Beslissing op bezwaar

Vergelijkbare documenten
Beslissing op bezwaar

Beslissing op bezwaar

Beslissing op bezwaar

Beslissing op bezwaar

Beslissing op bezwaar

Kenmerk: / Betreft: afwijzing aanvraag nevenactiviteit Het exploiteren van twee digitale reclameschermen langs de Rijksweg.

Beslissing op bezwaar

Besluit toestemming nevenactiviteit

Beslissing op bezwaar

gezien het daartegen op 24 september 2012 ingediende pro forma bezwaarschrift, aangevuld bij brief van 11 september 2013,

Besluit. A. Verloop van de procedure. B. Juridisch kader. C. Status van de activiteit

Beschikking op handhavingsverzoek

Besluit. A. Verloop van de procedure. B. Relevante bepalingen. C. Status van de activiteit

Besluit. A. Verloop van de procedure. B. Zienswijze. Kenmerk: / Betreft: verzoek om openbaarmaking

Beslissing op bezwaar

Kenmerk: 29580/ Betreft: toestemming voor het verzorgen van een commerciële televisieomroepdienst

Besluit. A. Verzoek om openbaarmaking. Kenmerk: / Betreft: verzoek om openbaarmaking

Afwijzing verzoek om handhaving

Besluit. A. Verzoek om openbaarmaking. B. Relevante bepalingen. C. Overwegingen. Kenmerk: / Betreft: verzoek om openbaarmaking

Besluit toestemming nevenactiviteit

Besluit. A. Verloop van de procedure. Kenmerk: / Betreft: verzoek om openbaarmaking

Transcriptie:

Beslissing op bezwaar Kenmerk: 651703/654149 Betreft: beslissing op bezwaar tegen het besluit van 22 mei 2015 (kenmerk: 648328) waarin de toezichtskosten over 2013 en 2014 die Weert Televisie v.o.f. als commerciële mediainstelling is verschuldigd, het Commissariaat voor de Media, gezien het besluit van 22 mei 2015 (kenmerk: 648328), gezien het daartegen door Weert Televisie v.o.f. op 2 juli 2015 ingediende bezwaarschrift, gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.30 van de Mediawet 2008, artikel 17 van de Mediaregeling 2008 en de artikelen 1 en 8 van de bijlage bij artikel 17 van de Mediaregeling 2008 (bijdrage toezichtskosten commerciële media-instellingen), overweegt als volgt, a. Verloop van de procedure 1. Bij besluit van 22 mei 2015 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) de toezichtskosten voor de commerciële mediainstelling Weert Televisie v.o.f. (hierna: Weert Televisie) voor de jaren 2013 en 2014 vastgesteld op 4836,00. 2. Bij brief van 2 juli 2015 heeft Weert Televisie bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. 3. Bij brieven van 27 juli en 30 juli 2015 heeft het Commissariaat de ontvangst van het bezwaarschrift bevestigd en de termijn voor de beslissing op bezwaar met zes weken verdaagd. 4. Op 30 juli 2015 heeft het Commissariaat Weert Televisie telefonisch uitgenodigd voor een hoorzitting. 5. Op 13 augustus 2015 heeft een telefonische hoorzitting plaatsgevonden, waarin Weert Televisie haar bezwaar nader heeft toegelicht. Het verslag van de hoorzitting is als bijlage (2) bij deze beslissing gevoegd. 6. In het onderstaande wordt eerst ingegaan op de ontvankelijkheid van het bezwaar (c). Vervolgens worden het bezwaar van Weert Televisie (d) en de overwegingen van het Commissariaat (e) weergegeven en wordt ingegaan op de openbaarmaking van de beslissing op bezwaar (f). Ten slotte volgt de beslissing op bezwaar (g). 1

b. Juridisch kader 7. Voor de relevante juridische bepalingen wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze beslissing op bezwaar. c. Ontvankelijkheid bezwaar 8. Het bezwaarschrift van Weert Televisie is tijdig ingediend en voldoet aan de overige eisen die de Algemene wet bestuursrecht hieraan stelt. Het bezwaarschrift is daarom ontvankelijk. Nu het bezwaarschrift ontvankelijk is, vindt op grondslag daarvan een volledige heroverweging van het bestreden besluit plaats. d. Bezwaar Weert Televisie 9. Weert Televisie stelt de hoogte van de toezichtskosten niet ter discussie en geeft aan dat de hoogte van het bedrag op grond van voorgaande jaren verwacht werd. 10. Weert Televisie voert aan dat zij niet in staat is de toezichtkosten te betalen. In februari 2015 zijn de bedrijfsactiviteiten van Weert Televisie overgedragen aan Midden Limburg Actueel. De overnamesom blijkt niet voldoende om de toezichtskosten te kunnen voldoen. Weert Televisie verzoekt om een tegemoetkoming in de vorm van kwijtschelding van de toezichtskosten. 11. Desgevraagd heeft Weert Televisie aangegeven geen betalingsregeling te willen treffen. e. Overwegingen Commissariaat 12. Weert Televisie is een commerciële media-instelling als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008. Op grond van artikel 3.30, lid 1 van de Mediawet 2008 is Weert Televisie jaarlijks toezichtskosten verschuldigd aan het Commissariaat. Op grond van artikel 17 van de Mediaregeling 2008 bedraagt de hoogte van de verschuldigde toezichtskosten voor de jaren 2013 en 2014 4836,00. 13. Los van de vraag of het gestelde dat Televisie Weert de toezichtskosten niet kan betalen klopt, bieden de Mediawet 2008 en de Mediaregeling 2008 het Commissariaat niet de mogelijkheid om de toezichtskosten te verlagen of kwijt te schelden. Ook bestaat er geen zogeheten hardheidsclausule op grond waarvan het bedrag aan toezichtskosten onder omstandigheden lager zou kunnen worden vastgesteld of zou kunnen worden kwijtgescholden. Het niet kunnen betalen kan dan ook niet leiden tot verlaging of kwijtschelding van de verschuldigde toezichtskosten. 14. Gezien het voorgaande verklaart het Commissariaat na heroverweging het bezwaar van Weert Televisie ongegrond. Het bestreden besluit, waarin voor Weert Televisie de toezichtskosten voor 2013 en 2014 op 4836,00 zijn vastgesteld, blijft derhalve in stand. 2

f. Openbaarmaking 15. Het Commissariaat zal de volledige tekst van het besluit, met uitzondering van de daarin vermelde persoonsgegevens en vertrouwelijke bedrijfsgegevens, openbaar maken door publicatie op zijn website. De publicatie vindt plaats veertien dagen nadat het besluit op de in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht voorgeschreven wijze is bekendgemaakt 1. Het Commissariaat ziet daartoe geen belemmering op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. g. Beslissing op bezwaar 16. Op grond van het voorgaande besluit het Commissariaat als volgt: I. Het Commissariaat verklaart het bezwaar van Weert Televisie tegen het besluit van 22 mei 2015 ongegrond. Het bestreden besluit, waarin voor de commerciële media-instelling Weert Televisie de toezichtskosten voor 2013 en 2014 op 4836,00 zijn vastgesteld, blijft in stand; II. het Commissariaat maakt de volledige tekst van dit besluit, veertien dagen na de voorgeschreven bekendmaking daarvan, met uitzondering van de daarin vermelde persoonsgegevens en vertrouwelijke bedrijfsgegevens, openbaar door publicatie op zijn website. Hilversum, 29 september 2015 COMMISSARIAAT VOOR DE MEDIA, prof. mr. dr. Madeleine de Cock Buning voorzitter Jan Buné RA commissaris Belanghebbenden die zich met dit besluit niet kunnen verenigen, kunnen op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt beroep instellen bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het beroepschrift zijn woonplaats heeft. Als de indiener van het beroepschrift geen woonplaats in Nederland heeft, kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland. 1 dat wil zeggen door toezending aan de belanghebbende. 3

Bijlage 1 Juridisch kader Artikel 3.30 van de Mediawet 2008 1. Een commerciële media-instelling is aan het Commissariaat jaarlijks kosten verbonden aan het toezicht verschuldigd voor elke verkregen toestemming en voor elke van haar mediadiensten op aanvraag. 2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de vaststelling van toezichtskosten, bedoeld in het eerste lid, waarbij in elk geval: a. onderscheid kan worden gemaakt tussen omroepdiensten en mediadiensten op aanvraag; b. onderscheid kan worden gemaakt tussen toestemmingen voor radio-omroep en televisieomroep; en c. rekening kan worden gehouden met de gemiddelde duur van de uitzendingen en met het aantal huishoudens in Nederland, dat het programma-aanbod kan ontvangen. 3. Het Commissariaat kan de verschuldigde toezichtskosten invorderen bij dwangbevel. Artikel 17 van de Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 18 december 2008, nr. WJZ/84447 (8240), houdende uitvoeringsregels van de Mediawet 2008 (Mediaregeling 2008) Een commerciële media-instelling is voor elke verkregen toestemming, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de wet, voor elke van haar mediadiensten op aanvraag, bedoeld in artikel 3.29a van de wet, jaarlijks aan het Commissariaat toezichtskosten verschuldigd berekend volgens de bij deze regeling gevoegde bijlage. Bijlage behorende bij artikel 17 van de Mediaregeling 2008 bijdrage toezichtskosten commerciële mediadiensten Artikel 1 Een commerciële media-instelling is per toestemming voor het verzorgen van een televisieomroepdienst jaarlijks aan het Commissariaat een bijdrage in de toezichtskosten verschuldigd volgens de onderstaande tabellen in euro s: Tabel 1. Toezichtskosten televisieomroepdiensten die zich uitsluitend of in overwegende mate op het binnenland richten Tariefgroep A B C D E F Aantal <25.000 25.000 50.000 100.000 >500.000 huishoudens * 50.000 100.000 500.000 Marktaandeel ** <0,3% <0,3% <0,3% <0,3% <0,3% >=0,3% Uitzenduren*** <12 400 800 1600 3200 6400 12.800 uur >=12 uur 800 1600 3200 6400 12.800 25.600 * Voor de toepassing van de tabel wordt onder aantal huishoudens verstaan: het aantal huishoudens dat een televisieomroepdienst technisch in Nederland kan ontvangen. ** Voor de toepassing van de tabel wordt onder marktaandeel verstaan: het percentage kijkers naar de televisieomroepdienst, gepercenteerd op het totale kijkerspubliek binnen de doelgroep. *** Voor de toepassing van de tabel wordt onder uitzenduren verstaan: de gemiddelde duur van het verzorgde programma-aanbod per dag in het desbetreffende kalenderjaar. Artikel 8 De in deze bijlage genoemde bedragen worden jaarlijks bijgesteld met de door het Centraal Planbureau voor het desbetreffende jaar geraamde consumentenprijsindex. 4

Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur 1. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit: c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld; 2. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: d. inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen; e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; 1. 2. g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden. 3. 5