INHOUD 1 TECHNISCHE KENMERKEN 1.1 BESCHRIJVING VAN DE KETEL....................................... blad 1 1.2 BUITENAFMETINGEN 1.3 TECHNISCHE KENMERKEN.......................................... blad 2 1.4 BINNENAANZICHT 1.5 KENMERKEN VAN DE CIRCULATIEPOMP............................... blad 3 1.6 BIJ DE KETEL GELEVERDE TOEBEHOREN 1.7 CONTROLES EN IJKINGEN IN DE FABRIEK 2 INSTALLATIE 2.1 MONTAGE-INSTRUCTIES............................................ blad 5 2.2 INSTRUCTIES VOOR DE VERWARMINGSINSTALLATEUR 2.3 INSTRUCTIES VOOR DE GASAANSLUITING............................. blad 6 2.4 KENMERKEN VAN HET KETELVOEDINGSWATER 2.5 VEILIGHEIDSAQUASTAAT EN THERMOKOPPELONDERBREKING 2.6 BEVEILIGING TEGEN TERUGSTROMEN VAN ROOKGASSEN 2.7 ELEKTRISCHE AANSLUITING 3 GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUD 3.1 CONTROLES VOOR DE ONTSTEKING................................. blad 9 3.2 DE KETEL ONTSTEKEN 3.3 DE KETEL DOVEN 3.4 CONTROLE EN ONDERHOUD
1 Technische kenmerken 1.1 BESCHRIJVING VAN DE KETEL De reeks verwarmingsketels op gas RMS B-HR werd ontwikkeld om de gebruiker optimaal comfort te bieden en slechts minimaal onderhoud te vergen. De rationele schikking van alle elementen maakt bovendien het werk van de installateur gemakkelijker tijdens montage- en onderhoudswerkzaamheden. Deze verwarmingssystemen zijn uitgerust met alle reglementair voorgeschreven veiligheids- en controle-organen. Door hun technische en functionele kenmerken beantwoorden ze aan de wettelijke voorschriften inzake de veiligheid en het gebruik van stookgas. In deze handleiding vindt u alle gebruiks- en onderhoudsinstructies die u nodig hebt voor een correcte, langdurige en betrouwbare werking van de ketel. 1.2 BUITENAFMETINGEN 1.2.1 Reeks RMS 22 tot 42 B-HR Fig. 1 a 1.2.2 Reeks RMS 51 tot 72 B-HR Fig. 1 b 1
TABEL 1 Model Afmetingen Vertrek Terugkeer Terugkeer Gas- Water- Gewicht in mm C.V. met pomp zonder pomp aansluiting inhoud (*) D R L A B C G I kg RMS 22 B-HR 112-505 1 1/ 2 1 1 1/ 2 3/4 6,6 74,1 RMS 32 B-HR 132-595 1 1/ 2 1 1 1/ 2 3/4 9,9 98,3 RMS 42 B-HR 152-720 1 1/ 2 1 1 1/ 2 3/4 13,2 122,3 RMS 51 B-HR 182 1.440 670 1 1/ 2 1 1 1/ 2 3/4 16,5 146,1 RMS 52 B-HR 182 1.440 670 1 1/ 2 1 1 1/ 2 3/4 16,5 146,1 RMS 62 B-HR 182 1.440 770 1 1/ 2 1 1 1/ 2 3/4 19,8 169,3 RMS 72 B-HR 202 1.700 870 1 1/ 2 1 1 1/ 2 3/4 23,1 193,0 (*) Gewicht met pomp: + 7,7 kg 1.3 TECHNISCHE KENMERKEN TABEL 2 Model Aantal Nuttig Gasdebiet Inspuitstuk Brandertuk Max. delen vermogen m 3 /h Ø in mbar bedrijfsdruk kw kcal/h G20 mm G20 G25 mbar RMS 22 B-HR 2 8,4 7.200 1,025 3 x 1,65N 8,6 10,7 3 RMS 32 B-HR 3 16,9 14.500 2,060 3 x 2,45 6,7 9,1 3 RMS 42 B-HR 4 24,4 21.000 2,900 3 x 2,65 10,3 13,0 3 RMS 51 B-HR 5 32,0 27.500 3,935 3 x 3,05 10,2 12,7 3 RMS 52 B-HR 5 37,2 32.000 4,410 3 x 3,30 9,2 11,4 3 RMS 62 B-HR 6 45,3 39.000 5,485 3 x 3,55 10,6 13,3 3 RMS 72 B-HR 7 54,1 46.500 6,530 3 x 3,80 11,8 14,7 3 1.4 BINNENAANZICHT LEGENDE 1 Blok met 5 aansluitingen 2 Thermometer 3 Gasafsluiter 4 T-stuk voor gasregeling 5 Onderbroken thermokoppel 6 Kijkglaasje 7 Waakvlam 8 Branderverdeelstuk 9 Pijp stroomafwaarts van de circulatiepomp 10 Aftapkraantje 11 Drukaansluiting 12 Voedingspijp waakvlam 13 Circulatiepomp 14 Pijp stroomopwaarts van de circulatiepomp 15 Manuele ontluchter 16 Dubbele aquastaat (veiligheid + ketel) 17 Piëzo-elektrische ontsteking 18 Rookgasthermostaat Fig. 2 2
1.5 KENMERKEN VAN DE CIRCULATIEPOMP De verwarmingsketels op gas RMS B-HR kunnen worden uitgerust met een GRUNDFOS UPS 15-45x18 SELECTRIC pomp, die in de ketel is ingebouwd, samen met de kablering. De kenmerken van het debiet en de opvoerhoogte bij verschillende snelheden van de seriepomp staan vermeld in fig. 3. OPMERKING: Controleer de pomp vóór u de ketel ontsteekt: de pomp mag niet geblokkeerd zijn. Om ze te deblokkeren moet u alleen maar de dop op de voorzijde afnemen en met een schroevendraaier met platte kop de pompas doen draaien. 1.6 BIJ DE KETEL GELEVERDE TOEBEHOREN RMS B-HR -reeks Instelaquastaat, thermometer, stroomsnoer met stekker, aftapkraantje van de ketel, piëzo-elektrische ontsteking, veiligheidsaquastaat met manuele reset met thermokoppelonderbreking, rookgas-veiligheidsthermostaat, gasafsluiter, waakvlam, atmosferische branders, trekonderbreker (ingebouwd bij RMS 22 tot 42 B-HR ; apart bij RMS 51 tot 72 B-HR ). RMS B-HR -reeks met pomp Zelfde toebehoren als bij de RMS B-HR ketel + GRUNDFOS UPS 15-45 pomp. 1.7 CONTROLES EN IJKINGEN IN DE FABRIEK Alle componenten van de ketels worden stuk voor stuk getest vóór de montage. Elke ketel wordt bovendien onderworpen aan een extra dichtheidscontrole om alle eventuele water- of gaslekken op te sporen, terwijl ook de ijking van de bedrijfsdruk van de branders volgens de waarden in Tabel 3 en de perfecte werking van de controle- en beveiligingsorganen worden geverifieerd. GRUNDFOS UPS 15-45 POMP Fig. 3 3
4
2 Installatie 2.1 MONTAGE-INSTRUCTIES Bij alle installaties met gasgestookte verwarmingsketels moet men rekening houden met de volgende voorschriften: Alleen een erkende installateur mag het toestel installeren. Bij de installatie van het toestel moet rekening worden gehouden met: - norm NBN D 51-003 betreffende installaties op gas en eventueel met de lokale voorschriften; - de openingen die nodig zijn om een voldoende hoeveelheid verse lucht naar de verwarmingsruimte te laten stromen; - de reglementering voor elektrische installaties die moet worden nageleefd. De ketel moet zo dicht mogelijk bij de schoorsteen worden geplaatst. De schoorsteen moet een voldoende doormeter hebben. Wanneer verscheidene toestellen op dezelfde schoorsteen worden aangesloten moet de doorsnede van de schoorsteen groot genoeg zijn voor een gelijktijdige werking van alle toestellen. Indien de installatie in moeilijke omstandigheden moet gebeuren, neemt u best contact op met de gasdistributiemaatschappij. De ketel wordt geleverd in een opengewerkte kist. Deze kan ook gebruikt worden ter bescherming van de ketel na de montage. De ketel mag slechts worden gebruikt met systemen met een voldoende hydraulische druk (minimaal 3 mce). 2.2 INSTRUCTIES VOOR DE VERWARMINGSINSTALLATEUR Vóór u de ketel installeert moet u eerst het plan met de minimale afstanden raadplegen. Als u die afstanden wilt verminderen, moet u rekening houden met deze vereisten: - de temperatuur van de aangrenzende wanden mag niet hoger liggen dan de kamertemperatuur plus 50 C; - de ruimte rond de ketel moet groot genoeg zijn om onderhouds- en herstellingswerkzaamheden mogelijk te maken. Indien u de ketel installeert op een vloer die uit brandbaar materiaal bestaat, moet eerst een brandwerende sokkel worden aangebracht. De deur en de bovenzijde van de ketel moeten altijd bereikbaar blijven voor het onderhoud van de ketel. De maximale druk van de ketel bedraagt 4 bar. De aansluitingen voor de vertrek- en terugkeer C.V. bevinden zich aan de achterkant van de ketel (zie hiervoor ook de technische gegevens). Monteer de rookafvoerpijp en sluit ze aan op de schoorsteen. Kies het materiaal voor de rookafvoerpijp in overeenstemming met de normen. Als de installatie voltooid is, mag de ketel worden gevuld met water. Reinig de hele installatie goed om alle onzuiverheden te verwijderen die de goede werking van de circulatiepomp zouden kunnen verstoren. Controleer de installatie op eventuele lekken. BELANGRIJK: Elke aansluitbus is op de ketel gemonteerd met een vloeibaar afdichtingsprodukt. Om lekken aan het watercircuit van de ketel te vermijden mag u daaraan niets wijzigen. Gebruik nooit hennep om de leidingen op de ketel aan te sluiten: het gietijzer breekt makkelijk. OPGELET: Als de instelaquastaat en/of de veiligheidsaquastaat moeten worden vervangen, moet de voeler van de instelaquastaat achteraan in de speciale bus worden geplaatst en de voeler van de veiligheidsaquastaat vooraan in de bus. RMS 22 tot 42 B-HR RMS 51 tot 72 B-HR Fig. 4 5
2.3 INSTRUCTIES VOOR DE GASAANSLUITING Vóór u met de montage begint moet u het debiet van de gasmeter controleren. Vergeet daarbij ook de capaciteit van de andere huishoudelijke toestellen op gas niet. De capaciteit van de meter moet voldoende zijn om alle gastoestellen die eruit worden gevoed tegelijkertijd te laten functioneren. De gasaansluiting, waarvoor 3/4 M. wordt gebruikt, bevindt zich aan de achterzijde van de ketel. Vermijd tijdens de montage dat er druk zou worden uitgeoefend op de reeds aanwezige gasleidingen. Voer de aansluiting van de gasleiding uit in overeenstemming met de installatienormen, zie NBN D 51-003. Hou eveneens rekening met de voorschriften van de gasmaatschappij. De gasaansluiting van de ketel is geen maatstaf voor de diameter van de gasleidingen van de installatie. Deze diameter moet worden bepaald op basis van de belasting en de lengte van de leiding. Als u de installatie controleert op gaslekken mag u de gasverdeelpijp niet onder druk zetten. De maximale bedrijfsdruk op de gasafsluiter bedraagt 50 mbar. Voor de gasleidingen bedraagt de maximale testdruk 150 mbar. De ketel is in de fabriek ingesteld op gassen van categorie I 2. warmtewisselaar onder de fabriekswaarde van de aquastaat zelf is gedaald. Daarna schroeft u het dopje eraf en drukt u op de knop om de waakvlam opnieuw in te schakelen. 2.6 BEVEILIGING TEGEN TERUGSTROMEN VAN ROOKGASSEN De RMS B-HR -ketels zijn voorzien van een rookgasthermostaat op de binnenwand van de ketel. Deze beveiliging voorkomt het uitstromen van rook in het vertrek. Als er continu rook terugstroomt naar het lokaal en er een gevaarlijke situatie zou kunnen ontstaan, onderbreekt deze beveiliging de elektrische stroom van de gasafsluiter. Om de ketel opnieuw in te schakelen moet u alleen maar de bescherming van de thermostaat losschroeven en op de drukknop duwen. Controleer echter vooraf of de stroom is uitgeschakeld. Mocht de rookgasthermostaat herhaaldelijk werken, dan moet u de schoorsteen controleren en eventueel wijzigen, zodat er opnieuw voldoende trek is. De voeler van de rookgasthermostaat moet op de RMS 51 52 62 72 B-HR modellen aan de achterzijde van de ketel worden gemonteerd op de steunflens van de trekonderbreker. Bevestig de voeler met de borgmoer die reeds aanwezig is op de voeler (fig. 5). 6 2.4 KENMERKEN VAN HET KETELVOEDINGSWATER Als het water een hardheidsgraad heeft van meer dan 20 tot 25 Fr verdient het aanbeveling om behandeld water te gebruiken, zowel voor het sanitaire circuit als voor het heropwarmingscircuit. De vorming van ketelsteen door kalkafzetting vermindert immers de thermische overdracht. Zelfs een kleine hoeveelheid ketelsteen - met een dikte van slechts enkele millimeter - leidt door zijn geringe thermische geleidbaarheid tot een aanzienlijke oververhitting van de ketelwanden en bijgevolg tot ernstige defecten. HET IS ABSOLUUT NOODZAKELIJK BEHANDELD WATER TE GEBRUIKEN IN DE VERWARMINGSINSTAL- LATIE IN DE VOLGENDE GEVALLEN: grote installaties (grote waterinhoud); frequente watertoevoer, integratie van installaties. Als de installatie geheel of gedeeltelijk moet worden geleegd verdient het sterk aanbeveling om ze telkens met behandeld water te vullen. 2.5 VEILIGHEIDSAQUASTAAT EN THERMOKOPPELONDERBREKING Op de RMS B-HR ketels is de veiligheidsaquastaat gemonteerd op de binnenwand van de ketel. Hij is in serie geschakeld in het circuit van het onderbroken thermokoppel en de smoorspoel van de gasafsluiter. Zodra de temperatuur van de ketel 100 C overschrijdt dooft hij onmiddellijk de hoofdbrander en de waakvlam. Het betreft een aquastaat met manuele reset. Als de aquastaat met manuele reset in werking is getreden en u de waakvlam en de ketel opnieuw wilt laten branden, moet u wachten tot de temperatuur van de LEGENDE 1. Voeler 2. Borgmoer 3. Steunflens voeler 4. Koppeling 2.7 ELEKTRISCHE AANSLUITING Fig. 5 De elektrische aansluiting moet worden uitgevoerd overeenkomstig de NBN-normen, het onderstaande elektrisch schema en de van kracht zijnde technische reglementering. De linker helft van het aansluitblok is voorzien van twee rijen bevestigingsschroefjes voor de draden. Sluit de kamerthermostaat, de pomp en de netvoeding aan. De veiligheidsaquastaat is aangesloten op het thermokoppelcircuit. OPMERKING: De ketel moet in elk geval worden aangesloten op een stopcontact met aarding; gebeurt dit niet, dan wijst SIME elk verantwoordelijkheid af voor schade of lichamelijk letsel.
Schema elektrische werking LEGENDE A Stroomkabel (niet meegeleverd) C Circulatiepomp (niet meegeleverd) TA Kamerthermostaat (niet meegeleverd) S WIELAND-stekker PWIELAND-stopcontact VG Gasafsluiter TS Veiligheidsaquastaat TC Ketelaquastaat T Thermokoppel V Waakvlam TF Rookgasthermostaat M Bruine kabel B Blauwe kabel J/V Geelgroene kabel Schema elektrische bekabeling OPMERKING De kamerthermostaat moet worden aangesloten op de klemmen van het aansluitblok, zoals aangegeven op het plan, d.w.z. op klemmen 2 en 3. De thermostaat moet van het type anticiperende weerstand zijn. Fig. 6 7
8
3 Gebruiksaanwijzing en onderhoud 3.1 CONTROLES VOOR DE ONTSTEKING Vóór u de ketel voor de eerste keer ontsteekt, verdient het aanbeveling om de volgende controles uit te voeren: Controleer of er voldoende water in de installatie is. In de leidingen mag geen lucht zitten, ontlucht indien nodig. Controleer of alle afsluiters open staan. Controleer of alle afvoerleidingen van de verbrandingsprodukten (rookkanaal, schoorsteen) vrij zijn. Open de gaskraan en controleer de koppelingen en aansluitingen, met inbegrip van de brander, op hun dichtheid. Verwijder de eventuele lucht in de gasleidingen met behulp van de ontluchter van de drukaansluiting aan de ingang van de gasafsluiter. Controleer of alle elektrische verbindingen correct zijn gelegd en of de aardingskabel op een goede aarding is aangesloten. Controleer of de pomp niet is geblokkeerd en deblokkeer ze indien nodig. Veiligheid: er mogen in de buurt van de ketel geen ontvlambare vloeistoffen of materialen voorkomen. laten branden, moet u alleen maar de knop van de ketelaquastaat (16 fig. 2) op de minimumstand zetten, of de elektrische stroom van de ketel onderbreken. 3.3.2 De waakvlam doven Om de ketel volledig uit te schakelen (zowel de hoofdbrander als de waakvlam) moet u alleen maar de ontstekingsknop van de gasafsluiter (1 fig. 7) in de richting van de wijzers van de klok draaien. Als u gedurende lange tijd afwezig bent, verdient het aanbeveling om ook de gaskraan aan de ingang van de ketel dicht te draaien en de elektrische stroom uit te schakelen. 3.2 DE KETEL ONTSTEKEN 3.2.1 De waakvlam ontsteken Om de ketels van de RMS B-HR -serie die voorzien zijn van een Honeywell V 4600 D gasafsluiter te ontsteken, voert u eerst alle handelingen uit van punt 3.1 en dan gaat u als volgt tewerk (fig. 7): Schakel de elektrische stroom van de ketel uit; Verwijder de lucht uit de gasleidingen met behulp van de ontluchter op de drukaansluiting (5), aan de ingang van de gasafsluiter (alleen de eerste keer). Druk de drukknop op de gasafsluiter helemaal in (1) en druk tegelijk en verscheidene keren op de drukknop van de piëzo-elektrische ontsteking (17 fig. 2). Hou de drukknop van de afsluiter 15 tot 20 seconden ingedrukt, laat hem dan los en controleer door het kijkglaasje of de waakvlam blijft branden. Als ze dooft, begint u opnieuw. Regel het gasdebiet van de waakvlam met behulp van de schroef (4). Om de waakvlam te verminderen draait u de schroef met de wijzers van de klok mee, om ze te vergroten draait u in tegenovergestelde richting. 3.2.2 De hoofdbrander ontsteken Om de hoofdbrander te ontsteken moet u de ketel onder spanning zetten en de aquastaat van de ketel (16 fig. 2) en de (eventuele) kamerthermostaat op de gewenste temperatuur instellen. Aangezien de waakvlam reeds brandt, zal de hoofdbrander van de ketel beginnen te branden en weer automatisch doven, afhankelijk van de vraag naar warmte. 3.3 DE KETEL DOVEN 3.3.1 De hoofdbrander doven Om de hoofdbrander te doven, maar de waakvlam te LEGENDE 1 Knop voor ontsteking en doven 2 Elektrische aandrijving 3 Regelschroef van de waakvlam 4 Drukaansluiting stroomafwaarts 5 Drukaansluiting stroomopwaarts 3.4 CONTROLE EN ONDERHOUD Om altijd zeker te zijn van een onberispelijke werking verdient het aanbeveling om de ketel na elk stookseizoen te controleren en de volgende werkzaamheden uit te voeren: de schoorsteen vegen; de branders reinigen; de gietijzeren warmtewisselaar reinigen; de waakvlam controleren; de regelapparatuur controleren. 3.4.1 De branders reinigen Fig. 7 Maak de kabels van de veiligheidsaquastaat los van het onderbroken thermokoppel. Maak de stroomkabels los van het aansluitblok van de gasafsluiter. Sluit de gaskraan en schroef de koppelbus stroomopwaarts van de gasafsluiter los. Verwijder de schroeven waarmee het branderverdeel- 9
stuk vastzit aan de gietijzeren uiteinden. Richt een straal perslucht op de binnenzijde van de branders, zodat alle eventueel opgehoopt stof wordt verwijderd. Controleer of het doorboorde bovenste gedeelte vrij is van afzetting. Let op dat u tijdens het demonteren en opnieuw monteren van de branders geen delicate onderdelen forceert, zoals het uiteinde van het thermokoppel en de ontstekingselektrode. 3.4.2 De gietijzeren warmtewisselaar reinigen De rookkanalen moeten worden gereinigd wanneer de branders uit de ketel zijn gedemonteerd. Verwijder de rookbuis uit de trekonderbreker en verwijder dan de trekonderbreker uit de buis van de rookkast. Neem het deksel van de mantel om toegang te krijgen tot de rookkast. Draai de drie moeren waarmee de rookkast vastzit aan de gietijzeren zij-elementen enkele slagen los (1 moer links en 2 moeren rechts). U kunt die moeren langs buiten bereiken met een pijpsleutel of met een normale sleutel aan de binnenzijde van de mantel. Verwijder de rookkast door ze op te lichten, zodat u toegang krijgt tot de gietijzeren warmtewisselaar. Reinig met een ovendweil de binnenzijde van de warmtewisselaar door de ovendweil schuin naar binnen te steken, te beginnen aan de bovenzijde van de ketel. Verwijder het roet, bij voorkeur met een stofzuiger, van de recuperatiebak van de ketel. 3.4.3 De waakvlam controleren Controleer of het thermokoppel, de waakvlam en de ontstekingselektrode in goede toestand zijn. Controleer meer bepaald of: de ontstekingselektrode schoon is en de porseleinen isolatie niet beschadigd is; de ontstekingskabel niet onderbroken of verbrand is. Reinig het inspuitstuk van de waakvlam, maar gebruik daarvoor geen metalen borstels of draden. Als u bij het demonteren van de waakvlam ook het thermokoppel hebt losgekoppeld om de elektrische verbinding met de gasafsluiter te reinigen, schroef het thermokoppel dan opnieuw met de hand op de gasafsluiter en draai het met de sleutel slechts één zesde slag verder vast. 3.4.4 Controle van de regelapparatuur Als u alles weer hebt geassembleerd schakelt u de ketel weer in en controleert u hem een volledige cyclus om na te gaan of alle controle- en beveiligingselementen van de ketel correct functioneren. 10
gietijzeren verwarmingsketels op gas RMS B-HR technische handleiding voor installateurs