Instantie. Onderwerp. Datum

Vergelijkbare documenten
Instelling. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum

Hof van Cassatie van België

Instantie. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Instelling. Onderwerp. Datum

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Instelling. Onderwerp. Datum

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Instelling. Onderwerp. Datum

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Hof van Cassatie. Onderwerp. Valsheid in geschrifte - Wegverkeer, algemeen. Datum. 17 juni 2014

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Instelling. Onderwerp. Datum

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Instelling. Onderwerp. Datum

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België

Instelling. Onderwerp. Datum

Transcriptie:

Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Bewijs. Strafzaken. Bewijsvoering. Onrechtmatig verkregen bewijs. Toelaatbaarheid. Beoordeling door de rechter Datum 23 maart 2004 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document onderworpen kan zijn aan rechten van intellectuele eigendom, die toebehoren aan bepaalde betrokkenen, en dat er u geen recht wordt verleend op die desbetreffende rechten. M&D Seminars wil u met dit document de nodige informatie verstrekken, zonder dat de in dit document vervatte informatie bedoeld kan worden als een advies. Bijgevolg geeft M&D Seminars geen garanties dat de informatie die dit document bevat, foutloos is, zodat u dit document en de inhoud ervan op eigen risico gebruikt. M&D Seminars, noch enige van haar directieleden, aandeelhouders of bedienden zijn aansprakelijk voor bijzondere, indirecte, bijkomstige, afgeleide of bestraffende schade, noch voor enig ander nadeel van welke aard ook betreffende het gebruik van dit document en van haar inhoud. M&D Seminars - 2008 M&D CONSULT BVBA Eikelstraat 38-9840 DE PINTE Tel. 09/224.31.46 - Fax 09/225.32.17 info@mdseminars.be - www.mdseminars.be

23 maart 2004 P.04.0012.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.04.0012.N B. E., eiser, verdachte, met als raadsman Mr. Pieter Helsen, advocaat bij de balie te Hasselt. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 24 november 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling; II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

23 maart 2004 P.04.0012.N/2 III. Cassatiemiddelen Eiser voert in een memorie twee middelen aan. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen 1. Eerste middel Overwegende dat het als geschonden aangewezen artikel 127, zevende lid, Wetboek van Strafvordering, en het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging, vreemd zijn aan de aangevoerde onwettigheid; Dat het middel in zoverre niet ontvankelijk is; Overwegende dat het arrest van de bedoelde beschikking van de raadkamer, een uitlegging geeft die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is; Dat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist; 2. Tweede middel Overwegende dat na nietigverklaring van enkele woorden bij arrest van het Arbitragehof nr. 86/2002 van 8 mei 2002, de hierna vermelde artikelen van het Wetboek van Strafvordering luiden: Artikel 131, 1: "De raadkamer spreekt, als daartoe grond bestaat, de nietigheid uit van de handeling en van een deel of het geheel van de erop volgende rechtspleging, wanneer zij een onregelmatigheid, verzuim of nietigheid vaststelt die invloed heeft op: 1 een handeling van het onderzoek; 2 de bewijsverkrijging. 2. Nietigverklaarde stukken worden uit het dossier verwijderd en neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg, indien er geen hoger beroep is ingesteld binnen de bij artikel 135 bepaalde termijn. " Artikel 235bis, 6: "Wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling een onregelmatigheid, verzuim of nietigheid als bedoeld in artikel 131, 1, of een

23 maart 2004 P.04.0012.N/3 grond van niet-ontvankelijkheid of van verval van de strafvordering vaststelt, spreekt zij, als daartoe grond bestaat, de nietigheid uit van de handeling die erdoor is aangetast en van een deel of het geheel van de erop volgende rechtspleging. Nietigverklaarde stukken worden uit het dossier verwijderd en neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg, na het verstrijken van de termijn voor cassatieberoep " Overwegende dat de kamer van inbeschuldigingstelling die bij de regeling van de rechtspleging de regelmatigheid daarvan onderzoekt, artikel 235bis, 6, Wetboek van Strafvordering niet schendt omwille van de enkele omstandigheid dat ze een door een partij regelmatig aangevoerde nietigheid niet aanvaardt; Overwegende dat, afgezien van artikel 3 EVRM en de artikelen 2 en 16 van het verdrag van 10 december 1984 tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing die het gebruik van een op dergelijke wijze verkregen inlichting of bekentenis verbieden, de artikelen 6 EVRM of 14 IVBPR die het recht op een eerlijk proces waarborgen, het aan het nationale recht overlaten de bewijsvoering en de bewijsmiddelen in strafzaken te regelen; Overwegende dat naar Belgisch recht, in principe niet geoorloofd is, het gebruik van bewijs dat de overheid die met de opsporing, het onderzoek en de vervolging van misdrijven is belast of een aangever met het oog op het leveren van dat bewijs hebben verkregen ingevolge een misdrijf, met miskenning van een regel van het strafprocesrecht, ingevolge een schending van het recht op privacy, met miskenning van het recht van verdediging of met miskenning van het recht op menselijke waardigheid; Dat evenwel de rechter alleen dan geen rekening mag houden met een onrechtmatig verkregen bewijs: - hetzij wanneer de naleving van bepaalde vormvoorwaarden voorgeschreven wordt op straffe van nietigheid; - hetzij wanneer de begane onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast;

23 maart 2004 P.04.0012.N/4 - hetzij wanneer het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces. Overwegende dat het de rechter staat de toelaatbaarheid van onrechtmatig verkregen bewijs te beoordelen in het licht van de artikelen 6 EVRM of 14 IVBPR, rekening houdende met de elementen van de zaak in haar geheel genomen, inbegrepen de wijze waarop het bewijs verkregen werd en de omstandigheden waarin de onrechtmatigheid werd begaan; Overwegende dat de rechter bij dit oordeel, onder meer, een of het geheel van volgende omstandigheden in afweging kan nemen, - hetzij dat de overheid die met de opsporing, het onderzoek en de vervolging van misdrijven is belast, al dan niet de onrechtmatigheid opzettelijk heeft begaan; - hetzij dat de ernst van het misdrijf veruit de begane onrechtmatigheid overstijgt; - hetzij dat het onrechtmatig verkregen bewijs alleen een materieel element van het bestaan van het misdrijf betreft; Dat het middel faalt naar recht; V. Ambtshalve onderzoek van beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van tweeënzeventig euro negene n- zeventig cent verschuldigd.

23 maart 2004 P.04.0012.N/5 Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van drieëntwintig maart tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen