie, koers over de grond, snelheid over de grond, gemiddelde snelheid, maximaal behaalde snelheid en afgelegde afstand (kilometerteller) weergeven. Informatie weergeven Instrumentschermen zijn op categorie gesorteerd. De categorieën komen overeen met de gegevens die een instrument, bijvoorbeeld een dieptemeter, levert. U kunt de GMI 10 zo configureren dat gegevens van gangbare instrumenten worden gecombineerd tot één aangepast instrument, aansluitend bij de sensoren in uw boot. Elke categorie kan bestaan uit meerdere schermen die u snel kunt doorlopen. De categorie van een instrumentenscherm selecteren U kunt de categorie van het instrumentenscherm wijzigen in het menu: Menu > Instellen > Instrumenttype instellen. GMI 10 Verkorte handleiding

2. Maak een keuze uit de onderstaande categorieën. Oppervlakte Snelheid over de grond of snelheid door het water, GPS-koers of koers volgens magnetische sensor en kilometerteller. Water diepte en watertemperatuur. Brandstof niveau, verbruik, bereik en zuinigheid. Wind windsnelheid en -hoek, tegenovergestelde koers, behouden snelheid (VMG), wedstrijdtimer en windkaarten. Omgeving grondsnelheid wind, grondwindrichting, barometerdruk, luchttemperatuur, zonsopkomst en zonsondergang en omgevingskaarten. Aangepast combineer zelf een reeks instrumenten. Gebruik een bestaand instrument of grafiek of pas het instrumentscherm naar eigen wens aan. Instrumentenschermen in een categorie doorlopen Als u een categorie bekijkt, kunt u met de schermtoetsen onder de pijlen links en rechts door de in die categorie beschikbare instrumentenschermen bladeren. Doorloop de instrumentenschermen GMI 10 Verkorte handleiding

Opties instrumentenscherm wijzigen De gegevens op een instrumentenscherm worden numeriek of als analoge meter weergegeven. Een numerieke waarde kan vaak als analoge meter worden weergegeven en omgekeerd. De weergave van een instrumentenscherm wijzigen: Menu > Meter weergeven als u de gegevens analoog wilt weergeven. 2. Als u de gegevens numeriek wilt weergeven, selecteert u Menu > Numerieke weergave. OPMERKING: Als het instrumentenscherm alleen numeriek of alleen analoog kan worden weergegeven, is deze keuze niet beschikbaar. Aanvullende opties op een instrumentenscherm wijzigen: 1. Selecteer Menu op het instrumentenscherm. 2. Selecteer Bron en kies de sensor die u wilt gebruiken als u een andere bronsensor wilt kiezen. Als u bijvoorbeeld een GPS-antenne en een koerssensor hebt, kunt u kiezen uit weergave van de GPS-koers (COG) of koers door het water van de sensor. 3. Als u nog meer opties wilt wijzigen, bijvoorbeeld de kilometerteller wilt resetten, afbeeldingen van vaarsnelheid aan een snelheidsmeter wilt toevoegen, een grafiek van watertemperatuur wilt bekijken of brandstof wilt toevoegen, selecteert u de desbetreffende optie. GMI 10 Verkorte handleiding

Informatie over aangepaste instrumentenschermen U kunt maximaal tien van de volgende typen aangepaste weergaven maken op de GMI 10: U kunt eigen aangepaste verzamelingen van schermen maken met behulp van de afzonderlijke schermen in de voorgedefinieerde categorieën (voor meerdere instrumenten). U kunt de afzonderlijk velden selecteren die op elk scherm van aangepaste schermen moeten worden weergegeven. Een aangepaste combinatie van schermen maken met de afzonderlijke schermen in de voorgedefinieerde categorieën: 1. Selecteer Menu > Instellen > Instrumenttype instellen > Gebruiker. 2. Blader met de schermtoetsen onder de pijlen links en rechts door de in de geselecteerde categorie beschikbare instrumentenschermen. 3. Selecteer Selecteren om een scherm toe te voegen. Het eerste aangepaste instrumentenscherm maken: Menu > Instellen > Instrumenttype instellen > Gebruiker > Aangepaste pagina. 2. Selecteer het aantal velden dat u op het aangepaste instrumentenscherm wilt weergeven (1 4). 3. Selecteer het gegevenstype dat u in elk veld wilt weergeven. Extra aangepaste instrumentenschermen toevoegen: GMI 10 Verkorte handleiding

1. Selecteer op het aangepaste instrumentenscherm Menu > Pagina toevoegen > Aangepaste pagina. (Als u meer dan één aangepast instrumentenscherm hebt, wordt deze optie weergegeven als Pagina toevoegen/ verwijderen.) 2. Selecteer het aantal velden dat u op het aangepaste instrumentenscherm wilt weergeven. Selecteer het aantal velden Selecteer de gegevens voor elk veld Grafische schermen toevoegen aan uw aangepaste combinatie van bestaande instrumentenschermen: 1. Selecteer Menu > Instellen > Instrumenttype instellen > Gebruiker > Grafieken. 2. Selecteer Selecteren om een scherm toe te voegen. Grafische schermen aanpassen: 1. Selecteer bij weergave van het grafische scherm Menu. GMI 10 Verkorte handleiding

2. Selecteer Grafiek voor gegevens, Grafiek voor duur of Grafiek voor schaal om de weergave van het grafische scherm aan te passen. 3. Selecteer het gegevenstype dat u in elk veld wilt weergeven. Opmerking: U kunt maximaal tien aangepaste instrumentenschermen maken die u kunt doorlopen. Een eerder gemaakt aangepast instrumentenscherm wijzigen: 1. Selecteer op het aangepaste instrumentenscherm dat u wilt wijzigen Menu > De presentatie wijzigen. 2. Maak een keuze uit de volgende opties: Selecteer Wijzig paginaindeling om het aantal velden en gegevenstypen in de velden te wijzigen. Selecteer Wijzig datastijl om tussen numerieke en analoge weergaven te wisselen. 3. Selecteer Gereed als u klaar bent. Een eerder gemaakt aangepast instrumentenscherm verwijderen: 1. Navigeer naar het aangepaste instrumentenscherm dat u wilt verwijderen. 2. Selecteer Menu > Pagina toevoegen/verwijderen > Pagina verwijderen. GMI 10 Verkorte handleiding

Systeemopties aanpassen Tip: U kunt alleen informatie weergeven van aangesloten sensoren. 1. Selecteer Menu > Instellen > Systeem op het instrumentenscherm om systeemopties op de GMI 10 aan te passen. 2. Selecteer voor de weergegeven opties de gewenste instellingen of voer de nodige waarden in. U kunt bijvoorbeeld maateenheden, taalinstellingen, totaalinhoud brandstoftanks, enz. opgeven. De referentie instellen voor koersberekeningen: Menu > Instellen > Systeem > Koers. 2. Maak een keuze uit de volgende opties: Auto magnetisch automatische magnetische variatie - stelt automatisch de magnetische afwijking voor de verkregen GPS-positie in. Waar stelt het werkelijke noorden als koersreferentie in. Gebruiker magnetisch hier kunt u zelf de magnetische afwijking instellen. Geluidssignalen configureren: Menu > Instellen > Systeem > Zoemer. 2. Maak een keuze uit de volgende opties om op te geven wanneer de GMI 10 een geluidssignaal moet geven: Uit, Alleen alarmen, Aan (toetsen & alarmen). 10 GMI 10 Verkorte handleiding

Opgeven hoe de GMI 10 coördinaten gebruikt: Menu > Instellen > Systeem > Positie. 2. Maak een keuze uit de volgende opties: Positieformaat hiermee wijzigt u het coördinatensysteem waarmee een locatie wordt aangeduid. Kaartdatum hiermee wijzigt u het coördinatensysteem waarop het positieformaat is gebaseerd. De sensor opgeven voor het bepalen van brandstof, verbruik en windsnelheid: Menu > Instellen > Systeem > Snelheidsbronnen. 2. Selecteer Brandstof en selecteer de gewenste sensor. 3. Selecteer Verbruik en selecteer de gewenste sensor. 4. Selecteer Windsnelheid en selecteer de gewenste sensor. Let OP: Wijzig het positieformaat of de kaartdatum alleen wanneer u een kaart gebruikt met een afwijkend positieformaat of kaartdatum. GMI 10 Verkorte handleiding 11

Alarmen instellen 1. Selecteer Menu > Instellen > Alarmen op het instrumentenscherm om de alarmen op de GMI 10 in te stellen. 2. Maak een keuze uit de volgende alarmtypen. Selecteer Aan en geef de gewenste waarde op. Ondiep water hiermee stelt u een alarm in dat afgaat als de diepte onder de opgegeven waarde komt. Diep water hiermee stelt u een alarm in dat afgaat als de diepte groter is dan de opgegeven waarde. Oppervlaktetemp. hiermee stelt u een alarm in dat afgaat als de transducer een temperatuur doorgeeft die 1,1 C hoger of lager is dan de opgegeven temperatuur. Brandstofpeil laag hiermee stelt u een alarm in dat afgaat als de resterende brandstof (op basis van de brandstofstroomgegevens van een GFS 10) het opgegeven niveau bereikt. Accuspanning hiermee stelt u een alarm in dat afgaat als de accuspanning het opgegeven niveau bereikt. Lage schijnbare windsnelheid hiermee stelt u een alarm in dat afgaat als de schijnbare wind onder de opgegeven snelheid komt. Hoge schijnbare windsnelheid hiermee stelt u een alarm in dat afgaat als de schijnbare wind boven de opgegeven snelheid komt. 12 GMI 10 Verkorte handleiding

Lage ware windsnelheid hiermee stelt u een alarm in dat afgaat als de ware wind onder de opgegeven snelheid komt. Hoge ware windsnelheid hiermee stelt u een alarm in dat afgaat als de ware wind boven de opgegeven snelheid komt. Hoge schijnbare windhoek hiermee stelt u een alarm in dat afgaat als de schijnbare windhoek groter is dan de opgegeven hoek. Lage schijnbare windhoek hiermee stelt u een alarm in dat afgaat als de schijnbare windhoek kleiner is dan de opgegeven hoek. Lage ware windhoek hiermee stelt u een alarm in dat afgaat als de ware windhoek kleiner is dan de opgegeven hoek. Hoge ware windhoek hiermee stelt u een alarm in dat afgaat als de ware windhoek groter is dan de opgegeven hoek. De weergaveopties wijzigen 1. Als u de weergaveopties op de GMI 10 wilt wijzigen, selecteert u op het instrumentenscherm Menu > Instellen > Scherm. 2. Kies een waarde voor de weergegeven opties. tip: u kunt het menu Weergaveopties ook openen door kort op de aan/uitknop te drukken in een instrumentenscherm. GMI 10 Verkorte handleiding 13

NMEA 2000- apparaatopties wijzigen U kunt gegevens over uw NMEA 2000- apparaten bekijken en beschikbare apparaatspecifieke opties op de GMI 10 wijzigen. Menu > Instellen > NMEA 2000- apparaten. 2. Er wordt een lijst weergegeven met alle aangesloten NMEA 2000-apparaten. Selecteer een apparaat om informatie over het apparaat weer te geven, zoals de softwareversie en het serienummer. Geavanceerde sensorconfiguratie Menu > Instellen > NMEA 2000- apparaten. 2. Selecteer de sensor die u wilt configureren. Selecteer Config. 3. Voer de gewenste waarden in voor de weergegeven opties. Tip: Raadpleeg de installatieinstructies bij de sensor voor meer informatie over het configureren. Honda Engine ECOsymbool Het -symbool wordt weergegeven wanneer boten met een NMEA 2000- compatibele Honda-motor in een brandstofbesparende modus werken en het toerental (RPM) van de motor wordt weergegeven. Raadpleeg de handleiding van de Honda-motor om te bepalen of de motor NMEA 2000-compatibel is. Systeemwaarschuwingen en-berichten Boot vaart niet snel genoeg voor kalibratie vaarsnelheid kalibreren de boot vaart te langzaam om te kunnen kalibreren. 14 GMI 10 Verkorte handleiding

Verbinding met NMEA 2000- apparaat verbroken de verbinding tussen de GMI 10 en een NMEA 2000- apparaat is verbroken. Ontvangst weggevallen een aangesloten GPS-antenne ontvangt geen satellietsignalen meer. NMEA-diepte is onder transducer de NMEA-diepte-invoer maakt gebruik van de DBT-zin, die geen rekening houdt met kiel-offset. Kalibratie vereist voor NMEA 2000- apparaat er is een NMEA 2000- apparaat gevonden dat moet worden gekalibreerd. Simuleert werking de demomodus is ingeschakeld. Vaar niet met de boot zolang de demomodus is ingeschakeld. Selecteer Menu > Instellen > Systeem > Bedrijfsmodus > Normaal. NMEA2000-apparaten in het NMEA2000-netwerk. Watersnelheidsensor werkt niet kalibratiefout watersnelheid kalibreer de snelheidssensor opnieuw. Contact opnemen met Garmin Neem contact op met Garmin Product Support als u tijdens het gebruik van de GMI 10 vragen hebt. In de VS gaat u naar www.garmin.com/support of neemt u telefonisch contact op met Garmin USA via (913) 397-8200 of (800) 800-1020. Neem in het VK contact op met Garmin (Europe) Ltd. via het telefoonnummer 0808 2380000. Ga in Europa naar www.garmin.com /support en klik op Contact Support voor informatie over landspecifieke ondersteuning, of neem contact op met Garmin (Europe) Ltd. op Kan NMEA2000-adres niet opvragen er is een conflict tussen telefoonnummer +44 (0) 870.8501241. GMI 10 Verkorte handleiding 15

2009 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen Garmin International, Inc. 1200 East 151 st Street, Olathe, Kansas 66062, VS Garmin (Europe) Ltd. Liberty House, Hounsdown Business Park, Southampton, Hampshire, SO40 9LR UK Garmin Corporation No. 68, Jangshu 2 nd Road, Shijr, Taipei County, Taiwan www.garmin.com Oktober 2009 Onderdeelnummer 190-01015-55 Rev. B Gedrukt in Taiwan