Kwaliteitseisen 3D-omgevingsmodel Kwaliteitseisen vlakkenbestand Het vlakkenbestand dat wordt aangemaakt op basis van de GBK dient exact aan te sluiten op de lijnen die zijn opgenomen in de GBK. Hierbij is van belang dat alle vlakken binnen de lijnen die zijn opgenomen in de GBK worden aangemaakt. Omdat in veel gevallen de lijnen in de GBK niet op elkaar aansluiten is het noodzakelijk, eerst alle vlakken (handmatig) gesloten te maken in CAD of GIS. De volgende typen objecten, die in de GBK zijn opgenomen, mogen buitenbeschouwing worden gelaten bij het aanmaken van het vlakkenbestand, indien zij geen onderdeel uitmaken van de lijnstukken die van belang zijn voor het gesloten maken van de vlakken: - afsluiters; - bomen; - lantaarnpalen; - masten; - peilbuizen; - straatkolken/putten; - etc. Bij het aanmaken van de vlakkenbestanden rond een weg is van belang dat naast de weg ook de parkeerstroken, fiets- en voetpaden afzonderlijk worden aangemaakt, indien deze als afzonderlijke lijnen zijn opgenomen in de GBK. De reden hiervoor is dat de vervaardigde vlakkenbestanden eveneens voor andere (dan akoestische) doeleinden gebruikt moeten kunnen worden. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan wegrandenbestand ten behoeve van luchtkwaliteit. In figuur 1 is een voorbeeld gegeven van het detailniveau waarop de vlakkenbestanden dienen te worden aangemaakt. Figuur 1: Detailniveau aan te maken akoestisch harde bodemgebieden (groen). De aangemaakte akoestisch zachte vlakken etc. zijn in de onderstaande figuur verwijderd.
Kwaliteitseisen gebouwen Grote gebouwen, zoals flatcomplexen, die op korte afstanden zijn gelegen van geluidsbronnen, dienen te worden gesplitst, indien: - er sprake is van een hoogteverschil > 5,5 meter tussen de verschillende delen van het gebouw. Dit betekent dat schuren, garages en andere aanbouwen bij woningen niet hoeven te worden gesplitst; - bepaalde delen van woongebouwen een duidelijk afwijkende geluidsbelasting (> 5 db) zullen ondervinden, vanwege de oriëntatie/ligging ten opzichte van een geluidsbron. De splitsing van de gebouwvlakken dient plaats te vinden voordat de hoogte aan een gebouwvlak wordt gekoppeld. Ook voor de bebouwing Rotterdam dient rekening te worden gehouden met het splitsen van grote gebouwen. Het is niet noodzakelijk om alle gebouwvlakken te splitsen. In de meeste gevallen gaat het om de akoestisch relevante bebouwing (eerstelijnsbebouwing) langs de geluidsbronnen. In verband hiermee worden ten behoeve van de splitsing shape-bestanden aangeleverd van de volgende relevante geluidsbronnen: - wegen; - spoorwegen; - metrotrajecten; - tramlijnen. In figuur 2 is een voorbeeld gegeven van het detailniveau waarop de gebouwvlakken dienen te worden aangemaakt. Figuur 2: Detailniveau aan te maken (gesplitste) gebouwen met hoogteinformatie
Kwaliteitseisen geluidbeperkende voorzieningen Voor de geluidsbeperkende voorzieningen die opgenomen zijn in de DTB dienen de hoogten te worden aangehouden conform het DTB. Voor de geluidsbeperkende voorzieningen die (nog) niet zijn opgenomen in de DTB dient handmatig een hoogte te worden toegekend. In de shape-bestanden dient voor de geluidsbeperkende voorzieningen te worden aangegeven, welk type het betreft (bijvoorbeeld een geluidsscherm, geluidswal of muur). Daarnaast dient voor een geluidsscherm te worden opgenomen of het een absorberend of reflecterend scherm betreft. In figuur 3 is een voorbeeld gegeven van het detailniveau waarop de geluidschermen, geluidswallen, muren, opstaande randen van kunstwerken en tunnelbakken dienen te worden aangemaakt. Speciale aandacht is vereist voor geluidsschermen die elkaar in het horizontale vlak kruisen, zoals als schermen langs verschillende fly-overs of langs rijkswegen en spoorwegen. De hoger gelegen schermen dienen, daarom als zwevende objecten met de juiste maaiveldhoogte te worden opgenomen in Geonoise en/of Geomilieu. Figuur 3: Voorbeeld van aangemaakte geluidschermen, tunnelbakken en opstaande randen van kunstwerken. Daarnaast dienen perrons bij stations eveneens te worden opgenomen als geluidschermen met de bijbehorende parameters conform het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006.
Kwaliteitseisen maaiveldverloop Uit de DTB van Rijkswaterstaat dienen de relevante items te worden ingelezen als maaiveldlijn. Ter plaatse van kruisingen of samenloop van rijkswegen en spoorwegen (DTB Rijkswaterstaat), dient de informatie te worden aangehouden, die relevant is voor de betreffende bron. Voor spoorwegen dient worden gecontroleerd of de hoogte uit de DTB van Rijkswaterstaat overeenkomt met de hoogte uit het spoorassenbestand van ProRail. De overige maaiveldlijnen (met hoogteinformatie) dienen te worden aangemaakt op basis van de GBK en/of spoorassenbestand van ProRail. In het laatste geval dient waarnodig een aanvullende fitting plaats te vinden. Het is uitdrukkelijk verboden om voor het resterende gebied (buiten DTB Rijkswaterstaat) uit te gaan van door derden aangeleverde breuklijnen die niet aansluiten op de GBK. Bijvoorbeeld omdat ze aangemaakt zijn op basis van TOP10Vector-bestanden en onvolledig zijn. Bruggen, viaducten en flyovers maken geen onderdeel uit van het op te leveren Geonoise- en/of Geomilieumodel. Deze informatie is echter wel van belang voor het te zijner tijd toekennen van de hoogte van de geluidsbronnen (wegen, spoorwegen, metro en tram) die gebruikmaken van deze objecten. In verband hiermee dient een afzonderlijk bestand per gemeente te worden gemaakt. De maaiveldlijnen worden uiteindelijk ingelezen in Geonoise en/of Geomilieu. Dit programma kan niet omgaan met kruisende maaiveldlijnen. Dit betekent dat alle kruisende maaiveldlijnen zodanig dienen te worden aangepast dat hiervan geen sprake meer is. Dit geldt eveneens voor de kunstwerken (bruggen viaducten en flyovers). In figuur 4 is een voorbeeld gegeven van het detailniveau waarop de maaiveldlijnen dienen te worden aangemaakt. Figuur 4: Voorbeeld van ingelezen maaiveld -c.q. hoogtelijnen in Geomilieu.
Kwaliteitseisen kruisingen en rotondes In het Geonoise- en/of Geomilieumodel dienen alle met verkeerslichten geregelde kruisingen en de rotondes te worden opgenomen op basis van de exacte ligging in de GBK van de gemeenten. Deze items dienen te worden aangemaakt conform de definitie zoals opgenomen in het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006. Voor het aanmaken van de kruisingen kan gebruik worden gemaakt van de aangeleverde wegen-shape met intensiteiten. Op te leveren 3D-omgevingsmodellen Op basis van de aangemaakte items dient in Geonoise en/of Geomilieu per gemeente een 3D-model te worden vervaardigd met daarin opgenomen de gebouwen, de akoestisch harde bodemvlakken, de geluidsbeperkende voorzieningen en maaiveldlijnen. Alle aangemaakte items dienen in verband met het toekomstig beheer in een groepsstructuur per item te worden opgeslagen. In figuur 5 en 6 zijn voorbeelden opgenomen van groepsstructuren. In figuur 7 en 8 voorbeelden van de ingelezen items in Geomilieu en een 3D-weergave. Figuur 5 voorbeelden te hanteren (sub)groepsstructuur in Geonoise en/of Geomilieu
Figuur 6 voorbeeld te hanteren subgroepsstructuur voor maaiveldlijnen in Geonoise en/of Geomilieu Figuur 7 voorbeeld ingelezen items in Geomilieu
Figuur 8 voorbeeld 3D-weergave in Geomilieu