Speelruimte beleidsplan Castricum

Vergelijkbare documenten
Beleidsplan Spelen

Uitvoeringsnotitie Speelruimtebeleid Gemeente Hoogeveen Afdeling Mens en Werk

Speelplan 2016 Gemeente Velsen

Speelplan 2017 Gemeente Velsen

Speelvisie gemeente Anna Paulowna

RAADSVOORSTEL Agendanummer 7.4. Onderwerp: Nota Speelruimtebeleid Spelen in Moerdijk

Startnotitie Actieplan spelen, sporten en ontmoeten in de buitenruimte van Woudenberg

Heerhugowaard Stad van kansen. Bestuursdienst I advies aan Burgemeester en Wethouders

Commissie Bestuurlijk Domein. Commissie Ruimtelijk Domein. Commissie Sociaal en Economisch Domein. Informerende Commissie. Bespreken.

Inleiding Elk jaar wordt het investeringsplan voor speelplekken vastgesteld; het zogenoemde Speelplan.

Dit uitvoeringsplan geeft de hoofdlijnen aan voor de komende 10 jaar aan ( ).

Wmo beleidsplan 2013 INLEIDING

*Z0230DEDA67* Raadsvoorstel. Aan de raad. : Speelruimteplan Beverwijk, Beverwijk speelt buiten

speelruimte beleidsplan

UITVOERINGSPROGRAMMA SPEELRUIMTE

Aanpassing Speelruimtebeleidsplan (2012) Advies Jongerenraad Utrechtse Heuvelrug (JRUH)

Voordat ik daarmee begin wil ik graag mezelf voorstellen.

Uitvoeringsplan speelplekken Nieuwland

Speelplan 2012 Gemeente Velsen

Registratienummer collegebesluit:

de leden van de gemeenteraad van Gouda Evaluatie beleid speelvoorzieningen

Ruimte om te spelen Kader speelruimte Gemeente Buren

Spelen Bewegen Ontmoeten

Speelbeleid Oldenzaal

Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG

Scholder an Scholder Verenigen voor de toekomst Werken met de methodiek scholder an scholder 2.0

Burgerparticipatie en de rol van de gemeenteraad

Waar kun je buiten spelen?

CONCEPT VISIE SPEELRUIMTE IN KERKEHOUT WASSENAAR 1. INLEIDING 2. SPEELRUIMTEANALYSE

Strijen, juli 2009 OWZ/an - 1 -

Met het nieuwe welzijnsbeleid werkt de gemeente Tiel vanuit de volgende uitgangspunten:

REACTIE OP HET ADVIES VAN DE WMO ADVIESRAAD DE BILT INZAKE CONCEPT GEZONDHEIDSNOTA

Visie Beheer Openbare Ruimte

Samenwerken aan welzijn

Beheerplan Spelen

Gevraagde beslissing Vaststellen van het beleidsplan Spelen, bewegen en ontmoeten voor alle leeftijden.

Beheerplan spelen

Bijlagen. Bijlage 1: Het belang van speelruimte. Bijlage 2: Vervangingswaarde van speeltoestellen

SOCIAAL PERSPECTIEF. sociale structuurvisie Zaanstad

Speelplaatsenbeleid Gemeente Bergen

RUIMTE OM BUITEN TE SPELEN

Veiligheid van speeltoestellen op het schoolplein

1 mw. E.T.M. Müller Ontwikkeling

Buiten is zoveel te beleven! Schommelen op een speelplek, hutten bouwen in de bosjes, voetballen op het veldje en een rondje skaten door de buurt.

CREEER UW EIGEN FITPARK NU OOK IN UW GEMEENTE? Positieve uitwerking op uw wijk. Zeer populair bij de jeugd. Het nieuwe sporten voor jong en oud

Veiligheid van speeltoestellen op het schoolplein

Op weg naar een inclusief Tynaarlo

Nota speeltuinen

Gebruik In de bijlage (volgt nog) zijn gegevens opgenomen over het gebruik dagactiviteiten in 2015 in de regio.

Iedereen in s-hertogenbosch doet volwaardig mee in de samenleving. Breed Welzijn s-hertogenbosch. Nieuwe combinaties in een nieuwe tijd

Beleidskader Aangepast sporten

Uitzicht op een betere wijk

Speelplan Centrum Oost. Speelplan Centrum Oost 2013

Scholen in het groen. Nieuwe wijken krijgen veel te weinig en te kleine speelhoekjes! Veldjes missen we echt.

Samen voor een sociale stad

De Gemeenteraad van Wijchen

Natuurlijk buiten spelen!

Voorstel voor de Raad

3 Speelruimte in de gemeente Brummen

Onbekommerd wonen in Breda

BIJLAGEN. Bijlage 1 Overzicht aantal speeltoestellen. van veerbeesten en klimtoestellen is.

Innovatiebudget Sociaal Domein gemeente Arnhem

V E R G A D E R I N G G E M E E N T E R A A D

Buitenspelen in Zoeterwoude. Beleidsplan spelen

Startnotitie nota mantelzorg en vrijwilligerswerk Hellevoetsluis 2015

Ontmoetingsruimtes in de buurt. Steffen de Wolff Voorlichter 19 juni 2018

Discussienotitie Haagse Mobiliteitsagenda

Voorbeeldadvies Cijfers

SPEELTOESTELLEN: BEHEER & ONDERHOUD OVER INSPECTIES, BEHEER EN ONDERHOUD VAN HET PLEIN

Stichting Latoer BELEIDSPLAN

Samen Sterker. Dienstverleningsvisie Zevenaar Spijk

Wijkperspectief Vinkhuizen voor elkaar!

Grenzen verleggen als tweede natuur. Speeltoestellen van

Lokale paragraaf gezondheidsnota

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers ,

G EMEENTE. Samenleven. in de buitenruimte

4.4 Samen werken aan speelruimte Betrokkenheid van buurten stimuleren Organisatie en budgetten... 25

snel dan voorzien. In de komende jaren zal, afhankelijk van de (woning)marktontwikkeling/

Aantal Toelichting. 2 Toetsterm verder gedetailleerd; met voorbeelden zodat het duidelijk moet zijn dat het hier ook om de 'bijzondere' gevallen gaat.

achtergrond hoofdstuk 1 Structuurvisie 2020 keuzes van visie naar uitvoering inbreng samenleving achtergrond ruimtelijk en sociaal kader bijlagen

Veiligheid van speeltoestellen bij speeltuinverenigingen

(semi-)openbare gebouwen

Speelvoorzieningen in de gemeente Slochteren. Hoe verder?

Transcriptie:

Speelruimte beleidsplan Castricum 2015-2025 Beweegplein naast Rembrandtschool Akersloot

Inhoudsopgave Speelruimtebeleidsplan Samenvatting 3 1 Algemeen 5 1.1 Inleiding 5 1.2 Aanleiding 5 1.3 Begripsbepalingen 6 1.4 Wettelijk kader 6 1.5 Vormen van spelen 7 2 Maatschappelijke ontwikkelingen 9 2.1 Inleiding 9 2.2 Raakvlakken met ander beleid 9 2.3 Initiatieven van derden 10 2.4 Demografische ontwikkelingen 10 2.5 Schoolpleinen 10 3 Evaluatie speelruimtebeleid, huidige situatie en werkwijze 12 3.1 Algemeen 12 3.2 Uitvoering speelbeleid tussen 2005-2014 12 3.3 Participatiebeleid tot nu toe 13 3.4 Beweegpleinen via IHP 14 3.5 Inspectie 14 3.6 Financieel 15 3.7 BUCH 15 4 Nieuw beleid 16 4.1 Vermindering aantal speelplekken 16 4.2 Speelplekken met kwaliteit 16 4.3 Participatie 16 4.4 Informele speelruimte 17 4.5 Burgerinitiatieven, burgerparticipatie overheidsparticipatie 17 4.6 Samenwerking afdelingen, stichtingen en organisaties 17 4.7 Spelen in een snel veranderde wereld 17 4.8 Speelruimte platform 18 4.9 Veilig en heel 18 4.10 Beheer en onderhoud nieuwe woongebieden 18 5 Financiën 19 2

SAMENVATTING Visie Spelen is belangrijk voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van kinderen. Dit is noodzakelijk om later goed te kunnen functioneren in de maatschappij. Het is daarom belangrijk dat de gemeente faciliteert in speelvoorzieningen. De plekken in de openbare ruimte die specifiek voor spelen worden ingericht noemen we formele speelruimte. Terugblik 2005-2014 De gemeenteraad heeft op 30 juni 2005 het speelruimtebeleidsplan Deel I vastgesteld. In dit beleidsplan is vastgelegd dat een oppervlakte van 3% van de bouwblokken in een buurt moet worden ingericht als formele speelruimte. Dit is de norm die deskundige instanties en het toenmalige ministerie van VROM aanbevelen. In 2005 werd nog een achterstand aan speelplekken in Limmen en Bakkum geconstateerd. Inmiddels is deze achterstand ingehaald en zijn er nieuwe beweegpleinen, pannavelden en extra speelplekken in Limmen en Bakkum aangelegd. Vooral de pannavelden en beweegpleinen zijn een enorm succes en worden zeer intensief gebruikt. Situatie in Castricum In Castricum is, verdeeld over de woonwijken, 5,3 hectare formele speelruimte aanwezig. Deze oppervlakte bestaat globaal uit 3,4 hectare primair ingericht voor spel en 1,9 hectare primair ingericht voor sport. De formele speelruimte bestaat uit 149 locaties. Op deze locaties staan in totaal circa 484 speeltoestellen. Het aantal toestellen per locatie is variabel. Doelstelling Het doel van dit rapport is het borgen van goede openbare speelvoorzieningen voor alle kinderen in de periode van 2015 tot 2025 in de gemeente Castricum. Het rapport wordt gebruikt als leidraad bij de uitvoering van ons speelruimtebeleid: ontwikkeling, aanleg, beheer en onderhoud van formele speelruimte in zowel bestaande als te (her)ontwikkelen gebieden. Ambitie Het belang van spelen is evident. Tegelijkertijd wordt de gemeente echter geconfronteerd met minder financiële middelen. Het is een uitdaging om met minder geld toch een degelijk beleid te voeren. Dit bereiken we als volgt: We spelen in op de demografische ontwikkelingen: we verplaatsen de focus naar de iets oudere jeugd van 7-18 jaar. We krimpen het huidige areaal aan speelruimte en speeltoestellen langzaam in, waarbij afgeschreven toestellen niet meer vanzelfsprekend worden vervangen. Kleinere speelplekken met weinig toestellen zullen langzaam verdwijnen, waarbij we meer toe werken naar grotere centraal gelegen speelplekken met een grote diversiteit aan speeltoestellen. We leggen geen nieuwe kleine speelplekken meer aan. We hergebruiken speeltoestellen indien mogelijk: een enkel losstaand speeltoestel op een kleine speelplek wordt bijvoorbeeld herplaatst op een grotere centrale speelplek. We verlaten de focus op de niet wettelijk voorgeschreven maar wel landelijk aanbevolen 3% norm formele speelruimte en benadrukken de ruime aanwezigheid van informele speelruimte (groenstroken, parken, pleintjes, veldjes) in onze gemeente. Door laagdrempelige en relatief goedkope voorzieningen aan te brengen zoals boomstammen, eenvoudige houten trimtoestellen, maken we met weinig financiële middelen nieuwe speelruimte aantrekkelijker en spannender om te spelen. Ons naastgelegen duingebied biedt vele voorbeelden hiervan. We verbeteren (op verzoek) de toegankelijkheid en het niveau van spelen voor mindervalide kinderen. 3

We stimuleren burgerparticipatie en burgerinitiatieven en spelen in op de trend van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie. Omwonenden stimuleren we om actief mee te doen, bijvoorbeeld oude zitbanken opknappen of houten toestellen schilderen door de buurtbewoners. We spelen in op burgerinitiatieven. We richten een speelruimte platform op, waarin we overleggen binnen de diverse kernen om initiatieven en ideeën te genereren. We plaatsen nieuwe toestellen in samenspraak met omwonenden en vooral de omwonende kinderen worden hierbij nauw betrokken. De jeugd leeft in een snel veranderende wereld. We houden de technologische ontwikkelingen zorgvuldig in de gaten en spelen waar mogelijk in op nieuwe ontwikkelingen waar de kinderen van de nieuwe generatie om vragen. We leggen dwarsverbanden met andere beleidsvelden die spelen en bewegen raken zoals sport, recreatie en toerisme en de jeugd- en ouderenzorg. We houden hiermee de mogelijkheid open om vanuit meerdere beleidsvelden spelen en bewegen te combineren. Bij nieuw aan te leggen woongebieden wordt de aanleg van formele speelruimte bekostigd vanuit de exploitatiebegroting. Veiligheid staat voorop. Alle speeltoestellen moeten veilig en heel zijn en voldoen aan de wettelijke voorschriften; de aanleg en het beheer worden hierop steeds goed afgestemd. Het beschikbare jaarlijkse budget is leidend voor de uitvoering van het speelbeleid (in 2015 is dit 155.000). Communicatie Dit beleidsplan is een parapludocument. De uitwerkingen vinden plaats in overleg met de bewoners. 4

1 ALGEMEEN 1.1 Inleiding Spelen is belangrijk voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de opgroeiende jeugd. Door te spelen verkent het kind zijn omgeving. Het ontmoet andere kinderen en volwassenen en het ontdekt allerlei materialen, structuren en situaties. Het leren omgaan met al deze dingen is een belangrijk onderdeel voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. In het latere leven is dit een voorwaarde voor het ontwikkelen van waarneming, denken, problemen oplossen en het geheugen. Het kind leert door het spelen met andere kinderen grenzen te verleggen. Hierdoor bouwt het zelfvertrouwen op. Dit zelfvertrouwen is weer belangrijk voor het leggen van sociale contacten. Spelen draagt ook bij aan het ontwikkelen van de motoriek, aan de lichamelijke fitheid en het welzijnsgevoel van een kind en het draagt bij aan het verminderen van gezondheidsklachten. Deze aspecten worden bijeen gebracht in het gezegde, dat een gezonde geest in een gezond lichaam huist. Veilig spelen Kinderen zien de gehele buitenruimte als speelplek. Naast het spelen op min of meer private plekken, zoals eigen tuin en schoolpleinen, speelt het kind in de openbare ruimte. Maar in de praktijk is een groot gedeelte van de openbare ruimte niet geschikt voor spelen. De woonomgeving wordt steeds drukker en voller. Hier liggen verschillende oorzaken aan ten grondslag, zoals de toename van verkeer en het autobezit en de verdichting van de woningbouw. Het veilig spelen is dus op veel plaatsen niet mogelijk. Daarnaast heeft het ontbreken van geschikte speelruimte tot gevolg, dat er minder buiten wordt gespeeld. Het is daarom noodzaak om plekken aan te wijzen, die specifiek bestemd zijn om te spelen. Kinderen gaan er van uit, dat deze ingerichte speelplekken op een veilige wijze kunnen worden benut. Doel van het rapport Het doel van dit rapport is het borgen van goede openbare speelvoorzieningen voor alle kinderen in de periode van 2015 tot 2025 in de gemeente Castricum. Het rapport wordt gebruikt als leidraad bij ontwikkeling, aanleg, beheer en onderhoud van speelruimtes in zowel bestaande als te (her)ontwikkelen gebieden. Indeling rapport In hoofdstuk 1 worden enkele begrippen, het wettelijk kader en de vormen van spelen beschreven. De visie, ambitie en de raakvlakken met ander beleid worden in hoofdstuk 2 uiteengezet. Hoofdstuk 3 geeft de huidige kwantiteit, kwaliteit en financiën weer en in hoofdstuk 4 wordt weergegeven hoe nieuw beleid wordt ingezet. Hoofdstuk 5 wordt uitleg gegeven hoe de financiële middelen worden besteed. 1.2 Aanleiding Het areaal aan speelruimte en speeltoestellen is sinds 2005 flink uitgebreid. Momenteel voldoen we aan de landelijke (niet wettelijke) 3% norm voor formele speelruimte, waarmee we het belangrijkste beleidsdoel uit 2005 (kenmerk: groei in aantal) hebben gerealiseerd. We constateren echter dat we het speelbeleid uit 2005 met de nu beschikbare middelen niet kunnen blijven uitvoeren. Met dit nieuwe beleidsplan 2015 2025 (kenmerk: rationalisatie en afstemming op demografische ontwikkelingen) geven we aan hoe we het speelbeleid uit kunnen voeren, uitgaande van het jaarlijks beschikbare budget. Er zijn diverse maatschappelijke ontwikkelingen die nopen tot bezinning, zoals de financiële situatie, de vergrijzing, de wijze van burgerparticipatie en burgerinitiatieven. Het college wil daarnaast de beleids- en beheerprocessen rondom de diverse 5

kapitaalgoederen in de openbare ruimte beter in control krijgen (evenals de accountant en de toezichthouder). 1.3 Begripsbepalingen Naast het gebruikelijke jargon voor ieder vakgebied is een drietal termen in het kader van het formuleren van speelruimtebeleid belangrijk. Formele speelruimte Dit is een speelplek of ruimte die specifiek en exclusief voor het ontmoeten, bewegen en spelen voor kinderen is ingericht en ook als zodanig wordt beheerd. Formele speelruimte is weer onder te verdelen in de openbare speelruimte die dus vrij toegankelijk is en de niet openbare zoals private tuinen, sportvelden en schoolpleinen. In dit plan beperken we ons tot het openbare gebied. Informele speelruimte Met informele speelruimte wordt het gebied bedoeld waar kinderen elkaar kunnen ontmoeten bewegen en spelen zonder dat hiervoor enige voorziening is getroffen, zoals het trottoir, straat, grasvelden, en dergelijke. De informele speelruimte bevindt zich hoofdzakelijk op openbaar terrein. 3% Norm De stichting NUSO en Jantje Beton adviseren om er naar te streven om 3% van de oppervlakte van de bouwblokken in enige buurt in te richten als formele speelruimte. Dit is de optimale situatie wat oppervlakte voor spelen betreft. Deze norm is door het toenmalige ministerie van VROM in 2006 overgenomen en in een beleidsbrief als aanbeveling naar de gemeenten gezonden. Afhankelijk van de bebouwingsdichtheid van de wijk kan met deze norm flexibel worden omgegaan. 1.4 Wettelijk kader Volgens het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen moeten speeltoestellen veilig zijn, waarbij voor nieuwe toestellen geldt, dat ze van een certificaat van typekeuring moeten zijn voorzien. Hier gaat het om speeltoestellen die niet bestemd zijn voor de particuliere markt maar voor openbare gelegenheden. De wet verplicht de beheerder van speeltoestellen en speelgelegenheden het volgende: De speelgelegenheid veilig te laten plaatsen en/of aan te leggen. In gebruik zijnde speeltoestellen en speelgelegenheden minimaal 1x per jaar uitgebreid te keuren. Daarnaast is het aan te bevelen om een visuele inspectie per jaar uit te voeren. Een logboek bij te houden en te bewaren. In dit logboek moeten allerlei gegevens worden bijgehouden, zoals een volledige omschrijving met foto s, fabrikant, typeaanduiding, data en resultaten van inspecties, soort van reparaties met data en de uitvoerder hiervan. De NEN normen EN 1176 en EN 1177 specificeren algemene veiligheidseisen voor speeltoestellen en bodemoppervlakken van publieke speelplaatsen. Naast het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen geldt uiteraard de algemene wetgeving. Voor speelgelegenheden en met name de inrichting en het onderhoud hiervan, beschrijft deze de verantwoordelijkheid van de beherende instantie wat betreft verwijtbaar en nalatig gedrag. 6

1.5 Vormen van spelen Als we de vormen van het spel omzetten in functie, dan kunnen we in grote lijnen de volgende functies benoemen: Bewegen Hierbij wordt de motorische vaardigheid en kracht ontwikkeld. Het betreft onder andere rennen, balanceren, glijden, fietsen, springen, graven en hangen. Het bewegingsspel kan worden bevorderd door objecten die hiervoor uitnodigen. Construeren Constructiespel helpt bij het leren waarnemen, logisch denken, problemen oplossen en het geheugen trainen. Het gaat bij construeren om het creëren van iets met middelen. Middelen in de openbare ruimte om te construeren zijn water, zand, takken en stammetjes. Socialisatie Het leren omgaan met anderen is een belangrijke vaardigheid voor het hele verdere leven van het kind. Kinderen kunnen dit ontwikkelen door met elkaar te kletsen en rond te hangen of wedstrijden of rollenspellen met elkaar te spelen. Het zelfbeeld en observatievermogen van het kind wordt hierbij ontwikkeld. Daarnaast leert het kind om indrukken te verwerken. De ideale speelruimte voor kinderen biedt hen de gelegenheid om deze vormen zoveel als ze willen gevarieerd en uitdagend uit te voeren. Voor de ontwerpende partij is het zaak om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de behoefte van het kind. Het kind zal zich maar in beperkte mate aanpassen indien de geboden voorzieningen niet passen bij de behoefte. Het kind zal dan op een andere wijze ontplooiing zoeken. 7

8

2 MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGEN 2.1 Inleiding De samenleving verandert. De bevolkingssamenstelling verandert. Er is sprake van vergrijzing. De wijze van burgerparticipatie verandert. Burgers komen zelf met initiatieven. Verscheidene andere gemeentelijke beleidsstukken bevatten doelstellingen die raakvlakken hebben met het speelbeleid. Een integrale benadering levert meer kansen op om met minder middelen toch ambitieus te blijven. Zo heeft het speelbeleid raakvlakken met het sportbeleid, met recreatie en toerisme, met het gezondheidsbeleid en met jeugd en ouderenzorg; de decentralisaties in het sociale domein. 2.2 Raakvlakken met ander beleid In deze paragraaf zijn de belangrijkste dwarsverbanden opgesomd van het speelbeleid met andere beleidsvelden, met daarbij een beknopte uitleg. Notitie Lokaal Gezondheidsbeleid 2013-2016 Hierin wordt de volgende doelstelling geformuleerd: -Gezond en veilig opgroeien, zoveel mogelijk in eigen gezin en buurt. -Het mogelijk maken en houden van sporten en bewegen voor alle inwoners van de gemeente Castricum. -Inwoners van de gemeente Castricum voldoen aan de norm gezond Bewegen en hebben een gezond gewicht. -Een aantrekkelijke beweegomgeving voor zowel jeugdigen als ouderen kan daartoe bijdragen. Structuurvisie BGC en Kwaliteitsimpuls Economie Castricum 2013-2016 Een van de speerpunten van de structuurvisie is het beleid rond toerisme en recreatie. De gemeente wil bekend staan als ondernemend (vernieuwend en inspirerend), vitaal (krachtig en onderscheidend) en uitnodigend (bijzonder en gastvrij). Spelen, sporten en recreëren liggen in elkaars verlengde. Wmo beleidsplan In de Wmo beleidsnota worden een viertal thema s behandeld waarvan de volgende thema s een directe relatie hebben met het speelruimtebeleid: - Samenleven in de buurt - Opgroeien - Meedoen gemakkelijker maken, participatie en integratie. Per thema is in de Wmo nota een beleidsdoelstelling geformuleerd. De volgende doelstellingen hebben een nadrukkelijke relatie met het speelruimtebeleid: Burgers moeten zich thuis voelen in en verantwoordelijk voelen voor hun dorp, buurt of wijk; Gezond en veilig opgroeien, zoveel mogelijk in eigen gezin en buurt; Speelterreinen leveren een belangrijke bijdrage aan het realiseren van deze doelstellingen. Sportnota 2013-2016 Castricum in beweging In deze nota wordt gesteld dat sport een continuüm vormt met spelen en bewegen. Het spelen en ontmoeten in de openbare ruimte vormt een brug naar het daadwerkelijk lid worden van een sportclub en na de kindperiode lid blijven. Sport brengt mensen samen en zorgt er voor dat mensen vitaler zijn en dit op oudere leeftijd langer blijven. Sport leidt er toe dat mensen sociale contacten opdoen en onderhouden. 9

Wegenbeleidsplan Castricum 2013-2022 In het Kwaliteitsplan openbare ruimte is onder andere het onderhoudsniveau van de openbare ruimte vastgesteld. Dit onderhoudsniveau geldt ook voor de openbare speeltoestellen, velden en andere speelattributen. Het onderhoudsniveau is vastgesteld volgens de landelijke normen van het CROW op het niveau B/C. Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) In het IHP worden o.a. de volgende kaders en uitgangspunten voor onderwijshuisvesting geformuleerd ten opzichte van het multifunctionele gebruik van speelterreinen en schoolgebouwen: - Er bestaat een open houding voor het gebruik van het speelterrein na schooltijd; - Het gebruik van speelterreinen na schooltijd is afhankelijk van de behoeften van ouders, de behoeften van de wijkbewoners en de veiligheid in de wijk en de school; - De school is een laagdrempelige voorziening voor kinderen, ouders, partners en inwoners uit de wijk; - Realiseren van beweegpleinen, het moet kinderen aanzetten tot bewegen waardoor zij ook gestimuleerd worden te sporten. Maar nog belangrijker moet dit een antwoord bieden op de toenemende gezondheidsrisico s bij de jeugd. Duurzaamheid Het gemeentelijk inkoopbeleid schrijft voor, zoveel mogelijk duurzaam in te kopen. Dit geldt ook bij aankopen voor speeltoestellen en valveilige ondergronden. 2.3 Initiatieven van derden We krijgen steeds vaker verzoeken van onze inwoners of burgers die zelf met plannen komen. De gemeente Castricum juicht initiatieven van burgers toe. Wij spelen graag in op de tendens van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie. Met bewoners en kinderen die andere vormen van spelen willen, gaan wij het gesprek aan. Indien bewoners zelf initiatieven willen ontwikkelen en uitvoeren, zullen wij dit ondersteunen en faciliteren. 2.4 Demografische ontwikkelingen In de afgelopen jaren is de bevolkingssamenstelling veranderd. De tendens is dat Castricum, zoals de landelijk trend is, vergrijst. De cijfers geven aan dat het aantal kinderen met 5 tot 10% is verminderd. Dit uit zich ook door het samenvoegen van basisscholen. Deze ontwikkeling ondersteunt de visie om kleine speelplekken niet te handhaven maar het beschikbare budget in te zetten op de grotere en gevarieerde speelplekken. De focus verplaatsen we hierbij meer van 0-6 jarigen naar de 7-18 jarigen. Bijvoorbeeld de pannaveldjes en beweegpleinen en de meer uitdagende toestellen als een schommelmand, kabelbaan en de wat hogere klimtoestellen. 2.5 Schoolpleinen In de afgelopen jaren zijn zeven beweegpleinen en een aantal pannaveldjes aangelegd op of bij schoolpleinen. Niet alle schoolpleinen en speelvoorzieningen op schoolpleinen blijven open tot na 18 uur. Bij brede scholen met kinderopvang zoals de Paulusschool blijven de schoolpleinen wel open tot 18 uur. Het voordeel van een beweegplein is dat het na schooltijd altijd bereikbaar is. 10

11

3 EVALUATIE SPEELRUIMTEBELEID, HUIDIGE SITUATIE EN WERKWIJZE 3.1 Algemeen In de gemeente Castricum is een netwerk van formele speelruimte gecreëerd. Bij het aanleggen van deze ruimte is rekening gehouden met de eerder genoemde 3% norm van het bebouwde oppervlak. De inrichting is tot stand gekomen in overleg met de buurtbewoners. In de gemeente Castricum is, verdeeld over de woonwijken, 5,3 hectare formele speelruimte aanwezig. Deze oppervlakte bestaat globaal uit 3,3 hectare primair ingericht voor spel en 1,9 hectare primair ingericht voor sport. De formele speelruimte bestaat uit 149 locaties. Op deze locaties staan in totaal circa 484 speeltoestellen. Het aantal toestellen per locatie is variabel. In de kern Castricum zijn 102 speelplekken met 327 speeltoestellen, Limmen telt 78 toestellen over 22 speelplekken en Akersloot telt 79 toestellen over 25 speelplekken. In sommige wijken staan op relatief korte afstand veel kleine speelplekken. Op deze plekken staan een of twee speeltoestellen met relatief weinig kwalitatieve speelwaarde. 3.2 Uitvoering speelbeleid tussen 2005 en 2014 In 2005 bleek uit onderzoek van de stichting NUSO dat: Totale aanbod van formele speelruimte in de gemeente Castricum voldoende was.. De spreiding van speelplekken beter kon, met name in Limmen en Bakkum was op basis van de 3% norm te weinig speelruimte. Invulling van formele speelruimte veel gericht was op de traditionele doelgroep: kinderen tot en met 8 jaar.. Sportgerichte gelegenheden en vooral voetbalveldjes relatief weinig aanwezig waren en vaak matig bespeelbaar. Met mindervalide kinderen nagenoeg geen rekening werd gehouden. De ruime aanwezigheid van informele speelruimte in en rondom de gemeente en de relatief lage verkeersdruk binnen de diverse wijken gaf kinderen ook zonder formele speelruimte meer dan voldoende mogelijkheden voor buiten spelen. Onder andere op basis van het NUSO rapport uit 2005 zijn tussen 2006 en 2014 de volgende acties uitgevoerd: In kern Limmen zijn twee pannavelden en twee speelplekken gerealiseerd. In kern Bakkum is een pannaveld en een speelterrein aangelegd. Kern De Woude is voorzien van een groot pannaveld. In kern Akersloot is een skatebaan geplaatst en in kern Limmen een skate-element. In het kader van bewegen is gezond zijn vanuit het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs zeven beweegpleinen naast of in de nabijheid van scholen aangelegd. Deze beweegpleinen zijn ingericht voor kinderen van 6 tot 18 jaar. Een brede doelgroep maakt er gebruik van. Op basis van het reguliere beheer/onderhoud/vervanging cycli zijn sinds 2006 de volgende acties uitgevoerd: - Op diverse plekken zoals bij Tolweid, Henriette van Holsstraat, Achtkant, Dorcamp, Keizerskroon, Vuurbaak zijn voor de jeugd vanaf 10 jaar toestellen bijgeplaatst. Ook zijn er nieuwe speelplekken aangelegd zoals Cameren Limmen, van Bergenlaan, Cieweg, De Brink en Rembrandtsingel. - Dertig speelterreinen zijn geoptimaliseerd door het bijplaatsen van toestellen en grootschalig onderhoud. - Verplaatsbaar toestel op het Wilhelminaplein in Akersloot. Dit was nodig omdat het plein ook ruimte moest bieden voor evenementen. 12

- Nieuwe uitdagende toestellen geïntroduceerd zoals een schommelmand, duo-zit schommel, kabelbaan, wiebelbrug en klimnetten. - Onder 80 toestellen is valveilige ondergrond zoals kunstgras, rubber tegels en houtsnippers aangebracht. Tevens worden alle ondergronden jaarlijks schoongemaakt. - Door het toepassen van kunstgras (vlakke ondergrond) en het plaatsen van schommelmanden is de toegankelijkheid voor mindervaliden verbeterd. - Nieuwe ondergronden toegepast zoals rubberen ringmatten. - Toestellen met een opstaphoogte van 1,50 meter toegepast. Toestellen van deze afmeting hoeven geen valveilige ondergrond en kunnen op het gras geplaatst worden. - Houten toestellen na 5 jaar voorzien van speciale lak zodat de levensduur van het toestel langer wordt en het er weer uitziet als nieuw. Handhaven van de 3% norm? Als gevolg van het gevoerde beleid sinds 2005 voldoen we nu aan de 3% norm voor formele speelruimte. De demografische ontwikkelingen in onze gemeente (steeds minder jonge kinderen) en de huidige financiële situatie nopen echter tot bezinning. We moeten ons speelbeleid in een breder perspectief bezien en in samenhang brengen met verwante beleidsvelden. Ook gezien ons grote areaal aan informele speelruimte, kunnen we een nieuw speelbeleid formuleren waarin spelen van jong tot oud goed tot zijn recht komt. De 3% norm formele speelruimte laten we daarom los. Het op maat aanbieden van speelgelegenheid De formele speelruimte wordt zo veel als mogelijk op loopafstand aangeboden. De grotere terreinen zoals trapveldjes worden veelal aan de rand van de wijk aangelegd. Voor deze grote terreinen is in de wijk meestal geen ruimte. Inmiddels constateren wij dat de kleine speelplekken op blokniveau over het algemeen weinig meerwaarde bieden. Vanwege het aantal zijn deze plekken relatief kostbaar. Ook is hier het aanbod van de speelvoorzieningen eenzijdig. De motivatie voor de realisatie van deze kleine plekken was, dat kleine kinderen tot 6 jaar vanwege hun beperkte actieradius dichtbij huis een speelplek moeten hebben. In werkelijkheid gaan kleine kinderen niet zonder begeleiding naar een speelplek. Daarom hebben we recentelijk al (rekening houdend met het bestaande budget) geïnvesteerd in minder maar wat grotere en meer gevarieerde speelplekken. Bovendien is op grote plekken het ontmoetingsaspect groter en is er meer sociale controle. Dit verhoogt de veiligheid. Het wijzigen van de inrichting van speelplekken in verband met gewijzigde leeftijdsopbouw van de omgeving gebeurde in de afgelopen jaren in principe bij revitalisering van de wijk of bij noodzakelijke vervanging van het speelobject omdat het versleten was. Overigens is het merendeel van de speelplekken ingericht voor meerdere leeftijdsgroepen. We hebben ook recentelijk op verzoek vanuit de burgers meer aandacht besteed aan de bereikbaarheid en toegankelijkheid van speelplekken voor mindervalide kinderen. 3.3. Participatiebeleid tot nu toe Als een speelterrein wordt gerenoveerd of toestellen zijn aan vervanging toe worden bewoners (ouderen, volwassenen en kinderen) uitgenodigd om mee te denken. Vooraf worden kaders aangegeven zoals gebruik duurzame materialen, hoogte toestellen, aanwezige ruimte en besteedbaar bedrag. Samen met de leverancier worden bewoners uitgenodigd op locatie. 13

De randvoorwaarden worden uitgelegd en een keur aan toestellen wordt aangeboden met bijhorende bedragen. Bewoners bekijken de mogelijkheden en gaan met elkaar in discussie welke toestellen de voorkeur hebben. Als er een selectie is gemaakt, gaan ze zelf uitrekenen wat het kost. Als de kosten te hoog zijn, moet er een toestel afvallen of een goedkoper toestel voor terugkomen. Door kosten zichtbaar te maken beseffen bewoners goed dat toestellen kostbaar zijn en dat ze voor een lange tijd staan. Het gevolg van deze werkwijze is dat bewoners spontaan aanbieden om zelf werkzaamheden uit te voeren zoals schilderen van houten toestellen of oude toestellen verwijderen. Hiermee besparen ze kosten wat ten goede komt aan de toestellen. De speelplek wordt echt hun eigen speelplek want ze hebben het zelf uitgekozen en ook een bijdrage geleverd. Het eindresultaat wordt door de leverancier in een ontwerp vervat en voorgelegd aan alle omwonenden. Hiermee is een begin gemaakt van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie. 3.4 Beweegpleinen bij scholen, gefinancierd vanuit IHP Om het bewegen te stimuleren onder de schoolkinderen zijn beweegpleinen bij scholen in samenwerking met de afdeling welzijn tot stand gekomen. Vanuit het IHP (Integraal Huisvestingsplan Onderwijs) zijn bedragen beschikbaar gesteld. Door bedragen te combineren was het mogelijk om grote pleinen aan te leggen. Een mooi voorbeeld is het beweegplein naast de Rembrandtschool. Op het beweegplein zijn een beweegparcours en een pannaveld aangelegd. Het beweeg parcours is vanuit IHP bekostigd maar het pannaveld heeft de ouderraad zelf betaald. Door samen te werken met leerkrachten, kinderen, ouders en omwonenden is er een prachtig plein ontstaan. Hier is de tendens van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie duidelijk zichtbaar. 3.5 Inspectie Ieder half jaar worden de speelvoorzieningen geïnspecteerd op grond van het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen. Aan de hand van de veiligheidsnormen worden de speeltoestellen en andere speelvoorzieningen gecontroleerd op mogelijke gebreken. Ook de valdempende bodemmaterialen en de vrije speelruimte rondom de speeltoestellen vallen onder de inspectie. 14

3.6 Financieel Het jaarlijkse bedrag voor uitvoering van het speelbeleid is volgens onderstaande tabel verlaagd naar 155.000 in 2015. 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 162.450 162.450 117.063 163.000 155.000 155.000 155.000 Het bedrag is nu als volgt ingedeeld: Vervanging speeltoestellen 85.000 Onderhoud/reparatie 45.000 Onderhoud ondergrond 17.000 Inspectie 8.000 Totaal 155.000 Sinds 2009 zijn er bij diverse scholen beweegpleinen en pannavelden aangelegd, in totaal zeven stuks, met kunstgras ondergronden, waar per keer een investeringsbedrag van circa 40.000 mee was gemoeid. Helaas is er geen geld gereserveerd voor het onderhoud en beheer van deze nieuwe investeringen, die vanuit de reserve onderwijshuisvesting werden gefinancierd. Met het huidige bedrag van 155.000 kunnen we het huidige areaal aan speeltoestellen daarom niet meer in stand houden. 3.7 BUCH In BUCH verband vindt regelmatig ambtelijke kennisuitwisseling plaats. Ook voor de uitvoering van het speelbeleid wordt een ambtelijke samenwerking voorgestaan. Onderzocht zal worden of de toekomstige samenwerking zal leiden tot inkoop- en efficiency voordelen. 15

4 NIEUW BELEID 4.1 Vermindering aantal speelplekken We zetten in op een nieuw speelbeleid waarbij we de beschikbare middelen optimaal benutten. Met oog voor de demografische ontwikkelingen focussen we ons beleid op de iets oudere jeugd. We streven naar een evenredige spreiding van speelplekken over de kernen. De bestaande speelplekken centraliseren we en breiden we waar mogelijk uit met speeltoestellen. Kleine op zichzelf staande speelplekjes met slechts één of enkele speeltoestellen heffen we op als deze aan vervanging toe zijn. We verminderen hiermee het aantal kleine speelplekken. We leggen geen nieuwe kleine speelplekken meer aan. 4.2 Speelplekken met kwaliteit Het gaat niet alleen om het aantal speellocaties en de grootte ervan, maar ook om de kwaliteit van de speelplek. Een speelplek biedt voldoende speelwaarde als er sprake is van een ruime opzet, van uitdagende en gevarieerde speeltoestellen, van socialeen verkeersveiligheid, van een plek die schoon en onderhouden is, en van een aanbod dat aansluit bij de behoefte van de omwonende jeugd. Op verzoek verbeteren we de toegankelijkheid en het niveau van spelen voor de mindervalide kinderen. 4.3 Participatie We continueren ons huidige participatiebeleid. We blijven speelplaatsen (her)inrichten samen met de omwonenden en vooral de kinderen die hier wonen. Omwonenden stimuleren we om actief mee te doen met het beheer en onderhoud. We gaan steeds meer van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie en juichen burgerinitiatieven toe. (Zie 3.3 Participatiebeleid tot nu toe) 16

4.4 Informele speelruimte We verlaten de focus op de 3% norm formele speelruimte en benadrukken de ruime aanwezigheid van informele speelruimte (groenstroken, parken, pleintjes, veldjes) in onze gemeente. Door laagdrempelige en relatief goedkope voorzieningen in de informele speelruimte aan te brengen zoals boomstammen, eenvoudige houten trimtoestellen, maken we de informele speelruimte aantrekkelijker en spannender om te spelen. Ons naastgelegen duingebied biedt vele voorbeelden hiervan. 4.5 Burgerinitiatieven: van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie We juichen burgerinitiatieven toe. We stimuleren burgerparticipatie en burgerinitiatieven en spelen in op de trend van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie. Omwonenden stimuleren we om actief mee te doen, bijvoorbeeld een oude zitbank opknappen of houten toestellen schilderen door de buurtbewoners. We spelen in op burgerinitiatieven zoals het plaatsen van een kabelbaan of een klimnet. 4.6 Samenwerking tussen afdelingen, stichtingen en organisaties We leggen dwarsverbanden met andere beleidsvelden die aan spelen en bewegen raken zoals sport, recreatie en toerisme en de jeugd- en ouderenzorg. We houden hiermee de mogelijkheid open om vanuit meerdere beleidsvelden spelen en bewegen te combineren. Door samenwerking met andere afdelingen, of ook door samenwerking te zoeken met stichtingen en organisaties kunnen combinaties gemaakt worden en/of grotere speelplekken gerealiseerd worden. In Bakkum was een tekort aan speelplekken. Door samen te werken met stichting welzijnswerk Castricum is het gelukt om in goed overleg met omwonenden een speelplek te creëren voor de kinderen van de Cuneraschool. 4.7 Spelen in een snel veranderende wereld De huidige generatie kinderen leeft in een snel veranderende wereld. Kinderen zijn vertrouwd met communicatie zoals sms, whats app, e-mail en met digitale technologie. Kinderen spelen videogames en hebben geen handleiding nodig voordat ze de nieuwste gadgets gebruiken. We houden de technologische ontwikkelingen zorgvuldig in de gaten en spelen waar mogelijk in op nieuwe ontwikkelingen waar de kinderen van de nieuwe generatie om vragen. 17

4.8 Speelruimte platform We richten een speelruimte platform op, waarin we overleggen binnen de diverse kernen om initiatieven en ideeën te genereren. 4.9 Veilig en heel De beheerder van speelgelegenheden heeft de plicht om te zorgen dat er veilig kan worden gespeeld. Veiligheid staat voorop. Alle speeltoestellen moeten veilig en heel zijn en voldoen aan de wettelijke voorschriften; de aanleg en het beheer worden hierop steeds goed afgestemd. Er wordt twee maal per jaar een controle volgens het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen uitgevoerd. Naast de constateringen van de inspecteur kunnen gebreken aan het licht komen door meldingen van publiek of door constateringen van medewerkers van wijkbeheer. Eventuele geconstateerde gebreken worden zo snel mogelijk verholpen. Gevaarlijke situaties verhelpen we direct: door te vernieuwen of door het toestel te verwijderen. 4.10 Beheer en onderhoud bij nieuw te ontwikkelen woongebieden Bij nieuw aan te leggen woongebieden moet de aanleg van de formele speelruimte bekostigd worden vanuit de exploitatiebegroting. Hierbij hanteren we tot dusverre de eerder genoemde 3% norm formele speelruimte als streefgetal. 18

5 FINANCIEN De uitvoering van het speelbeleid in de gemeente Castricum is geënt op de beschikbare middelen die de raad jaarlijks ter beschikking stelt. De maatschappelijke en financiële ontwikkelingen nopen tot aanpassing van het beleid en het maken van keuzes voor de uitvoering ervan. Voor speelplekken is in de gemeentebegroting voor 2015 een bedrag van 155.000,- opgenomen. Met dit bedrag kunnen we niet alle speelvoorzieningen beheren en onderhouden. Op een termijn van circa 20 jaar vermindert het areaal met ongeveer een kwart. In dit beleidsplan gaan we uit van een geleidelijke vermindering van het areaal aan speelplekken en speeltoestellen. Dit doen we door kleine speelplekken te verminderen; door de samenwerking met andere organisaties te zoeken; door in te spelen op burgerinitiatieven en door een integrale benadering van het spelen in combinatie met andere beleidsvelden, waarbij de financiering van nieuwe ontwikkelingen ook vanuit de samenleving plaatsvindt. 19