Kwaliteitskader Zorgambulance

Vergelijkbare documenten
Kwaliteitskader. zorgambulance

LANDELIJK ADVIES SCHOLINGSPROGRAMMA ZORGAMBULANCE- PROFESSIONALS

Verpleegkundige met taakaccent (acute) psychiatrie

De opleiding tot verpleegkundig centralist meldkamer ambulancezorg

1.4. De kinderverpleegkundige organiseert en coördineert de verpleegkundige zorg rond het zieke kind.

Beschrijving Functiegebied Medisch Management binnen de ambulancezorg

Eindtermen vervolgopleiding intensive care verpleegkundige

Ambulancezorg in Nederland

Ambulancechauffeur (i.o.) standplaats Amsterdam-West

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot spoedeisende hulp verpleegkundige

Kwaliteitskader. f irst responder

Referentielijst 2013 Nota Verantwoorde Ambulancezorg

Toekomstbestendige beroepen in de verpleging en verzorging

Ambulancechauffeur i.o.

Verpleegkundig Centralist/ Verpleegkundig Centralist i.o.

Fundamentele vraagstukken

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot intensive care kinderverpleegkundige

De beschrijving van het deskundigheidsgebied van de ambulanceverpleegkundige is ontleend aan het functieprofiel ambulanceverpleegkundige.

De eindtermen van de opleiding tot recovery verpleegkundige

Verzamelen en interpreteren van gegevens

Intensivecareverpleegkundigen werken op de afdeling Intensive Care, intensivecarekinderverpleegkundigen

Verantwoordingsdocument relatie editie 2017 Prove2Move combi-opleiding Verzorgende (IG) / medewerker Maatschappelijke Zorg

Functieprofiel Ambulanceverpleegkundige (uitgebreid)

Biedt persoonlijke verzorging en observeert gezondheid en welbevinden

Deskundigheidsgebied en Eindtermen

Verantwoordingsdocument relatie editie 2017 Prove2Move combi-opleiding Verzorgende (IG) / medewerker Maatschappelijke Zorg

Verantwoordingsdocument betreffende relatie ZorgPad, editie 2017 en Prove2Move, mei 2016 Niveau 3 Verzorgende (IG)

DESKUNDIGHEIDSGEBIED EN EINDTERMEN AMBULANCEVERPLEEGKUNDIGE

Eisen mbo-certificaat. Ondersteuning thuis

BESCHIKKING van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie met betrekking tot het grensoverschrijdend spoedeisend ambulancevervoer

Bestuurlijke afspraken patiëntveiligheid ambulancezorg

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot intensive care neonatologie verpleegkundige

Body of Knowledge. Kwalificatiedossier Verpleegkundige mbo. Werkversie /12 Verpleegkundige mbo v0.1

De Veldnorm Evenementenzorg (VNEZ)

Toetsingskader Wmo-toezicht Gelderland-Zuid

Functieprofiel doktersassistent(e)

Nota Verantwoorde Ambulancezorg 2013

Toetsingskader Toezicht op zorgnetwerken rond cliënten in de thuissituatie

Inzet centralist op de Meldkamer voor Ambulancezorg

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot oncologie verpleegkundige

Dispatcher MKA. schaal 7, max bruto per maand op fulltime basis

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot dialyse verpleegkundige

Nota Verantwoorde Ambulancezorg

Deskundigheidsgebied en Eindtermen

Intern. Extern. En indien nodig met: Rolbeschrijving Zorgconsulent Palliatieve Zorg

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot kinderverpleegkundige

SAMENWERKING HUISARTSENPOST + RAV RAPPORTAGE VAN DE ONDER HUISARTSENPOSTEN GEHOUDEN INTERVIEWS

Professioneel Statuut MMA

De regels zijn gelijk. Toch is iedereen anders. Wlz-toegangscriteria voor cliënten met een psychische stoornis

: Verpleegkundig centralist meldkamer ambulancezorg

Beroepsprofielen en VAR. Sonja Kersten

Assisteren bij zorg en welzijn

CONVENANT met betrekking tot de implementatie van de Wet ambulancezorg (Waz)

CZO Opleiding Verpleegkundig Centralist Meldkamer Ambulancezorg Projectgroep CZO Accreditatie Opleidingen Ambulancezorg Nederland

Toetsingskader WMO toezicht Gemeente Kampen. April 2017

Kwalificatie structuur en kwalificatie niveaus binnen het verpleegkundig onderwijs. Mw. Y. Lieuw A Soe

Invulling Aster Zorg van addendum bij kwaliteitskader verpleeghuiszorg voor langdurige zorg thuis met een Wlzindicatie

Intensivecareverpleegkundigen werken op de afdeling Intensive Care, intensivecarekinderverpleegkundigen

Vaststellingsovereenkomsten in de zorg. Utrecht, juni 2016

In dit beknopte jaarbericht leggen wij verantwoording af over de door ons aan U geleverde zorg.

FUNCTIEBESCHRIJVING. Functienaam: Verpleegkundige Hospice ALGEMENE INFORMATIE

Strategisch document Ambulancezorg Nederland

Blauwdruk ZorgPad Nieuwe leeroplossing 2016

Body of Knowledge. Kwalificatiedossier Verzorgende IG. Werkversie /9 Verzorgende IG v0.1

Werkdocument model toetsingskader kwaliteitstoezicht Wmo

Toelichting De kerncompetentie vakinhoudelijk handelen vormt de rode draad van elke leerweg. De andere kerncompetenties zijn daarbij ondersteunend.

Verklarende woordenlijst

Kerncompetenties psychotherapeut

Deskundigheidsniveau medewerkers

Deskundigheidsgebied en Eindtermen

Dit project is gefinancierd door de steun van de Europese Commissie. Deze mededeling weerspiegelt alleen de mening van de auteur en de Europese

Functiebeschrijving verzorgende IG (FWG 35) A. Plaats in de organisatie

Verklarende woordenlijst

Gespecialiseerd Ambulancevervoer. Voor Psychiatrisch Patiënten Presentatie dd Door Bryan Tjon a Njoek, Chauffeur Jerzy Koopmans SPV

Instituut voor Gezondheidszorg

De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk

Samenwerken aan Zorgcoördinatie

Toetsingskader Toezicht op netwerken in de zorg thuis

Kwaliteitsregister Verpleegkundigen & verzorgenden

LEIDRAAD WIJZIGING ACUUT ZORGAANBOD 2.0

Toetsingskader Toezicht Wmo Verwey-Jonker Instituut en GGD GHOR Nederland

k j J K R D J M C D R D J M

Keuzedeel mbo. Triage. gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo. Code K0289

Uniform Begrippenkader Ambulancezorg

Toetsingskader WMO toezicht Gemeente Steenwijkerland. Januari 2018

Beroepscompetentieprofiel gastouder

Printdatum: Pagina 1 van 5

Juridische aspecten taken verpleegkundig specialist. 29 september 2011 Paula Boshouwers/Margriet Crijns Van Doorne

Transcriptie:

Kwaliteitskader Zorgambulance December 2012 Ambulancezorg Nederland Nederlandse Vereniging Medisch Managers Ambulancezorg V&VN Ambulancezorg

Inhoudsopgave Pagina 1. Inleiding 3 1.1 Inleiding 3 1.2 Totstandkoming kwaliteitskader zorgambulance 3 1.3 Betekenis van het kwaliteitskader 3 2. Achtergrond en visie op zorgambulance 4 2.1 Inleiding 4 2.2 Differentiatie binnen de ambulancezorg 4 2.3 Wettelijk kader 4 2.3.1 Kwaliteitswet Zorginstellingen 4 2.3.2 Wet Ambulancevervoer (WAV) 5 2.3.3 Tijdelijke Wet Ambulancezorg (TWAZ) 5 2.3.4 Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg 6 3. Positionering en omschrijving zorgambulance 7 3.1 Inleiding 7 3.2 Zorgambulance; integraal onderdeel van ambulancezorg 7 3.3 Omschrijving zorgambulance 7 4. Inzet- en uitsluitcriteria 9 4.1 Inleiding 9 4.2 Inzet- en uitsluitcriteria zorgambulance 9 4.3 Differentiatie verzorgings-/verpleegtechnische handelingen op de zorgambulance 10 5. Deskundigheid en bekwaamheid 12 5.1 Inleiding 12 5.2 Deskundigheidsniveau en competenties 12 5.2.1 Zorgambulancebegeleider 12 5.2.2 Chauffeur zorgambulance 12 5.3 Bekwaamheid 13 5.4 Bij- en nascholing 13 6. Zorgproces en zorginhoud 14 6.1 Inleiding 14 6.2 Zorgproces en ritverwerking 14 6.3 Protocollair werken 14 6.4 Medisch management 15 7. Materiaal 16 7.1 Inleiding 16 7.2 Voertuig 16 7.3 Inrichting en inventaris 16 7.4 Kleding 16 Pagina 1 van 24

8. Informatievoorziening clienten en afstemming met ketenpartners 17 8.1 Inleiding 17 8.2 Informatievoorziening clienten 17 8.3 Afstemming met ketenpartners 17 Bijlage 1: Eindtermen zorgambulancebegeleider 18 Bijlage 2: Eindtermen chauffeur zorgambulance 21 Bijlage 3: Leden werkgroep Zorgambulance 23 Pagina 2 van 24

1. Inleiding 1.1. Inleiding Het fenomeen zorgambulance heeft zich de afgelopen jaren in steeds meer RAV-regio s ontwikkeld. Hoewel de achterliggende visie nauwelijks verschilt laten zowel de benaming als de inzetcriteria en de personele invulling verschillen zien. Tot op heden was er geen landelijk kader beschikbaar voor deze gedifferentieerde vorm van ambulancezorg. De nota verantwoorde ambulancezorg beschrijft de eisen waaraan gedifferentieerde zorg dient te voldoen slechts in zeer algemene termen. 1 Er is echter wel behoefte aan sectorale kwaliteitsnormen. De sector zelf hecht hier in het kader van kwaliteit en patiëntveiligheid grote waarde aan. Daarnaast verzoeken externe partijen zoals VWS en IGZ om helderheid rondom dit product en de sectorale kwaliteitsnormen die op dit product van toepassing zijn. Dit is reden voor de sectorale organisaties om gezamenlijk een landelijk kwaliteitskader voor de zorgambulance op te stellen. Het kwaliteitskader zorgambulance is gebaseerd op het wettelijk kader, de Nota Verantwoorde Ambulancezorg en beschikbare documenten van de RAV s. Op termijn zal de planbare zorg in bredere zin worden beschreven. 1.2. Totstandkoming kwaliteitskader zorgambulance Het kwaliteitskader is opgesteld door de werkgroep Kwaliteitskader zorgambulance (zie bijlage 3). Om de inhoud van het kwaliteitskader zo goed mogelijk te laten aansluiten op de praktijk, is een inventarisatie 2 gehouden onder alle RAV s. Het doel van deze inventarisatie was inzicht te krijgen in de wijze waarop de zorgambulance binnen RAV s is ingevuld. Op basis van de uitkomsten van de inventarisatie is een concept kwaliteitskader opgesteld. Via de gremia binnen de verschillende verenigingen (AZN, V&VN Ambulancezorg en NVMMA) heeft feedback op en uiteindelijk instemming met het kader plaatsgevonden. Omdat de zorgambulance een product in ontwikkeling is, wordt het kader periodiek geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. 1.3. Betekenis van het kwaliteitskader Met het opstellen van een landelijk kwaliteitskader zorgambulance streeft de sector naar uniformiteit en eenduidigheid op een aantal aspecten die vanuit het perspectief van kwaliteit en patiëntveiligheid van belang zijn. De belangrijkste betekenis van het landelijk kwaliteitskader ligt in de verantwoording voor de geboden kwaliteit en borging van de patiëntveiligheid. Het kwaliteitskader bevat de minimale eisen waaraan de zorgambulance op een aantal aspecten dient te voldoen. Het kwaliteitskader zorgambulance dient te worden beschouwd als branchenorm. Het kwaliteitskader zorgambulance valt onder het regime van Verantwoorde Ambulancezorg en vervangt het eerder opgestelde Addendum Zorgambulance 3 1 Nota Verantwoorde Ambulancezorg, juni 2009, paragraaf 4.4. Differentiatie. 2 Inventarisatie zorgambulance, januari 2012 3 Addendum Zorgambulance. Ambulancezorg Nederland, 7 december 2011. Pagina 3 van 24

2. Achtergrond en visie op zorgambulance 2.1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt de achtergrond en de visie van de sector op de zorgambulance beschreven. Tevens wordt het wettelijk kader geschetst dat op de zorgambulance van toepassing is. 2.2. Differentiatie binnen de ambulancezorg Net als andere instellingen voor gezondheidszorg zijn ook RAV s voortdurend op zoek naar een optimale afstemming van het zorgaanbod op de zorgvraag van de patiënt. Het streven naar zorg op maat heeft inmiddels geleid tot diverse vormen van differentiatie binnen de ambulancezorg. Het betreft zowel differentiatie in functie (verpleegkundig specialist, rapid responder) als in zorgvorm (solo voertuigen, motoren, fietsen, zorgambulance). Naast zorg op maat zijn kwaliteit, veiligheid en doelmatigheid essentiële aspecten bij zorgdifferentiatie. Daarnaast levert zorgdifferentiatie een belangrijke bijdrage aan kwaliteitsverbetering binnen de dienstverlening. In het geval van differentiatie binnen het planbare vervoer betekent dit dat voertuigen die specifiek en uitsluitend ingezet worden voor gepland vervoer, beter op tijd ingepland worden en dus ook meer tegemoet komen aan de wens van de patiënt. Daarnaast kunnen competenties van het personeel en inrichting van het voertuig afgestemd worden op de specifieke zorgvraag van deze doelgroep. In het geval van de zorgambulance kan bijvoorbeeld de inrichting van de ambulance afgestemd worden op de behoeften van de patiënt in termen van comfort. Naast effecten op kwaliteit van zorg en doelmatigheid brengt differentiatie binnen de organisatie een geheel nieuwe dynamiek op personeelsgebied. Er ontstaat niet alleen een gezonde diversiteit in het personeelsbestand maar ook een uitbreiding van mogelijke (interne) loopbaanpaden. Het uitwerken van deze loopbaanpaden valt buiten het bestek van dit kwaliteitskader maar het gegeven op zich is een belangrijke en positieve bijkomstigheid van de keuze voor differentiatie. 2.3. Wettelijk kader Met de zorgambulance wordt ambulancezorg geboden. Dit betekent in zijn algemeenheid dat alle wetten die op de ambulancezorg van toepassing zijn, ook van toepassing zijn op de zorgambulance. Voor een overzicht van alle relevante wetgeving wordt verwezen naar de Nota Verantwoorde ambulancezorg 4. Hieronder volgt een korte beschrijving van de belangrijkste wetten, die van invloed zijn op de minimale kwaliteitsnormen voor de zorgambulance. 2.3.1. Kwaliteitswet Zorginstellingen Conform de Kwaliteitswet Zorginstellingen moeten instellingen aan een aantal eisen voldoen om zorg van goede kwaliteit te kunnen bieden: 1. Verantwoorde zorg: Instellingen dienen verantwoorde zorg te leveren. Dat wil zeggen: zorg van een goed niveau en in ieder geval doeltreffend, doelmatig, afgestemd en gericht op de reële behoefte van de cliënt. De instelling dient de voorwaarden te scheppen zodat deze verantwoorde zorg ook 4 Nota Verantwoorde Ambulancezorg, bijlage 1 en referentielijst. Ambulancezorg Nederland, Nederlandse Vereniging voor Medisch Managers Ambulancezorg, V&VN Ambulancezorg. Juni 2009. De volledige wetteksten zijn te vinden op www.overheid.nl Pagina 4 van 24

daadwerkelijk kan worden geleverd. De ambulancesector heeft deze voorwaarden vastgelegd in de Nota Verantwoorde Ambulancezorg. 2. Bewust beleid Verantwoorde zorg komt tot stand op basis van bewust beleid. Dat betekent: er doelbewust aan werken. In ieder geval dient de organisatie te voldoen aan de volgende eisen: Duidelijke verdeling van taken en verantwoordelijkheden; Voldoende en capabel personeel en het juiste materieel. 3. Kwaliteitssysteem Een zorginstelling dient volgens de Kwaliteitswet Zorginstellingen de kwaliteit van de zorgverlening systematisch te bewaken, te beheersen en zo mogelijk te verbeteren. De zorginstelling dient hiervoor een kwaliteitssysteem te hebben. Elke vorm van differentiatie, dus ook de zorgambulance, dient onderdeel uit te maken van dit kwaliteitssysteem. Met het oog op het borgen van de patiëntveiligheid dient de zorgambulance ook onderdeel uit te maken van het veiligheidsmanagementsysteem van de organisatie. 4. Kwaliteitsjaarverslag De Kwaliteitswet stelt instellingen verplicht om jaarlijks een kwaliteitsjaarverslag te publiceren. In een kwaliteitsjaarverslag legt de zorginstelling verantwoording af over de kwaliteit van de geleverde zorg en het gevoerde kwaliteitsbeleid. Daar maakt de het zorgaanbod, inclusief de zorgambulance ook onderdeel van uit. 5. Toezicht en handhaving Hoewel de instellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de zorg, blijft onafhankelijk toezicht op de naleving van de kwaliteitswet noodzakelijk. Dit is de taak van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Om de kwaliteit van zorg te handhaven heeft de kwaliteitswet de IGZ meer bevoegdheden gegeven. Zo kan de IGZ bevel geven tot het nemen van maatregelen indien er sprake is van situaties die ernstig gevaar opleveren voor de gezondheid van cliënten. De minister zelf heeft bevoegdheid om een zorginstelling een aanwijzing te geven, wanneer de zorg tekortschiet. Om het toezicht uit te kunnen oefenen is het nodig dat de inspectie kan beschikken over voldoende informatie. Belangrijke voorwaarde daarbij is dat de inspectie op de hoogte wordt gebracht van calamiteiten die zich hebben voorgedaan in een instelling. Daartoe verplicht artikel 4a van de Kwaliteitswet de zorgaanbieder iedere calamiteit die in de instelling heeft plaats gevonden te melden aan de inspectie. 2.3.2. Wet Ambulancevervoer (WAV) De organisatie van de ambulancezorg in Nederland wordt op dit moment nog gereguleerd door de Wet Ambulancevervoer (WAV) uit 1971. Relevant voor dit kwaliteitskader is dat de WAV regelt door wie en op welke wijze ambulancevervoer wordt verleend. De WAV bevat in artikel 2 twee verbodsbepalingen: het verbod om zonder vergunning ambulancevervoer te verrichten en het verbod om dit vervoer zonder een vervoersopdracht van de centrale post ambulancevervoer (CPA) te verrichten. Artikel 7 bepaalt vervolgens gedetailleerd dat ten aanzien van elke aanvraag om ambulancevervoer de CPA beslist of ambulancevervoer nodig is evenals door wie en op welke wijze dat zal worden verricht. Heeft een ambulancedienst een provinciale vergunning tot het verlenen van ambulancezorg, dan is de ambulancedienst formeel een gezondheidszorginstelling. Daardoor is de ambulancedienst gehouden de verplichtingen na te komen die de wet aan een zorginstelling oplegt. De WAV kent de omschrijving zorgambulance/low-care niet. Dit maakt het opstellen van een veldnorm noodzakelijk. 2.3.3. Tijdelijke Wet Ambulancezorg (TWAZ) Op 24 april 2012 heeft de Eerste Kamer de TWAZ definitief vastgesteld. De TWAZ vervangt de Wet ambulancevervoer (WAV) en de Wet ambulancezorg (Waz). De TWAZ geldt voor een periode van Pagina 5 van 24

vijf jaar. In deze periode wordt gewerkt aan een definitieve wettelijke regeling. De TWAZ heeft in haar beleidsregels 5 eisen opgenomen voor zorgdifferentiatie. Artikel 8 schrijft het volgende voor: De regionale ambulancevoorziening past zorgdifferentiatie toe onder de volgende voorwaarden: a. Er zijn inzetcriteria vastgesteld die bepalen welk niveau van zorg onder welke omstandigheden gelden als verantwoorde ambulancezorg, en b. Zorgdifferentiatie gaat niet ten koste van de inzetbaarheid van materieel en personeel die nodig zijn om verantwoorde ambulancezorg te leveren in normale en opgeschaalde omstandigheden. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de TWAZ, zijn de eisen in dit artikel onderdeel van het kwaliteitskader zorgambulance. 2.3.4. Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg De Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (BIG) heeft als doelstelling de kwaliteit van de beroepsuitoefening te bevorderen en te bewaken en de cliënt te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen van beroepsbeoefenaren. Op de uitoefening van de ambulancezorg is de Wet BIG van toepassing. Indien medewerkers die op de zorgambulance werkzaam zijn onder het regime van de Wet BIG vallen, zijn de eisen uit de Wet BIG ten aanzien van titelbescherming, bekwaamheid en toezicht, ook van toepassing. Indien de medewerker niet onder het regime van de Wet BIG valt kan volgens artikel 34 van de Wet BIG 6 bij algemene maatregel van bestuur ter bevordering van een goede uitoefening van individuele gezondheidszorg de opleiding tot een bij de maatregel aangewezen beroep worden geregeld. Dit is het geval bij de verzorgende IG 7. De ontwikkelingen binnen het domein van de beroepsprofielen 8 binnen de gezondheidszorg, die ook van toepassing zijn op de ambulancezorg, dienen nadrukkelijk onderwerp te zijn van de periodieke evaluatie van het kwaliteitskader. 5 Beleidsregel van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Kenmerk CZ 3082275, ter uitvoering van artikel 6 derde lid, van de tijdelijke wet ambulancevoorziening, artikel 8. 6 Volledige tekst Wet BIG is te vinden op www.overheid.nl. 7 De regels voor de opleiding en de deskundigheid van de verzorgende individuele gezondheidszorg is vastgelegd in Besluit 463. Staatsblad, 1999. 8 Leren van de toekomst. Verpleegkundigen en verzorgenden 2020. V&VN, 2012. www.venvn.nl Pagina 6 van 24

3. Positionering en omschrijving zorgambulance 3.1. Inleiding Om te duiden op welk product dit kwaliteitskader van toepassing is, is een nadere omschrijving van de zorgambulance van belang. 3.2. Zorgambulance; integraal onderdeel van ambulancezorg De zorgambulance maakt integraal onderdeel uit van ambulancezorg. Het Uniform Begrippenkader 9 geeft de volgende definitie van ambulancezorg: Ambulancezorg is de zorg die beroepsmatig wordt verleend om een patiënt binnen het kader van zijn aandoening of letsel hulp te verlenen en waar nodig adequaat te vervoeren met inachtneming van datgene wat op grond van algemeen beschikbare medische en verpleegkundige kennis vereist is, dan wel de patiënt te verwijzen naar een andere zorgverlener. Hoofddoel van ambulancezorg is het behalen van individuele gezondheidswinst op basis van de zorgbehoefte van de patiënt. Het proces ambulancezorg loopt van melding tot en met overdracht. Ambulancezorg kan worden verdeeld in spoedeisende zorg en planbare zorg. De zorg die wordt verleend met de zorgambulance valt onder planbare ambulancezorg. Ambulancezorg kan ook worden ingedeeld in hoogcomplexe zorg en laagcomplexe zorg. De zorgambulance valt onder de laagcomplexe ambulancezorg. 3.3. Omschrijving zorgambulance Op de zorgambulance wordt zorg verleend aan patiënten met een laag complexe zorgvraag. Laag complexe zorgsituaties laten zich omschrijven als voorspelbare, niet levensbedreigende situaties. Bij patiënten die laag complexe ambulancezorg behoeven, is sprake van stabiele vitale functies en is redelijkerwijs te verwachten dat de vitale functies tijdens of door het vervoer niet bedreigd zullen raken. Bij laag complexe ambulancezorg volstaat het werken volgens routines, standaardprocedures en/of combinaties van (standaard)procedures. Medisch of verpleegkundig (ALS) toezicht en/of behandeling is niet noodzakelijk. Het gaat bij de zorgambulance om het aanbieden van enkele verzorgende handelingen en het handhaven, stimuleren en ondersteunen van de zelfredzaamheid van de zorgvrager en de daarbij behorende psychosociale ondersteuning. De zorgambulance valt onder planbare ambulancezorg, in de praktijk ook wel besteld vervoer genoemd. Het betreft zorg en vervoer van patiënten tussen het woon- of verblijfadres en/of zorginstellingen voor diagnostiek, therapie, opname of ontslag. Er worden afspraken gemaakt met de patiënt, c.q. de aanvrager, over de tijdstippen van halen en brengen en de plaats van bestemming. De aard van de zorghandelingen is afhankelijk van de situatie ter plaatse en de zorgvraag van de patiënt. 9 Uniform Begrippenkader. Ambulancezorg Nederland, 2009 Pagina 7 van 24

De beschreven kenmerken voor de zorgambulance zijn richtinggevend voor de inzetcriteria voor de zorgambulance. De indicatiestelling voor en inzet van de zorgambulance vindt plaats vanuit de MKA aan de hand van door de RAV vast te stellen criteria gebaseerd op dit kwaliteitskader. Pagina 8 van 24

4. Inzet- en uitsluitcriteria zorgambulance 4.1. Inleiding Indicatiestelling voor en de inzet van de zorgambulance vindt plaats door de Meldkamer Ambulancezorg (MKA). De aanvraag voor de zorgambulance vindt plaats door een bevoegde aanvrager, in de regel een arts. Het is de taak van de MKA om de juiste zorgindicatie vast te stellen, afgestemd op de zorgvraag van de patiënt. Belangrijk is ook dat dit eenduidig gebeurt. Heldere inzetcriteria zijn hierbij een voorwaarde. Echter, ook van belang is te beschrijven wanneer de zorgambulance niet geïndiceerd wordt. Ondanks alle zorgvuldigheid in het aanname- en indicatieproces op de MKA, blijft het een professionele afweging van de zorgverlener die ter plaatse komt of de zorgbehoefte van de patiënt aansluit op zijn/haar competentieniveau. 4.2. Inzet- en uitsluitcriteria zorgambulance Hieronder worden de inzet- en uitsluitcriteria voor de zorgambulance omschreven. Deze geven de onder- en bovengrens van de zorgambulance aan. Inzetcriteria In algemene zin wordt de zorgambulance bij de volgende zorgsituaties ingezet: er is sprake van een medische indicatie 10, afgegeven door een bevoegd aanvrager 11 de patiënt heeft tijdens het vervoer zorg en begeleiding nodig; de zorgvraag van de patiënt is door de MKA vastgesteld als laag complex. Uitsluitcriteria Vervoer met A1- of A2-urgentie; Voorwaarde scheppende ritten; Vervoer van patiënten met (dreigende) stoornissen van vitale functies; Vervoer van patiënten waarbij monitoring en bewaking geïndiceerd is; Vervoer van patiënten na diagnostiek of behandeling welke de vitale functies negatief beïnvloedt (zoals CABG of PTCA); Vervoer van patiënten na diagnostiek of behandeling waarbij medicatie is toegediend welke de vitale functies negatief kan beïnvloeden (bijvoorbeeld midazolam bij een ERCP); Vervoer van patiënten met een vervoersindicatie psychiatrie Vervoer van patiënten jonger dan 6 jaar. Inzet zorgambulance als first responder Een first responder wordt omschreven als een hulpverlener die als eerste ter plaatse komt en die competent is eerste hulp te verlenen in een situatie waarin dit noodzakelijk is, in afwachting van een ambulance 12. 10 medische indicatie is synoniem voor medische noodzaak. Er is een medische reden waardoor iemand in aanmerking komt voor (een bepaalde vorm van) zorg, behandeling of geneesmiddelen. 11 een bevoegd aanvrager is (in de regel) een medicus: huisarts, verpleeghuisarts, specialist ziekenhuis, psychiater 12 Uniform Begrippenkader. Ambulancezorg Nederland, 2009. Pagina 9 van 24

De zorgambulance kan worden ingezet als first responder onder de volgende condities: de zorgambulance kan worden ingezet als first responder bij reanimatiesituaties indien de zorgambulance zich ter plaatse of in de directe nabijheid van de reanimatiesituatie bevindt, in afwachting van een ambulance; De zorgambulancemedewerkers zijn bekwaam om eerste hulp te verlenen en een AED te bedienen; De zorgambulance voert geen optische en geluidssignalen. Inzet zorgambulance in opgeschaalde situaties De zorgambulance kan in principe ingezet worden in opgeschaalde situaties. Voorwaarde is dat de inzet past binnen het Kwaliteitskader zorgambulance. De RAV en GHOR dienen hierover goede afspraken te maken, als onderdeel van het GHOR-convenant. 4.3. Differentiatie verzorgings-/verpleegtechnische handelingen op de zorgambulance In de onderstaande matrix is de onder- en bovengrens voor de zorgambulance meer specifiek uitgewerkt. In de matrix wordt uitgegaan van twee competentieniveaus; weergegeven wordt in welke (zorg)situaties de zorgambulance kan worden ingezet, met welk competentieniveau. Om helder te maken wat de bovengrens is voor de zorgambulance, is in de matrix ook opgenomen in welke situaties een ALS-ambulance dient te worden ingezet. Zorgambulance ALS Interventie per kwalificatieniveau VZ3 IG VP 4/5 AVP 1.1 Ademhalingsstelsel Cardiopulmonaire resuscitatie met niet invasieve middelen - CPR (Guidelines ERC) BLS en AED Continuering zuurstoftherapie 1.2 Bloedsomloopstelsel Orale vochtinname van patiënt bewaken en signaleren van problemen Continueren van perifeer infuus met een isotonische oplossing Continuering en toezicht op intraveneuze perfusie 13 en transfusie 14 eventueel met technische hulpmiddelen (infuuspomp, spuitpomp) en mogelijke medicatie die de vitale functies 15 niet beïnvloedt of kan beïnvloeden Continuering en toezicht op perfusie en transfusie per centraal veneuze Katheter waaronder ook de PICC, en epiduraal toediening zonder medicatie die de vitale functies beïnvloedt of kan beïnvloeden Continuering en toezicht Totale Parenterale Voeding (TPV) 13 Perfusie--Vochttoediening 14 Transfusie--Bloed en bloedproducten 15 Drie lichaamsfuncties, ademhaling, bewustzijn en bloedsomloop waarvan uitval of stoornissen direct leiden tot levensbedreigende situaties Pagina 10 van 24

1.3 Spijsverteringsstelsel Orale vocht- en voedseltoediening Enterale vocht- en voedseltoediening (neussonde) 16 1.4 Urogenitaal stelsel Continueren en toezicht op blaaskatheter Continueren en toezicht op suprapubische Katheter 1.5 Huid en zintuigen De verzorging van stomata 1.6 Metabolisme In evenwicht houden van de vochtbalans -bijhouden gegevens vochtbalans 1.7 Medicamenteuze toediening Continuering medicatietoediening inzake zelfmanagement, onderhoudsdosis Medicatietoediening overeenkomstig LPA Continuering en toezicht van medicatietoediening per infusie, eventueel met technische hulpmiddelen (infuuspomp, spuitpomp) daar waar de medicatie geen invloed heeft of kan hebben op de vitale functies 2. Mobiliteit De patiënt in een functionele houding brengen met technische hulpmiddelen en het toezicht hierop De patiënt met een mobiliteitsprobleem (b.v. gipscorset) 3. Hygiëne Hygiënische zorgen bij patiënten met ADL-dysfunctie Specifieke hygiënische zorgen 17 als onderdeel van de behandeling 16 Zn. Afdoppen in overleg met de bevoegd aanvrager 17 Bv. MRSA etc. Pagina 11 van 24

5. Deskundigheid en bekwaamheid 5.1. Inleiding In de nota verantwoorde ambulancezorg heeft de sector vastgelegd dat deskundigheid van ambulancezorgprofessionals dient te zijn afgestemd op de zorgvraag van de patiënt. In dit hoofdstuk wordt het deskundigheidsniveau van de zorgverleners op de zorgambulance beschreven. Het kwaliteitskader gaat uit van het minimale deskundigheidsniveau. Dat betekent dat het deskundigheidsniveau van de zorgverlener minimaal dient te zijn afgestemd op de inzetcriteria voor de zorgambulance, zoals beschreven in hoofdstuk 4. De RAV kan er voor kiezen beide functies te combineren in één functie. Deze professional voldoet vanzelfsprekend aan de deskundigheidsniveaus en eindtermen van beide functies, genoemd onder 5.2.1. en 5.2.2. De RAV dient in alle gevallen te beschikken over heldere functiebeschrijving voor de betreffende functies. 5.2. Deskundigheidsniveau en competenties In het kwaliteitskader zorgambulance worden twee functies onderscheiden: Zorgambulancebegeleider; Chauffeur zorgambulance. Hieronder worden beide functies het noodzakelijke deskundigheidsniveau en de eindtermen op hoofdlijnen beschreven. Bijlage 1 en 2 bevatten een uitgebreide omschrijving van de eindtermen voor beide functies. 5.2.1. Zorgambulancebegeleider De zorgambulancebegeleider verzorgt en begeleidt de patiënt in de zorgambulance. De zorgambulancebegeleider is een medewerker met een zorgachtergrond op minimaal kwalificatieniveau verzorgende 3 IG (VIG) 18, bij voorkeur met ervaring in de klinische en/of thuiszorg. In bijlage 1. is een omschrijving opgenomen van het deskundigheidsniveau van de zorgambulancebegeleider. De zorgambulancebegeleider voldoet aan de door de sector gestelde eindtermen op het gebied van niet-spoedeisende ambulancezorg, op de volgende terreinen: organisatie van de ambulancezorg; methodisch en protocollair werken; vervoerstechnieken; gebruik van communicatiesystemen. Een volledige beschrijving van de eindtermen voor de zorgambulancebegeleider is opgenomen in bijlage 1. 5.2.2. Chauffeur zorgambulance De chauffeur zorgambulance bestuurt de zorgambulance, is verantwoordelijk voor een comfortabel vervoer van de patiënt en verricht enige (niet-medisch inhoudelijke) assisterende taken van de zorgambulancebegeleider De chauffeur zorgambulance beschikt over goede rijvaardigheden, medische basiskennis en sociaal communicatieve vaardigheden. De chauffeur zorgambulance heeft een rol in de communicatie met de MKA en met ketenpartners. 18 Gekwalificeerd voor de toekomst: kwalificatiestructuur en eindtermen voor verpleging en verzorging, 1996. Pagina 12 van 24

De chauffeur zorgambulance voldoet aan de door de sector gestelde eindtermen, op het gebied van niet-spoedeisende ambulancezorg, op de volgende terreinen: rijvaardigheid/rijtraining; medische basiskennis; kennis van het zorgproces voor de specifieke doelgroep; gebruik van communicatiesystemen. Een volledige beschrijving van de eindtermen voor de chauffeur zorgambulance is opgenomen in bijlage 2. 5.3. Bekwaamheid Op de uitoefening van ambulancezorg is de Wet BIG van toepassing. De individuele professional, de medisch manager en de RAV hebben hun eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het verkrijgen en behouden van bekwaamheid van de individuele professional. Dit is ook van toepassing op de zorgambulance. De RAV voorziet in een opleiding voor de medewerkers van de zorgambulance (begeleider en chauffeur) die voldoet aan de eindtermen zoals opgenomen in dit kwaliteitskader en in een toetsingsbeleid waarmee de bekwaamheid van de professionals (periodiek) wordt getoetst. 5.4. Bij- en nascholing De kwaliteit van de geleverde zorg is in grote mate afhankelijk van de deskundigheid van de zorgverlener. De minimale deskundigheid, in termen van opleidingsachtergrond en (aanvullende) competenties staan vermeld onder 5.2. en zijn nader uitgewerkt in bijlage 1. en 2. Belangrijk is de voortdurende aandacht voor de kwaliteit van de zorg op dezelfde wijze als dat voor de spoedzorg gebeurt. De Zorgambulance moet integraal onderdeel blijven van de totale zorg binnen de RAV. Dit betekent dat voor de medewerkers van de zorgambulance beleid dient te zijn ten aanzien van behoud van deskundigheid en bekwaamheid. Pagina 13 van 24

6. Zorgproces en zorginhoud 6.1. Inleiding De zorgambulance maakt integraal onderdeel uit van het totale aanbod van ambulancezorg. Daaruit vloeit als vanzelfsprekend voort dat het zorgproces voor de zorgambulance gelijk is aan het ambulancezorgproces. Zoveel mogelijk wordt dan ook in dit kwaliteitskader verwezen naar de veldnormen voor verantwoorde zorg die reeds in de Nota Verantwoorde ambulancezorg staan beschreven. Op onderdelen wordt een nadere toelichting/aanvulling gemaakt. 6.2. Zorgproces en ritverwerking Het zorgproces en de verwerking van ritten is in geval van de zorgambulance niet anders dan bij ALS-ambulances. Zorg wordt aangevraagd bij de MKA alwaar de beoordeling van de urgentie plaats vindt. De MKA bepaalt of de zorgvraag binnen de inzetcriteria van de zorgambulance valt, plant de rit in en geeft hem uit op de gebruikelijke wijze. Het zorgambulanceteam kan ter plaatse bij de patiënt de rit alsnog weigeren als zij, in de regel na overleg met de MMA of leidinggevende, vaststellen dat de patiënt ten onrechte is geïncludeerd. Ook voor het invullen van het (elektronisch) ritformulier, de overdracht en de administratieve verwerking van de ritten geldt dat dit in principe niet verschilt van ALS ritten. Zorgproces en ritverwerking staan beschreven in het kwaliteitssysteem van de RAV. 6.3. Protocollair werken Net als de geldende wet- en regelgeving blijven ook de zorginhoudelijke uitgangspunten voor ambulancezorg gewoon van kracht. Methodisch handelen en protocollair werken vormt ook in het handelen van de zorgambulancebegeleider de rode draad. De meeste protocollen uit het landelijk protocol ambulancezorg zijn gericht op cure en daarom niet van toepassing. Er dient een overzicht te zijn van de protocollen die van toepassing zijn op de zorgambulance, en toegepast worden door de zorgambulancebegeleider. Het betreft in ieder geval de protocollen inzake veiligheid, hygiëne, infectiepreventie en MRSA, tillen, tilassistentie en overdracht. Voor de zorgambulancechauffeur geldt dat op het deelgebied besteld vervoer dezelfde kwaliteit geboden wordt als op ALS ambulances. Zorgambulancebegeleiders krijgen regionaal alle relevante onderdelen van het VVT deel van de opleiding tot ambulancechauffeur aangeboden. Er dient ruim aandacht te zijn voor het effect van rijstijl op het comfort van de patiënt. Pagina 14 van 24

6.4. Medisch management De eisen en randvoorwaarden die sectoraal zijn vastgesteld, en verwoord in de nota verantwoorde ambulancezorg, met betrekking tot het medisch management 19 zijn ook van toepassing op de zorgambulance. Hieruit vloeien de volgende taken van de medisch manager ambulancezorg (MMA) met betrekking tot de zorgambulance voort: toezien op de bevoegdheid en bekwaamheid van zorgambulancemedewerkers die vallen onder de Wet BIG; betrokkenheid bij het formuleren van het medisch beleid rondom de zorgambulance en toezien op de uitvoering daarvan; toezien op de toepassing van zorginhoudelijke protocollen; medisch-inhoudelijke afstemming met ketenpartners; toezien op de uitvoering van de in de WGBO vastgelegde rechten en plichten van cliënt en zorgverlener. 19 Nota Verantwoorde Ambulancezorg, Ambulancezorg Nederland, 2009. Pagina 15 van 24

7. Materiaal 7.1. Inleiding Uitgangspunt voor het bieden van verantwoorde ambulancezorg is dat ambulancezorg wordt geleverd met kwalitatief hoogwaardig en functioneel materiaal. De materialen en apparatuur die binnen de ambulancezorg worden gebruikt, zijn doelmatig en doeltreffend en voldoen aan de kwaliteitseisen die hieraan worden gesteld. De materialen en de apparatuur zijn afgestemd op de behoeften van de cliënt, de geldende protocollen en voldoen aan relevante wet- en regelgeving. Deze uitgangspunten zijn ook van toepassing op de zorgambulance en worden hieronder uitgewerkt. 7.2. Voertuig De zorgambulance maakt integraal onderdeel uit van de ambulancezorg. Dit komt ook tot uitdrukking in de uiterlijke kenmerken van de zorgambulance. Qua uiterlijke kenmerken kleur, striping en nummering is de zorgambulance identiek aan de ambulance. Het onderscheid met een gewone ambulance komt als volgt tot uitdrukking: functienaam zorgambulance wordt toegevoegd; nummering: regionummer, gevolgde door een nummer vanaf 400 De zorgambulance voert geen optische en geluidssignalen. 7.3. Inrichting en inventaris De zorgambulance is ingericht op laag complexe zorgvragen waarbij het focus ligt op verzorging en begeleiding. Geavanceerde medisch technische apparatuur en medicatie ontbreekt. Er is in ieder geval een AED beschikbaar. De noodzakelijk aanwezige inventaris is afgestemd op de inzetcriteria/te verlenen zorg. In het kwaliteitssysteem van de RAV moet inzichtelijk zijn wat de inventaris is en hoe onderhoud en controles vorm gegeven worden. Ten opzichte van een ALS ambulance zou de zorgambulance meer comfort moeten bieden. Daarin kan een verschil gemaakt worden, bijvoorbeeld in de vering van de auto en een meer comfortabel brancardsysteem met dikke matras. Daarnaast kunnen een goed uitzicht naar buiten, een mooi afgewerkt interieur, prettige verlichting en eventuele mogelijkheden voor beeld en geluid bijdragen aan het comfort voor de patiënt. Het valt buiten het bestek van dit kwaliteitskader om hier voorschrijvend in te zijn. 7.4. Kleding Ook in het uniform van de medewerkers van de zorgambulance komt tot uitdrukking dat de zorgambulance, en daarmee de medewerkers, integraal onderdeel uitmaken van de ambulancezorg. Qua uiterlijke kenmerken en qua veiligheid (bescherming, reflectie) is de kleding van zorgambulancemedewerkers identiek aan dat van ambulancemedewerkers. Het onderscheid komt tot uitdrukking door op de uniformen van zorgambulancemedewerkers zorgambulance te vermelden. Pagina 16 van 24

8. Informatievoorziening cliënten en afstemming met ketenpartners 8.1. Inleiding Zowel voor (potentiele) cliënten als voor verwijzers en ketenpartners moet duidelijk zijn wat de differentiatie Zorgambulance inhoudt en hoe kwaliteit gewaarborgd wordt. Communicatie hierover richting cliënten en ketenpartners is van groot belang. 8.2. Informatievoorziening cliënten Voor cliënten dient helder te zijn wat zij van de zorgambulance mogen verwachten. De wettelijke eisen met betrekking tot informatievoorziening, toestemming, dossiervorming en privacy, zoals vastgelegd in de nota verantwoorde ambulancezorg 20, zijn ook van toepassing op de zorgambulance. Dit geldt evenzeer voor wettelijke eisen met betrekking tot klachtenbehandeling. Het meten van cliënttevredenheid is een verplichting die RAV organisaties kennen in het kader van de Kwaliteitswet. De zorgambulance maakt hiervan onderdeel uit. 8.3. Afstemming met ketenpartners In het kader van de kwaliteit en continuïteit van de zorgverlening is afstemming met ketenpartners over de zorgambulance van groot belang. Voor ketenpartners/bevoegd aanvragers dient helder te zijn in welke situaties en op welke wijze een zorgambulance kan worden aangevraagd. Indien aan de orde maken RAV en ketenpartner afspraken over de inzet van de zorgambulance (zie o.a. 4.2. inzet zorgambulance in opgeschaalde situatie). 20 Nota Verantwoorde ambulancezorg, juni 2009. Pagina 17 van 24

Bijlage 1. Eindtermen Zorgambulancebegeleider De zorgambulancebegeleider kan met betrekking tot de specifieke context van de ambulancezorg: Verzamelen en interpreteren van gegevens De zorgambulancebegeleider vormt zich binnen de zorgsituatie een gedetailleerd beeld van de gezondheidsproblematiek van de patiënt. Specifieke aandachtpunten zijn: - Inclusie- en uitsluitcriteria voor de zorgambulance; - Kort-cyclische karakter van de zorgsituatie; - De mogelijke communicatieve beperkingen van de patiënt; - Op methodische wijze komen tot een zorgplan. Plannen van de zorg De zorgambulancebegeleider kan de basiszorg plannen, rekening houdend met de mogelijkheden van de ambulancezorg. Specifieke aandachtpunten zijn: - Logistieke processen binnen de ambulancezorg; - Het indiceren en toepassen van verplaatsingstechnieken en hulpmiddelen. Uitvoeren van de zorg De zorgambulancebegeleider voert binnen de context van de professionele standaard 21 de basiszorg uit. Specifieke aandachtspunten zijn: - Uitvoering van beroepsmatige handelingen gebaseerd op toepassing van routines, standaardprocedures of regio specifieke procedures; - Verplegende elementen 22 Opname van voeding en vocht; Helpen bij de uitscheiding; Medicijnen toedienen (zelfmanagement); Tracheacanule en een tracheastoma verzorgen; Blaaskatheters en maagsondes verzorgen; Zuurstof toedienen; - Het indiceren en toepassen van reanimatie en AED gebruik 23 ; - Het toepassen van zuurstof therapie en infusietherapie binnen de protocollaire kaders; - Patiëntveiligheid waarborgen. 21 Beroepskwalificaties verzorgende IG/verpleegkundige niveau 4/5 en relevante protocollen LPA 22 Handelingen zoals beschreven in de matrix Differentiatie verzorgings-/verpleegtechnische handelingen op de zorgambulance 23 De zorgambulancebegeleider beschikt over een door de Nederlandse Reanimatie Raad (NRR) erkend diploma BLS met AED en een EHBO-diploma dan wel over aantoonbare kwalificaties gesteld in dit diploma. Pagina 18 van 24

De zorgambulancebegeleider kent en herkent factoren, symptomen en/of ziektebeelden die mogelijk een bedreiging vormen voor de patiënt zelf. Specifieke aandachtspunt(e)n zijn: - Beoordeelt of patiënt binnen inzetcriteria valt en overlegt zo nodig met de MMA. - Bewaakt de vitale functies van een zorgvrager; - Meldt aan de meldkamer ambulancezorg de veranderingen in de zorgvraag of in de omgeving, wanneer deze haar competentie of verantwoordelijkheid te boven gaat. De zorgambulancebegeleider organiseert en coördineert de zorg rond de patiënt (zorginhoudelijke regiefunctie) teneinde de continuïteit van zorg te waarborgen. Specifieke aandachtspunten zijn: - Doet mondeling en schriftelijk verslag (ritformulier); - Communicatiemodellen en middelen. Communicatie De zorgambulancebegeleider draagt zorg voor een effectieve communicatie en interactie met patiënten en andere betrokkenen. Specifieke aandachtspunten zijn: - Ritformulier; - Communicatieprotocol met MKA; - Overdrachtsprotocol; - C2000. Samenwerking De zorgambulancebegeleider neemt op systematische wijze gegevens in ontvangst en verwerkt de overdrachtsgegevens op een adequate wijze. De zorgambulancebegeleider draagt de zorg op een systematische wijze over. Specifieke aandachtspunten zijn: - Samenwerking als ambulanceteam; - Samenwerking met de meldkamer ambulancezorg; - Verantwoordelijkheden in het kader van samenwerking binnen de ambulancezorg. Kennis en wetenschap De zorgambulancebegeleider levert een bijdrage aan de ontwikkeling van het beroep. Specifieke aandachtspunten zijn: - Levert op microniveau een bijdrage aan de verbetering van de kwaliteitszorg van de ambulancezorg; - Kan de eigen deskundigheid bevorderen; - Voert onderwijsactiviteiten 24 uit voor aankomende en/of zittende beroepsgenoten; - Begeleidt junior collega s in het kader van praktijkleren en adequaat functioneren in de eigen organisatie. 24 Hieronder valt onder andere het geven van werkinstructies aan nieuwe medewerkers, verzorgen klinische les. Pagina 19 van 24

Maatschappelijk handelen De zorgambulancebegeleider levert een bijdrage aan de maatschappelijke erkenning, legitimatie van het beroep verzorgende/verpleegkundige. Specifieke aandachtspunten zijn: - Handelt overeenkomstig de geldende wetgeving; - Legt aan collega s en management verantwoording af over de effectiviteit en efficiency van het eigen professioneel handelen. De zorgambulancebegeleider treedt adequaat op bij incidenten in de zorg en bij incidenten die de veiligheid van patiënten en/of medewerkers betreffen. Organisatielidmaatschap De zorgambulancebegeleider werkt effectief en doelmatig binnen de organisatie ambulancezorg en binnen de gehele keten van zorgverlening. De zorgambulancebegeleider committeert zich aan de rechten en plichten als werknemer en als professional in de arbeidssituatie. De zorgambulancebegeleider draagt als organisatielid bij aan de continuïteit en effectiviteit van de organisatie ambulancezorg (RAV). Professionaliteit De zorgambulancebegeleider zorgt voor de eigen professionele ontwikkeling. Specifieke aandachtspunten zijn: - Heeft een reflectieve beroepshouding; - Brengt de eigen beroepsontwikkeling in kaart en definieert haar eigen leervragen; - Levert een bijdrage aan de ontwikkeling van de professionele standaarden; - Handelt conform de professionele standaarden; - Maakt eigen normen ondergeschikt aan de professionele standaarden; - Behandelt de patiënt met respect conform de beroepscode ambulancezorg. - Past de beroepsattitude toe. Pagina 20 van 24

Bijlage 2. Eindtermen chauffeur zorgambulance De chauffeur zorgambulance kan met betrekking tot de specifieke context van de ambulancezorg: Vakinhoudelijk handelen Primair proces verkeer De chauffeur zorgambulance voert onder uiteenlopende omstandigheden het primaire proces verkeer effectief en efficiënt uit op advanced beginner niveau. De verkeersveiligheid en snelheid combineren en de rijstijl afstemmen op elke situatie waarin de patiënt verkeert. Anticiperen, stressbestendig optreden, goed concentreren en snel reageren. De verkeerswetgeving toepassen. Geografische kennis en stratenkennis toepassen en de navigatiesystemen bedienen. Grensoverschrijdend vervoer uitvoeren. Vervoersvoorschriften toepassen en de daaraan gerelateerde documenten benoemen. Op een adequate wijze zijn voertuig beheersen. Primair proces zorg De chauffeur zorgambulance voert onder uiteenlopende omstandigheden het primaire proces zorg effectief en efficiënt uit op advanced beginner niveau. Zijn eigen veiligheid en die van anderen op een goede manier waarborgen. Een situatie creëren zodat de ambulancezorgverlener zich met de directe patiëntenzorg kan bezighouden. Onder begeleiding en in opdracht van de ambulancezorgverlener assisteren bij zorghandelingen gebaseerd op toepassing van routines, standaardprocedures of regio specifieke procedures 25. Onder een zekere emotionele druk werken, stress bij anderen herkennen en hanteren. Psychosociale problemen van de patiënt herkennen en hiermee omgaan. Communicatie De chauffeur zorgambulance draagt zorg voor een effectieve communicatie en interactie met patiënten en andere betrokkenen. Specifieke aandachtspunten zijn: - Communicatieprotocol met MKA; - Communicatiemiddelen. Communicatiemiddelen en communicatieprocedures toepassen. Efficiënt en effectief communiceren en diverse basale communicatiestijlen hanteren. Samenwerking De chauffeur zorgambulance kan een professionele samenwerkingsrelatie aangaan met zijn collega ambulancezorgverlener, centralist meldkamer ambulancezorg, zorgpartners of betrokken instanties. 25 De chauffeur zorgambulance beschikt hiervoor over een door de Nederlandse Reanimatie Raad (NRR) erkend diploma BLS met AED en een EHBO-diploma. Pagina 21 van 24

Kennis en wetenschap De chauffeur zorgambulance levert een bijdrage aan de ontwikkeling van het beroep. Specifieke aandachtspunten zijn: - Levert op microniveau een bijdrage aan de verbetering van de kwaliteitszorg op de zorgambulance; - Kan de eigen deskundigheid bevorderen; - Begeleidt junior collega s van de zorgambulance in het kader van praktijkleren en adequaat functioneren in de eigen organisatie. Maatschappelijk handelen De chauffeur zorgambulance levert een bijdrage aan de maatschappelijke erkenning, legitimatie van zijn functie. Specifieke aandachtspunten zijn: - Handelt overeenkomstig de geldende wetgeving; - Legt aan collega s en management verantwoording af over de effectiviteit en efficiency van het eigen professioneel handelen. De chauffeur zorgambulance treedt adequaat op bij incidenten in de zorg en bij incidenten die de veiligheid van patiënten en/of medewerkers betreffen. Organisatielidmaatschap De chauffeur zorgambulance werkt effectief en doelmatig binnen de organisatie ambulancezorg en binnen de gehele keten van zorgverlening. De chauffeur zorgambulance committeert zich aan de rechten en plichten als werknemer en als professional in de arbeidssituatie. De chauffeur zorgambulance draagt als organisatielid bij aan de continuïteit en effectiviteit van de organisatie ambulancezorg (RAV). Professionaliteit De chauffeur zorgambulance zorgt voor de eigen professionele ontwikkeling. Specifieke aandachtspunten zijn: - Heeft een reflectieve beroepshouding; - Brengt de eigen beroepsontwikkeling in kaart en definieert haar eigen leervragen; - Levert een bijdrage aan de ontwikkeling van de professionele standaarden; - Handelt conform professionele standaarden; - Maakt eigen normen ondergeschikt aan de professionele standaarden; - Handelt conform (rij)technische standaarden; - Behandelt de patiënt met respect conform de beroepscode ambulancezorg; - Past de beroepsattitude toe. Pagina 22 van 24

Bijlage 3. Leden werkgroep Zorgambulance De heer F. Beffers, Ambulance Amsterdam Mevrouw Chr. Brinkhoff, RAVU (vervanger: de heer G. Kamp, RAVU) De heer J. Deriks, RAV Zuid-Limburg De heer A. van Eldik, namens V&VN Ambulancezorg De heer W. Gruijters, Ambulancezorg Nederland De heer W. Gijzen, RAV Zuid Holland Zuid Mevrouw M. Hoogeveen, Ambulancezorg Nederland De heer R. Meppelder, namens Nederlandse Vereniging Medisch Managers Ambulancezorg Mevrouw L. Prins, Ambulancezorg Nederland (secretariële ondersteuning) Mevrouw M. Wassink, RAV IJsselland (voorzitter) Pagina 23 van 24