HANDLEIDING VOOR INSTALLATIE EN AANSLUITING 1. VEILIGHEIDSMAATREGELEN Gebruikte symbolen In deze handleiding worden symbolen en pictogrammen gebruikt om veiligheidsmaatregelen en aandachtspunten tijdens de installatieprocedure aan te duiden. Zorg ervoor dat u de veiligheidsmaatregelen hebt gelezen en begrepen voordat u met de installatie begint. Dit symbool is bedoeld om de gebruiker te attenderen op belangrijke instructies met betrekking tot het gebruik van het apparaat. Het niet in acht nemen van de instructies kan leiden tot ernstige verwondingen of zelfs fatale gevolgen hebben. Dit symbool is bedoeld om de gebruiker te attenderen op belangrijke instructies met betrekking tot het gebruik van het apparaat. Het niet in acht nemen van de instructies kan leiden tot verwondingen of materiële schade. Vóór gebruik Controleer de accuspanning van de auto waarin het apparaat wordt geïnstalleerd. Dit apparaat is alleen geschikt voor auto s met 12 V gelijkstroom. Koppel de negatieve aansluiting van de accu los voordat u de bedrading aansluit, anders loopt u het risico op een elektrische schok of verwondingen door kortsluiting. Accu van de auto Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de installatie Wanneer u het apparaat installeert in een auto met een airbagsysteem, moet u het apparaat nooit installeren op een plaats waar het de werking van de airbags kan verstoren. Installeer dit apparaat niet op de volgende locaties: Een locatie waardoor het gezichtsveld van de bestuurder of de bediening van de auto wordt belemmerd. Een locatie waarbij de versnellingshendel of het rempedaal wordt belemmerd. Een locatie die risico s voor de passagiers meebrengt. Een onstabiele locatie of een locatie waar het systeem kan vallen. Installeer het systeem niet op de onderstaande locaties. Dit kan leiden tot brand, ongevallen of een elektrische schok: Een locatie die wordt blootgesteld aan regen of stof. Een onstabiele locatie of een locatie waar het systeem kan vallen. Installeer dit apparaat niet op een locatie die wordt blootgesteld aan direct zonlicht, warmte of een locatie waar de ventilatieopeningen of openingen voor de warmteafgifte worden bedekt. Wanneer u de antenne installeert, monteert u deze op een plaats waar de onderdelen van de antenne niet buiten de voorzijde, achterzijde of de zijkanten van de auto uitsteken. Wanneer de antenne in aanraking komt met voetgangers, kan dit leiden tot ongelukken. Voorzie een minimumafstand rond het toestel voor voldoende ventilatie. Plaats geen bronnen van open vlammen, zoals brandende kaarsen, op het toestel. Gebruik het toestel uitsluitend in gematigde klimaten (niet in tropische klimaten). 60 NX505E
Opmerkingen met betrekking tot de installatie Contoleer eerst waar de pijpen, tanks en bedrading zich bevinden voordat u het apparaat installeert. Wanneer u deze onderdelen niet weet te ontwijken, kan dit leiden tot brand of defecten. Gebruik alleen de geleverde onderdelen. Wanneer u niet-gespecificeerde onderdelen gebruikt, kan hierdoor schade ontstaan. Alle gaten die in de carrosserie van de auto worden gemaakt, moet worden gedicht met een siliconehoudend afdichtingsmiddel. Als er uitlaatgassen of water de auto kunnen binnendringen, kan dit leiden tot ongelukken. Draai de bouten stevig vast wanneer u het apparaat installeert. Als u de bouten niet goed vastdraait, kan dit leiden tot ongelukken of werkt het apparaat mogelijk niet goed. Opmerkingen met betrekking tot de bedrading Geleid alle kabels overeenkomstig de instructies in de handleiding, zodat de werking van het apparaat niet wordt gehinderd. Zorg dat de aansluitkabels/kabels niet langs gebieden lopen waar de temperatuur kan oplopen. Als de coating van de kabels smelt, kan er kortsluiting ontstaan, wat kan leiden tot ongelukken of brand. Wees voorzichtig wanneer u de bedrading onder de motorkap aanbrengt. Wanneer u het apparaat installeert in een auto met een airbagsysteem, moet u voorkomen dat de kabels worden doorgevoerd op plaatsen waar dit de werking van de airbags kan verstoren. Wanneer een airbag tijdens een ongeluk niet goed werkt, kan dit leiden tot grotere letsels. Controleer de kabels met een digitale multimeter voordat u de kabels aansluit. In veel nieuwe auto s wordt gebruikgemaakt van multiplex- en/of laagspanningscircuits. Deze kunnen beschadigd raken wanneer een testlicht of logische sonde wordt gebruikt. Sluit de kabels op de juiste wijze aan. Als u de kabels verkeerd aansluit, kan dit leiden tot brand of ongelukken. Gebruik voor de kabeldoorvoer door de carrosserie van de auto nietgeleidende doorvoerhulzen. Als de coating van de kabels slijt door wrijving, kan dit leiden tot ongelukken, brand of kortsluiting. Nadat u de bedrading hebt aangelegd, gebruikt u isolatietape om de kabels vast te zetten. Zorg er altijd voor dat de auto uitgeschakeld is wanneer u kabels aansluit op of loskoppelt van het apparaat, anders loopt u het risico op een elektrische schok, letsel of een ongeval. 2. INHOUD VAN DE VERPAKKING Hoofdeenheid BEKNOPTE HANDLEIDING & installatiehandleiding CD-ROM Handleiding Handleiding - Navigation Voedingskabel RCA-kabel met pinnen (6kan) RCA-kabel met pinnen (Achter AUX- IN/Achter Video Uit) Tas voor accessoires Schroeven met platte kop (M5 8 mm)...8 Zeskantige bout (M5 8 mm)...8 Rubberen kapje (voor RCA-kabel met pinnen)...5 Kabelhouder...1 Dubbelzijdige plakband om de GPSantenne te bevestigen...1 Kabelbinder...1 Garantiekaart GPS-antenne USB-kabel Opmerking De bijgeleverde disc (handleiding op cdrom) kan niet worden afgespeeld met dit toestel. Nederlands NX505E 61
3. ALGEMENE AANWIJZINGEN Open de behuizing niet. Er bevinden zich geen onderdelen in het apparaat die door de gebruiker kunnen worden gerepareerd. Als u tijdens de installatie iets in de speler laat vallen, moet u contact opnemen met de dealer of een officieel Clarion-servicecentrum. 4. AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE Verzamel alle artikelen die u voor de installatie van de hoofdeenheid nodig hebt voordat u begint. Installeer het toestel niet onder een hoek van meer dan 35. (Afbeelding 1) Max. 35 5. DE HOOFDEENHEID INSTALLEREN Dit toestel is ontworpen voor vaste bevestiging in het dashboard. Wanneer u de hoofdeenheid in auto s van het merk NISSAN installeert, moet u de onderdelen gebruiken die op het toestel bevestigd zijn en de aanwijzingen in afbeelding 3 volgen. Wanneer u de hoofdeenheid in auto s van het merk TOYOTA installeert, moet u de onderdelen gebruiken die in de auto bevestigd zijn en de aanwijzingen in afbeelding 4 volgen. Sluit de bedrading aan zoals aangegeven in Sectie 10. P.65 Zet het toestel vast in het dashboard en zet vervolgens het zijpaneel en het middenpaneel weer in elkaar. Schroefgaten (zijaanzicht van de hoofdeenheid) De hoofdeenheid installeren in een auto van het merk NISSAN Hoofdeenheid Montagebeugel (1 paar voor linker- en rechterzijde) Afbeelding 3 6 afstandsringen (dikte: 1 mm) 6 schroeven met platte kop (M5 x 8) (bevestigd op de hoofdeenheid) Afbeelding 1 Als aanpassingen aan de carrosserie noodzakelijk zijn, zoals het boren van gaten, moet u eerst contact opnemen met uw autodealer. Gebruik voor de installatie de meegeleverde schroeven. Het gebruik van andere schroeven kan leiden tot beschadiging. (Afbeelding 2) Voor auto s van het merk NISSAN Chassis Chassis Beschadiging Max. 3 mm (M4-schroef)/ Max. 8 mm (M5-schroef) Voor auto s van het merk TOYOTA Afbeelding 2 62 NX505E
De hoofdeenheid installeren in een auto van het merk TOYOTA Installeer de hoofdeenheid met de onderdelen die in de auto bevestigd zijn. (Schroeven die gemarkeerd zijn met zijn in de auto bevestigd.) Auto s van andere merken dan NISSAN en TOYOTA In bepaalde gevallen is het mogelijk dat het middenpaneel moet worden aangepast. (Bijsnijden, bijvijlen, enzovoort.) 6. DE HOOFDEENHEID VERWIJDEREN Nadat u HDMI- en USB-kabels aan het toestel hebt aangesloten, een kabelbinder gebruiken om ze vast te binden. (Afbeelding 6) Kabelbinder Nederlands Hoofdeenheid Om de hoofdeenheid te verwijderen, demonteert u ze in omgekeerde volgorde van wat in DE HOOFDEENHEID INSTALLEREN wordt beschreven. P.62 Middenpaneel *1 *2 Afbeelding 4 8 zeskantige schroeven (M5 x 8) Montagebeugel (1 paar voor linkeren rechterzijde) *1 Bepaalde paneelopeningen kunnen te klein zijn voor het toestel, afhankelijk van het type en model van de auto. In dit geval kunt u de boven- en onderkant van de opening in het paneel ongeveer 0,5 tot 1,5 mm bijsnijden zodat de speler gemakkelijk kan worden geplaatst. *2 Als een haakje van de montagebeugel de speler hindert, kunt u het haakje ombuigen en plat maken met een nijptang of vergelijkbaar gereedschap. 7. AANWIJZINGEN VOOR DE BEDRADING De stroomtoevoer absoluut uitschakelen alvorens met bedraden te beginnen. Wees vooral zorgvuldig bij het kiezen van een tracé voor de draden. Houd deze uit de buurt van de motor, uitlaat, en dergelijke. Hitte kan de draden beschadigen. Als de zekering springt, moet u eerst controleren of de bedrading correct is. Indien een zekering doorgebrand is, dient u die te vervangen door een nieuwe met dezelfde specificaties als de originele. Vervang de zekering door de oude zekering uit de voedingskabel te halen en een nieuwe te plaatsen. (Afbeelding 5) HDMIkabel USB-kabel Afbeelding 6 Typische montagebeugels Zekering (15A ZEKERING) Zekeringhouder Voorbeeld 1 Voorbeeld 2 Voorbeeld 3 Bevestig de schroeven op de punten die gemarkeerd zijn met. Afbeelding 5 Er zijn verschillende typen zekeringhouders. Laat de accuzijde niet in contact komen met andere metalen onderdelen. NX505E 63
8. GPS-ANTENNE INSTALLEREN Installeer de GPS-antenne niet op een plaats waar deze de werking van de airbag of het zicht van de bestuurder kan belemmeren. Gebruik dit systeem niet als de kabel van de GPS-antenne is doorgesneden. Er kan kortsluiting optreden in de voedingsdraden in de kabel. Monteer de GPS-antenne. Bevestig ze stevig op een vlak gedeelte van het dashboard aan de passagierskant, waar het GPS-signaal zo weinig mogelijk kan worden gestoord. Breng de kabel van de GPS-antenne aan. Bevestig de kabel met behulp van de kabelklem. De bijgeleverde GPS-antenne moet in het interieur van de auto worden geïnstalleerd. Installeer de antenne niet aan de buitenkant van de auto. Installeer de GPS-antenne minimaal 50 cm uit de buurt van de hoofdeenheid, andere audioapparaten, zoals een CD-speler, en een radardetector. Als de antenne in de buurt van deze apparaten wordt geïnstalleerd, kan de GPS-ontvangst worden gestoord. Als u de ontvangst van het GPS-signaal wilt verbeteren, installeert u de GPS-antenne horizontaal op een vlakke ondergrond. Breng geen was of verf aan op de behuizing van de GPS-antenne. Hierdoor kunnen de prestaties van de GPS-antenne afnemen. Installeer de GPS-antenne ten minste 10 cm uit de buurt van de voorruit. Veeg het vuil van het montageoppervlak voordat u de GPS-antenne installeert. Bevestig het dubbelzijdige plakband aan de onderkant van de GPS-antenne. Dubbelzijdig plakband (Voorbeeld van een situatie waarbij het stuur rechts staat) 9. AANSLUITING DAB-ANTENNE GPS-antenne Kabelklem Voor details over de manier om de antennefilm aan te brengen, de installatiehandleiding raadplegen die samen met de antenne wordt geleverd. Onderkant van GPS-antenne 64 NX505E
10. BEDRADING DAB-antenne (ZCP-133) Zie de volgende illustratie. Nederlands Gpsantennejack Antenneaansluiting radio voor afstandsbediening op het stuur (apart verkocht) voor achteruitkijkcamera Grijs Zwart Grijs Zwart Mauve USB HDMI-kabel Geel Geel of Microfoon audiouitgang vooraan audiouitgang achter uitgang subwoofer (MONO 2kan) video-uitgang video-ingang HDMI-conversiekabel ipod/iphone Lightning-Digital AVadapter (gefabriceerd door Apple Inc.) HDMI-kabel HDMI/MHLconversieadapter Androidsmartphone Lightning-kabel (met de ipod/iphone meegeleverd) * Het apparaat met 30-pinconnector kan worden verbonden via de CCA-750. Nr. Beschrijving RECHTSACHTER RECHTSACHTER RECHTSVOOR RECHTSVOOR LINKSVOOR LINKSVOOR LINKSACHTER LINKSACHTER +12 V HOOFDVOEDING (*1) Auto-antenne VERLICHTING +12 V ACCESSOIRE (*1) MASSA ISO-AANSLUITING Reserve-aansluiting (geel) Handrem (grasgroen) Externe aansluiting (blauw/wit) (*2) voor achteruit (paars/wit) *1 Bij sommige auto s - Volkswagen/Opel/Vauxhall - is het nodig de <<rode>> accessoiredraad en de <<gele>> hoofdvoedingsdraad andersom aan te sluiten om overbelasting en verlies van gegevens in het geheugen te voorkomen. *2 Als het toestel wordt geïnstalleerd in een Volkswagen uit 1998 of later, moet u de uitgang <<Remote>> onderbreken. Haal de <<blauw/witte>> draad los en scherm de uiteinden van deze draad af met isolatietape. Er kunnen ernstige storingen opstreden als de draad niet wordt losgehaald of de uiteinden niet worden afgeschermd. Zwart audioingang Externe versterker Zie de volgende beschrijving voor de aansluiting van de parkeerremkabel. Achterbankscherm NX505E 65
De handremkabel aansluiten Sluit de kabel aan op de aarde van het handremlampje in het meterpaneel. Als u de handremkabel aansluit op de aarde van de lamp, kunt u ook videobeelden weergeven wanneer de handrem ingeschakeld is. Als de handremkabel niet aangesloten is, worden er geen videobeelden op de monitor weergegeven. Handremlamp + kabel naar accu Handrem De draadsplitter aansluiten 1. Druk de handremkabel tegen het uiteinde en buig hem terug in de richting van de pijl. 2. Haal de handremsignaalkabel erdoor en buig deze terug in de richting van de pijl. Draadsplitter (apart verkocht) Signaalkabel handrem Signaalkabel handrem Signaalkabel handrem Handremkabel (grasgroen) Stopper Handremkabel (grasgroen) De accessoires aansluiten op de achteruitrijcamera De achteruitrijcamera voor de auto kan worden aangesloten op de optionele videoingangskabel voor de achteruitrijcamera (CCA-644) met de RCA-pinnenkabel. Meer informatie vindt u op het instructievel en in de handleiding van de achteruitrijcamera. Zorg ervoor dat u de kabel van de achteruitversnelling aansluit op de juiste aansluiting. Sluit de achteruitrijcamera aan op de RCA-pinnenkabel. Als u dit niet doet, wordt een zwart scherm weergegeven wanneer u de versnellingshendel in achteruit zet. 66 NX505E