Datum: 30 januari 2004 Status: definitief Groenvisie januari 2004
Gemeente Tholen Groenvisie Markt 1 5 4695 CE Sint-Maartensdijk Tel. 0166 668 200 Planburo Infra Groen bv, Dorpsstraat 32 a 2912 cb Nieuwerkerk aan den IJssel Tel. 0180-316 880 Adviseurs voor de buitenruimte 3 van 55
Inhoudsopgave Samenvatting... 7 Inleiding... 11 1. Procedure... 13 2. Doelstelling... 15 3. Functie, betekenis en waarden van groen... 17 3.1. Functies... 17 3.2. Waarden en betekenissen... 17 3.2.1 Algemene waarden... 17 3.2.2 Huidige waarden voor Tholen... 18 4. Kwaliteit van groen... 19 5. Randvoorwaarden en uitgangspunten... 21 5.1 Randvoorwaarden... 21 5.2 Uitgangspunten... 21 6. Visie... 23 6.1 Algemene visie... 23 6.2 Deelvisies... 24 6.2.1 Recreatieve waarde... 24 6.2.2 Educatieve waarde... 24 6.2.3 Natuurwaarde... 24 6.2.4 Cultuurhistorische waarde... 24 6.2.5 Technische kwaliteit... 24 7. Zonering... 25 7.1 Centrumzone... 25 7.2 Woonzone... 25 7.3 Randzone... 26 7.4 Bijzondere elementen... 26 7.4.1 Begraafplaatsen... 26 7.4.2 Sportparken... 26 7.4.3 Ontsluitingswegen... 26 7.4.4 Bedrijventerreinen... 26 7.5 Principe zonering... 28 8. Inrichting en beheer... 29 8.1. Inrichting en beheer... 29 8.2 Beheersvoorwaarden... 29 8.2.1 Nadere beschrijving... 30 8.2.2 Aandachtsniveaus... 31 9. Beheertypen... 33 9.1 Intensief beheer... 33 9.2 Normaal beheer... 33 9.3 Extensief beheer... 34 10. Thema's... 37 10.1 Snippergroen.... 37 10.2 Nieuwe ontwikkelingen.... 38 10.3 Chemische onkruidbestrijding.... 38 10.4 Spelen.... 39 10.5 Diversen.... 39 10.5.1 Hondenuitlaatplekken... 39 10.5.2 Evenemententerrein... 39 10.5.3 Vrijkomende terreinen... 39 10.5.4 Onderhoud voor derden... 39 Bijlagen... 41 Bijlage 1, Begrippenlijst... 43 Bijlage 2, Kenmerkbladen zonering... 45 5 van 55
7.5 Principe zonering 28 van 55
Bijlage 2, Kenmerkbladen zonering CENTRUMZONE traditioneel - intensief beheer Centrumzone betreft gecultiveerd groen en groen met een hoge sierwaarde in centrumgebieden (oude kernen) met een vooral representatief en soms kunstmatig karakter Komt voor in: - stads-, dorps-, buurt- en winkelcentra, ontmoetingscentra en bij bijzondere/ publieke bebouwing; - bijzondere parken en plekken. Soort groenvoorzieningen: - kijkgroen, representatief groen, groen met een hoge en gecultiveerde sierwaarde; - inrichting pleinen, straten, verkeersgroen; - toepassing van vaste planten, bloembakken, perkrozen, hagen en exoten. Inrichtings- en beheersdoel: - sterk architectonische vormgeving; - het beheer is intensief met een hoog onderhoudsniveau, - gericht op instandhouden hoge kwaliteit van ontwerp en beplantingsbeeld, netheid. Onderhoudsgroepen en hun karakteristieken: BOMEN Toepassing van veredelde straat- en parkbomen, bloemrijke sierbomen, bijzondere solitairbomen, exotische-/ bijzondere boomsoorten en vormen; Toepassing leibomen; Bij bomen in verharding, zorgen voor plantruimte van voldoende omvang en goede samenstelling bodem, voldoende beluchting en voldoende vocht; Beheer intensief, gericht op specifieke sierwaarde en/of moeilijke groeiplaatsfactoren; HOUTIGE GEWASSEN Heesters vooral toegepast om sierwaarde of ruimtelijk/ architectonische waarde: siermengsels, vakkenbeplantingen met solitairen; voorts ook toepassing van perkrozen en strakke hagen Toepassing van uitheemse soorten, bloemheesters e.d.; Beheer gericht op netheid en sierwaarde, intensief; vormsnoei, bloesemsnoei, controle op-/ bescherming tegen onderlinge concurrentie (snoei), intensief onkruidbeheer. KRUIDACHTIGE GEWASSEN Toepassing van vaste planten en bloembakken, uitsluitend te reserveren voor deze zone; Beheer afgestemd op sierwaarde, intensief. GRASVELDEN Óók toepassing van gazons vanwege sier- en ruimtelijk-/ architectonische waarde; Beheer vanwege functie intensief met kantensteken, beluchten, intensief maairegiem, bemesten e.d. WATER Indien toegepast, vooral aandacht voor sierwaarde, vijvers met waterplanten e.d. met een sterk vormgegeven karakter. Beheer afgestemd op sierwaarde, intensief. 45 van 55
WOONZONE traditioneel normaal beheer De Woonzone betreft in hoofdzaak het groen in de woonwijken. Het groen is functioneel ondersteunend en decoratief (aankledingsgroen). Komt voor in: - Woonwijken en buurten. Soort groenvoorzieningen: - groenvoorzieningen in woonstraten; - verkeersgroen; - groen in kleine plantsoenen en parken; - groen bij speelplekken en trapvelden. Inrichtings- en beheersdoel: - architectonisch vormgegeven; - het beheer is normaal, met een gemiddeld onderhoudsniveau, - het is gericht op gebruik en de functies van het groen en - het instandhouden van ontwerp en beplantingsbeeld. Onderhoudsgroepen en hun karakteristieken: BOMEN Toepassen van cultuurvariëteiten van inheemse soorten, aangevuld met "semi-inheems" ingeburgerde soorten en sterke uitheemse cultivars; Bij bomen in verharding, zorgen voor plantruimte van voldoende omvang en goede samenstelling bodem, voldoende beluchting en voldoende vocht; Toepassing van voornamelijk soorten van 2 de en 3 de grootte m.u.v. doorgaande routes (1 ste grootte); Bosachtige beplantingen worden niet- of nauwelijks toegepast; Gericht boombeheer. HOUTIGE GEWASSEN Toepassen van sterke cultuurvariëteiten; Toepassing van soorten met extensief snoeibeheer, zo nodig renoveren c.q. omvormen; Vakken sierheesters met intensief beheer terugdringen, zo nodig renoveren c.q. omvormen; Zonodig na eerste ontwikkelingsfase in de vakken de eerste randrijen verwijderen om overlast en onnodig intensief beheer te voorkomen; Streven naar meer extensief kruidbeheer, eventueel toepassen van bodembedekkende onderbegroeiing; Slechts in specifieke, karakteristieke plekken toepassen van hagen, normaal snoeibeheer (1x, hoogstens 2x per jaar); Beheer gericht op netheid, normaal intensief onkruidbeheer. KRUIDACHTIGE GEWASSEN Incidenteel toepassen van vaste planten; gebruik van soorten die weinig of geen extra onderhoud vergen ten opzichte van de houtgewassen. GRASVELDEN Toepassing van gazons, randbeheer zo veel mogelijk beperken; Intensief gebruikte velden zo nodig bezanden, beluchten en bemesten; Beheer afhankelijk van functie meer of minder intensief. OPEN WATER Fonteinen en exotische waterplanten worden niet toegepast; Waar mogelijk worden oeverbegroeiing en/of begroeide plasbermen toegepast; (In het kader van het Stedelijk Waterplan worden i.v.m. veiligheid altijd een plasberm van > 1,00m toegepast). De oeverbegroeiing wordt regelmatig gemaaid (eenmaal per jaar). Beheer extensief. Zie opm in rapport 46 van 55
RANDZONE - Natuurvriendelijk beheer - extensief De Randzone betreft groen in de randen van de bebouwde kommen. Het is de overgang naar het landelijk gebied. Het betreft vooral groenvoorzieningen van wat grotere omvang. Komt voor in: - wijkranden en woonbuurten in de randen; - parken; - groen- en waterstructuren. Soort groenvoorzieningen: - groenvoorzieningen met een natuurlijker en/of landschappelijk karakter; - woonomgeving en - bufferzones tussen woonwijken en werkgebieden. Inrichtings- en beheersdoel: - ontworpen groenvoorzieningen met natuurlijke processen; - gebruik maken van inheemse soorten; beperken van exotische soorten of bijzondere cultuurvariëteiten; - het beheer is extensief met een laag onderhoudsniveau; - het beheer afstemmen op natuurlijke opbouw van beplanting, niet op eventueel aanwezige exoten en cultuurvariëteiten Onderhoudsgroepen en hun karakteristieken: BOMEN Bij voorkeur géén bomen in verharding; Toepassing van inheemse soorten en eventueel sterke cultivars daarvan (vnl. laanbomen), streven naar natuurlijke habitus; Geen apart boombeheer voor bomen in opgaande heesters en bosplantsoen, toekomstbomen regelmatig door dunning vrijstellen; Géén toepassing van leibomen; Faunavriendelijk beheer: waar mogelijk handhaven van enig staand dood hout (in beplantingen voldoende omvang). HOUTIGE GEWASSEN Hoofdaandeel inheemse soorten, van heesters slechts toepassing van soorten die extensief kunnen worden beheerd; Soortenkeus af te stemmen op groeiplaats factoren en het benadrukken van verschillen in bodemtypen, géén bemesting; Tolereren van kruiden in beplantingen, zoals fluitekruid, hondsdraf, speenkruid etc. In principe géén vorm- en randsnoei; Bij bosplantsoen streven naar grotere beplantingsvolumes (vakken breder dan 5 m) Met uitzondering van specifieke situaties, géén toepassing van hagen met een éénjarige snoeicyclus, eventueel omvormen naar landschappelijke hagen met een meerjarige snoeicyclus, of naar andere landschappelijke haag- of hakhoutvormen; Beplantingsopbouw (etages, zomen), wijze van mengen en beheer afgestemd op natuurlijke struweel- en/of bosontwikkeling; Aandacht voor de ecologische functie t.b.v. flora en fauna, fauna-vriendelijk beheer, waar mogelijk handhaven liggend dood hout in beplantingsvakken van voldoende omvang Snoei- en dunningshout zo veel mogelijk ter plaatse in beplanting verwerken ("stapelen" gunstiger voor fauna dan "snipperen"); Dunningsbeheer gericht op begeleiden natuurlijke ontwikkeling; in de eerste ontwikkelingsjaren intensief, na de 5 à 8 jaar met afnemende intensiteit. KRUIDACHTIGE GEWASSEN Géén toepassing van vaste planten; 47 van 55
Plaatselijk kunnen als oeverbegroeiing of als onderbegroeiing inheemse soorten worden aangebracht, die bij verwildering zichzelf in stand kunnen houden en uitbreiden; beheer: ontzien. GRASVELDEN In principe extensief maaibeheer (maaifrequentie 1 tot 8x per jaar), dus géén toepassing van siergazons vanwege representatieve motieven, m.u.v. trapvelden en sportvelden; Kantensteken slechts op die plaatsen waar langs verhardingen absoluut onvermijdelijk in verband met overlast voor ontwatering of voor veiligheid; Waar mogelijk in bermen streven naar bloemenrijke (fauna-vriendelijke) vegetaties door verschraling en zeer extensief maaibeheer (frequentie tot 1of 2x per jaar), afgestemd op de lokale groeiplaatsfactoren; Bij grotere grasoppervlakken streven naar bloemen- en kruidenrijk grasland met extensief beheer; Bermen, hooiland en kruidenrijk grasland, steeds op ongeveer hetzelfde tijdstip maaien. WATER Géén toepassing fonteinen en exotische waterplanten; Streven naar natuurlijke oeverbegroeiing met een extensief maaibeheer; Géén harde oevers (beschoeiing verwijderen), slechts "harde" oevers indien dit voor functie noodzakelijk is. 48 van 55