Zaalhockey workshop Ewout Schröder
Programma Inleiding Zaalhockeyspecifieke technische vaardigheden Dobbelsteen 5 in BB Dobbelsteen 5 in NBB Strafcorner aanvallend / verdedigend Rondvraag Pauze Demotraining Afsluiting
Waarom zaalhockey? Goed voor de technische ontwikkeling van spelers Snel handelen / kleine ruimte / in beweging aannemen Goed voor de beslissnelheid van spelers Wedstrijd lezen / wisselen speelsysteem Goed voor het voetenwerk Laag zitten / korte sprintjes Goed voor de mentale weerbaarheid Verantwoordelijk / omschakelen / close games Goed voor het veldhockey
Inloggen Hockey Academy - Website en App Voorbereiding thuis Onderweg en op het veld
Inloggen via de website van Kampong Hockey Inloggen Ga naar de site; Login lidnummer en wachtwoord; Kies voor Club Hockey Academy; Onderdelen Vaardigheden Filter op Coach en subtag Zaalhockey.
Hockey Academy Ga met je browser naar de kamponghockey.nl/ha Voeg toe aan beginscherm Log in met lidnummer en wachtwoord
Hockey Academy - Trainingen: 3 niveau s - Basis - Wekelijkse training met veel oefenvormen om vaardigheden aan te leren - Gevorderd - Wekelijkse training met oefen- en spelvormen - Xpert Spelvormen om situationeel wedstrijdgericht te trainen - Oefeningen: 50 spel- en oefenvormen - In 3d visualisatie, 2d animatie - Spelgericht - Onbewust (motorisch leren) - Makkelijker en moeilijker variant - Vaardigheden: 35 technieken en tactieken - Technieken Video: Stap voor stap weergave belangrijkste vaardigheden - Tactiek Visualisatie, video s en omschrijving per positie - Strafcorners verdedigend en aanvallend Let op: Je moet als begeleiding gekoppeld zijn aan een zaalteam om toegang te krijgen.
Technische zaalhockey-vaardigheden Passing: forehand / backhand Aannemen Passeren Lopen met de bal Scoringstechnieken
Basisposities in BB bij het spelen in een Dobbelsteen 5 Organisatie - Speler 1+2 staan op verschillende hoogte - Speler 4+5 staan van de balk 4 5 Coachaccenten 3 - Speler 1 en speler 2 spelen over met pre-scanning - Opbouw bij voorkeur over rechts (je sterke kant) - Speler 2 speelt speler 5 aan - Speler 5 komt sterk in de bal - Baltempo opbouw, sterke aannames, pre-scanning 1 2
Spelopbouw met 2 man (L-formatie) Organisatie - Speler 1+2 spelen over - Speler 3 loopt naar de balk vanuit Dobbelsteen 5-positie - Speler 4 bezet de diepe zone 4 5 Coachaccenten - Speler 1+2 spelen op rond (met pre-scanning) - Speler 3 komt sterk aan de balk - Speler 3 maakt actie naar binnen - Speler 3,4 en 5 switchen van positie 3 1 2
Niet-balbezit: spelen van de press in Dobbelsteen 5 Organisatie - Zet de press rond de middenlijn neer - Speler 4+5 houden binnenkant dicht - Speler 3 steunt speler 4+5 in de as - Speler 1+2 nemen een man en/of verdedigen de ruimte aan de balk - Keeper stuurt (alle?) spelers Coachaccenten - Meeschuiven van helpkant naar de as - Ruimtes klein houden - Speler 4 of 5 tegenover de balbezitter geeft (schijn-) druk naar voren K 4 4 5 4 4 3 2 4 1 4 helpkant balkant
Strafcorner aanvallend / verdedigend Aandachtspunten strafcorner aanvallend - Links of rechts van het doel aangeven - Directe sleep - Afschuifvariant naar links - Afschuifvariant naar aangever Aandachtspunten strafcorner verdedigend - Keeper in het doel / 5 spelers buiten het doel aan 1 kant - Uitlopende keeper voor blokken van de directe sleep - Uitlopende keeper met afbuiging voor het blokken op de afschuifcorner - Keuze voor 1 of 2 lijnverdedigers - Keeper blijft staan en 1 e uitloper loopt voor het blokken van de directe push
Rol van de coach - Voor het seizoen Overzicht met trainingen en wedstrijden maken Samen met trainer naar Hockey Academy kijken en focus bepalen Nadenken over wisselschema - Voor de wedstrijd Inloggen Hockey Academy en trainingsaccenten video s bekijken Contact met trainer over training Voorbespreking (1 aandachtspunt) Kort en kracht, positief en motiverend - Tijdens de wedstrijd Vraag ondersteuning voor wisselschema (manager/assistent) Focus op taken/afspraken/doelen ipv resultaat Blijf positief en concreet
Rol van de trainer - Voor het seizoen Samen met coach naar Hockey Academy kijken en focus bepalen Trainingsmaterialen, locatie etc op orde. - Voor en tijdens de training Zorg dat je als (hoofd)trainer goed voorbereid bent (Hockey Academy) Zorg dat je altijd minimaal 30 minuten vooraf aanwezig bent Maak creatief gebruik van de geringe trainingstijd Zorg dat jij als trainer plezier en enthousiasme uitstraalt Zet oefeningen altijd op 2 of 4 kanten uit, denk dan na over welke spelers je bij elkaar zet Leg alle oefeningen uit middels Show & Go Geef positieve feedback, vertel wat ze wel moeten doen ipv. wat ze niet moeten doen Geef concrete tips en durf te herhalen Zorg dat je iedere training minimaal 10 minuten de strafcorner traint - Voor en tijdens de training Geef aan de coach de aanwezigheid door (Hockey Academy) en vertel hoe (en wa er getraind
Nog 2 minuten tijd. voor een evaluatie! Pak je telefoon en ga naar: www.hockeyxperts.nl/evaluatie
Naslagwerk - Voor trainer en coach Inloggen www.kamponghockey.nl/ -> Hockey Academy - Voor trainer https://www.youtube.com/watch?v=ogc7ywj8d0i - Voor coach Artikel Ewout Schröder HockeyCorner.nl (eind november 2015) (oa over wisselbeleid) -> http://www.hockeycorner.nl/themas/kader-vrijwilligers/technischkader/pleidooi-voor-integrale-aanpak-zaalhockey-binnen-de-vereniging Coach-bij-de-handje (KNHB.nl)
Voor de zaalcoach Spelplezier is voor iedere sportdeelnemer van belang. De zaalsport is een atypische periode van het hockeyseizoen. Het vraagt een extra inzet van de trainer, coach, spelers en ouders. De trainingstijden en locaties zijn anders dan op het veld, er wordt op zaterdagen en zondagen gehockeyd in onbekende sporthallen en het is een lastig spelletje (veel regels die beperkingen opleggen) waardoor goede begeleiding nodig is. In dit deel bespreken wij de coachformule voor een succesvolle zaalperiode namelijk: Structuur + Aandacht + Speeltijd = Spelplezier! Kortom: in je SAS met zaalhockey! Structuur Als zaalhockeycoach moet je structuur bieden aan alle betrokkenen rond de zaalwedstrijden. Dit begint bij de organisatie voorafgaand aan de competitie. Het is belangrijk dat je helder hebt hoe vaak er getraind kan worden, wie de trainer is en wat de vereniging verwacht van jou als zaalcoach. Je kunt ervoor kiezen om een manager of assistent te vragen je te helpen tijdens de wintermaanden bij het creëren van structuur rond je team. Hoe duidelijker de structuur en de afspraken, hoe veiliger de spelers zich voelen om binnen de lijnen te laten zien wat ze kunnen! Als zaalcoach moet je structuur bieden aan alle betrokkenen rond de zaalwedstrijden Tips Maak afspraken met de spelers en ouders over praktische zaken rond de zaalcompetitie. Hoe lang voor een wedstrijd aanwezig? Wanneer mogen de spelers na afloop van een wedstrijd weg? Hoe ga je met elkaar om? Wat is het doel van de zaalcompetitie en welk gedrag hoort hierbij? Betrek de ouders hierbij. Geef zelf het goede voorbeeld en kom voorbereid naar de wedstrijd, kom afspraken na en durf te zeggen wanneer iets verkeerd is gegaan in je aanpak als coach.
Maak afspraken met de spelers en ouders over de praktische zaken rond de zaalcompetitie Uitspreken, afspreken en aanspreken (Bron: 4 inzichten over trainerschap NOC*NSF) Structureren kost eerst natuurlijk tijd, maar het levert uiteindelijk veel rust op en daarmee bespaar je juist tijd. Het gaat bij structureren om uitspreken, afspreken en aanspreken. Zorg dat je als trainer uitspreekt wat je van de sporters verwacht. Als je duidelijke afspraken maakt, weet iedereen wat er van hem of haar wordt verwacht. Dat geldt ook voor de ouders langs de lijn. En als grenzen worden overschreden kun je, of eigenlijk moet je, elkaar tijdig daarop aanspreken. Structureren kost eerst tijd, maar levert veel rust op. (foto: Willem Vernes)
Aandacht Het snelle zaalspel vraagt veel aandacht van de coach. Waar let je op? Waar coach je op? Zorg voor een consistente aanpak gericht op het verbeteren en toepassen van vaardigheden. Dit kan gebaseerd zijn op de training of op de voorgaande wedstrijd. Laat je niet verleiden om voor iedere wedstrijd een hoorcollege te geven. Hoe meer je zegt, hoe lastiger het is de winst (lees: het leereffect) te bepalen na afloop. Bespreek daarom voor de wedstrijd twee tactische onderwerpen: één voor balbezit (opbouw en aanval) en één voor niet-balbezit (verdedigen). Wanneer er twee coaches zijn kun je deze onderwerpen verdelen. Bespreek altijd de verdedigende en aanvallende strafcorner en het wisselschema. Tips voor de voorbereiding op wedstrijd Maak tijdens de bespreking gebruik van tekeningen (met stift en/of magneten), dus visualiseer! Rond de teambespreking af met een positieve peptalk; doel is een combinatie van ontspanning en concentratie. Geef tijdens de warming-up iedere speler een individueel aandachtspunt, die betrekking heeft op de besproken tactische onderwerpen. Aandacht tijdens de wedstrijd Realiseer je dat spelers in actie moeilijk of niet bereikbaar zijn en onrustig worden (soms zelfs geïrriteerd raken) wanneer ze worden gecoacht. Coach juist de spelers die niet aan de bal zijn! Geef positieve aanwijzingen van twee typen: stimulerend en instruerend. Stimuleer de spelers in het veld en instrueer (vooral) tijdens het wisselen en tijdens de rust. Aandacht na de wedstrijd De nabespreking is vaak net zo belangrijk als de voorbespreking. Het geeft de coach de kans om met een gezamenlijk gevoel af te sluiten. Ook kunnen de eerste emoties besproken worden. Leer spelers sportief gedrag, laat ze de tegenstander, coach en tegenpartij bedanken. Tips nabespreking Benadruk de goede acties waarbij de besproken onderwerpen mooi naar voren kwamen. Geef spelers concrete, individuele complimenten. Na de bespreking is het belangrijk als coach in contact te blijven met de spelers. Stel ze vragen over hun beleving van de wedstrijd. Leer ze omgaan met winst en verlies.
Dus coach de spelers die niet aan de bal zijn Een zaalcoach werkt met een doordacht wisselschema. (foto: Willem Vernes) Speeltijd In de zaal geldt net als op het veld de interchange-regel. Het is toegestaan om onbeperkt te wisselen. Dit is een kans, maar vooral een grote uitdaging. Hoe ga je om met al die wissels? Het maken van een schema biedt uitkomst. Ook bij de nationale zaalteams wordt er gebruik gemaakt van een wisselschema. Zo zorg je ervoor dat je gebruik maakt van de grote groep spelers die je hebt en blijft iedereen betrokken. Bij spannende wedstrijden heb je tevens de mogelijkheid in de eindfase de betere spelers fit op te stellen. Als we naar de vorige twee principes (structuur en aandacht) kijken, dan maken wij onderscheid in twee methoden: een wedstrijdselectie van 9 spelers of een selectie van 11 spelers.
Met een wedstrijdselectie doelen we op de spelers die in het veld staan en op de bank zitten, volgens de regels van de KNHB mogen dit maximaal 12 spelers zijn. Wedstrijdselectie 9 spelers In het veld: 1 keeper - 2 verdedigers - 3 middenvelders/aanvallers. Op de bank: 1 verdediger - 2 middenvelders/aanvallers. Wisselschema: Iedere 10 minuten wisselt er 1 verdediger - iedere 4 minuten wisselt de middenmidden. Voordelen wedstrijdselectie van 9 spelers Structuur Als je bij de wedstrijdselectie zit, maak je veel minuten. De balans van het team tijdens de wedstrijd blijft in orde doordat de verdedigers langer blijven staan. Aandacht Spelers spelen op meerdere posities (tekening 1). Bij iedere wissel schuiven de spelers naar een andere positie. De rechtsachter (RA) wordt linksachter (LA). De rechtsvoor (RV) wordt linksvoor (LV) et cetera. Er zitten weinig spelers op de bank, dus de coach kan meer individuele aandacht geven. Nadelen Het kan zijn dat je tijdens sommige wedstrijden een paar goede spelers mist waardoor het team van 9 spelers iets zwakker is. Wanneer je kiest voor opleiden is dit acceptabel. Het wisselschema moet goed doordacht zijn. Er wordt continue doorgewisseld. Hierbij moeten spelers goed weten op welke positie ze spelen en welke taken hierbij horen. Er kunnen momenten ontstaan waarbij je nauwelijks spelers in het veld hebt staan om een goede aanvallende of verdedigende strafcorner te spelen. Ook hier is het in kader van opleiden onoverkomelijk en dwingt het de trainer om alle spelers een rol bij de strafcorner te geven. Iedere speler moet een rol krijgen bij de aanvallende en verdedigende strafcorner. Zo
voorkom je problemen na het wisselen In verband met het doorwisselen moet iedere speler zijn taak weten bij de verdedigende strafcorner. (foto: Willem Vernes) Wedstrijdselectie 11 spelers Bij 11 spelers is het wisselen eenvoudiger. Je kunt dan kiezen voor twee teams die om de 5 á 10 minuten volledig wisselen. Voordelen wedstrijdselectie van 11 spelers Structuur De posities zijn duidelijk en spelers krijgen de kans langere tijd om op één positie te spelen (tekening 2). De speeltijd is voor iedereen gelijk.
Aandacht De kans op individuele succesbeleving is hoog, omdat je als coach spelers een gerichte instructie kunt geven voor de betreffende wedstrijd (bijvoorbeeld als rechtsachter). Het team dat aan de kant zit kun je met een specifieke tip het veld insturen. Nadelen Het belangrijkste nadeel, dat veel van jou als coach vraagt, is de kans op grote niveauverschillen tussen de teams. Onderling vergelijken is dan onvermijdelijk: Wij hebben vandaag 3-0 gewonnen, maar jullie 0-4 verloren. Dit is het laatste wat je wilt natuurlijk. Wisselschema met 12 spelers De bovenstaande voordelen maken duidelijk dat deelname met meer dan 11 spelers ten koste kan gaan van het spelplezier. Met 12 spelers is de coach alleen maar aan het wisselen. Je kunt dan nog steeds per linie of positie wisselen, maar het feit blijft dat het verschil in speeltijd groot is (er moet altijd 1 speler langer op de bank blijven zitten). Dat vraagt een hoop organisatie tijdens, maar ook na de wedstrijd. Als coach moet je aandacht kunnen geven aan de spelers die deelnemen aan de wedstrijd, dit is niet mogelijk met teveel spelers. Omgang met spelers die niet bij wedstrijdselectie zitten Bij het maken van een wisselschema en competitieschema zorg je ervoor dat alle spelers een wedstrijd niet meedoen en dat het voor iedereen duidelijk is waarom je voor een bepaalde wijze van wisselen gekozen hebt. De spelers die niet meespelen moeten wel mee naar de wedstrijddag. Zij zijn aanwezig bij de voorbespreking en je kunt ze een taak geven. Vraag ze bijvoorbeeld de tegenstander te analyseren. Neem na afloop van de wedstrijd even tijd om de bevindingen met ze door te spreken en koppel dit ook aan het hele team terug. Uiteraard is wangedrag een goede reden om het schema even te laten voor wat het is. Medespelers, scheidsrechters en het publiek zien dan ook duidelijk dat ongewenst gedrag niet getolereerd wordt. Het wisselen is een middel om iedereen op een leuke en leerzame wijze deel te laten nemen aan zaalhockey, niet een doel op zich. Accepteer dat je het nooit perfect kunt doen. Bovengenoemde opties kunnen voor de coach een goede richtlijn zijn. Het is altijd belangrijk deze
opties af te stemmen met de club en het team. Zodoende kom je tot een manier van wisselen en selecteren die het beste bij het team past. Wat te doen bij 2 wedstrijden op 1 dag? De zaalhockeycompetitie wordt vaak ingedeeld met 2 wedstrijden van 2 keer 20 minuten op 1 dag. Dit is behoorlijk pittig, dus het is belangrijk om hier als coach rekening mee te houden. Zorg er voor dat de spelers goed drinken als ze gewisseld worden en dat er tussen de wedstrijden echt wordt gerust. De spelers die niet meespelen moeten wel mee naar de wedstrijddag Spelers die niet meespelen moedigen hun teamgenoten aan. (foto: Willem Vernes)
Deel 2 Basis spelsystemen niet-balbezit en balbezit Ieder jaar is het weer even nadenken hoe het zaalspel het best gespeeld kan worden. We sluiten dit artikel af met de belangrijkste spelsystemen. Deze zijn eerder verschenen in het Coach Bijdehandje (zie onder literatuur). 3.1 Tactieken - Basisspelsysteem in niet-balbezit (NBB) Doel van het spelen van het zone-systeem (tekening 3): dobbelsteen-5 is een zone-dekking systeem waarbij het voor geel de bedoeling is om de bal bij de rechts- of linksachter van wit af te pakken. Er kan bij het dobbelsteen-5-systeem gekozen worden voor een full court press of een half court press. A) Bij het spelen van een full court press staan de voorspelers geel-4 en geel-5 op 3 meter van de balbezitter (wit-2 of wit-1): Rechtsvoor (geel-5) staat laag met krul tegenover de bal bij wit-1. Linksvoor (geel-4) staat in de as om de diagonale pass af te dekken. Rechtsachter (geel-2) is verantwoordelijk voor de rechterbalk en staat zo hoog mogelijk. Rechtsachter laat directe aanvaller (wit-5) los. De midden-midden (geel-3) is verantwoordelijk voor de bal die over de backhand van rechtsvoor geel-5 gaat. De midden-midden staat met de punt naar achter in een driehoek. De linksachter (geel-1) is het slot op de deur. De speler staat op de as en kan bij spelverplaatsing weer aan de linkerbalk komen. De keeper staat rond de strafbalstip om bij een doorgeschoten bal 1:1 te kunnen spelen. Indien de bal bij de rechtsachter (wit-2) wordt genomen, dan staat de linksvoor (geel-4) met zijn handschoen tegenover de bal. Coachtips Het succes van dobbelsteen-5 wordt bepaald door het actief met zijn allen meestappen in de press. Elke speler is verantwoordelijk voor de eigen zone. Mandekking Doel van het spelen van het mandekking-systeem (tekening 4): meer druk op de directe tegenstander te zetten, waardoor de bal op interceptie afgepakt kan worden: Linksvoor (geel-4) staat op 3-5 meter met zijn handschoen tegenover de bal bij wit-2. Rechtsvoor (geel-5) houdt de as, naast de forehand van de linksvoor (geel-4), gesloten met zijn backhand. Linksachter (geel-1), rechtsachter (geel-2) en midden-midden (geel-3) zijn verantwoordelijk
voor hun eigen, directe tegenstander. Bij switchen door wit overgeven van de tegenstander zodat de links- en rechtsachter (geel-1 en geel-2) ballen via de balk op interceptie kunnen pakken. De keeper staat rond de strafbalstip om bij een doorgeschoten bal een duel 1:1 te spelen, dan wel samen met een medespeler de dubbel te zetten. Coachtips: Omschakelen naar balbezit (balwinst) Bij het omschakelen van niet-balbezit naar balbezit: Na het afpakken van de bal meteen de as (diep of breed) inpassen. Opties na het afpakken van de bal door voorhoedespelers: - Actie maken als er ruimte is. - Medespeler die achter je staat (helpspeler/steunspeler=guard) inspelen als er directe druk is. Opties na het afpakken van de bal door de links- of rechtsachter: - Actie maken als er ruimte is. - De speler op de as inspelen. Opties na afpakken van de bal door de midden-midden: - Actie maken. - De guard inspelen. - Spitsen in de diepte aanpassen. Balkant-spits maakt diepte. Helpkant-spits richt in en blijft aanspeelbaar. Achterhoedespelers sluiten aan in de richting van de middenlijn. 3.2 Basisspelsysteem in balbezit (BB) Keeper-2-2-1 Doel van het systeem met Keeper-2-2-1 (tekening 5): om van achteruit altijd twee korte aanspeelpunten (met geel-3 en geel-4) te hebben: De links- en rechtsachter (geel-1 en geel-2) staan bij voorkeur op verschillende hoogtes. De links- en rechtsachter (geel-1 en geel-2) wisselen na elke pass van positie (in hoogte en in breedte). De linksvoor (geel-4) zakt terug en kiest positie aan de linkerbalk. De midden-midden (geel-3) kiest positie in het midden. De midden-midden (geel-3) vraagt, bij druk op rechtsachter (geel-2), de bal bij rechterbalk en de linksvoor (geel-4) stapt dan naar de as. De rechtsvoor (geel-5) kiest positie in de diepte op de kop cirkel. De keeper staat voor zijn doel en schuift actief mee.
Keeper-2-1-2 Doel van het systeem met Keeper-2-1-2 (tekening 6): op het moment dat er veel ruimte is om aan te vallen en er meer druk op het aanvallende doel gewenst is: De links- en rechtsachter (geel-1 en geel-2) staan bij voorkeur op verschillende hoogtes. De links- en rechtsachter (geel-1 en geel-2) wisselen na elke pass van positie (in hoogte en in breedte). De midden-midden (geel-3) kiest positie in het midden of bij de balk. De midden-midden (geel-3) vraagt, bij druk op de achterspelers, de bal bij de balkant-balk en één voorhoede speler laat zich eventueel terugzakken in de as. De links- en rechtsvoor (geel-4 en geel-5) kiezen positie in de diepte. De keeper staat voor zijn doel en schuift actief mee. Als de tegenstander mandekking speelt worden ruimtes gecreëerd door voorin te switchen van positie. Voor een beginnend zaalhockeyteam is het switchen van twee spelers een goede optie. Voor een meer ervaren zaalhockeyteam is het switchen met drie spelers mogelijk, waarbij de spelers met de klok mee of tegen de klok in doordraaien. Coachtips: Omschakelen naar niet-balbezit (balverlies) Bij de omschakeling van balbezit naar niet-balbezit: De as dicht houden. De dichtstbijzijnde speler geeft druk op de bal/balbezitter. De helpkant-speler komt naar de as. Alle spelers komen zo spoedig mogelijk via de kortste weg achter de bal. Keeper schuift actief mee. Conclusie Met een jaarlijks groeiende deelname aan zaalhockey bij verenigingen en door het recente succes van de Nederlandse Heren en Dames (Wereldkampioen zaalhockey 2015) zit de sport in een positieve opwaartse spiraal. De voordelen van het spel zijn bekend en verenigingen worden steeds creatiever in het vinden van trainingsaccommodaties. Het is tijd om de organisatiestructuur, het beleid en de kwaliteit van het zaalhockey binnen de vereniging te verhogen. Door commissies uit te breiden met een zaalhockeyfunctionaris wordt de continuïteit en kwaliteit van het totale verenigingsaanbod verbeterd. Uitval binnen commissies kan eenvoudiger overgenomen worden en er ontstaat een eenduidige aanpak met betrekking tot het trainen en coachen voor zowel veldals zaalhockey. Er moet beleid worden gemaakt dat ten grondslag ligt aan de wijze waarop zaalhockey binnen de vereniging gespeeld gaat worden. Praktische zaken als accommodatie en kader spelen een belangrijke rol bij het bepalen hoe iedere doelgroep deelneemt aan het spel. Een
integrale aanpak met heldere principes maakt de keuzes eenvoudiger. Zowel ten aanzien van welk team recht heeft op deelname alsmede het communiceren over de gemaakte keuzes naar leden en ouders. Coaches hebben de uitdaging een weg te vinden in de beperking van 12 spelers per wedstrijd. Een wisselschema waarbij alle spelers voldoende aan spelen toekomen is hiervoor van belang. Structuur + Aandacht + Speeltijd = Spelplezier! Om op een leuke wijze de wedstrijden te beleven zijn er systemen die het spel in balbezit en nietbalbezit structureren. Bij de keuze voor een spelsysteem zijn meerdere factoren van belang. Het aanleren van verdedigen in de zone (de gevaarlijkste passlijnen worden dichtgezet), het opbouwen met een dynamische rechts- en linksachter en sterke pass- en loopacties op het middenveld dragen bij aan de ontwikkeling van de speler en het team op het veld. Literatuur - Artikel 1: Onbewust beter passeren, Ewout Schröder Hockeyvisie december 2013. - Artikel 2: Een vernieuwende trainingsaanpak voor zaalhockey, Ewout Schröder Hockeyvisie december 2012. - Coach Bijdehandje zaalhockey (2012) KNHB Academie. - 4 Inzichten over trainerschap (2014) NOC*NSF. - www.youtube.com/watch?v=ogc7ywj8d0i 2 25 Auteur Ewout Schröder Ewout Schröder is directeur van HockeyXperts, een kennisintensieve dienstverlener op het gebied van sporttechnisch kader in de hockeysport. Hij is leercoach van de KNHB en redactielid van Hockeyvisie. Ewout maakte deel uit van het begeleidingsteam van het Nederlands dames zaalhockeyteam, dat in 2014 Europees en in 2015 Wereldkampioen werd. Hij is in het verleden als Hoofd Opleidingen bij Kampong Hockey verantwoordelijk geweest voor de begeleiding en opleiding van trainers en coaches.
Bijlagen Tekening 1: Spelers leren om op meerdere posities te spelen Tekening 2: Spelers spelen langere tijd op één positie
Tekening 3: Spelen in dobbelsteen-5 (geel) Tekening 4: Mandekking spelen
Tekening 5: Systeem K-2-2-1 (geel) Tekening 6: Systeem K-2-1-2 (geel)