HUMAAN BIOMONITORINGSPROGRAMMA 2012-2015 LUIK GENTSE KANAALZONE SAMENVATTING RESULTATENRAPPORT
resultaten Gentse kanaalzone Steunpunt Milieu en Gezondheid (2012-2015) 27 januari 2015 2
In dit rapport worden de resultaten voorgesteld van de humanebiomonitoringsstudie die in opdracht van de Vlaamse Overheid werd uitgevoerd in de Gentse kanaalzone binnen het 3 e Steunpunt Milieu en Gezondheid (2012-15). De studie gebeurde naar aanleiding van de bezorgdheden van gezondheidswerkers, gemeentelijke en provinciale overheden, inwoners en Vlaamse administraties omtrent het effect van verkeer en industrie op de gezondheid van de omwonenden van het industriegebied. Methode Als doelgroep werden jongeren van het 3 e jaar secundair onderwijs (14-15 jaar) geselecteerd. Het onderzoeksgebied werd afgebakend rond de kanaalzone op basis van geografische kaarten van de fijnstofconcentratie (PM 10 ), een inventaris van de industrie en cijfers van bevolkingsdichtheid. Op basis van deze selectie werden de gemeenten Wachtebeke, Zelzate en deelgemeenten van Evergem en van Gent opgenomen in het studiegebied (zie Figuur I). Tussen april 2013 en januari 2014 werden 395 jongeren uit de juiste leeftijdsklasse gerekruteerd die wonen binnen het onderzoeksgebied. Figuur I: Studiegebied Gentse kanaalzone Alle jongeren vulden vragenlijsten in en gaven toestemming om de gegevens van het medisch schoolonderzoek op te vragen bij de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB). Bij 200 jongeren werden er eveneens urine-, bloed- en ademstalen onderzocht met als doel de gehalten aan milieuvervuilende stoffen in het lichaam en gezondheidseffecten van milieuvervuiling te meten. De selectie van te meten parameters gebeurde op basis van een inventaris van de industrie, de beschikbare milieumetingen, en eerder uitgevoerde studies in 3
de regio. Op basis van deze gegevens werd het door het onderzoeksteam relevant geacht om de blootstelling aan zware metalen, benzeen, poly-aromatische koolwaterstoffen (PAK s) en moeilijk afbreekbare organochloorpolluenten (POP s) zoals PCB s, dioxines en gechloorde pesticiden te bestuderen. Daarnaast werden gezondheidseffecten opgenomen in de studie die mogelijk in verband kunnen worden gebracht met blootstelling aan deze milieuvervuilende stoffen of aan fijn stof, nl. astma, allergie, luchtweginfecties, DNA-schade, ontsteking van de luchtwegen, schildklierwerking, nierfunctie, puberteitsontwikkeling, neurocognitieve parameters (reactietijd, selectieve aandacht) en bloeddruk. In dezelfde periode (maart 2013-december 2013) werd een representatieve steekproef gerekruteerd over heel Vlaanderen van jongeren uit dezelfde leeftijdsklasse (14-15 jaar) en onderzocht volgens hetzelfde studieprotocol. Op deze manier kunnen de resultaten van de Gentse kanaalzone worden vergeleken met een controlegroep die in het rapport wordt aangeduid als algemeen Vlaanderen. Verder worden de resultaten van de Gentse kanaalzone vergeleken met gezondheidskundige richtlijnen en normen, om op die manier de ernst voor de gezondheid in te schatten. De resultaten van de huidige meetcampagne kunnen ook worden geplaatst naast die van een eerdere humane biomonitoring die werd uitgevoerd in de Gentse kanaalzone in 2004 binnen het 1 e Steunpunt Milieu en Gezondheid. Onderzoeksvragen De centrale onderzoeksvraag in het humanebiomonitoringsprogramma bij jongeren in de hotspot Gentse kanaalzone is: Heeft wonen nabij de industriezone van de Gentse kanaalzone een invloed op de gezondheid? Om deze vraag te beantwoorden, werden verschillende deelvragen geformuleerd: Hoe situeert de Gentse kanaalzone zich binnen Vlaanderen? Wat is de ernst van de situatie in de Gentse kanaalzone? Zijn er tijdstrends waar te nemen in de biomonitoringsresultaten in de Gentse kanaalzone? Worden er relaties gevonden tussen de resultaten van de HBM-campagne en lokale milieumetingen? Hoe percipieert men milieu en gezondheid in de Gentse kanaalzone? Worden er relaties gevonden tussen de interne chemische blootstelling en gezondheidseffecten? Beschrijving van onderzoeksgroep Globaal gezien was de onderzoeksgroep uit de Gentse kanaalzone vrij goed vergelijkbaar met de jongeren uit algemeen Vlaanderen, in termen van persoonlijke factoren en levensstijlfactoren. Leeftijd, geslacht, voeding, binnenhuisfactoren en karakteristieken van de stalen (verdunningsgraad van urine en vetgehalte van serum) waren zeer vergelijkbaar tussen de twee groepen. In de Gentse kanaalzone waren de ouders van de deelnemers iets 4
hoger opgeleid, werd er door de jongeren minder gerookt, en begaf men zich minder in druk verkeer. Het feit dat de karakteristieken van de twee groepen zeer vergelijkbaar zijn, laat ons toe om de blootstelling en de gezondheidsparameters in de twee regio s op een betrouwbare manier te vergelijken. Wanneer de karakteristieken van de onderzoeksgroepen verschilden, werd er bij de eindinterpretatie rekening mee gehouden door statistische correctie. Op basis van gemeten en berekende gegevens van de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu (IRCEL) bleek dat de waarden van ozon en fijn stof op de dagen van het onderzoek hoger lagen in vergelijking met die van de referentiegroep. Voor deze factoren wordt niet gecorrigeerd in de gebiedsvergelijking omdat we dan mogelijk het effect van gebied wegcorrigeren. De relaties tussen fijnstofblootstelling en gezondheid worden wel mee bestudeerd in de analyse van de blootstelling-effectrelaties. Hierbij beschouwen we de jongeren uit de Gentse kanaalzone en uit algemeen Vlaanderen als één groep. Blootstelling aan milieuvervuilende stoffen Hoe situeert de Gentse kanaalzone zich ten opzichte van Vlaanderen? Zware metalen. Een aantal relevante zware metalen cadmium, lood, mangaan, koper, thallium en arseen werden in het bloed of de urine van de jongeren gemeten. In vergelijking met algemeen Vlaanderen werd er in de Gentse kanaalzone geen significant verhoogde blootstelling aan zware metalen gemeten. Voor mangaan in bloed en toxisch arseen lagen de gemiddelde waarden significant lager in de Gentse kanaalzone in vergelijking met Vlaanderen. Persistente organochloor polluenten (POP s). Tot de groep van de POP s behoren de PCB s die in het verleden massaal werden gebruikt in industriële en huishoudelijke toepassingen en door ongelukken en foute opslag in het milieu terecht zijn gekomen; dioxines en furanen die gevormd worden door verbranding van chloorhoudende producten; en gechloreerde pesticiden zoals DDT, lindaan, hexachlorobenzeen en chlordanen die momenteel verboden zijn maar in het verleden massaal gebruikt werden en momenteel nog in ons milieu voorkomen. Al deze stoffen werden gemeten in het bloed van de jongeren. Ze geven aan in hoeverre deze stoffen zich opgestapeld hebben in het lichaam. Jongeren uit de Gentse kanaalzone hadden voor de meeste van deze stoffen gemiddeld hogere gehalten in het bloed dan de Vlaamse controlegroep. De verschillen tussen beide groepen kunnen voor een deel verklaard worden door factoren zoals body-mass index, leeftijd, voedingsgewoonten, aanwezigheid van een kachel in huis en onderwijstype van de jongeren. Indien we rekening houden met verschillen in persoonskarakteristieken en levensstijlfactoren tussen de twee onderzoeksgroepen, is de gemiddelde blootstelling van de jongeren uit de Gentse kanaalzone significant verhoogd voor PCB s (som van drie merker PCB s, nl. PCB138, 153 en 180) en lindaan, maar niet voor de andere POP s. 5
Benzeen. Benzeen is een vluchtige stof, afkomstig van verkeer, industrie, sigarettenrook en sommige huishoudelijke toepassingen (verf, lijm, enz..). In de urine van de jongeren werd een afbraakproduct van benzeen gemeten; deze biomerker geeft een maat voor de blootstelling van de afgelopen dagen. De gemiddelde waarde van de benzeenmerker in de Gentse kanaalzone was niet verschillend van die van algemeen Vlaanderen. Poly-aromatische koolwaterstoffen (PAK s). PAK s zijn vluchtige stoffen die ontstaan bij onvolledige verbranding, o.a. bij industriële processen, kachels, stoken, verkeer, sigarettenrook en gebouwenverwarming. Personen kunnen ook blootgesteld worden aan PAK s via de lucht of via de voeding (zwart verbrande deeltjes, bijv. bij barbecue). In de urine van de jongeren werd een afbraakproduct van PAK s gemeten; deze biomerker geeft een maat voor de blootstelling van de afgelopen dagen. De gemiddelde waarde van de PAKmerker in de Gentse kanaalzone was niet verschillend van die van algemeen Vlaanderen. Wat is de gezondheidskundige ernst? Voor verschillende van de gemeten stoffen in deze studie o.a. PAK s, benzeen, dioxines, furanen, chlordanen, thallium, mangaan, koper bestaan nog geen gezondheidskundige richtwaarden in bloed en/of urine, en kunnen er in deze studie geen uitspraken worden gedaan over de gezondheidskundige ernst van de blootstelling. Voor deze stoffen kunnen we andere onderzoeksvragen (gebiedsvergelijking, tijdstrends, link met milieumetingen, blootstelling-effect relaties) wel beantwoorden. De andere stoffen worden vergeleken met internationaal erkende richtlijnen of normen. Blootstelling lager dan deze normwaarden wordt beschouwd als veilig; bij blootstelling boven deze richtlijnen is er een risico voor de gezondheid. Zware metalen. In de Gentse kanaalzone had 1% van de deelnemers een waarde van cadmium in bloed boven de gezondheidskundige richtlijn; in algemeen Vlaanderen was dit het geval bij 3% van de deelnemers. Deze percentages waren niet significant verschillend. De waarden van de hoogst blootgestelde personen liggen dus in de buurt van de waarschuwingsgrens voor gezondheidsrisico. Cadmium blijft dus een aandachtspunt voor Vlaanderen en de Gentse kanaalzone. Arseen: voor de afzonderlijke toxische componenten wordt de norm overschreden bij 2 tot 5,5% van de deelnemers uit de Gentse kanaalzone. In algemeen Vlaanderen bedragen deze cijfers 4 tot 11%. De Gentse kanaalzone lijkt het wel iets beter te doen dan algemeen Vlaanderen. Arseen blijft dus een algemeen aandachtspunt voor Vlaanderen. Voor lood in bloed wordt aangenomen dat er geen veilige drempel is, dus dat blootstelling in principe nul moet zijn. Hoewel een concentratie lood werd teruggevonden in het bloed van alle deelnemers, liggen de waarden bij alle jongeren in deze studie wel lager dan de actiegrens bij kinderen. 6
POP s. In vergelijking met de gezondheidskundige richtlijnen liggen de waarden van de gemeten PCB s en hexachlorobenzeen ruim beneden de gezondheidskundige richtlijnen, zowel in de Gentse kanaalzone als in algemeen Vlaanderen. Voor DDT liggen de waarden van de hoogst blootgestelde personen in de buurt van de waarschuwingsgrens voor gezondheidsrisico. DDT blijft dus een aandachtspunt voor de Gentse kanaalzone én voor algemeen Vlaanderen. Vergelijking met het verleden De resultaten in de huidige studie kunnen naast de resultaten uit de Gentse kanaalzone van 2004 worden gelegd. Ongeveer tien jaar geleden waren volgende metingen beschikbaar voor 127 jongeren uit de Gentse kanaalzone: lood en cadmium in bloed; PCB s, hexachlorobenzeen en DDT-metaboliet in serum; benzeen- en PAK-merker in urine. De tijdstrends in de Gentse kanaalzone kunnen worden geplaatst naast de tijdsevolutie in algemeen Vlaanderen. Globaal kunnen we stellen dat er een duidelijke afname is van de concentratie van persistente, gechloreerde stoffen (PCB s, afbraakproduct van DDT en hexachlorobenzeen) in bloed, lood in bloed, cadmium in bloed en de benzeenmerker in de urine, na correctie voor leeftijd, geslacht en roken. Over een periode van 10 jaar tijd nam de gemiddelde concentratie af met 40% tot 90%. Deze dalingen in de mens weerspiegelen vermoedelijk maatregelen die werden genomen om de niveaus van deze stoffen te verminderen in het milieu. De afname van deze stoffen in het lichaam van de jongeren in de Gentse kanaalzone loopt parallel met die in algemeen Vlaanderen. De concentratie van de PAK-merker in urine is status quo doorheen de tijd, zowel in algemeen Vlaanderen als in de Gentse kanaalzone. PAK s blijven dus een aandachtspunt voor het milieubeleid. Vergelijking met externe milieumetingen De resultaten van de blootstellingsmerkers werden gekoppeld aan VMM-metingen (zware metalen, PAK s, benzeen en berekende fijnstofconcentraties) die beschikbaar waren voor de studieperiode, en voor het onderzoeksgebied. Er werd nagegaan of er een relatie bestond tussen de luchtmetingen enkele dagen vóór het humanebiomonitoringsonderzoek en de waarden van de biomerkers. Ook werd nagegaan of jongeren die dicht woonden bij één van de meetposten (voor dioxines, zware metalen, PAK s en benzeen) hogere metingen in bloed, adem of urine vertoonden dan jongeren die verderaf woonden. De meetpost wordt in dit geval bekeken als een plaatsvervanger voor aanwezige bronnen. Deelnemers waarbij de berekende fijnstofconcentratie op de thuislocatie hoger was, hadden hogere gehalten aan lood en dioxineachtige PCB s (Calux-assay) in het bloed. Een kortere 7
woonafstand tot de meetlocatie voor PAK s in de omgevingslucht was gerelateerd aan hogere gehalten van de PAK s-metaboliet in de urine van de deelnemers. Kernboodschappen blootstellingsmerkers Globale conclusie: De interne blootstelling aan milieuvervuilende stoffen bij jongeren in de Gentse kanaalzone is niet alarmerend hoog, en is voor de meeste vervuilende stoffen vergelijkbaar met Vlaanderen. In vergelijking met 2004 wordt er voor de meeste polluenten een daling vastgesteld in de tijd. Deze daling verloopt parallel in Vlaanderen en de Gentse kanaalzone. Toch zijn er enkele aandachtspunten te noteren: PCB s blijven een aandachtspunt voor de Gentse kanaalzone. De concentraties in de mens dalen doorheen de tijd, maar de hogere waarden in de Gentse kanaalzone die in het verleden werden opgemeten, worden ook nu bevestigd (zie figuur II). Waarden van lindaan in bloedliggen eveneens hoger in de Gentse kanaalzone, maar een historische vergelijking is hier niet mogelijk omdat lindaan in 2004 niet werd gemeten. 400 merker-pcb's in serum (ng/l) 300 200 100 1 e Steunpunt merker-pcb's - Vlaanderen merker-pcb's - Gentse kanaalzone 2 e Steunpunt 3 e Steunpunt 0 2002 2004 2006 2008 2010 2012 2014 Figuur II: Historische trend van merker-pcb s in Vlaanderen en Gentse kanaalzone De waarden van cadmium en DDT zijn niet verschillend tussen de Gentse kanaalzone en Vlaanderen. Voor beide polluenten, echter, liggen de waarden van de hoogst blootgestelde jongeren in de buurt van de gezondheidskundige waarschuwingsdrempel, zowel in Vlaanderen als in de Gentse kanaalzone. Waarden 8
van toxisch arseen in de urine lagen gemiddeld significant lager in de Gentse kanaalzone dan in Vlaanderen, maar zowel bij de jongeren uit de Gentse kanaalzone als in de algemene Vlaamse bevolking worden arseengehaltes gemeten die een gezondheidsrisico kunnen inhouden. Er is dus nood aan verdere opvolging voor arseen, cadmium en DDT voor algemeen Vlaanderen, en bijgevolg ook voor de Gentse kanaalzone. Poly-aromatische koolwaterstoffen (PAK s) vertonen in tegenstelling tot de andere gemeten milieuvervuilende stoffen geen daling doorheen de tijd. De waarden voor de volledige groep van de Gentse kanaalzone lagen niet hoger dan in algemeen Vlaanderen, maar er worden wel hogere waarden gemeten bij jongeren die wonen in de buurt van de meetpost van PAK s, die mogelijk een proxy is voor lokale bronnen van PAK s. Gezondheid Hoe situeert de Gentse kanaalzone zich ten opzichte van Vlaanderen? Voor de meeste gezondheidsparameters waren de resultaten van de jongeren uit de Gentse kanaalzone zeer goed vergelijkbaar met die van de jongeren uit algemeen Vlaanderen: er werden geen verschillen gedetecteerd voor astma, dierenallergie, allergie voor voeding, medicatie of insectenbeten en infecties; de schildklierfunctie en de glomerulaire nierfunctie waren vergelijkbaar; neurocognitieve ontwikkeling (reactietijd, aandacht) was niet verschillend. Sommige van de gemeten gezondheidsparameters lagen gunstiger in de Gentse kanaalzone in vergelijking met algemeen Vlaanderen: de systolische bloeddruk was lager (maar geen verschil in diastolische bloeddruk); twee merkers voor DNA-schade de komeettest en micronucleustest vertoonden significant lagere waarden in de Gentse kanaalzone in vergelijking met algemeen Vlaanderen; de merker voor DNA-herstel (8-hydroxydeoxyguanosine in urine) was niet verschillend; dit betekent dat er minder DNA-schade was bij jongeren in de Gentse kanaalzone. Toch waren er ook aandachtspunten voor de gezondheid van de jongeren uit de Gentse kanaalzone: twee merkers voor inflammatie (ontsteking) van de luchtwegen waren verhoogd in de Gentse kanaalzone: het ademcondensaat was verzuurd en er werden hogere waarden geobserveerd voor uitgeademd NO (rand niet-significant); allergie voor metaal, verzorgings-, onderhouds- en huishoudproducten kwam significant meer voor in de Gentse kanaalzone; bij analyse van de aparte vormen bleek dat het vooral ging om allergie voor verzorgingsproducten; in de Gentse kanaalzone werden significant hogere waarden vastgesteld van de merker voor tubulaire nierfunctie; 9
er werden verschillen in puberteitsontwikkeling bij meisjes vastgesteld; deze resultaten moeten heel voorzichtig geïnterpreteerd worden omwille van de kleine subgroepen, grote impact van kleine verschillen in leeftijd, en inconsistentie tussen de verschillende eindpunten; daarom worden ze verder niet mee opgenomen als eindconclusie. Wat is de gezondheidskundige ernst? Er werden geen alarmerende waarden vastgesteld voor de klinische parameters in deze studie, nl. voor schildklierfunctie, nierfunctie en bloeddruk. Alle deelnemers vallen binnen de normale klinische waarden. In vergelijking met algemeen Vlaanderen waren er in de Gentse kanaalzone dubbel zo veel jongeren (10,6 vs. 5,3%) met een verhoogde waarde voor uitgeademd NO; dit kan wijzen op ontsteking van de luchtwegen. Vergelijking met externe milieumetingen In de periode dat het humaanbiomonitoringsonderzoek werd uitgevoerd in de Gentse kanaalzone werden fijnstofmonsters (PM 10 -stof) verzameld in Zelzate en op een controlelocatie (Houtem). De fijnstofstalen werden gescreend op hun ongezonde eigenschappen door het uitvoeren van effectgerichte biologische testen met behulp van invitro testen. In vergelijking met de achtergrondlocatie was er een verhoging van de mutagene potentie en het radicaalgenererend vermogen (ROS-test) van PM 10 verzameld in de Gentse kanaalzone. Er waren geen aanwijzingen voor verschillen in endotoxineconcentratie, cytotoxiciteit, inflammatoire respons, DNA-schade of hormoonverstoring tussen de Gentse kanaalzone en het controlegebied. Er werden verbanden aangetoond tussen effectgerichte metingen en biomerkers van effect uit de humanebiomonitoringsstudie. Op dagen met een hoger radicaalgenererend vermogen (ROS-test) van de PM 10 -stalen werd meer DNA-schade (komeettest op bloed) vastgesteld bij de jongeren, en werd een verhoging opgemeten van de ontstekingsmerker (IL-1beta in ademcondensaat). Een hogere inflammatoire potentie van de luchtstalen (il-8) was geassocieerd met een verzuring van de ph van het ademcondensaat (significant) en met een hogere waarde van uitgeademd NO bij de jongeren (borderline niet-significant). Beide parameters wijzen op meer inflammatie of ontsteking van de luchtwegen bij de jongeren. Kernboodschappen gezondheid Voor de meeste gezondheidsmerkers was de gemeten gezondheid in de Gentse kanaalzone vergelijkbaar of gunstiger dan in algemeen Vlaanderen. Er was dus een geruststellend signaal voor wat betreft astma, de meeste allergieën, infecties, schildklierfunctie, puberteit, neurocognitieve ontwikkeling (reactietijd, aandacht), bloeddruk, DNA-schade. 10
In de Gentse kanaalzone waren er aanwijzingen voor meer inflammatie (ontsteking) van de luchtwegen. Twee van de gemeten biomerkers (verzuring van ph en uitgeademd NO) vertoonden gemiddeld hogere waarden in de Gentse kanaalzone in vergelijking met Vlaanderen. In de Gentse kanaalzone hadden significant meer jongeren een uitgeademd NO boven de klinische richtlijn dan in Vlaanderen. De hogere waarden van luchtwegontstekingen in de Gentse kanaalzone zijn mogelijk in verband te brengen met blootstelling aan fijn stof. Jongeren die op hun thuislocatie meer waren blootgesteld aan fijn stof (berekende concentraties) hadden meer kans op luchtwegontsteking (verzuurde ph) (zie resultatenrapport blootstellingeffectrelaties ). Ontsteking van de luchtwegen werd ook in verband gebracht met de lokale luchtkwaliteit: op dagen dat de fijnstof-fractie (PM 10 ) van de lucht een sterke ontstekingsactiviteit had, of een hoger radicaalgenererend vermogen, werden ook hogere waarden van de ontstekingsmerkers opgetekend bij de jongeren. Allergie voor metaal, verzorgings-, onderhouds- en huishoudproducten kwam significant meer voor in de Gentse kanaalzone; bij analyse van de aparte vormen bleek dat het vooral ging om allergie voor verzorgingsproducten. Een hogere blootstelling aan fijn stof was geassocieerd met een groter risico op allergie voor metaal, verzorgings-, onderhouds- en huishoudproducten (zie resultatenrapport blootstelling-effectrelaties ). In de Gentse kanaalzone werden significant hogere waarden vastgesteld van één van de twee merkers voor nierfunctie: jongeren in de Gentse kanaalzone hadden significant hogere waarden van de merker voor tubulaire nierfunctie in vergelijking met de Vlaamse controlegroep. De nierschade kon niet verband gebracht worden met lokale milieuvervuiling (bijv. lood en cadmium). Dit kan betekenen dat de resultaten berusten op een toeval, of dat ze het gevolg zijn van milieufactoren die in deze studie niet werden gemeten (bijv. andere metalen). Hoe percipieert men milieu en gezondheid in de Gentse kanaalzone? 64% van de jongeren in de Gentse kanaalzone zegt milieuhinder in de leefomgeving te ondervinden, het gaat dan vooral over lawaai van verkeer en geurhinder van industrie. Dit is de helft meer dan leeftijdsgenoten in algemeen Vlaanderen (een verschil dat we ook eerder al zagen in andere hotspots ). Meisjes en jongeren uit het ASO melden vaker milieuhinder en zijn vaker bezorgd om het milieu. In vergelijking met Vlaanderen zijn jongeren in de Gentse kanaalzone ook ongeruster over hun gezondheid ten gevolge van milieuproblemen in de leefomgeving, en melden zij vaker gezondheidsklachten binnen het gezin, vooral luchtwegklachten. Luchtvervuiling wordt daarbij aanzien als de grootste bedreiging. Oplossingen voor milieuproblemen zien jongeren vooral in het verminderen en het verduurzamen van verkeer en industriële activiteit. 11
Onder jongeren in de Gentse kanaalzone is er ook meer behoefte aan informatie over milieukwaliteit en milieuverontreiniging dan gemiddeld in Vlaanderen. Deze informatie verwacht men in eerste instantie van het gemeentebestuur, hoewel men voor milieuinformatie vooral vertrouwen heeft in wetenschappers, de huisarts en de algemene media. Een grote meerderheid van de jongeren vindt dat de plaatselijke bevolking best ook betrokken wordt bij het milieubeleid, het liefst via een enquête. Toch zegt ook een derde van de jongeren bereid te zijn om zelf actief te participeren. 12