Het Grondwettelijk Hof van België Juni 2016
2 Tekst : Grondwettelijk Hof Druk : Centrale drukkerij van de Kamer van volksvertegenwoordigers Wettelijk depot : D/2016/4686/02
3 VOORWOORD Deze brochure maakt deel uit van de reeks "Parlementair recht in kort bestek". Die reeks wordt, op initiatief van mijn voorganger Herman DE CROO, door de Juridische dienst van de Kamer van volksvertegenwoordigers uitgegeven. Elke brochure van die reeks behandelt een onderwerp dat van belang is voor parlementsleden, journalisten en iedereen met interesse voor parlementaire werkzaamheden. Het onderwerp van deze brochure is het Grondwettelijk Hof. De tekst van deze brochure is opgesteld door het Grondwettlijk Hof zelf en wordt, telkens als dit nodig blijkt, door het Hof bijgewerkt. Dat is de laatste keer in 2014 gebeurd, naar aanleiding van de zesde staatshervorming. Een nieuwe editie binnen de reeks Parlementair recht in kort bestek" dringt zich dus op. Vanzelfsprekend dank ik het Grondwettelijk Hof voor zijn waardevolle medewerking en toestemming om de tekst te mogen gebruiken. De tekst van deze brochure kan trouwens ook op de website van het Grondwettelijk Hof worden geraadpleegd. Ik ben ervan overtuigd dat deze nieuwe editie zal leiden naar meer en beter inzicht in de werking van het Grondwettelijk Hof. Siegfried BRACKE Voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers Juni 2016
4 INHOUDSTAFEL 1 1. VAN ARBITRAGEHOF TOT GRONDWETTELIJK HOF 6 a) Oprichting van het Arbitragehof 6 b) Van Arbitragehof tot Grondwettelijk Hof 7 c) (Grond)wettelijke fundamenten 8 2. INRICHTING 9 3. BEVOEGDHEID 10 a) Bevoegdheid a priori 10 b) Bevoegdheid a posteriori 10 1 ) Normen die door het Grondwettelijk Hof worden getoetst 10 2 ) Normen waaraan het Grondwettelijk Hof toetst 11 4. TOEGANG 12 a) Toetsing van de grondwettigheid van de wetskrachtige normen 12 1 ) Beroepen tot vernietiging 12 2 ) Prejudiciële vragen 13 b) Andere bevoegdheden 13 5. WERKING 14 6. RECHTSPLEGING 15 a) Toetsing van de grondwettigheid van de wetskrachtige normen 15 b) Andere procedures 16 1 De bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof en andere organieke bepalingen betreffende het Hof kunnen worden geraadpleegd op de website: www.const-court.be.
7. ARRESTEN 17 a) Toetsing van de grondwettigheid van de wetskrachtige normen 17 1 ) Uitspraak en bekendmaking 17 2 ) Gevolgen van de arresten 17 b) Andere procedures 19 5
6 1. VAN ARBITRAGEHOF TOT GRONDWETTELIJK HOF a) Oprichting van het Arbitragehof Het ontstaan van het Grondwettelijk Hof kadert in de ontwikkeling van de Belgische eenheidsstaat tot een federale Staat. Sinds 1970 is de unitaire Belgische Staat grondig hervormd. Die hervorming, die in verschillende fasen is verlopen, resulteerde in de totstandkoming van een federale Staat waarin de wetgevende macht is verdeeld tussen de federatie en de deelgebieden, volgens een systeem waarbij elke wetgever over exclusieve bevoegdheden beschikt. De wetten van de federatie en de decreten en ordonnanties van de deelgebieden hebben dezelfde rechtskracht. De verdeling van de wetgevende bevoegdheid tussen verschillende wetgevende vergaderingen bracht het risico van bevoegdheidsconflicten met zich en de noodzaak om daarvoor een oplossing te zoeken, heeft ertoe geleid dat de Grondwetgever in 1980 heeft besloten in het toenmalige artikel 107ter van de Grondwet een nieuw rechtscollege, het Arbitragehof, op te richten, dat als taak kreeg de grenzen van eenieders bevoegdheid af te bakenen. Daartoe kon het Hof wetten, decreten en ordonnanties toetsen aan de bevoegdheidsregels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgelegd. De voormelde grondwetsbepaling werd uitgevoerd door de wet van 28 juni 1983, die de samenstelling, de bevoegdheid en de werking van het nieuwe rechtscollege concretiseerde. Het Arbitragehof werd plechtig geïnstalleerd in de Senaat op 1 oktober 1984. Op 5 april 1985 wees het zijn eerste arrest.
7 b) Van Arbitragehof tot Grondwettelijk Hof Bij de grondwetsherziening van 15 juli 1988 werd de bevoegdheid van het Hof uitgebreid tot het toezicht op de naleving van de artikelen 10, 11 en 24 van de Grondwet die het gelijkheidsbeginsel, het discriminatieverbod en de rechten en vrijheden inzake onderwijs waarborgen. Bij dezelfde grondwetsherziening van 1988 is het aan de bijzondere wetgever overgelaten om de bevoegdheid van het Arbitragehof uit te breiden tot de toetsing aan andere grondwetsbepalingen. Van die mogelijkheid is tot op heden tweemaal gebruikgemaakt: de bijzondere wet van 9 maart 2003 breidt de bevoegdheid van het Hof uit tot alle bepalingen van titel II van de Grondwet, die de rechten en vrijheden betreffen (de artikelen 8 tot en met 32), alsook tot de artikelen 170 (het wettigheidsbeginsel in fiscale zaken), 172 (gelijkheidsbeginsel in fiscale zaken) en 191 (de bescherming van de vreemdelingen) van de Grondwet; de bijzondere wet van 6 januari 2014 breidt die bevoegdheid voorts uit tot artikel 143, 1 (het beginsel van de federale loyauteit), van de Grondwet. Bij de coördinatie van de Grondwet in 1994 werd de bepaling over het Arbitragehof overgenomen in artikel 142. Bij de grondwetsherziening van 7 mei 2007 werd de benaming van het Arbitragehof gewijzigd in die van "Grondwettelijk Hof".
8 c) (Grond)wettelijke fundamenten Volgens het huidige artikel 142, eerste lid, van de Grondwet bestaat er voor geheel België een Grondwettelijk Hof, waarvan de samenstelling, de bevoegdheid en de werking door de wet worden bepaald. Het Hof doet bij wege van arrest, uitspraak over bevoegdheidsconflicten, over de schending van de artikelen 10, 11 en 24 van de Grondwet en over een schending van de artikelen van de Grondwet die de wet bepaalt (de artikelen van titel II van de Grondwet alsook de artikelen 143, 1, 170, 172 en 191). Een zaak kan bij het Hof aanhangig worden gemaakt door iedere bij wet aangewezen overheid, door ieder die doet blijken van een belang of, prejudicieel, door ieder rechtscollege. Artikel 142 van de Grondwet is uitgevoerd bij de (herhaaldelijk gewijzigde) bijzondere wet van 6 januari 1989, die de inrichting, de bevoegdheid, de werking, de rechtspleging van het Hof en de gevolgen van zijn arresten regelt. Een (gewone) wet van 6 januari 1989 regelt de wedden en pensioenen van de rechters, de referendarissen en de griffiers van het Hof. Bij de grondwetsherziening van 6 januari 2014 is de bevoegdheid van het Grondwettelijk Hof uitgebreid tot de preventieve toetsing van de gewestelijke volksraadplegingen en tot de toetsing van de beslissingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers of van haar organen betreffende de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van die wetgevende vergadering. Die nieuwe bepalingen werden uitgevoerd door twee bijzondere wetten van 6 januari 2014, die de bijzondere wet van 6 januari 1989 hebben gewijzigd. Ten slotte zijn er verschillende koninklijke besluiten, reglementen van orde en richtlijnen die betrekking hebben op verschillende aspecten van de bevoegdheid en de werking van het Hof. Al deze teksten zijn op de webstek van het Grondwettelijk Hof beschikbaar onder de rubriek "basisteksten" (www.const-court.be).
9 2. INRICHTING Het Hof is samengesteld uit twaalf rechters, die voor het leven worden benoemd door de Koning uit een lijst met twee kandidaten, beurtelings door de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat voorgedragen met een meerderheid van minstens twee derden van de stemmen van de aanwezige leden. Zes rechters behoren tot de Nederlandse taalgroep, zes tot de Franse taalgroep. Eén van de rechters moet een voldoende kennis hebben van de Duitse taal. Elke taalgroep bestaat op haar beurt uit drie rechters benoemd op grond van hun juridische ervaring (hoogleraar in de rechten aan een Belgische universiteit, magistraat in het Hof van Cassatie of de Raad van State, referendaris bij het Grondwettelijk Hof) en drie rechters die een ervaring van ten minste vijf jaar als gewezen parlementslid hebben. Het Hof is samengesteld uit rechters van verschillend geslacht, a rato van ten minste een derde voor de minst talrijke groep, met dien verstande dat die groep moet zijn vertegenwoordigd in de beide voormelde beroepscategorieën. Om tot rechter benoemd te kunnen worden moet men veertig jaar oud zijn. De rechters mogen hun ambt uitoefenen tot de leeftijd van zeventig jaar. Er gelden strenge onverenigbaarheden met andere ambten, functies en beroepsbezigheden. De rechters van de twee taalgroepen kiezen elk een voorzitter, die afwisselend, met ingang van 1 september, als voorzitter "in functie" optreedt voor een termijn van één jaar. Het Hof wordt bijgestaan door referendarissen (maximaal 24) van wie de helft Nederlandstalig en de helft Franstalig is. Ze hebben een universitair diploma in de rechten en worden aangeworven op basis van een vergelijkend examen waarvan het Hof de voorwaarden bepaalt. Het Hof beschikt tevens over een Nederlandstalige en een Franstalige griffier. Het Hof benoemt het administratief personeel dat werkzaam is in de verschillende diensten. Het Hof heeft een eigen stelsel van financiering door een jaarlijkse dotatie die het moet toelaten in volle onafhankelijkheid te functioneren.
10 3. BEVOEGDHEID De bevoegdheid van het Grondwettelijk Hof wordt bepaald door de normen die kunnen worden getoetst, enerzijds, en de normen waaraan kan worden getoetst, anderzijds. a) Bevoegdheid a priori Het Hof doet bij wege van beslissing uitspraak over iedere volksraadpleging die de gewesten kunnen organiseren in de meeste aangelegenheden die onder hun bevoegdheid vallen. Het Hof is ermee belast om vóór de organisatie van de volksraadpleging na te gaan of die in overeenstemming is met de organieke bepalingen die de gewestelijke volksraadplegingen regelen, én met de andere grondwets- en wetsbepalingen waaraan het Hof toetst (zie hierna b), 2 ). De volksraadpleging mag niet worden georganiseerd zolang het Hof geen gunstige beslissing heeft genomen. b) Bevoegdheid a posteriori 1 ) Normen die door het Grondwettelijk Hof worden getoetst Het Grondwettelijk Hof is bevoegd om wetskrachtige normen te toetsen. Met wetskrachtige normen zijn bedoeld zowel de materiële als formele bepalingen aangenomen door het federale parlement (wetten) en door de parlementen van de gemeenschappen en de gewesten (decreten en ordonnanties). Alle andere normen, zoals koninklijke besluiten, besluiten van de regeringen van gemeenschappen en gewesten, ministeriële besluiten, verordeningen en besluiten van provincies en gemeenten, evenals rechterlijke beslissingen, vallen buiten de bevoegdheid van het Hof Het Hof is ook bevoegd om de beslissingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers of van haar organen betreffende de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van die wetgevende vergadering te toetsen.
11 2 ) Normen waaraan het Grondwettelijk Hof toetst Aan het Grondwettelijk Hof is bij artikel 142 van de Grondwet de exclusieve bevoegdheid verleend om de wetskrachtige normen te toetsen aan de regels die de onderscheiden bevoegdheden van de federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten bepalen. Die bevoegdheidsregels zijn opgenomen zowel in de Grondwet als in de (meestal met een bijzondere meerderheid aangenomen) wetten met betrekking tot de hervorming van de instellingen in het federale België. Daarnaast is het Grondwettelijk Hof bevoegd om uitspraak te doen omtrent de schending, door een wetskrachtige norm, van de fundamentele rechten en vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet (de artikelen 8 tot en met 32) en van de artikelen 143, 1 (het beginsel van de federale loyauteit), 170 (het wettigheidsbeginsel in fiscale zaken), 172 (het gelijkheidsbeginsel in fiscale zaken) en 191 (de bescherming van de vreemdelingen) van de Grondwet. Bij de controle van de beslissingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers of van haar organen betreffende bepaalde verkiezingsuitgaven controleert het Hof de substantiele of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, evenals de overschrijding en de afwending van macht, en niet enkel de voormelde referentienormen.
12 4. TOEGANG a) Toetsing van de grondwettigheid van de wetskrachtige normen Een zaak kan bij het Grondwettelijk Hof worden ingeleid op twee manieren: met een beroep tot vernietiging of met een prejudiciële vraag van een rechtscollege. 1 ) Beroepen tot vernietiging Volgende overheden en personen kunnen bij het Grondwettelijk Hof een beroep tot vernietiging indienen: - de Ministerraad en de regeringen van de gemeenschappen en de gewesten; - de voorzitters van alle wetgevende vergaderingen, op verzoek van twee derden van hun leden; - de natuurlijke of rechtspersonen, zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke en zowel van Belgische als van vreemde nationaliteit. Deze laatste categorie van personen moet "doen blijken van een belang". Dat wil zeggen dat die personen in hun verzoekschrift aan het Hof moeten aantonen dat zij persoonlijk, rechtstreeks en ongunstig kunnen worden geraakt door de bestreden norm. De beroepen moeten in beginsel en enkele bijzondere gevallen buiten beschouwing gelaten worden ingesteld binnen zes maanden na de bekendmaking van de bestreden norm in het Belgisch Staatsblad. Het beroep werkt niet schorsend. Om te vermijden dat de bestreden norm tussen het ogenblik van het instellen van het beroep en de uitspraak van het arrest een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zou berokkenen en een latere retroactieve vernietiging geen nut meer zou hebben, kan het Hof in uitzonderlijke omstandigheden op verzoek van de indiener van het beroep de schorsing van de bestreden norm bevelen in afwachting van een uitspraak over de grond van de zaak binnen drie maanden na een schorsingsarrest. Een dergelijke vordering tot
schorsing moet worden ingesteld binnen drie maanden na de bekendmaking van de bestreden norm in het Belgisch Staatsblad. 2 ) Prejudiciële vragen Het Grondwettelijk Hof beschikt over het monopolie om wetskrachtige normen te toetsen aan de grondwetsbepalingen en de wetsbepalingen waarvoor het bevoegd is. Indien in een zaak voor een rechtscollege een vraagstuk rijst van overeenstemming van wetten, decreten en ordonnanties met de regels tot verdeling van de bevoegdheden tussen de federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten of met de artikelen 8 tot 32, 143, 1, 170, 172 of 191 van de Grondwet, dan moet dat rechtscollege hierover in beginsel een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof stellen. Wanneer een rechtscollege een vraag stelt, wordt de procedure voor dat rechtscollege opgeschort in afwachting van het antwoord van het Hof. b) Andere bevoegdheden Het komt de voorzitter van het betrokken gewestparlement toe het Hof voorafgaandelijk aan de organisatie van een gewestelijke volksraadpleging te adiëren. De beroepen tegen de door de Kamer van volksvertegenwoordigers of haar organen genomen beslissingen betreffende tot de controle van bepaalde verkiezingsuitgaven staan open voor de verkozen kandidaat die het voorwerp uitmaakt van de sanctie. Het beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van dertig dagen na de kennisgeving van de sanctie. 13
14 5. WERKING In beginsel wordt een zaak door het Hof behandeld met een zetel van zeven rechters. Een meer uitgebreide (tien of twaalf) of beperktere (drie) samenstelling is echter ook mogelijk. Op 1 september van elk jaar (bij het wisselen van het voorzitterschap) worden de zetels van het Hof bepaald. Normaliter worden de zaken behandeld door zetels van zeven rechters, bestaande uit de twee voorzitters die in alle zaken zetelen en vijf rechters die worden aangewezen volgens een complex beurtrolsysteem dat door de bijzondere wetgever is vastgesteld. Dat systeem waarborgt dat in elke zetel minstens drie rechters van elke taalgroep zetelen en dat er steeds minstens twee rechters gewezen parlementsleden en twee rechters benoemd op grond van hun juridische kwalificaties, zetelen. In de gewone samenstelling met zeven rechters wordt beslist bij gewone meerderheid van stemmen. De voorzitters kunnen evenwel beslissen een zaak voor te leggen aan het Grondwettelijk Hof in voltallige zitting. Zij kunnen daartoe, elk afzonderlijk, beslissen wanneer zij het nodig oordelen. Zij zijn daartoe eveneens verplicht wanneer twee rechters van de (gewone) zetel van zeven rechters erom verzoeken. Het Hof kan in voltallige zitting slechts uitspraak doen voor zover er ten minste tien rechters en in ieder geval evenveel Nederlandstalige als Franstalige rechters aanwezig zijn. Wanneer het Hof uitspraak doet in voltallige zitting, is bij staking van stemmen de stem van de voorzitter in functie beslissend. In elke zaak worden, volgens een door de bijzondere wetgever bepaald systeem, één Nederlandstalige rechter en één Franstalige rechter aangewezen als rechter-verslaggever. Samen met hun referendarissen staan zij in voor de voorbereiding van de zaak. In het kader van een filterprocedure, die niet van toepassing is inzake de organisatie van gewestelijke volksraadplegingen, kunnen zaken die klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof behoren of klaarblijkelijk niet ontvankelijk zijn, worden behandeld door een "beperkte kamer", bestaande uit de voorzitter en de twee rechters-verslaggevers.
15 6. RECHTSPLEGING a) Toetsing van de grondwettigheid van de wetskrachtige normen De rechtspleging voor het Grondwettelijk Hof heeft een hoofdzakelijk schriftelijk en tegensprekelijk karakter. De procedures voor de beroepen tot vernietiging en de prejudiciële vragen zijn grotendeels gelijkaardig, behalve uiteraard wat betreft de wijze waarop de zaken worden ingediend en de gevolgen van de arresten. De rechtspleging wordt geregeld in de bijzondere wet van 6 januari 1989 en in de richtlijnen van het Hof betreffende de rechtspleging. Die teksten zijn te vinden op de webstek van het Hof onder de rubriek "basisteksten". Zaken kunnen bij het Hof worden ingeleid al naar gelang van het geval in het Nederlands, het Frans of het Duits, maar het onderzoek gebeurt in het Nederlands of het Frans, volgens de regels bepaald in de bijzondere wet van 6 januari 1989. Elke zaak wordt, na inschrijving op de rol, toegewezen aan een bepaalde zetel volgens een bij de wet bepaald systeem. De eerste rechters van elke taalgroep, aangewezen voor de zaak, treden op als verslaggevers. Om overbelasting tegen te gaan, is er een filterprocedure om bepaalde zaken bijvoorbeeld zaken die onontvankelijk zijn of relatief eenvoudig met een korte rechtspleging af te handelen. Behoudens toepassing van de filterprocedure, wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt dat bij het Hof een zaak aanhangig is gemaakt. Naast de verzoekende partijen (bij beroepen tot vernietiging) en de partijen voor de verwijzende rechter (bij prejudiciële vragen) kunnen ook belanghebbende derden schriftelijk tussenkomen. De verschillende wetgevende vergaderingen en regeringen kunnen in elke zaak tussenkomen. Na verloop van de tijd die nodig is voor het uitwisselen van de schriftelijke stukken en voor het onderzoek door de rechtersverslaggevers en hun referendarissen, beoordeelt het Hof of de zaak klaar is om te worden behandeld en of een terechtzitting moet worden gehouden. In dat geval wordt de datum van de terechtzitting bepaald en worden de eventuele vragen vermeld in de zogenaamde beschikking van "ingereedheidbrenging". Alle
partijen die een memorie hebben ingediend, worden hiervan in kennis gesteld en ontvangen een schriftelijk verslag van de rechters verslaggevers waarin in voorkomend geval de aandacht wordt gevestigd op de vragen die hen tijdens de terechtzitting zouden kunnen worden gesteld. Die terechtzitting is openbaar. Indien geen terechtzitting is bepaald, kan elke partij verzoeken om te worden gehoord. Bij ontstentenis daarvan wordt de zaak in beraad genomen. Wanneer een terechtzitting plaats vindt, brengt de eerste rechter-verslaggever verslag uit over de zaak. De tweede rechter-verslaggever, die tot de andere taalrolgroep behoort, kan een aanvullend verslag uitbrengen. Alle partijen die schriftelijke stukken hebben ingediend, kunnen dan nog mondeling pleiten (in het Nederlands, het Frans of het Duits, met simultaanvertaling), in persoon of vertegenwoordigd door een advocaat. Wanneer de zaak in beraad wordt genomen, beslist het Hof bij meerderheid van stemmen. In voltallige zitting is bij staking van stemmen de stem van de voorzitter in functie beslissend. De beraadslagingen van het Hof zijn geheim. In de mogelijkheid tot het weergeven van "concurring opinions" of "dissenting opinions" (analoge of afwijkende meningen van rechters) is niet voorzien. Het Hof dient een arrest te wijzen binnen twaalf maanden na de indiening van de zaak. b) Andere procedures De, hoofdzakelijk schriftelijke, rechtspleging is mutatis mutandis geïnspireerd op die waarin is voorzien voor de toetsing van de grondwettigheid van de wetskrachtige normen. Wat de organisatie van de gewestelijke volksraadplegingen betreft, voorziet de bijzondere wet noch in een filterprocedure noch in een terechtzitting en beperkt ze de uitwisseling van de memories tot de Ministerraad, de gemeenschaps- en gewestregeringen, de voorzitters van de wetgevende vergaderingen en de initiatiefnemer(s) van de volksraadpleging. Wat het contentieux met betrekking tot bepaalde verkiezingsuitgaven betreft, voorziet de bijzondere wet in de verzending naar het Hof, door de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers, van het dossier dat tot de bestreden beslissing heeft geleid, en, door de Controlecommissie, van een memorie waarop de verzoeker kan 16
antwoorden. De Ministerraad kan ook een memorie indienen indien het Hof in het kader van die procedure ertoe is geroepen zich uit te spreken over de grondwettigheid van wetskrachtige normen. 17 7. ARRESTEN a) Toetsing van de grondwettigheid van de wetskrachtige normen De arresten van het Grondwettelijk Hof zijn van rechtswege uitvoerbaar en niet vatbaar voor beroep. 1 ) Uitspraak en bekendmaking De arresten van het Hof worden in het Nederlands en het Frans gesteld. Zij worden bovendien in het Duits gesteld voor de beroepen tot vernietiging en voor de zaken die in het Duits aanhangig zijn gemaakt. Zij kunnen door de voorzitters worden uitgesproken in openbare terechtzitting; indien dat niet het geval is, geldt de bekendmaking ervan op de website van het Hof als uitspraak. Naast die bekendmaking (integraal in het Nederlands en het Frans en bij uittreksel in het Duits) vergemakkelijken registers een raadpleging van de rechtspraak. De arresten worden bovendien bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. 2 ) Gevolgen van de arresten De gevolgen van de arresten van het Grondwettelijk Hof zijn verschillend naargelang zij zijn uitgesproken in het kader van een beroep tot vernietiging dan wel in het kader van een prejudiciële vraag. Indien het beroep tot vernietiging gegrond is, wordt de bestreden wetgevende norm geheel of gedeeltelijk vernietigd. Vernietigingsarresten hebben een absoluut gezag van gewijsde vanaf hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Een vernietiging werkt retroactief, dat wil zeggen dat de vernietigde norm moet worden geacht nooit te hebben bestaan. Indien nodig kan het Grondwettelijk Hof de terugwerkende kracht van de
vernietiging verzachten door de gevolgen van de vernietigde norm te handhaven. Wanneer het Hof dit laatste niet doet, blijven de administratieve akten en reglementen en de rechterlijke beslissingen die op de vernietigde wetskrachtige bepaling zijn gesteund, bestaan. Naast het gebruik van de gewone rechtsmiddelen waar dat nog mogelijk is, laat de bijzondere wet toe dat definitieve rechterlijke beslissingen of administratieve akten en reglementen die zijn gesteund op een naderhand vernietigde wetskrachtige norm worden ingetrokken of nog worden bestreden, voor zover dit wordt gevraagd binnen zes maanden na de bekendmaking van het arrest van het Hof in het Belgisch Staatsblad. Het openbaar ministerie en de belanghebbende partijen beschikken daartoe over buitengewone rechtsmiddelen. De door het Grondwettelijk Hof gewezen arresten waarbij beroepen tot vernietiging worden verworpen, zijn bindend voor de rechtscolleges wat de door die arresten beslechte rechtspunten betreft. De gevolgen van een arrest op een prejudiciële vraag zijn enigszins anders. Het rechtscollege dat de prejudiciële vraag heeft gesteld, evenals elk ander rechtscollege dat in dezelfde zaak uitspraak doet (bijvoorbeeld in hoger beroep), moeten voor de oplossing van het geschil naar aanleiding waarvan de prejudiciële vraag is gesteld, zich voegen naar het antwoord dat het Hof op de vraag heeft gegeven. Wanneer het Hof een schending heeft vastgesteld, blijft de wetskrachtige norm in de rechtsorde bestaan, maar, gelet op het feit dat het arrest een werking heeft die het geschil dat hangende is voor de verwijzende rechter, overschrijdt en gelet op het feit dat een billijk evenwicht moet worden gevrijwaard, tussen het belang dat elke met de Grondwet strijdige situatie wordt verholpen en de bekommernis dat bestaande toestanden en gewekte verwachtingen na verloop van tijd niet meer in het gedrang worden gebracht, heeft het Hof geoordeeld dat de mogelijkheid die de bijzondere wet biedt om de gevolgen van de bij een vernietigingsarrest afgekeurde bepalingen te handhaven, ook geldt voor de arresten die op een prejudiciële vraag zijn gewezen. Bovendien begint een nieuwe termijn van zes 18
maanden te lopen voor het instellen van een beroep tot vernietiging van de betrokken wetskrachtige norm. b) Andere procedures De beslissingen voorafgaand aan de organisatie van een gewestelijke volksraadpleging moeten worden genomen binnen zestig dagen na de indiening van het verzoek. De gewestelijke volksraadpleging waarvan het Hof heeft geoordeeld dat ze niet bestaanbaar is met de normen die het Hof in acht dient te doen nemen, of waarvoor het Hof niet is geadieerd, mag niet worden georganiseerd; hetzelfde geldt zolang het Hof geen uitspraak heeft gedaan. In het contentieux met betrekking tot bepaalde verkiezingsuitgaven vernietigt het Hof, indien het beroep gegrond is, de beslissing van de Controlecommissie waartegen het beroep is gericht; de Commissie wordt dan opnieuw in de situatie geplaatst van vóór de vernietigde beslissing. 19