Beslissing op bezwaar
|
|
|
- Myriam Wouters
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Beslissing op bezwaar Kenmerk: / Betreft: Beslissing op bezwaar Sapphire Media International B.V. Het Commissariaat voor de Media, gezien het besluit van 10 juni 2014, verzonden op 19 juni 2014, kenmerk /624536, waarbij het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) het verzoek van Sapphire Media International B.V. (hierna: Sapphire) om ontheffing van het bepaalde in de artikelen 3.20, eerste lid, 3.21, eerste lid, en 3.24, eerste lid, van de Mediawet 2008 ten aanzien van de programmakanalen XXX VOD1 en XXX VOD2, gedeeltelijk heeft toegewezen, gezien het daartegen bij brief van 29 juli 2014 door Sapphire ingediende bezwaarschrift, gelet op de Mediawet 2008, gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), overweegt als volgt, A. Verloop van de procedure 1. Bij twee besluiten van 31 augustus 2010, kenmerk 22325/ , is door het Commissariaat aan Sapphire toestemming verleend om als commerciële mediainstelling voor een periode van vijf jaar televisieomroep te verzorgen via twee programmakanalen met de namen XXX VOD1 en XXX VOD2. 2. Met faxbericht van 30 december 2013, aangevuld op 18 februari 2014, heeft Sapphire om ontheffing verzocht van het bepaalde in de artikelen 3.20, eerste lid, 3.21, eerste lid, en 3.24, eerste lid, van de Mediawet 2008 ten aanzien van de programmakanalen XXX VOD1 en XXX VOD2. 3. Bij besluit van 10 juni 2014, verzonden op 19 juni 2014, kenmerk /624536, heeft het Commissariaat het verzoek van Sapphire om ontheffing gedeeltelijk toegewezen. 4. Bij brief van 29 juli 2014 heeft Sapphire een pro forma bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van het Commissariaat van 10 juni 2014 en tevens verzocht om vaststelling van een termijn voor aanvullende gronden. 5. Bij brief van 31 juli 2014, kenmerk /631563, heeft het Commissariaat de ontvangst van het bezwaarschrift bevestigd. Bij dezelfde brief heeft het Commissariaat Sapphire de mogelijkheid geboden om tot en met 31 augustus 2014 de gronden van het bezwaar schriftelijk aan te vullen.
2 6. Bij brief van 28 augustus 2014 heeft Sapphire het Commissariaat verzocht om nader uitstel van de termijn voor het indienen van de gronden. Hierbij heeft Sapphire verwezen naar de reeds door Sapphire bij de rechtbank Amsterdam aangespannen beroepsprocedure met zaaknummer AMS 13/6618 WET tegen het Commissariaat, waarin het onderwerp gelijk is aan de onderhavige bezwaarprocedures. Sapphire heeft gesteld dat de in de betreffende procedure door de rechtbank Amsterdam nog te beantwoorden vragen van invloed kunnen zijn op de positie van Sapphire in de onderhavige bezwaarprocedure. Daarom heeft Sapphire verzocht om de termijn voor het aanvullen van de gronden van bezwaar op te schorten tot een redelijke periode nadat de rechtbank Amsterdam in genoemde procedure uitspraak heeft gedaan. 7. Bij brief van 9 september 2014 is het Commissariaat tegemoet gekomen aan het verzoek van Sapphire en heeft daarbij bepaald dat de termijn voor het aanvullen van de nadere gronden van de betreffende bezwaren vier weken bedraagt na de dag waarop de uitspraak van de rechtbank Amsterdam in beroepsprocedure met zaaknummer AMS 13/6618 WET bekend is gemaakt. 8. In dezelfde brief heeft het Commissariaat er nadrukkelijk op gewezen dat indien Sapphire de gronden niet tijdig dan wel onvolledig indient, het Commissariaat op grond van artikel 6:6 van de Awb kan besluiten het bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren. 9. Bij uitspraak van 13 januari 2015, bekendgemaakt op dezelfde dag, heeft de rechtbank Amsterdam het beroep van Sapphire tegen het Commissariaat in de beroepsprocedure met zaaknummer AMS 13/6618 WET niet-ontvankelijk verklaard. 10. Bij brief van 23 januari 2015 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) het Commissariaat laten weten dat Sapphire hoger beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam. 11. Bij brief van 24 maart 2015 heeft de Afdeling het Commissariaat laten weten dat Sapphire op 19 maart 2015 het door haar ingestelde hoger beroep heeft ingetrokken. B. Juridisch kader 12. In de bijlage bij dit besluit worden de relevante wetsartikelen vermeld. C. Ontvankelijkheid 13. Sapphire heeft bij brief van 29 juli 2014 een pro forma bezwaar ingediend tegen het besluit van het Commissariaat van 10 juni In één zinsnede maakt Sapphire bezwaar tegen het feit dat het verzoek van Sapphire om ontheffing van het bepaalde in artikel 3.20, eerste lid, van de Mediawet 2008 en artikel 3.21, eerste lid, van de Mediawet 2008 is afgewezen
3 14. In de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (zie onder andere CRvB van 14 februari 2007, RSV 2007/149 en CRvB van 31 oktober 2007, AB 2008/90) is bepaald dat volgens vaste jurisprudentie in de regel ook van een in het bezwaarschrift gegeven summiere motivering van het bezwaar zal kunnen worden aangenomen dat daarmee is voldaan aan het vereiste van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d (een bezwaarschrift bevat ten minste de gronden van het bezwaar), van de Awb. Dit neemt volgens de Centrale Raad van Beroep echter niet weg dat het bezwaarschrift wel, hoe summier ook verwoord, een concrete bezwaargrond dient te bevatten. Hiermee wordt een feitelijke grond bedoeld, waaronder de Centrale Raad van Beroep verstaat een standpunt ten aanzien van de overwegingen van het bestreden besluit waarmee duidelijkheid wordt verschaft over het punt, dan wel de punten, waarmee de indiener van het bezwaarschrift het niet eens is. Hieronder wordt niet verstaan de enkele mededeling dat een beslissing in strijd is met de hieraan ten grondslag gelegde wettelijke bepalingen, de algemene bepalingen van behoorlijk bestuur of de overige ter zake geldende bepalingen. 15. Naar het oordeel van het Commissariaat bevat het bezwaarschrift van Sapphire geen enkele grond. De enkele ongemotiveerde stelling van Sapphire in het pro forma bezwaarschrift dat zij zich niet kan vinden in het besluit van het Commissariaat van 10 juni 2014 kan niet als grond van het bezwaar worden gekwalificeerd. 16. Het Commissariaat heeft Sapphire ruimschoots gelegenheid geboden dit verzuim te herstellen, maar Sapphire heeft nagelaten enige grond voor het bezwaar te noemen en nader te motiveren. Naar aanleiding daarvan ziet het Commissariaat geen reden om niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van Sapphire achterwege te laten. 17. Het Commissariaat besluit derhalve het bezwaar van Sapphire, gericht tegen zijn besluit van 10 juni 2014, dan ook op grond van artikel 6:6, onder a, van de Awb, nietontvankelijk te verklaren. D. Openbaarmaking 18. Het Commissariaat zal de volledige tekst van het besluit, met uitzondering van de daarin vermelde persoonsgegevens en vertrouwelijke bedrijfsgegevens, op grond van artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob), openbaar maken door publicatie op zijn website. De publicatie vindt plaats veertien dagen nadat het besluit op de in artikel 3:41 van de Awb voorgeschreven wijze is bekendgemaakt 1. Het Commissariaat ziet daartoe geen belemmering op grond van artikel 10 van de Wob. 1 dat wil zeggen door toezending aan de belanghebbende
4 E. Besluit Het Commissariaat: I. verklaart het bezwaar van Sapphire van 29 juli 2014, gericht tegen het besluit van het Commissariaat van 10 juni 2014, kenmerk /624536, nietontvankelijk; II. handhaaft het primaire besluit van 10 juni 2014; III. besluit de volledige tekst van dit besluit, veertien dagen na de voorgeschreven bekendmaking daarvan, met uitzondering van de daarin vermelde persoonsgegevens en vertrouwelijke bedrijfsgegevens, openbaar te maken door publicatie op zijn website. Hilversum, 7 april 2015 COMMISSARIAAT VOOR DE MEDIA, prof. mr. dr. Madeleine de Cock Buning voorzitter Jan Buné RA commissaris Belanghebbenden die zich met dit besluit niet kunnen verenigen, kunnen op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt beroep instellen bij de rechtbank van het arrondissement waarbinnen hun woonplaats zich bevindt. Bijlage (1): juridisch kader - 4 -
5 Bijlage: Juridisch kader Artikel 6:5 Awb 1. Het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht; d. de gronden van het bezwaar of beroep. 2. Bij het beroepschrift wordt zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft, overlegd. 3. Indien het bezwaar- of beroepschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van het bezwaar of beroep noodzakelijk is, dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling. Artikel 6:6 Awb Het bezwaar of beroep kan niet-ontvankelijk worden verklaard, indien: a. niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, of b. het bezwaar- of beroepschrift geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel 2:15, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. 5
Beslissing op bezwaar
Beslissing op bezwaar Kenmerk: 641581/644645 Betreft: Beslissing op bezwaar inzake Radio Unique en Jazz Radio Het Commissariaat voor de Media, gezien de volgende besluiten: het besluit van 20 januari 2015,
gezien het daartegen op 24 september 2012 ingediende pro forma bezwaarschrift, aangevuld bij brief van 11 september 2013,
Besluit op bezwaar Kenmerk: 612321/630377 Betreft: Radio Decibel Het Commissariaat voor de Media, gezien zijn beslissing van 17 maart 2009, kenmerk 15300/2009002841, waarbij de namen van drie radioprogrammakanalen
Beslissing op bezwaar
Beslissing op bezwaar Kenmerk: 621648/628545 Betreft: vaststelling toezichtskosten 2013 Het Commissariaat voor de Media, gezien zijn besluit van 13 december 2013, kenmerk 617495/619195, waarbij het Commissariaat
Beslissing op bezwaar
Beslissing op bezwaar Kenmerk: 651703/654149 Betreft: beslissing op bezwaar tegen het besluit van 22 mei 2015 (kenmerk: 648328) waarin de toezichtskosten over 2013 en 2014 die Weert Televisie v.o.f. als
Beslissing op bezwaar
Beslissing op bezwaar Kenmerk: 29771/2013008925 Betreft: beslissing op bezwaar van Young City Media B.V. tegen de vaststelling toezichtkosten 2012 Het Commissariaat voor de Media, gezien zijn besluit van
Beslissing op bezwaar
Beslissing op bezwaar Kenmerk: 27534/2012010168 Betreft: Beslissing op bezwaar inzake de Stichting Publieke Media instelling Eijsden- Margraten tegen afwijzing van het handhavingsverzoek jegens Stichting
Beslissing op bezwaar
Beslissing op bezwaar Kenmerk: 678208/679078 Betreft: bezwaar tegen besluit op Wob-verzoek en besluit tot openbaarmaking daarvan Beschikking van het Commissariaat voor de Media betreffende het bezwaar
Beslissing op bezwaar
Beslissing op bezwaar Kenmerk: 24055/2010018942 Betreft: Beslissing op bezwaar inzake Wob besluit naar aanleiding van verzoek om openbaarmaking door de VARA Het Commissariaat voor de Media, gezien het
Beslissing op bezwaar
Beslissing op bezwaar Kenmerk: 685432/710575 Betreft: beslissing op bezwaar tegen het besluit van 24 februari 2017 (kenmerk: 683765) en tegen het besluit van 1 juni 2018 (kenmerk: 707861) tot vaststelling
REGLEMENT BEZWAARSCHRIFTEN PUBLIEKE OMROEP
REGLEMENT BEZWAARSCHRIFTEN PUBLIEKE OMROEP Vastgesteld bij besluit van de Raad van Bestuur van de Stichting Nederlandse Publieke Omroep, hierna de NPO, d.d. 12 januari 2010, herzien d.d. 12 februari 2013.
Besluit. A. Verloop van de procedure. B. Zienswijze. Kenmerk: / Betreft: verzoek om openbaarmaking
Besluit Kenmerk: 621072/623284 Betreft: verzoek om openbaarmaking Besluit van het Commissariaat voor de Media betreffende het verzoek van [verzoeker] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna:
vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad vanstate 201108441/1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het
ECLI:NL:RBZWB:2016:6366
ECLI:NL:RBZWB:2016:6366 Instantie Datum uitspraak 10-10-2016 Datum publicatie 14-10-2016 Zaaknummer AWB 16_2223 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Zeeland-West-Brabant Bestuursrecht
Kenmerk: 654974/658752 Betreft: afwijzing aanvraag nevenactiviteit Het exploiteren van twee digitale reclameschermen langs de Rijksweg.
Besluit Kenmerk: 654974/658752 Betreft: afwijzing aanvraag nevenactiviteit Het exploiteren van twee digitale reclameschermen langs de Rijksweg. A. Verloop van de procedure 1. Bij e-mail van 2 september
Kenmerk: 639566/643443 Betreft: verzoek om ontheffing op grond van artikel 3.20, tweede lid, en 3.24, tweede lid, van de Mediawet 2008
Besluit Kenmerk: 639566/643443 Betreft: verzoek om ontheffing op grond van artikel 3.20, tweede lid, en 3.24, tweede lid, van de Mediawet 2008 Besluit van het Commissariaat voor de Media (hierna: Commissariaat)
Beschikking op handhavingsverzoek
Beschikking op handhavingsverzoek Kenmerk: 624329/636398 Betreft: handhavingsverzoek RadioNL B.V. Het Commissariaat voor de Media, Gezien het verzoek van RadioNL B.V. om bestuursrechtelijke handhaving
Besluit. A. Verloop van de procedure. B. Juridisch kader. C. Status van de activiteit
Besluit Kenmerk: 685444/685747 Betreft: toestemming voor nevenactiviteit Het cultureel en commercieel verhuren van ruimtes in het pand aan het Vondelpark 3 te Amsterdam door AVROTROS voor de periode van
Besluit. A. Verloop van de procedure. Kenmerk: 622422/624024 Betreft: verzoek om openbaarmaking
Besluit Kenmerk: 622422/624024 Betreft: verzoek om openbaarmaking Besluit van het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) betreffende het verzoek van Broadcast Newco Two B.V. (hierna: verzoeker)
ECLI:NL:CRVB:2013:2879
ECLI:NL:CRVB:2013:2879 Instantie Datum uitspraak 17-12-2013 Datum publicatie 19-12-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-211 WWB Socialezekerheidsrecht
Besluit toestemming nevenactiviteit
Besluit toestemming nevenactiviteit Kenmerk: 652056/652069 Betreft: toestemming voor nevenactiviteit Het in licentie geven van de samenvatting van de registratie van de Canal Parade 2015 aan OUTTV Media
ECLI:NL:RBMNE:2014:5220
ECLI:NL:RBMNE:2014:5220 Instantie Datum uitspraak 23-10-2014 Datum publicatie 28-10-2014 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer AWB - 14 _ 2227 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht
18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007; nieuwe beslissing op bezwaar
Stichting Algemene Programma Raad (APR) p/a Hellingman Bunders advocaten t.a.v. mr. M. Bunders Postbus 75401 1070 AK AMSTERDAM Datum Onderwerp 18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007;
Kenmerk: 29580/2013004262 Betreft: toestemming voor het verzorgen van een commerciële televisieomroepdienst
Besluit Kenmerk: 29580/2013004262 Betreft: toestemming voor het verzorgen van een commerciële televisieomroepdienst Besluit van het Commissariaat voor de Media inzake het verzoek van Vreijsen Sport Management
