EDITIE CIJFERKORF WONEN

Vergelijkbare documenten
G E M E E N T E L I J K E F I C H E S W O N E N Editie 2011

G E M E E N T E L I J K E F I C H E S W O N E N Editie 2011

G E M E E N T E L I J K E F I C H E S W O N E N Editie 2011

CIJFERKORF KLIMAAT EDITIE 2011

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

Woonfiche MIDDELKERKE

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

Woonfiche KNOKKE-HEIST

Woonfiche LANGEMARK-POELKAPELLE

INLEIDING W O O N G E L E G E N H E D E N S O C I A L E H U I S V E S T I N G V A S T G O E D P R IJ Z E N P R E M I E S E N E R G I E A R M O E D E

Woonfiche SPIERE-HELKIJN

Woonfiche LANGEMARK-POELKAPELLE

Woonfiche BLANKENBERGE

Woonfiche INGELMUNSTER

Totale oppervlakte Nieuwpoort Arrondissement West-Vlaanderen ,0 275,2 3144,3. Index Index

Totale oppervlakte Koksijde Arrondissement West-Vlaanderen ,0 275,2 3144,3. Index Index

Bredene ,1 291,6 3144,3. Bredene. Totaal Totaal Totaal. Index Bredene

Brugge ,4 661,3 3144,3. Brugge. Index Brugge. Index Arrondissement Brugge

Arrondissement Waregem. Kortrijk ,3 402,9 3144,3. Waregem. Index Waregem. Index

Arrondissement Izegem. Roeselare ,5 271,5 3144,3. Izegem. Totaal Totaal Totaal 12,5 49% 75,6 28% 657,9 21% 12,9 51% 78,4 29% 679,3 22%

Arrondissement Kortrijk. Kortrijk ,0 402,9 3144,3. Kortrijk. Index Kortrijk. Index

Arrondissement Oostende. Oostende ,7 291,6 3144,3. Arrondissement Oostende. Oostende

Arrondissement Ledegem. Roeselare ,8 271,5 3144,3. Ledegem. Index Ledegem

Ieper ,6 549,6 3144,3. Ieper. Index Ieper. Index Arrondissement Ieper

Arrondissement Diksmuide. Diksmuide ,4 362,4 3144,3. Arrondissement Diksmuide. Diksmuide. Totaal Totaal Totaal

Houthulst ,9 362,4 3144,3. Houthulst. Totaal Totaal Totaal. Index Houthulst

Arrondissement Deerlijk. Kortrijk ,8 402,9 3144,3. Deerlijk. Index Deerlijk. Index

Arrondissement Zwevegem. Kortrijk ,2 402,9 3144,3. Zwevegem. Index Zwevegem. Index

Arrondissement Dentergem. Tielt ,9 329,8 3144,3. Dentergem. Index Dentergem. Index

Oostkamp ,6 661,3 3144,3. Oostkamp. Totaal Totaal Totaal 16,6 21% 164,8 25% 657,9 21% 17,2 22% 169,3 26% 679,3 22% Index

Woonfiche MIDDELKERKE

Woonfiche HEUVELLAND. Arrondissement Ieper. Woonfiche Heuvelland p.1 p.2 p.3 p.4 p.5

Totale oppervlakte De Panne Arrondissement West-Vlaanderen ,9 275,2 3144,3. Index Index

EVOLUTIE VAN DE MARKT

Woonfiche KNOKKE-HEIST

Arrondissement Wevelgem. Kortrijk ,8 402,9 3144,3. Wevelgem. Index Wevelgem. Index

De Haan ,2 291,6 3144,3. De Haan. Totaal Totaal Totaal. Index De Haan

Woonfiche kustzone B O D E M G E B R U I K. hinterlandgemeenten. Totale oppervlakte (in km²) kustgemeenten. kustzone ,3 658,5 479,8

Omgevingsanalyse Lochristi

rapport 'Verklarende factoren in de evolutie van het ruimtebeslag' BIJLAGE B

86,3 87,7 +1,66% -8,62%

Prijzen houden stand, maar de activiteit daalt. derde trimester met 5,1% naar beneden ten opzichte van de derde trimester van 2009.

BETAALBAARHEID WONEN

De evolutie en tendensen op regionaal en provinciaal niveau worden verderop in deze barometer besproken.

BETAALBAARHEID WONEN

De vastgoedactiviteit volgt de evolutie van het aantal vastgoed-gerelateerde dossiers op die maandelijks binnekomen in de notariskantoren.

NOTARISBAROMETER S LANDBOUWGRONDEN LANDBOUWGRONDEN GEMIDDELDE PRIJZEN EN OPPERVLAKTE IN

Hoog aantal vastgoedtransacties in het afgelopen trimester. De vastgoedmarkt herpakt zich na een relatief rustige maand maart

0. KENGETALLEN. Bron: FOD Economie (Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie), INR, VDAB, RVA en Steunpunt WSE.

De inflatie zakte in juni nog tot 1,5 punten. De daaropvolgende maanden steeg de inflatie tot 2,0 in augustus (Bron: NBB).

Noord-Limburg , , ,2

Kerncijfers voor de gemeente Zelzate

30 3 DE TRIMESTER 2016

NOTARISBAROMETER S LANDBOUWGRONDEN LANDBOUWGRONDEN GEMIDDELDE PRIJZEN EN OPPERVLAKTE N 2

Deel IV, Profielschetsen van 13 centrumsteden

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen

Voor meer cijfers, zie beleidsdomein Woonstad. Stad Genk Publicatie Stedenbouwkundige vergunningen

DE EVOLUTIE VAN DE BELGISCHE VASTGOEDPRIJZEN IN 2016: DATA ADS 1 INLEIDING

Voor meer cijfers, zie beleidsdomein Woonstad. Stad Genk Publicatie Stedenbouwkundige vergunningen

Wonen in Vlaanderen. Mercedes Van Volcem Vlaams Parlementslid

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen Oktober - december 2013

Kerncijfers voor de gemeente Vielsalm

Meest interessante vastgoedprijzen in Zuid-West-Vlaanderen

Prikkels om te Ondernemen West-Vlaanderen Werkt 4, 2010

Regionale verdeling van de vastgoedactiviteit

Vastgoed April - juni 2016 VASTGOEDACTIVITEIT IN BELGIË 105,3 105,0. Op macro-economisch niveau

VASTGOEDPRIJZEN 2009

Databank Noord-Limburg in cijfers. 22 november 2012 Stefan Jacques - provincie Limburg directie mens steunpunt sociale planning

notarisbarometer 2012 : meer vastgoedtransacties in België Vastgoedactiviteit in België 106,4 106,8 101,6 99, ,2 99,8

Kerncijfers voor de gemeente Jette

Kerncijfers voor de gemeente Ukkel

Kerncijfers voor de gemeente Etterbeek

Wonen: enkele cijfers

Regionale verdeling van de notariële vastgoedindex

Orderboekje historisch gezien op vrij hoog niveau

Vastgoedprijzen blijven stijgen

notarisbarometer 101,6 99, ,2 99,8 94,1 Belgisch vastgoed zet de economische crisis een hak

RAPPORT KANSARMOEDE-INDICATOREN IN ERPE-MERE

NOTARISBAROMETER VASTGOED AAN DE KUST OVERZICHT

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen April - juni 2014

een zeer lage prijs (bron FOD Economie). 1 De grote stijging zou te wijten zijn aan de verkoop van een zeer groot perceel/groot aantal percelen aan

NOTARISBAROMETER T VASTGOED. Barometer 41 SAMENVATTING VASTGOEDACTIVITEIT PRIJSEVOLUTIE OVER 5 JAAR. Inflatie

Transcriptie:

EDITIE 2011 - CIJFERKORF WONEN Het Steunpunt Sociale Planning en de dienst Wonen, Afdeling Levenskwaliteit en Zorg van de Directie Mens bieden woningmarktgegevens aan op gemeentelijk niveau aan gemeenten, OCMW's, sociaal verhuurkantoren, sociale huisvestingsmaatschappijen en andere lokale actoren. Het Steunpunt Sociale Planning heeft de cijfers verwerkt tot duidelijke tabellen en kaarten, die worden voorgesteld op overzichtelijke (gemeentelijke) fiches. Op deze manier wil de provincie tegemoet komen aan het ondersteunen van lokale besturen om een overzicht te krijgen van hun gemeentelijke situatie. Het document dat hier voor u ligt, is de toelichting bij de indicatorfiches (die online te raadplegen zijn via www.limburg.be/cijferkorfwonen) en dan voornamelijk een vergelijking tussen en Vlaanderen. Ook wordt er dieper ingegaan op verschillen tussen de vijf streken. Stefan Jacques Steunpunt Sociale Planning Beleidscel Welzijn en Onderwijs Directie Mens provincie - 1 - Studiecel 2de Directie Welzijn limburg.be/studiecel

VOORNAAMSTE VASTSTELLINGEN WONINGEN (01.01 01.14) Op 01.01.2010 is 76,7% van de woningen in een eengezinswoning, terwijl we in het 71,6% eengezinswoningen tellen. In Midden- vinden we een veel lager aandeel (69,4%) dan gemiddeld voor, terwijl (82,5%) en (81,1%) hoger dan gemiddeld scoren. Grafiek 01.01 Eengezinswoningen 74,6 Midden- 69,4 78,7 81,1 82,5 76,7 71,6 50,0 55,0 60,0 65,0 70,0 75,0 80,0 85,0 Bron: FOD Economie Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (01.01.2010) Het aandeel appartementen ligt dan weer lager (17,3%) in dan in Vlaanderen (22,3%). Met net geen kwart appartementen (25,4%) scoort Midden- veel hoger dan gemiddeld voor de provincie, terwijl in het noorden (12,7%), westen (13,1%) en zuiden (14,0%) van er een lager aandeel is. heeft op 01.01.2010 zeer weinig woningen in gesloten bebouwing (12,0%) in vergelijking met Vlaanderen (32,7%) en het is dat de kroon spant met 18,2% (wat nog steeds beduidend lager is dan voor gans Vlaanderen), terwijl er in nog geen 5% van de eengezinswoningen gesloten bebouwd is. Grafiek 01.03 Gesloten bebouwing 10,6 Midden- 15,0 4,8 8,0 18,2 12,0 32,7 0,0 5,0 10,0 15,0 20,0 25,0 30,0 35,0 Bron: FOD Economie Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (01.01.2010) Halfopen bebouwing vinden we iets meer terug in (30,1%) dan in Vlaanderen (26,2%), en dan vooral in en het (resp. 37,6% en 37,5%). zit met 16,5% eengezinswoningen in halfopen bebouwing op 01.01.2010 met een veel lagere indicator in vergelijking met het s gemiddelde.

Rest ons nog te benadrukken dat meer dan de helft (57,9%) van de eengezinswoningen in een open bebouwing is. In Vlaanderen stellen we een percentage van 41,2% vast. Net geen acht op de tien woningen in (78,7%), wat veel hoger is dan gemiddeld voor, is open gebouwd en maar 44,2% in (wat nog steeds meer is dan de indicator voor Vlaanderen). Grafiek 01.05 Open bebouwing Midden- 52,0 52,7 78,7 66,9 44,2 57,9 41,2 0,0 10,0 20,0 30,0 40,0 50,0 60,0 70,0 80,0 90,0 Bron: FOD Economie Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (01.01.2010) De enige cijfers in deze cijferkorf Wonen die nog van de Volkstelling (1991) en de laatste Algemene Socio-economisch Enquête (2001) dateren zijn die betreffende het statuut eigenaar of huurder. In 2001 waren er minder huurders in (20,2%) dan in Vlaanderen (25,2%): of meer eigenaars (76,0%) in in vergelijking met Vlaanderen (70,9%). In Midden- is een kwart (24,5%) van de woningen bewoond door huurders en in (17,1%), Zuid- (18,2%) en (18,3%) zijn er minder huurders dan gemiddeld voor de provincie. Op 01.01.2010 zijn er opvallend minder (17,7%) oude gebouwen (tot 1945) in dan in Vlaanderen (29,7%). Enkel het zuiden van de provincie heeft met 26,9% gebouwen vóór 1946 gebouwd een veel hoger gemiddeld dan we in onze provincie zouden verwachten. (amper 11,6%) en (14,5%) hebben een lager aandeel. Grafiek 01.08 Gebouwen gebouwd tot 1945 Midden- 15,8 17,1 11,6 14,5 26,9 17,7 29,7 0,0 5,0 10,0 15,0 20,0 25,0 30,0 35,0 Bron: FOD Economie Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (01.01.2010) Bijna 1 op drie (32,4%) gebouwen in zijn recent gebouwd (vanaf 1982), terwijl dat slechts voor 26,6% van de Vlaamse gebouwen het geval is. Met 28,4% doet het dan wel beter dan het Vlaamse cijfer, toch ligt het aandeel lager dan gemiddeld voor de provincie. En van alle gebouwen is 37,7% in vanaf 1982 gebouwd: een veel hoger gemiddelde dan.

Iets meer dan 1 op 5 van de gebouwen in (21,5%) heeft een kleine bewoonbare oppervlakte van max. 104 m² op 01.01.2010; een cijfer dat opvallend lager is dan voor het (37,9%). Bekijken we de regio s dan is het aandeel kleinere gebouwen in Noord- (13,5%) veel lager dan we gemiddeld in vaststellen. In Midden- is meer dan een kwart (26,2%) van de gebouwen voorzien van een bewoonbare oppervlakte tot 104 m². Een cijfer dat daarmee nog steeds ruimschoots onder het Vlaamse cijfer ligt. Grafiek 01.10 Gebouwen tot 104 m² 22,2 Midden- 26,2 13,5 19,8 21,5 23,5 37,9 0,0 5,0 10,0 15,0 20,0 25,0 30,0 35,0 40,0 Bron: FOD Economie Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (01.01.2010) Bekijken we tenslotte de gebouwen naar enkele gerieflijkheden op 01.01.2010 dan zijn er meer gebouwen uitgerust met cv of airco in (79,7%) dan in Vlaanderen (68,8%), zijn er ook meer gebouwen met minstens 1 badkamer in (90,3%) dan in Vlaanderen (83,9%). Ook het aandeel gebouwen met minstens 1 garage ligt hoger (80,0%) in onze provincie in vergelijking met Vlaanderen (69,3%). heeft op elke indicator een veel lager gemiddelde dan : amper 74,2% gebouwen met cv of airco, 84,3% met minstens 1 badkamer en 71,1% met minstens 1 garage. en scoren steeds hoger dan gemiddeld. EVOLUTIE WONINGEN (01.15 01.29) In deze paragraaf gaan we wat dieper in op de evoluties van bovenstaande indicatoren tussen 2001 en 2010 (index 2001 = 100). Als we een getal groter dan 100 hebben is er sprake van een stijging van die indicator, een getal kleiner dan 100 duidt op een daling (bv. een index 102,4 = +2,4%, een index 96,3 = -3,7%). Grafiek 01.15 - Evolutie van de woningen tussen 2001 en 2010 Midden- 112,9 111,4 113,6 113,5 110,5 112,1 108,2 100,0 102,0 104,0 106,0 108,0 110,0 112,0 114,0 116,0 Bron: FOD Economie - KMO, Middenstand en Energie - Ecodata (2001-2010, index 2001 = 100) Tussen 2001 en 2010 zien we het aantal woningen in toenemen van 323.717 naar 363.041 (of +12,1%). Daarmee stijgt het woningbestand sneller dan in het (+8,2%). wordt gekenmerkt door een gemiddeld kleinere stijging in vergelijking met

de Provincie (+10,5%), terwijl en (resp. +13,6% en +13,5%) en het (+12,9%) hoger scoren. Deze stijging -blijkt uit de cijfers- is vooral te wijten aan een toename van het aantal appartementen in (+48,9%) en Vlaanderen (+26,8%). Een veel hogere toename zien we in (79,7%) en in (77,4%). Enkel in Midden- was er met een stijging van éénderde appartementen (+33,7%) een lagere toename dan gemiddeld voor. Grafiek 1.17 - Evolutie van de appartementen tussen 2001 en 2010 152,8 Midden- 133,7 177,4 179,7 149,0 148,9 126,8 100,0 110,0 120,0 130,0 140,0 150,0 160,0 170,0 180,0 190,0 Bron: FOD Economie - KMO, Middenstand en Energie - Ecodata (2001-2010, index 2001 = 100) Ter vergelijking: de eengezinswoningen stegen in die periode slechts met respectievelijk 8,1% in de provincie en 5,0% in Vlaanderen. Ook hier blijkt een uitschieter: +10,1%. In, daarentegen, worden er minder (+6,8%) eengezinswoningen bijgezet in vergelijking met tussen 2001 en 2010. De stijging andere regio s ligt rond het gemiddelde. We hebben ook zicht op de evolutie van het aantal eengezinswoningen naar type van de woning. Tussen 2001 en 2010 zal de gesloten bebouwing het minst toenemen in zowel (+3,1%) als het (+0,5%). Regionaal valt de veel hogere evolutie dan gemiddeld voor op in (+5,0%), maar ook in Midden- is de stijging hoger dan gemiddeld (+3,8%). De toename van 1,8% in is lager dan gemiddeld. De huizen in halfopen bebouwing nemen toe met 7,5% in en 6,9% in Vlaanderen. Hier valt onmiskenbaar de stijging met 12,2% op in. Alle andere streken scoren rond het gemiddelde. Grafiek 1.20 - Evolutie van de open bebouwing tussen 2001 en 2010 Midden- 109,9 108,9 110,0 109,9 109,3 109,6 107,7 100,0 102,0 104,0 106,0 108,0 110,0 112,0 Bron: FOD Economie - KMO, Middenstand en Energie - Ecodata (2001-2010, index 2001 = 100) Tot slot zien we dat de sterkste toename van type bebouwing de open bebouwing is: tussen 2001 en 2010 in (+9,6%) en in Vlaanderen (+7,7%). In Midden- en hebben we een lagere dan gemiddelde stijging (resp. +8,9% en +9,3%), terwijl de overige regio s een

hoger dan gemiddelde toename noteren: (+10,0%), en (beiden +9,9%). Tussen 1991 en 2001 stellen we een lichte daling vast van het aantal huurders in (- 1,0%). De daling in Vlaanderen is (-8,7%) van een grotere orde. Vooral de stijging van het aantal huurders in (+6,7%) wijkt het meest af van de trend in. In (-6,2%) en in het (-4,2%) zien we een (veel) sterkere daling dan gemiddeld. De eigenaars nemen dan weer toe: +16,6% in de provincie, +14,1% in Vlaanderen. Zowel Noord- (+20,1%) als het (+18,6%) hebben een hogere toename van de eigenaars tussen 1991 en 2001. Met 12,0 procent méér eigenaars is het dat de rij sluit met een veel lagere stijging dan we normaal zouden verwachten. Het is vanzelfsprekend dat oudere gebouwen (vóór 1946 opgetrokken) hoe langer hoe meer plaats maken voor nieuwe gebouwen. Zowel in als in Vlaanderen zien we een daling met bijna 5% van het aantal gebouwen gebouwd tot 1945. Het is vooral in het jonge waar die daling veel groter is dan in gans de provincie: -9,0%. Omgekeerd is er de afgelopen tien jaren dus een stijging van meer dan een derde nieuwe gebouwen (gebouwd vanaf 1982) vast te stellen: in met 35,0%, in Vlaanderen met 34,4%). Op streekniveau is het opvallend dat in het zuiden van de provincie er een veel lagere stijging (+33,3%) is dan gemiddeld voor. En verder neemt het aantal gebouwen met kleinere bewoonbare oppervlakte af in (- 0,2%) en deze met meer dan 104 m² stijgt met 10,1%. Grafiek 1.23 - Evolutie van de gebouwen gebouwd tot 1945 tussen 2001 en 2010 Midden- 95,2 95,5 91,0 94,5 96,5 95,1 95,2 90,0 92,0 94,0 96,0 98,0 100,0 Bron: FOD Economie - KMO, Middenstand en Energie - Ecodata (2001-2010, index 2001 = 100) In de rubriek woningen wordt afgesloten met de evolutie van de mate van comfort (cv of airco, badkamer, garage). De evolutie van het aantal gebouwen met één van de hier opgesomde uitrustingen was steeds positief in onze provincie: +16,5% meer gebouwen met cv of airco, +12,7% meer gebouwen met minstens 1 badkamer en +10,8% meer gebouwen met minstens 1 garage. Bekijken we de streken voor (de stijging van) deze drie indicatoren, dan is er niet echt een eenduidige lijn in te trekken. Overal stijgt de mate van comfort maar in Midden- is die stijging bijvoorbeeld lager en zelfs veel lager dan gemiddeld voor wat betreft cv of airco, resp. badkamer. De evolutie van het aantal gebouwen met minstens 1 garage steeg veel minder dan gemiddeld in het zuiden van de provincie.

SOCIALE WONINGEN (02.01 02.22) De twee eerste indicatoren binnen het luik sociale woningen hebben beiden de totale sociale huisvesting als teller. Een eerste keer wordt vergeleken met het aantal woningen (eigenlijk: private huishoudens), in het tweede geval wordt het aantal woningen bewoond door huurders (een cijfer uit de laatste Algemene Socio-economische Enquête uit 2001) bekeken. Met een verschillende nadruk als gevolg: enerzijds hoeveel van de woningen zijn sociale woningen, anderzijds hoeveel van de huurders zijn sociale huurders. Op 31.12.2010 is er 5,6% sociale huisvesting in (t.o.v. de private huishoudens), evenveel als we vaststellen in Vlaanderen (5,5%). In het (7,6%) en Midden- (6,6%) noteren we een hoger aandeel dan gemiddeld voor de provincie, terwijl (3,6%) en (4,5%) lager scoren. Een iets ander beeld van sociale huisvesting krijgen we als we een vergelijking maken met de woningen bewoond door huurders (anno 2001). Dan is 30,9% van de huurders in een sociale huurder, wat neerkomt op een hoger aandeel dan in Vlaanderen (24,3%). In hebben huurders dus iets meer toegang tot goedkopere (sociale) huurwoningen dan voor gans Vlaanderen. Ook hier zijn er lagere aandelen dan gemiddeld in (23,9%) en in Zuid- (27,2%), maar het torent met een aandeel van 40,5% sociale huurders in vergelijking met het totaal aantal huurders veel hoger boven het se gemiddelde uit. Grafiek 02.02 - Sociale huisvesting (t.o.v. totaal woningen bewoond door huurders) 40,5 Midden- 30,6 23,9 34,2 27,2 30,9 24,3 Bron: VMSW (31.12.2010) 0,0 5,0 10,0 15,0 20,0 25,0 30,0 35,0 40,0 45,0 Er zijn meer sociale huurwoningen in (3,3%) dan in Vlaanderen (2,7%), maar minder sociale huurappartementen (2,2% tegenover 2,8%). Het aantal huurwoningen ligt (veel) hoger in het en dan we gemiddeld voor de provincie zien, maar lager in Zuid-. Dit terwijl vooral Midden- (3,7%) een hoger dan gemiddelde score optekent wat betreft het aantal huurappartementen. Op 31.12.2010 ligt het aandeel sociale huisvesting (hetzij in huurwoningen, hetzij in huurappartementen) met 1 slaapkamer dus vermoedelijk voor eenoudergezinnen of alleenstaanden- lager in dan in Vlaanderen. Slechts 5,1% huurwoningen met 1 slaapkamer t.o.v. 11,4% in Vlaanderen, en amper 23,3% huurappartementen met 1 slaapkamer in en 1 op drie (35,1%) in Vlaanderen. Bekijken we dit regionaal dan is er één opvallende vaststelling: maar liefst 15,4% van de sociale huurwoningen in het noorden van de provincie is uitgerust met slechts één slaapkamer (concreet komt dit neer op 257 huurwoningen van de 1.664). Ook het aandeel huurappartementen met 1 slaapkamer ligt veel hoger in (37,3%), gevolgd door Midden- (27,8%).

Grafiek 02.05 - Sociale huurwoningen met 1 slaapkamer Midden- 4,0 4,4 15,4 1,9 2,3 5,1 11,4 Bron: VMSW (31.12.2010) 0,0 2,0 4,0 6,0 8,0 10,0 12,0 14,0 16,0 18,0 In deze indicatorenreeks gaan we ook dieper in op enkele kenmerken van de huurders van de sociale woningen. De huurders vanaf 55 jaar maken op 31.12.2010 zowel in als in Vlaanderen net geen 4% uit van het totaal aantal 55-plussers. Er zijn meer huurders van 55- jaar in het (4,9%) en in Midden- (4,5%) dan we gemiddeld voor verwachten. telt op 31.12.2007 1 iets meer huurders die alleen huren (8,4%) dan voor gans Vlaanderen (7,2%). en vallen op door hun lager aandeel alleenstaande huurders, maar het is toch vooral (opnieuw) het dat opvalt met een veel hogere score dan gemiddeld voor onze provincie: 11,7% van de huurders van een sociale woning huurt die woning alleen. Grafiek 02.10 - Huurders die alleen huren 11,7 Midden- 9,0 6,2 9,3 6,8 8,4 7,2 Bron: VMSW (31.12.2007) 0,0 2,0 4,0 6,0 8,0 10,0 12,0 14,0 Ook het aandeel huurders met meer dan 4 gezinsleden (de grote gezinnen) is hoger in (5,7%) dan in Vlaanderen (5,1%). Als referentie nemen we het aantal grote huishoudens (met 5 of meer gezinsleden). In Midden- (7,7%) tref je een hoger aandeel dan gemiddeld voor aan, terwijl (2,9%) en (4,1%) dan weer minder hurende grote gezinnen telt. Iets meer dan één op drie huurders (35,0%) in is een huurder met kind(eren). Voor Vlaanderen bedraagt dat aandeel 29,7%. In (47,0%) ligt dat aandeel opvallend hoger dan het s cijfer: daar hebben bijna één op de twee huurders van een sociale woning of een sociaal huurappartement kinderen. 1 Een aantal gegevens van de VMSW die betrekking hebben op de kenmerken van huurders hebben we niet voor 31.12.2010, daarom gebruiken we nog de oudere gegevens. Het betreft de indicatoren 02.10 tot en met 02.15.

Tot slot stellen we ook vast dat het aandeel huurders in eenoudergezinnen in (8,9%) het aandeel in Vlaanderen (6,8%) overtreft. Op niveau van de streken is het net zoals bij de vorige indicator (12,4%) dat een veel hogere score heeft dan het cijfer voor de provincie. Een derde reeks indicatoren (na de gegevens over het sociale huurpatrimonium en de huurders van die sociale woningen) betreft de kandidaat-huurders. Op 31.12.2010 is 1,7% van de jongerenbevolking van 18 tot 24 jaar in als kandidaat-huurder ingeschreven op een wachtlijst voor een sociale woning bij één van de Sociale Huisvestingsmaatschappijen. In West- (3,0%) en Midden- (2,1%) treffen we een (veel) hoger aandeel dan gemiddeld aan, terwijl in het noorden en zuiden van de provincie minder dan 1,0% jonge kandidaathuurders zijn. Vlaanderen (1,5%) scoort in de buurt van het se cijfer. Grafoek 02.16 - Kandidaat-huurders jonger dan 25 jaar 1,6 Midden- 2,1 0,6 3,0 0,9 1,5 1,7 Bron: VMSW (31.12.2010) 0,0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 De kandidaat-huurders vanaf 55 jaar vormen 1,28% van het totaal aantal 55-plussers in, met meer kandidaat-huurders van 55+ in Midden- (1,72%) in vergelijking met. Een lager aandeel kandidaat-huurders van 55 jaar en ouder is tenslotte te vinden in Zuid- (1,02%) en (0,91%). Eenzelfde vaststelling doen we bij de kandidaathuurders van 65 jaar en ouder. Op 31.12.2010 is 7,3% van de alleenstaanden in een kandidaat-huurder die alleen huurt. Daarmee ligt het cijfer boven het Vlaams percentage (5,9%). (9,7%) en Midden- (9,1%) scoren nog hoger dan het s gemiddelde. Het aandeel kandidaat-huurders met meer dan 4 gezinsleden t.o.v. de grote huishoudens ligt iets hoger in Vlaanderen (5,0%) dan in (3,0%). Ook hier scoren Midden- (3,9%) en (3,7%) hoger dan gemiddeld voor de provincie (maar lager dan Vlaanderen). Grafiek 02.21 - Verhuurde woningen door een SVK 1,26 Midden- 1,03 2,14 1,47 1,38 1,37 0,89 0,00 0,50 1,00 1,50 2,00 2,50 Bron: SVK-jaarrapport (31.12.2010)

Uit het SVK-jaarrapport blijkt dat er op 31.12.2010 in 813 verhuurde woningen door een sociaal verhuurkantoor zijn. Omgerekend is dat iets meer dan één procent (1,37%) in en ligt het hoger dan in vergelijking met Vlaanderen (0,89%). In het noorden van de provincie (2,14%) ligt het aandeel veel hoger dan gemiddeld voor de provincie. En uit gegevens van het Vlaams Woningfonds halen we dat van alle woningen bewoond door huurders er 0,49% woningen verhuurd worden door het VWF in. Op 13.09.2011 is dat aandeel in Vlaanderen (0,16%) lager. In tellen we geen enkele woning verhuurd door het Vlaams Woningfonds, in ligt dat aandeel (1,10%) veel hoger dan voor. EVOLUTIE VAN DE SOCIALE WONINGEN (02.23 02.42) De totale sociale huisvesting in stijgt tussen 2002 en 2010 met 9,7% van 16.799 woningen naar 18.422 woningen. Daarmee is de evolutie iets sterker dan in Vlaanderen (+8,6%). Bekijken we de streken dan stellen we vast dat de sociale huisvesting minder dan gemiddeld toenam in (+4,7%) en in het (+6,9%). (+19,7%) en Zuid- (+15,2%) noteren beiden een (veel) grotere stijging dan gemiddeld voor. Grafiek 02.23 - Evolutie van de sociale huisvesting tussen 2002 en 2007 Midden- 106,9 108,1 119,7 104,7 115,2 109,7 108,6 100,0 105,0 110,0 115,0 120,0 125,0 Bron: VMSW (2002-2010, index 2002 = 100) Deze stijging is in haast volledig toe te schrijven aan de toename in het aantal sociale huurappartementen (+25,3%), gezien het aantal sociale huurwoningen slechts miniem toenemen (+1,1%). In Vlaanderen hetzelfde scenario, daar stijgen naast het aantal huurappartementen (+13,6%)- ook de sociale huurwoningen lichtjes (+3,7%). is de grootste stijger bij zowel de sociale huurwoningen (+9,8%) als de sociale huurappartementen (+97,4%). Dit laatste is net geen verdubbeling en komt in absolute cijfers neer op een stijging van 194 appartementen in 2002 naar 383 in 2010. Opvallende vaststelling is dat de stijging van het aantal sociale huurwoningen met slechts één slaapkamer groter is dan de stijging van de totale sociale huisvesting. Bij de huurwoningen noteren we +16,5% in en +22,8% in Vlaanderen, bij de huurappartementen is dat +30,1% in tegenover +14,1% in Vlaanderen. Met een toename van meer dan de helft kleinste huurappartementen is de stijging in het noorden (+70,2%) én in het zuiden (+61,6%) van de provincie veel groter dan gemiddeld voor de ganse provincie. Tussen 2003 en 2010 stijgt het aantal kandidaat-huurders in met 12,6% (in Vlaanderen ligt dat percentage met 36,6% veel hoger). In die periode zien we dat in het het aantal kandidaat-huurders afneemt (-5,6%) terwijl dat aantal in de andere regio s stijgt. Zuid- (+21,1%) en (+20,7%) vinden we hier bovenaan de lijst terug. Het aantal vragen voor sociale huisvesting neemt tijdens die periode af voor jonge kandidaathuurders maar stijgt met bijna de helft in voor de ouderen.

VERKOPEN (03.01 03.07) In de loop van 2010 ligt de gemiddelde prijs van gewone woonhuizen in op 171.632 euro. In Vlaanderen kost een gewoon woonhuis nog altijd een stuk meer (192.179 euro). Onze provincie kan grosso modo opgedeeld worden aan de hand van het volgende: in en Midden- liggen de prijzen gemiddeld hoger dan in, in en Zuid- lager. Met 188.351 euro voor een gemiddelde gewone woning in het midden van ligt die prijs nog steeds onder het Vlaams gemiddelde. De gewone woonhuizen in zijn dan weer gemiddeld zo n 30.000 euro goedkoper dan in Midden-. Grafiek 03.01 - Gemiddelde prijs van gewone woonhuizen Midden- 172.073 188.351 184.211 166.139 156.136 171.632 192.179 0 50.000 100.000 150.000 200.000 250.000 Bron: FOD Economie Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (loop 2010) De gemiddelde grootte van gewone woonhuizen is veel groter in (9,78 are) dan in Vlaanderen (5,67 are), waar de woningen nochtans meer kosten. Meest opvallende uitschieter is de gemiddelde grootte van de woningen in het noorden van de provincie: maar liefst 13,77 are en daarmee veel hoger dan gemiddeld. volgt in het rijtje en scoort nog steeds hoger dan gemiddeld met 13,03 are. De overige drie regio s hebben een kleinere oppervlakte dan gemiddeld maar blijven boven het Vlaams gemiddelde hangen. Grafiek 03.02 - Gemiddelde grootte van gewone woonhuizen Midden- 8,04 7,71 13,77 13,03 8,34 9,78 5,67 0,00 2,00 4,00 6,00 8,00 10,00 12,00 14,00 16,00 Bron: FOD Economie Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (loop 2010) Ook de gemiddelde prijs van een appartement ligt in de loop van 2010 lager in (178.791 euro) dan in Vlaanderen (195.382 euro). En net zoals een gewoon woonhuis het meest kost in Middend-, gevolgd door, is dat ook voor appartementen het geval. Ook nu stijgt de gemiddelde prijs (186.558 euro in ) niet boven het Vlaams gemiddelde uit. In zijn de gemiddelde prijzen voor appartementen (164.055 euro) veel lager dan gemiddeld in de provincie.

Met een gemiddelde prijs van 252.467 euro voor andere woonhuizen in de loop van 2010 in kunnen we spreken van relatief goedkope woonhuizen als we het vergelijken met Vlaanderen (341.975 euro). Zelfs de hogere gemiddelde prijs (dan gemiddeld voor ) voor andere woonhuizen in het ligt met 274.485 euro nog veel onder het Vlaams cijfer. In (237.196 euro) en (238.854 euro) treffen we de laagste gemiddelde prijzen aan. Is de gemiddelde perceelsgrootte van gewone woonhuizen zie hoger- nog veel groter in dan in Vlaanderen; de percelen van verkochte andere woonhuizen zijn net iets kleiner in (14,69 are) dan in Vlaanderen (15,78 are). De duurste andere woonhuizen zijn tevens de grootste: in het is de gemiddelde perceelsgrootte van verkochte andere woonhuizen 15,94 are. Ook de perceelsgrootte van de andere woonhuizen in Midden- (15,12 are) is groter dan gemiddeld voor de provincie. In (13,86 are) en (14,19 are) zitten we met een lagere perceelsgrootte dan gemiddeld voor. Tot slot gaan we nog even dieper in op de gemiddelde prijs van bouwgronden in de provincie : met 102.640 euro per bouwgrond ligt ook hier de prijs veel lager dan in Vlaanderen (134.204 euro). De duurste gronden vinden we in Midden- (110.918 euro), met een hogere prijs dan gemiddeld voor de provincie. Het (93.018 euro) en (99.342 euro) liggen lager dan gemiddeld en blijven beiden onder de 100.000 euro per bouwgrond. Grafiek 03.06 - Gemiddelde prijs van bouwgronden Midden- 93.018 110.918 101.718 102.201 99.342 102.640 134.204 0 50.000 100.000 150.000 Bron: FOD Economie Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (loop 2010) De gemiddelde grootte van die bouwgronden is net iets kleiner in (8,54 are) dan in Vlaanderen (8,64 are). In de loop van 2010 vinden we de grootste percelen in (9,88 are). Het (lager met 7,45 are) en (lager met 7,62 are) situeren zich aan de onderkant van de rangorde. Grafiek 03.07 - Gemiddelde grootte van bouwgronden 7,45 Midden- 7,62 8,44 8,88 9,88 8,54 8,64 0,00 2,00 4,00 6,00 8,00 10,00 12,00 Bron: FOD Economie Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (loop 2010)

EVOLUTIE VAN DE VERKOPEN (03.08 03.11) Tussen 2001 en 2010 stijgt de gemiddelde prijs van gewone woonhuizen in (+85,2%) minder sterk dan in gans Vlaanderen, waar we een meer dan verdubbeling noteren (+114,8%). In onze provincie stijgt op tien jaar tijd de prijs van een woning van 90.000 EUR naar 170.000 EUR. In blijft de gemiddelde woningprijs anno 2010 het laagst van de vijf streken, maar de evolutie was er samen met de evolutie in Midden-- het sterkst (beiden +93%). Grafiek 03.08 - Evolutie van de gemiddelde prijs van gewone woonhuizen tussen 2001 en 2010 178,8 Midden- 193,0 177,3 181,6 192,6 185,2 214,8 100,0 120,0 140,0 160,0 180,0 200,0 220,0 240,0 Bron: FOD Economie Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (2001-2010, index 2001 = 100) Terwijl de stijging in de gemiddelde prijs van een gewoon woonhuis nog lager lag in dan in Vlaanderen, stellen we vast dat evolutie van de gemiddelde prijs van een appartement net iets hoger ligt: een stijging met 102,0% in (een verdubbeling in 10 jaar tijd van 88.000 euro naar bijna 180.000 euro), in het noteren we +101,4%. In het, waar de gemiddelde prijs van een appartement in 2001 het hoogst was, noteren we in dezelfde periode een veel lagere stijging (+65,9%) dan gemiddeld voor. In (+119,7%) en Midden- (+116,2%) was de stijging het grootst. Grafiek 03.09 - Evolutie van de gemiddelde prijs van appartementen tussen 2001 en 2010 165,9 Midden- 216,2 201,2 198,4 219,7 202,0 201,4 100,0 120,0 140,0 160,0 180,0 200,0 220,0 240,0 Bron: FOD Economie Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (2001-2010, index 2001 = 100) Bij de stijging van de gemiddelde prijs van andere woonhuizen -waarmee bedoeld wordt: opbrengsthuizen, herenhuizen, villa's, bungalows en landhuizen- valt het grote verschil tussen en Vlaanderen nog meer op. Terwijl een gemiddeld ander woonhuis in 2001 nog duurder was in, heeft de veel sterkere stijging van de gemiddelde prijs in Vlaanderen (+282,3%) ervoor gezorgd dat anno 2010 een gemiddeld ander woonhuis zo maar even 90.000 EUR meer kost in Vlaanderen dan in. De stijging in betreft +272,4% in diezelfde periode. Geen enkele streek haalt die hoge stijging in het. Het is met een verdrievoudiging van de prijs (+292,5%) dat nog het dichtst in de buurt komt van Vlaanderen.

Grafiek 03.10 - Evolutie van de gemiddelde prijs van andere woonhuizen tussen 2001 en 2010 Midden- 285,2 272,7 238,6 261,0 272,4 292,5 382,3 100,0 150,0 200,0 250,0 300,0 350,0 400,0 Bron: FOD Economie Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (2001-2010, index 2001 = 100) Tot slot bekijken we ook de evolutie van de gemiddelde prijs van een bouwgrond. Deze is iets groter in (+80,8%) dan in Vlaanderen (+76,4%). In de regio s hebben we een groot onderscheid tussen het zuiden van, waar de gemiddelde prijs van bouwgronden meer dan verdubbelt tussen 2001 en 2010, en het noorden van de provincie waar we een stijging met amper 41,3% meten. Grafiek 03.11 - Evolutie van de gemiddelde prijs van bouwgronden tussen 2001 en 2010 164,2 Midden- 184,2 141,3 202,9 227,7 180,8 176,4 100,0 120,0 140,0 160,0 180,0 200,0 220,0 240,0 Bron: FOD Economie Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (2001-2010, index 2001 = 100)

BOUWVERGUNNINGEN (04.01 04.06) In de loop van 2010 ligt het aandeel bouwvergunningen voor de nieuwbouw van woningen (t.o.v. het totaal aantal bouwvergunningen) in op 52,3%, terwijl dat in het iets lager ligt (48,3%). De opvallendste vaststelling is toch wel dat het merendeel (6 op 10) van de bouwvergunningen voor wooneenheden in wordt afgeleverd voor de nieuwbouw van woningen, waarmee de streek veel hoger scoort dan gemiddeld. Langs de andere kant scoren en Midden- (beiden iets meer vergunningen voor flats!) onder het gemiddeld cijfer voor de provincie. Grafiek 04.01 - Bouwvergunningen voor nieuwbouwwoningen Midden- 53,6 49,4 45,7 53,3 61,9 48,3 52,3 0,0 10,0 20,0 30,0 40,0 50,0 60,0 70,0 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek, Statistiek bouwvergunningen en begonnen gebouwen (loop 2010) De indicator nieuwbouwflats per vergund flatgebouw geeft een indicatie of er vergunningen worden geleverd voor grote flatgebouwen dan wel kleine. In zijn er in de loop van 2010 gemiddeld 6,6 nieuwbouwflats vergund per flatgebouw: minder dan in het (8,8). (8,3) heeft het meest aantal flats in een vergund gebouw en ligt daarmee hoger dan gemiddeld voor terwijl en het (resp. 5,2 en 5,3) het minst aantal nieuwbouwflats per vergund gebouw hebben. Grafiek 04.03 - Nieuwbouwflats per vergund flatgebouw 5,3 Midden- 6,6 7,1 8,3 5,2 6,6 8,8 0,0 1,0 2,0 3,0 4,0 5,0 6,0 7,0 8,0 9,0 10,0 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek, Statistiek bouwvergunningen en begonnen gebouwen (loop 2010) EVOLUTIE VAN HET AANTAL BOUWVERGUNNINGEN (04.07 04.10) Het aantal bouwvergunningen voor de nieuwbouw van woningen blijft ongeveer gelijk tussen 2001 en 2010 in (+0,1%). In Vlaanderen stellen we een stijging vast met +12,0%. Regionale verschillen zijn hier zeer opvallend: bijna een kwart (+24,6%) meer bouwvergunningen voor nieuwbouw in Midden-, en ook nog een stijging in het westen en het zuiden van de

provincie (resp. +18,3% en +10,9%). In de overige twee regio s werden er in die tijdspanne van 10 jaar minder bouwvergunningen geleverd voor nieuwbouwwoningen, zelfs 31% minder in Noord-. Grafiek 04.07 - Evolutie van de bouwvergunningen voor nieuwbouwwoningen tussen 2001 en 2010 78,7 Midden- 124,6 69,3 118,3 110,9 100,1 112,0 70,0 80,0 90,0 100,0 110,0 120,0 130,0 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek, Statistiek bouwvergunningen en begonnen gebouwen (2001-2010, index 2001 = 100) Meer ruimte voor groen, minder bouwvergunningen voor nieuwbouw in vergelijking met de bouwvergunningen voor renovatie: gaat dit ook op? De bouwvergunningen voor renovatie van gebouwen stijgen tussen 2001 en 2010 met 8,5% in. In Vlaanderen is dat +10,5 procent. Ter vergelijking: in is er een stijging van 0,5% bouwaanvragen voor nieuwbouw van gebouwen, in Vlaanderen +12,8%. Het verschil nieuwbouw-renovatie is dus aanzielijk groter in onze provincie, in vergelijking met Vlaanderen waar er eigenlijk een even grote stijging is van het aantal vergunningen voor nieuwbouw als die voor renovatie. In (+16,6%) en (+16,3%) zien we een grote stijging in het aantal bouwvergunningen voor renovatie. kent in diezelfde periode een lichte daling van 325 bouwvergunningen (in 2001) naar 296 (in 2010).

BODEMGEBRUIK (05.01 05.06) Voor het cijfermateriaal van het bodemgebruik in de se gemeenten moeten we beroep doen op de toestand op 01.01.2009. De cijfers van 01.01.2010 zijn er ook al maar de detailgegevens voor onbebouwde gronden (bossen en landbouwgronden) worden, tot tegenbericht volgt, voorlopig niet meer berekend omdat (sic) de kadastercijfers voor niet bebouwde gronden niet betrouwbaar zijn (onderschatting van de bossen, overschatting van de landbouw) Op 01.01.2009 is een kwart (25,2%) van de totale oppervlakte in bebouwd, terwijl dat in Vlaanderen 26,2% is. Midden- heeft de grootste bebouwde oppervlakte (36,2%), een veel hoger aandeel dan we gemiddeld voor de provincie verwachten. In daarentegen iis dat amper 16,8%. Grafiek 05.01 - Bebouwde oppervlakte 26,6 Midden- 36,2 23,5 29,4 16,8 25,2 26,2 0,0 5,0 10,0 15,0 20,0 25,0 30,0 35,0 40,0 Bron: Algemene Directie Statistiek van de FOD Economie en FOD Financiën - Kadaster (01.01.2009) Volgens de cijfers van het Kadaster maken landbouwgronden iets meer dan de helft uit van de totale oppervlakte in (52,3%) terwijl Vlaanderen 61,0% haalt. Opnieuw stellen we een groot onderscheid vast tussen Midden- (slechts 32,6%) en het andere uiterste Zuid-, waar iets meer dan driekwart van de oppervlakte bestaat uit landbouwgrond (76,5%). 12,8% van de oppervlakte in is op 01.01.2009 bezet door bossen en dat cijfer ligt iets hoger dan in Vlaanderen (8,0%). In het en vinden we de hoogste percentages (14,3% en 17,2%%) en in is er sprake van slechts 5,1% bosgrond. Grafiek 05.05 - Woongebied 10,3 Midden- 14,4 7,9 13,3 8,1 10,3 11,5 0,0 2,0 4,0 6,0 8,0 10,0 12,0 14,0 16,0 Bron: Algemene Directie Statistiek van de FOD Economie en FOD Financiën - Kadaster (01.01.2009) Eén tiende (10,3%) van de oppervlakte in bestaat uit woongebied, wat ongeveer gelijk ligt met het aandeel voor gans Vlaanderen (11,5%). Midden- (14,4%) heeft een veel hoger aandeel invergelijking met, en (13,3%) heeft percentsgewijs ook nog een

hoger aandeel woongebied. (7,9%) en (8,1%) hebben een lager aandeel woongebied dan we in de prrovincie zien. Tenslotte bekijken we ook nog het aandeel van recreatiegebied in op 01.01.2009. Dat bedraagt 1,63% in en ligt iets lager dan het cijfer voor Vlaanderen (1,85%). In Midden- vinden we een veel hoger percentage (2,95%) terug dan gemiddeld en in het laagste (0,94%) EVOLUTIE VAN DE BODEMGEBRUIK (05.07 05.12) In stellen we vast dat op vijf jaar tijd, tussen 2004 en 2009, de bebouwde oppervlakte met 4,1% toeneemt. In Vlaanderen is dat in diezelfde periode +3,8%. Bij de streken valt vooral de stijging in op: daar stijgt de bebouwde oppervlakte veel meer dan gemiddeld voor, namelijk met 7,0%. Grafiek 05.07 - Evolutie van de bebouwde oppervlakte tussen 2004 en 2009 Midden- 102,8 103,3 103,5 104,2 107,0 104,1 103,8 100,0 101,0 102,0 103,0 104,0 105,0 106,0 107,0 108,0 Bron: Algemene Directie Statistiek van de FOD Economie en FOD Financiën - Kadaster (2004-2009, index 2004 = 100) De onbebouwde oppervlakte neemt dus overal af. Zo zijn er in 2009 1,7% minder landbouwgronden in en 1,4% minder landbouwgronden in Vlaanderen in vergelijking met 2004. Vooral Midden- (-3,0%) heeft een veel grotere daling dan gemiddeld. De oppervlakte voor woningbouw neemt in die periode van vijf jaar het meeste toe: +6,7% in en +6,1% in Vlaanderen. Rest ons nog de opvallende grafiek van de stijging van ruimte voor recreatie te bekijken. Een toename met net geen zes procent (5,8%) in en iets minder in Vlaanderen (+3,9%), maar een grote toename in (+15,6%) en het (+11,8%). Grafiek 05.12 - Evolutie van de oppervlakte bestemd voor recreatiegebied tussen 2004 en 2009 111,8 Midden- 100,3 104,9 104,3 115,6 105,8 103,9 100,0 102,0 104,0 106,0 108,0 110,0 112,0 114,0 116,0 118,0 Bron: Algemene Directie Statistiek van de FOD Economie en FOD Financiën - Kadaster (2004-2009, index 2004 = 100)