Naam bouwwerk: Adres Bouwwerk: Gebruiksfunctie(s): Aanvrager: Bouwplannummer: Architect:: Projectnummer: Tekening- en bladnummer(s) / Datum: Adviseur: Projectnummer: Rapportnummer(s) / Datum: Ingevuld door: Datum: Plaats: Handtekening: Gebruikte afkortingen: vg = verblijfsgebied Versie 1.1 1/10
1. Stedenbouwkundige voorschriften De toegang tot het gebouw is minder dan 20 m verwijderd van de openbare weg, of er is een geschikte toegangsweg. Een geschikte toegangsweg moet: 1. een breedte hebben van ten minste 4,5 m en over een breedte van ten minste 3,25 m zijn verhard; MBV 2.5.3 lid 1 2. zijn verhard op een wijze die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kg en zijn voorzien van de nodige kunstwerken; en 3. op doeltreffende wijze kunnen afwateren; Er zijn zodanige opstelplaatsen voor brandweerauto's aanwezig, dat een doeltreffende verbinding tussen die auto's en de bluswatervoorziening kan worden gelegd. MBV 2.5.3 lid 4 Er is een toereikende al dan niet openbare bluswatervoorziening. MBV 2.5.3 lid 5 2. Brandcompartimentering Indeling in bc + benoeming bv/rv vluchtroute. Een besloten ruimte ligt in een bc, dit geldt niet voor een toiletruimte, een badruimte, een BB 2.104 meterruimte en een opstelplaats voor een verbrandingstoestel niet gelegen in een BB 2.105 stookruimte als bedoeld in BB 4.88 lid 4 en 5, en een liftschacht die wat betreft de klasse BB 2.156 van de brandvoortplanting en de mate van rookproductie voldoet aan de eisen van een bv/rv vluchtroute. Een technische ruimte met een go>50 m 2 is een apart bc evenals een opslag voor brandgevaarlijke, brandbevorderende of bij brand gevaar opleverende stoffen en een stookruimte als bedoeld in BB 4.88. BB 2.104 lid 2 BB 2.105 lid 6,7&8 Een ruimte waardoor een bv/rv vluchtroute voert ligt niet in een bc. BB 2.104 lid 3 Een bc heeft een go van max. 1000 m 2 en strekt zich niet uit over meer dan één perceel. BB 2.105 lid 1 BB 2.105 lid 4 De begrenzingen van de bc s hebben een wbdbo van 60 minuten, tenzij: BB 2.106 lid 1 1. het bc en de besloten ruimte op hetzelfde perceel liggen, 2. in een gebouw geen vloer van een vg hoger boven het meetniveau ligt dan 5 m, In deze gevallen kan worden volstaan met een wbdbo van 30 minuten. Dit geldt niet voor de wbdbo naar een veiligheidstrappenhuis, die is altijd 60 minuten. Dit geldt ook niet voor een bc bestemd voor de opslag van bij ministeriële regeling aangegeven brandbare, brandbevorderende of bij brand gevaar opleverende stoffen. Bij het bepalen van wbdbo van een bc van de gebruiksfunctie naar een ander bc, een besloten ruimte waardoor een van brand en van rook gevrijwaarde vluchtroute voert, en een niet besloten veiligheidstrappenhuis van een gebouw op een aangrenzend perceel, wordt voor het gebouw op het aangrenzende perceel uitgegaan van een identiek doch spiegelsymmetrisch ten opzichte van de perceelsgrens gelegen gebouw. Deze spiegeling heeft plaats ten opzichte van het hart van de openbare weg, het openbaar water of het openbaar groen indien het perceel grenst aan die weg, dat water of dat groen. In de scheidingsconstructie tussen de een bc en een andere besloten ruimte bevindt zich geen ander beweegbaar constructieonderdeel dan een zelfsluitende deur. BB 2.106 lid 3 BB 2.106 lid 7 BB 2.106 lid 5 BB 2.107 3. Rookcompartimentering Een bc is ingedeeld in een of meer rc s. BB 2.135 lid 1 Tussen een toegang van een vg en een toegang van een besloten vluchttrappenhuis van een gebouw waarin een vloer van een vg hoger ligt dan 50 m boven het meetniveau, BB 2.135 lid 2 ligt een verkeersruimte met een lengte van ten minste 2 m. indien de verkeersruimte een besloten ruimte is, is deze een rc. Versie 1.1 2/10
De loopafstand tussen een punt in een vg en een toegang van het rc waarin het vg ligt, is niet groter dan de in de onderstaande tabel aangegeven grenswaarde. Bij het bepalen van de loopafstand wordt een constructieonderdeel, niet zijnde een bouwconstructie, dat in het vg ligt, buiten beschouwing gelaten en wordt de loopafstand die in het vg ligt, met 1,5 vermenigvuldigd. artikel 2.136 lid 2 B1 B2 B3 B4 B5 voor aanschouwen sport 30 30 n.t. n.t. n.t. overig 30 30 30 n.t. n.t. BB 2.136 lid 2 De loopafstand tussen een punt in een vr en een toegang van het rc waarin de vr ligt, is niet groter dan de in onderstaande tabel aangegeven grenswaarde. artikel 2.136 lid 3 B1 B2 B3 B4 B5 voor aanschouwen sport 30 30 n.t. n.t. n.t. overig 30 30 30 n.t. n.t. BB 2.136 lid 3 Het hoogteverschil tussen de vloer van een vg en een vloer ter plaatse van een toegang waarop het vg is aangewezen, van het rc waarin het vg ligt, is niet groter dan 4 m. BB 2.136 lid 4 De wrd tussen een rc en een andere besloten ruimte is niet lager dan 30 minuten. BB 2.137 In de scheidingsconstructie tussen het rc en een andere besloten ruimte bevindt zich geen beweegbaar constructieonderdeel anders dan een zelfsluitende deur. BB 2.138 lid 3 4. Vluchten binnen een rookcompartiment De getalwaarde van de breedte van de totale vrije doorgang in mm van de toegangen van een vg of van een vr, is ten minste de getalwaarde van de op die toegangen aangewezen vo van dat vg of die vr in m², vermenigvuldigd met de in onderstaande tabel aangegeven waarde, met een minimum van 600 mm voor elke toegang. artikel 2.146 lid 8 B1 B2 B3 B4 B5 voor aanschouwen sport 13,75 5,5 n.t. n.t. n.t. overig 13,75 5,5 2,2 n.t. n.t. BB 2.146 lid 8 De deur van een toegang van een vg of een vr draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in, indien de op die toegang aangewezen vo van dat vg of van die vr groter is dan de in tabel 2.145.1 aangegeven waarde. artikel 2.146 lid 9 B1 B2 B3 B4 B5 voor aanschouwen sport 20 50 n.t. n.t. n.t. overig 20 50 125 n.t. n.t. De loopafstand tussen een punt in een vr en ten minste een toegang van die ruimte is niet groter dan de in tabel 2.145.1 aangegeven waarde. artikel 2.146 lid 10 B1 B2 B3 B4 B5 voor aanschouwen sport 20 20 n.t. n.t. n.t. overig 20 20 20 n.t. n.t. BB 2.146 lid 9 BB 2.146 lid 10 De loopafstand tussen een punt in een ruimte die bestemd is voor de opslag van of waar gewerkt wordt met bij ministeriële regeling aangegeven brandbare, brandbevorderende, bij brand gevaar opleverende stoffen of voor de gezondheid schadelijke stoffen, en ten minste een toegang van die ruimte, is ten hoogste 20 m. Een toegang als bedoeld in het tiende lid: 1. is een toegang van het rc waarin die ruimte ligt, 2. is een toegang waarbij een route begint die niet door een vr, een toiletruimte, een badruimte of een technische ruimte naar een toegang van het rc voert, of 3. is een toegang van een andere vr, indien die vr ten minste twee toegangen heeft als bedoeld in onderdeel a of onderdeel b van dit lid. Indien volgens het eerste tot en met vierde lid twee toegangen zijn vereist, is de afstand tussen een punt van de ene toegang en een punt van de andere toegang ten minste 5 m. BB 2.146 lid 11 BB 2.146 lid 12 BB 2.146 lid 14 Versie 1.1 3/10
De loopafstand tussen de toegang van een vr die in een rc ligt en de toegang van dat rc is ten hoogste 15 m, indien dat rc niet meer dan een toegang heeft. Een rc heeft één of meer toegangen, met een minimum van twee indien de go van het rc groter is dan de in de onderstaande tabel aangegeven grenswaarde. artikel 2.148 lid 2 B1 B2 B3 B4 B5 voor aanschouwen sport 120 300 n.t. n.t. n.t. overig 120 300 750 n.t. n.t. BB 2.146 lid 16 BB 2.148 lid 2 De getalwaarde van de breedte van de totale vrije doorgang in mm van de toegangen van een rc, is ten minste de getalwaarde van de op die toegangen aangewezen go van dat rc in m², vermenigvuldigd met de in de onderstaande tabel aangegeven waarde, met een minimum van 600 mm voor elke toegang. artikel 2.148 lid 3 B1 B2 B3 B4 B5 voor aanschouwen sport 9,2 3,7 n.t. n.t. n.t. overig 9,2 3,7 1,5 n.t. n.t. BB 2.148 lid 3 Een deur van een toegang van een rc draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in, indien de op die toegang aangewezen go van dat rc groter is dan de in de onderstaande tabel aangegeven grenswaarde. artikel 2.148 lid 4 B1 B2 B3 B4 B5 voor aanschouwen sport 30 75 n.t. n.t. n.t. overig 30 75 187,5 n.t. n.t. Een deur van een toegang van een rc draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in, indien de deur van een toegang van een in dat compartiment gelegen vg of vr niet indraait tegen de vluchtrichting als bedoeld in BB 2.146 lid 9. BB 2.148 lid 4 BB 2.148 lid 5 5. Vluchtroutes Een rv vluchtroute leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de openbare weg zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. BB 2.154 lid 1 Een rv vluchtroute van een nevenfunctie van een celfunctie, leidt, in afwijking van het eerste lid, naar een ander bc. Ter plaatse van een toegang van een rc beginnen ten minste twee rv vluchtroutes die behalve bij de toegang nergens samenvallen. Dit geldt niet voor een rc met een go<250 m² waarin geen vr ligt. Er kan worden volstaan met één vluchtroute, indien het rc meer dan een toegang heeft en ten minste twee van de ter plaatse van die toegangen beginnende vluchtroutes nergens samenvallen. Delen van deze twee vluchtroutes kunnen voorzover deze in een veiligheidstrappenhuis liggen, samenvallen. De eerste gedeelten van de twee vluchtroutes kunnen samenvallen, indien de totale go aan rc die is aangewezen op deze gedeelten, niet groter is dan de grenswaarde die is aangegeven in de onderstaande tabel. artikel 2.156 lid 5 B1 B2 B3 B4 B5 voor aanschouwen sport 30 75 n.t. n.t. n.t. overig 30 75 187,5 n.t. n.t. BB 2.154 lid 2 BB 2.156 lid 1 BB 2.156 lid 2 BB 2.156 lid 3 BB 2.156 lid 5 De eerste gedeelten van de twee vluchtroutes kunnen samenvallen, indien deze gedeelten een bv/rv vluchtroute zijn en de totale go aan rc die is aangewezen op deze gedeelten, niet groter is dan de grenswaarde die is aangegeven in de onderstaande tabel. artikel 2.156 lid 6 B1 B2 B3 B4 B5 voor aanschouwen sport 120 300 n.t. n.t. n.t. overig 120 300 750 n.t. n.t. BB 2.156 lid 6 Versie 1.1 4/10
Onverminderd het zesde lid, kunnen de eerste gedeelten van de twee vluchtroutes uitsluitend samenvallen over een lengte die niet groter is dan 30 m. Bij het bepalen van BB 2.156 lid 7 de lengte worden gedeelten die in een veiligheidstrappenhuis liggen buiten beschouwing gelaten. 6. Inrichting rookvrije vluchtroutes Een rv vluchtroute heeft een vrije doorgang met een breedte die niet kleiner is dan 0,6 m en een hoogte van ten minste 1,9 m. De volgens NEN 6068 bepaalde wbdbo tussen rv vluchtroutes bedraagt ten minste 30 minuten. Dit geldt niet voor een samenvallend gedeelde en aan het begin van twee rv vluchtroutes als bedoeld in de BB 2.156 lid 1. Een inwendige scheidingsconstructie tussen rv vluchtroutes bevat geen ander beweegbaar constructieonderdeel dan een zelfsluitende deur. Een niet-besloten ruimte waardoor een rv vluchtroute voert, heeft een voorziening voor afvoer van rook met een component voor toevoer van verse lucht en een component voor afvoer van rook, met een zodanige capaciteit dat die ruimte tijdens brand gedurende langere tijd kan worden gebruikt om te vluchten. Het product van de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting en de nettovo van een veiligheidstrappenhuis is per bouwlaag ten hoogste 3.500 MJ. Een deur die in de rv vluchtroute ligt, draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in, indien de totale op die deur aangewezen go aan rc, groter is dan de in de onderstaande tabel aangegeven grenswaarde. artikel 2.171 lid 2 B1 B2 B3 B4 B5 voor aanschouwen sport 30 75 n.t. n.t. n.t. overig 30 75 187,5 n.t. n.t. BB 2.167 BB 2.168 lid 1 BB 2.168 lid 2 BB 2.169 BB 2.170 lid 1 BB 2.171 lid 2 Indien een deur van een toegang van een rc niet tegen de vluchtrichting indraait, als bedoeld in BB 2.148 lid 4, draait geen enkele deur die in een rv vluchtroute van dat rc ligt, bij het openen tegen de vluchtrichting in. Een ruimte waardoor een rv vluchtroute voert, heeft een opvangcapaciteit en een doorstroomcapaciteit, die voldoen aan de bij ministeriële regeling gegeven voorschriften. BB 2.171 lid 3 BB 2.173 7. Sterkte bij brand Een uiterste grenstoestand van een bouwconstructie waarvan het bezwijken leidt tot het onbruikbaar worden van een rv vluchtroute, wordt gedurende 30 minuten niet overschreden bij de volgens NEN 6702 bepaalde bijzondere belastingscombinaties die kunnen optreden bij brand. Bovendien wordt een uiterste grenstoestand van de hoofddraagconstructie van een gebruiksfunctie waarvan een vloer van een vg hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau, gedurende 90 minuten niet overschreden bij de volgens NEN 6702 bepaalde bijzondere belastingscombinaties die kunnen optreden bij brand. Indien de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het bouwwerk waarvan de hoofddraagconstructie deel uitmaakt niet groter is dan 500 MJ/m², wordt de in tabel 2.9.2 aangegeven tijdsduur (zie BB) met 30 minuten bekort. BB 2.9 lid 1 BB 2.9 lid 4 BB 2.9 lid 6 Versie 1.1 5/10
8. Materiaalgebruik - Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie Materiaal, toegepast ter plaatse van of in de nabijheid van een stookplaats van een gebruiksfunctie is, bepaald volgens NEN 6064, onbrandbaar, indien: 1. ter plaatse van of in de nabijheid van die stookplaats een intensiteit van de warmtestraling kan optreden, die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kw/m², of 2. in het materiaal een temperatuur kan optreden, die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 363 K. Materiaal toegepast aan de binnenzijde van een schacht, een koker of een kanaal met een inwendige doorsnede groter dan 0,015 m² en grenzend aan meer dan een bc, is, bepaald volgens NEN 6064, onbrandbaar over een dikte van ten minste 0,01 m, gemeten loodrecht op de binnenzijde. Dit geldt niet indien de schacht, de koker of het kanaal ligt in en uitsluitend is bestemd voor een of meer boven elkaar gelegen toiletruimten of badruimten. Een voorziening voor de afvoer van rook is, bepaald volgens NEN 6062, brandveilig. Materiaal waaruit een voorziening voor de afvoer van rook is samengesteld, is, bepaald volgens NEN 6064, onbrandbaar. Dit geldt uitsluitend indien in dat materiaal een temperatuur, bepaald volgens NEN 6062, kan optreden van meer dan 363 K. De horizontale afstand tussen de uitmonding van een voorziening voor de afvoer van rook van een op vaste brandstof gestookt toestel en een brandgevaarlijk dak van een ander bouwwerk is ten minste 15 m. BB 2.82 BB 2.83 BB 2.84 lid1 BB 2.84 lid 2 BB 2.84 lid 3 Een dak is niet brandgevaarlijk. BB 2.85 lid 1 Het eerste lid geldt niet, indien het gebouw waarin een gebruiksfunctie ligt: 1. geen vloer van een vg heeft, die hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau, en 2. geen brandgevaarlijk dak heeft op een horizontale afstand van de perceelsgrens van minder dan 15 m; indien het perceel waarop het bouwwerk ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt de afstand aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen. BB 2.85 lid 2 9. Materiaalgebruik - Beperking van ontwikkeling van brand Alle constructieonderdelen en bovenzijden van vloeren, hellingbanen en trappen hebben een bijdrage tot brandvoortplanting die voldoet aan de in onderstaande tabel aangegeven klasse, met uitzondering van 5% van de oppervlakte. Een deur, een raam, een kozijn of een daarmee gelijk te stellen constructieonderdeel voldoet aan klasse 4. artikel 2.92 binnenzijde br/rv vluchtroute klasse : 2 binnenzijde rv vluchtroute klasse : 4 binnenzijde overige ruimtes klasse : 4 artikel 2.93 lid 1 buitenzijde br/rv vluchtroute klasse : 2 buitenzijde rv vluchtroute klasse : 4 buitenzijde overige ruimtes klasse : 4 artikel 2.93 lid 2 buitenzijde constructieonderdeel dat hoger is dan 13 meter artikel 2.93 lid 3 buitenzijde constructieonderdeel van een bouwwerk met vg hoger dan 5 m van meetniveau tot 2,5 m daarboven artikel 2.94 lid 2 klasse : 2 klasse : 1 bovenzijde br/rv vluchtroute klasse : T1 bovenzijde rv vluchtroute klasse : T3 buitenzijde overige ruimtes klasse : T3 BB 2.92 BB 2.93 BB 2.94 BB 2.95 Versie 1.1 6/10
10. Materiaalgebruik - Beperking van ontstaan van rook Een constructieonderdeel dat grenst aan binnenlucht heeft een rookdichtheid die voldoet aan de in de onderstaande tabel aangegeven klasse, met uitzondering van 5% van de oppervlakte en een vloer, hellingbaan of trap. brandvoortplantingsklasse constructieonderdeel: 1 2 binnenzijde br/rv vluchtroute klasse : 5,4 m -1 2,2 m -1 binnenzijde overige ruimtes klasse : 10 m -1 10 m -1 BB 2.126 BB 2.127 BB 2.128 11. Voorkoming en beperking van ongevallen bij brand Een gebruiksfunctie waarin een vloer van een vg hoger ligt dan 20 m boven het meetniveau, heeft een al dan niet gemeenschappelijke brandweerlift. De loopafstand tussen een toegang van een rc en ten minste een toegang van een vluchttrappenhuis is niet groter dan 30 m. De loopafstand tussen een toegang van een rc en van ten minste een toegang van een brandweerlift is niet groter dan 75 m. BB 2.184 BB 2.185 lid 3 BB 2.185 lid 4 Een niet-besloten ruimte waardoor een rv vluchtroute voert, heeft een voorziening voor de afvoer van rook met een component voor toevoer van verse lucht en een component voor afvoer van rook, met een zodanige capaciteit dat die ruimte tijdens brand BB 2.186 gedurende langere tijd kan worden gebruikt voor het uitvoeren van reddingswerkzaamheden en bluswerkzaamheden. 12. Installaties Bestrijding van brand Bij aanwezigheid van een vg hoger dan 20 m worden voldoende droge blusleidingen toegepast, die correct geplaatst worden. Het aantal droge blusleidingen is zodanig dat de loopafstand tussen een brandslangaansluiting van een droge blusleiding en een toegang van een op die aansluiting aangewezen rc niet groter is dan 35 m. BB 2.191 lid 1 BB 2.192 lid 2 Een droge blusleiding als bedoeld in BB 2.191 lid 1 voldoet aan NEN 1594 BB 2.193 lid 1 Een bijeenkomstfunctie met een go>500 m 2, heeft ten minste één al dan niet gemeenschappelijke bsh. BB 2.191 lid 2 Het aantal bsh s is zodanig dat de loopafstand tussen een bsh en elk punt van de vloer van een gebruiksfunctie niet groter is dan de lengte van de brandslang, vermeerderd met BB 2.192 lid 3 5 m. Dit geldt niet voor de vloer van een niet in een vg gelegen ruimte, die vanaf de toegang van de gebruiksfunctie niet door besloten ruimten kan worden bereikt. Bij het bepalen van de loopafstand wordt een constructieonderdeel niet zijnde een bouwconstructie, gelegen in een vg, buiten beschouwing gelaten en wordt de loopafstand gelegen in een vg met 1,5 vermenigvuldigd. Een bsh: 1. is aangesloten op een voorziening voor drinkwater als bedoeld in BB 3.120, en 2. ligt niet in een vluchttrappenhuis. BB 2.192 lid 4 BB 2.192 lid 5 BB 2.193 lid 2 Versie 1.1 7/10
Een bsh heeft een slang met: 1. een lengte van niet meer dan 30 m en 2. een statische druk van niet minder dan 100 kpa en een capaciteit van 1,3 m³/h, bij gelijktijdig gebruik van twee bsh s aangesloten op dezelfde voorziening voor drinkwater. BB 2.193 lid 3 13. Installaties - Elektriciteits- en noodstroomvoorziening Er is een voorziening voor elektriciteit, deze voorziening voldoet aan de voorschriften. Een bijeenkomstfunctie heeft een voorziening voor noodstroom, indien de verlichtingsinstallatie volgens BB 2.59, moet zijn aangesloten op een voorziening voor noodstroom. Een voorziening voor noodstroom geeft binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit, voldoende stroom om de betrokken verlichtingsinstallatie gedurende ten minste 60 minuten te laten werken. De voorziening voor noodstroom voldoet aan de voorschriften. BB 2.47 lid 1 BB 2.49 lid 1 BB 2.47 lid 2 BB 2.49 lid 2 BB 2.49 lid 3 14. Installaties - Verlichting Een vr heeft een verlichtingsinstallatie die de vloer van de vr kan verlichten met een verlichtingssterkte van ten minste 10 lux. Een besloten ruimte waardoor een rv vluchtroute voert, heeft een verlichtingsinstallatie die een verlichtingssterkte van ten minste 10 lux kan geven ten minste over een breedte van 0,6 m, op de bovenzijde van een vloer, van een trap en van een hellingbaan, waarover die rv vluchtroute voert. Een liftkooi heeft een verlichtingsinstallatie die de vloer van de liftkooi kan verlichten met een verlichtingssterkte van ten minste 10 lux. BB 2.57 lid 1 BB 2.57 lid 2 BB 2.57 lid 3 Een verlichtingsinstallatie van een vr met een vo die groter is dan de grenswaarde die in de onderstaande tabel is aangegeven, is aangesloten op een voorziening voor noodstroom als bedoeld in BB 2.47 lid 2. artikel 2.59 B1 B2 B3 B4 B5 voor aanschouwen sport 60 150 n.t. n.t. n.t. overig 60 150 375 n.t. n.t. Een verlichtingsinstallatie van een besloten ruimte waardoor een rv vluchtroute voert, als bedoeld in BB 2.57 lid 2, is aangesloten op een voorziening voor noodstroom als bedoeld in BB 2.47 lid 2. Een verlichtingsinstallatie van een liftkooi is aangesloten op een voorziening voor noodstroom. Een verlichtingsinstallatie die is aangesloten op een voorziening voor noodstroom, als bedoeld in BB 2.59, geeft gedurende de periode als bedoeld in BB 2.49 lid 3, een verlichtingssterkte van ten minste 1 lux. BB 2.59 lid 1 BB 2.59 lid 3 BB 2.59 lid 4 BB 2.60 Versie 1.1 8/10
15. Installaties - Brandmeldinstallatie Indien de hoogste vloer van een vr is gelegen 5 tot 13 m boven het meetniveau en er is meer dan 1 vr bestemd voor bezoekers, dan is het gebouw voorzien van een bmi met gedeeltelijke bewaking. Indien de hoogste vloer van een vr is gelegen 13 tot 50 m boven het meetniveau, dan is het gebouw voorzien van een bmi met gedeeltelijke bewaking. Indien de hoogste vloer van een vr is gelegen 50 tot 70 m boven het meetniveau, dan is het gebouw voorzien van een bmi met volledige bewaking. Indien de totale go van het gebouw meer bedraagt dan 1000 m² en er is meer dan 1 vr bestemd voor bezoekers, dan is het gebouw voorzien van een bmi met gedeeltelijke bewaking. Indien de totale go van het gebouw meer bedraagt dan 5000 m², dan is het gebouw voorzien van een bmi met volledige bewaking. In een gebouw met een bijeenkomstfunctie waarin de beide vluchtroutes vanaf de toegang van een vr gedeeltelijk samenvallen, zijn de verkeersruimten waarin bedoelde vluchtroutes samenvallen, alsmede de ruimten van waaruit die vluchtroutes bij brand zouden kunnen worden geblokkeerd, voorzien van een bmi met ruimtebewaking. bmi moet voldoen aan NEN 2535 en gecertificeerd zijn volgens de regeling brandmeldinstallaties 2002 (of gelijkwaardig) MBV 2.6.1 MBV 2.6.2 MBV 2.6.3 MBV 2.6.4 16. Installaties - Ontruimingsinstallatie Een gebouw met een bijeenkomstfunctie die op grond van MBV 2.6.2 is voorzien van een bmi is ook voorzien van ontruimingsinstallatie. Een gebouw met een bijeenkomstfunctie niet zijnde de bijeenkomstfunctie voor het aanschouwen van sport, met een totale go>500 m² is voorzien van een ontruimingsinstallatie. Een bijeenkomstfunctie niet zijnde de bijeenkomstfunctie voor het aanschouwen van sport, met een totale go>500 m² is voorzien van een ontruimingsinstallatie. MBV 2.6.5 Een bijeenkomstfunctie niet zijnde een bijeenkomstfunctie voor het aanschouwen van MBV 2.6.6 sport, die is gelegen in een bouwwerk dat bestaat uit twee of meer bouwlagen is MBV 2.6.7 voorzien van een ontruimingsinstallatie. In een bijeenkomstfunctie waarin de beide vluchtroutes vanaf de toegang van een vr gedeeltelijk samenvallen, is onverminderd het bepaalde in MBV 2.6.2 lid 2, voor de vr die zijn aangewezen op de verkeersruimten waarin bedoelde vluchtroutes samenvallen, voorzien in een automatische ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in NEN 2575, uitgave 2000. De installatie moet voldoen aan NEN 2575 17. Installaties Vluchtrouteaanduiding Versie 1.1 9/10
Een bijeenkomstfunctie gelegen in een gebouw is voorzien van een vluchtrouteaanduiding.indien een gebruiksfunctie op grond van enig wettelijk voorschrift een voorziening voor noodstroom heeft, is de in het eerste lid bedoelde vluchtrouteaanduiding voorzien van verlichting en op de noodstroomvoorziening aangesloten, waarbij voor de zichtbaarheidaspecten met betrekking tot die verlichting wordt voldaan het gestelde in de paragrafen 5.2 tot en met 5.6 van NEN- EN 1838, uitgave 1999. MBV 2.6.8 MBV 2.6.9 MBV 2.6.10 Er is voor het bouwwerk een gebruiksvergunning vereist o.g.v. MBV 6.1.1. ja nee Er moet voor het bouwplan een aanvalsplan gemaakt worden. ja nee Er moet voor het bouwplan een bereikbaarheidskaart gemaakt worden. ja nee Er moet voor het bouwplan een rampbestrijdingsplan gemaakt worden. ja nee Versie 1.1 10/10