Protocol doorstroom / versnellen Achtergrond De Wet op het Primair Onderwijs schrijft voor dat ieder kind recht heeft op een ononderbroken ontwikkeling. Het is mogelijk dat een kind een vertraagde dan wel een versnelde ontwikkeling doorloopt en meer of minder tijd nodig heeft voor de basisschool dan acht jaar. Voor deze leerling kan een verlengde of een verkorte basisschoolperiode nodig zijn. Scholen zijn verplicht om hun afspraken rond doorstroom / doubleren / versnellen vast te leggen in documenten die wettelijk vastgesteld zijn en ook voor ouders toegankelijk zijn (bv schoolgids of schoolplan; of een verwijzing in deze documenten opnemen naar de vindplaats van de afspraken) De inspectie heeft in hun waarderingskader kwaliteitsaspecten en indicatoren opgenomen die directe raakvlakken hebben met de doorstroom van leerlingen. Deze zijn: Kwaliteitsaspect 7: De leraren stemmen het onderwijsleerproces af op de onderwijsbehoeften van hun leerlingen. indicatoren: - de leraren volgen de vorderingen van hun leerlingen systematisch - de leraren analyseren de vorderingen van de leerlingen om vast te stellen wat de aanpassingen van het aanbod en/of het onderwijsleerproces moeten zijn voor de groep - De leraren stemmen de instructie en verwerking af op de verschillen in ontwikkeling tussen de leerlingen. - Het taalgebruik van de leraren past bij de taalbehoefte van de leerlingen. Kwaliteitsaspect 10: De begeleiding is erop gericht dat de leerlingen zich naar hun mogelijkheden ontwikkelen. indicatoren: - De school gebruikt een samenhangend systeem van instrumenten en procedures voor het volgen van de prestaties en de ontwikkeling van de leerlingen. - De school gebruikt de informatie van scholen en instellingen waar de leerlingen vandaan komen voor de begeleiding van de leerlingen. - SBO: De school stelt bij plaatsing voor iedere leerling een ontwikkelingsperspectief vast. - De school maakt beredeneerde afwegingen bij de doorstroom van leerlingen binnen de school. - SBO: De school volgt of de leerling zich ontwikkelt conform het ontwikkelingsperspectief en maakt naar aanleiding hiervan beredeneerde keuzes. - De school begeleidt de ouders/verzorgers en de leerlingen bij de keuze voor het vervolgonderwijs. 1 van 11
Kwaliteitsaspect 13: De leerlingen ontwikkelen zich naar verwachting. indicatoren: De resultaten van de leerlingen voor Nederlandse taal en voor rekenen en wiskunde tijdens de schoolperiode liggen ten minste op het niveau dat op grond van de kenmerken van de leerlingenpopulatie mag worden verwacht. Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften ontwikkelen zich naar hun mogelijkheden. De leerlingen doorlopen in beginsel de school binnen de verwachte periode van 8 jaar. * De adviezen van de leerlingen voor het vervolgonderwijs zijn in overeenstemming met de verwachtingen op grond van de kenmerken van de leerlingenpopulatie. De leerlingen functioneren naar verwachting in het vervolgonderwijs. * De leerlingen doorlopen in beginsel de school binnen de verwachte periode van 8 jaar. De WPO gaat ervan uit dat leerlingen in beginsel binnen een tijdvak van 8 aaneensluitende jaren het primair onderwijs doorlopen (art. 8, lid 7, onder b WPO). Daarom mag worden verwacht dat het percentage zittenblijvers in de leerjaren 3 t/m 8 in de laatste twee schooljaren binnen een bepaalde bandbreedte lager dan wel weinig hoger is dan het landelijk gemiddelde. Aanvullend hierop wordt rekening gehouden met het aantal leerlingen, dat in de leerjaren 1 en 2 een verlengde kleuterperiode krijgt. Twee zaken zijn hierbij van belang: Het beleid van de school bij de overgang van leerjaar 1 naar leerjaar 2 en van leerjaar 2 naar leerjaar 3; Het beleid van de school ten aanzien van doorstroming vanuit leerjaar 8. Van scholen mag worden verwacht dat zij argumenten hebben om leerlingen in de leerjaren 1 en 2 een verlengde kleuterperiode te geven. Uitgangspunt bij de doorstroom van leerlingen: Uitgangspunt voor een zorgvuldige afweging is een overzichtelijke zorgstructuur waarin planmatig handelen voorop staat. Hierbij wordt gewerkt vanuit de cyclus Handelingsgericht werken, die bestaat uit 4 fasen: Waarnemen - verzamelen van gegevens over leerlingen (groepsoverzichten, groepsplannen, handelingsplannen) - preventief en proactief signaleren van leerlingen die in een komende periode extra aandacht nodig hebben Begrijpen - benoemen van de onderwijsbehoefte van de leerlingen Plannen - opstellen van een groepsplan of handelingsplan Realiseren - uitvoeren van het groepsplan of handelingsplan Er wordt vanuit gegaan dat alle leerlingen in acht jaar de basisschool doorlopen. 2 van 11
Procedure doorstroom van groep 1 naar 2 en van groep 2 naar 3 Voor de invoering van het basisonderwijs werd er een leeftijdsgrens gehanteerd voor de overgang naar groep 3. Volgens die regeling moest een kleuter vóór 1 oktober zes jaar zijn om naar de lagere school (nu groep 3) te kunnen gaan. In 1985 zijn de kleuterschool en de lagere school samengevoegd tot basisschool en sindsdien is de datum van 1 oktober afgeschaft. Uit onderzoek is gebleken dat een extra jaar kleuteren meestal weinig tot geen verbeteringen oplevert (van der Alsvoort, Houtveen, Kegel, e.a.). Om duidelijkheid te geven over de beslissing rond het al dan niet verlengen van de schoolperiode wordt er gewerkt met een protocol. De overgang van groep 1 naar 2 Als een leerling in groep 1 voor 31 december geboren is, dan zal het kind na de zomervakantie door gaan naar groep 2, mits het voldoet aan 2 van de hieronder beschreven criteria: a. er voldoende scores zijn op de onderdelen van de Cito-toetsen Taal voor Kleuters en Ordenen (toets E1) en / of b. er voldoende scores zijn op het door de school gehanteerde leerlingvolgsysteem (bv. uit Schatkist, Kleuterplein, Piramide) c. er zijn geen bijzonderheden m.b.t. de sociaal- emotionele ontwikkeling van de leerling (af te lezen uit het daarvoor gebruikte LVS van de school) d. er sprake is van voldoende ontwikkeling naar het oordeel van de verantwoordelijke groepsleerkracht (te beoordelen aan de hand van schriftelijke aantekeningen van de leerkracht) Slechts in uitzonderingsgevallen zal er gekozen worden voor een jaar verlenging in groep 1. De voorkeur gaat er naar uit om ook bij twijfel een leerling naar groep 2 te laten gaan, waarbij een leerling gevolgd en begeleid wordt zoals beschreven in het zorgprotocol van de school. De overgang van groep 2 naar 3 Een kind dat doorgaat naar groep 2 zal in het daaropvolgende schooljaar niet automatisch doorgaan naar groep 3. Gedurende het 2 e schooljaar zal het kind zich blijvend positief moeten ontwikkelen. Kinderen die eind groep 2 door zouden kunnen gaan naar groep 3, krijgen in februari een voorlopig advies. In juni wordt definitief besloten of een kind al dan niet door gaat naar groep 3. De volgende criteria worden gehanteerd: 3 van 11
a. er voldoende scores zijn op de onderdelen van de Cito-toetsen Taal voor Kleuters en Ordenen (toets E2) en / of b. er voldoende scores zijn op het door de school gehanteerde leerlingvolgsysteem (bv. uit Schatkist, Kleuterplein, Piramide) c. de leerling voldoet aan de leesvoorwaarden die verwacht mogen worden eind groep 2 (de school gebruikt hiervoor een signaleringslijst, PLD) d. de leerling voldoet aan de rekenvoorwaarden die verwacht mogen worden eind groep 2 (de school gebruikt hiervoor een signaleringslijst) e. er zijn geen bijzonderheden m.b.t. de sociaal- emotionele ontwikkeling van de leerling (af te lezen uit het daarvoor gebruikte LVS van de school) f. er sprake is van voldoende ontwikkeling naar het oordeel van de verantwoordelijke groepsleerkracht (te beoordelen aan de hand van schriftelijke aantekeningen van de leerkracht) Indien een leerling niet aan alle criteria voldoet worden de volgende stappen gezet: 1. kleuterverlenging wordt door de groepsleerkracht van groep 2 aan de orde gesteld in de leerlingbespreking van januari / februari (hiervoor heeft de leerkracht de lijst observatiegegevens bij kleuterverlenging of versnelling groep 1 / 2 ingevuld) 2. kleuterverlenging wordt daarna (op advies van de leerlingbespreking) met de ouders besproken. Aandachtspunten in het gesprek met de ouders zijn: de reden, de leeftijd van het kind, objectieve gegevens en observatiegegevens (hiervoor wordt het formulier observatiegegevens bij kleuterverlenging of versnelling groep 1 / 2 gebruikt) 3. er worden aanvullende toetsen afgenomen of observaties gedaan om een heldere diagnose te kunnen stellen; vanuit deze gegevens wordt de hulp voor de leerling in het groepsplan of in een handelingsplan beschreven 4. de effecten van de extra hulp die al aan het kind is geboden moeten beschikbaar zijn en vastgelegd. Dit is met name van belang als het kind dreigt uit te vallen op de lees- en rekenvoorwaarden. In mei wordt de extra hulp geëvalueerd en neemt de school de beslissing over het wel / niet doorgaan naar het volgende leerjaar 5. eind mei / begin juni wordt de beslissing van de school over het wel / niet doubleren met de ouders besproken. Bij een verlenging wordt de beslissing vastgelegd op het formulier doubleren / versnellen van een groep en ondertekend door de ouders. 6. bij verschil van mening tussen school en ouders kan de school een extern onderzoek aanvragen. Het advies uit dit onderzoek wordt als zwaarwegend verklaard voor beide partijen, maar is niet bindend. De school neemt de beslissing of kleuterverlenging zal plaatsvinden. 4 van 11
Versnellen in de kleuterbouw Versnelling in de kleuterbouw wordt spaarzaam toegepast. Voor versnelling gelden voor een groot deel dezelfde criteria als voor kleuterverlenging. Vervroegde overgang is mogelijk als: a. er zeer goede scores zijn op de onderdelen van de Cito-toetsen Taal voor Kleuters en Ordenen of als er zeer goede scores zijn op het door de school gehanteerde leerlingvolgsysteem (toetsafname oudste kleuters) b. als er naar het oordeel van de verantwoordelijke groepsleerkracht een opvallend vlotte ontwikkeling is. Om dit te kunnen beoordelen zijn er schriftelijke aantekeningen beschikbaar m.b.t. de cognitieve ontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling, werkhouding, concentratie, interesse, enzovoort Kleuterversnelling wordt overwogen als het kind ruimschoots voldoet aan de beide criteria. De procedure die gevolgd wordt staat beschreven in het deelzorgplan meerbegaafde en hoogbegaafde leerlingen van de school. 5 van 11
Procedure doorstroom in de groepen 3 t/m 8 Dit protocol beschrijft de procedure rond besluitvorming en communicatie met betrekking tot het doubleren in de groepen 3 t/m 8. Uitgangspunt is dat de leerlingen niet doubleren, maar mocht het nodig zijn extra begeleiding / hulp krijgen (volgens het zorgdocument) en in een uiterst geval een eigen leerlijn volgen. Er kunnen zich echter situaties voordoen dat doubleren in het belang van de leerling overwogen moet worden. Besluitvorming doubleren: Het laten doubleren van een leerling is een besluit welk in overleg met de ouders/verzorgers, groepsleerkracht, directie en zo mogelijk de leerling zelf wordt genomen. De uiteindelijke beslissing wordt genomen door de school. Overgang van groep 3 naar 4: De leesontwikkeling van leerlingen in groep 3 wordt nauwgezet gevolgd, volgens de aanwijzingen van het Protocol Leesproblemen en Dyslexie. Eind februari is het eerste nauwkeurige moment van bespreking per leerling als het gaat om het overgaan naar groep 4. In algemene zin worden door de leerkracht en IB er besproken: - visie van de leerkracht op algemene beeld van ontwikkelingen/vorderingen (lezen, rekenen, taak/werkhouding) - scores op de toetsen (LOVS) - methode gebonden toetsen Specifiek: - lezen: meetmoment 2 uit het PLD: auditieve vaardigheden, letterkennis, decodeervaardigheid op woord en tekstniveau Indien nodig krijgt een leerling extra hulp / begeleiding om gestelde doelen te halen (dit volgens het zorgprotocol van de school). Aan het eind van het schooljaar worden de volgende criteria gehanteerd: Lezen: o AVI 2 moet aan het eind van groep 3 worden beheerst o DMT toets moet voldoende zijn (minimaal C) Taal / Spelling: o methodegebonden toetsen moeten gemiddeld voldoende zijn o herfst/winter/lente/zomer signalering moet voldoende zijn Rekenen / wiskunde: o methodegebonden toetsen moeten voldoende zijn o automatiseringsproces moet voldoende ontwikkeld zijn o methode-onafhankelijke toets moet voldoende zijn (minimaal C) Sociaal-emotionele ontwikkeling: o er zijn geen bijzonderheden te zien in de toets van het LVS Leerling-dossier: o de speciale zorg die aan de leerling is geboden (vanuit groeps- en/of handelingsplannen) heeft voldoende effect gehad Als er op drie van de bovenstaande onderdelen onvoldoende wordt gescoord, kan het zijn dat de leerling voor doublure in aanmerking komt. (vervolg via stappenplan) 6 van 11
Overgang in de groepen 4 t/m 8 De gehanteerde criteria voor de groepen 4 t/m 8 zijn als volgt: Technisch Lezen: o het AVI niveau moet voldoende zijn (volgens landelijke normering) o DMT toets moet voldoende zijn (minimaal C) Taal / Spelling: o methodegebonden toetsen moeten gemiddeld voldoende zijn o methode-onafhankelijke toetsen moeten voldoende zijn (minimaal C) Begrijpend Lezen: o de methode-onafhankelijke toets moet voldoende zijn (minimaal C) Rekenen / wiskunde: o methodegebonden toetsen moeten gemiddeld voldoende zijn o methode-onafhankelijk toets moet voldoende zijn (minimaal C) Sociaal-emotionele ontwikkeling: o er zijn geen bijzonderheden te zien in de toets van het LVS (of bv. score minimaal C) Leerling-dossier: o de speciale zorg die aan de leerling is geboden (vanuit groeps- en/of handelingsplannen) heeft voldoende effect gehad Als er op drie van de bovenstaande onderdelen onvoldoende wordt gescoord, kan het zijn dat de leerling voor doublure in aanmerking komt. (vervolg via stappenplan) Stappenplan als er mogelijk sprake is van doubleren: 1. een eventuele doublure wordt door de groepsleerkracht aan de orde gesteld in de leerlingbespreking van (uiterlijk) januari / februari (hiervoor heeft de leerkracht alle benodigde gegevens verzameld, zoals methodeafhankelijke en onafhankelijke toetsgegeven, groeps-/handelingsplannen, observaties) 2. een eventuele doublure wordt daarna (op advies van de leerlingbespreking) met de ouders (en indien mogelijk de leerling) besproken. Aandachtspunten in dit gesprek zijn: de reden, de leeftijd van het kind, objectieve gegevens en observatiegegevens (hiervoor heeft de leerkracht alle benodigde, relevante gegevens verzameld zie ook punt 1 -) 3. er worden aanvullende toetsen afgenomen om een heldere diagnose te kunnen stellen; vanuit deze gegevens wordt de hulp voor de leerling in het groepsplan of in een handelingsplan beschreven 4. de effecten van de extra hulp die al aan het kind is geboden moeten beschikbaar zijn en vastgelegd. In mei wordt de extra hulp geëvalueerd en neemt de school de beslissing over het wel / niet doorgaan naar het volgende leerjaar 5. eind mei / begin juni wordt de beslissing van de school over het wel / niet doubleren met de ouders besproken. Bij een doublure wordt de beslissing vastgelegd op het formulier doubleren / versnellen van een groep en ondertekend door de ouders. 7 van 11
6. voor de zomervakantie wordt voor de leerling een plan van aanpak geschreven, ongeacht of de leerling blijft in het huidige leerjaar of doorgaat naar de volgende groep (doel: een ononderbroken ontwikkelingslijn) 7. bij verschil van mening tussen school en ouders kan de school een extern onderzoek aanvragen. Het advies uit dit onderzoek wordt als zwaarwegend verklaard voor beide partijen, maar is niet bindend. De school neemt de beslissing of bouwverlenging zal plaatsvinden. Versnellen in groep 3 t/m 8 Net als bij het doubleren is ook bij versnellen het uitgangspunt dat dit slechts in uitzonderlijke situaties gebeurt. Voor meerbegaafde of hoogbegaafde leerlingen zal in eerste instantie gewerkt worden met verbredende, verdiepende en verrijkende leerstof. Er kunnen zich echter situaties voordoen dat versnellen in het belang van de leerling overwogen moet worden. De procedure voor versnellen is een onderdeel van het deelzorgplan meerbegaafde en hoogbegaafde leerlingen. Voor het signaleren, diagnosticeren en de te volgen procedures verwijzen we naar dit deelzorgplan. 8 van 11
Bijlage 1: Observatiegegevens bij kleuterverlenging / kleuterversnelling groep 1 en 2 Naam: Geboortedatum: Groep: Leeftijd: Groepsleerkracht: Datum van invullen steeds vermelden 1. Gedrag tijdens klassikale activiteiten (actieve luisterhouding, betrokkenheid enz.) 2. Werkhouding (aandacht bij een werkje gedurende een langere periode, motivatie enz.) 3. Zelfvertrouwen / weerbaarheid (teleurstellingen verwerken, zich houden aan regels, verplaatsen in andere kinderen, enz.) 4. Omgaan met andere kinderen (rollenspel kunnen spelen, kunnen onderhandelen, kritiek begrijpen en accepteren) 5. Motorische ontwikkeling (grove motoriek) 9 van 11
6. Motorische ontwikkeling (fijne motoriek) 7. Leesontwikkeling (auditieve analyse, auditieve discriminatie, auditief geheugen, auditieve synthese, fonemisch bewustzijn, letterkennis enz) 8. Taalvaardigheid (goede zinnen maken, helder uitleggen, navertellen, gesprek kunnen voeren) 9. Rekenvoorwaarden (synchroon tellen, ordenen, doortellen, terugtellen, benoemen van getallen, enz.) 10. Overig 10 van 11
Bijlage 2: Doubleren/ Versnellen van een groep (doorstrepen wat niet aan de orde is) Naam: Groep: Leeftijd: Wat zijn de looptijden van de handelingsplannen en de effecten op hoofdlijnen? Datum:. Wanneer is het kind ter sprake geweest in de leerlingenbespreking? Wat waren conclusies (op hoofdlijnen) Datum:. Wanneer is extern onderzoek of consultatief overleg geweest met externen. Wat waren de adviezen (op hoofdlijnen)? Datum:. Waarom denkt het team dat een doublure/ versnelling de meest geëigende oplossing is van de problemen? Datum:. Wanneer zijn ouders ingelicht over het voornemen van doublure/ versnelling? Reacties op hoofdlijnen. Datum Wanneer is het definitieve besluit genomen tot doublure/ versnelling? Ondertekening door ouders in dit vak! Datum.. Welke vervolgstappen zijn genomen opdat het kind opgenomen wordt in de (op)volgende groep? Datum 11 van 11