ZONAAL KLEDIJREGLEMENT

Vergelijkbare documenten
REGLEMENT KLEDIJ EN PERSOONLIJKE UIT- RUSTING

HOOFDSTUK 1. - DE KLEDIJ

Huishoudelijk reglement Oproepbaarheid van beroepskrachten

Ambulanciers niet-brandweerman

DIENSTKLEDIJ BELGISCHE BRANDWEER - HERVORMING

W01 bodywarmer zwart heren menging katoen-polyester. W04 spijkerbroek blauw heren katoen, denim. W06 zaagbroek groen heren polyester, katoen

VRIJWILLIGERS CIVIELE BESCHERMING

DIENSTKLEDIJ BELGISCHE BRANDWEER - HERVORMING

In de dienstnota van 17/5/2017 werd bepaald dat de verlofregeling voor assymetrische ploegen werd ingetrokken.

Regeling werkkleding gemeente De Fryske Marren. Het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Fryske Marren,

Regeling werkkleding gemeente De Fryske Marren

Uniformreglement en kledijvergoeding

Cash & Carry verkoop tijdens opendeurdag Ieper

WERVINGSCAMPAGNE BRANDWEERVRIJWILLIGERS INFOAVOND DEEL 2 AANWERVINGSVOORWAARDEN

Lijst van beslissingen. Zonecollege 11 april 2016

Directie Uitrusting Jaaractieplan 2017

REGLEMENT betreffende de aanvullende zonale bepalingen van het administratief en geldelijk statuut van het operationeel personeel Versie

Auditieve oefeningen thema kleding

Hoe stel ik mij kandidaat?

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet begrepen worden onder :

BEROEPSKLEDING BRANDWEER T-shirts & polo s Truien & sweaters Hemden Pet & muts Riem & das Schouderpassanten Thermisch ondergoed Diensttenue

Brandweerman. 1. Doel. 2. Beschrijving. 3. Kerntaken en takengebied

Ministeriële Omzendbrief aangaande de accreditatie van de dragers adembescherming onder de operationele personeelsleden van de hulpverleningszones

KONINKLIJK BESLUIT VAN 30 AUGUSTUS 2013 TOT VASTSTELLING VAN DE MINIMALE

Met redenen omkleed negatief advies van VSOA aan hulpverleningszone Noord Limburg inzake : Zonaal Vormingsreglement Hulpverleningszone Noord Limburg

Sociale dialoog in België: Bart Van Melkebeke

MINISTERIËLE OMZENDBRIEF VAN 14 AUGUSTUS 2015 BETREFFENDE DE INTERVENTIEKLEDIJ.

Functiebeschrijving Kapitein

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Functieomschrijvingen diverse functies vrijwillige sergeant

Functiebeschrijving Kapitein

MINISTERIËLE OMZENDBRIEF VAN 2 OKTOBER 2007 BETREFFENDE DE MARKERING VAN BRANDWEERHELMEN. (B.S )

1 Strikte naleving van handhygiëne

ARBEIDSOVEREENKOMST VOOR BEPAALDE DUUR (ARBEIDER / BEDIENDE )

1. De vrijwillige brandweer. 2. Hoe vrijwillig brandweerman worden? 3. Aanwervingsprocedure. 1. Gespreksavond. 2. Aanwervingsvoorwaarden

AANWERVINGSDOSSIER BEROEPSBRANDWEERMAN ( m/v )

HOOFDSTUK 12 BEHEERGROEP KLEDING

Kleding Stichting Zeekadetkorps Rotterdam

Cash & Carry verkoop 21 juli 2014

Leesboekje de kleding

Functiebeschrijving Brandweerman

KB ADMINISTRATIEF en GELDELIJK STATUUT AMBULANCIERS

Vacature beroepskapitein bij bevordering en professionalisering in dezelfde zone

Toolboxmeeting; Persoonlijke beschermingsmiddelen

Arbochecklist Productie/technisch/logistiek

05/2015. Veiligheidskledij

Huishoudelijk Reglement voor het Bureau van de Vrijwilligers. Huishoudelijk Reglement

Omzendbrief FM 2002/01

MINISTERIËLE OMZENDBRIEF VAN 2 OKTOBER 2007 BETREFFENDE DE MARKERING VAN BRANDWEERHELMEN. (B.S )

Aanwervingsprocedure via mobiliteit voor vrijwillig brandweerman/ambulancier

Reglement Bedrijfshulpverlening (BHV)

ZITTING VAN DE ZONERAAD VAN 24 juni 2015

Persbericht. Ministerraad : een beslissende stap voor de brandweerlieden en de hervorming van de civiele veiligheid

Studentenarbeid: waarmee moet u rekening houden?

VRIJSTELLING BEDRIJFSVOORHEFFING VOOR VRIJWILLIGE AMBULANCIERS

Vanaf seizoen allemaal in het zelfde tenue

Arbochecklist Productie/Technisch/Logistiek

Bijlage E : DE TENUES Nr 5

KB van 28 maart 2014 Brandpreventie op de arbeidsplaatsen

PERSONEELSDIENST VOORBEREIDING EVALUATIEGESPREK

Bekendmaking van de vacature voor de interne bevordering tot adjudant in het beroeps- en het vrijwilligerskader

Toelichting en gebruik V&G-deelplan.

HOOFDSTUK XI. SOCIALE VOORDELEN. Afdeling 1. - WERKKLEDIJ EN PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN

Transcriptie:

ZONAAL KLEDIJREGLEMENT Laatst aangepast op: 15/11/2016 Hulpverleningszone Noord-Limburg Norbert Neeckxlaan 52z 3920 Lommel

Inhoud HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN... 3 Afdeling 1 Algemene afspraken... 3 HOOFDSTUK 2 BASISPAKKET DIENSTKLEDIJ... 5 Afdeling 1 Basispakket voor brandweermannen en ambulanciers bij aanwerving... 5 Afdeling 2 Basispakket voor administratieven kledij van de zone ter herkenning dragen... 5 Afdeling 3 Basispakket voor administratieven zonder kledij van de zone... 6 Afdeling 4 Basispakket voor preventionisten... 6 Afdeling 5 Basispakket voor andere medewerkers van de zone... 6 HOOFDSTUK 3 BASISINTERVENTIEKLEDIJ... 6 Afdeling 1 Algemeen... 6 Afdeling 2 Basisuitrusting interventie brand... 6 Afdeling 3 Basisuitrusting interventie ambulance... 7 HOOFDSTUK 4 COLLECTIEVE BESCHERMINGSMIDDELEN... 7 Afdeling 1 Algemeen... 7 HOOFDSTUK 5 JAARLIJKSE PUNTENDOTATIE... 8 Afdeling 1 Algemeen... 8 Afdeling 2 Operationeel personeel... 8 Afdeling 5 Administratieve medewerkers... 10 HOOFDSTUK 6 KLEDIJLIJST (bijlage 2)... 11 Afdeling 1 Algemeen... 11 Afdeling 2 Artikelen van het type 1 (zie kledijlijst)... 11 Afdeling 3 Artikelen van het type 2 (zie kledijlijst)... 11 Bijlage 1: BEREKENINGSTABELLEN... 12 2

HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Afdeling 1 Algemene afspraken Art 1. Dit kledijreglement bevat volgende bijlagen: BIJLAGE 1 Berekeningstabellen (bijgevoegd in het reglement) BIJLAGE 2 Actuele kledijlijst BIJLAGE 3 Financiële nota (berekening budget bij aanwervingen) BIJLAGE 4 Wijzigingen na goedkeuren reglement Art 2. Er wordt voor iedereen een persoonlijke kledijfiche bijgehouden. Hierop staat vermeld welke kledij en pbm s hij ontvangen heeft, zijn puntendotatie, zijn maten, zijn opmerkingen, Pbm betekent persoonlijk beschermingsmiddel en zal voor de rest van dit document met de afkorting gebruikt worden. De kledijcommissie zorgt ervoor dat alle pbm s die door de dienst worden aangeboden een zo hoog als mogelijk en praktisch haalbare normering heeft, in orde en gekeurd zijn met de van toepassing zijnde wetgeving en zij volgt steeds bij elke aankoop het advies dat opgelegd wordt door de preventieadviseur. Art 3. Niemand kan enige andere vergoeding ontvangen voor dienstkledij dan de puntendotatie. Er wordt ook niet met terugwerkende kracht gewerkt. Men heeft enkel recht op de toegewezen punten vanaf het in werking treden van dit reglement. Art 4. Al het operationeel personeel van de zone Noord-Limburg dragen tijdens de diensturen de aangeboden dienstkledij. Dit wil zeggen een diensttenue met bijhorende onderkledij (t-shirt, polo, blauw of wit hemd, ) en zwarte schoenen of veiligheidsschoenen die voorzien worden door de zone. Dit betekent dat geen andere kledij tijdens de dienst gedragen mag worden. Kledij met logo van de posten en kledij met rode of blauwe horizontale streep worden vanaf 1 januari 2018 niet meer gedragen. Tot dan kunnen ze enkel nog worden afgedragen tijdens binnendiensten. Niet bij opleidingen of andere buitendiensten. Tijdens de diensturen wordt de diensttenue gedragen tenzij anders overeengekomen. Zeker voor buitendiensten wordt er naar uniformiteit gestreefd. Veiligheidsschoenen moeten minstens van het type EN ISO 20345:2011 (CE EN-345) klasse S3 te zijn voor werkzaamheden in de garage, stelplaats van de kazerne, tijdens koude oefeningen, op externe bedrijven, tijdens ambulance interventies of op kleine technische interventies waar er geen melding, noch vermoeden is van rook, vuur of vervuiling (zoals bijvoorbeeld olie). Tijdens warme oefeningen en alle andere interventies worden zonder uitzondering de brandweerlaarzen gedragen. Bovenstaande regel telt ook voor de officier van dienst. Art 5. Operationele officieren mogen naast de dienstkledij een wit of blauw uniformhemd, geklede dienstbroek en geklede zwarte schoenen dragen. Indien zij officier van dienst zijn gelden de bepalingen van artikel 4. Art 6. Er bestaat géén zomerregime of tenue voor operationele brandweermannen. Art 7. Indien er gezondheidsproblemen zijn die eventueel het gevolg zouden zijn van het dragen van de door de zone aangeboden pbm s, kan er enkel na het advies van de arbeidsgeneesheer afgeweken worden van het dragen van de aangeboden pbm s. Dit wordt bijgehouden in een persoonlijke fiche. 3

Dit kan zijn voor brillen in een ademluchtmasker, op sterkte aangepaste veiligheidsbrillen, het dragen van andere werkschoenen dan werkschoenen aangeboden door de dienst, Art 8. Het personeel van de zone dient er steeds netjes en in orde met de pbm s bij te lopen. De bevelvoerders zien hier strikt op toe en kunnen indien nodig maatregelen treffen door: De sectorverantwoordelijke in te lichten om dit op te nemen in de persoonlijke evaluatie Tijdelijk blokkeren van de punten gedurende het jaar Puntenafname Andere maatregelen Alle maatregelen worden eveneens opgenomen in de persoonlijke kledijfiche van de persoon, zij worden door de verantwoordelijke en door de persoon zelf afgetekend. Art 9. Dienstkledij wordt niet door de dienst gewassen. Echter bij ernstige vervuiling of besmetting ten gevolge van een dienstopdracht kan hiervoor een uitzondering gemaakt worden. Iedereen is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van persoonlijke pbm s en kledij. Art 10. Bij beschadiging van artikelen tijdens de dienst, wordt door een kledijverantwoordelijke de vervanging bepaald, al dan niet afhankelijk van een berekeningstool die opgenomen is in dit reglement. Art 11. In kader van de hygiëne nota en desbetreffende maatregelen dienen alle brandweermannen reservekledij en reserveondergoed in hun post beschikbaar te hebben. Bij het kastje van de interventiekledij mag alleen kledij hangen dat rechtstreeks nodig is voor dringende brandweer interventies. Andere kledij of rugzakken mogen enkel in het afgesloten kastje indien er elders in de kazerne geen ruimte voor is. Art 12. Het uniform is eigendom van de zone en wordt ten persoonlijke titel door elkeen aan huis bewaard. Dit uniform wordt gedragen volgens de voorschriften van de interne voorschriften. Geen enkel pbm mag mee naar huis worden genomen, buiten deze die voorzien zijn om te dragen als dienstkledij of onder de interventiekledij evenals de ambulancekledij en bijhorende (veiligheids)schoenen. Doelstelling hiervan is om paraat te staan bij oproepen en om snel te vertrekken bij een oproep, alsook bij oefeningen en vergaderingen gebruikt te worden. Let wel, deze kledingstukken mogen niet voor andere doelstellingen gebruikt worden. Wanneer kledij van de zone wordt gedragen, moet men er zorg voor dragen dat er onder geen enkel beding verwarring kan ontstaan over de functie of hoedanigheid van de drager van deze kledij, noch mag er deontologisch probleem ontstaan ten gevolge van deze kledijdracht. Art 13. Alle herstellingen en problemen worden per artikel bijgehouden. Dit om op lange termijn te kunnen bepalen hoe het gebruik en de slijtage is van alle kledijartikelen en persoonlijke beschermingsmiddelen. Art 14. Bij bevordering worden, éénmalig, nog bruikbare passanten en graadkentekens ingeruild zonder puntenverlies. Art 15. Wanneer een waarnemende graad wordt uitgeoefend wordt de interventiekledij aangepast. De helm, de graden op de dienstkledij, het uniform, worden niet aangepast totdat de graad effectief wordt behaald. Art 16. Bij (oneervol) ontslag: Teruggave alle dienstkledij Teruggave uniform 4

Teruggave: o interventiekledij o interventiehandschoenen o interventiehelm (zie bijlage 1 - berekeningstabellen) o ambulancekledij o interventielaarzen o pager o Art 17. Met betrekking tot het uitgangsuniform worden volgende regels vastgesteld: Uniform ten vroegste vanaf de vaste benoeming en enkel mits het brevet brandweerman behaald wordt. Een uitgangsuniform bestaat uit een gabardine, jekker, broek, kepie, 2x passant, wit of blauw hemd, das, witte handschoenen. Uniformschoenen zijn steeds voor eigen rekening of te verkrijgen via puntendotatie. 30-09-2016 - Gelet op de onduidelijkheid met betrekking tot het mogelijk ontwerp van een nieuw uitgangstenue voor de brandweer door de FOD BiZa werd beslist om voorlopig enkel de officieren nog te (blijven) voorzien van een uitgangsuniform gelet op hun ruime ceremoniële functies. Dit gedeelte van het reglement kan/zal worden bijgewerkt na gewijzigde regelgeving door de FOD BiZa. Het uniform voor de officieren wordt voorzien vanaf het behalen van het brevet officier2. HOOFDSTUK 2 BASISPAKKET DIENSTKLEDIJ Afdeling 1 Basispakket voor brandweermannen en ambulanciers bij aanwerving Art 18. Het basispakket voor brandweermannen en ambulanciers (beroeps + vrijwilligers) bestaat uit: Dienstvest 1 Dienstbroek 2 T-shirt 2 Dienstpolo 1 Sweater 1 Graadskenteken 1 Geborduurd naamlabel 1 Badge zone Noord-Limburg 1 Riem 1 Muts 1 Pet 1 Zwarte veiligheidsschoenen klasse S3 1 Afdeling 2 Basispakket voor administratieven kledij van de zone ter herkenning dragen Art 19. Het basispakket voor administratieven of dispatchers die aan de balie of receptie zitten en kledij dragen van de zone ter herkenning, bestaat uit: T-shirt 2 Polo 2 Dienstpolo 1 Sweater 2 5

Softshell 1 Afdeling 3 Basispakket voor administratieven zonder kledij van de zone Art 20. Administratieven of medewerkers die geen kledij van de zone ter herkenning dienen te dragen, krijgen bij hun aanwerving 1x softshell en 1 dienstpolo om te dragen tijdens vb opendeurdagen. Indien zij kledij dragen van de zone of met een voertuig rijden van de zone, dienen zij jaarlijks een sessie kleine blusmiddelen en EHBO te volgen. Afdeling 4 Basispakket voor preventionisten Art 21. Het basispakket voor preventionisten bestaat uit: Veiligheidshelm 1 Veiligheidsbril 1 Signalisatiehesje met vermelding brandweer 1 Veiligheidsschoenen klasse S3 (enkel indien die nog niet verkregen zijn via 1 basispakket dienstkledij en in eender welke functie, is niet complementair) Afdeling 5 Basispakket voor andere medewerkers van de zone Art 22. Deze medewerkers zoals AGS er, psycholoog, arbeidsgeneesheer en andere vrijwilligers verbonden aan de organisatie zullen afhankelijk van hun optreden de gepaste kledij krijgen. Er zullen hesjes voorzien worden tijdens interventies. Afhankelijk van bepaalde buitendiensten kunnen ze een dienstpak, dienstpolo, t-shirt en/of trui van de zone ontvangen. HOOFDSTUK 3 BASISINTERVENTIEKLEDIJ Afdeling 1 Algemeen Art 23. Van alle interventiekledij, zowel ambulance als brandweerinterventiekledij, wordt een fiche bijgehouden van de wasbeurten en de herstellingen. Art 24. Het is mede de verantwoordelijkheid van de drager zelf om eventuele defecten, verontreinigingen en beschadigingen te melden. Art 25. Bij wijziging van specialisaties, start van opleidingen, bepaalde oefeningen of stages dient de persoon in kwestie zelf en tijdig aan te geven aan zijn kledijverantwoordelijke wanneer hij extra pbm s of interventiekledij zal nodig hebben. M.a.w. de kledijcommissie volgt het opleidingsprogramma niet op. Vb. ambulance interventiekledij bij stage, brandweerlaarzen bij start warme oefening, stage preventie, Afdeling 2 Basisuitrusting interventie brand Art 26. De minimale basisuitrusting die iedere brandweerman ter beschikking krijgt om zijn operationele taken uit te voeren, bestaat uit: Interventiehelm 1 Interventiejas en broek 1 Interventielaarzen (vanaf warme oefeningen op de brandweerschool) 1 Brandweerhandschoenen 1 Werkhandschoenen 1 6

Handschoenen voor technische hulpverlening 1 De kledijcommissie kan wijzigingen steeds doorvoeren en neemt dit op in bijlage 4 na toelichting op de technische commissie. Art 27. Er wordt geadviseerd om het dienstpak of andere evenwaardige onderkledij onder de interventiekledij te dragen om een extra beschermingslaag te creëren. Dit dienstpak mag wel voor kleine technische interventies met klasse S3 veiligheidsschoenen gedragen worden volgens artikel 4. Art 28. De basisbranduitrusting van artikel 26 dient men te allen tijde bij zich te hebben in operationele wagens. Afdeling 3 Basisuitrusting interventie ambulance Art 29. De basisuitrusting die iedere ambulancier ter beschikking krijgt om zijn operationele taken uit te voeren, bestaat uit: Ambulance broek 1 Ambulance hesje 1 Ambulance jas 1 Veiligheidsschoenen (enkel indien die nog niet verkregen zijn via basispakket 1 dienstkledij) Art 30. Tijdens interventies dringende geneeskundige hulpverlening wordt enkel en alleen de bovenstaande kledij samen met de aangeboden onderkledij gedragen. HOOFDSTUK 4 COLLECTIEVE BESCHERMINGSMIDDELEN Afdeling 1 Algemeen Art 31. Collectieve beschermingsmiddelen die in de kazerne of in de operationele voertuigen beschikbaar zijn, zijn oa: Signalisatiekledij Helmen technische hulpverlening Beschermingsmiddelen voor bestrijding van wespen en gevaarlijke dieren Adembescherming Gehoorbescherming Oogbescherming zoals oa veiligheidsbrillen Valbeveiliging Zaagbescherming Bescherming tegen gevaarlijke stoffen en bijzondere inzetten Communicatiemiddelen Art 32. Enkel door de zone aangekochte pbm s worden gedragen tijdens de dienst of interventies. Art 33. Het is mede ieders verantwoordelijkheid om steeds de juiste pbm s correct te dragen tijdens werkzaamheden. Art 34. De bevelvoerders dienen er ook steeds strikt op toe te zien dat Artikel 32 wordt nageleefd. Bij niet naleving worden er maatregelen getroffen zoals vermeld in Artikel 8. 7

Art 35. De lijst van pbm s is zowel voor persoonlijke als collectieve middelen niet limitatief en artikelen kunnen in de loop der jaren alsnog persoonlijk worden afhankelijk van budgetten, normering en noden. De kledijcommissie kan wijzigingen doorvoeren en neemt dit op in bijlage 4 na toelichting op de technische commissie. HOOFDSTUK 5 JAARLIJKSE PUNTENDOTATIE Afdeling 1 Algemeen Art 36. De puntendotatie is een systeem om versleten kledij te vervangen. De puntendotatie is gebaseerd op het aantal gepresteerde uren van het afgelopen jaar. M.a.w. is de puntendotatie geen beloningssysteem. Art 37. De punten zijn aan het begin van een nieuw jaar beschikbaar samen met het restsaldo van vorige jaren. Art 38. Er kunnen maximum 20 punten per jaar worden overgedragen naar een volgend jaar. Art 39. De puntendotatie wordt 3-jaarlijks met de zonecommandant en de technische commissie geherevalueerd. Afhankelijk van de budgetten kan de puntendotatie zonaal aangepast worden. Art 40. Er kunnen met de toegekende punten enkel kledingstukken besteld worden in de eigen maat. Afdeling 2 Operationeel personeel Art 41. De punten worden berekend volgens de officieel gepresteerde uren waaronder interventies, dagdiensten, oefeningen, en zijn gebaseerd op een jaarlijkse dagtaak van 1750 uren. De verschillen in de punten hebben te maken met de taakinvulling, m.a.w. de dagtaak, en het aanbod aan interventiekledij. Deze berekening houdt geen rekening met uren gepresteerd tijdens nachtcentralediensten en wachtdiensten (van thuis uit). Er zal geen verrekening plaatsvinden bij langdurige ziekte of afwezigheid. Enkel de effectief gepresteerde uren komen in aanmerking. Art 42. Per uitzondering kan men tot -5 punten gaan. Enkel voor artikelen van type 1 (zie kledijlijst) en enkel voor personen die met alles in orde zijn. Dit wordt al dan niet toegestaan door de kledijverantwoordelijken. Art 43. Bijzonderheden operationeel beroepspersoneel: De dotatie wordt naast het basispakket toegekend op de dag dat men in dienst treedt met een aftrek van 11 punten, daar de veiligheidsschoenen reeds in het basispakket voorzien zijn. De correctie gebeurt dan bij de aanvang van het volgend jaar. Deeltijds werk (bijv. bij langdurige ziekte, loopbaanonderbreking, aanwerving, ) wordt verrekend. Operationeel beroepspersoneel ontvangt een dotatie van 90 punten berekend volgens onderstaande tabel voor zijn 1750 jaarlijks gepresteerde uren, hij kan dit aanvullen met de gepresteerde uren in opt-out. 8

Art 44. Bijzonderheden vrijwillig operationeel personeel: Om deze puntendotatie te bekomen zijn de vrijwillige ambulanciers - niet brandweerman verplicht om jaarlijks een sessie wat te doen bij brand te volgen. Art 45. Overzicht en verantwoordingstabellen: Vrijwillige brandweermannen en beroepsbrandweermannen ontvangen 1 punt per 30 gepresteerde uren. Vrijwillige ambulanciers en beroepsbrandweermannen (in ontvangen 1 punt per 40 gepresteerde uren. De berekening van deze punten wordt weergegeven in onderstaande tabel. Voor een vrijwillige brandweerman / ambulancier worden de ambulance interventie uren als dusdanig apart berekend. Voor beroepspersoneel tellen alleen uren gepresteerd in de opt-out regeling. BEROEPS PERSONEEL Punten Aantal Totaal Dienstvest 16 0,5 8 Dienstbroek 9 3 27 T-shirt (10) of polo's (5) 1 10 10 Sweater/ trui / polo lange mouw 2 3 6 Werkschoenen 11 1 11 Werkhandschoenen 1 1 1 Jas/parka 24 0,2 4,8 Sokken 1 7 7 Riem 1 0,5 0,5 Overal / tuinbroek / werkbroek /2 blauw hemd / 2 dienstpolo s (afhankelijk van de dagelijkse taakinhoud) 7 1 7 Thermisch onderkledij (truitje of broek) (hittetraining) 3 1 3 Muts of pet 1 1 1 Bodywarmer 5 0,5 2,5 Veiligheidsbril 1 1 1 90 VRIJWILLIGE BRANDWEERMAN Punten Aantal Totaal Dienstvest 16 0,5 8 Dienstbroek 9 3 27 T-shirt (10) of polo's (5) 1 10 10 Sweater/ trui / polo lange mouw 2 3 6 Werkschoenen 11 1 11 Werkhandschoenen 1 0 0 Jas/parka 24 0 0 Sokken 1 0 0 Riem 1 0 0 Overal / tuinbroek / werkbroek /2 blauw hemd / 2 dienstpolo 7 0 0 Thermisch onderkledij (truitje of broek) (hittetraining) 3 1 3 9

Muts of pet 1 1 1 Bodywarmer 5 0 0 Veiligheidsbril 1 0 0 66 VRIJWILLIGE AMBULANCIER Punten Aantal Totaal Dienstvest 16 0,5 8 Dienstbroek 9 1 9 T-shirt (10) of polo's (5) 1 10 10 Sweater/ trui / polo lange mouw 2 3 6 Werkschoenen 11 1 11 Werkhandschoenen 1 0 0 Jas/parka 24 0 0 Sokken 1 0 0 Riem 1 0 0 Overal / tuinbroek / werkbroek /2 blauw hemd / 2 dienstpolo 7 0 0 Thermisch onderkledij (truitje of broek) (hittetraining) 3 0 0 Muts of pet 1 1 1 Bodywarmer 5 0 0 Veiligheidsbril 1 0 0 45 Afdeling 5 Administratieve medewerkers Art 46. De puntendotatie geldt enkel voor administratieve medewerkers die aan de balie of receptie zitten en kledij van de brandweer ter herkenning dragen. Art 47. De puntendotatie is als volgt: 8 punten per jaar (dit komt overeen met 1 trui, 2 t-shirten en 2 polo s) Beroeps preventionist krijgt 2 punten per jaar bij ter vervanging van werkschoenen (à rato 1 paar per 5 jaar) Art 48. Om deze puntendotatie te bekomen zijn de administratieve medewerkers verplicht jaarlijks een sessie EHBO en wat te doen bij brand te volgen indien zij geen operationele brandweermannen zijn. 10

HOOFDSTUK 6 KLEDIJLIJST (bijlage 2) Afdeling 1 Algemeen Art 49. De kledijcommissie zorgt ervoor dat bestellingen zo snel als mogelijk bij de persoon in kwestie bezorgd worden. Artikelen kunnen voorradig zijn in het magazijn of moeten nog besteld worden. Dringende zaken worden meteen afgehandeld en interventiekledij en pbm s moeten ten alle tijden in orde en voorradig zijn. Art 50. De richtlijnen van de financiële dienst betreffende aankopen en budgetten zullen ten alle tijden opgevolgd en gerespecteerd worden. Afdeling 2 Artikelen van het type 1 (zie kledijlijst) Art 51. De punten van de artikelen van het type 1 blijven ongewijzigd. Naar berekening van budgetten is de coëfficiënt 3-jaarlijks te herzien. (Laatste aanpassing: 01-01-2015, volgende aanpassing op 01-01- 2018). Afdeling 3 Artikelen van het type 2 (zie kledijlijst) Art 52. De punten van artikelen van type 2 zijn variabel, de artikelen zijn afhankelijk van de behoeftes en de lijst wordt jaarlijks bij wijziging goedgekeurd door de kledijcommissie van de zone. Art 53. Deze artikelen kunnen enkel aangeboden worden indien de brandweerman of ambulancier er netjes en verzorgd bijloopt. Art 54. De artikelen moeten brandweergerelateerd zijn. Art 55. De punten van deze artikelen worden bepaald volgens: de aankoopprijs / puntencoëfficiënt * 1,5 (met een minimum van 3 punten). Art 56. Aan artikelen van lijst 2 kunnen voorwaardes en/of limiteringen hangen. 11

Bijlage 1: BEREKENINGSTABELLEN Deze tabellen worden gebruikt voor operationeel personeel en voor artikelen niet via de persoonlijke puntendotatie aangekocht kunnen worden. Aantal opkomsten worden voor personen altijd per post berekend!! De term punten in de berekeningstabellen komen niet overeen met de punten bij de dotatie. Uitgangsuniform: o De kledijverantwoordelijken beslissen om iemand van een nieuw onderdeel te voorzien, rekening houdend met zijn functioneren op dienst. o Indien gunstige beoordeling de dienst koopt aan. Indien ongunstig persoonlijke aankoop of via puntendotatie. o Er geldt dezelfde regeling voor vrijwillige brandweermannen en beroepsbrandweermannen. o Bij bevordering wordt het uniform aangepast door de dienst. Brandweer: Versleten brandweerlaarzen (gecontroleerd door de kledijverantwoordelijken) Score groter dan 10 = nieuw paar (Advies: om de 4 jaar ander paar voor iemand met al die jaren meer dan gemiddelde opkomsten) o Ritsen en veters voor lederen laarzen voor iedereen: 2x per jaar zonder puntenafname o 2 ptn per jaar in gebruik voor actieve persluchtdragers (jaren met tekorten voor oefeningen of interventies worden niet meegeteld) o 1 pt per jaar in gebruik voor tweede persluchtdragers (jaren met tekorten voor oefeningen of interventies worden niet meegeteld) o Aantal opkomsten laatste jaar = meer dan gemiddelde (per post berekend) = 2 ptn extra o Zichtbare beschadiging weinig bepalend = 1 pt of o Zichtbare beschadiging = 4 ptn of o Zichtbaar versleten = 5 ptn o Zichtbare beschadiging door verkeerd gebruik = -3 ptn (gecontroleerd en bevestigd door kledijverantwoordelijken) Versleten brandweerhandschoenen (gecontroleerd door de kledijverantwoordelijken) Score meer dan 9 = nieuw paar Score tussen 5 &7 = reserve paar o (Advies om de 3 jaar ander paar) o 2 ptn per jaar in gebruik o Aantal opkomsten laatste jaar = meer dan gemiddelde = 2 ptn o Zichtbare beschadiging weinig bepalend = 1 pt of o Zichtbare beschadiging = 4 ptn of 12

o Zichtbaar versleten = 5 ptn o Zichtbare beschadiging door verkeerd gebruik = -3 ptn Handschoenen technische hulpverlening (gecontroleerd door de kledijverantwoordelijken) Score meer dan 9 = nieuw paar Score tussen 5 &7 = reserve paar of punten afname bij een nieuw paar (Advies om de 3 jaar ander paar) o 2 ptn per jaar in gebruik o Aantal opkomsten laatste jaar = meer dan gemiddelde = 2 ptn o Zichtbare beschadiging weinig bepalend = 1 pt of o Zichtbare beschadiging = 4 ptn of o Zichtbaar versleten = 5 ptn o Zichtbare beschadiging door verkeerd gebruik = -3 ptn Dienstvest of -broek: o Versleten broek of vest: aankopen volgens eigen puntendotatie o Bij beschadiging van eender welke aard: kleermaakster probeert deze te maken. Kledijverantwoordelijken beslissen of deze kosten gerechtvaardigd zijn voor de staat van de broek of het vest. o Bij beschadiging tijdens dienst: overleg met kledijverantwoordelijken o De broek of vest stuk door de dienst in het eerste jaar na gebruikname de dienst vervangt de broek. o De broek of vest stuk door de dienst in het tweede jaar na gebruikname de dienst en de persoon verdelen de punten. o De broek of vest stuk door de dienst vanaf het derde jaar eigen puntendotatie Oude brandweerhelm: o De gemiddelde afschrijftermijn van een helm is voorzien op ongeveer 12 jaar. o Oude brandweerhelmen die collectief vervangen wordt omwille van het bereiken van de afschrijftermijn mogen overgenomen worden door de laatste drager van de helm indien die minstens 7 jaar actieve dienst heeft. Een brandweerman kan alleen zijn eigen helm overnemen. o Bij eervol ontslag: o Indien minder dan 8 jaar (2/3 de van de leeftijd van de helm) geleden een helm ontvangen de nog bruikbare helm kan niet mee, wordt gewassen en gaat terug in roulatie. De persoon kan deze helm aankopen, de prijs wordt degressief berekend in functie van aankoopprijs en jaren dienst van de helm. o Meer dan 8 jaar (2/3 de van de leeftijd van de helm) geleden een helm ontvangen de helm kan ontvangen worden. o Betrokkenen zullen een verklaring moeten ondertekenen dat zij deze helmen niet mogen gebruiken voor veiligheidsdoeleinden (op bouwwerven, ) en dat zij deze helm niet zal doorverkopen. Elke brandweerman kan enkel zijn eigen helm overnemen. 13