Exact Periode 5. Dictaat Licht

Vergelijkbare documenten
In de figuur hieronder zie je een Elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur).

Exact Periode 5 Niveau 3. Dictaat Licht

2.1 Wat is licht? 2.2 Fotonen

Exact Periode 5.2. Licht

1 Wat is licht? Licht is een elektromagnetische golf. Andere voorbeelden van e.m.-golven zijn radar en röntgenstraling. Zie Binas tabel 19A en 19B.

1 f T De eenheid van trillingstijd is (s). De eenheid van frequentie is (Hz).

1. 1 Wat is een trilling?

Fysica 2 Practicum. Er bestaan drie types van spectra voor lichtbronnen: lijnen-, banden- en continue spectra.

Atoomfysica uitwerkingen opgaven

NATUURKUNDE PROEFWERK

Begripsvragen: Elektromagnetische straling

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR UNIFORM EXAMEN VWO 2015

1 Een lichtbron zendt licht uit met een golflengte van 589 nm in vacuüm.

Hoofdstuk 3: Licht. Natuurkunde VWO 2011/

Hoofdstuk 4: Licht. Natuurkunde Havo 2011/2012.

- KLAS 5. c) Bereken de snelheid waarmee een elektron vrijkomt als het groene licht op de Rbkathode

7. Hoofdstuk 7 : De Elektronenstructuur van Atomen

Zonnestraling. Samenvatting. Elektromagnetisme

EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1975

Exact Periode 7 Radioactiviteit Druk

3 Het Foto Elektrisch Effect. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

13 Zonnestelsel en heelal

Bepaling van de diameter van een haar

Uitwerkingen 1. Opgave 1 Bij mist wordt het licht door de waterdruppeltjes weerkaatst. Opgave 2 Groter Kleiner. Opgave 3

Lesbrief: Fluorescentie en ph

Licht en kleur. Inleiding. Polarisatie van licht

Stevin vwo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 10 Atomen ( ) Pagina 1 van 10

6 Het atoommodel van Bohr. banner. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

NATUURKUNDE. a) Bereken voor alle drie kleuren licht de energie van een foton in ev.

Als de trapper in de stand van figuur 1 staat, oefent de voet de in figuur 2 aangegeven verticale kracht uit op het rechter pedaal.

Eindexamen natuurkunde 1 vwo II

Hoofdstuk 9: Radioactiviteit

De Zon. N.G. Schultheiss

De Broglie. N.G. Schultheiss

Het tweespletenexperiment EN DE RELATIE TUSSEN HET INTERFERENTIEPATROON EN DE BREEDTE VAN DE SPLEET

σ = 1 λ 3,00 μm is: 3,00 x 10-4 cm σ = 1 cm / 3,00 x 10-4 cm= 3, cm -1

Beste leerling, Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de examenvragen onderverdeeld in 4 categorieën.

1 Welk van onderstaande schakelingen is geschikt om de remspanning te meten?

XXX INTERNATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE PADUA, ITALIË THEORIE-TOETS

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2013 TOETS APRIL :00 12:45 uur

QUANTUM- & ATOOMFYSICA VWO

Constante van Planck bepalen met LED s. Doel: Constante van Planck bepalen

T1 Wat is licht? FIG. 3 Zo teken je een lichtstraal. De pijl geeft de richting van het licht aan.

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Licht als golf en als deeltje. 24 juli dr. Brenda Casteleyn

TEMPERATUURSTRALING Leg uit waarom je alleen metingen kunt doen aan temperatuurstraling als je meetinstrument kouder is dan het te meten voorwerp.

6,2. Werkstuk door een scholier 1565 woorden 1 december keer beoordeeld. Natuurkunde. Wat is kleur?

Opgave 1 Geef van de volgende zinnen aan of ze waar (W) of niet waar (NW) zijn. Omcirkel je keuze.

Natuur-/scheikunde Klas men

Examen VWO. natuurkunde 1. tijdvak 2 woensdag 24 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. natuurkunde 1,2. tijdvak 2 woensdag 24 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

TENTAMEN NATUURKUNDE

STERREN & STRALING VWO

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2019 TOETS APRIL 2019 Tijdsduur: 1h45

Spectroscopie. ... de kunst van het lichtlezen... Karolien Lefever. u gebracht door. Instituut voor Sterrenkunde, K.U. Leuven

Samenvatting H5 straling Natuurkunde

Polarisatie. Overig Golven, Polarisatie,

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012

natuurkunde vwo 2018-II

13 Zonnestelsel en heelal

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Licht als golf en als deeltje. 4 november Brenda Casteleyn, PhD

Hoofdstuk 2 De sinus van een hoek

natuurkunde havo 2018-I

Naam: Klas: Toets Eenvoudige interferentie- en diffractiepatronen VWO (versie A)

Handleiding Optiekset met bank

Aandachtspunten voor het eindexamen natuurkunde vwo

Correctievoorschrift Schoolexamen Moderne Natuurkunde

Inleiding stralingsfysica

NATUURKUNDE - 5 VWO. e) Leg duidelijk uit waarom bij grote spanning de stroom constant wordt (RS in figuur 4.3)

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5)

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2018 TOETS 1

Wet van Snellius. 1 Lichtbreking 2 Wet van Snellius 3 Terugkaatsing van licht tegen een grensvlak

Basic Creative Engineering Skills. Licht, lichtbronnen, kleurtemperatuur

Tekstboek. VMBO-T Leerjaar 1 en 2

Examen VWO. natuurkunde 1,2 Compex. Vragen 1 tot en met 12. In dit deel van het examen staan vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt.

Lasers. Laserlicht. l.a.s.e.r. Een laser is een lichtbron waar heel speciaal licht uit komt.

Exact periode Youdenplot Krachten Druk

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2015 TOETS APRIL :00 12:45 uur

DEZE TAAK BESTAAT UIT 36 ITEMS.

natuurkunde vwo 2017-II

Vrijdag 8 juni, uur

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2000-II

Basic Creative Engineering Skills

ALGEMEEN 1. De luchtdruk op aarde is ongeveer gelijk aan. A 1mbar. B 1 N/m 2. C 13,6 cm kwikdruk. D 100 kpa.

656 nm, rood; 486 nm, blauw/groen; 434 nm, blauw/violet; 410 nm violet; 397 nm violet = vt = c/f f = c/ = (3, )/( ) = 4, Hz.

Frequentie = aantal golven per seconde op gegeven plek = v/λ = ν. Golflengte x frequentie = golfsnelheid

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Reflectie en breking. J. Kuiper. Transfer Database

Tentamen Optica. 20 februari Zet je naam, studentennummer en studierichting bovenaan elk vel dat je gebruikt. Lees de 6 opgaven eerst eens door.

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2002-II

Transcriptie:

Exact Periode 5 Dictaat Licht 1

1 Wat is licht? In de figuur hieronder zie je een elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur). Licht is een elektromagnetische golf. Andere voorbeelden van e.m.-golven zijn radar en röntgenstraling. Zie Binas tabel 19A en 19B. Met frequentie (f) wordt bedoeld: het aantal trillingen per seconde. De eenheid van frequentie is hertz (Hz). De frequentie bepaalt de kleur van het licht. (BINAS tabel 19A). De golflengte (labda) is de lengte van één golf ( zie figuur hierboven) 2

Formule: c f : golflengte (m) c : lichtsnelheid (m.s -1 ) f : frequentie (Hz) f c Voor bewegende beelden kijk je op http://www.phy.ntnu.edu.tw/ntnujava/index.php?topic=35 2 Lichtsnelheid in stoffen In vacuüm bedraagt de lichtsnelheid 3,0.10 8 m.s -1. In lucht of doorzichtige vloeistoffen en vaste stoffen is de lichtsnelheid minder. Om de lichtsnelheid in een stof te vinden deel je de lichtsnelheid in vacuüm door de brekingsindex van de stof (Binas tabel 18) cvacuum Formule: cstof n stof 3

2.0 De zon staat (gemiddeld) 1,5.10 11 m van ons af. Hoe lang is zonlicht onderweg voordat het de aarde bereikt? 2.1 De golflengte van blauw licht in vacuüm is 490 nm. Bereken de frequentie. 2.2 Licht met een frequentie van 3,8.10 14 Hz kunnen we nog zien. a. Bereken de golflengte b. Kunnen we licht met een iets hogere frequentie ook zien? 4

3 Fotonen Licht is gekwantiseerd. Licht bestaat uit fotonen. Je mag een foton opvatten als een soort golfpakketje. De energie van een foton is te berekenen met: E foton h f Hierin is: E foton de energie van het foton in J (joule) h de constante van Planck : 6,63.10-34 Js (BINAS tabel 7) f de frequentie van het foton (in Hz) De golflengte λ van het foton is te berekenen met c f. (c: lichtsnelheid in m/s) 5

3.1 Zoek de brekingsindex van water op. Bereken de lichtsnelheid in water. 3.2 De frequentie van geel licht is 5,09.10 14 Hz. Bereken de lichtsnelheid van geel licht in ijs. Bereken de golflengte van geel licht in ijs. 3.3 Een foton heeft een frequentie van 3,8.10 14 Hz Bereken de energie van het foton. 3.4 De energie van een foton is 3,55.10-19 J. a. Bereken de frequentie b. bereken de golflengte c. welke kleur heeft het foton? 3.5 Zijn de onderstaande stellingen waar? I. Bij interferentie worden golven altijd versterkt. waar/ niet waar II. Een prisma werkt met buiging van licht. waar/ niet waar III. In een prisma wordt blauw sterker gebroken dan rood waar/ niet waar IV Licht heeft in lucht een hogere snelheid dan in glas waar/ niet waar 6

4 Wat is een spectrum? Licht bestaat vaak uit een mengsel van kleuren (dus van verschillende golflengten). Bij een spectrum worden de verschillende kleuren naast elkaar geprojecteerd. Hoe maak je een spectrum? Er zijn twee manieren om een spectrum te maken. 1. Met een prisma: verschillende golflengten hebben ook een verschillende brekingsindex (Binas tabel 18 A en B). De stralen komen dus met een verschillende hoek uit het prisma. 2. Met een tralie: Als licht op een CD-tje valt zie je een spectrum. Het CD-tje werkt als een tralie. Een tralie bestaat uit een glaasje met zeer veel evenwijdige krasjes (bijv 600 per mm). Het licht dat op het tralie valt gaat door de openingen tussen de krasjes. Daar vindt buiging plaats. De gebogen lichtstralen interfereren. Interferentie is: het versterken en verzwakken van de golven. In bepaalde richtingen wordt rood versterkt, in andere violet, enz. 7

5 Het continu spectrum Fotonen wordt uitgezonden door gloeiende voorwerpen. (gloeidraad, gloeiende koolstofdeeltjes in een kaarsvlam). Er ontstaat wit licht als de temperatuur hoog genoeg is. Als van dit licht een spectrum wordt gemaakt zie je alle kleuren continu in elkaar overlopen. Continu betekent: doorlopend, zonder onderbrekingen. Zie Binas: 20-1 en http://phet.colorado.edu/sims/blackbody-spectrum/blackbody-spectrum_nl.html 5.1 Noem een lichtbron waarvan het spectrum continu is 5.2 Is het spectrum van de zon continu? Geef toelichting. 8

6 De gasontladingslamp. Kwikdamp In een gasontladingslamp (zie figuur hieronder) bevindt zich een gas (bijvoorbeeld Neon) of een damp (bijv natrium of kwik). In de lamp bevinden zich twee elektroden met een hoog spanningsverschil. Door de lamp stromen elektronen van de min-elektrode naar de plus-elektrode. De elektronen bewegen steeds sneller. ca 600V Als ze tegen een gas- of dampatoom botsen kan dit atoom in een aangeslagen toestand komen. Atomen in aangeslagen toestanden zijn zeer labiel. Na zeer korte tijd valt het atoom terug in de grondtoestand. Hierbij wordt een foton uitgezonden: de lamp geeft licht. 6.1 Hoe komt het dat een natriumlamp een andere kleur licht geeft als hij net is ingeschakeld? 9

7 Het emissiespectrum (lijnenspectrum) Een emissiespectrum ontstaat als we atomen van een gas of damp blootstellen aan botsingen van elektronen. Dit gebeurt in een gasontladingslamp. Fotonen worden uitgezonden door atomen die terugvallen van een aangeslagen toestand (plaatje links) naar de grondtoestand (plaatje rechts). Een atoom in de grondtoestand heeft minder energie dan een atoom in een aangeslagen toestand. Het energieoverschot komt vrij in de vorm van em-straling: een foton. Een atoom heeft diverse aangeslagen toestanden. Ieder met een zeer bepaalde energie. En de energie bepaalt de kleur (golflengte h c ).Vandaar dat het spectrum van een E gasontladingslamp uit enkele gekleurde strepen bestaat. Zie Binas: 20-3 t/m11 en 13 kern foton kern 10

Ieder gekleurde streep komt overeen met een energieovergang. In het energieschema, hier rechtsonder, wordt geprobeerd dat duidelijk te maken. Lijnenspectrum E 2 E 1 violet groen rood ker n E 0 λ Een atoom is in de tweede aangeslagen toestand. Het terugvallen naar de grondtoestand kan rechtstreeks (lange pijl) of met een tussenstop in de eerste aangeslagen toestand (korte pijltjes). Als E 2 E 0 veel vaker voorkomt dan E 2 E 1 E 0 zal in het spectrum de lijn die bij E 2 E 0 hoort veel helderder zijn dan de lijnen die bij E 2 E 1 en bij E 1 E 0 horen. Bij de langste pijl hoort de grootste energiesprong dus de hoogste frequentie en de kleinste golflengte. 11

7.1 h c Leid de volgende formule af: E 7.2 Bereken de energie van de groene lijn in het emissiespectrum van Helium (Binas tabel 20) 7.4 Hiernaast zie je een gedeelte van een energieschema van een atoom. Hoeveel spectraallijnen verwacht je in het spectrum?. E3 E 2 E 1 E 0 7.5 Niet alle spectraallijnen hebben dezelfde helderheid. Leg uit waardoor dat wordt veroorzaakt. 12

8 Het absorptiespectrum Een absorptiespectrum ontstaat als licht van een gloeilamp (met een continu spectrum) door een absorberende stof gaat. De stof absorbeert bepaalde kleuren (golflengten) van het licht. Op die plaatsen ontstaat in het spectrum een zwarte streep. Hierbij is het volgende belangrijk: Atomen absorberen alleen de fotonen met de juiste energie. Dat wil zeggen fotonen die ze zelf zouden uitzenden als ze vanuit een aangeslagen toestand terugvallen in de grondtoestand. Absorptie speelt dus een belangrijke rol bij het herkennen van stoffen (kwalitatief). Ook kwantitatief is absorptie belangrijk (AAS) Hieronder zie je een schema hoe je een absorptiespectrum kan maken. 13

9 Hoe komt een atoom in een aangeslagen toestand? Er zijn drie manieren om een atoom in een aangeslagen toestand te krijgen. 1. Door het atoom verwarmen (bijvoorbeeld in een gasvlam) 2. Door het atoom te laten botsen met elektronen (in een gasontladingsbuis) 3. Door het atoom licht te laten absorberen. In alle gevallen valt het atoom terug in de grondtoestand en zendt een foton uit. 10 De elektronvolt (ev). De energie eenheid joule (J) is niet erg geschikt voor de atomaire schaal. De energie van een foton kan bij voorbeeld 4,12.10-19 J zijn. Daarom is de elektronvolt (ev) ingevoerd. definitie: 1 ev = 1,60.10-19 J De energie van foton uit het voorbeeld is 2,58 ev 14

10.1 Licht met golflengte tussen de 370nm en 800nm kunnen wij zien. Bereken tussen welke energiegrenzen (in ev) zichtbare fotonen zich bevinden. 10.2 Hiernaast zie je een gedeelte van een energieschema. Bereken de golflengtes van de fotonen die bij de pijlen horen. E 2 =3,3 ev E 1 =2,4 ev E 0 =0 ev 15

10.3 592 388 230 nm Hierboven zie je een gedeelte van een lijnenspectrum Schrijf in de figuur rechts de juiste energiewaarden (in ev) bij de niveaus. 16