Bouwbeleidsplan gemeente Medemblik

Vergelijkbare documenten
Toetsingsprotocol bouwplannen Bouwbesluit 2012 Lelystad

Advies: Geadviseerd wordt om het bouwbeleidsplan vast te stellen

Toetsingsprotocol bouwplannen gemeente Brunssum

Toetsingsprotocol Bouwbesluit gemeente Sint Anthonis

Wijzigingsblad d.d bij BN 5019

LANDELIJKE TOETSMATRIX BOUWBESLUIT 2012 (LTB 2012) TOELICHTING

Rapportage Toetsing aan het Bouwbesluit

Toetsprotocol activiteit bouwen. Gemeente Zoetermeer

Nota van B&W. onderwerp Toetsingsniveau Bouwbesluit. Portefeuilehouder dr. Derk Reneman

Vergunningenstrategie

Inleiding. 1.1 Wat is de omgevingsvergunning?

Rapportage. Concept. Toetsing aan het Bouwbesluit. InterConcept ID:

Toetsprotocol Bouwbesluit Afdeling VTH Gooise Meren

Omgevingsvergunning uitgebreide procedure WBD

Gelet op hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn wij bevoegd om op deze aanvraag te beslissen.

Rapportage Toetsing aan het Bouwbesluit

Ontwerp Omgevingsvergunning

(ONTWERP) OMGEVINGSVERGUNNING

* *

het oprichten van een appartementengebouw Onyxdijk 167 te Roosendaal

OMGEVINGSVERGUNNING VOORBLAD

OMGEVINGSVERGUNNING. verleend aan. Nedmag industries. tb.v. het plaatsen van een koeltoren. locatie: Billitonweg 1 te Veendam

Let wel: deze nota betreft alleen de toetsing en het toezicht aan het Bouwbesluit.

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

De Pirk BV. Greutelseweg 51. Ontwerp omgevingsvergunning

ONTWERP OMGEVINGSVERGUNNING LET OP! Dit is nog geen omgevingsvergunning. Hiermee kunt u nog niet starten met de werkzaamheden.

* *

OMGEVINGSVERGUNNING Datum: 11 november 2014

OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT

Ontwerp besluit omgevingsvergunning

Omgevingsvergunning OMGEVINGSDIENST. Plaatsing opslagloods Maximacentrale IJsselmeerdijk NOV 2014 FLEVOLAND & GOOI EN VECHTSTREEK

1 Bijlagen. Uitvoeringskader Omgevingsvergunningen 2014 pagina 1

Bijlage 10: Werkafspraken Brandweer SED

OMGEVINGSVERGUNNING (Ontwerp)

Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven: Het in gebruik nemen en verbouwen van een vakantie-appartementsgebouw.

27 juni Seminar Wabo

OMGEVINGSVERGUNNING. Friesland Campina Nederland Holding ay.

Omgevingsvergunning. O M G E VI N G S D i E N S T. Plaatsing van een stalen damwand Baggerdepot IJsseloog IJsseloog 1 Dronten

Omgevingsvergunning. 2. aan deze vergunning voorschriften te verbinden.

Ontwerpbeschikking d.d. 6 september 2012 Omgevingvergunning L

OMGEVINGSVERGUNNING. code: DIS_ doc

Onderwerp Buiten behandeling stellen aanvraag om een omgevingsvergunning Vlamingstraat 38

ontwerp OMGEVINGSVERGUNNING Echelpoelweg, gemeente Weerselo sectie P nr en 1836

Toetsingsprotocol Kwaliteitsnormering Bouwvergunningen

Omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend onder de bepaling dat de gewaarmerkte stukken en bijlagen deel uitmaken van de vergunning.

OMGEVINGSVERGUNNING OV

OMGEVINGSVERGUNNING Datum: 6 augustus 2015

Samenvatting Ontwerpbesluit bouwwerken leefomgeving

Zaaknummer: Vergunninghouder: Projectomschrijving: Overwegingen Activiteit: Bouwen

11 oktober 2012 W2.4: Constructieve aspecten van transformatie. Imagine the result

Afdeling Risicobeheersing Team advies

OMGEVINGSVERGUNNING. Van Gansewinkel Nederland B.V.

OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT

Uitgebreide omgevingsvergunning voor de activiteit(en) het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening en het (ver)bouwen van een bouwwerk

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Afwijkingenbeleid Kruimelgevallen

* *

Omgevingsvergunning Zaaknummer

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA Den Haag

Beschikking Omgevingsvergunning

PRIVATE KWALITEITSBORGING Projectfolder PILOT PRIVATE KWALITEITSBORGING IN DE GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM 2016

INHOUDSOPGAVE. Voorwoord bij de derde druk /V. Lijst van afkortingen / XIII. HOOFDSTUK 1 Inleiding /1

BELEID OMGEVINGSVERGUNNINGEN 2015 (voor bouwen e.d.)

D *D * Besluit op aangevraagde omgevingsvergunning (geweigerd)

8 juli 2014 Mevrouw B. Bartelds mei 2013 Projectomgevingsvergunning

Weigering omgevingsvergunning

Transcriptie:

Bouwbeleidsplan gemeente Medemblik Medemblik, juli 2012 1

1. Wat is een bouwbeleidsplan? De diverse ruimtelijke vergunningen die voorheen afzonderlijk werden aangevraagd en verstrekt zijn sinds 1 oktober 2010 samengevoegd onder de omgevingsvergunning. Deze omgevingsvergunning wordt verstrekt voor één of meerdere activiteiten, afhankelijk van de aanvraag. Het bouwbeleidsplan heeft betrekking op de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Omdat vergunningverlening en toezicht op de vergunde activiteiten niet los van elkaar staan, heeft de inhoud van het bouwbeleidsplan ook consequenties voor en raakvlakken met het handhavingsbeleid. In een bouwbeleidsplan legt een gemeente vast op welke wijze zij vergunningaanvragen in het kader van de Wabo, activiteit bouwen, toetst aan het Bouwbesluit. Het bouwbeleidsplan is van belang voor een onderdeel van het afhandelingsproces van de desbetreffende vergunningaanvragen, namelijk de toetsing van de technische gegevens van de aanvraag. Een bouwbeleidsplan beoogt vast te leggen voor aanvrager en organisatie volgens welke criteria het technische deel van de aanvraag beoordeeld wordt. Daarmee biedt de gemeente de vereiste rechtszekerheid en is ze in staat de kwaliteit van beoordeling te garanderen. Het bestaande beleidsplan was verouderd en dateerde nog van voor de Wabo. Daarnaast waren geen toetscriteria in dat plan, noch in een ander document, vastgelegd. Dit beleidsplan is geactualiseerd met het van kracht worden, per 1 april 2012, van het nieuwe Bouwbesluit. Dat heeft vooral gevolgen voor de matrix die bij de toetsingsprocedure wordt gebruikt. De toelichting hierop volgt verderop in dit bouwbeleidsplan. Dit bouwbeleidsplan heeft de volgende onderdelen: - schets van het wettelijk kader van het plan (2), - nadere omschrijving van inhoud en doel van het plan (3), - de praktijk van de huidige toetsing en zoals die tot voor kort plaatsvond in Medemblik alsmede de ambities voor de nabije toekomst (4) - de toetsing volgens dit nieuwe plan (5). 2. Wettelijk kader De bouwregelgeving heeft, zoals dat op bijna alle beleidsterreinen van de overheid het geval is, een geleed karakter. Dat wil zeggen dat er meerdere regelingen op van toepassing zijn, waarbij bovendien regelingen rusten op de grondslag van een hoger gelegen regeling. De oude bouwvergunning is nu een onderdeel van de omgevingsvergunning. Deze wordt geregeld door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), waarbij ook de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) van toepassing zijn. Daarnaast zijn er regelingen die inhoudelijk van invloed zijn. Als we ons beperken tot de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, dan zijn daarop de volgende regelingen in ieder geval van toepassing: - Wabo Mor Bor - Woningwet Bouwbesluit Bouwverordening - Wet ruimtelijke ordening Bestemmingsplan 2

Artikel 100 van de Woningwet bepaalt dat de gemeente moet voorzien in bouw- en woningtoezicht, en wel om de staat van de volkshuisvesting te onderzoeken, toe te zien op de naleving van voorschriften die in of krachtens de Woningwet gegeven zijn (waaronder dus die van het Bouwbesluit) en om andere werkzaamheden te verrichten die in verband staan met de uitvoering van deze wet. De gemeente Medemblik voert zelf de wettelijke taken uit op het gebied van bouw- en woningtoezicht. De toetsing van enkele onderdelen wordt uitbesteed aan deskundige externen. De Woningwet stelt eisen aan de vormgeving. De vertaling van deze algemene eisen in concrete voorschriften, regelt een gemeente in haar welstandsbeleid. De Woningwet zegt dat bouwwerken dienen te voldoen aan redelijke eisen van welstand en dat de gemeente daartoe een Welstandsnota kan opstellen. De gemeente Medemblik beschikt over zo n nota. Ten slotte speelt ook de gemeentelijke bouwverordening een rol bij de toetsing van bouwaanvragen. De Wabo regelt het procedurele deel van de vergunningaanvraag en -verstrekking. Het is een wet die vergelijkbaar is met de Algemene wet bestuursrecht, in die zin dat daarin de spelregels en formele procedures, de rechten en plichten van burger en overheidsorgaan, worden geregeld. Al met al heeft iemand die wil bouwen inhoudelijk te maken met de wetgeving rond bouwwerken (constructie, welstand, etc.) en ruimtelijke ordening en formeel met de wetgeving rond indiening en afhandeling van aanvragen. In de Mor worden ondermeer de indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning beschreven. Het Bor regelt ondermeer de volgende onderwerpen: - Aanwijzing van categorieën inrichtingen, vergunningplichtige en vergunningvrije activiteiten; - Bevoegdhedenverdeling gemeente, provincie en rijk; - Voorschriften die aan een vergunning kunnen of moeten worden verbonden; - Aanwijzing van adviseurs; - Verklaring van geen bedenkingen; - Handhaving. Het Bor regelt kortom een groot aantal procedurele en inhoudelijke zaken rondom vergunningverlening en toezicht. Vooral in het hoofdstuk over Handhaving valt op dat het besluit ook een aantal kwaliteitseisen stelt aan het bestuursorgaan. Het Bor vraagt om handhavingsbeleid en een handhavingsstrategie. Ook stelt het besluit kwalitatieve eisen aan de uitvoeringsorganisatie, zoals opleiding, bouwkundige en juridische kennis. Hoewel deze kwaliteitseisen niet expliciet gesteld worden aan de vergunningverlening, is het wenselijk om ook over toetsingsbeleid en goede procesbeschrijvingen voor de vergunningverlening te beschikken. Zoals gezegd dient het toezicht in lijn te zijn met de beoordeling van aanvragen en verlening van vergunningen. De aspecten waarop toezicht wordt uitgeoefend, dienen ook een rol te spelen bij de toetsing en omgekeerd. Een voorwaarde om die consistentie te bereiken is het vastleggen van de toetscriteria. In aanvulling op de regelgeving en mede in het licht van de vorming van de Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD s) - heeft KPMG kwaliteitseisen ontwikkeld voor vergunningverlening en handhaving. Deze eisen leggen de nadruk op het handelen door het bevoegd gezag op grond van objectieve beoordelingscriteria. 3

3. Inhoud en doel bouwbeleidsplan De regelgeving van rijkswege in het Bouwbesluit bevat talloze en gedetailleerde technische voorschriften die niet naar zwaarte zijn gedifferentieerd. Het is in de praktijk niet mogelijk voor een gemeente, die vergunningaanvragen moet beoordelen, om al deze voorschriften te toetsen, dat wil zeggen na te gaan of in het voorliggende ontwerp aan de vereisten is voldaan. Bovendien vraagt niet elk bouwwerk om dezelfde soort toetsing. Niet alle voorschriften zijn van toepassing op ieder bouwwerk. In de praktijk van de bouwplantoetsing vindt om genoemde redenen volledige toetsing nooit plaats. Dit zou onwerkbaar en niet efficiënt zijn In een bouwbeleidsplan leggen wij vast hoe wij omgaan met de aanvragen in het kader van de algemeen verbindende voorschriften van het Bouwbesluit, op grond van een inschatting van risico s en vaststelling van prioriteiten. Concreet betekent dit dat wij een adequaat niveau van toetsing vastleggen. Het bouwbeleidsplan vormt derhalve een noodzakelijk bestanddeel van de gehele keten rond de aanvraag en verstrekking van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. 4. Huidige bouwplantoetsing en ambities De bouwplantoetsing is zoals gezegd een onderdeel van het werkproces wabo-aanvragen en meldingen, dat afgehandeld wordt in het KCC Ruimte. Het KCC werkt met procesbeschrijvingen en kwaliteitscriteria voor de goede en vlotte afhandeling van de vergunningsaanvraag. Voor elke in behandeling zijnde aanvraag is een casemanager verantwoordelijk. Medemblik heeft voor de behandeling van vergunningaanvragen op ruimtelijk gebied de beschikking over Wabo-specialisten. Deze voeren een deel van de bouwplantoetsing uit. Deze toetsing bestaat in de praktijk uit verschillende onderdelen: de algemene beoordeling, de constructieve veiligheid, de brandveiligheid en de toetsing van overige aspecten, zoals bijv. de energiewaarden of installaties. Enkele van deze onderdelen worden extern getoetst, namelijk de constructieve veiligheid (ingenieursdienst), de brandveiligheid (brandweer of veiligheidsregio) en in bijzondere gevallen de planologische toets door de afdeling R.O.. De overige onderdelen nemen de Wabo-specialisten voor hun rekening Toetsing vindt in principe plaats op alle onderdelen van het bouwbesluit, waarbij in de praktijk gedifferentieerd wordt. Veiligheidsaspecten krijgen altijd aandacht, aspecten die vooral liggen op het vlak van consumentengemak, minder. Bij bouwwerken met publieke functies worden de belangrijke onderdelen extra gecontroleerd. De toetscriteria waren tot enkele jaren geleden niet vastgelegd waardoor het risico bestond van een tamelijk grote variatie in de wijze van toetsing per geval (persoonsafhankelijkheid). Voor de ondersteuning van het toetsingsproces beschikt de gemeente over een online applicatie, te weten BRIS. Met de invoering van dit bouwbeleidsplan gaat de gemeente werken met toetscriteria die nader uitgewerkt wordt in BRIS. Op een aantal punten werkt de organisatie aan verdere verbetering van de vergunningverlening. Voor de bouwplantoetsing zijn de volgende punten van belang: 4

- Vaststellen van toetscriteria: dat gebeurt met dit bouwbeleidsplan - Vaststellen van algemene normen voor goede dienstverlening door de organisatie (bijv. deservicegarantie) - Werken aan de versnelling van procedures: streven naar een kortere doorlooptijd tijdens de behandeling van de aanvraag. (o.a. Laan) - Werken met online ondersteuning bij de toetsing, teneinde de kwaliteit te vergroten. 5. Bouwbeleid: toetsen op basis van criteria Het bouwbeleidsplan vertaalt gemeentelijke prioriteiten en uitgangspunten naar de toetspraktijk en legt zo de basis voor een eenheid van beleid en uitvoering. Voor de cliënten van de gemeente, particulieren en bedrijven die bouwplannen hebben, wordt op deze wijze duidelijkheid vooraf gecreëerd over de wijze waarop hun vergunningaanvraag behandeld zal worden. Tevens worden door een bouwbeleidsplan waarborgen geschapen voor rechtsgelijkheid. In een matrix legt de gemeente vast aan welke onderdelen van het Bouwbesluit zij zal toetsen en met welke intensiteit zij dit zal doen. De gemeente stelt dus prioriteiten in de bouwplantoetsing. Reikwijdte Het bouwbeleidsplan en de toetsingsmatrix hebben uitsluitend betrekking op de voorschriften van het Bouwbesluit. De categorieën waarop getoetst wordt, worden in de toetsmatrix nader aangegeven. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt uiteraard ook getoetst op aspecten als welstand, bouwverordening en ruimtelijke inpassing. De beoordeling op deze aspecten vindt plaats aan de hand van andere beleidsplannen, zoals de welstandsnota, bestemmingsplannen.daarnaast heeft de toetsingsmatrix uitsluitend betrekking op het traject van vergunningverlening. Het is wel mogelijk en ook raadzaam de toetsingsmatrix te zijner tijd te vertalen naar het toezichtsprotocol. Daarmee wordt bereikt dat er eenheid is tussen toezicht en vergunningverlening. Hoofdlijnen bouwbesluit Het Bouwbesluit geeft voorschriften voor het bouwen van bouwwerken. Daarbij onderscheidt het besluit in soorten van bouwwerken, namelijk woningen, woongebouwen, woonwagens en bouwwerken die niet voor bewoning bedoeld zijn, alsmede bouwwerken die geen gebouw zijn. Deze onderscheiding in soorten bouwwerken is vertaald naar een indeling in functies, zoals woonfunctie, bijeenkomstfunctie, winkelfunctie, etc. Deze gebruiksfuncties zijn belangrijk bij de toetsing, omdat de onderdelen waarop getoetst wordt en de mate waarin die toetsing plaatsvindt, mede afhankelijk is van die gebruiksfuncties. De voorschriften voor al deze gebruiksfuncties hebben betrekking op thema s die de concrete aspecten bevatten die getoetst worden. Voorbeelden van die thema s zijn veiligheid, gezondheid en energiezuinigheid. In de opzet van het nieuwe Bouwbesluit is gestreefd naar een betere integratie van samenhangende onderdelen. Het besluit bevat tevens voorschriften voor een aantal nieuwe onderwerpen, zoals bijvoorbeeld voor hulpverlening bij brand en voor de buitenruimte en buitenberging bij nieuwbouw. 5

Eigen accenten Evenals dat het geval was met de CKB-matrix bevat de LTB 2012 de aanbevolen niveaus van toetsing. Uiteraard is het mogelijk om daar (gemotiveerd) van af te wijken en de toetsing af te stemmen op de eigen beleidsprioriteiten en lokale situatie. De matrix bevat vier niveaus van toetsing die staan voor de intensiteit waarin een onderdeel wordt getoetst. De gemeente Medemblik toetst in vergelijking met de normering van de LTB 2012 minder intensief op een aantal onderdelen. Deze zijn in de matrix (zie bijlage) rood gemarkeerd. Het betreft een beperkt aantal aspecten van de toetsing op veiligheid, gezondheid, energiezuinigheid (niet de woonfunctie), installaties en het gebruik van bouwwerken en terreinen. Op het aspect spuivoorziening (van het onderdeel gezondheid) toetst Medemblik zwaarder dan de landelijke norm (dit onderdeel is groen gemarkeerd in de matrix). Het aspect energiezuinigheid bij de woonfunctie is op nadrukkelijk verzoek van de portefeuillehouder op niveau 4 geplaatst. Deze eigen accenten hebben te maken met het bijzondere karakter van de gemeente Medemblik en de lokale bebouwing. Medemblik is grotendeels een plattelandsgemeente, er zijn geen grote industrieterreinen en er komt veel laagbouw voor. De bouwplantoetsers zijn goed bekend met de gebiedskenmerken. Het feit dat bij veel aspecten een laag toetsniveau vermeld staat (ook volgens de landelijke norm) wil bovendien niet zeggen dat in individuele gevallen niet op een hoger niveau getoetst kan worden. Toetsniveaus De landelijke toetsmatrix (LTB 2012) werkt evenals de vorige matrix met vier niveaus van toetsing. Deze zijn als volgt omschreven: Niveau 0 Niveau 0 is het niet beoordelen of aan een voorschrift wordt voldaan. Het niet beoordelen komt in de landelijke toetsmatrix niet voor. Zie ook de toelichting op niveau 1. Verder is niveau 0 vanwege het bevoegd gezag alleen van toepassing op aanvragen waarvoor een gecertificeerde toetsing op basis van BRL 5019 heeft plaatsgevonden waarvan de rapportage is aangeleverd bij de aanvraag. Dit geldt alleen voor aanvragen waarbij alle scopes onder de vigeur van de BRL 5019 zijn getoetst. De technische mogelijkheid om in de eigen matrix onderdelen op niveau 0 toe te kennen is alleen bedoeld voor bouwplannen die weliswaar privaat gecertificeerd zijn getoetst, maar die volledigheidshalve wel administratief worden ingevoerd. Niveau 1 Uitgangspuntentoets: bevatten de stukken voldoende informatie over de uitgangspunten? Gecontroleerd wordt of de globale uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het desbetreffende aspect te kunnen toetsen, in voldoende mate en in samenhang zijn weergegeven. 6

Niveau 1 geeft in beginsel minimale invulling aan de taak van de toetsende instantie. Niveau 1 kan worden toegepast op voorschriften waarvan de kans dat daaraan niet wordt voldaan zeer gering is en waarvan bovendien de gevolgen van niet-voldoen zeer gering zijn. Met andere woorden, het gaat hierbij om voorschriften met een gering risico (= kans x effect!). In Bouwbesluit 2012 is het aantal voorschriften met 30% terug gebracht en de resterende voorschriften zijn derhalve in principe dermate relevant, dat het toekennen van niveau 1 in de matrix alleen nog uitzonderingen betreft. Indien relevante gegevens niet aanwezig zijn en het bevoegd gezag niet om aanvulling heeft gevraagd, dan kan de vergunning hier niet meer op worden aangehouden/geweigerd. Feitelijk is niveau 1 niet meer dan het beoordelen of alle stukken beschikbaar zijn die conform de Mor nodig zijn om de aanvraag (voor een bouwactiviteit) inhoudelijk te kunnen behandelen. Voorheen werd deze beoordeling aangeduid als de ontvankelijkheidstoets conform het besluit indieningsvereisten uit de MOR. Niveau 2 Visueel toetsen: kloppen de uitgangspunten en lijken de uitkomsten aannemelijk? Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn, waarbij van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk zijn. Niveau 2 is inhoudelijk het basisniveau binnen de matrix. Het is mogelijk om op basis van een aannemelijke uitkomst een vergunning te verlenen, nadere gegevens te vragen of een aanvullende buitencontrole voor te schrijven. Een vergunning weigeren op basis van een niet aannemelijke uitkomst zal vrijwel altijd in strijd zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel. Indien een uitkomst niet aannemelijk is, zal de berekening altijd gecontroleerd/nagerekend moeten worden. Ook kan de aanvrager verzocht worden om door aanvulling van gegevens meer duidelijkheid te verschaffen. Niveau 3 Representatief toetsen: controle van de maatgevende onderdelen. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de aangeleverde stukken om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk zijn. De maatgevende berekeningen worden gecontroleerd dan wel nagerekend. Niveau 3 is het niveau van toetsen voor voorschriften met betrekking tot veiligheid en gezondheid, met name van kwetsbare groepen. Niveau 3 is eveneens geadviseerd voor voorschriften die gesteld zijn in het algemeen belang. Het bepalen van wat de belangrijkste berekeningen zijn blijft een taak van de toetser. Hiervoor is geen eenduidige instructie te geven. Welke aspecten moeten worden nagerekend wordt bepaald op basis van de resultaten van de visuele toets. 7

Niveau 4 Volledig toetsen: alles in samenhang controleren. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken, aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen, in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en worden de uitkomsten gecontroleerd/nagerekend. Niveau 4 komt in de matrix voor met betrekking tot toepassing van gelijkwaardige oplossingen (art. 1.3 van Bouwbesluit 2012) en energiezuinigheid bij de woonfunctie.. In de praktijk zal toetsen op niveau 4 voorkomen wanneer de kwaliteit van de aanvraag dan wel de veronderstelde weigeringgrond aanleiding geeft tot het zwaarder toetsen dan volgt uit de matrix. Niveau 4 is zeer geschikt om bepaalde al dan niet tijdelijke of gebiedsgewijze speerpunten binnen het gemeentelijk beleid extra invulling te geven, bijv. bij een project Duurzaam Bouwen, veiligheid bij wonen nabij een industriegebied. De toetsniveaus zijn vooral van belang bij voorschriften waar een berekening aan ten grondslag ligt. In het geval van eenvoudige voorschriften, zoals de aanwezigheid van een buitenruimte, is een onderscheid tussen niveau 2, 3 en 4 nauwelijks te maken. In de toetsniveaus wordt aangegeven dat vanaf niveau 2 wordt beoordeeld of een uitkomst aannemelijk is. De waarde van de inschatting of iets aannemelijk is, is sterk afhankelijk van de kennis en ervaring van de toetser. Het is aan het bevoegd gezag of de certificaathouder om vast te stellen of een toetser voldoende kennis en ervaring heeft om op niveau 2 te toetsen. Bij toetsing onder certificaat dient de toetsrapportage altijd aan te geven wat het daadwerkelijk toegepaste niveau van toetsing per aspect per (hoofd)gebruiksfunctie is. Onderdeel van het Bouwbeleidsplan is de gedetailleerde toetsingsmatrix. 8