Rolnummer Arrest nr. 178/2014 van 4 december 2014 A R R E S T
|
|
|
- Tessa Thys
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rolnummer 5855 Arrest nr. 178/2014 van 4 december 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13, tweede lid, van de wet van 3 juli 1967 betreffende preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector en artikel 27bis van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gesteld door de Arbeidsrechtbank te Mechelen. Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, P. Nihoul en R. Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter A. Alen, wijst na beraad het volgende arrest : * * *
2 2 I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij vonnis van 17 februari 2014 in zake Walter Ceusters tegen de nv «bpost», waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 24 februari 2014, heeft de Arbeidsrechtbank te Mechelen de volgende prejudiciële vraag gesteld : «Is er sprake van een schending van het gelijkheidsbeginsel en/of discriminatie op grond van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat zowel ten aanzien van een slachtoffer onderworpen aan de wet van 3 juli 1967 juncto KB 12 juni 1970 als bij een slachtoffer onderworpen aan de wet van 10 april 1971 de renten niet geïndexeerd worden bij een blijvende arbeidsongeschiktheid van minder dan 16 % terwijl er ten aanzien van een slachtoffer van een arbeidsongeval in de publieke sector bij de berekening van de rente rekening wordt gehouden met een niet-geïndexeerde jaarlijkse bezoldiging op het tijdstip van het ongeval, en ten aanzien van een slachtoffer van een arbeidsongeval in de privésector rekening wordt gehouden met een geïndexeerd basisloon?». Memories zijn ingediend door : - de nv «bpost», bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. F. Impens, advocaat bij de balie te Antwerpen; - de Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. P. Slegers en Mr. C. Vannieuwenhuysen, advocaten bij de balie te Brussel. Bij beschikking van 17 september 2014 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers E. Derycke en P. Nihoul te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen is, dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 8 oktober 2014 en de zaak in beraad zal worden genomen. Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak op 8 oktober 2014 in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil Op 1 december 2005 is de eisende partij in het bodemgeschil, werknemer bij de nv «bpost», het slachtoffer geworden van een arbeidsongeval, ten gevolge waarvan hij voor 12 pct. blijvend arbeidsongeschikt werd. Bij de vaststelling van de schadeloosstelling rees de vraag naar een mogelijke discriminatie tussen de werknemers van een arbeidsongeval naargelang zij tot de overheidssector of tot de privésector behoren. In het eerste geval gelden de bepalingen van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector; in het andere geval is de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 van toepassing.
3 3 Ten aanzien van een slachtoffer van een arbeidsongeval met een gedeeltelijke blijvende arbeidsongeschiktheid wordt in de overheidssector bij de berekening van de rente rekening gehouden met de niet-geïndexeerde jaarlijkse bezoldiging op het tijdstip van het ongeval, terwijl ten aanzien van een slachtoffer van een arbeidsongeval in de privésector rekening wordt gehouden met het geïndexeerde basisloon waarop het slachtoffer recht had in het jaar voorafgaand aan het arbeidsongeval. Alvorens uitspraak te doen stelt de verwijzende rechter de voormelde prejudiciële vraag. III. In rechte Standpunt van de nv «bpost» - A - A.1. De vergoedingen die toekomen aan een slachtoffer van een arbeidsongeval kunnen verschillen naargelang het slachtoffer tot de overheidssector dan wel tot de privésector behoort. Het statuut van het overheidspersoneel bevat eigen karakteristieken waarmee rekening dient te worden gehouden en die in voorkomend geval het verschil met de regeling in de privésector redelijkerwijze kunnen verantwoorden. Te dezen heeft de wetgever een verschil in behandeling ingevoerd, wat de indexering betreft, dat bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Standpunt van de Ministerraad A.2.1. De verwijzende rechter vergelijkt de situatie van personen die zich in een verschillende situatie bevinden : enerzijds, het slachtoffer van een arbeidsongeval in de overheidssector ten aanzien van wie bij de berekening van de rente rekening wordt gehouden met de niet-geïndexeerde jaarlijkse bezoldiging op het tijdstip van het ongeval en, anderzijds, het slachtoffer van een arbeidsongeval in de privésector ten aanzien van wie bij de berekening van de rente rekening wordt gehouden met het geïndexeerde basisloon waarop het slachtoffer recht had in het jaar voorafgaand aan het ongeval. Dat verschil in behandeling wordt door de eigenheid van die situaties verantwoord. Beide systemen verschillen fundamenteel, maar zijn intern consistent. In de beide sectoren wordt de rente berekend aan de hand van het verdienvermogen van het slachtoffer op de arbeidsmarkt : in de overheidssector op basis van de jaarlijkse bezoldiging, in de privésector op basis van het geïndexeerde basisloon. Hoewel de berekeningsmethode verschillend is, vertegenwoordigen beide bedragen het verdienvermogen van het slachtoffer op de dag van het ongeval : de «jaarlijkse bezoldiging» vertegenwoordigt het actuele verdienvermogen; het «basisloon» vertegenwoordigt het verdienvermogen voor het voorbije jaar, zodat het via indexering dient te worden geactualiseerd. Bijgevolg dient de prejudiciële vraag ontkennend te worden beantwoord. A.2.2. Bovendien stelt de Ministerraad vast dat het voorgelegde verschil in behandeling zijn oorsprong vindt, niet in de wet van 3 juli 1967, maar in artikel 14, 2, van het koninklijk besluit van 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding, ten gunste van de personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk.
4 4 - B - B.1. De prejudiciële vraag betreft het verschil in behandeling tussen de slachtoffers van een arbeidsongeval, met een blijvende arbeidsongeschiktheid van minder dan 16 pct. tot gevolg, naargelang het slachtoffer aan de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector (hierna : wet van 3 juli 1967) dan wel aan de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 (hierna : wet van 10 april 1971) is onderworpen. In beide gevallen wordt de rente niet geïndexeerd, maar in de overheidssector wordt bij de berekening van de rente rekening gehouden met de niet-geïndexeerde jaarlijkse bezoldiging op het tijdstip van het ongeval, terwijl in de privésector rekening wordt gehouden met het geïndexeerde basisloon. B.2. In de prejudiciële vraag wordt niet aangegeven welke bepalingen van de voormelde wetten van 3 juli 1967 en van 10 april 1971 het voormelde verschil in behandeling zouden invoeren. B.3. Wat de niet-indexering van de rente in geval van een blijvende arbeidsongeschiktheid van minder dan 16 pct. betreft, wordt in de verwijzingsbeslissing verwezen naar artikel 13 van de wet van 3 juli 1967 en naar artikel 27bis van de wet van 10 april Artikel 13 van de wet van 3 juli 1967 bepaalt : «De in artikel 3, eerste lid, bedoelde renten, de in artikel 4, 2, bijkomende vergoedingen, de verergerings- en overlijdensbijslagen worden vermeerderd of verminderd overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer der consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. De Koning bepaalt hoe zij aan de spilindex 138,01 worden gekoppeld. Het eerste lid is evenwel niet van toepassing op de renten wanneer de blijvende arbeidsongeschiktheid geen 16 % bereikt».
5 5 Artikel 27bis van de wet van 10 april 1971 bepaalt : «De renten bedoeld bij de artikelen 12 tot en met 17 en de jaarlijkse vergoedingen en renten voor een arbeidsongeschiktheid van ten minste 10 % worden aangepast aan het indexcijfer der consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de Openbare Schatkist, sommige speciale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmede rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. Deze jaarlijkse vergoedingen of de werkelijk uitbetaalde renten worden gekoppeld aan de spilindex die op de datum van het ongeval van kracht is bij toepassing van artikel 4, 1, van de voormelde wet van 2 augustus Het eerste en tweede lid vinden geen toepassing op de jaarlijkse vergoedingen en renten die overeenstemmen met de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid van 10 pct. tot minder dan 16 pct., en waarvan de waarde in kapitaal wordt uitbetaald aan het Fonds voor Arbeidsongevallen in toepassing van artikel 45quater, derde en vierde lid. [ ]». Uit die bepalingen blijkt dat zowel in de overheidssector als in de privésector de rente niet wordt geïndexeerd in geval van een blijvende arbeidsongeschiktheid van minder dan 16 pct. B.4. Wat de berekeningsbasis betreft op grond waarvan in de overheidssector de rente wordt vastgesteld, wordt in de verwijzingsbeslissing verwezen naar artikel 4, 1, eerste lid, van de wet van 3 juli 1967 en naar de artikelen 13 en 14, 2, van het koninklijk besluit van 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding, ten gunste van de personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk. Artikel 4, 1, eerste lid, van de wet van 3 juli 1967 bepaalt : «De rente wegens blijvende arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld op grond van de jaarlijkse bezoldiging waarop het slachtoffer recht heeft op het tijdstip dat het ongeval zich heeft voorgedaan [ ]. Zij is evenredig met het aan het slachtoffer toegekende percentage aan arbeidsongeschiktheid».
6 6 Artikel 13 van het voormelde koninklijk besluit van 24 januari 1969 bepaalt wat onder jaarlijkse bezoldiging dient te worden verstaan : «Voor de vaststelling van het bedrag der renten in geval van blijvende ongeschiktheid of overlijden moet onder jaarlijkse bezoldiging worden verstaan enige wedde, enig loon of enige als wedde of loon geldende vergoeding, door de getroffene op het tijdstip van het ongeval verkregen, vermeerderd met de toelagen of vergoedingen die geen werkelijke lasten dekken en op grond van de arbeidsovereenkomst of het wettelijk of reglementair statuut zijn verschuldigd. Voor de vaststelling der in het eerste lid bedoelde jaarlijkse bezoldiging wordt geen rekening gehouden met enige vermindering van de bezoldiging uit hoofde van de leeftijd van de getroffene». Artikel 14, 2, van hetzelfde koninklijk besluit bepaalt dat, wanneer het ongeval zich na 30 juni 1962 heeft voorgedaan, de jaarlijkse bezoldiging niet de indexering omvat : «Wanneer het ongeval zich heeft voorgedaan na 30 juni 1962, omvat de in artikel 13 bedoelde jaarlijkse bezoldiging niet de verhoging als gevolg van de koppeling ervan aan de schommelingen van het algemeen indexcijfer der kleinhandelsprijzen van het Rijk op het tijdstip van het ongeval». B.5. Uit de voormelde bepalingen blijkt dat de niet-indexering van de berekeningsbasis van de in het geding zijnde rente in de overheidssector niet aan een wetskrachtige norm kan worden toegeschreven, maar voortvloeit uit het voormelde artikel 14, 2, van het koninklijk besluit van 24 januari B.6. Noch artikel 26, 1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, noch enige andere grondwettelijke of wettelijke bepaling verleent het Hof de bevoegdheid om bij wijze van prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de vraag of de bepalingen van een koninklijk besluit de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schenden. Met toepassing van artikel 159 van de Grondwet komt het de rechter toe de bepalingen van een koninklijk besluit die niet in overeenstemming zouden zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, niet toe te passen.
7 7 Om die redenen, het Hof zegt voor recht : De prejudiciële vraag behoort niet tot de bevoegdheid van het Hof. Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 4 december De griffier, De voorzitter, F. Meersschaut A. Alen
Rolnummer 5726. Arrest nr. 135/2014 van 25 september 2014 A R R E S T
Rolnummer 5726 Arrest nr. 135/2014 van 25 september 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd
Rolnummer 5734. Arrest nr. 147/2014 van 9 oktober 2014 A R R E S T
Rolnummer 5734 Arrest nr. 147/2014 van 9 oktober 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 3bis van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding
Rolnummer Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T
Rolnummer 5847 Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 347-2 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Luik. Het
Rolnummer 5407. Arrest nr. 62/2013 van 8 mei 2013 A R R E S T
Rolnummer 5407 Arrest nr. 62/2013 van 8 mei 2013 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 19 van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen,
Rolnummer 5678. Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T
Rolnummer 5678 Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 418, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Cassatie.
Rolnummer 5633. Arrest nr. 26/2014 van 6 februari 2014 A R R E S T
Rolnummer 5633 Arrest nr. 26/2014 van 6 februari 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 4 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 «houdende invoering van een sociale
A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2277 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Vrederechter van het kanton Eupen.
Rolnummer 6119 Arrest nr. 39/2016 van 10 maart 2016 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2277 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Vrederechter van het kanton Eupen. Het
Rolnummer 5567. Arrest nr. 173/2013 van 19 december 2013 A R R E S T
Rolnummer 5567 Arrest nr. 173/2013 van 19 december 2013 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen betreffende de artikelen 25, eerste lid, en 69, eerste en derde lid, van de arbeidsongevallenwet van
A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gesteld door het Arbeidshof te Gent.
Rolnummer 2926 Arrest nr. 186/2004 van 16 november 2004 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gesteld door het Arbeidshof te Gent. Het Arbitragehof,
Rolnummer 5763. Arrest nr. 175/2014 van 4 december 2014 A R R E S T
Rolnummer 5763 Arrest nr. 175/2014 van 4 december 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 19bis-11, 2, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
Rolnummer 5883. Arrest nr. 33/2015 van 12 maart 2015 A R R E S T
Rolnummer 5883 Arrest nr. 33/2015 van 12 maart 2015 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 12 juncto artikel 5 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gesteld door de Arbeidsrechtbank
Rolnummer Arrest nr. 82/2015 van 28 mei 2015 A R R E S T
Rolnummer 6141 Arrest nr. 82/2015 van 28 mei 2015 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 171, 5, b), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gesteld door de Rechtbank
Rolnummer 4792. Arrest nr. 65/2010 van 27 mei 2010 A R R E S T
Rolnummer 4792 Arrest nr. 65/2010 van 27 mei 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 4, 2, en 6, 2, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,
Rolnummer 4855. Arrest nr. 152/2010 van 22 december 2010 A R R E S T
Rolnummer 4855 Arrest nr. 152/2010 van 22 december 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 36, eerste lid, van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding
Rolnummer 4255. Arrest nr. 9/2008 van 17 januari 2008 A R R E S T
Rolnummer 4255 Arrest nr. 9/2008 van 17 januari 2008 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 82 van de faillissementswet van 8 augustus 1997, zoals vervangen bij artikel 29 van de wet
Rolnummer 1602. Arrest nr. 6/2000 van 19 januari 2000 A R R E S T
Rolnummer 1602 Arrest nr. 6/2000 van 19 januari 2000 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 38 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gesteld door de Arbeidsrechtbank te
Rolnummer 3630. Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T
Rolnummer 3630 Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 320, 4, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te
Rolnummer 5606. Arrest nr. 43/2014 van 13 maart 2014 A R R E S T
Rolnummer 5606 Arrest nr. 43/2014 van 13 maart 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1022, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek (vóór de wijziging ervan bij de wet van
Rolnummer 4418. Arrest nr. 12/2009 van 21 januari 2009 A R R E S T
Rolnummer 4418 Arrest nr. 12/2009 van 21 januari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 301, 2, tweede en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 7 van
Rolnummer 4995. Arrest nr. 86/2011 van 18 mei 2011 A R R E S T
Rolnummer 4995 Arrest nr. 86/2011 van 18 mei 2011 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 29bis van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie.
Rolnummer 2287 Arrest nr. 163/2001 van 19 december 2001 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Het Arbitragehof,
Rolnummer 4533. Arrest nr. 110/2009 van 9 juli 2009 A R R E S T
Rolnummer 4533 Arrest nr. 110/2009 van 9 juli 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 9 van de wet van 21 april
Rolnummer 5264. Arrest nr. 24/2012 van 16 februari 2012 A R R E S T
Rolnummer 5264 Arrest nr. 24/2012 van 16 februari 2012 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 38, 5, van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk
PROGRAMMAWET (I) VAN 27 DECEMBER 2006. (B.S. 28 december 2006, 3e editie) Uittreksels
PROGRAMMAWET (I) VAN 27 DECEMBER 2006 (B.S. 28 december 2006, 3e editie) Uittreksels Aangevuld, gewijzigd of aangepast door: - de wet van 21 december 2007 houdende diverse bepalingen (I) (B.S. 31 december
Rolnummer 4834. Arrest nr. 78/2010 van 23 juni 2010 A R R E S T
Rolnummer 4834 Arrest nr. 78/2010 van 23 juni 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 9 van de wet van 21 april
Rolnummer 4237. Arrest nr. 33/2008 van 28 februari 2008 A R R E S T
Rolnummer 4237 Arrest nr. 33/2008 van 28 februari 2008 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 34, 2, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, gesteld door
Rolnummer Arrest nr. 84/2007 van 7 juni 2007 A R R E S T
Rolnummer 4100 Arrest nr. 84/2007 van 7 juni 2007 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 12, 1, en 253 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gesteld door het Hof
A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen.
Rolnummer 2268 Arrest nr. 29/2002 van 30 januari 2002 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen. Het Arbitragehof,
Rolnummer 2960. Arrest nr. 84/2005 van 4 mei 2005 A R R E S T
Rolnummer 2960 Arrest nr. 84/2005 van 4 mei 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over artikel 24, 2, van het Algemeen Verdrag betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België
A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 203 van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Luik.
Rolnummer 2151 Arrest nr. 119/2002 van 3 juli 2002 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 203 van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Luik. Het Arbitragehof,
Rolnummer 4334. Arrest nr. 160/2008 van 20 november 2008 A R R E S T
Rolnummer 4334 Arrest nr. 160/2008 van 20 november 2008 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 7 van het decreet van 28 juni 1957 houdende statuut van de Koloniale verzekeringskas,
Rolnummer 2485. Arrest nr. 84/2003 van 11 juni 2003 A R R E S T
Rolnummer 2485 Arrest nr. 84/2003 van 11 juni 2003 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de wet van 4 juli 2001 tot wijziging van artikel 633 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door
Rolnummer 2005. Arrest nr. 121/2001 van 10 oktober 2001 A R R E S T
Rolnummer 2005 Arrest nr. 121/2001 van 10 oktober 2001 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep
Rolnummer 4967. Arrest nr. 68/2011 van 5 mei 2011 A R R E S T
Rolnummer 4967 Arrest nr. 68/2011 van 5 mei 2011 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 3, eerste lid, 3, van het decreet van het Waalse Gewest van 27 mei 2004 tot invoering van
Rolnummer 4499. Arrest nr. 106/2009 van 9 juli 2009 A R R E S T
Rolnummer 4499 Arrest nr. 106/2009 van 9 juli 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 14, 1, eerste lid, 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals dat artikel
Rolnummer 4790. Arrest nr. 10/2010 van 4 februari 2010 A R R E S T
Rolnummer 4790 Arrest nr. 10/2010 van 4 februari 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 73 van de programmawet (I) van 27 december 2006, gesteld door de Vrederechter van het
Rolnummer 2596. Arrest nr. 16/2004 van 29 januari 2004 A R R E S T
Rolnummer 2596 Arrest nr. 16/2004 van 29 januari 2004 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 12, 46, 2, tweede lid, en 47, tweede lid, van de arbeidsongevallenwet van 10 april
Rolnummer 4978. Arrest nr. 84/2011 van 18 mei 2011 A R R E S T
Rolnummer 4978 Arrest nr. 84/2011 van 18 mei 2011 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over artikel 4, vierde lid, van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde
Rolnummer 3958. Arrest nr. 13/2007 van 17 januari 2007 A R R E S T
Rolnummer 3958 Arrest nr. 13/2007 van 17 januari 2007 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2277 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Aarlen.
Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T
Rolnummer 4045 Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van artikel 468, 3, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 21
Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T
Rolnummer 4560 Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten
Rolnummer 5087. Arrest nr. 156/2011 van 13 oktober 2011 A R R E S T
Rolnummer 5087 Arrest nr. 156/2011 van 13 oktober 2011 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 67, 81 en 82 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gesteld
Rolnummer 5133. Arrest nr. 182/2011 van 1 december 2011 A R R E S T
Rolnummer 5133 Arrest nr. 182/2011 van 1 december 2011 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 3, 5, derde lid, van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk
Rolnummer 5541. Arrest nr. 159/2013 van 21 november 2013 A R R E S T
Rolnummer 5541 Arrest nr. 159/2013 van 21 november 2013 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 218, 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals van toepassing op
koninklijk besluit van 20 september 1998, wordt vervangen als volgt : «Artikel 1. De regeling ingesteld bij de wet van 3 juli 1967 betreffende de
JUNI 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding ten gunste van personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen
A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 135, 3, van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Gent.
Rolnummer 1924 Arrest nr. 81/2001 van 13 juni 2001 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 135, 3, van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Gent. Het
Rolnummers 4767 en 4788. Arrest nr. 53/2010 van 6 mei 2010 A R R E S T
Rolnummers 4767 en 4788 Arrest nr. 53/2010 van 6 mei 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 9 van de wet van
Rolnummer 3966. Arrest nr. 29/2007 van 21 februari 2007 A R R E S T
Rolnummer 3966 Arrest nr. 29/2007 van 21 februari 2007 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 1410, 1, 4, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding
Rolnummer 5076. Arrest nr. 173/2011 van 10 november 2011 A R R E S T
Rolnummer 5076 Arrest nr. 173/2011 van 10 november 2011 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 15 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten
Rolnummer 4853. Arrest nr. 121/2010 van 28 oktober 2010 A R R E S T
Rolnummer 4853 Arrest nr. 121/2010 van 28 oktober 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 29bis van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
Rolnummer 4430. Arrest nr. 14/2009 van 5 februari 2009 A R R E S T
Rolnummer 4430 Arrest nr. 14/2009 van 5 februari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 82, 5, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gesteld door het Arbeidshof
Rolnummer 4699. Arrest nr. 67/2010 van 2 juni 2010 A R R E S T
Rolnummer 4699 Arrest nr. 67/2010 van 2 juni 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 18bis van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het «handvest» van de sociaal verzekerde,
Rolnummer 5732. Arrest nr. 152/2014 van 16 oktober 2014 A R R E S T
Rolnummer 5732 Arrest nr. 152/2014 van 16 oktober 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 39, 1, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gesteld door de Arbeidsrechtbank
A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 145, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Gent.
Rolnummer 2499 Arrest nr. 20/2003 van 30 januari 2003 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 145, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Gent.
Rolnummer 4471. Arrest nr. 46/2009 van 11 maart 2009 A R R E S T
Rolnummer 4471 Arrest nr. 46/2009 van 11 maart 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 1022, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals vervangen bij artikel 7 van de wet van
Rolnummer Arrest nr. 172/2009 van 29 oktober 2009 A R R E S T
Rolnummer 4725 Arrest nr. 172/2009 van 29 oktober 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 323 van het Burgerlijk Wetboek, zoals van kracht vóór de opheffing ervan bij artikel
