Erkenningscommissie Interventies

Vergelijkbare documenten
Lessons Learned bij de Pilot Verbinden Erkenningstraject Interventies en Serious Games.

Beoordeling Goed Onderbouwd en Effectief

Bewezen effectief werken. Korte introductie

Erkenning van interventies. Criteria voor gezamenlijke kwaliteitsbeoordeling

Titel interventie. Werkblad beschrijving interventie. Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad. Werkblad, versie mei 2015

WORKSHOP VERSPREIDING EN IMPLEMENTATIE VAN JE PROJECT. Djoeke van Dale, CGL Renske van der Zwet, Movisie

Monitor CGL-producten 2014

Titel interventie. Werkblad beschrijving interventie. Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad. Werkblad, versie mei 2015

Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier. Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie

Erkenning van interventies. Criteria voor gezamenlijke kwaliteitsbeoordeling

Meer zicht op kwaliteit en effectiviteit van (leefstijl) interventies: Erkenningscommissie interventies

Titel interventie. Werkblad beschrijving interventie. Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad

Monitor CGL-producten 2016

Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier. Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie

Titel interventie. Werkblad beschrijving interventie. Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad. Voor meer informatie en contact

Werkwijze van de Erkenningscommissie, betreffende de beoordeling gedragsinterventies

Procesevaluatie Effectief Actief Drs. L. Ooms Dr. C.Veenhof

Erkenningstraject interventies

Evidence-based interventies voor agressieregulatie en woedebeheersing

Interventie Grip op Agressie

Handleiding voor het beschrijven van interventies

Dr Danielle (DEMC) Jansen. Universitair Medisch Centrum Groningen Afdeling Gezondheidswetenschappen

Definities, criteria en uitvoerbaarheid Aandachtspunten voor de beoordeling van justitiële interventies

Bezoekadres Kenmerk Bijlage(n) Samenvatting

KWALITEITSTOETS BASISTRAINING VRIJWILLIGERS BUURTBEMIDDELING Toelichting

De ouder-kindrelatie en jeugdtrauma s. Nr. 2018/11, Den Haag, 22 mei Samenvatting

Centrale Commissie van Beroep voor Toetsing (CCB)

ACCREDITATIEREGLEMENT SKJ, versie 1.2 d.d. 29 februari 2016

Erkenning van interventies. Criteria voor gezamenlijke kwaliteitsbeoordeling

Accreditatie procedure

Organisatie Jeugdbestuur en Jeugdcommissies B.N.M.H.C. Zwart-Wit

De keuze van Amersfoort: integraal opererende wijkteams. Interview met Monique Peltenburg, tot voor kort programmadirecteur Sociaal Domein

Klachtenreglement 2015

Onderwerp: Borging en coördinatie van Triple P na 2014

Aanpak: Voorwaardelijke Interventie Gezinnen. Beschrijving

Overzicht interventies in database loketgezondleven.nl Karlijn Leenaars, Lucie Viet en Djoeke van Dale November 2018

Reglement Centrale Bezwaarcommissie Sociaal Plan 1 mei 2013 t/m 31 december 2015

REGISTRATIE REGLEMENT van de Commissie Professional Registration van de Nederlandse Vereniging voor Farmaceutische Geneeskunde

Bezwarencommissie TCR

Notitie zorgplicht voor de scholen

Uitwerking van de Stappen Voor- en vroegschoolse educatie in Salland

Programma van Eisen voor de Call Verkenning Nationale Museale Voorziening Slavernijverleden

Klachtenprocedure Stadsregiotaxi September 2010

Regeling Scholing Jeugdzorg

Keuzedeel mbo. Gezonde leefstijl. gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo. Code K0219

Instellingstoets kwaliteitszorg (ITK)

Bijlage 6 Huishoudelijk Reglement Accreditatiecommissie

VISITATIE VAN WONINGCORPORATIES. Verantwoorden en leren

VERZOEK TOT LIDMAATSCHAP VAN HET KUNSTENAARSCENTRUM BERGEN

Systematische review naar effectieve interventies ter preventie van kindermishandeling.

Literatuur 145. Het Nederlands Jeugdinstituut: kennis over jeugd en opvoeding 173

Samenvatting. Inleiding

Aanpak: Gezinscoaching. Beschrijving

Erkende sport- en beweeginterventies

Aanpak: Bijzondere Zorg Team. Beschrijving

REGLEMENT BEOORDELING AANVRAGEN TOT EEN BIJDRAGE UIT HET NATIONAAL RAMPENFONDS

Een voorbeeld van een schoolprogramma gericht op preventie van overgewicht in Nederland: het DOiT programma

De Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI)

Aanpak: Bemoeizorg. Beschrijving

Zorgplicht voor de scholen

Preffi 2.0: Preventie Effectmanagement Instrument. Ontwikkeling,validiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid

Erkenningstraject interventies

3 april 2014 Partnership in Clinical Trials Martijn Griep, PhD Associate Director Kwaliteit en Naleving Janssen GCO Benelux, Tilburg

Artikel 4 1.Benoeming, schorsing en ontslag van de leden van het bestuur geschieden op de wijze als in artikel 8 van de statuten bepaald.

Regeling Scholing Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening per 1 juli 2015

Theoretische onderbouwing van beroepsmatig pedagogisch handelen. Door Gert van den Berg en Marian de Graaf

FUNCTIEFAMILIE 5.3 Projectmanagement

Transcriptie:

Erkenningscommissie Interventies Werkwijze en procedure Machteld Zwikker - Nederlands Jeugdinstituut / NJi Djoeke van Dale en Monique Kuunders RIVM/Centrum Gezond Leven 23 juni 2009 De Erkenningscommissie Interventies is een landelijke en onafhankelijke commissie die de kwaliteit en effectiviteit van interventies beoordeelt voor jeugdzorg, jeugdgezondheidszorg, jeugdwelzijnswerk, ontwikkelingsstimulering, gezondheidsbevordering en preventie. De commissie is ingesteld en wordt secretarieel ondersteund door het Nederlands Jeugdinstituut, RIVM/Centrum Jeugdgezondheid en RIVM/Centrum Gezond Leven. =

Inhoud 1 Gebruikte afkortingen 2 Inleiding 3 Achtergrond en context 3.1 Waarom een erkenningscommissie? 3.2 Ontstaansgeschiedenis van de erkenningscommissie 3.3 Taken 3.4 Doelgroep 3.5 Werkterrein 4 Organisatie 4.1 Rol en positionering 4.2 Samenstelling van de commissie en zittingsduur van de leden 4.3 Frequentie van beoordelingen en capaciteit 4.4 Stuurgroep 4.5 Secretariaat 4.6 Communicatie 5 Beoordelingsprocedure 5.1 Voor de beoordeling 5.1.1 Interventie aanmelden bij ondersteunend instituut 5.1.2 Inclusiecriteria 5.1.3 Prioritering 5.1.4 Beschrijven van een interventie 5.1.5 Beoordeling aanvragen bij de Erkenningscommissie 5.2 Beoordeling door de commissie 5.2.1 Oordelen die de commissie kan geven 5.2.2 Criteria 5.2.3 Unaniem, onafhankelijk oordeel van de commissie 5.3 Na de beoordeling 5.3.1 Bericht en publicatie van het oordeel 5.3.2 Bezwaar tegen het oordeel van de commissie 5.3.3 Geldigheidsduur erkenning en herbeoordeling 5.3.4 Herbeoordeling voor afloop van de geldigheidsduur 6 Bijlagen (separaat te downloaden) 2

1 Gebruikte afkortingen CGL CJG NIGZ NIZW NJi RIVM VWS Centrum Gezond Leven (onderdeel van het RIVM) Centrum Jeugdgezondheid (onderdeel van het RIVM) Nederlands Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn Nederlands Jeugdinstituut Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Volksgezondheid Welzijn en Sport 3

2 Inleiding Dit document beschrijft de werkwijze en procedures die de Erkenningscommissie Interventies gebruikt bij de uitvoering van haar taken. Het geeft gedetailleerde toelichting voor - leden van de Erkenningscommissie en andere betrokkenen bij de organisatie en uitvoering; - professionals die een interventie willen laten beoordelen; - gebruikers en ontwikkelaars van de interventies, die meer willen weten over de manier waarop de beoordelingen tot stand komen. In hoofdstuk 3 komt de achtergrond van het Erkenningssysteem aan bod, hoofdstuk 4 legt uit hoe de organisatie van de Erkenningscommissie in elkaar zit en ten slotte komt in hoofdstuk 5 de daadwerkelijke procedure en gang van zaken bij beoordelingen aan bod. 4

3 Achtergrond en context 3.1 Waarom een erkenningscommissie? Professionals in jeugdzorg, jeugdwelzijn, jeugdgezondheidszorg en gezondheidsbevordering passen een groot aantal werkwijzen toe om hun doelgroepen te helpen. Vanzelfsprekend willen zij werken op een manier die het beoogde effect heeft. Een belangrijk onderdeel van effectief werken binnen de genoemde terreinen is het toepassen van effectieve interventies. Ondanks de grote hoeveelheid interventies op deze terreinen is niet of beperkt duidelijk wat de kwaliteit en effectiviteit daarvan is. Om op een eenduidige manier zicht te creëren op wat werkt en wat niet werkt is in 2007 een onafhankelijke commissie in het leven geroepen. Dit is de Erkenningscommissie Interventies. 3.2 Ontstaansgeschiedenis van de erkenningscommissie Op 5 juni 2008 is de Erkenningscommissie Jeugdinterventies officieel van start gegaan. In het jaar daarvoor had de commissie al, bij wijze van aanloop, verschillende interventies beoordeeld. De Erkenningscommissie komt oorspronkelijk voort uit een initiatief in het kader van Operatie Jong van het Ministerie van VWS. Dit resulteerde in een opdracht aan NIZW Jeugd (het huidige Nederlands Jeugdinstituut) om een erkenningssysteem te ontwikkelen voor alle interventies voor jeugd, te beginnen op de terreinen jeugdzorg, jeugdgezondheidszorg en jeugdwelzijn. In 2006 is daartoe door NIZW Jeugd een werkgroep ingesteld van medewerkers van een aantal landelijke instituten 1. Deze werkgroep heeft in 2006 voorstellen voorbereid voor de criteria en werkwijze van een Erkenningscommissie Jeugdinterventies. Ze heeft deze voorstellen vervolgens bij diverse externe belanghebbenden en deskundigen getoetst. In 2007 is vervolgens een Erkenningscommissie gevormd onder coördinatie van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en het RIVM /Centrum Jeugdgezondheid (CJG). De commissie begon met het beoordelen van interventies. In hetzelfde jaar (2007) werd in opdracht van het Ministerie van VWS bij het RIVM het Centrum Gezond Leven (CGL) ingericht. Dit centrum heeft onder meer als opdracht om een erkenningssysteem te ontwikkelen voor alle leefstijlinterventies op het terrein van gezondheidsbevordering. In dat kader heeft het CGL zich aangesloten bij het NJi en het RIVM /CJG. In eerste instantie was dit bij wijze van pilot maar sinds begin 2009 werken de drie organisaties definitief samen in de verdere ontwikkeling en uitvoering van het erkenningssysteem. Daarbij is ook het werkterrein van de commissie uitgebreid tot leefstijlinterventies voor volwassenen en ouderen en is de naam gewijzigd in Erkenningscommissie Interventies. 3.3 Taken De Erkenningscommissie Interventies beoordeelt de aan haar voorgelegde interventies. Dit doet ze vanuit een onafhankelijke positie, aan de hand van expliciete criteria. Specifieke taken zijn: ===================================================== 1 Nederlands Jeugdinstituut (NJi) (toen nog NIZW Jeugd), RIVM /Centrum Jeugdgezondheid en NIGZ / Centrum voor Kennis en Kwaliteit. 5

Erkenning en Communicatie Beoordelen of interventies aan de voorwaarden van een erkenning voldoen (met behulp van vastgestelde criteria en op grond van de aangeleverde beschrijving en materialen); met de aanbieders van de interventies en met andere relevante partijen communiceren over aan te leveren materiaal, de procedure en al dan niet afgegeven erkenningen. Advies De indieners van beoordeelde interventies adviseren over de inhoud en de mogelijke verdere ontwikkeling van de interventies. Openbaarmaking Het algemeen toegankelijk maken van de informatie over beoordelingen en de stukken waarop deze zijn gebaseerd. Het aandeel van de erkenningscommissie bestaat uit het verstrekken van de informatie over de erkenning van een interventie. De ondersteunende kennisinstituten publiceren de informatie. Ontwikkeling en Evaluatie Werken aan de ontwikkeling en daarbij horende tussentijdse evaluaties van het eigen functioneren van de commissie en deelcommissies en van de context waarbinnen dit geschiedt. Indien nodig doen de contactpersonen van de commissie in overleg met de voorzitters van de deelcommissies voorstellen voor wijziging van de werkwijze. De evaluatie en verdere ontwikkeling van criteria gebeurt op initiatief van de contactpersonen en projectleiders NJi en RIVM, maar kan ook op verzoek van de leden van de erkenningscommissie gestart worden. 3.4 Doelgroep De belangrijkste doelgroep van het erkenningssysteem bestaat uit professionals uit de jeugdzorg, jeugdwelzijn, jeugdgezondheidszorg en gezondheidsbevordering voor kinderen, volwassenen én ouderen. Het gaat dan met name om uitvoerende professionals, managers, beleidsmakers en onderzoekers. Deze professionals hebben informatie nodig hebben voor het handhaven en verbeteren van kwaliteit in hun sector. Maar ook professionals die interventies ontwikkelen of er zelf onderzoek naar doen behoren tot de doelgroep van het systeem. In de toekomst, als de interventiebeoordelingen het totale aanbod beter dekken, kunnen ook verwijzers en indicerende instanties gebruik maken van de informatie. 3.5 Werkterrein Het huidige werkterrein van de erkenningscommissie omvat jeugdzorg, jeugdwelzijn en ontwikkelingsstimulering, jeugdgezondheidszorg (m.u.v. het basistakenpakket), gezondheidsbevordering en preventie. De betrokken kennisinstituten onderzoeken mogelijkheden van samenwerking met andere werkvelden, zoals die van justitie en onderwijs en de sociale sector. De erkenningscommissie wil namelijk een gezamenlik en uniform beoordelingsysteem realiseren voor een breed scala aan werkvelden. 6

4 Organisatie 4.1 Rol en positionering De Erkenningscommissie is onafhankelijk in haar oordelen. Zij heeft de status van expertgroep, dus haar uitspraken hebben geen juridische consequenties. Ze wordt samengesteld en organisatorisch ondersteund vanuit een samenwerkingsverband tussen het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en RIVM. Betrokken RIVM centra zijn Centrum Jeugdgezondheid (CJG) en Centrum Gezond Leven (CGL). Het NJi en RIVM voeren in de praktijk het secretariaat van de commissie. Het NJi richt zich daarbij op de beoordeling van jeugdinterventies, het RIVM focust op de beoordeling van leefstijlinterventies. 4.2 Samenstelling van de commissie en zittingsduur van de leden De Erkenningscommissie bestaat uit meerdere deelcommissies die elk expertise hebben op een specifiek terrein. Afhankelijk van het specialisme van een deelcommissie beoordeelt zij bepaalde interventies. Momenteel bestaat de commissie uit de volgende vier deelcommissies. 1. Jeugdzorg en psychosociale/pedagogische preventie 2. Jeugdgezondheidszorg, preventie en gezondheidsbevordering 3. Ontwikkelingsstimulering, onderwijsgerelateerd en jeugdwelzijn 4. Gezondheidsbevordering en preventie voor volwassenen en ouderen Elke deelcommissie bestaat uit 8 à 10 deskundigen uit wetenschap, praktijk en beleid, die op persoonlijke titel zitting hebben. Ook heeft elke deelcommissie een eigen voorzitter, die tevens deskundige is op het specifieke gebied van beoordelen. Voor de specifieke samenstelling van de deelcommissies, zie bijlage I: Erkenningscommissie en stuurgroep. De zittingstermijn van de commissieleden en voorzitters is gesteld op vier jaar. Daarmee loopt de eerste termijn af in juni 2011. 4.3 Frequentie van beoordelingen en capaciteit Elke deelcommissie heeft ongeveer eens per twee maanden een beoordelingsbijeenkomst. In een bijeenkomst kan een commissie ongeveer zes interventies beoordelen. Het werkelijke aantal beoordelingen per vergadering is mede afhankelijk van het aanbod. Iedere deelcommissie heeft dus een capaciteit van ongeveer 30 beoordelingen per jaar. 4.4 Stuurgroep Het erkenningssysteem wordt mede bewaakt en vormgegeven door een stuurgroep. Deze Stuurgroep Erkenning Interventies komt twee maal per jaar bij elkaar en bespreekt dan de stand van zaken met betrekking tot het erkenningstraject, de Databank Effectieve Jeugdinterventies en het loket Gezond Leven, het verder ontwikkelen van het erkenningssysteem en eventuele nieuwe ontwikkelingen die zich voordoen. Specifieke taken van de Stuurgroep zijn: - Vaststellen van algemene criteria voor kwaliteit en effectiviteit van het erkenningstraject en aanwijzen van specifieke punten die daarbij aandacht vragen. 7

- Toezien op de kwaliteit van het erkenningstraject door dit periodiek te evalueren en in dat kader uitspraken te doen over de mate waarin de onafhankelijkheid van de beoordelingen van de interventievormen is gewaarborgd. - Bezwaren behandelen: een indiener kan bij de Stuurgroep bezwaar maken tegen een beoordeling. Een ad hoc te benoemen bezwaarcommissie van de Stuurgroep onderzoekt dan of de beoordeling van de betreffende interventie correct is verlopen. - Toezien op de kwaliteit van de Databank Effectieve Jeugdinterventies. - Adviseren van het RIVM over de publicatie van de oordelen van de Erkenningscommissie in het loket Gezond Leven. - Adviseren van NJi en RIVM over (mogelijkheden tot) implementatie van erkende interventies en over het verbreiden van informatie over condities die de effectiviteit beïnvloeden. De Stuurgroep bestaat uit deskundigen uit verschillende perspectieven: wetenschap, beroep, branche, sector en kennismakelaars. Daarnaast is een vertegenwoordiger van het ministerie van Justitie lid van de Stuurgroep. De vergaderingen worden bijgewoond door een aantal toehoorders: de betrokken projectleiders (NJi en RIVM) en de secretaris van de Stuurgroep. Deze toehoorders zijn verantwoordelijk voor de voorbereiding en organisatie van de stuurgroepvergadering. De specifieke samenstelling van de stuurgroep staat in bijlage I: Erkenningscommissie en stuurgroep. 4.5 Secretariaat Het secretariaat van de Erkenningscommissie wordt gevoerd door het NJi en het RIVM (CJG en CGL). Bij deze instituten kunnen interventies worden aangemeld voor beoordeling (jeugdinterventies bij het NJi, leefstijlinterventies bij het RIVM). De instituten adviseren indieners over de wijze van indienen en ondersteunen vervolgens de commissie door middel van het organiseren van de beoordelingsvergaderingen, het aanleveren van stukken en het rapporteren van beoordelingen. Ook dragen ze zorg voor de publicatie van de oordelen en verstrekken zij informatie over de Erkenningscommissie. 4.6 Communicatie Na de beoordeling van een interventie door de commissie wordt het oordeel allereerst mondeling bekend gemaakt aan de ontwikkelaar van de interventie. Vervolgens krijgt de ontwikkelaar een schriftelijke bevestiging, waarna het oordeel ook publiek bekend gemaakt wordt. Alle informatie over beoordeelde interventies is openbaar: zowel de ingediende stukken als het oordeel van de commissie. De ondersteunende kennisinstituten publiceren die informatie. In de praktijk gebeurt dit via twee verschillende databanken. In welke databank gepubliceerd wordt is afhankelijk van de inhoud van de interventie. Beide databases zijn vrij in te zien via het internet: Databank Effectieve Jeugdinterventies (jeugdinterventies): www.jeugdinterventies.nl I-Database (leefstijlinterventies): www.loketgezondleven.nl/i-database 8

Periodiek overleggen de projectleiders en de beheerders van de databanken over afstemming van de inhoud van de databanken en publicatie van oordelen in de databanken. Verder presenteert het Centrum Jeugdgezondheid (RIVM) de beoordeelde interventies op haar website bij het desbetreffende thema; zij publiceert niet de oordelen. Ten slotte worden oordelen openbaar gemaakt via nieuwsberichten, nieuwsbrieven, persberichten, etc. 9

5 Beoordelingsprocedure 5.1 Voor de beoordeling 5.1.1 Interventie aanmelden bij ondersteunend instituut Een eigenaar van een interventie kan deze aanmelden voor het erkenningstraject bij het ondersteunend instituut. Aanmelden kan via: interventies@nji.nl (Nederlands Jeugdinstituut (NJi)) centrumgezondleven@rivm.nl (RIVM /Centrum Gezond Leven (CGL)). 5.1.2 Inclusiecriteria Om in aanmerking te komen voor een beoordeling, moet een interventie allereerst voldoen aan de inclusiecriteria. Als dat het geval is, neemt de commissie de interventie in principe in behandeling. Voor alle interventies gelden de volgende inclusiecriteria: Er is voldoende documentatie (beschrijving van de interventie waarin de doelgroep en doel gegeven zijn; Nederlandse handleiding of protocol; Nederlandse gegevens over onderzoek, evaluatie of ervaring). Er is een persoon of organisatie die informatie kan geven (een eigenaar ). Voldoet aan de definitie van interventie (een doelgerichte en planmatige activiteit die afwijkt van wat gangbaar is voor de doelgroep). Doel is (gezondheids)risico s of -problemen te verminderen of te voorkomen. Verder zijn er specifieke criteria voor specifieke soorten interventies. Voor jeugdinterventies: - De interventie moet beogen competent gedrag te bevorderen of de kwaliteit van de opvoedingsomgeving te verbeteren. Bij interventies die gericht zijn op de omgeving moet uit de documentatie blijken dat zij uiteindelijk effect willen sorteren bij kinderen of jongeren. - Het moet gaan om interventies voor jongens en meisjes van 0 tot 18 jaar, hun opvoeders of hun opvoedingsomgeving. Uitloop is mogelijk tot 24 jaar. Voor leefstijlinterventies: - De interventie is door de eigenaar in de I-database ingevoerd (www.loketgezondleven.nl/i-database). - Materialen zijn nog minimaal twee jaar beschikbaar. 5.1.3 Prioritering Soms worden er meer leefstijlinterventies ingediend dan bij een Erkenningscommissie-bijeenkomst beoordeeld kunnen worden. Als ze allemaal voldoen aan de inclusiecriteria, dan kunnen de kennisinstituten prioriteit stellen bij het beoordelen van bepaalde interventies. Voor jeugdinterventies zijn deze niet expliciet vastgesteld. Bij beoordeling van leefstijlinterventies geeft de commissie als dat aan de orde is voorrang aan interventies die: in meerdere regio s toegepast worden; betrekking hebben op landelijke of lokale speerpunten voor preventiebeleid of op thema s van de CGL partners; genoemd worden in de handleidingen voor lokaal gezondheidsbeleid; kansrijk zijn voor erkenning (op basis van gedaan onderzoek). 10

5.1.4 Beschrijven van een interventie De interventie moet voor de beoordeling beschreven zijn volgens een vast format, het zgn. werkblad (zie bijlage V). Dit werkblad is een formulier dat de criteria van de commissie volgt en daarbij om toelichting of meer informatie vraagt. De eigenaar of uitvoerder van een interventie kan dit werkblad zelf invullen. Maar het Nji of RIVM kan dit ook op eigen initiatief doen. Organisaties die zelf een interventie beschrijven, kunnen daarbij ondersteuning krijgen van het NJi en RIVM. 5.1.5 Beoordeling aanvragen bij de Erkenningscommissie Het definitief aanvragen van een beoordeling bij de commissie is de verantwoordelijkheid van de ontwikkelaar van de interventie. Daartoe dient deze het formulier Aanvraag beoordeling in te vullen (bijlage IV). Met dit formulier geeft de indiener toestemming voor het naar de commissie sturen van de interventiebeschrijving en de aanvullende documentatie. Eveneens geldt de toestemming voor het openbaar maken van het oordeel. Nadat een beoordeling is aangevraagd stuurt het ondersteunend instituut (NJi of RIVM) de interventiebeschrijving naar de commissie. Met de interventiebeschrijving wordt ondersteunende documentatie meegestuurd, zoals bijvoorbeeld: (een deel van) de handleiding; literatuur over effectonderzoek dat in Nederland is uitgevoerd. De ontwikkelaar van de interventie levert in principe zelf alle documentatie in vierof vijfvoud aan bij het ondersteunende instituut. 5.2 Beoordeling door de commissie 5.2.1 Oordelen die de commissie kan geven Op dit moment zijn er drie niveaus waarop de commissie een interventie kan erkennen: niveau I (theoretisch goed onderbouwd); niveau II (waarschijnlijk effectief) en niveau III (bewezen effectief). Er is ook een niveau IV bepaald (kosteneffectief), maar hiervoor moeten nog criteria ontwikkeld worden en daarom is afgesproken dat tot 2011 niet op dit niveau erkend zal worden. In principe spreekt de naam van ieder erkenningsniveau voor zich. Iets uitgebreider geformuleerd betekenen ze het volgende: I. Theoretisch goed onderbouwd: de interventie is naar het oordeel van de commissie voldoende beschreven en onderbouwd. II. Waarschijnlijk effectief: effectiviteit is naar het oordeel van de commissie enigszins aannemelijk gemaakt. III. Bewezen effectief: effectiviteit is naar het oordeel van de commissie sterk aannemelijk gemaakt. Daarbij heeft de commissie de mogelijkheid een interventie te erkennen als theoretisch goed onderbouwd onder voorbehoud. Dit kan ze doen als volgens de commissie erkenning mogelijk is nadat enkele eenvoudige aanvullingen op de interventiebeschrijving zijn gegeven. Natuurlijk kan de commissie ook bepalen dat er reden is om een interventie níet te erkennen: omdat een interventie (nog) niet voldoende theoretisch onderbouwing heeft of omdat ze volgens onderzoek averechts blijkt te werken. 11

5.2.2 Criteria De minimale vereisten die nodig zijn voor een erkenning gelden als de erkenningscriteria. Deze bestrijken de volgende aspecten: beschrijving theoretische onderbouwing randvoorwaarden uitvoering en kwaliteitsbewaking effectonderzoek (vereist voor een erkenning vanaf niveau II) Daarnaast zijn er aanvullende kwaliteitskenmerken geformuleerd. Hieraan hoeft een interventie niet te voldoen om een erkenning te krijgen. Wel kunnen ze meewegen in de uiteindelijke oordeelsvorming van de commissie. In een later stadium kunnen de kwaliteitskenmerken deel gaan uitmaken van de erkenningscriteria. Voor elk niveau waarop erkend kan worden zijn specifieke criteria geformuleerd. In Tabel 1 staan de Erkenningsniveaus samen met een korte omschrijving en korte uitleg over de criteria en geldigheidsduur weergegeven. Bijlage II (Erkenningscriteria) geeft een overzicht van de specifieke Erkenningscriteria per erkenningsniveau. In bijlage III (Kwaliteit van onderzoek) staat de gradatie van kwaliteit van onderzoek waarnaar bij de criteria verwezen wordt. Zie voor meer achtergrond en uitleg over het tot stand komen van de criteria: Van Yperen & Van Bommel 2009 (Erkenning interventies: criteria 2009-2010. Erkenningscommissie (Jeugd)Interventies). Dit document is te downloaden op de websites van het NJi en RIVM / CGL. 5.2.3 Unaniem, onafhankelijk oordeel van de commissie De commissie beoordeelt of een interventie voor erkenning in aanmerking komt en op welk niveau. Hiervoor is een unaniem oordeel nodig. Deze komt als volgt tot stand. De beoordeling wordt voorbereid door vier van commissieleden: twee afkomstig uit de wetenschap en twee uit beleid en/of praktijk. Zij bestuderen de beschrijving en de documentatie en stellen per criterium vast of de interventie daar volgens hen aan voldoet. Van elk van deze vier leden gaat een kort schriftelijk verslag met toelichting naar de andere commissieleden. In de plenaire vergadering bespreekt de deelcommissie dan de interventie per criterium en als geheel. Zo nodig volgt een consensusbespreking onder leiding van de voorzitter. De onafhankelijkheid van de commissieleden bij de beoordeling van de desbetreffende interventie wordt per geval bepaald. De betrokken commissieleden geven ter vergadering een verklaring van onafhankelijkheid. Commissieleden die bij een ontwikkeling of implementatie van de interventie betrokken zijn geweest, onttrekken zich eventueel tijdelijk van de vergadering. 5.3 Na de beoordeling 5.3.1 Bericht en publicatie van het oordeel De secretaris van de commissie rapporteert het oordeel voorzien van toelichting op een speciaal formulier, ondertekend door de voorzitter. De secretaris stuurt dit formulier naar de indiener. Het kan voorkomen dat de commissie ook zelf contact opneemt met de indiener, om een extra toelichting of advies te geven. Alvorens het oordeel te publiceren wordt contact opgenomen met de eigenaar van de interventie. 12

5.3.2 Bezwaar tegen het oordeel van de commissie Mocht er bezwaar zijn tegen het oordeel van de commissie dan wordt dit behandeld door een ad hoc in te stellen bezwaarcommissie vanuit de Stuurgroep. Zie voor de volledige bezwaarprocedure Bijlage VII. 5.3.3 Geldigheidsduur erkenning en herbeoordeling Een erkenning is niet voor altijd. De interventies worden na vijf jaar opnieuw beoordeeld. Uitgangspunt hierbij is dat een interventie een ontwikkelingsproces doormaakt en dat ook de context veranderlijk is. Het secretariaat van de erkenningscommissie neemt voor de herbeoordeling contact op met de indieners van de vorige keer. Een kortere termijn van herbeoordeling geldt bij een onder voorbehoud afgegeven erkenning, deze is namelijk maar een half jaar geldig. In Tabel 1 staan geldigheidstermijnen bij ieder erkenningsniveau vermeld. Een interventie die opnieuw wordt beoordeeld, wordt op dezelfde manier beoordeeld als een interventie die nog niet eerder beoordeeld is. Met andere woorden: een interventie kan een hogere beoordeling krijgen, maar ook een lagere. 5.3.4 Herbeoordeling voor afloop van de geldigheidsduur Overigens kunnen interventies op initiatief van de eigenaar al voor de afloop van de uiterlijke geldigheidsduur opnieuw worden ingediend. Dit is een mogelijkheid voor interventies die een snelle ontwikkeling hebben doorgemaakt en/of voor interventies die niet zijn erkend. Het NJi en RIVM kunnen (zo mogelijk op verzoek van de erkenningscommissie) een initiatief nemen tot een vroegtijdige herbeoordeling. Indien van een interventie nieuw onderzoek beschikbaar is, waaruit blijkt dat de interventie niet effectief zou zijn terwijl deze wel erkend is op dat niveau, zal de interventie bijvoorbeeld eerder voor herbeoordeling ingediend worden. De nieuwe informatie moet wel gebaseerd zijn op minimaal twee afzonderlijke studies. 13

Tabel 1 = = Erkenningsniveau Niveau Toelichting in trefwoorden Kosteneffectief Oordelen van de commissie, periode geldigheid en criteria (Voorlopig speelt dit aspect nog geen rol in de beoordeling / erkenning) IV Niveau III káîé~ì= ff= káîé~ì= f= Bewezen effectief t~~êëåüáàåäáàâ=éññéåíáéñ= qüéçêéíáëåü=öçéç=çåçéêäçìïç= = Erkend op niveau III (5 jaren geldig*). De effectiviteit is naar het oordeel van de commissie sterk aannemelijk gemaakt omdat de interventie voldoet aan criteria ten aanzien van: Kwaliteit onderzoeksopzet (minstens sterke bewijskracht; de studie is in de praktijk uitgevoerd); Aantal studies - 2 of meer Nederlandse studies met minstens een sterke bewijskracht of - 1 Nederlandse studie in combinatie met meerdere buitenlandse studies; - bij herhaalde case-studies zijn er minstens 10 cases. Aard en grootte van het effect (de effecten zijn overtuigend, passen bij doel interventie en zijn voor werkveld relevant). Erkend op niveau II (5 jaren geldig*). De effectiviteit is naar het oordeel van de commissie enigszins aannemelijk gemaakt omdat de interventie voldoet aan criteria ten aanzien van: Kwaliteit onderzoeksopzet (minstens matige bewijskracht); Aantal studies (er zijn voldoende studies die voorlopige aanwijzingen geven voor de effectiviteit); Aard en grootte van het effect (de effecten zijn overtuigend, passen bij het doel van de interventie en zijn voor het werkveld relevant). Niet erkend op niveau II: Effectiviteit is onvoldoende aannemelijk gemaakt, de interventie blijkt averechts te werken of de effectiviteit is nog onbekend. Erkend op niveau I (5 jaren geldig*). De interventie voldoet naar het oordeel van de commissie aan criteria ten aanzien van: Beschrijving doel, doelgroep en aanpak; Theoretische onderbouwing; Beschrijving randvoorwaarden uitvoering en kwaliteitsbewaking. Onder voorbehoud erkend op niveau I (6 maanden geldig**): de interventie komt naar het oordeel van de commissie voor erkenning op niveau I in aanmerking, nadat enkele eenvoudig aan te vullen lacunes zijn aangevuld. Niet erkend op niveau I: de interventie is naar het oordeel van de commissie onvoldoende beschreven en theoretisch onderbouwd. l= = (Niveau waarop een voorselectie kan plaatsvinden om interventies te ondersteunen bij het verwerven van een erkenning.) * De erkenning kan in principe verlengd worden. **De erkenning onder voorbehoud is slechts eenmaal met 6 maanden te verlengen. 14

6 Bijlagen (separaat te downloaden) I. Erkenningscommissie en stuurgroep II. Erkenningscriteria III. Kwaliteit van onderzoek IV. Formulier Aanvraag beoordeling interventie V. Werkblad Erkenningscommissie VI. Handleiding Werkblad Erkenningscommissie VII. Bezwaarprocedure De Erkenningscommissie Interventies is een landelijke en onafhankelijke commissie die de kwaliteit en effectiviteit van interventies beoordeelt voor jeugdzorg, jeugdgezondheidszorg, jeugdwelzijnswerk, ontwikkelingsstimulering, gezondheidsbevordering en preventie. De commissie is ingesteld en wordt secretarieel ondersteund door het Nederlands Jeugdinstituut, RIVM/Centrum Jeugdgezondheid en RIVM/Centrum Gezond Leven. =