Raadsinformatiebrief

Vergelijkbare documenten
Beleidsregel artikel 13B Opiumwet gemeente Mill en Sint Hubert

Vast te stellen de beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid)

Beleidsregels Artikel 13b Opiumwet gemeenten basisteam Veluwe - Noord Elburg Epe Hattem Heerde Nunspeet Oldebroek

Damoclesbeleid gemeente Waalre (Handhavingsbeleid op artikel 13b Opiumwet)

Beleidsregels Artikel 13b Opiumwet in de B5-gemeenten. Vastgesteld gewijzigde versie door de burgemeester op 27 mei 2014

Damoclesbeleid gemeente Eersel (Handhavingsbeleid op artikel 13b Opiumwet) Vastgesteld door de burgemeester van Gemeente Eersel d.d.

Bekendmaking beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Weststellingwerf 2016

Bestuursrechtelijke sancties artikel 13B Opiumwet

Beleidsregels Wet Damocles (art. 13b Opiumwet)

GEMEENTE VALKENSWAARD

Beleidsregel Bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet

vast te stellen de volgende beleidsregels voor het toepassen van artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet, onder de naam

Damoclesbeleid Medemblik 2016

gelet op artikel 13b van de Opiumwet en titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008

Beleidsregel handhaving wet Damocles gemeente Beverwijk 2018

gelet op de artikelen 13b Opiumwet en artikel 8:41 Algemene wet bestuursrecht

Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Twenterand 2012

Damoclesbeleid gemeente Heerhugowaard 2018

Damoclesbeleid Echt-Susteren

Nota van de Burgemeester

Damoclesbeleid, beleidsregels artikel 13b Opiumwet

Beleidsregel handhaving Opiumwet bij hennepplantages in woningen en lokalen gemeente Alkmaar

gelet op artikel 13b van de Opiumwet en het Hennepconvenant Limburg 2012;

Overwegingen: een beleidsregel bij handhaven van artikel 13b Opiumwet bij een woning of een al dan niet voor publiek toegankelijk lokaal is wenselijk;

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Houten

Beleidsregel handhaving Wet Damocles

Beleidsregels Artikel 13b Opiumwet. Burgemeester van de gemeente Oost Gelre

Beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet GEMEENTE HEEZE-LEENDE

Artikel 13b Opiumwet (de wet Damocles) is het juridische instrument om bestuurlijk op te treden tegen illegale verkooppunten van verdovende middelen.

Vast te stellen hieronder opgenomen "Damoclesbeleid lokalen en woningen" op basis van artikel 13b Opiumwet

Beleidsregels Artikel 13b Opiumwet in de B5-gemeenten. Breda Eindhoven Helmond s-hertogenbosch Tilburg

Damoclesbeleid. Beleidsregels artikel 13 b Opiumwet Basisteam Bergen op Zoom

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet

roerdalen gemeente Damoclesbeleid Roerdalen 2014 Artikel 13b Opiumwet Damoclesbeleid Roerdalen

Beleidsnota Bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet

BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET 13b gemeente Deurne. vast te stellen de Beleidsregel handhavingsprotocol Opiumwet 13b gemeente Deurne

BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET HELMOND 2012

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet

Besluit van de burgemeester

gelet op artikel 13b lid 1 van de Opiumwet en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Beleidsregel sluiten van lokalen en woningen op grond van de Wet Damocles (artikel 13b Opiumwet) Damoclesbeleid gemeente Hilvarenbeek

GEMEENTEBLAD. Nr Damoclesbeleid 2013 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN HOOFDSTUK 2 WONINGEN. 20 december 2013

BELEIDSREGELS en HANDHAVINGSARRANGEMENT ARTIKEL 13B OPIUMWET Gemeente Vianen

DAMOCLESBELEID Hof van Twente Artikel 13b Opiumwet

Beleidsregel bestuurlijke sancties artikel 13b Opiumwet gemeente Overbetuwe 2015

Damoclesbeleid Gemeente Sluis

Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Nissewaard gelet op artikel 13b van de Opiumwet en op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

EMEENTE G -T C----OSS. BELEID INZAKE BESTUURLIJKE HANDHAVING VAN ARTIKELI3b OPIUMWET. Politie Basisteam Maasland. gemeente Oss

Besluit van de burgemeester van de gemeente Sittard-Geleen houdende regels omtrent Damoclesbeleid Sittard-Geleen

Beleidsregel Bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet Gemeente Tiel

Zundertse Regelgeving Wetstechnische informatie

Beleidsregel Victoriabeleid Valkenburg aan de Geul 2016

Beleidsregel handhavingprotocol coffeeshopbeleid en Opiumwet (Damoclesbeleid).

Beleidsregel artikel 13b Opiumwet niet gedoogde lokalen gemeente Etten-Leur

BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET 13b HELMOND 2013

Beleidsregel artikel 13b Opiumwet inzake een woning of lokaal 2011

dat de navolgende criteria gelden bij de beoordeling van de vraag of tegen een coffeeshop wordt opgetreden:

STAPPENPLAN 13b OPIUMWET

Wetstechnische informatie

Beleidsregel. Beleidsregels van de burgemeester van Simpelveld voor de toepassing van. artikel 13b Opiumwet en 174a Gemeentewet

Oplegvel Informatienota

Beleidsnota Bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet

Beleidsnota artikel 13 b Opiumwet gemeente Drimmelen

Naam steller Afdelingsmanager Afdeling Portefeuillehouder

HANDHAVINGSARRANGEMENT GEMEENTE ALMERE 2013

Beleidsregel Handhavingprotocol artikel 13b Opiumwet gemeente Gemert-Bakel

DAMOCLESBELEID GEMEENTE LEEK 2013 t.a.v. het sluiten van woningen en lokalen

BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET 13b Asten 2016

Beleidsregels. Beleidsregels van de burgemeester van Landgraaf voor de toepassing van. artikel 13b Opiumwet en 174a Gemeentewet

Transcriptie:

documentnr.: INT/C/16/25107 zaaknr.: Z/C/16/32603 Raadsinformatiebrief Onderwerp : Opiumwetbeleid Aard : Actieve informatie Portefeuillehouder : W.A.G. Hillenaar Datum college : 28 juni 2016 Openbaar : Ja Afdeling : Publiek Contactpersoon : Meike Stortelder Telefoon : E-mail : Meike.Stortelder@cgm.nl In te vullen door de griffie Nummer brief : 2016-73 Datum verzending : 7 juli 2016 Nummer weekbericht : 26 Aanleiding Gemeenten worden steeds vaker geconfronteerd met het illegaal verkopen, afleveren of verstrekken van drugs vanuit panden. Artikel 13b Opiumwet (Wet Damocles) is het juridisch instrument om hier bestuurlijk tegen op te treden. Om de handel in drugs in de gemeente tegen te gaan is ter bescherming van de gezondheid en openbare orde en veiligheid, een strikte handhaving bij overtredingen van de Opiumwet gewenst en noodzakelijk. Uitgangspunt is dat de handel in drugs (zowel soft- als harddrugs) in alle gevallen verboden is en hier handhavend tegen opgetreden wordt. Daarvoor is het gewenst om een strikt handhavingsbeleid te formuleren. Handhaving van de Opiumwet is een bevoegdheid van de burgemeester. Middels deze raadsinformatiebrief wordt u geïnformeerd over de vastgestelde beleidsregel artikel 13b Opiumwet van de gemeente. De beleidsregel treft u in de bijlage. Inhoud De beleidsregel ziet toe op de bevoegdheid van de burgemeester om over te gaan tot het sluiten van woningen/lokalen met bijbehorende erven, indien er sprake is van verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezig zijn van een middel als bedoeld in lijst I of II behorende bij de Opiumwet. In de beleidsregel wordt in beginsel ervoor gekozen om zowel bij woningen als lokalen direct te handhaven. Echter wordt iedere casus afzonderlijk nauwkeurig bekeken, waarbij de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in acht worden genomen. Doel van het beleid is om op te treden tegen het illegaal verkopen, afleveren of verstrekken van drugs vanuit panden. Dit ter bescherming van de gezondheid, openbare orde en veiligheid en in de aanpak tegen 1

ondermijnende criminaliteit. Het beleid dient er ook voor om verhuurder te wijzen op zijn/haar verantwoordelijkheid wanneer zij een pand verhuren. In het onderstaande overzicht zijn de sluitingstermijnen te zien, die in beginsel worden toegepast wanneer sprake is van drugshandel in of vanuit woningen of lokalen. Als er aanwijzingen zijn dat sprake is van een schrijnend geval, waardoor het middel van sluiting niet evenredig en geschikt is, kan de burgemeester ervoor kiezen om de toepasselijke maatregel voorwaardelijk te nemen met een proeftijd. Overzicht handhavingsmatrixen hard- en softdrugs in woningen of lokalen Sluiting Woningen Lokalen Harddrugs Softdrugs Harddrugs Softdrugs 1ste constatering 6 maanden 3 maanden 12 maanden 6 maanden 2de constatering 12 maanden 6 maanden Onbepaalde tijd 12 maanden 3de constatering Onbepaalde tijd 12 maanden Onbepaalde tijd 4de constatering Onbepaalde tijd Huidige stand van zaken In de gemeente zijn in 2016 vier panden feitelijke gesloten op basis van artikel 13b Opiumwet. Procedurele informatie Bij het opstellen van de beleidsregel zijn belanghebbenden partijen zoals de basisteam driehoek Maas en Leijgraaf betrokken. Daarnaast is bij het opstellen van de beleidsregel gekeken naar het beleid dat omliggende en vergelijkbare gemeenten hanteren. Bijlagen Beleidsregel artikel 13b Opiumwet Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Cuijk, Drs. R.H.M.A. Rongen secretaris Mr. W.A.G. Hillenaar burgemeester 2

Beleidsregel artikel 13B Opiumwet gemeente Cuijk Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Juridisch kader 3. Nul optiebeleid coffeeshops 4. Handhavingsbeleid artikel 13b van de Opiumwet 5. Afwijkingsbevoegdheid 6. Inwerkingtreding 1. Inleiding Om de handel in drugs in de gemeente Cuijk tegen te gaan is, ter bescherming van de gezondheid en openbare orde en veiligheid, een strikte handhaving bij overtredingen van de Opiumwet gewenst en noodzakelijk, vanuit het straf-, civiel- en bestuursrecht. Uitgangspunt is dat de handel in drugs (zowel soft- als harddrugs) in alle gevallen is verboden en hier handhavend tegen opgetreden wordt. Daarvoor is het gewenst om een strikt handhavingsbeleid te formuleren. Bij het opstellen van dit beleid is rekening gehouden met de afspraken die in B5-verband zijn gemaakt inzake de bestuursrechtelijke maatregelen. In dit verband zitten de vijf grootste gemeenten van de provincie Brabant (B5). Het betreft de volgende gemeenten: Breda, Eindhoven, Helmond, 's-hertogenbosch en Tilburg. De bestuursrechtelijke maatregelen van deze gemeenten zijn op elkaar afgestemd. Er is een aantal aanpassingen doorgevoerd op de beleidsregel van de B5-gemeenten, om de beleidsregel passend te maken voor de gemeente Cuijk. Zo wordt ervoor gekozen om zowel woningen als lokalen bij de eerste constatering te sluiten, wanneer een handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen. Dit in verband met de volksgezondheid en de openbare orde en veiligheid. Als er aanwijzingen zijn dat er sprake is van een schrijnend geval, waardoor het middel van sluiting niet evenredig en geschikt is, kan gemotiveerd afgeweken worden van de beleidsregel. Deze afwijkingsbevoegdheid is te vinden onder punt vijf in de beleidsregel. 2. Juridisch kader Voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verboden in de zin van artikel 2 (verbod op aanwezigheid van harddrugs, Lijst I) en artikel 3 (verbod op aanwezigheid van softdrugs, Lijst II) Opiumwet, is in die wet het artikel 13b opgenomen. Artikel 13b Opiumwet luidt als volgt: De burgemeester is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.

Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen Eveneens is de aanwijzing Opiumwet van het college van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie d.d. 13-12-2012 van kracht (inwerking getreden per 1 januari 2013; Staatscourant 2012, 26938). 3. Nul optiebeleid coffeeshops In de gemeente Cuijk worden geen coffeeshops toegestaan. 4. Handhavingsbeleid artikel 13b van de Opiumwet Definitie drugshandel: In deze beleidsregel wordt onder drugshandel verstaan: de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezigheid van drugs in een pand en de daarbij behorende erven. Onderstaande beleidsregel ziet toe op de bevoegdheid tot het sluiten van panden en bijbehorende erven door de burgemeester bij verkoop, aflevering of verstrekking dan wel aanwezig zijn van een middel als bedoeld in lijst I of II vanuit woningen of lokalen en behorende erven. Met de wijziging van artikel 13b Opiumwet per 1 november 2007 kunnen alle drugspanden aangepakt worden, dus ook woningen. Zoals de redactie van artikel 13b Opiumwet aangeeft, heeft de burgemeester voor de handhaving van de handel in drugs in of vanuit panden en bijbehorende erven de mogelijkheid bestuursdwang toe te passen. Om betrokkenen niet in de gelegenheid te stellen een financiële belangenafweging te maken, wordt er in beginsel geen gebruik gemaakt van het opleggen van een last onder dwangsom. De bevoegdheid tot toepassing bestuursdwang wordt aanwezig geacht indien er sprake is van een handelshoeveelheid dan wel (bij hennepplanten) van beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt als bedoeld voor het verkopen, afleveren, verstrekken dan wel daartoe aanwezig zijn in de zin van artikel 13B Opiumwet. Meer dan 5 hennepplanten of meer dan 5 gram softdrugs, wordt in deze beleidsregel beschouwd als een handelshoeveelheid. Gekeken naar harddrugs, dan is in deze beleidsregel sprake van een handelshoeveelheid bij meer dan 0,5 gram (Voor GHB geldt een hoeveelheid van 5 ml). Hiermee is aansluiting gezocht met vaste jurisprudentie op basis van artikel 13b Opiumwet. Niet spoedeisend/ spoedeisende bestuursdwang Het uitgangspunt van deze beleidsregel is dat alvorens tot besluitvorming omtrent sluiting wordt overgegaan, een vooraankondiging wordt gegeven. In de vooraankondiging wordt het voornemen tot sluiting opgenomen. De belanghebbende wordt hierdoor in de gelegenheid gesteld op het voornemen tot sluiting een zienswijze te geven. In spoedeisende gevallen kan de burgemeester echter besluiten dat direct tot sluiting wordt overgegaan, aldus zonder vooraankondiging en zienswijze mogelijkheid. De last onder bestuursdwang en toepassing hiervan is geregeld in de artikelen 5:21 e.v. Algemene wet bestuursrecht (Awb). Onderverdeling beleid Het beleid betreffende de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet wordt onderverdeeld in de volgende rubrieken:

- Drugshandel in of vanuit woningen - Drugshandel in of vanuit (al dan niet voor het publiek opengestelde) lokalen Drugshandel in of vanuit woningen In de beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. Bij woningen grijpt een sluiting namelijk zwaarder in op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene(n). De essentie ligt daarin dat er in bewoonde woningen sprake is van het hebben van een woongenot en de daaraan sterk gerelateerde persoonlijke levenssfeer. In het kader van dit beleid wordt onder een woning een pand verstaan dat (of ruimte die) in de aangetroffen staat op een normale wijze voor bewoning kan worden gebruikt en dat/die daarvoor ook mag worden gebruikt (woongenot). Of een woning wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse. Een (bedrijfs)woning die niet als woning wordt gebruikt wordt aangemerkt als lokaal. Directe handhaving Er wordt voor gekozen om bij woningen ook direct te handhaven, omdat blijkt dat er vaak sprake is van een ernstige situatie. Bovendien worden woningen, waarbij meer dan de toegestane hoeveelheid drugs wordt gevonden, vaak niet overeenkomstig de bestemming gebruikt en is er sprake van bedrijfsmatigheid. Daarnaast dient het verplaatsingseffect van de desbetreffende handel vanuit inrichtingen naar woningen voorkomen te worden. Er wordt daarom voor gekozen om ook bij woningen adequaat op te treden, ondanks de woonbescherming en de waarborgen van artikel 8 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM). Natuurlijk wordt elk geval zorgvuldig bekeken, waarbij de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in acht worden genomen. Toepassing van de maatregel moet dus altijd zorgvuldig gebeuren. Er is extra zorgvuldigheid geboden, als er sprake is van (mogelijk) verblijf van minderjarige(n) in de woning. Anderzijds dienen minderjarige(n) ook beschermd te worden tegen blootstelling aan dergelijke situaties, daarom wordt in gevallen dat minderjarige(n) betrokken zijn een melding gedaan bij/overleg gepleegd met Centrum Jeugd en Gezin of andere zorgpartners. De extra zorgvuldigheid die geboden is bij de aanwezigheid van minderjarigen, hoeft niet te betekenen dat de sluiting van de woning niet doorgaat. Daarnaast wordt, gelet op de vrees voor herhaling van de overtreding, het niet redelijk geacht om wanneer in of vanuit een woning (+ bijbehorende erven) drugshandel t.a.v. softdrugs wordt geconstateerd met een handelsvoorraad van meer dan 5 gram of bij meer dan 5 hennepplanten - te volstaan met een waarschuwing. Bij de eerste geconstateerde overtreding wordt dan ook direct bestuursdwang toegepast, gebruik makend van een vooraankondiging.

Sluitingstermijnen hard- en softdrugs in woningen -harddrugs in woningen en bijbehorende erven Overtreding In of vanuit een woning (+ bijbehorende erven) wordt drugshandel t.a.v. harddrugs geconstateerd met een handelsvoorraad van > 0,5 gram. Sluiting 1 ste constatering: 6 maanden sluiting 2 de constatering: 12 maanden sluiting 3 de constatering: sluiting voor onbepaalde tijd -softdrugs in woningen en bijbehorende erven Overtreding In of vanuit een woning (+ bijbehorende erven) wordt drugshandel t.a.v. softdrugs geconstateerd met een handelsvoorraad van > 5 gram of > 5 planten. Sluiting 1 ste constatering: 3 maanden sluiting 2 de constatering: 6 maanden sluiting 3 de constatering: 12 maanden sluiting 4 de constatering: sluiting voor onbepaalde tijd Drugshandel in of vanuit (al dan niet voor publiek opengestelde) lokalen I die er gee sprake is a ee o i g, ordt het pa d/de rui te es hou d als lokaal i de zi van dit beleid. Onder de in deze categorie bedoelde panden vallen de voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals winkels en horecabedrijven) en de niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals loodsen, magazijnen en andere bedrijfsruimten). Als lokaal wordt tevens aangemerkt een (bedrijfs)woning, die niet als woning wordt gebruikt. Drugshandel in of vanuit lokalen en behorende erven vormt eveneens een ernstige aantasting van de openbare orde, veiligheid en volksgezondheid. Daarbij wordt een zware druk op de omgeving gelegd. Zeker in woongebieden wordt de aanwezigheid daarvan als zeer belastend ervaren. Bovendien vormt het een bedreiging voor de sociale veiligheid in de buurt. Er wordt dan ook gekozen om lokalen direct te handhaven Sluitingstermijnen hard- en softdrugs in lokalen: -harddrugs in al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven Overtreding: In of vanuit een al dan niet voor het publiek toegankelijke lokaal, niet zijnde bewoonde woning (+ bijbehorende erven) wordt drugshandel ten aanzien van harddrugs geconstateerd met een handelshoeveelheid van > 0,5 gram. Sluiting: 1 ste constatering: 12 maanden sluiting 2 de constatering: sluiting voor onbepaalde tijd -softdrugs in al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven Overtreding: In of vanuit een al dan niet voor het publiek Sluiting: 1 ste constatering: 6 maanden sluiting

toegankelijke lokaal (+ bijbehorende erven) wordt drugshandel t.a.v. softdrugs geconstateerd met een handelshoeveelheid van > 5 gram of > 5 planten. 2 de constatering: 12 maanden sluiting 3 de constatering: sluiting voor onbepaalde tijd Herhaling overtreding De termijn waarbinnen er sprake is van een herhaalde overtreding is vijf jaar. Dus als een overtreding heeft plaatsgevonden en is geconstateerd, wordt van een volgende overtreding uitgegaan als de geconstateerde overtreding heeft plaatsgevonden binnen vijf jaar na de vorige geconstateerde overtreding. Is de termijn langer dan vijf jaar, dan wordt de nieuwe overtreding die is geconstateerd, weer beschouwd als een eerste geconstateerde overtreding. Indien bij een tweede constatering sprake is van een middel dat niet op de zelfde lijst van de Opiumwet staat als het middel dat bij de eerste constatering is aangetroffen wordt uitgegaan van de maatregelen 2 e constatering harddrugs. Overzicht handhavingsmatrixen hard- en softdrugs in woningen of lokalen Sluiting Woningen Lokalen Harddrugs Softdrugs Harddrugs Softdrugs 1 ste constatering 6 maanden 3 maanden 12 maanden 6 maanden 2 de constatering 12 maanden 6 maanden Onbepaalde tijd 12 maanden 3 de constatering Onbepaalde tijd 12 maanden Onbepaalde tijd 4 de constatering Onbepaalde tijd 4. Afwijkingsbevoegdheid In beginsel wordt er overeenkomstig de bovenstaande beleidsregel besloten. Als er aanwijzingen zijn dat sprake is van een schrijnend geval, waardoor het middel van sluiting niet evenredig en geschikt is, kan de burgemeester ervoor kiezen om de toepasselijke maatregel voorwaardelijk te nemen met een proeftijd. Het sluiten van een woning is immers een ultimum remedium, dat wordt ingezet, alleen en voor zover dit in overeenstemming is met het proportionaliteits- en het subsidiariteitsbeginsel. In de praktijk zal per casus worden bepaald of sprake is van een schrijnend geval die tot afwijking van de beleidsregel noopt. Daarnaast kan de burgemeester op grond van artikel 4:84 AWB van het beleid afwijken. 5. Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking. Aldus vastgesteld op door de burgemeester van de gemeente Cuijk, mr. W.A.G. Hillenaar

Toelichting op de beleidsregel artikel 13B Opiumwet gemeente Cuijk Algemeen Noodzaak handhavingsbeleid Om de handel in drugs in de gemeente Cuijk tegen te gaan is, ter bescherming van de gezondheid en openbare orde en veiligheid, een strikte handhaving bij overtredingen van de Opiumwet gewenst en noodzakelijk, vanuit het straf- civiel en bestuursrecht. Uitgangspunt is dat de handel in drugs (zowel soft- als harddrugs) in alle gevallen is verboden en hier handhavend tegen opgetreden wordt. Om effectief en efficiënt tot handhaving te kunnen overgaan, is het gewenst om hiervoor een strikt handhavingsbeleid te formuleren. Dit handhavingsbeleid is beschreven in deze beleidsregel en geeft weer hoe de burgemeester omgaat met de bevoegdheid op grond van artikel 13B Opiumwet ten aanzien van woningen en lokalen en daarbij behorende erven. Intensivering aanpak criminaliteit De burgemeesters van de gemeenten Breda, Eindhoven, Helmond, 's-hertogenbosch en Tilburg (B5- gemeenten) en de Minister van Veiligheid en Justitie hebben in december 2010 naar aanleiding van de o derzoeksresultate uit de Stads- e regios a grootste Bra a tse ge ee te afgesproke de bestuurlijke, strafrechtelijke en fiscale aanpak van de georganiseerde criminaliteit te intensiveren. Daartoe zijn in de B5- gemeenten in 2011 quickscans afgenomen om onder meer de bestuurlijke weerbaarheid te inventariseren. Uit deze quickscans is gebleken dat de aanpak van hennepteelt en hennephandel, ook in de coffeeshops, binnen de B5-gemeenten verschillend is. Gelet op het gegeven dat criminelen zich niets aan gemeentegrenzen gelegen laten liggen, is geconcludeerd dat het van belang is om in B5-verband de toe te passen bestuursrechtelijke maatregelen op elkaar af te stemmen. De betreffende gemeenten zijn daarbij ondersteund en geadviseerd door het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Zuid-West Nederland en het programmabureau Taskforce B5, nu Taskforce Brabant Zeeland genoemd. Naast de B5-gemeenten is het ook voor de overige gemeenten in Brabant van belang om te zorgen dat zij in staat zijn om adequaat hun bestuurlijke verantwoordelijkheid te kunnen nemen in de bestrijding van criminaliteit. Het formuleren van een handhavingsbeleid met betrekking tot de Opiumwet past hierin. Voor het opstellen van het beleid is rekening gehouden met de afspraken die in B5-verband zijn gemaakt inzake de bestuursrechtelijke maatregelen. Zoals benoemd, zijn er wel een aantal aanpassingen doorgevoerd om het een passende beleidsregel te maken voor de gemeente Cuijk. Deze aanpassingen zijn onder andere voortgekomen uit praktijkervaringen. Ook is bij het opstellen van het beleid gekeken naar het Damoclesbeleid van de omliggende gemeenten. Achtergrond artikel 13B Opiumwet (Wet Damocles) De handhaving van de Opiumwet verloopt sinds de inwerkingtreding van de Wet Damocles (artikel 13b Opiumwet) via het strafrecht en het bestuursrecht. Op basis van artikel 13b Opiumwet heeft de burgemeester rechtstreeks de bevoegdheid gekregen om bestuursdwang toe te passen indien in of vanuit woningen of lokalen dan wel in of bij zodanige woningen of lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I en II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Het is de bedoeling van de wetgever geweest om de burgemeester de mogelijkheid te geven op te kunnen treden tegen drugshandel in of vanuit inrichtingen of woningen zonder dat daarbij steeds

aangetoond moet worden dat sprake is van (geabstraheerde) overlast. Ook heeft de wetgever beleidselementen die niet rechtstreeks gerelateerd zijn aan het belang van bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat, zoals de bescherming van jongeren, hiermee een hechtere basis willen geven. Artikel 174a Gemeentewet Tegen openbare ordeverstoringen vanuit woningen en niet voor publiek toegankelijke lokalen kan worden opgetreden op grond van artikel 174a van de Gemeentewet. Bij de toepassing van artikel 174a Ge ee te et is ooral het o erlast -begrip van belang. Aangezien voor de toepassing van artikel 13B Opiumwet geen sprake hoeft te zijn van overlast, wordt geen verdere aandacht besteed aan het gebruik van artikel 174a Gemeentewet. Artikel 4:84 AWB Zoals in de beleidsregels naar voren is gekomen, kan de burgemeester onder andere op basis van artikel 4:84 AWB afwijken van de beleidsregels. Artikel 4:84 AWB luidt als volgt: Het estuursorgaa ha delt o eree ko stig de eleidsregel, te zij dat oor ee of eer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in erhoudi g tot de et de eleidsregel te die e doele. Sluiting van woningen en lokalen Onder het sluiten van woningen en lokalen wordt verstaand, het verzegelen van een woning/lokaal, danwel het vervangen van de sloten van een woning/lokaal. Het betreden van een conform dit beleid gesloten woning/lokaal levert strafbaarheid op, tenzij er sprake is van een rechtmatig verkregen ontheffing van de burgemeester.