2.6 Rechtsbijstand verdachte

Vergelijkbare documenten
Tweede Kamer der Staten-Generaal

Hoofdstuk 1: Het recht van de verdachte op toegang tot rechtsbijstand

Conceptwetsvoorstel rechtsbijstand en politieverhoor

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

6/03/2015. Marc Bockstaele (ere)hoofdcommissaris Federale Gerechtelijke Politie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Salduz en verhoorbijstand

Rechtsbijstand. Datum gegenereerd: :08:34

==================================================================== Artikel 1

Wetsvoorstel tot vaststelling van Boek 2 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering Het opsporingsonderzoek

Leidraad voor het nakijken van de toets

Titel II. Straffen. 1. Algemeen. Artikel 1:11

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Kwalificatiedossier: BOA OV Module 3 Orde, rust en veiligheid Toetsvorm: 20 Gesloten vragen Toetsduur: 45 minuten Cesuur: 68%

Als er sprake is van een incident op heterdaad (tijdens of kort na plegen) en het gaat om een mishandeling of een bedreiging met mishandeling:

Zakboekenpolitie.com

Zakboekenpolitie.com

Zakboekenpolitie.com

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Het Nederlandse recht op verhoorbijstand door een advocaat voor niet-aangehouden verdachten

Verruiming spreekrecht in rechtszaal van kracht

Tweede Kamer der Staten-Generaal 2

Reglement van orde van het College van Beroep voor de examens

BOA PV. + combibon juni 2013/4 e druk lesboek. proces-verbaal = een woordelijk verslag van de gang van zaken

JURISPRUDENTIE STRAFRECHT. Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop

ECLI:NL:PHR:2014:1700 Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie Datum publicatie Zaaknummer 12/04833

Gemeentewet. Hoofdstuk IX. De bevoegdheid van de raad. Artikel 151b

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)

Mr Henk van Asselt. Werkzaam op het advocatenkantoor te Roosendaal. Strafrechtadvocaat. Lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten

Aanhouding en inverzekeringstelling

Regeling melding misstand woningcorporaties

GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2002 Nr. 29

Hoofdstuk 9 Awb: Klachtbehandeling

Bepalingen over de ouderbijdrage

Wet op de loonvorming Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming

ARTIKEL I. Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: Artikel 54a komt te luiden: Artikel 54a

Reglement Tuchtrechtspraak

Klachtenregeling rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Wettenbundel Opsporing

Aanpassing van wetgeving en vaststelling van overgangsrecht in verband met de herziening van de maatregelen van kinderbescherming

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Hebben goedgevonden en verstaan: ARTIKEL I

Wet schadefonds geweldsmisdrijven in werking per

Transcriptie:

Concept paragraaf 2.6 én 2.15 zakboek Sv HulpOvJ editie 2018 1. Rechtsbijstand verdachte, incl. verklaring van rechten, consultatie- en verhoorbijstand 2. Jeugdige verdachten 3. Link naar nieuwe beleidsbrief PG s: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2017-12009.html Versiedatum 10 april 2017 Auteur: MGM Hoekendijk Check altijd op www.zakboekenpolitie.com > Actualiteiten > Sv HulpOvJ of er niet een meer recent bestand is! Wetswijzigingen zijn als voorstel verwerkt in de zakboeken 2017. Alleen in het zakboek SvSr voor de opsporingsambtenaar 2016/2017(blauwe zakboek) staat nog het oude voorstel aanhouding buiten heterdaad. In de uiteindelijke wetswijziging is de hulpovj alsnog toch niet zelfstandig bevoegd tot het bevelen van de aanhouding buiten heterdaad!!! 2.6 Rechtsbijstand verdachte Vooraf 1. Omvangrijke wetswijziging Jarenlange en steeds strenger wordende jurisprudentie van het EHRM en de HR over rechtsbijstand, consultatiebijstand 1 en verhoorbijstand 2 hebben uiteindelijk geleid tot nieuwe wetgeving per 01 maart 2017. 3 Die wetgeving is uiteraard waar nodig in dit zakboek verwerkt (onder meer in deze paragraaf). 2. Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor en bijbehorende Beleidsbrief verhoorbijstand per 01-03-17 vervallen. 4 3. Nieuwe Beleidsbrief bijstand door vertrouwenspersoon bij verhoor minderjarige en procedure bij afstand verhoorbijstand door minderjarige. 5 4. Ophouden voor onderzoek / voorgeleiden bij RC / inbeslagneming Door voornoemde wetswijziging zijn ook gewijzigd: a. Verlenging van de termijn ophouden voor onderzoek ter zake een vh-feit met 3 uur naar 9 uur (zie 4.13) (minderjarige beneden 12 jaar blijft 6 uur, zie art. 487 Sv in de volgende paragraaf, zie hieronder 6 ). b. Verlenging van de termijn van voorgeleiding bij de RC met 3 uur naar 3 dagen en 18 uur (zie 4.28). c. Burger niet langer bevoegd tot inbeslagneming (art. 95 Sv, zie 6.9). 5. Verklaring van rechten Aan de verdachte moeten diens rechten worden meegedeeld (art. 27c Sv). Zie hierna. 6. Rechtsbijstand De verdachte heeft het recht om zich te doen bijstaan door een raadsman (art. 28 Sv). Zie hierna. 7. Consultatie- en verhoorbijstand Een aangehouden verdachte heeft het recht om voorafgaand aan zijn verhoor een raadsman te raadplegen (consultatiebijstand) én het recht op bijstand van een raadsman tijdens zijn verhoor (verhoorbijstand). Jeugdige verdachten kunnen ook kiezen voor de aanwezigheid van (ook) een andere vertrouwenspersoon bij het verhoor. Zie hierna. 8. Sfo / vordering ontneming Ingevolge art. 27 Sv komen de aan de verdachte toekomende rechten tevens toe aan de 1. HR 30-06-09, LJN BH3079, BH3081 en BH3084 (met noot Schalken in NJ 2009/349 t/m 351). Vaste jurisprudentie, zie bijv. HR 13-09-11, LJN BQ8907 (wederom met noot Schalken in NJ 2011/556) en 15-03- 16, ECLI:NL:HR:2016:407. 2. HR 22-12-15, ECLI:NL:HR:2015:3608 (met noot Klip in NJ 2016/52). Geen terugwerkende kracht: HR 06-09-16, ECLI:NL:HR:2016:2018 (met noot Reijntjes in NJ 2016, 442). 3. Wetswijziging Recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures, enz. (Stb. 2016, 475) en Wetswijziging Sv en enige andere wetten in verband met aanvulling van bepalingen over de verdachte, de raadsman en enkele dwangmiddelen (Stb. 2016, 476). Beiden inwerking getreden per 01 maart. 2017 (Stb. 2017, 66). 4. Aldus de Beleidsbrief van het College van PG s, Stcrt. 2017, 12009. 5. Voornoemde Beleidsbrief College van PG s, Stcrt. 2017, 12009. 6. En de Kamerstukken 34159, nr. 3 (MvT), onderdeel V (art. 487 Sv). Een minderjarige van 12 jaar of ouder kan dus 9 uur worden opgehouden voor onderzoek.

veroordeelde tegen wie een sfo is ingesteld of te wiens aanzien op een vordering ontneming voordeel (zie 6.16 e.v.) niet onherroepelijk is beslist. 9. Schending recht op consultatie- en/of verhoorbijstand Schending van het consultatierecht zal als regel leiden tot uitsluiting van de door het verhoor verkregen verklaring. Schending van het recht op verhoorbijstand behoeft voor zaken van voor 01-03-16 niet te leiden tot bewijsuitsluiting, daarna mogelijk wel. 7 10. Minderjarige verdachte Let op dat voor minderjarigen afwijkende bepalingen gelden (zie art. 487 e.v. Sv in de volgende paragraaf, zie hieronder). 11. Het pv Uiteraard moet de gang van zaken rond de aangeboden en verleende rechtsbijstand (inclusief de gang van zaken rond consultatie- en verhoorbijstand) tijdig, juist en volledig in het pv vermeld worden! Verzuim kan leiden tot grote problemen en in ieder geval tot vertraging van de strafzaak. Korte verdere inhoud van deze paragraaf 1. Verklaring van rechten (art. 27c Sv). 2. Besluit mededeling van rechten in strafzaken. 3. Mededeling recht op rechtsbijstand (art. 27ca Sv). 4. Plaats verhoor (art. 27cb Sv). 5. Verhoor als getuige of verdachte (art. 27d Sv). 6. Kennisgeving vrijheidsbeneming aan derde / consulaat (art. 27e Sv). 7. Rechtsbijstand (art. 28 Sv). 8. Afstand rechtsbijstand (art. 28a Sv). 9. Rechtsbijstand niet van toepassing bij aangewezen overtredingen (art. 28ab Sv). 10. Door hulpovj te regelen rechtsbijstand (art. 28b Sv). 11. Consultatiebijstand (art. 28c Sv). 12. Verhoorbijstand (art. 28d Sv). 13. Beperking consultatie- en/of verhoorbijstand (art. 28e Sv). 14. OvJ bevoegd naast hulpovj (art. 29d Sv). 15. Keuzerecht raadsman (art. 38 Sv). 16. Tot slot over de nieuwe wetgeving a. Besluit inrichting en orde politieverhoor (verwijzing). b. Afwijkende bepalingen minderjarige verdachte (verwijzing). c. Bijstand vertrouwenspersoon bij verhoor minderjarige verdachte (verwijzing). d. Aanwijzing raadsman door Raad voor de rechtsbijstand (verwijzing). e. Eén raadsman voor meerdere verdachten. f. Gebruikmaking consultatierecht: verlenging van de vrijheidsbeneming. 17. Jurisprudentie onder oude wetgeving (vóór 01 maart 2017), maar nog steeds van belang. 18. Nieuwe feiten tijdens verhoor. Art. 27c Sv (verklaring van rechten) 1. Aan de verdachte wordt bij zijn staande houding of aanhouding medegedeeld ter zake van welk strafbaar feit hij als verdachte is aangemerkt. Buiten gevallen van staande houding of aanhouding wordt de verdachte deze mededeling uiterlijk voorafgaand aan het eerste verhoor gedaan. 2. Aan de verdachte die niet is aangehouden, wordt voorafgaand aan zijn eerste verhoor, onverminderd art. 29, tweede lid (MH: de cautie, zie 2.8), mededeling gedaan van het recht op rechtsbijstand, bedoeld in art. 28, eerste lid (MH: zie hierna), en, indien van toepassing, het recht op vertolking en vertaling, bedoeld in art. 27, vierde lid (MH: zie 2.10). MH: - Als de verdachte zich na de mededeling wil voorzien van rechtsbijstand kan afhankelijk van de omstandigheden en/of bewijsbaarheid van het vermoedelijk gepleegde strafbare feit gekozen worden voor aanhouding (zwaardere feiten) of het op een ander tijdstip uitnodigen voor verhoor nadat de verdachte zelf voor rechtsbijstand heeft gezorgd (geringe overtreding waar het bewijs middels het pv van de opsporingsambtenaar te leveren is). Als in het laatste geval ondanks 7. Zie voor consultatiebijstand HR 30-06-09, LJN BH3079, BH3081 en BH3084 (met noot Schalken in NJ 2009/349 t/m 351) en voor verhoorbijstand HR 22-12-15, ECLI:NL:HR:2015:3608 (met noot Klip in NJ 2016/52).

(herhaalde) serieuze inspanningen een verdachte niet gehoord kan worden, dan behoeft dat niet-gehoord zijn van de verdachte niet in de weg te staan aan een vervolging en veroordeling (zelfs zonder aanwezigheid van de verdachte). 8 Uiteraard de gang van zaken tijdig, juist en volledig in het pv relateren! - Zie art. 28ab Sv hierna: art. 28, eerste lid Sv niet van toepassing bij verhoor ter plaatse van de staande gehouden verdachte van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen overtreding waarvoor een strafbeschikking zal worden uitgevaardigd (deze algemene maatregel was tijdens de totstandkoming van deze editie van het zakboek nog niet bekend). 3. Aan de aangehouden verdachte wordt onverwijld na zijn aanhouding en in ieder geval voorafgaand aan zijn eerste verhoor schriftelijk mededeling gedaan van: a. het recht om de in het eerste lid bedoelde informatie te ontvangen; b. de in het tweede lid bedoelde rechten; c. het bepaalde in art. 29, tweede lid (MH: de cautie); d. het recht op kennisneming van de processtukken op de wijze bepaald in de artikelen 30 tot en met 34 (MH: zie 2.14); e. de termijn waarbinnen de verdachte, voor zover hij niet in vrijheid is gesteld, krachtens dit wetboek voor de RC wordt geleid (MH: zie 4.28); f. de mogelijkheden om krachtens dit wetboek om opheffing of schorsing van de vh te verzoeken; g. het recht om een persoon in kennis te doen stellen van zijn vrijheidsbeneming, bedoeld in art. 27e, eerste lid; h. het recht om de consulaire post in kennis te doen stellen van zijn vrijheidsbeneming, bedoeld in art. 27e, tweede lid; i. de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen rechten (MH: Besluit mededeling van rechten in strafzaken, zie hierna). 4. Aan een verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt de mededeling van rechten in een voor hem begrijpelijke taal gedaan. 5. In het pv wordt melding gemaakt van de mededeling van rechten. Art. 1 Besluit mededeling van rechten in strafzaken (genoemd in voornoemd art. 27c, lid 3 onder i) (Besluit bestaat slechts uit één artikel) De schriftelijke mededeling, bedoeld in art. 27c, derde lid, Sv, omvat informatie over: a. het bepaalde in art. 27 van de Ambtsinstructie voor de politie, de KMar en andere opsporingsambtenaren (MH: mededeling insluiting aan betrokkenen, zie het zakboek Wetteksten); b. het bepaalde in art. 36, eerste lid, onderdeel b, van het op 24 april 1964 te Wenen tot stand gekomen Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen (MH: bij 'vreemdeling': in kennis stellen consulaat als de betrokkene dat verzoekt en in kennisstelling vreemdeling van dit recht, zie 4.27); c. het bepaalde in art. 32 van de Ambtsinstructie voor de politie, de KMar en andere opsporingsambtenaren (MH: overleg met arts, zie het zakboek Wetteksten). Art. 27ca Sv (mededeling recht op rechtsbijstand) 1. Onverminderd het bepaalde in art. 27c wordt de verdachte van zijn recht op rechtsbijstand, bedoeld in art. 28, eerste lid, mededeling gedaan: a. voor de ivs en voor de vordering tot ibs door de hulpovj of de OvJ, b. bij het eerste verhoor in geval van enig onderzoek verricht door de RC op grond van de artikelen 181 tot en met 183, door deze of door degene die in opdracht van de RC met het verhoor is belast; c. ( ). 2. ( ). Art. 27cb Sv (plaats verhoor) Het verhoor van een aangehouden verdachte vindt zoveel mogelijk plaats op een plaats die is bestemd voor het verhoren van verdachten of op een andere door de hulpovj of de OvJ aangewezen plaats van verhoor (MH: zie verder 2.8). 8. Zie bijv. Hof s-hertogenbosch 02-01-2007, LJN BA1213, Rb Roermond 21-12-2006, LJN AZ4994 en Rb Amsterdam 24-12-2012, LJN BY7420.

Art. 27d Sv (verhoor als getuige of verdachte) (zie ook 2.13) 1. De opsporingsambtenaar die een persoon uitnodigt om een verklaring af te leggen, deelt daarbij mee of deze als getuige of als verdachte wordt gehoord. 2. Indien ten aanzien van een als getuige gehoorde persoon gedurende het verhoor een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit ontstaat als bedoeld in art. 27, eerste lid, doet de verhorende opsporingsambtenaar, indien deze het verhoor wil voortzetten, aan deze persoon de in art. 27c, eerste en tweede lid, genoemde mededelingen. Art. 27e Sv (kennisgeving van vrijheidsbeneming aan derde / consulaat door hulpovj, zie ook 4.27) 1. Op verzoek van de aangehouden verdachte geeft de hulpovj die bij de voorgeleiding beveelt dat de verdachte wordt opgehouden voor onderzoek, onverwijld kennis van diens vrijheidsbeneming aan tenminste een door de verdachte aangeduide persoon. 2. Op verzoek van de aangehouden verdachte die niet de Nederlandse nationaliteit heeft, geeft de hulpovj die bij de voorgeleiding beslist om de verdachte op te houden voor onderzoek, onverwijld kennis van diens vrijheidsbeneming aan de consulaire post van de Staat waarvan de verdachte de nationaliteit heeft. 3. De hulpovj kan de in het eerste lid bedoelde kennisgeving uitstellen voor zover en voor zolang als dit wordt gerechtvaardigd door een dringende noodzaak om: a. ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen of b. te voorkomen dat aanzienlijke schade aan het onderzoek kan worden toegebracht. 9 4. De in het derde lid bedoelde beslissing en de gronden waarop deze berust, worden in het pv vermeld. Art. 28 Sv (rechtsbijstand) 1. De verdachte heeft het recht om zich, overeenkomstig de bepalingen van dit wetboek, te doen bijstaan door een raadsman. 2. Aan de verdachte wordt overeenkomstig de wijze bij de wet bepaald door een aangewezen of gekozen raadsman rechtsbijstand verleend. 3. In bijzondere gevallen kan op gemotiveerd verzoek van de verdachte meer dan één raadsman worden aangewezen. 4. De verdachte wordt, telkens wanneer hij dit verzoekt, zo veel mogelijk de gelegenheid verschaft om zich met zijn raadsman in verbinding te stellen. 5. De verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst kan ten behoeve van zijn contacten met zijn raadsman een beroep doen op bijstand van een tolk. De raadsman is verantwoordelijk voor het oproepen van een tolk. MH: - Zoveel mogelijk in art. 28 lid 4 Sv betekent bijv. dat een transport van de verdachte of huishoudelijke reglementen van politiebureaus of Huizen van Bewaring dit recht (onder omstandigheden) tijdelijk kan beperken. - Als de verdachte (al dan niet na afstand van consultatiebijstand) tijdens diens verhoor vraagt om contact met een/zijn raadsman, verplicht geen rechtsregel dat een politieverhoor dan direct wordt stilgelegd. Verbalisanten hebben enige beoordelingsruimte bij de beantwoording van de vraag wanneer het verhoor dient te worden onderbroken. 10 Tijdig, juist en volledig verantwoorden in het pv! Zie in dit kader ook art. 28d Sv (zie hierna). - Zie ook art. 28ab Sv (hierna): art. 28, eerste lid Sv is niet van toepassing bij verhoor ter plaatse van de staande gehouden verdachte van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen overtreding waarvoor een strafbeschikking zal worden uitgevaardigd (algemene maatregel ten tijde van de totstandkoming van dit zakboek nog niet bekend). 9. Zal vrijwel altijd gaan om gevallen waarin moet worden voorkomen dat medeverdachten op de hoogte komen van de aanhouding van de verdachte (Kamerstukken 34157, nr. 3 (MvT)). 10. HR 07-06-16, ECLI:NL:HR:2016:1115 (met noot Vellinga-Schootstra in NJ 2016/364). Zie het arrest voor mogelijke gevolgen als er toch sprake is van schending van het recht op verhoorbijstand.

Art. 28a Sv (afstand rechtsbijstand) 1. De verdachte kan vrijwillig en ondubbelzinnig (MH: overduidelijk) afstand doen van het recht op rechtsbijstand, bedoeld in art. 28, eerste lid, tenzij in dit wetboek anders is bepaald (MH: zie art. 28b Sv hierna en zie voor afwijkende bepalingen voor minderjarige verdachten art. 487 Sv e.v. in de volgende paragraaf, zie hieronder!). 2. Wanneer de rechter of opsporingsambtenaar blijkt dat de verdachte de in het eerste lid bedoelde afstand van recht wil doen, licht deze hem in over de gevolgen daarvan en deelt deze hem mee dat hij van zijn beslissing kan terugkomen. Hiervan wordt pv opgemaakt. Art. 28ab Sv (art. 28 lid 1 Sv niet van toepassing bij staandehouding ter zake aangewezen overtredingen) Art. 28, eerste lid, is niet van toepassing bij het verhoor ter plaatse van de staande gehouden verdachte van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen overtreding waarvoor een strafbeschikking zal worden uitgevaardigd (MH: algemene maatregel ten tijde van de totstandkoming van dit zakboek nog niet bekend). Art. 28b Sv (door hulpovj te regelen rechtsbijstand) 1. Indien een kwetsbare verdachte of een verdachte van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld, is aangehouden, stelt de hulpovj die bij de voorgeleiding beveelt dat de verdachte wordt opgehouden voor onderzoek, het bestuur van de raad voor rechtsbijstand onverwijld van zijn aanhouding in kennis, opdat het bestuur een raadsman aanwijst. Deze kennisgeving kan achterwege blijven indien de verdachte een raadsman heeft gekozen en deze of een vervangende raadsman tijdig beschikbaar zal zijn. 2. Indien een verdachte die is aangehouden voor een strafbaar feit waarvoor vh is toegelaten, desgevraagd rechtsbijstand wenst, stelt de hulpovj die bij de voorgeleiding beveelt dat de verdachte wordt opgehouden voor onderzoek, het bestuur van de raad voor rechtsbijstand hiervan onverwijld in kennis, opdat het bestuur een raadsman aanwijst. De tweede volzin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing. 3. Indien de verdachte is aangehouden voor een strafbaar feit waarvoor geen vh is toegelaten, en hij desgevraagd rechtsbijstand wenst, wordt hij in de gelegenheid gesteld contact op te nemen met een door hem gekozen raadsman. 4. Indien de aangewezen raadsman niet binnen twee uur na de kennisgeving, bedoeld in het eerste en tweede lid, beschikbaar is, en indien de gekozen raadsman niet binnen twee uur na het contact, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, beschikbaar is, kan de hulpovj, wanneer de verdachte alsnog afstand doet van zijn recht op rechtsbijstand in verband met het verhoor, beslissen dat met het verhoor van de verdachte wordt begonnen. MH: - Onder kwetsbare verdachten worden verstaan jeugdige verdachten en verdachten met een psychische stoornis of een verstandelijke beperking. ( ). In gevallen waarin twijfel bestaat over de kwetsbaarheid van de verdachte, dient dus steeds een raadsman te worden opgeroepen. Zo zal de hulpovj, wanneer hij de indruk heeft te maken te hebben met een (al dan niet jongvolwassen) verdachte met een lichte verstandelijke beperking, een raadsman oproepen. 11 - Zie voor afwijkende bepalingen voor minderjarige verdachten art. 487 Sv e.v. in de volgende paragraaf, zie hieronder. - De verdachte kan er ook voor kiezen om - in plaats van een aangewezen en door de overheid bekostigde raadsman - voor zijn consultatiebijstand en verhoorbijstand gebruik te maken van de diensten van een gekozen en door hemzelf betaalde raadsman. Daarin voorziet de tweede volzin van het eerste en tweede lid. In dat geval wordt door de politie contact opgenomen met die raadsman. Aanwijzing van een raadsman van overheidswege kan in dergelijke gevallen alleen achterwege blijven wanneer blijkt dat de gekozen raadsman of een door hem aangezochte vervanger tijdig beschikbaar zal zijn. ( ). Voor de duidelijkheid wordt opgemerkt dat onder gekozen raadsman in dit verband dus een door de verdachte zelf betaalde raadsman wordt verstaan. Wanneer de verdachte de raadsman niet zelf betaalt, wordt van overheidswege een raadsman aangewezen. De verdachte kan daarbij een voorkeur voor een bepaalde advocaat 11. Kamerstukken 34157, nr. 3 (MvT).

aangeven. 12 - Als de verdachte bijgestaan wil worden door een door hem zelf gekozen advocaat dan rust op de politie een inspanningsverplichting om deze raadsman te bereiken. Wanneer dat niet lukt, of wel lukt maar duidelijk is dat die raadsman of een vervanger niet tijdig beschikbaar zal zijn, wordt alsnog een piketadvocaat opgeroepen. De verdachte kan daardoor ook van rechtsgeleerde bijstand profiteren wanneer de door hem gekozen advocaat niet beschikbaar is. 13 Tijdig, juist en volledig verantwoorden in pv! - De termijn van twee uur begint, in gevallen waarin een raadsman wordt aangewezen, te lopen nadat de hulpovj de kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid aan de raad voor rechtsbijstand heeft verzonden. ( ). Bij gekozen en door de verdachte zelf betaalde raadslieden (zie hierboven) begint de termijn te lopen nadat met hen contact is opgenomen. In de in het eerste en tweede lid bedoelde gevallen wordt het contact door de politie opgenomen; in de in het derde lid bedoelde gevallen wordt de verdachte in de gelegenheid gesteld om zelf contact met een raadsman op te nemen. 14 Art. 28c Sv (consultatiebijstand, termijn, verlenging termijn door hulpovj) 1. De aangehouden verdachte voor wie ingevolge art. 28b een raadsman beschikbaar is, wordt de gelegenheid verschaft om voorafgaand aan het eerste verhoor gedurende een termijn van ten hoogste een half uur met hem een onderhoud te hebben. De hulpovj kan deze termijn, indien deze ontoereikend blijkt, op verzoek van de verdachte of zijn raadsman met ten hoogste een half uur verlengen, tenzij het belang van het onderzoek zich daartegen verzet. Het onderhoud kan ook door middel van telecommunicatie plaatsvinden (MH: als de verdachte bijstand wenst van een fysiek aanwezige raadsman (in plaats van per videoconferentie), dan kan hem dit recht niet worden onthouden 15 ). 2. De verdachte, bedoeld in art. 28b, eerste lid, kan slechts afstand doen van het in het eerste lid bedoelde onderhoud, nadat hij door een raadsman over de gevolgen daarvan is ingelicht (MH: zie voor minderjarige verdachten art. 489 Sv in de volgende paragraaf, zie hieronder: geen afstand mogelijk). Art. 28d Sv (verhoorbijstand / onderbreking verhoor) 1. Op verzoek van de aangehouden verdachte en de verdachte die is uitgenodigd om op een plaats van verhoor te verschijnen om te worden verhoord, kan de raadsman het verhoor bijwonen en daaraan deelnemen. Het verzoek wordt gericht aan de verhorende ambtenaar of de hulpovj. De verhorende ambtenaar kan een verzoek van de verdachte of diens raadsman tot onderbreking van het verhoor voor onderling overleg afwijzen, indien door het voldoen aan herhaalde verzoeken de orde of de voortgang van het verhoor zou worden verstoord. 2. De verdachte kan tijdens het verhoor dat niet door een raadsman wordt bijgewoond, verzoeken dat het wordt onderbroken voor overleg met een raadsman. De verhorende ambtenaar stelt hem daartoe zo veel mogelijk in de gelegenheid, tenzij door het voldoen aan herhaalde verzoeken de orde of de voortgang van het verhoor zou worden verstoord. 3. De beslissing tot afwijzing van het in het eerste of tweede lid bedoelde verzoek geldt voor de duur van het desbetreffende verhoor en wordt onder opgave van de gronden waarop deze berust vermeld in het pv van verhoor. 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inrichting van en de orde tijdens het verhoor waaraan ook de raadsman deelneemt (MH: Besluit inrichting en orde politieverhoor (zie overheid.nl of het zakboek Wetteksten): geldend voor ieder verhoor van een verdachte door een opsporingsambtenaar waarbij een raadsman aanwezig is). Art. 28e Sv (beperking consultatie- en/of verhoorbijstand door hulpovj) 1. De hulpovj kan beslissen dat: a. de aangehouden verdachte, zonder dat deze in de gelegenheid wordt gesteld zijn in art. 28, eerste lid, bedoelde recht uit te oefenen, terstond na zijn aanhouding ter plaatse wordt verhoord, 12. Kamerstukken 34157, nr. 3 (MvT). 13. Kamerstukken 34157, nr. 6 (Nota n.a.v. het verslag). 14. Kamerstukken 34157, nr. 3 (MvT). 15. Kamerstukken 34157, nr. E en G (MvA en nadere MvA).

b. met het in art. 28d, eerste lid, bedoelde verhoor wordt begonnen zonder dat een raadsman beschikbaar is, c. met het in art. 28d, eerste lid, bedoelde verhoor wordt begonnen of dit verhoor wordt voortgezet zonder dat de aangehouden verdachte gelegenheid wordt geboden voor het in art. 28c, eerste lid, bedoelde onderhoud, of d. de raadsman niet tot het in art. 28d, eerste lid, bedoelde verhoor wordt toegelaten. 2. De in het eerste lid bedoelde beslissingen kunnen alleen worden genomen voor zover en voor zolang als deze worden gerechtvaardigd door de dringende noodzaak om: a. ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen of b. te voorkomen dat aanzienlijke schade aan het onderzoek wordt toegebracht. 3. De beslissing, bedoeld in het eerste lid, onder b, c of d, kan door de hulpovj alleen met toestemming van de OvJ worden genomen. 4. De beslissing en de gronden waarop deze berust, worden in het pv van het verhoor vermeld. MH: 16 - Het kan dringend noodzakelijk zijn dat zonder uitstel met het verhoor van de verdachte wordt begonnen en/of zonder dat dit wordt onderbroken door een op een later moment alsnog arriverende raadsman. Te denken valt aan gevallen waarin het verhoor van de verdachte geen uitstel kan dulden, bijv. als het gaat om informatie die een einde kan maken aan het voortduren van een ernstig misdrijf waarbij de lichamelijke integriteit van personen in het geding is (beëindiging van een gijzeling of ontvoering) of die het intreden van zeer ernstige gevolgen kan voorkomen (het voorkomen van aanslagen, ontploffingen of grootschalige besmetting). - Lid 1 onder a doet zich bijv. voor in situaties waarbij meerdere vuurwapengevaarlijke verdachten bij een gewapende overval zijn betrokken, en een deel van de verdachten nog niet is aangehouden. Dan kan het noodzakelijk zijn om de wel aangehouden verdachte ter plaatse, en zonder dat deze eerst naar het politiebureau wordt vervoerd ten einde te worden voorgeleid en van een raadsman te worden voorzien, indringend vragen te stellen over de medeverdachten die zich op dat moment nog op vrije voeten bevinden. Art. 29d Sv (OvJ bevoegd naast hulpovj) De taken en bevoegdheden die in deze titel (MH: titel II: verdachte) aan de hulpovj zijn toegekend, kunnen ook door de OvJ worden uitgeoefend. Art. 38 Sv (keuzerecht raadsman): 1. De verdachte is te allen tijde bevoegd een of meer raadslieden te kiezen (MH: zie daarover ook art. 28ab Sv hiervoor en de bespreking bij dat artikel). 2. Tot de keuze van een of meer raadslieden is ook de wettige vertegenwoordiger van de verdachte bevoegd. 3. Is de verdachte verhinderd van zijn wil te doen blijken en heeft hij geen wettige vertegenwoordiger, dan is zijn echtgenoot of geregistreerde partner of de meest gerede der bloed- of aanverwanten, tot de vierde graad ingesloten, tot die keuze bevoegd. 4. De ingevolge het tweede of het derde lid gekozen raadsman treedt terug, zodra de verdachte zelf een raadsman heeft gekozen. 5. ( ). 6. ( ). 7. ( ). Tot slot over de nieuwe wetgeving - Zie voor het Besluit inrichting en orde politieverhoor overheid.nl of het zakboek Wetteksten (Besluit geldt voor ieder verhoor van een verdachte door een opsporingsambtenaar waarbij een raadsman aanwezig is). - Zie voor afwijkende bepalingen voor minderjarige verdachten (art. 487 Sv e.v. de volgende paragraaf, zie hieronder)! - Zie voor de bijstand vertrouwenspersoon bij verhoor minderjarige verdachte (minderjarig op 16. Kamerstukken 34157, nr. 3 (MvT).

datum vermoedelijk gepleegde strafbare feit) een beleidsbrief van het College van PG s. 17 - Zie voor aanwijzing raadsman door de Raad voor de rechtsbijstand de artikelen 39 Sv e.v. - Eén raadsman voor meer verdachten. Als het i.v.m. dringende onderzoeksbelangen (anders dan bijv. het verkrijgen van een bekentenis) of tegenstrijdige belangen tussen de verdachten niet raadzaam lijkt dat één raadsman voor meerdere verdachten in hetzelfde onderzoek optreedt, kan de hulpovj de piketdienst verzoeken om meerdere raadslieden. Als op dat verzoek niet wordt ingegaan zou de hulpovj contact op kunnen nemen met de OvJ om te kijken of art. 46 lid 1 Sv toegepast dient te worden, zie hierover verder 2.7. E.e.a. geldt natuurlijk ook als tijdens het ophouden voor onderzoek zich één raadsman voor meerdere verdachten meldt. - Gebruikmaking consultatierecht: verlenging van de vrijheidsbeneming. Tot de adequate voorlichting waarop de verdachte recht heeft, kan behoren dat hem er in voorkomende gevallen op wordt gewezen dat gebruikmaking van het consultatierecht verlenging van de vrijheidsbeneming tot gevolg heeft omdat de komst van de raadsman moet worden afgewacht. 18 Niet dus onder dreiging van een ivs en/of dat het veel tijd gaat kosten. Jurisprudentie onder oude wetgeving (vóór 01-03-17), maar nog steeds van belang - Geen consultatierecht (MH: en geen recht op verhoorbijstand) als er geen sprake is van een verhoor. Zie voor de vraag wanneer er sprake is van een verhoor uitgebreid 2.8. - Ieder gesprek tussen een gedetineerde verdachte en de politie moet worden gezien als een formeel contact ( informele contacten bestaan niet) waarbij het consultatierecht dus in acht genomen moet worden. 19 - Voorgeleiding bij hulpovj: de vraag die de hulpovj tijdens de voorgeleiding aan de verdachte stelde weet u waarom u hier bent? kon door de verdachte worden opgevat als een vraag naar zijn betrokkenheid bij het feit waarvan hij werd verdacht en aldus was er sprake van verhoor en is het consultatierecht van toepassing. 20 - Verdachte vraagt (al dan niet na afstand consultatierecht) tijdens verhoor om raadpleging raadsman. Art. 28 Sv of een andere rechtsregel gebiedt niet dat een politieverhoor direct wordt stilgelegd wanneer een verdachte tijdens zijn verhoor vraagt om zijn raadsman te raadplegen. Verbalisanten hebben enige beoordelingsruimte bij de beantwoording van de vraag wanneer het verhoor dient te worden onderbroken. 21 Tijdig, juist en volledig verantwoorden in het pv! Zie ook art. 28d Sv hiervoor! - Stemherkenning welke was gebaseerd op waarneming van het stemgeluid van de verdachte tijdens eerdere verhoren betreft niet de inhoud van de verklaringen van de verdachte en kan ook niet worden aangemerkt als bewijsmateriaal dat is verkregen als een rechtstreeks gevolg van de verklaringen van de verdachte afgelegd tijdens die verhoren. Verzuim van het consultatierecht leidde daarom niet tot bewijsuitsluiting van stemherkenning. 22 - Een verklaring die tot stand is gekomen in strijd met art. 6 EVRM (recht op eerlijk proces), mag ook niet voor het bewijs worden gebruikt als de verdachte na het afleggen van die verklaring (na raadpleging van een advocaat of met bijstand van een advocaat) een verklaring heeft afgelegd van dezelfde inhoud en/of strekking. 23 Dat geldt ook voor ontnemingsprocedures. 24 Na consultatie dus opnieuw beginnen met het verhoor en alleen de dan afgelegde verklaring(en) gebruiken. Tijdig, juist en volledig verwerken in pv! - Consultatierecht geldt ook voor de verdachte die uit anderen hoofde (MH: om een andere reden dan het strafbare feit waarover hij gehoord wordt) van zijn vrijheid is beroofd. Dat berust er op dat een uit anderen hoofde gedetineerde verdachte t.a.v. wie de verdenking is gerezen van een nieuw strafbaar feit waarvoor vh is toegelaten, zich in een met een aanhouding vergelijkbare situatie bevindt. 25 Zie ook de oude Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor (zakboek Wetteksten 2017 of eerder): ook bij een gedetineerde verdachte die wordt gelicht om als verdachte te 17. Stcrt. 2017, 12009. 18. Aldus Knigge in diens conclusie onder de arresten HR 30-06-09, LJN BH3079, BH3081 en BH3084. 19. EHRM 20-09-12, Titarenko tegen Ukraïne (application no. 31720/02). 20. Hof Amsterdam 25-09-15, ECLI:NL:GHAMS:2015:3980. 21. HR 07-06-16, ECLI:NL:HR:2016:1115 (met noot Vellinga-Schootstra in NJ 2016/364). Zie het arrest voor mogelijke gevolgen bij schending van dit recht. 22. HR 15-04-14, ECLI:NL:HR:2014:914. 23. HR 21-12-10, LJN BN9293. Zie ook HR 17-01-12, LJN BU4227. 24. HR 26-04-11, LJN BP9900. 25. HR 03-07-12, LJN BW9264 (met noot Reijntjes in NJ 2013/513) en HR 22-01-13, LJN BY7892.

worden verhoord voor een ander strafbaar feit dan het feit waarvoor hij is gedetineerd, moet worden gehandeld als ware hij opnieuw aangehouden. - Door de RC waren maatregelen ter gelegenheid van een doorzoeking getroffen (zie 6.13). Daarbij was weliswaar de bewegingsvrijheid van de verdachte in zijn woning beperkt, maar dat betekende niet dat de verdachte zich daarmee in een met een aanhouding vergelijkbare situatie had bevonden. 26 - Consultatierecht is niet beperkt tot het specifieke feit waarvoor verdachte is aangehouden. 27 - Consultatierecht geldt ook: o als van meet af aan duidelijk is dat de verdachte aangehouden gaat worden; 28 o als de verdachte (ruim) voor de aanhouding te horen heeft gekregen dat hij aangehouden zal gaan worden (en vervolgens voor die aanhouding verhoord wordt); 29 Dat de verdachte, voordat hij zich op uitnodiging van de politie meldde, ruimschoots de gelegenheid heeft gehad een advocaat te raadplegen maakt dat niet anders (ook als de verdachte opmerkt dat hij reeds contact had gehad met zijn raadsman). 30 - Afstand want geen kosteloze consultatiebijstand. 'De verdachte heeft afstand gedaan van het recht op consultatiebijstand, maar zij is daarbij kennelijk (ten onrechte) uitgegaan van de veronderstelling, dat zij zou moeten betalen om na haar aanhouding consultatiebijstand van een advocaat te krijgen. In dit geval kan niet worden gesproken van het ondubbelzinnig en bewust afstand doen van het consultatierecht, nu de verhorend opsporingsambtenaar heeft nagelaten dit misverstand, dat bij de verdachte leefde en voor de opsporingsambtenaar kenbaar was, op te helderen. Bewijsuitsluiting aldus verkregen verklaring. 31 - Bewijsuitsluiting komt als regel uitsluitend aan de orde in de zaak van de verdachte wiens rechten zijn geschonden (zie 3.9) en dus niet in de zaak van de medeverdachten. 32 - Het geven van de cautie (waarvan verdachte verklaarde dat hij die begreep) en de omstandigheid dat verdachte (gezien zijn strafrechtelijk verleden) geacht moet worden goed op de hoogte te zijn van zijn processuele rechten als verdachte is niet voldoende voor het mogen aannemen dat verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn consultatierecht. 33 Nieuwe feiten tijdens verhoor: als tijdens het verhoor van de verdachte de verdenking rijst dat hij betrokken is geweest bij een of meer feiten die soortgelijk zijn aan of verband houden met het feit waarvoor hij is aangehouden, dan hoeft de verdachte niet opnieuw op het recht op consultatiebijstand te worden gewezen. Bij soortgelijke feiten moet onder meer worden gedacht aan feiten die hetzelfde zijn wat betreft hun kwalificatie, wat betreft criminaliteitstype, wat betreft hun modus operandi en wat betreft het slachtoffer(type) etc. Bij verband houden met moet onder meer gedacht worden aan een verband wat betreft (pleeg)tijd en (pleeg)plaats, wat betreft medeverdachten, wat betreft de handelingen die voorafgaand aan en na voltooiing van het delict zijn gepleegd. 34 2.15 Jeugdige verdachten Zie voor strafvordering betreffende jeugdige verdachten art. 486 Sv e.v. De volgende bijzonderheden kunnen worden genoemd. Onderscheid dient gemaakt te worden tussen (art. 487 Sv): 1. minderjarigen jonger dan twaalf jaar en 2. minderjarigen van twaalf jaar en ouder. Tegen minderjarigen jonger dan twaalf jaar mogen ingevolge art. 487 Sv alleen de volgende dwangmiddelen worden toegepast: - staande houden, aanhouden (inclusief plaatsen betreden en doorzoeking ter aanhouding), 26. HR 10-03-15, ECLI:NL:HR:2015:543 (met noot Reijntjes in NJ 2015/213). 27. HR 12-07-12, LJN BW6864. 28. Hof Leeuwarden 01-10-10, LJN BN9266. 29. HR 03-07-12, LJN BW9961(met noot Reijntjes in NJ 2013/514). 30. HR 10-12-13, ECLI:NL:HR:2013:1752 (met noot Reijntjes in NJ 2014/196). 31. Hof s-hertogenbosch 28-03-13, LJN BZ6168. 32. Zie v.w.b. het consultatierecht HR 07-06-11, LJN BP2740 (onder verwijzing naar HR 30-03-04, LJN 333) (met noot Schalken in HR, NJ 2011/375). Vaste jurisprudentie, kennelijk ook v.w.b. verhoorbijstand (HR 26-04-16, ECLI:NL:HR:2016:741, zie conclusie PG ECLI:NL:PHR:2016:303). 33. HR 25-01-11, LJN BO6696. 34. Oude (vervallen) Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor (zie zakboek Wetteksten 2016 of 2017).

identificatiefouillering, onderzoek aan kleding/lichaam (art. 52 t/m 55b en 56 Sv); - zes uur (zie bespreking hierna) ophouden voor onderzoek, geen verlenging en - de beslagbevoegdheden genoemd in art. 95 t/m 102 Sv. Toepassing van ivs en vh is dus niet toegestaan. Tegen minderjarigen van twaalf jaar en ouder kunnen alle dwangmiddelen worden toegepast (art. 487 i.v.m. 488 lid 1 Sv). Tegen minderjarigen (ook die beneden de leeftijd van 12 jaar) kunnen onder omstandigheden ook kinderbeschermingsmaatregelen worden toegepast. Neem hierover zo nodig contact op met de OvJ en/of de Raad voor de Kinderbescherming (al dan niet via ZSM, zie daarover 4.23). Ook een verdachte jonger dan twaalf jaar mag tijdens het ophouden voor onderzoek gehoord worden over een andere (wel vervolgbare) verdachte (geen misbruik van bevoegdheid), tenzij de aanhouding en het ophouden voor onderzoek uitsluitend gericht was op het afleggen van die belastende verklaringen. 35 Als een verdachte jonger dan 18 jaar rechtens zijn vrijheid is ontnomen en niet is geplaatst in een justitiële jeugdinrichting, is t.a.v. zijn ouders of voogd art. 45 Sv (recht op vrij verkeer) van overeenkomstige toepassing (art. 490 Sv). Bij plaatsing in een justitiële jeugdinrichting zijn de bepalingen uit de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen van toepassing. LET OP: v.w.b. de onderzoekstermijn en consultatie- en verhoorbijstand (zie 2.6) zijn de volgende afwijkingen van belang! Art. 487 lid 2 Sv 2. In afwijking van art. 56a, tweede lid, kan de verdachte (MH: jonger dan 12 jaar 36 ) van een misdrijf waarvoor vh is toegelaten ten hoogste zes uur worden opgehouden voor onderzoek. De hulpovj doet van de ophouding van de verdachte mededeling aan een gecertificeerde instelling als bedoeld in art. 1.1 van de Jeugdwet. Art. 488b is van overeenkomstige toepassing. Art. 488b Sv 1. In afwijking van art. 27e, eerste lid (MH: zie 2.6), geeft de hulpovj die bij de voorgeleiding beveelt dat de verdachte wordt opgehouden voor onderzoek, zo spoedig mogelijk kennis van de vrijheidsbeneming en van de redenen daarvan aan de ouders of voogd. 2. Indien de in het eerste lid bedoelde kennisgeving met toepassing van art. 27e, derde lid, wordt uitgesteld, geeft de hulpovj kennis van de vrijheidsbeneming van de verdachte aan de Raad voor de kinderbescherming. MH: wat betreft de redenen van de vrijheidsbeneming is voldoende dat aan de ouders of voogd wordt medegedeeld ter zake van welk strafbaar feit de aangehouden jeugdige als verdachte is aangemerkt. 37 Art. 489 Sv 1. De verdachte kan geen afstand doen van het in art. 28c bedoelde onderhoud met de raadsman voorafgaand aan het verhoor (MH: zie 2.6). 2. Tijdens het in het eerste lid bedoelde onderhoud overlegt de raadsman met de verdachte over de noodzaak van zijn aanwezigheid tijdens en deelname aan het verhoor en doet mededeling van de uitkomst van dit overleg aan de hulpovj. Op verzoek van de verdachte of diens ouders of voogd verleent de raadsman rechtsbijstand tijdens het verhoor. Art. 490 Sv 1. In afwijking van art. 59, vijfde lid, wordt de Raad voor de kinderbescherming onverwijld van de ivs 35. HR 17-06-03, LJN AF7925. 36. Kamerstukken 34159, nr. 3 (MvT), onderdeel V (art. 487 Sv). Een minderjarige van 12 jaar of ouder kan dus 9 uur worden opgehouden voor onderzoek. 37. Kamerstukken 34157, nr. 3 (MvT).

van de verdachte in kennis gesteld. De Raad voor de kinderbescherming rapporteert zo spoedig mogelijk. 2. Indien een rapportage van de raad voor de kinderbescherming beschikbaar is, slaat de OvJ daarop acht alvorens een vordering tot bewaring te doen. 3. Indien de verdachte rechtens zijn vrijheid is benomen en niet is geplaatst in een justitiële jeugdinrichting, is ten aanzien van zijn ouders of voogd art. 45 van toepassing. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de beperking van contacten tussen een verdachte en zijn ouders of voogd. MH: art. 488b Sv e.v. betreft verdachten die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt (want bepalingen staan in Titel II, tweede afdeling met als titel Strafvordering in zaken betreffende personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt ). Tot slot - Voor zover de jeugdige zich in een justitiële jeugdinrichting bevindt 38, heeft de directeur daarvan een aantal bevoegdheden (bijv. met het oog op voorkoming of opsporing van strafbare feiten), zie 11.30. - Tot het ondergaan van ivs of vh door de minderjarige (let op: alleen dus de minderjarige van 12 jaar en ouder) kan elke daartoe geschikte plaats (bijv. de woning van de ouders of de voogd) worden aangewezen (art. 493 lid 3 Sv). - Een eventuele vrijheidsbeneming van een minderjarige dient (sterker nog dan bij meerderjarigen) zo kort mogelijk te duren (art. 37 Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind). - Zie art. 488b Sv voor het in kennis stellen van ouders of voogd van de minderjarige. Zie voor het in kennis stellen van een familielid of een huisgenoot art. 27 van de Ambtsinstructie. - Zie voor de uitzonderlijke mogelijkheid van sociale bewaring / spoedmachtiging 3.49. --------------------------------------------------------------------------------------- 38. Bijv. voor de tenuitvoerlegging van vh, jeugddetentie, vreemdelingenbewaring, enz. (art. 8 Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen).