Extra Corporele Membraan Oxygenatie (ECMO)
Algemeen Kinderen met een slechte longfunctie nemen onvoldoende zuurstof op in het bloed. Zij reageren soms niet voldoende op de gebruikelijke therapie van beademing met extra zuurstof en medicatie. Het kind kan dan baat hebben bij een ECMO-behandeling. ECMO staat voor Extra Corporele Membraan Oxygenatie. Het is een methode die de functie van hart en longen grotendeels overneemt. Het ECMO-systeem zorgt voor de nodige zuurstof in het bloed. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een soort hart- longmachine. ECMO heeft opzichzelf geen genezende werking. Het vervangt tijdelijk de functie van de longen zodat deze kunnen genezen. Deze methode kan op twee manieren worden toegepast. Door het inbrengen van een of twee canules (buisje(s)): één canule met een dubbele toegang in de halsader één canule in de halsader en één canule in de halsslagader Het ECMO-systeem werkt als volgt (zie ook illustratie): Bloed dat weinig zuurstof bevat wordt aan het lichaam onttrokken door middel van een canule in een ader van de hals. Een pomp voert het bloed door een kunstlong (oxygenator). Hier wordt koolzuur verwijderd en zuurstof aan het bloed toegevoegd. In de kunstlong (oxygenator) zit ook een verwarmingselement dat er voor zorgt dat het bloed op lichaamstemperatuur wordt gebracht. Vervolgens wordt het bloed teruggegeven aan het kind door een canule in de slagader van de hals of via de canule waarddoor het ook uit het lichaam is gehaald. Behandeling Operatie en behandeling vinden plaats op de afdeling Neonatologie waar uw kind is opgenomen. Voor de operatie brengt de anesthesist uw kind onder narcose. De kinderchirurg brengt de canule(s) in de bloedvaten en schuift ze door tot het hart. Om te controleren of de canule(s) in de juiste positie liggen wordt een röntgenfoto gemaakt. Dan wordt het ECMO- systeem aangesloten. Minimale beademing blijft nog wel noodzakelijk. De duur van de behandeling hangt af van: het ziektebeeld de schade aan de longen die is ontstaan vóór de ECMO-behandeling de complicaties die tijdens de ECMO-behandeling ontstaan 1
ECMO systeem 2
Gedurende de hele behandeling wordt pijnstillende medicatie toegediend waardoor uw kind minder kan bewegen en veel in dezelfde houding zal liggen. Hierdoor wordt het uw kind zo comfortabel mogelijk gemaakt. Vaak ontstaat vochtophoping in de huid van het hoofd en het lichaam, waardoor uw kind er opgezwollen uitziet. Als uw kind herstellende is zal dit vocht langzaam weer verdwijnen. Behandelteam Bij een ECMO-behandeling zijn veel deskundigen betrokken. De leiding van de behandeling is in handen van een arts. Een van de neonatologen is uw contactarts en zal gedurende de gehele opname uw aanspreekpunt zijn. Er is 24 uur per dag een verpleegkundige aanwezig. De maatschappelijk werkende van de afdeling zal kennis met u maken. Zij kan behulpzaam zijn bij het regelen van praktische zaken. nog veel beademing en medicatie nodig. Als het genezingsproces goed verloopt, wordt dat steeds minder. De behandelend arts kan op basis van onderzoeksuitslagen besluiten uw kind over te plaatsen naar een andere afdeling of ziekenhuis dichter bij u in de buurt. Route De afdeling Neonatologie (de Zon) is gevestigd op de eerste etage van het gebouw Vrouw en Kind. De afdeling is bereikbaar via ingang UMC Radboud Centraal, Geert Grooteplein 10. Volgt u in het ziekenhuis de borden met routenummer 795. Na de behandeling De ECMO-behandeling wordt beëindigd door operatieve verwijdering van de canules. Uw kind ligt hierna ook op de Intensive Care Unit van de afdeling Neonatologie. De eerste dagen op de Intensive Care (IC) heeft uw kind over het algemeen 3
De ECMO: Extra Corporele Membraan Oxygenatie 4
Adres Bezoekadres Neonatologie UMC St Radboud Centraal Geert Grooteplein 10, route 795 1e verdieping gebouw Vrouw en Kind Nijmegen Postadres UMC St Radboud (naam van het kind) 795 Neonatologie Postbus 9101 6500 HB Nijmegen Telefoonnummers UMC St Radboud Algemeen 024-361 11 11 Receptie Neonatologie 024-361 38 60 Intensive Care III 024-361 35 40 04-2008-2719