Datum : dinsdag 17 mei 2016 Tijd : 09:30 uur tot 14:00 uur Locatie : Gemeente Rijswijk (Bogaardplein 15 te Rijswijk) Aanwezig : Zorgaanbieders Wmo en Jeugd, DSW, Vertegenwoordigers van de gemeenten Delft, Rijswijk, Midden-Delfland en Westland (incl toegang) Inleiding De eerste gecombineerde Wmo/Jeugd H4 expertmeeting stond in het teken van het duiden van de eerste ervaringen met de Jeugdwet en Wmo en de vertaling hiervan naar een nieuw beleid met het oog op de toekomst. De H4 gemeenten willen hier zo goed mogelijk invulling aan geven, zodat we de best mogelijke ondersteuning, zorg en hulp voor onze inwoners kunnen blijven bieden. Daarom is de expertise en ervaring gevraagd van de zorgaanbieders en om hun mening te geven over de beschikbare cijfers, hun ervaringen met de Toegang (en vice versa) en om samen met hen te kijken naar de leemtes in de zorg, met als focuspunt de grensvlakken van de Jeugdwet en de Wmo. De uitkomsten kunnen zowel de aanbieders, de Toegangsorganisaties als de gemeenten helpen bij beleidsinhoudelijke, maar ook praktische keuzes die nog gemaakt moeten worden. Voor deze H4 expertmeeting zijn er 5 thematafels georganiseerd: - Tafel 1: 16-23 Krachtpatsers - Tafel 2a: Doorstroming Wlz zorgverzekeringswet - Tafel 2b: Integrale ouderen zorg - Tafel 3: Lokale verbinding, afschaling naar lichte zorg/welzijn, van zwaar naar licht - Tafel 4: Nazorg van Jeugd psychiatrie/lvb, begeleiding uitstroom, waakvlamfunctie Thematafel 1: 16-23 Krachtpatsers Achtergrond Gemeente Delft is in 2015 een proces gestart (met ondersteuning van JSO) om voor jongeren in kwetsbare posities te komen tot integrale ondersteuningsarrangementen die, als dat aan de orde is, ingekocht kunnen worden. Het kunnen nieuwe arrangementen zijn, maar het kunnen ook combinaties van bestaande (en nieuwe) trajecten zijn waarbij partners domein overstijgend met elkaar samenwerken en het arrangement samen aanbieden. De doelgroep van Krachtpatsers zijn jongeren in kwetsbare posities, bijvoorbeeld jongeren die tussen wal en schip vallen, jongeren die uitvallen en jongeren met een licht verstandelijke beperking. Krachtpatsers heeft als doel om bij te dragen aan het duurzaam zelfredzaam worden van deze jongeren en probeert dit onder andere te bereiken door te streven naar continuering van zorg. Het kan bijvoorbeeld gaan om een combinatie van begeleiding, wonen en (vrijwilligers)werk, of een combinatie van onderwijs, GGZ ondersteuning en wonen. 4 thema s van aandacht Uit gesprekken met jongeren tussen de 16 en 27 jaar komen vier thema s naar voren waar jongeren tegenaan lopen: 1) Wonen 2) Gebrek aan sociale steun 3) Mogelijkheden voor talentontwikkeling 4) schulden De jongeren in kwetsbare posities hebben vaak een combinatie van deze problemen. Binnen deze vier thema s hebben zich al initiatieven gevormd in de vorm van werkgroepen bestaande uit professionals uit diverse instellingen. Op dit moment is Krachtpatsers een Delfts proces. Vanuit de aanwezigen wordt aangegeven dit proces graag groter te willen trekken naar regionaal niveau.
Samenvatting Op basis van de reacties van de aanwezigen kan samenvattend het volgende worden geconcludeerd: 1) De belangrijkste conclusie is dat alle aanwezige partijen hebben aangegeven zich op dit onderwerp op bestuurlijk niveau te willen inzetten. 2) Een aantal aanbieders is al actief betrokken bij de ontwikkeling op de vier thema s. Benoemd dat de vaart en de energie in die initiatieven behouden moet blijven. De initiatieven die er liggen pakken (zorg) aanbieders verder op. Daarbij is het uitgangspunt om integraal aanbod samen te ontwikkelen. 3) Aanwezigen onderschrijven dat de oplossingen rondom jongeren met (meervoudige) problemen integraal opgepakt dienen te worden. 4) Zorgaanbieders geven aan dat een coproductie met gemeenten belangrijk is. Verder moet er realistisch gekeken worden naar het tijdspad: het is niet realistisch dat dit aanbod voor 2017 af is. Wil je een goed product neerzetten dan moet het goed uitgewerkt worden. 5) Geopperd is dat er mogelijk een externe programma manager nodig is die gezag heeft en die voor een aantal maanden wordt ingehuurd, liefst door de zorgaanbieders zelf. Gewenste resultaat naar aanleiding van de bijeenkomst Jongeren worden betrokken en waar mogelijk wordt het advies van de regionale adviesraad Jong doet Mee! betrokken bij het opstellen van een concrete resultaatgerichte opdracht. Ook zorgaanbieders denken/werken mee over de resultaatgerichte opdracht. In de oplossing moet de inhoud centraal staan. De gemeente neemt hierbij de benodigde randvoorwaarden mee zoals regelgeving, financiën en een realistisch verwachtingspatroon. De gemeente hanteert een helder kader. Suggestie is dat de Raad erbij betrokken wordt en goedkeuring geeft aan de coproductie zodat deze niet halverwege strandt. Voorkomen moet worden dat de plannen klaar zijn en de gemeenteraad het voorstel kan afkeuren. Zorgaanbieders geven feedback op dit voorstel. Op basis van het goedgekeurde voorstel kunnen zorgaanbieders de opdracht uitwerken. Thematafel 2a: Doorstroming Wlz zorgverzekeringswet De nadruk bij deze thematafel werd gelegd op jongeren 18-/18+ en de verschuivingen tussen de Wlz en de Wmo. De jongere wil graag een perspectief hebben en vooruit komen in de maatschappij. Dit lukt niet altijd op eigen kracht en de ondersteuning vanuit de zorgaanbieder(s) moet hierop gericht zijn. Er dient per casus beoordeeld te worden of de jongere ondersteuning nodig heeft of dat het wellicht de ouders zijn die de ondersteuning nodig hebben bij het begeleiding van hun kind. Hierin mag het budget niet leidend zijn, maar in de praktijk blijkt vaak anders het geval te zijn. De jeugdwet en de verzekeringswet vragen geen eigen bijdragen voor de ondersteuning, maar de Wmo wel. De eigen bijdrage kan een drempel zijn om ondersteuning te vragen hetgeen leidt tot een waterbedeffect. Een aanvraag in de Wmo neemt soms 6 weken in beslag, maar een zorgvrije periode is vaak niet wenselijk. Een voorstel is om een regelvrije ruimte te creëren, zodat in die tijd een aanvraag ingediend kan worden, maar de zorgvrije periode voorkomen wordt. Een van de aandachtspunten die naar voren komt is dat op het moment dat een melding binnenkomt er eerder bepaald moet worden wat er voor de cliënt nodig is aan de hand van een triage. Daarnaast moeten ook zorgaanbieders eerder aangeven of zij wel of niet de juiste zorg kunnen bieden en waar nodig doorverwijzen naar een collega-zorgaanbieder. Andere aandachts-/knelpunten zijn wachtlijsten bij (sommige) aanbieders. Mogelijke factoren die hierbij een rol spelen zijn: Toegang: vallen vaak terug op (paar) bekende aanbieders met wie goede contacten/ervaringen zijn. Aanbod is niet inzichtelijk, de productencatalogus is lang en het is moeilijk daarin de juiste aanbieder te vinden. Het productenboek zou vereenvoudigd moeten worden of het zoeken
vereenvoudigd. Je zou ook minder producten moeten maken zodat het toekennen vereenvoudigd wordt. Aanbieders: nog weinig naar elkaar doorverwijzen. Een verklaring: In onzekere tijd geeft bedrijfsbelang doorslag? Een nadere analyse naar hoe dit komt is gewenst, omdat het bij de Wmo veel minder lijkt te spelen. Qua budget is het aan de gemeenten om financiële bruggen te bouwen tussen de Jeugdwet en de Wmo. Er zou ook meer ingezet moeten worden op preventie (scholing en werk) en de focus leggen op het herstel van deelname aan de maatschappij en niet alleen op het oplossen van het probleem. Thematafel 2b: Integrale ouderen/volwassenenzorg Waar het gaat om de samenloop van de wetten zien de zorgaanbieders het volgende gebeuren: Integratie vindt plaats sinds begin, maar met nu verschillende wetten worden verschillende vraag gesteld. Wat heeft ieder individu nodig en hoe kun je dat in een groep vorm geven met verschillende eisen vanuit verschillende financiers. Wmo mist behandeling (zou uit Zvw moeten komen, is heel lastig omdat de gedachte is dat dementie niet te behandelen is) terwijl er meer behoefte aan is, terwijl Wlz wel behandeling kent maar deze mensen hebben minder behoefte aan. CIZ erkent behandeling niet. Dagbehandeling wordt veel minder afgegeven en behandeling is uit groepsbegeleiding gehaald. Toenemende mate vragen van ouderen die vereenzamen, omdat ze langer thuis wonen. Wie houdt er in de gaten dat het achteruit gaat? Nu komt er vaak een melding via het HH of Meldpunt Bezorgd of andere meldpunten. Individuele begeleiding indicatie wordt moeilijk afgegeven. Ervaring is dat de indicaties speciaal bij herindicaties worden omgezet naar basis. Er zijn dan bijv. nog begeleidingsdoelen en dan wordt het toch teruggezet (bij doelgroep psych en LvB). Bij ouderen is dat minder te zien. Bij ouderen die een Begeleiding (BG) indicatie hebben wordt de grens voor wat valt onder BG en valt onder Persoonlijke verzorging (PV) een grijs gebied. Mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) zetten thuisbegeleiding in en daar ontstaan nu problemen, omdat de groep met een BG vraag groter wordt. Het probleem zit in de scheiding tussen verzorging en begeleiding, omdat dat in de uitvoering niet te scheiden is. Duurt heel lang voordat de mensen op de juiste manier geholpen worden. De cliënten zien vaak zelf hun zorgvraag niet. Er is soms iemand nodig die mensen er toe brengt om in zorg te komen. De toegang is per gemeente verschillend en dat is voor professionals in de zorg vaak verwarrend. Het moet voor alle inwoners (en professionals) duidelijk zijn waar ze moeten zijn. Een zichtbare schakel zoals bijvoorbeeld wijkverpleegkundigen, die een signalerende functie hebben, zou een oplossing kunnen zijn. Zij kennen de wegen en daardoor gaat het sneller. Voor de cliënt is het belangrijk dat er integraal gekeken wordt waarbij integrale bekostiging over de wetten heen gewenst is. Zo kan er echt integraal maatwerk per cliënt geleverd worden. Aandachtspunten zijn het structureel inzetten en borgen van de inzet van de (ondersteunend) regisseur in het gezin. Wie vervult de waakvlamfunctie. Ook de nazorg moet nog goed vorm gegeven worden. Tot slot wordt de bereidheid uitgesproken om mee te werken aan een pilot rondom integrale ouderenzorg incl. ontschotte bekostiging. Thematafel 3: Lokale verbinding / afschaling van zwaar naar licht De vraag die bij deze thematafel centraal stond was: Wat zouden we nu (2017) kunnen doen om verbeteringen te realiseren in de begeleiding en wat moeten we gerealiseerd hebben in 2020 om te komen tot lokale verbindingen en het afschalen van zware zorg naar lichtere zorgverlening? In 2017 zou er gestart kunnen worden met het door laten lopen van de zorg op het moment dat de cliënt de leeftijd van 18 jaar bereikt. In elk geval zou er een waakvlamfunctie in stand gehouden moeten worden om te zien of het goed blijft gaan.
In 2020 moet gerealiseerd zijn dat de basisvoorzieningen verbeterd zijn en dat de cliënten een dag structuur hebben door een opleiding of een deelname in de maatschappij. Om dat te realiseren, moeten er nu al pilots gestart worden. Ook moeten in 2020 de budgetten van de Wmo en de Jeugdwet ontschot zijn. Er moet meer in arrangementen gedacht worden in plaats van in producten. Bestaande partijen moeten meer bij elkaar gebracht worden om innovatie te realiseren. Dit betekent ook dat zorgaanbieders meer samen zullen moeten werken. Er is bereidheid om mee te denken, maar in de praktijk blijkt dat zorgaanbieders toch ook hun eigen positie willen beschermen. Ze zijn wel concurrenten van elkaar. In de psychiatrie worden veel bedden gereduceerd. De vraag is wanneer het nog verantwoorde zorgverlening is en wanneer niet meer. Het zou juist goed zijn om eerst zware zorg in te zetten en als alles weer op de rails staat af te bouwen naar lichte zorg en dan weer zware zorg in te zetten als dat nodig is. Als je niet in het begin al een goede diagnose van de situatie hebt dan kan het langduriger mis gaan met de cliënt. Volgens sommige aanbieders zijn gemeente teveel gefocust op inzet van zwaar naar licht. Aandachtspunten: Definities/beelden: waar hebben we het over. Interpretatie kan sterk verschillen. Juist extramularisering kan ertoe leiden dat er meer zwaardere vormen van ambulante zorg worden ingezet. De Wmo heeft als uitgangspunten dat er gekeken wordt of het netwerk ingezet kan worden of eventuele activiteiten bij het welzijnswerk. Je zou in de loketten meer verbinding moeten hebben, bv. met passend onderwijs en de loketten van het sociaal domein moeten worden versterkt. Er moeten meer verbindingen gelegd worden tussen de loketten zodat er meer maatwerk geleverd kan worden. Tussen de loketten moeten meer verbindingen gelegd worden. Er wordt geen maatwerk geleverd door de gestelde financiële kaders. Thematafel 4: Nazorg van Jeugd psychiatrie/lvb, begeleiding uitstroom, waakvlamfunctie De definitie van waakvlamfunctie is dat zorg bij jongeren is afgesloten bij aanbieder of team, maar er nog wel een vinger aan de pols wordt gehouden om terugval te voorkomen. De definitie van nazorg is voor deze experttafel afgebakend tot overgang van zorg naar geen zorg. Het betreft bijvoorbeeld de overgang van 18- en 18+ of na verlengde jeugdhulp. De reactie van experts aan tafel is om de definitie en scope van dit onderwerp niet te veel te beperken: waakvlam is niet gebonden aan leeftijd, maar dient voor alle leeftijdsgroepen aanwezig te zijn. De gemeenten zouden dit onderwerp graag in eerste instantie verdiepen op gebied van lvb en ggz-psychiatrie. Verbinding van ggz behandeling/begeleiding naar welzijn/basisvoorzieningen is hiervoor belangrijk. Sommige jongeren zijn klaar om zonder hulp verder te gaan en hebben tijdens hun jeugdhulptraject alle tools in handen gekregen. Van andere jongeren is bekend dat wanneer zij hun begeleiding/behandeling beëindigen, zij vrijwel zeker terug zullen gaan vallen. Het is niet te zeggen dat de doelgroep psychiatrie/ggz de enige groep is waarbij terugval een risico is, maar dit is vaak wel de groep die ondersteuning nodig blijft hebben. Ook hier is de reactie van de experts aan tafel om eerst nog in brede zin naar het onderwerp te kijken en nog niet in doelgroepen. Er zijn door Jong Doet Mee!, een regionale adviesraad van jeugdhulp in de regio Haaglanden, knelpunten benoemd. Zij concluderen dat er tijdens een zorgtraject onvoldoende aandacht wordt besteed aan de toekomst van de jongeren na beëindiging van een zorgtraject. Ook hebben jongeren vaak een te klein sociaal netwerk om op terug te vallen na beëindiging van jeugdhulp. Daarom is het belangrijk om een toekomstplan op te stellen tijdens het zorgtraject. Ook moet er als waakvlam altijd iemand vanuit de hulpverlening en/of vanuit het netwerk van de jongere een rol hebben om terugval te voorkomen. Per situatie kan worden gekeken wat het beste vervolg is op een behandeling of begeleiding. De hulpverlener maakt hiervoor samen met de jongere een toekomstplan. Als verbeterpunten om terugval bij jongeren tegen te gaan worden aangegeven: - Ontschotting tussen jeugd en volwassenen bij gemeenten en aanbieders; - Ontschotting tussen zorg en welzijn; - Nauwere aansluiting behandeling en begeleiding;
- Expertise naar voorveld en informatie/deskundigheid voorveld naar organisaties voor jeugdhulp; - Ontschotte financiering. Geconcludeerd wordt dat de waakvlamfunctie bij sommige cliënten niet nodig is, maar bij sommige wel. Een oplossing is vrije regelruimte, waardoor hulpverleners flexibeler kunnen handelen en samen met de jongere een toekomstplan kunnen opstellen. Hier is wel vertrouwen voor nodig. Conclusie Samenvattend uit de 5 thematafels kan het volgende geconcludeerd worden: - Als zorg gestopt is zorg dan voor een waakvlamfunctie bij mensen met een chronisch ziektebeeld zodat zij in beeld blijven en bij jeugdigen waarvan verwacht wordt dat zij terug kunnen vallen. Zorg dat zij op iets of iemand terug kunnen vallen. - Bekijk het hele gezinssysteem bij het beoordelen van wat en hoeveel aan begeleiding er nodig is. Soms is het onduidelijk of de begeleiding voor het kind is dan wel of de ondersteuning voor de opvoeder is. - Er mag geen zorgvrije periode zijn veroorzaakt door wetten of functies. - Hanteer geen diagnose- en doelgroep denken. - Het is heel belangrijk dat cliënten een dagstructuur hebben. Begin met begeleiding in een vroeg stadium. - Na de melding en de afspraak dient een specialist direct naar de cliënt te kunnen gaan en niet een generalist die dan weer andere erbij moet betrekken. - Onderzoek andere financieringsstromen zoals trajectfinanciering, Lumpsum financiering, populatiebekostiging. - Er zou meer in arrangementen gedacht moeten worden in plaats van producten. - Bestaande partijen moeten meer bij elkaar worden gebracht om innovatie te realiseren. - Organisaties moeten echt meer gaan samenwerken. - Het commercieel belang van organisaties remt de innovaties en het samenwerken.