Beheer- en onderhoudsplan Middelwaard

Vergelijkbare documenten
Beheer- en onderhoudsplan De Tollewaard

Beheer- en onderhoudsplan Elst

Witteveen+Bos, RW /torm/027 definitief d.d. 26 maart 2012, toelichting aanvraag watervergunning

Samenvatting PlanMER, obstakelverwijdering Elst

Rapportage Morfologische effecten deelproject De Tollewaard

Rapportage hydraulisch en morfologisch onderzoek DO Middelwaard

Rivierverruiming Uiterwaarden Neder-Rijn

Rijkswaterstaat Ministerie van tnftastructuur en Milieu

Hydraulische beoordeling nieuwe waterkering Alexander, Roermond. WAQUA-simulaties ten behoeve van Waterwetaanvraag

notitie Grondbank GMG 1. INLEIDING

Rivierkundige berekeningen Randwijkse Waard Rivierkundige analyse

Rapportage hydraulisch en morfologisch onderzoek DO Elst

Ruimte voor de Waal - Nijmegen Verificatie Ruimtelijk Plan Hydraulica

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel. Kampen

Doel van de informatiebijeenkomst

Gemeente Zwolle. Morfologisch gevoeligheidsonderzoek Westenholte. Witteveen+Bos. Willemskade postbus 2397.

Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn

VISIE INRICHTING EN BEHEER VAN DE ROSANDEPOLDER

Ruimte voor de Rivier Nederrijn - Tollewaard

Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu

PLANBESCHRIJVING HOLLAREPOLDER, JOANNA-MARIAPOLDER PZDT-R ONTW. VERBETERING STEENBEKLEDING

Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Rivierkundige beoordeling Gendtse Polder

Datum 14 december Herstel Meander Lunterse Beek Scherpenzeel. Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe

Toelichting op leggers en beheerregisters primaire waterkering

hydraulische, morfologische en scheepvaarteffecten dijkversterking BR636-1 BR636-1/smei/147 ir. A. Zoon

Bijlandse Waard. Herinrichting voor veiligheid, natuur en beleving

Versie Omschrijving Auteur(s) Datum 1 D J Timmer Aanvullende tekst par 3.3.3

Projectplan (ontwerpbesluit) Aanpassen Heelsumse beek

Gebied: De Drie Polders

Om in aanmerking te komen voor een beoordeling op basis van Artikel 6d moet de verlaging van waterstanden ten minste 1 cm bedragen.

Vechtpark Hardenberg Schetsontwerpen Baalder uiterwaard & Radewijkerbeek. 5 juli 2016

PKB Ruimte voor de Rivier Investeren in veiligheid en vitaliteit van het rivierengebied

Definitief ontwerp Julianapark

AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING VOOR PROGRAMMA STROOMLIJN

Nr. Element Werkzaamheden Bestemmingsplan Bestemming Beoordeling

Projectplan verdrogingsbestrijding Empese en Tondense Heide D e f i n i t i e f

Ruimte voor de Rivier / Obstakelverwijdering Nederrijn Elst, gemeente Rhenen

Culemborg aan de Lek

Nieuwe Uitslag van Putten

GEMEENTE BUREN. Toelichting landschappelijke inpassing. Uiterdijk 33 Zoelen

Ruimte voor de Rivier - praktijktoepassing met Simona. Simona Gebruikersmiddag, 12 juni 2013


Hydrologische berekeningen EVZ Ter Wisch

Hydraulische randvoorwaarden voor categorie c-keringen

Hydraulische toetsing Dijkverlegging Westenholte. Verslag van hydraulische toetsing variant Hanken Dijkverlegging Westenholte.

6.3 DEELGEBIED 3: BOS & ROTTE

Reactienota zienswijzen Gecoördineerde besluiten Project Herinrichting Palmerswaard, Uiterwaarden Rhenen en Rijnbrug

Rivierkundige compensatie dijkverbetering - Werkendam Rivierkundige Analyse

Ontwikkelingen ontwerp Koeweide/Trierveld. Overleg 12 maart 2019 Klankbordgroep Koeweide - Trierveld

Figuur 6-1 Dijkringen in plangebied (van dijkring 61 is alleen het zuidelijke deel weergegeven)

Nieuwe natuur voor droge voeten

Ruimtelijke onderbouwing. Wijziging gebruik van loods voor opslag op het perceel Rinkesfort 13 te Maasbree

Hydraulische toetsing Klaas Engelbrechts polder t.b.v. nieuw gemaal.

DE BANEN NAAR EEN HOGER PEIL

BIJLAGE PROJECTPLAN DAMWAND PLUUTHAVEN

: KRW Bentinckswelle : Aanvulling op aanvraag watervergunning LW-AF

Ontwerp Weelde in de Beuningse uiterwaarden 2015

TRACÉAFWEGING 150 KV-VERBINDING GEERVLIET-MIDDELHARNIS

2 Bruggen en andere volledige overkluizingen

: Ruud Tak. MEMO/Landschappelijke inpassing uitbreiding Roekenbosch te Blitterswijk 1. 1 artikel 3.1. Verordening ruimte provincie Brabant 2014

INVENTARISATIE LANDSCHAP EN CULTUURHISTORIE

HET POORTJE; Toelichting stedenbouwkundige inpassing Datum:

FAZ: Ja Opdrachtgever: Jelmer Kooistra

Invloed damwand Meers-Maasband op grondwaterstroming

Knelpunten van de Natuurzoom.

Het rivierklei-landschap

2 Bruggen en andere volledige overkluizingen

GEMEENTE BUREN. Ruimtelijke onderbouwing Hendriklaan 15 16, Beusichem

Startdocument Schuytgraaf Veld 17b. juni 2013

Legger Wateren. tekstuele deel

Kaart zonneveld Farm Frites gebiedsvisie

Transcriptie:

Document historie Revisienummer. Revisie datum Aanpassingen 0a 07-12-2011 Eerste concept 0b 13-12-2011 Concept voor beheerders 1a 20-01-2012 Alle opmerkingen verwerkt, gereed voor verzending 2a 09-03-2012 Definitief: opmerkingen OG en stakeholders verwerkt 2 9 maart 2012 versie 2a

Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 1.1 Kader... 5 1.2 Maatregel Uiterwaardvergraving Middelwaard... 5 1.3 Gebiedsbeschrijving... 6 1.4 Brondocumenten en gesprekken... 8 1.5 Leeswijzer... 8 2 Streefbeeld en uitgangspunten...10 2.1 Streefbeeld... 10 2.1.1 Hoogwaterbescherming... 10 2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit... 10 2.1.3 Natuur... 10 2.1.4 Cultuur... 10 2.1.5 Netwerken... 11 2.1.6 Belevingswaarde... 11 2.2 Randvoorwaarden en uitgangspunten... 11 2.2.1 Doelstellingen... 11 2.2.2 Regulier beheer en aanvullend beheer vanuit rivierveiligheid... 12 2.2.3 Sedimentbeheer... 12 2.2.4 Beheerkosten... 13 2.2.5 Wet- en regelgeving Natuur... 13 2.3 Interventiewaarden methode... 13 2.3.1 Methode... 13 2.3.2 Toepassing deelgebied Middelwaard... 15 2.3.3 Beheerruimte... 15 3 Beheer en onderhoud...17 3.1 Algemeen... 17 3.2 Laaggelegen weide en onvergraven weide... 17 3.2.1 Algemeen... 17 3.2.2 Streefbeeld... 17 3.2.3 Vegetatiebeheer... 18 3.2.4 Sedimentbeheer... 19 3.3 Rivieroever... 20 3.3.1 Algemeen... 20 3.3.2 Streefbeeld... 20 3.3.3 Vegetatiebeheer... 20 3.3.4 Sedimentbeheer... 21 3.4 Ooibos... 21 3.4.1 Algemeen... 21 3.4.2 Streefbeeld... 21 3.4.3 Vegetatiebeheer... 21 3.5 Waterpartijen en natuurvriendelijke oevers... 22 3.5.1 Algemeen... 22 3.5.2 Streefbeeld... 22 3.5.3 Vegetatiebeheer... 22 3.5.4 Sedimentbeheer... 23 3.6 Veerstoep (en recreatieve plek)... 23 3.6.1 Algemeen... 23 3.6.2 Streefbeeld... 23 3.6.3 Beheer kunstwerk... 23 3.7 Wegen en paden... 24 3.7.1 Algemeen... 24 3.7.2 Streefbeeld... 24 3.7.3 Beheer kunstwerk... 24 3.8 Terreinmeubilair... 24 3.8.1 Algemeen... 24 3.8.2 Beheer terreinmeubilair... 25 3 9 maart 2012 versie 2a

4 Extra beheereffecten buiten het beheergebied...26 4.1 Inleiding... 26 4.2 Scheepvaart... 26 4.2.1 Aanzanding zomerbed... 26 4.2.2 Dwarsstroming... 26 4.3 Kunstwerken... 27 4.4 Waterstandeffect op de bandijk/hoge gronden... 27 5 Monitoring en risicobeheersing...28 5.1 Inleiding... 28 5.2 Monitoring... 28 5.3 Risico-inventarisatie en risicobeheersing... 29 6 Kostenaspecten...31 6.1 Inleiding... 31 6.2 Eenheidsprijzen verschillende maatregelen... 31 6.3 Kostenoverzicht Middelwaard... 33 Bijlage 1: Definitief Ontwerp...34 Bijlage 2: Interventiekaart...35 Bijlage 3: Inrichtingskaart...36 Bijlage 4: Beheerverklaringen...37 Bijlage 5: Tabel vegetatie-eenheden 4 Maatregelen Nederrijn...39 Bijlage 6: Natuurdoeltypenkaart...43 Bijlage 7: Beheereenhedenkaart...44 Bijlage 8: Belanghebbende partijen per beheereenheid...45 Bijlage 9: Kostentabel beheermaatregelen Uiterwaardverlaging Middelwaard`...46 Bijlage 10: Kostentabel monitoringsmaatregelen Uiterwaardverlaging Middelwaard`...47 4 9 maart 2012 versie 2a

1 Inleiding 1.1 Kader In 1993 en 1995 hadden de Rijn en de Maas te kampen met zeer hoge waterstanden. Naar aanleiding van deze hoge waterstanden is gebleken dat de Rijntakken en de (bedijkte) Maas grotere hoeveelheden water af moeten kunnen voeren dan de hoeveelheid waarmee tot dusver rekening is gehouden. Omdat de dijken op de meeste plaatsen hierdoor niet aan de wettelijke veiligheidsnorm tegen overstromen voldoen, zijn maatregelen nodig. In 2000 heeft het kabinet het Rijksprogramma Ruimte voor de Rivier gekozen als uitgangspunt voor een nieuwe aanpak van hoogwaterbescherming: in plaats van het verhogen en versterken van dijken, moet de rivier meer ruimte krijgen. Daarbij is als uitgangspunt genomen geen dijkversterking, tenzij. Dit Rijksprogramma heeft geleid tot de Planologische Kernbeslissing (PKB) Ruimte voor de Rivier (december 2006, op 26 januari 2007 in werking getreden) die bestaat uit negenendertig samenhangende maatregelen, het Basispakket, dat de rivier meer ruimte moet geven. De doelstellingen die ten grondslag liggen aan PKB Ruimte voor de Rivier zijn: het vergroten van de veiligheid door het op het vereiste niveau brengen van de bescherming van het rivierengebied tegen overstromingen; het leveren van een bijdrage aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied. Het project 4 Maatregelen Nederrijn heeft betrekking op een viertal maatregelen uit het Basispakket, te weten: 1. uiterwaardvergraving Doorwerthse Waarden; 2. uiterwaardvergraving Middelwaard; 3. uiterwaardvergraving De Tollewaard; 4. obstakelverwijdering Elst. Dit Beheer- en Onderhoudsplan heeft betrekking op deelgebied Uiterwaardvergraving Middelwaard. Figuur 1.1 Overzichtskaartje Uiterwaardvergraving Middelwaard 1.2 Maatregel Uiterwaardvergraving Middelwaard 5 9 maart 2012 versie 2a

De Middelwaard wordt overwegend gekenmerkt door een open cultuurlandschap. De uiterwaard wordt doorsneden door een brug op pijlers en een kort bruggenhoofd van de brug waarmee de provinciale weg Ochten-Veenendaal (N233) de Nederrijn kruist. In het westelijk deel van de uiterwaard bevinden zich een bedrijventerrein en plassen met een kleine industriehaven. Vanuit het streefbeeld voor de Nederrijn is het maaiveld verlaagd, waarmee de mogelijkheid is ontstaan voor moerasontwikkeling. Om de benodigde waterstanddaling te bereiken, is de aanwezige perceelsloot parallel aan de dijk in het midden van de uiterwaard uitgegraven. Hierbij is de huidige strakke vorm van de sloot aangehouden en zijn natuurlijke oevers aan de sloot toegevoegd. Naast het vergraven van de perceelsloot, heeft er integrale maaiveldverlaging plaatsgevonden en zijn de zomerkades verwijderd. De gebruiksfunctie is van landbouw omgezet naar natuur. De uiterwaardvergraving Middelwaard is het onderwerp van dit beheerplan. Voor deze maatregel is een ontwerpproces doorlopen, waarbij verschillende varianten zijn ontwikkeld om de veiligheid en de ruimtelijke kwaliteit in het gebied te verbeteren. Door Rijkswaterstaat-PDR is daaruit een voorkeursvariant gekozen. Deze bestaat uit meerdere ingrepen in het projectgebied, die door Boskalis in 2011 verder uitgewerkt zijn tot een Definitief Ontwerp. De ingrepen worden vervolgens in de periode 2012-2013 uitgevoerd. Dit beheer- en onderhoudsplan maakt onderdeel uit van het Definitief Ontwerp en is geschreven voor de periode na voltooiing. Er is bij de beschrijving dus vanuit gegaan dat de werkzaamheden reeds zijn uitgevoerd. Het is bedoeld als onderbouwing voor het beheer en onderhoud, dat uitgevoerd zal worden door de terrein- en object-beherende organisaties. Een bijbehorend beheercontract geeft het beheer- en onderhoudsplan een juridische status. NB: Ten tijde van het opstellen van dit beheerplan waren nog geen beheercontracten opgesteld. Wel hebben de betrokken partijen de intentie aangegeven de aan hen toegewezen eenheden te beheren. De beheercontracten worden opgesteld alvorens de locatie wordt opgeleverd. Figuur 1.2: Luchtfoto deelgebied Middelwaard 1.3 Gebiedsbeschrijving Het deelgebied Middelwaard ligt op de zuidelijke oever van de Nederrijn, tegenover Rhenen. Het omvat het gebied tussen de primaire kering en de kribben in de rivier (de grens ligt bij de wortel van de kribben). Aan de westelijke zijde grenst de Middelwaard aan De Tollewaard. Ten zuiden van de Middelwaard ligt buitendijks een bedrijventerrein dat geen onderdeel uitmaakt van dit deelgebied. Aan de westelijke zijde liggen twee voormalige stortplaatsen, ook deze zijn niet meegenomen in het ontwerp van dit deelgebied. Het gebied moet een natuurlijke uiterwaard gaan vormen, die tevens gebruikt kan worden voor extensieve recreatie, zoals het maken van ommetjes. Het Definitief Ontwerp is onderverdeeld in objecten. In dit beheerplan zijn soms objecten samengenomen of gesplitst, vanwege praktische overwegingen voor de beheerder. De nieuwe indeling van dit beheerplan is daarom in beheereenheden in plaats van in objecten (Figuur 1.3). 6 9 maart 2012 versie 2a

Het gebied is voor het beheer onder te verdelen in de volgende natuurlijke beheereenheden: laaggelegen weide en onvergraven weide, ooibos, waterpartijen en natuurvriendelijke oevers en de (natuurvriendelijke) rivieroever (Figuur 1.3). Daarnaast liggen in het gebied een veerstoep en recreatieve plek. Door het gebied loopt een struinpad over de zomerkade en door de laaggelegen weide. Dwars op het gebied staat de Rijnbrug, de brug van de N233 die Kesteren verbindt met Rhenen. Deze brug maakt geen onderdeel uit van dit beheerplan. Onderstaande beheereenhedenkaart verbeeldt de ligging van de verschillende beheereenheden in het gebied. Figuur 1.3 Beheereenhedenkaart van deelgebied Middelwaard (zie ook bijlage 2) Tabel 1 geeft een overzicht van de eigenaar en de verantwoordelijken voor beheerder en onderhoud per beheereenheid. Tabel 1 Overzicht eigenaar, beheerder en verantwoordelijke onderhoud per beheereenheid Beheereenheid Eigenaar Beheer Onderhoud Laaggelegen weide en onvergraven weide Stichting Het Geldersch /partic ulier Stichting Het Geldersch /particulier Stichting Het Geldersch /particulier Ooibos Waterpartijen en natuurvriendelijke oevers Rivieroever Veerstoep en recreatieve plek Wegen en paden Terreinmeubilair Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Rijkswaterstaat Oost-NL; erfpacht Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Gemeente Buren Gemeente Buren Gemeente Buren Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch 7 9 maart 2012 versie 2a

Verschillende partijen hanteren verschillende definities voor de gebruikte termen: beheer, onderhoud en monitoring. In dit beheer- en onderhoudsplan hanteren wij de volgende definities voor de genoemde begrippen: Beheer Onderhoud Monitoring bepalen, organisatie en coördinatie van activiteiten die nodig zijn om de doelen die gesteld zijn voor een beheereenheid te behalen is het totaal van fysieke activiteiten dat als doel heeft het in een aanvaardbare conditie houden of terugbrengen van een object teneinde de functionaliteit van het te onderhouden goed te borgen Monitoring is het systematisch meten, op vooraf vastgestelde momenten of intervallen, van bepaalde condities met als doel deze te volgen of bewaken zodat veranderingen zichtbaar worden. 1.4 Brondocumenten en gesprekken De informatie uit dit rapport is deels afgeleid uit literatuur, deels is die ook tot stand gekomen op basis van gesprekken met de eigenaren en beoogd toekomstig beheerders van het deelgebied Middelwaard. De rapporten die zijn gebruikt zijn (in willekeurige volgorde): Vraagspecificatie deel 1, Uiterwaardvergraving Middelwaard. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Oost-Nederland, 2011. Stromingsweerstand vegetatie in uiterwaarden, Deel 1 Handboek. RIZA rapport 2003.028. Arnhem, 2003. Stromingsweerstand vegetatie in uiterwaarden, Deel 2 Achtergronddocument. RIZA rapport 2003.029. Arnhem, 2003. Rademakers, J, 2011: Methodiek interventie-waarden. Een aanzet tot een generieke methodiek voor het vastleggen van de maximaal toelaatbare vegetatiedichtheid in uiterwaarden. Jos Rademakers Ecologie en Ontwikkeling, Oijen. Concept. Aangepast 14 december 2011 Rademakers, J, 2011: Optimalisatie tabel interventiewaarden Beheerplan Deventer. Jos Rademakers Ecologie en Ontwikkelng, Oijen. Handboek Natuurdoeltypen, Rapport expertisecentrum LNV nr. 2001/020. Wageningen, 2001. Definitief Ontwerp Deelgebied Middelwaard, 4 Maatregelen Nederrijn. Boskalis, 2012 Voor het opstellen van dit beheerplan is overleg gevoerd met de volgende belanghebbende partijen: Datum Organisatie Persoon Relatie 12-01-2012 Rijkswaterstaat Oost Nederland Dhr. E. van Riel en Dhr. E. de Rooij Eigenaar van delen van het gebied 09-11-2011, 11-01-2012 Stichting Het Geldersch Dhr. W. Geraedts Beoogd eigenaar/beheerder van grote delen van het gebied, erfpachter van de rivieroever 12-12-2011 Waterschap Rivierenland Mevr. K. Oosters-de Boer Groot onderhoud van de primaire waterkering December 2011 Gemeente Buren Dhr. H. Stam Eigenaar, beheer en onderhoud van de veerstoep en recreatieve plek De betrokken partijen hebben aangegeven de intentie te hebben om de aan hen toegewezen eenheden te beheren. Deze verklaringen zijn opgenomen in bijlage 4. In de toekomst zal het beheer en onderhoud vastgelegd worden in beheerovereenkomsten. 1.5 Leeswijzer Het eerste hoofdstuk van dit beheer- en onderhoudsplan van Uiterwaardvergraving Middelwaard heeft het kader van de ontwikkelingen in het gebied en dit rapport geschetst. Hoofdstuk 2 gaat verder in op de beoogde streefbeelden voor het gebied op het vlak van hoogwaterbescherming, ruimtelijke kwaliteit en natuur. Daarnaast worden ook de uitgangspunten en randvoorwaarden van het beheer beschreven en de gevolgde interventiewaardenmethodiek voor het bepalen van de maximaal toegestane vegetatie vanuit het oogpunt van hoogwaterveiligheid. 8 9 maart 2012 versie 2a

Hoofdstuk 3 beschrijft het beheer per beheereenheid in het gebied, uitgesplitst in vegetatiebeheer, sedimentbeheer en het beheer van kunstwerken en terreinmeubilair. Het tijdelijk beheer tijdens de aanlegfase is beschreven in hoofdstuk 4. De monitoring, evaluatie en risico s van het beheer worden uiteengezet in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 tenslotte schetst een beeld van de kosten van het beheer en onderhoud zoals het in dit beheerplan is beschreven. In de bijlagen zijn tenslotte de verschillende kaarten opgenomen, zoals deze gebruikt zijn in dit rapport., de beheerverklaringen en de tabel met structuurtypen, zoals gehanteerd bij de interventiewaardenmethode. 9 9 maart 2012 versie 2a

2 Streefbeeld en uitgangspunten 2.1 Streefbeeld Voor de Uiterwaardvergraving Middelwaard zijn door Rijkswaterstaat in de vraagspecificatie de streefbeelden omschreven waaraan de inrichting van het gebied moet voldoen. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van deze streefbeelden. 2.1.1 Hoogwaterbescherming Het project Uiterwaardvergraving Middelwaard dient de maatgevende hoogwaterstand te verlagen met tenminste 3,0 centimeter ter hoogte van de Nederrijn km 907,2-908,2. De maatregel Middelwaard moet daarbij de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied verbeteren en de landschappelijke, ecologische, aardkundige en cultuurhistorische waarden moeten behouden en/of ontwikkeld worden. 2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit De Middelwaard is een smalle uiterwaard, die ruimtelijk dicht bij de stad Rhenen en de stuwwal ligt. De brug doorsnijdt de Middelwaard in twee gelijk delen. Belangrijk doel was om de samenhang in de lengte en dwarsrichting van het gehele rivierbed en de uiterwaard zelf te versterken. Dat is op een zorgvuldige, relatief kleinschalige wijze gedaan. Er zijn geen geulen gegraven, maar plaatselijk zijn verhogingen in het maaiveld afgegraven. Er is een reeks van waterplassen van klein naar groot ontstaan die de belevingsen natuurwaarden vergroten. Bosstroken versterken de lengterichting van de uiterwaard. Een paar aandachtspunten waren belangrijk bij het ruimtelijk ontwerp: Het plangebied is lang en smal en kenmerkt zich door een grote polariteit. De oost- en westzijde zijn tegenpolen in ruimtelijke en functionele zin. Maar ook de noord- en zuidzijde zijn tegenpolen. Het oude centrum van de stad Rhenen kijkt uit over een bedrijventerrein in de uiterwaard. En de beboste stuwwal grenst aan de open agrarische waard. De extremen worden benadrukt door de aanwezige brug van de N233 die de Middelwaard halverwege (op pijlers) doorkruist. De ontwikkeling van het bedrijventerrein is een punt van zorg voor velen. De uitvoering van de rivierverruiming is niet afhankelijk van deze ontwikkeling door derden. Belangrijke doelen voor het bereiken van ruimtelijk kwaliteit waren: het maken van meer samenhang in het westelijke en oostelijke deel van de uiterwaard, het beter inpassen van het bedrijventerrein voor zover mogelijk, het vergroten van de oeverdynamiek op de oeverstrook en het landschap in algemene zin beter beleefbaar en toegankelijk te maken. Het beter toegankelijk maken van de uiterwaard was een grote wens van de lokale gemeenschap, waaronder die van Rhenen. Hierbij is er echter voor gewaakt dat natuurwaarden niet zijn geschaad. 2.1.3 Natuur In het natuurlandschap was het streven om een grote samenhangende natuureenheid te maken. Het afgraven van de zomerkade bij de in- en uitstroomopening was aanleiding om meer natuurwaarden te realiseren. Het bekade deel van de polder zal vaker omstromen, waardoor nieuwe natuur ontstaat. Door bos, riet en water evenwijdig aan de rivier in de uiterwaard te situeren is de samenhang tussen het oostelijke en westelijke deel vergroot. Door de waterplassen van groot naar klein te laten verlopen is er ook ritmiek bereikt. De meest oostelijke waterplassen zijn geïsoleerd van het rivierwater om zo de hoogst mogelijke ecologische kwaliteit te bereiken. In de stroomluwte van het landhoofd van de brug is ooibos gerealiseerd. Dit heeft geen invloed op de waterdoorstroom, en legt het achterliggende bedrijventerrein (kijkend vanaf de brug) iets meer in de schaduw. De onvergraven uiterwaard in de westelijke hoek naast de veerweg is in ecologisch en geomorfologisch optiek waardevol en is onvergraven gebleven. Hier deed zich de gelegenheid voor om glanshaverhooilanden te ontwikkelen. De hele Middelwaard, exclusief het bedrijventerrein, is Natura2000-vogelrichtlijngebied. 2.1.4 Cultuur De ingrepen om meer ruimtelijke samenhang te krijgen in het cultuurlandschap, zijn geconcentreerd in de nabijheid van de brug, het bedrijventerrein en de waterplas. Deze zijde is de drukke, dynamische zijde van de Middelwaard. Hier ligt het accent op bedrijvigheid en recreatie. Aan de westelijke zijde van de Middelwaard is ook de iets intensievere recreatie een plek gegeven. Hier bevindt zich de oude veerstoep aan de rivier, daarbij is een recreatieve plek ingericht. 10 9 maart 2012 versie 2a

Aan de oostzijde van de brug liggen de accenten op natuur en recreatief medegebruik. De verlaagde rivieroever en het (ooi)bos, dat deels in smalle stroken aan weerszijden van de brug aangelegd is, zijn elementen die de samenhang aan weerszijden van de brug versterken. Om de lengtemaat van de Middelwaard zo groot te maken, loopt de laaggelegen weide zo ver als mogelijk in westelijke richting, onder de brug door. In de laaggelegen weide accentueren natuurvriendelijk ingerichte oevers van waterpartijen de langgerektheid eveneens. Bij de inrichting was het onderscheid in de beeldtaal tussen natuur- en cultuurelementen van belang. Dit is bereikt door het (cultuurlijke) bedrijventerrein te laten contrasteren met de natuurlijke waterrijke en grazige omgeving. Ruimtelijke overgangen in het cultuurlandschap zijn steil gesneden en duidelijk zichtbaar. Het bedrijventerrein is daarom scherp begrensd waar het niet aan het ooibos grenst. Natuurlijke overgangen zijn vloeiend. De verlaagde rivieroever vormt over grote lengte een nieuwe overgang van de rivier naar de uiterwaard. Door het verwijderen van steenbestorting tussen de kribben en door het verlagen van de rivieroever is de overgang zachter dan in de huidige situatie. Het geheel heeft een natuurlijker aanblik gekregen. De zomerkade in de Middelwaard is op sommige delen geheel afgegraven. 2.1.5 Netwerken Door de aankoop en herinrichting van verschillende gronden is er een bescheiden netwerk gerealiseerd. Alleen het westelijke deel van de winterdijk is voor (doorgaand) gemotoriseerd verkeer toegankelijk. Het oostelijke deel alleen voor fietsers en voetgangers. Deze scheiding is aangegrepen om recreatief medegebruik in de oostelijke deel te beperken tot een struinpad over het huidige en voormalige tracé van de zomerkade. In de westelijke hoek ligt de oude veerstoep van de pont naar Rhenen. De veerweg is verlaagd tot het niveau van het omringende maaiveld om de waterafvoer te vergemakkelijken. De veerstoep blijft bereikbaar omdat het een prachtig uitzicht biedt en de mogelijkheid bestaat dat er nog eens een pont in de vaart genomen wordt. Een fietsroute door de Marspolder (Remsestraat) komt bij de veerstoep uit. Deze route door de Marspolder is een alternatieve fietsroute voor de dijk, die over dit traject druk bereden wordt. Op de veerstoep is een bescheiden recreatieve plek aan het water gemaakt. Het vergroten van de toegankelijkheid van de uiterwaard voor wandelaars en eventueel fietsers, is een middel om de belevingswaarde van het landschap te vergroten. Ook zijn doorgangen in de vorm van eenvoudige poortjes en overstapjes gerealiseerd. In alle gevallen is een voetpad in de uiterwaard een onverhard (struin)pad, dat alleen één of twee keren per jaar gemaaid wordt. Het consistent doorvoeren van een principe heeft een nieuwe beeldtaal voor het buitendijkse wandelpad opgeleverd. 2.1.6 Belevingswaarde De belevingswaarde van het plangebied hangt met twee zaken samen: toegankelijkheid en zichtbaarheid. Het zicht naar de kerktoren van Rhenen is vanuit de wijde omgeving het meest opvallend. Vanaf de brug blijft de toren zichtbaar, ondanks de aanplant van enkele stroken ooibos. In het bedrijventerrein zijn enkele doorzichten om te voorkomen dat het bedrijventerrein tot een lange wand dichtgroeit. Dat zou het karakter van het riviergebied te zeer aanpassen. Vanaf de dijk blijft de rivier met achterliggende stad en kerktoren zichtbaar en ook blijven vanaf de overkant zichten naar de polder mogelijk. 2.2 Randvoorwaarden en uitgangspunten 2.2.1 Doelstellingen Te allen tijde tijdens het beheer moet worden voldaan aan de doelstellingen op het gebied van rivierveiligheid, natuur en ruimtelijke kwaliteit. De streefbeelden moeten in stand gehouden worden. De belangrijkste doelstellingen zijn: Het project Middelwaard dient de maatgevende hoogwaterstand te verlagen met tenminste 3,0 centimeter ter hoogte van de Nederrijn km 907,2-908,2. De ruimtelijke kwaliteit van het projectgebied dient te worden verbeterd. De landschappelijke, ecologische, aardkundige en cultuurhistorische waarden dienen behouden en/of ontwikkeld te worden. Het project Middelwaard moet passen binnen Natura2000. 11 9 maart 2012 versie 2a

De natuurontwikkeling moet passen binnen de Ecologische Hoofdstructuur. De sterkte, stabiliteit en erosiebestendigheid van de brug van de N233 dient tijdens en na realisatie altijd gegarandeerd te zijn. De beoogde natuurdoeltypen zijn aangegeven in bijlage 6. Vanaf de stuwwal is in het gebied een diepe kwelstroom aanwezig. Door de toepassing van klei wordt ervoor gezorgd dat de kwelstroom niet beïnvloed wordt. De uitvoering van beheer en onderhoud moet plaatsvinden binnen de kaders die gesteld worden door het vigerende projectplan en vergunningen. Het beheerplan is zo opgesteld dat hier aan voldaan wordt. Het beheerplan (inclusief interventiekaart) is daarmee tevens een toetsinstrument, op basis waarvan een schouw uitgevoerd kan worden. De totale beheerruimte voor de Middelwaard is 0,3 cm. Deze is voor 0,15 cm verwerkt in de interventiekaart. Ten tijde van het opstellen van de beheerovereenkomsten zal een definitieve interventiekaart gemaakt worden, waarin de gehele beheerruimte is opgenomen. Bij het beheer en onderhoud van de Middelwaard, mag de vegetatie niet verruigen ten opzichte van de interventiekaart. Mocht toch verruiging ontstaan, dan kan mogelijk niet meer aan de werktaakstelling voor de Middelwaard en mogelijk ook niet voor de taakstelling van de Doorwerthse Waarden voldaan worden. De beheerruimte is daarmee zeer beperkt en dient nauwkeurig gemonitord te worden door de beheerder. Bij het beheer en onderhoud van kunstwerken dient tevens voldaan te worden aan de wettelijke eisen (bijv. Bbi melding, Wtr melding et cetera). 2.2.2 Regulier beheer en aanvullend beheer vanuit rivierveiligheid Bij het beheer van de uiterwaarden wordt een onderscheid gemaakt tussen regulier beheer, zoals dat wordt uitgevoerd om aan de natuurdoelstellingen, de instandhouding van kunstwerken, cultuurelementen en terreinmeubilair en aan wetgeving te voldoen. Daarnaast wordt ook aanvullend beheer toegepast om aan de eisen voor waterstanddaling uit het Programma Ruimte voor de Rivier te voldoen. Als basis voor het aanvullend beheer wordt de interventiekaart gebruikt (zie Figuur 2.3), die aangeeft op welk moment tijdens het beheer ingegrepen moet worden om de hoogwaterveiligheid te waarborgen. In de beschrijving van het beheer per beheereenheid wordt onderscheid gemaakt tussen regulier en aanvullend beheer. 2.2.3 Sedimentbeheer Voor het beheer van het sediment is het belangrijkste doel om te blijven voldoen aan de beoogde waterstanddaling (zie paragraaf 2.2.1) en om de streefbeelden te handhaven. Als gevolg van de stroming in de rivier bij hoogwater kan zowel sedimentatie als erosie optreden. Er zijn morfologische modelberekeningen uitgevoerd voor de volgende scenario s: Debiet Bovenrijn bij Lobith (m3/s) Herhalingsfrequentie 4000 ± 20 dagen per jaar 6000 1/jr 10000 1/10 jr 160000 (maatgevend hoogwater) 1/1250 jr Uit de modelberekeningen (zie ontwerpnota Definitief Ontwerp, NR-RAP-107-1d) blijkt dat het niveau van sedimentatie in het deelgebied verwaarloosbaar is. De vaargeul van de rivier valt niet binnen dit beheerplan. De in het gebied aanwezige kleiige grond welke vrijkomt bij de werkzaamheden wordt in de toekomstige situatie wederom toegepast als deklaag. Deze deklaag met grasbekleding wordt net als in de huidige situatie geacht voldoende erosiebestendig te zijn. Wel kunnen specifieke plekken gevoeliger zijn voor sedimentatie of erosie, vanwege stromingspatronen van de rivier. Per beheereenheid wordt vermeld wat de aandachtspunten met betrekking tot sedimentbeheer zijn. Ook is per eenheid vermeld welk sedimentbeheer vanuit de Keur of vanuit de dekking van leidingen nodig is. Alleen bij maatgevend hoogwater zijn stroomsnelheden zodanig hoog dat erosie van de uiterwaard, zomerkade, oevers of rondom constructies mogelijk is. Dit is zowel in de huidige situatie als na de werkzaamheden het geval. Het beheer dient hierop te worden afgestemd. 12 9 maart 2012 versie 2a

De pijlers van de brug worden gelijk belast door stroming als in de referentiesituatie. De teen van de dijk, aan de oostelijke kant van het gebied, krijgt iets hogere stroomsnelheden te verduren, maar er wordt vanuit gegaan dat de bescherming daar zowel nu als in de toekomst afdoende is. Hieruit wordt geconcludeerd dat de uiterwaard na uitvoering van de werkzaamheden met toepassen van de hierboven beschreven maatregelen dezelfde bescherming tegen erosie heeft als nu het geval is. 2.2.4 Beheerkosten De beheerkosten kunnen op twee manieren onderverdeeld worden. Enerzijds is er een scheiding aan geldstromen tussen het regulier beheer en het aanvullend beheer vanuit het Ruimte voor de Rivier programma. Voor het onderscheid tussen regulier en aanvullend beheer, zie paragraaf 2.2.2. Daarnaast kan ook onderscheid gemaakt worden tussen het beheer van de vegetatie en het beheer van het sediment in het gebied. De beschrijving per beheereenheid is daarom onderverdeeld naar vegetatie- en sedimentbeheer. 2.2.5 Wet- en regelgeving Natuur In 2011 is de flora en fauna in het gebied voor de start van de werkzaamheden geïnventariseerd. Uit deze inventarisatie blijkt dat in het plangebied voor de inrichting geen streng beschermde soorten voor kwamen. Naar verwachting zullen zich vrij snel na de inrichting reeds bijzondere soorten in het gebied vestigen. Voor deze soorten geldt dat het beheer dient uitgevoerd te worden conform een goedgekeurde gedragscode. Het deelgebied Middelwaard maakt in zijn geheel onderdeel uit van het ontwerp Natura2000-gebied Uiterwaarden Nederrijn. Ter hoogte van Middelwaard is dit een Vogelrichtlijngebied. Dit beheer- en onderhoudsplan zal gebruikt worden als input voor het nog op te stellen beheerplan voor dit Natura2000-gebied. Figuur 2.1 Ligging Ontwerp Natura2000-gebied 'Uiterwaarden Nederrijn' 2.3 Interventiewaarden methode 2.3.1 Methode Om invulling te geven aan de eisen vanuit hoogwaterveiligheid is gekozen om gebruik te maken van de interventiewaarden-methode, zoals beschreven in de notities Methodiek interventie-waarden (Rademakers, 2011) en Optimalisatie tabel interventiewaarden Beheerplan Deventer (Rademakers, 2010) In deze artikelen is de gehanteerde methode uiteengezet die is toegepast in het beheer- en onderhoudsplan van het Ruimte voor de Rivier project Deventer. Deze beschrijving had tevens tot doel om als leidraad te dienen voor andere beheerplannen. 13 9 maart 2012 versie 2a

De interventiewaarden-methode is gebaseerd op de hydraulische ruwheid van de vegetatie. De ruwheid is een maat voor de mate waarin de vegetatie de doorstroming van de rivier zal belemmeren. Zo zal een dichte heg een grotere opstuwing geven dan een open grasland. Bij het opstellen van de inrichtingskaart is de ruwheid gebruikt om de inrichting zo af te stemmen dat de benodigde waterstanddaling gehaald wordt. De interventiewaarden-methode wordt gebruikt om de speelruimte te bepalen die de beheerder heeft om de vegetatie in het gebied te beheren c.q. onderhouden. De interventiekaart beschrijft dus de randvoorwaarden waarbinnen het beheer moet worden gevoerd. De methode is gebaseerd op twee kaarten: enerzijds de inrichtingskaart die aangeeft hoe de vegetatie er na de inrichting naar verwachting uit komt te zien. Deze inrichtingskaart is een vertaling van de vegetatie in het ontwerp in de vegetatieeenheden uit het Handboek Stromingsweerstand in Uiterwaarden (RIZA, 2003). Daarnaast een interventiekaart, die aangeeft wat de maximaal toelaatbare ruwheid (in de vorm van vegetatiestructuurtypen) is, waarbij de beoogde waterstanddaling nog gerealiseerd kan worden. Het verschil tussen beide kaarten geeft de speelruimte aan die de beheerder heeft om af te wijken van de inrichtingskaart, zonder dat de hoogwaterveiligheid in het geding komt. De op de interventiekaart aangeduide interventiewaarden vormen daarbij ook het uitgangspunt voor de rivierkundige toetsingen en vergunningverlening (Waterwet). Als voorbeeld: op een grasland dat extensief begraasd wordt, kan een ontwikkeling van struweel plaatsvinden, wat vanuit ecologisch oogpunt waardevol is. Als dit gebied op de interventiekaart is aangegeven met het type productiegrasland betekent dit dat het vanuit hoogwaterveiligheid nodig is om het struweel toch weg te halen; het grasland moet dan voor de winter worden gemaaid tot maximaal 6 cm hoog. Als het gebied op de interventiekaart echter is aangeduid als zachthoutooibos betekent dit dat een ontwikkeling van het grasland tot maximaal bos toegestaan is vanuit hoogwaterveiligheid. In dit geval kan de beheerder het struweel laten staan. In delen van het gebied die vanuit hoogwaterbescherming minder van belang zijn, kan het verschil tussen inrichtingskaart en interventiekaart groot zijn. Zo wordt een grasland (inrichtingskaart) op een overstromingsvrij gebied op de interventiekaart als zachthoutooibos aangegeven, de hoogste ruwheidsklasse, zodat er maximale speelruimte voor de beheerder is. In een deel van het gebied waar de grootte van de doorstroomcapaciteit kritiek is voor het realiseren van de van de beoogde waterstanddaling, zal de interventiekaart niet of nauwelijks afwijken van de vegetatie van de inrichtingskaart. De beheerder heeft hier (bijna) geen ruimte om af te wijken van de inrichtingskaart en er kunnen daardoor zelfs aanvullende eisen aan het beheer opgelegd worden, zoals in bovenstaand voorbeeld. Waar het regulier landgebruik niet of niet altijd garant kan staan voor het handhaven van de vegetatie op de interventiekaart zal periodiek aanvullend beheer (interventies) onvermijdelijk zijn. De vegetatie is onderverdeeld in een beperkt aantal klassen; vegetatie-eenheden. De tabel in bijlage 5 toont de vegetatie-eenheden, zoals die bij de 4 Maatregelen Nederrijn van belang zijn bij de uitwerking. Aan elke eenheid is een gemiddelde ruwheidswaarde van de vegetatie toegekend, gebaseerd op hydraulische studies die zijn beschreven in het Handboek stromingsweerstand in uiterwaarden (RIZA, 2003). Elke vegetatie-eenheid omvat verschillende typen uit dit handboek en de ruwheid van de vegetatie-eenheid is gebaseerd op het type met de hoogste ruwheidswaarde. De R-code en K-waarde die hiermee overeenkomen zijn ook aangegeven. Van elke eenheid is vervolgens een ecologische omschrijving gegeven van hoe de vegetatie er waarschijnlijk uit komt te zien, gebaseerd op de condities in het gebied. Bij kritische ontwikkeling weerstandbepalende eigenschappen is aangegeven welke ontwikkeling van de vegetatie binnen deze eenheid de hoogwaterveiligheid in gevaar kan brengen; wat het risico is. Het optreden van een dergelijke kritische ontwikkeling betekent dus dat er ingegrepen moet worden. De interventiewaarde tenslotte geeft aan wat de maximaal toelaatbare vegetatiedichtheid is voor de klasse en welke maatregelen genomen moeten worden om te zorgen dat deze waarde niet overschreden wordt. Voor de 4 Maatregelen Nederrijn zijn de interventiekaarten opgesteld op basis van de hydraulische rivierkundige toetsing. In deze toetsing is onderzocht in hoeverre de ruwheid kan toenemen binnen de te realiseren waterstanddaling (werktaakstelling). In een eerste fase is de inrichtingskaart doorgerekend. Vervolgens is een hogere ruwheid ingevoerd voor alle gebieden, waar dit zonder rivierkundige consequenties mogelijk is (en dit binnen de inrichtings- en beheerkeuzes past). 14 9 maart 2012 versie 2a

Zo zijn bijvoorbeeld alle terreindelen die niet onder water komen te staan bij hoogwater (dit zijn niet noodzakelijkerwijs terreinen waar een hoogwatervrije vergunning op rust), opgenomen als het type met de hoogste vegetatiedichtheid; zachthoutooibos, omdat de doorstroming hier niet belemmerd kan worden. 2.3.2 Toepassing deelgebied Middelwaard De inrichtingskaart en de interventiekaart voor dit beheerplan zijn enigszins aangepast ten opzichte van de kaarten die in de hydraulische onderbouwing van het definitief Ontwerp zijn gebruikt. Op de kaarten in dit beheerplan zijn alleen die gebieden aangegeven, waarvoor in dit plan ook daadwerkelijk het beheer beschreven wordt. Ook op enkele andere punten wijken de kaarten af van de hydraulische onderbouwing, maar de afwijkingen zijn altijd hydraulisch gunstig. Figuur 2.2 Inrichtingskaart Middelwaard (zie ook bijlage 3) Figuur 2.3: Interventiekaart Middelwaard (zie ook bijlage 2) 2.3.3 Beheerruimte De werktaakstelling van de Middelwaard is 3,0 cm. Op basis van hydraulische berekeningen is bepaald dat door een inrichting volgens de inrichtingskaart een waterstanddaling van 3,3 cm gerealiseerd wordt. Er wordt dus 0,3 cm extra waterstanddaling gerealiseerd ten opzichte van de taakstelling. Deze 0,3 cm kan gebruikt worden als beheerruimte. Een vegetatie die overeenkomt met de interventiekaart levert een waterstanddaling van 3,15 cm op. Naast de 0,15 cm die is verwerkt in de interventiekaart, is dus nog 0,15 cm beheerruimte beschikbaar. De maatregelen die benedenstrooms worden uitgevoerd, leveren daarnaast ook een waterstandsdaling bovenstrooms op (zogenaamde overruimte). Voor de Middelwaard is er vanuit de maatregelen Elst en Tollewaard een overruimte van 0,5 cm. Deze overruimte is echter niet los te zien van de overruimte in de naastgelegen gebieden. 15 9 maart 2012 versie 2a

Voor De Tollewaard is de overruimte reeds volledig benut. Voor het bovenstroomse Doorwerthse Waarden is er wel 0,4 cm overruimte beschikbaar. Voor Middelwaard of Doorwerthse Waarden geldt dat als in één van de twee gebieden de overruimte benut wordt als beheerruimte, dan levert dat een verkleining op van de overruimte in het andere gebied. Er is voor gekozen de overruimte in de Doorwerthse Waarden in te zetten, omdat daar geen beheerruimte is vanuit de inrichting van de Doorwerthse Waarden. De overruimte ter plaatse van de Middelwaard kan daarmee niet ingezet worden voor het beheer. De totale beheerruimte voor de Middelwaard is daarmee dus 0,3 cm. Deze is voor 0,15 cm verwerkt in de interventiekaart. Ten tijde van het opstellen van de beheerovereenkomsten zal een definitieve interventiekaart gemaakt worden, waarin de gehele beheerruimte is opgenomen. Bij het beheer en onderhoud van de Middelwaard, mag de vegetatie niet verruigen ten opzichte van de interventiekaart. Mocht toch verruiging ontstaan, dan kan mogelijk niet meer aan de werktaakstelling voor de Middelwaard en mogelijk ook niet voor de taakstelling van de Doorwerthse Waarden voldaan worden. De beheerruimte is daarmee zeer beperkt en dient nauwkeurig gemonitord te worden door de beheerder. Het beheerplan (inclusief de definitieve interventiekaart) zal gebruikt worden voor toetsing van het behalen van de taakstelling. 16 9 maart 2012 versie 2a

3 Beheer en onderhoud 3.1 Algemeen De laaggelegen weide en onvergraven weide en de rivieroever worden begraasd door grootvee tijdens het groeiseizoen. In het winterseizoen wordt indien nodig gemaaid. Stichting Het Geldersch volgt het beleid dat de kudde gescheiden gehouden wordt van de mensen. Daarom zijn de wandelpaden afgerasterd. Alleen ter plaatse van de oversteken onder de brug en naar verschillende delen van de rivieroever voor de kudde, kruisen vee en voetgangers elkaar. Beheereenheden die niet begraasd worden, zijn uitgerasterd. Jaarlijks na hoogwater wordt het gehele gebied geschouwd op erosie en indien nodig hersteld. Tijdens deze ronde wordt door de beheerder ook zwerfvuil, dat is ingespoeld, verwijderd. In bijlage 7 is een kaart opgenomen met de te onderscheiden beheerseenheden. In bijlage 8 zijn de belanghebbende partijen per beheerseenheid opgenomen. 3.2 Laaggelegen weide en onvergraven weide 3.2.1 Algemeen Deze beheereenheid bestaat uit de objecten laaggelegen weide en onvergraven weide uit het Definitief Ontwerp. De laaggelegen weide ligt tussen de primaire waterkering (Marsdijk) en de rivieroever en omvat ook de deels afgegraven kade. In het westen wordt de weide begrensd door de veerstoep. Ten westen van de veerstoep ligt het onderdeel onvergraven weide. Over de voormalige kade loopt een struinpad dat is afgerasterd. Het beheer van dit pad is opgenomen in paragraaf 3.7. Binnen de weide liggen enkele waterpartijen, natuurvriendelijke oevers, ooibossen en greppels/zaksloten. Het beheer van de waterpartijen, natuurvriendelijke oevers en greppels ertussen wordt beschreven in paragraaf 3.5. Het beheer van de kleinere greppels wordt in deze paragraaf beschreven. Het beheer van de ooibossen is beschreven in paragraaf 3.4. Aan beide zijden van de haven liggen voormalige vuilstortplaatsen met daarop grasland en op de meest oostelijke een wilgenbos. Deze zijn in eigendom van particuliere eigenaren. Ook ligt een deel van de weide op kavels van derden. Het regulier beheer van deze gronden wordt niet in dit beheerplan beschreven. Wel wordt beschreven hoe het aanvullend beheer eruit moet zien. Dwars op de laaggelegen weide ligt de Rijnbrug (N233). Het beheer en onderhoud van de brugpijlers wordt uitgevoerd door de Gemeente Buren (tevens eigenaar) en maakt geen onderdeel uit van dit beheerplan. Onderdeel Eigendom Beheer Onderhoud Laaggelegen weide (incl. greppels) Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Vuilstorten Particulier Particulier Particulier Kavels derden Particulier Particulier Particulier Onvergraven weide Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch 3.2.2 Streefbeeld In de laaggelegen weide is een deel van de aanwezige begroeiing verwijderd. Waardevolle bomen en begroeiing die in de stromingsluwte staan zijn blijven staan en zijn opgekroond tot een hoogte van circa 2 meter. Alle delen van de laaggelegen weide worden bereikbaar gehouden. Daartoe zijn waar nodig gronddammen in de bestaande greppels/zaksloten aangebracht. In het westelijke gedeelte van de laaggelegen weide is de veerdam verlaagd tot op de hoogte van het omringende maaiveld. 17 9 maart 2012 versie 2a

Door het te voeren beheer en door verlagen van de zomerkades, waardoor het gebied vaker dan nu overstroomt, komen in de laaggelegen weide de gewenste natuurdoeltypen tot ontwikkeling ('nat matig voedselrijk grasland, zilver- schoongrasland', 'moeras, subtypen a, droogvallend water en pioniermoeras en e: grote zeggenvegetaties, alles gericht op plas-dras'). 3.2.3 Vegetatiebeheer De laaggelegen weide bestaat uit de natuurdoeltypen nat, matig voedselrijk grasland/ zilverschoongrasland (NDT 3.32a) en moeras, droogvallend water en pioniermoeras (NDT 3.24a) en Grote zeggenmoeras (NDT 3.24 e). Zilverschoongrasland wordt (al dan niet jaarrond) beweid. Voor het beheer van het droogvallend water en pioniermoeras en grote zeggenmoeras is nietsdoen in veel gevallen voldoende. Bij droogvallend water en pioniermoeras kan ook extensieve begrazing toegepast worden. Bij het grote zeggenmoeras moet op den duur een twee- tot vierjaarlijkse herfstmaaibeurt worden toegepast om de opslag van houtige soorten te voorkomen. In dit beheerplan wordt voorgesteld om de laaggelegen weide jaarrond te beweiden. Vanuit hoogwaterveiligheid is het grootste deel van de laaggelegen weide op de interventiekaart aangegeven als structuurtype natuurlijk grasland en een deel als productiegrasland. De onvergraven weide is opgenomen als productiegrasland. Natuurlijk grasland betekent dat het een structuurrijk grasland moet zijn dat in het hoogwaterseizoen gemiddeld lager is dan 10 cm en vrij van houtige gewassen. Daarom moet jaarlijks voor de start van het hoogwaterseizoen op 15 oktober gemaaid worden, tenzij de gemiddelde lengte van de vegetatie reeds 10 cm is EN 95% van alle gras- en ruigtevegetaties korter is dan 20 cm. Productiegrasland betekent dat gedurende het hoogwaterseizoen een gesloten grasland moet vormen dat vlaksgewijs lager is dan 6 cm en vrij van houtige gewassen. Daarom moet jaarlijks voor de start van het hoogwaterseizoen op 15 oktober gemaaid worden, tenzij de gehele vegetatie al korter is dan 6 cm. De greppels in de laaggelegen weide mogen in de loop van de tijd verlanden en hoeven niet extra beheerd te worden. De greppels zijn ook opgenomen als productiegrasland op de interventiekaart. Productiegrasland betekent dat gedurende het hoogwaterseizoen een gesloten grasland moet vormen dat vlaksgewijs lager is dan 6 cm en vrij van houtige gewassen. Daarom moet jaarlijks voor de start van het hoogwaterseizoen (op 15 oktober) gemaaid worden, tenzij de gehele vegetatie al korter is dan 6 cm. Het deel van de laaggelegen weide dat op de vuilstorten is gelegen wordt meegenomen in het beheer van de laaggelegen weide. Hiervoor dienen door de beheerder afspraken gemaakt te worden met de eigenaar. Vanuit hoogwaterveiligheid zijn deze terreinen op de interventiekaart aangegeven als structuurtype productiegrasland. Dit betekent dat het gedurende het hoogwaterseizoen een gesloten grasland moet vormen dat vlaksgewijs lager is dan 6 cm en vrij van houtige gewassen. Daarom moet jaarlijks voor de start van het hoogwaterseizoen op 15 oktober gemaaid worden, tenzij de gehele vegetatie al korter is dan 6 cm. Het beheer van gronden in particulier eigendom wordt voortgezet, zoals in de periode voor realisatie. Deze terreinen zijn vanuit hoogwaterveiligheid opgenomen als natuurlijk grasland. Natuurlijk grasland betekent dat het een structuurrijk grasland moet zijn dat in het hoogwaterseizoen gemiddeld lager is dan 10 cm en vrij van houtige gewassen. Daarom moet jaarlijks voor de start van het hoogwaterseizoen op 15 oktober gemaaid worden, tenzij de gemiddelde lengte van de vegetatie reeds 10 cm is EN 95% van alle gras- en ruigtevegetaties korter is dan 20 cm. 18 9 maart 2012 versie 2a

In de volgende tabel zijn specifieke maatregelen benoemd met betrekking tot het vegetatiebeheer van deze beheereenheid: Onderdeel Regulier beheer Aanvullend beheer Laaggelegen weide (incl. kleinere greppels) Onvergraven weide Extensieve begrazing; voor deel grote zeggenmoeras: twee- tot vierjaarlijks houtige opslag verwijderen Type natuurlijk grasland: jaarlijks voor 15 oktober maaien, tenzij de gemiddelde lengte van de vegetatie reeds 10 cm is EN 95% vegetatie reeds korter is dan 20 cm Type productiegrasland: jaarlijks voor 15 oktober maaien, tenzij vegetatie reeds over gehele oppervlakte korter is dan 6 cm Extensieve begrazing Type productiegrasland: jaarlijks voor 15 oktober maaien, tenzij vegetatie reeds over gehele oppervlakte korter is dan 6 cm Vuilstorten Extensieve begrazing Type natuurlijk grasland: jaarlijks voor 15 oktober maaien, tenzij de gemiddelde lengte van de vegetatie reeds 10 cm is EN 95% vegetatie reeds korter is dan 20 cm Kavels derden Voortzetten van oude beheer Type natuurlijk grasland: jaarlijks voor 15 oktober maaien, tenzij de gemiddelde lengte van de vegetatie reeds 10 cm is EN 95% vegetatie reeds korter is dan 20 cm Type productiegrasland: jaarlijks voor 15 oktober maaien, tenzij vegetatie reeds over gehele oppervlakte korter is dan 6 cm 3.2.4 Sedimentbeheer Vanaf 10000m 3 /s afvoeren zijn er, zowel bij de referentiesituatie als na uitvoer van de maatregelen, stroomsnelheden bij de bovenstroomse ingang van de uiterwaard aanwezig tot 1 m/s en is kans op enige uitschuring van het terrein. Bij maatgevend hoogwater (16000m 3 /s bij Lobith) zijn de stroomsnelheden meer dan 1 m/s over grote delen van de uiterwaard. Uit de verschillenanalyse van de stroomsnelheden blijkt dat in de situatie voor uitvoering de stroomsnelheden bij vergelijkbare afvoeren even hoog waren. Bij uitvoering van het DO is eenzelfde kleiige bovengrond teruggebracht als reeds aanwezig was. Deze is in zekere mate erosiebestendig. Het beheer dient, net voorheen - middels controles na hoogwater rekening te houden met enige erosie en sedimentatie op de uiterwaard. Bij afvoeren vanaf 10000 m 3 /s (bij Lobith) zijn stroomsnelheden aanwezig van meer dan 1 m/s bij de bovenstroomse ingang van de uiterwaard over de voormalige zomerkade. Het effect is lokaal. Uit de verschillenanalyse van de stroomsnelheden blijkt dat ten opzichte van de situatie voor realisatie geen veranderingen optreden. Bescherming van de kade met klei en gras is afdoende tot afvoeren van 10000m 3 /s. Bij maatgevende afvoer (16000 m3/s) is kans op erosie aanwezig. Aangezien het hier geen kritische constructie betreft is extra bescherming niet nodig. Het beheer dient, net als voorheen - middels controles na hoogwater rekening te houden met de kans op erosie. Er moet rekening gehouden worden met stroomsnelheden van meer dan 1 m/s bij maatgevend hoogwater (160000 m 3 /s) in de buurt van de Marsdijk aan de oostelijke kop van het gebied. Deze stroomsnelheden kunnen erosie veroorzaken aan de teen van de dijk wanneer deze niet beschermd is. De stroomsnelheden kunnen in de referentiesituatie oplopen tot 1,3 m/s langs de waterkering. Er wordt dan ook vanuit gegaan dat de bodem- en taludbescherming hierop berekend is en een lichte stijging van de stroomsnelheid tot 1,5 m/s hierop geen invloed heeft. Het beheer dient, net als voorheen - middels controles na hoogwater rekening te houden met de kans op erosie. Bij maatgevend hoogwater (16000 m 3 /s bij Lobith) is de stroomsnelheid rondom enkele brugpeilers hoger dan 1 m/s en is daarbij kans op erosie aanwezig. Bij afvoeren tot en met 10000 m 3 /s zijn de stroomsnelheden laag genoeg om te keren met een kleilaag en grasbekleding, maar er dient rekening gehouden te worden met een mogelijk stroomhappend effect, waarbij stroomsnelheden lokaal hoger zijn. 19 9 maart 2012 versie 2a

Uit de verschillenanalyse van de stroomsnelheden blijkt dat ten opzichte van de situatie voor realisatie de snelheden praktisch gelijk blijven of zelfs afnemen. Rondom de peilers is dezelfde kleiige bodem teruggebracht als reeds aanwezig was. Daarmee blijft de veiligheid van de brugpeilers op hetzelfde niveau als voorheen het geval was. 3.3 Rivieroever 3.3.1 Algemeen De rivieroever wordt begrensd door de rivier en de laaggelegen weide/onvergraven weide. De kribben maken geen onderdeel uit van dit beheerplan, de grens ligt bij de bovengrens van het stortsteen. De rivieroevers zijn ingericht als natuurvriendelijke oevers. Vanuit het programma Stroomlijn zijn reeds in 2011 erfpacht- en samenwerkingsovereenkomsten gesloten tussen Rijkswaterstaat en de verschillende natuurbeherende organisaties, voor deelgebied Middelwaard betreft dit het Stichting Het Geldersch. Afgesproken is dat het Stichting Het Geldersch voor een periode van 30 jaar erfpachter wordt van de natuurvriendelijke rivieroever. De beheersovereenkomst wordt eind 2012 gesloten. Het beheer en onderhoud van de kribben wordt uitgevoerd door Rijkswaterstaat en valt buiten dit beheerplan. Onderdeel Eigendom Erfpacht 30 jaar Beheer Onderhoud Rivieroever Rijkswaterstaat Stichting Het Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Geldersch 3.3.2 Streefbeeld Om erosie van het zand tegen te gaan ter plaatse van de oever is het zand met klei afgedekt. Rond de wortel van de krib is een breedte van 2m gehandhaafd, of als de hoogte van het maaiveld ver boven de hoogte van de krib uit steekt is 2m horizontaal afgegraven en voorzien van 0,5m kleiige grond, waarna onder een helling van 1:10 op de afgegraven oever wordt aangesloten. Ook deze 1:10 helling is van 0,5m kleiige grond voorzien (zie dwarsprofieltekening DO, bijlage IV.3). De geometrie en grondconstructie zijn verder uitgewerkt op de DO-tekeningen van de situatie en de bijbehorende dwarsprofieltekeningen. De laagdikte van 0,5m is vergelijkbaar met de in de bestaande toestand minimaal aanwezige laagdikte. Vanaf de teen van de kade is naar de oever onder een variabele helling afgegraven, totdat aan de oever een peil van 6m +NAP is bereikt. Dit is gelijk aan het aanwezige maaiveldniveau en het stuwpeil op dit riviervak. Aan die oever is geen kleiige deklaag aanwezig en is sprake van een zandstrandje. Rond de wortel van de krib is een kleilaag aanwezig of is een 0,5m dikke kleilaag ingegraven, zodat de wortel van de krib niet achterloops kan worden. Ergens op het zandstrandje ontstaat een steil randje door de golfwerking in het kribvak wat nu ook in de dwarsprofielen aanwezig is. 3.3.3 Vegetatiebeheer De rivieroever bestaat uit het natuurdoeltype nat, matig voedselrijk grasland (NDT 3.32) Dit natuurdoeltype wordt jaarrond extensief beweid. Voor de start van het hoogwaterseizoen kan het nodig zijn om aanvullend te maaien om de rivierveiligheid te borgen. Vanuit hoogwaterveiligheid is het grootste deel van de rivieroever op de interventiekaart aangegeven als structuurtype natuurlijk grasland en een deel als productiegrasland. Natuurlijk grasland betekent dat het een structuurrijk grasland moet zijn dat in het hoogwaterseizoen gemiddeld lager is dan 10 cm en vrij van houtige gewassen. Daarom moet jaarlijks voor de start van het hoogwaterseizoen op 15 oktober gemaaid worden, tenzij de gemiddelde lengte van de vegetatie reeds 10 cm is EN 95% van alle gras- en ruigtevegetaties korter is dan 20 cm. Productiegrasland betekent dat gedurende het hoogwaterseizoen een gesloten grasland moet vormen dat vlaksgewijs lager is dan 6 cm en vrij van houtige gewassen. Daarom moet jaarlijks voor de start van het hoogwaterseizoen op 15 oktober gemaaid worden, tenzij de gehele vegetatie al korter is dan 6 cm. 20 9 maart 2012 versie 2a

Het bestaand opschot dat is gehandhaafd wordt eens per 3 jaar gesnoeid en is op de interventiekaart opgenomen als laanbeplanting. Dit betekent dat het een open bomenopstand moet zijn zonder ondergroei, met daaronder een structuurrijke grazige vegetatie. Daarom moeten de stammen van bomen vrijgemaakt worden van 2 e orde zijtakken onder het maximaal hoogwaterpeil ter plaatse. Onderdeel Regulier beheer Aanvullend beheer Rivieroever Extensieve beweiding door grootvee Type natuurlijk grasland: jaarlijks voor 15 oktober maaien, tenzij de gemiddelde lengte van de vegetatie reeds 10 cm is EN 95% vegetatie reeds korter is dan 20 cm Bomenrijen 1x per 3 jaar snoeien Type productiegrasland: jaarlijks voor 15 oktober maaien, tenzij vegetatie reeds over gehele oppervlakte korter is dan 6 cm Type laanbeplanting: jaarlijks voor 15 oktober 2 e orde zijtakken onder het max. hoogwaterpeil ter plekke verwijderen 3.3.4 Sedimentbeheer Vanaf waterstanden die eens per 10 jaar voorkomen (10000m 3 /s bij Lobith) zijn er stroomsnelheden aanwezig van meer dan 1 m/s bij de bovenstroomse ingang van de uiterwaard. Het effect is lokaal. Bij maatgevende waterstand (160000m 3 /s bij Lobith) is de stroomsnelheid overal hoog genoeg om onbeschermde oevers te eroderen. Oeverbescherming is overal aanwezig, evenals kribben. Ten opzichte van de bestaande situatie vinden er geen veranderingen plaats. Er zijn derhalve geen aanvullende maatregelen nodig. Ter hoogte van de havenmonding aan de stroomafwaartse kant van de uiterwaard, zijn ten opzichte van de referentiesituatie zeer kleine veranderingen in stroomsnelheid aanwezig. Bij maatgevende afvoer is de stroomsnelheid hier 0,1 a 0,2 m/s hoger. Sedimentatie in de monding neemt daardoor iets af. 3.4 Ooibos 3.4.1 Algemeen In de Middelwaard liggen in de laaggelegen weide verschillende ooibossen. Er ligt een stuk ooibos aan de westzijde van het landhoofd van de brug. Daarnaast liggen er twee zogenaamde ooibosschermen die bedoeld zijn om het zicht op het achterliggende industrieterrein te ontnemen. De ooibosschermen zijn smalle stroken ooibos, die deels bestaan uit reeds aanwezige waardevolle bomen. Deze schermen zijn dusdanig smal dat geen sprake is van een bosmilieu. Qua soortensamenstelling zijn ze wel vergelijkbaar met ooibossen. Onderdeel Eigendom Beheer Onderhoud Ooibos Stichting Het Stichting Het Stichting Het Geldersch Geldersch Geldersch 3.4.2 Streefbeeld De twee smalle stroken bos hebben vooral een ruimtelijke functie. Ze zijn te smal om een bosmilieu te vertegenwoordigen, maar qua soortensamenstelling zijn ze vergelijkbaar met een ooibos. De schermen zijn ingeplant met de soorten die kenmerkend zijn voor het natuurdoeltype, te weten Eik (Quercus robur), Iep (Ulmus laevis en Ulmus minor ) en Es (Fraxinus excelsior), alles inheems genetisch plantmateriaal. Ook meidoorn kan hierin een plek krijgen. 3.4.3 Vegetatiebeheer Het ooibosten westen vanhet landhoofd van de brug bestaat uit het natuurdoeltype zachthoutooibos (NDT 3.61. De ooibosschermen bestaan ook uit het natuurdoeltype zachthoutooibos (NDT 3.61). Om dit natuurdoeltype te beheren hoeven geen maatregelen genomen te worden. Wel moet het ooibos in de eerste jaren na aanplant afgerasterd worden tegen vraat door grootvee. Het is aan de beheerder om te beoordelen wanneer de rasters verwijderd kunnen worden. 21 9 maart 2012 versie 2a

Vanuit hoogwaterveiligheid zijn de ooibossen op de interventiekaart aangeduid als structuurtype ooibos. Dit betekent dat het een gesloten bos mag zijn, met struiklaag en kruidenrijke ondergroei. Er zijn geen aanvullende beheermaatregelen nodig. In onderstaande tabel zijn specifieke maatregelen benoemd met betrekking tot het vegetatiebeheer van deze beheereenheid: Onderdeel Regulier beheer Aanvullend beheer Ooibos Geen maatregelen nodig; eerste jaren na aanplant afrasteren tegen vraat door grootvee (ter beoordeling aan beheerder) Type ooibos: geen aanvullende maatregelen nodig 3.5 Waterpartijen en natuurvriendelijke oevers 3.5.1 Algemeen Deze beheereenheid bestaat uit vier waterpartijen. Deze waterpartijen liggen naast elkaar in de laaggelegen weide, één direct ten westen van de brug van de N233 en de overige drie ten oosten ervan. De drie oostelijke waterpartijen zijn verbonden door oude greppels, deze maken ook onderdeel uit van de waterpartijen. De twee middelste waterpartijen zijn nieuw aangelegd en zijn aan de noordzijde voorzien van natuurvriendelijke oevers. Parallel aan de tweede waterpartij liggen de ooibosschermen. Langs de meest oostelijke waterpartij staat bestaand opschot, dat gehandhaafd blijft. Onderdeel Eigendom Beheer Onderhoud Waterpartijen (incl. verbindende greppels) Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Natuurvriendelijke oevers (incl. bestaand opschot) Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch 3.5.2 Streefbeeld De nieuwe waterpartijen zijn aan de noordzijde worden voorzien van natuurvriendelijke oevers met een breedte van circa 10 meter. De natuurvriendelijke oevers liggen op een hoogte van 5,70m +NAP, zodat er een moeras-(zegge-)vegetatie ontstaat. De waterdiepte van de watergang bedraagt gemiddeld 1,2 meter, maar in beide nieuwe waterpartijen zit ook een gedeelte met een waterdiepte van 1,5 meter. Deze diepe gedeelten hebben een gezamenlijke oppervlakte van ±160 m2. De nieuwe waterpartijen hebben een gezamenlijke oppervlakte van ±9700 m2. De watergang is ontgraven tot een niveau van 4,7m +NAP en plaatselijk 4,4m +NAP. De taludhellingen zijn onder 1:3 en aan de noordzijde bij de natuurvriendelijke oever onder een horizontaal deel met 1:3 taluds aan weerszijden. Omdat voorkomen moet worden dat bij hoogwater de kwel naar het achterland wordt vergroot, is in de oevers en de bodem van de watergang 1m kleiige bovengrond aangebracht. 3.5.3 Vegetatiebeheer De drie oostelijke waterpartijen en de verbindende greppels zijn ingericht met het oog op natuurdoeltype langzaam stromende rivier- en nevengeul (NDT 3.10), in aansluiting op het habitattype meren en moerassen (H3150). De oevers zijn aangeduid als natuurdoeltype geïsoleerde meander (NDT 3.17). Om deze natuurdoeltypen in stand te houden, moeten verschillende beheersmaatregelen worden uitgevoerd. Eens per 5-20 jaar moet in het najaar geschoond worden door nat baggeren, indien er sprake is van een te ver voortgeschreden verlanding of een te dikke organische sliblaag. Dit schonen moet gefaseerd plaatsvinden in ruimte en tijd. Variatie in de frequentie in een gebied is belangrijk, omdat de doelsoorten verschillende eisen stellen aan de vegetatieontwikkeling. Daarnaast moet ook een zwak glooiende oeverlijn in stand gehouden worden met veel vormvariatie, afgewisseld met steile oeverdelen. Vertrapping door vee moet voorkomen worden. In dit beheerplan wordt uitgegaan van extensief beheer van de natuurvriendelijke oevers door middel van maaien en afvoeren. De oevers aan de noordzijde worden uitgerasterd. De zuidzijde van de middelste waterpartijen en de noordzijde van de overige waterpartijen zijn wel 22 9 maart 2012 versie 2a

Vanuit hoogwaterveiligheid zijn de waterpartijen op de interventiekaart aangeduid als structuurtype plassen. Dit type moet in het winterhalfjaar kaal zijn en nog aanwezige vegetatieresten moeten kunnen wegspoelen bij een hoogwater. Om dit te bereiken zijn geen aanvullende beheersmaatregelen nodig. De natuurvriendelijke oevers zijn opgenomen als structuurtype zegge. Dit betekent dat het een structuurrijke kruidachtige vegetatie moet zijn, zonder houtige en/of verhoutende gewassen. Daarom moeten jaarlijks voor de start van het hoogwaterseizoen (15 oktober) de delen waar Riet, Rietgras en Lisdodde in dichte gesloten vegetaties staan, gemaaid worden. Ook de opslag van houtige gewassen hoger dan 50 cm (kniehoogte) moet verwijderd worden. In onderstaande tabel zijn specifieke maatregelen benoemd met betrekking tot het vegetatiebeheer van deze beheereenheid: Onderdeel Regulier beheer Aanvullend beheer Waterpartijen (incl. Periodiek en gefaseerd nat Type plassen: geen maatregelen nodig verbindende greppels tussen oostelijke waterpartijen) baggeren in het najaar (1x per 5-20 jaar) bij verlanding/te dikke sliblaag Oevers maaien en maaisel afvoeren Type zegge: jaarlijks voor 15 oktober delen met dichte gesloten vegetaties van Riet, Rietgras en Lisdodde maaien; opslag van houtige gewassen hoger dan 50 cm verwijderen 3.5.4 Sedimentbeheer De natuurvriendelijke oevers worden periodiek en gefaseerd nat gebaggerd om verlanding en de vorming van een te dikke sliblaag tegen te gaan (zie vegetatiebeheer). 3.6 Veerstoep (en recreatieve plek) 3.6.1 Algemeen De oude veerstoep van de (voormalige) pont naar Rhenen ligt in de onvergraven weide in het meest westelijk deel van de Middelwaard. De veerweg is verlaagd. Bij de veerstoep komt een fietsroute vanuit de Marspolder uit. Deze maakt geen onderdeel uit van dit beheerplan. Aan het water is een recreatieve plek ingericht, waar een bank en een afvalbak zijn geplaatst. Onderdeel Eigendom Beheer Onderhoud Veerstoep Gemeente Buren Gemeente Buren Gemeente Buren Recreatieve plek Gemeente Buren Gemeente Buren Gemeente Buren 3.6.2 Streefbeeld De veerdam is verlaagd tot de maaiveldhoogte van de naastgelegen weide. Het pad op de veerdam wordt voorzien van een puinverharding (zie paragraaf 3.7). Tijdens uitvoering mogen geen werkzaamheden plaats vinden op de onvergraven weide. De recreatieve plek ter plaatse van de veerstoep zal worden vormgegeven als uitzichtpunt over de rivier. Er wordt een bank, een afvalbak en een informatiebord geplaatst 3.6.3 Beheer kunstwerk De veerstoep bestaat uit halfverharding. Een keer per jaar wordt de veerstoep geïnspecteerd en wordt indien nodig klein herstel uitgevoerd, o.a. herstel van insporing.de bank wordt 1x per jaar geïnspecteerd en eventueel wordt klein onderhoud uitgevoerd. Een keer per 10 jaar wordt groot onderhoud uitgevoerd. De afvalbak wordt 1x per week geleegd. Tevens wordt 1x per jaar een inspectie uitgevoerd op de bereikbaarheid en veiligheid van de veerstoep en recreatieve plek. Bij het uitvoeren van het beheer en onderhoud van de veerstoep en recreatieve plek moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten. 23 9 maart 2012 versie 2a

In onderstaande tabel zijn specifieke maatregelen benoemd met betrekking tot het beheer van deze beheereenheid: Onderdeel Veerstoep Bank Afvalbak Regulier beheer Inspectie en klein onderhoud, o.a. herstel insporing, 1 x per jaar; 1x per jaar inspectie veiligheid en bereikbaarheid Inspectie en klein onderhoud, frequentie: 1 x per jaar; 1x per jaar inspectie veiligheid en bereikbaarheid Groot onderhoud, frequentie: 1 x per 10 jaar Afvalbak legen, frequentie: 1 x per week; 1x per jaar inspectie veiligheid en bereikbaarheid 3.7 Wegen en paden 3.7.1 Algemeen De beheereenheid wegen en paden omvat alleen een struinpad. De veerweg is reeds beschreven in paragraaf 3.6. Vanaf de dijk onder de brug van de N233 is een struinpad aangelegd door de laaggelegen weide naar de zomerkade. Het struinpad loopt verder over het tracé van de (voormalige) zomerkade naar het oosten, waar het weer aansluit op de winterdijk. Het struinpad is afgerasterd om vee en mensen gescheiden te houden. Het beheer van het raster is beschreven in paragraaf 3.8.2. Onderdeel Eigendom Beheer Onderhoud Struinpad Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch 3.7.2 Streefbeeld Vanaf de dijk onder de brug van de N233 wordt een struinpad aangelegd door de laaggelegen weide naar de zomerkade. Het struinpad loopt verder over het tracé van de (voormalige) zomerkade naar het oosten, waar het weer aansluit op de dijk. Op het grootste gedeelte van het tracé van het struinpad, worden de wandelaars door rasters gescheiden gehouden van de grazers op de laaggelegen weide. Alleen ter plaatse van de oversteek is er contact. De toegangen tot de struinpaden zullen worden voorzien van een klaphek in combinatie met een poort voor het materieel. Bij het bepalen van de onderlinge afstand tussen de rasters, is rekening gehouden met de breedte van het onderhoudsmaterieel dat de toekomstige beheerder toepast. De rasters worden om deze reden op 4 meter afstand van elkaar geplaatst. Conform vraagspecificatie worden de struinpaden niet verhard, maar bestaan deze uit een strook gemaaid gras van minimaal 1,5 meter breed. 3.7.3 Beheer kunstwerk Het struinpad is gemaaid uit gras. Het is het gehele jaar toegankelijk voor wandelaars. Het struinpad wordt 1-2x per jaar gemaaid, in het voor- en najaar. De ruimte tussen de rasters is aangepast aan de breedte van de maaimachine van Stichting Het Geldersch. In onderstaande tabel zijn specifieke maatregelen benoemd met betrekking tot het beheer van deze beheereenheid: Onderdeel Struinpad Regulier beheer Maaien van struinpaden, 1-2 x per jaar in het voor- en najaar. 3.8 Terreinmeubilair 3.8.1 Algemeen Op verschillende plaatsen in het gebied zijn rasters geplaatst, om delen af te schermen voor het vee. Het Definitief Ontwerp in bijlage 1 toont de ligging van de rasters. Ook zijn in de rasters klaphekken en poorten aangebracht. De winterdijk, ooibossen, natuurvriendelijke oevers, de stortplaatsen en de veerstoep zijn afgerasterd voor het vee. Daarnaast liggen ook aan beide zijden van het struinpad rasters, om vee en mensen van elkaar te scheiden. Bestaande doorgangen vanaf de winterdijk zijn gehandhaafd. Op drie plaatsen is een oversteek van het vee over het struinpad gecreëerd. Ongeveer 100m uit elkaar zijn twee klaphekken in het struinpad aangelegd, waartussen het struinpad niet afgerasterd is. 24 9 maart 2012 versie 2a

In de rasters ligt daarnaast een poort in het raster rond het ooibos ten westen van het landhoofd. Onderdeel Eigendom Beheer Onderhoud Rasters Stichting Het Geldersch /particulier Stichting Het Geldersch /particulier Stichting Het Geldersch /particulier Poorten Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Klaphekken Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch Stichting Het Geldersch NB: de rasters langs de kernzone van de winterdijk worden tevens beheerd door Stichting Het Geldersch. 3.8.2 Beheer terreinmeubilair Het is voldoende om de rasters 2x per jaar te inspecteren en indien nodig te herstellen. De poorten en klaphekken kunnen 1x per jaar geïnspecteerd worden. Indien nodig kan klein onderhoud uitgevoerd worden. Vanuit rivierveiligheid moet voor het hoogwaterseizoen vegetatie en vuil verwijderd worden uit de rasters, poorten en klaphekken en na het hoogwaterseizoen worden ingespoelde vegetatieresten verwijderd. In onderstaande tabel zijn specifieke maatregelen benoemd met betrekking tot het beheer van deze beheereenheid: Onderdeel Regulier beheer Aanvullend beheer Rasters Inspectie en klein onderhoud (2x per jaar) Verwijderen begroeiing uit raster voor hoogwaterseizoen (15 oktober) en ingespoelde vegetatieresten verwijderen na hoogwaterseizoen Klaphekken Poorten Inspectie en klein onderhoud (1x per jaar) Inspectie en klein onderhoud (1x per jaar) Verwijderen begroeiing uit raster voor hoogwaterseizoen (15 oktober) en ingespoelde vegetatieresten verwijderen na hoogwaterseizoen Verwijderen begroeiing uit raster voor hoogwaterseizoen (15 oktober) en ingespoelde vegetatieresten verwijderen na hoogwaterseizoen 25 9 maart 2012 versie 2a

4 Extra beheereffecten buiten het beheergebied 4.1 Inleiding Bij de uitvoering van rivier verruimende maatregelen is het mogelijk dat effecten optreden buiten het deelgebied zelf, die voor beheerders elders van belang zijn. Als gevolg van de maatregel Uiterwaardvergraving Middelwaard zijn geen effecten te verwachten op het beheer van de kunstwerken die door deze maatregel worden beïnvloed. Wel zijn er gevolgen voor het beheer van de bandijk en zijn er kleine beheergevolgen voor de nautisch beheerder, als gevolg van het optreden van dwarsstroming. 4.2 Scheepvaart 4.2.1 Aanzanding zomerbed De uitvoering van maatregelen in de uiterwaarden, kan effect hebben op de aanzanding van het zomerbed. Aanzanding hoeft echter geen problemen voor de scheepvaart op te leveren. Indien dit wel het geval is, moet aanvullend gebaggerd worden; het zogenaamde baggerbezwaar. Om te beoordelen wat de effecten zijn voor de scheepvaart wordt naar twee normen gekeken: Voor dit traject geldt een minimale vaardiepte van 3,5 meter. Hierbij wordt uitgegaan van de waterstand behorende bij een Bovenrijn-afvoer van 3.500 m3/s. Al het sediment dat in de vaargeul van 80 m breed boven deze hoogte ligt dient weggebaggerd te worden. De breedtegemiddelde vaardiepte moet 4,9 meter zijn (o.b.v. een Bovenrijn-afvoer van 3.500 m3/s). Dit is de minimale vaardiepte + 40% i.v.m. kielspeling. Bij dit doorstroomprofiel is er voldoende ruimte om de waterverplaatsing als gevolg van de scheepvaart op te vangen. Uit het morfologische onderzoek blijkt dat de effecten beperkt zijn. Zowel voor de huidige situatie als voor de situatie na de ingreep in de Middelwaard is de vaardiepte overal groter dan de gegarandeerde minimale vaardiepte van 3,5 m. Voor de breedtegemiddelde vaardiepte van 4,9 m geldt dat deze op een traject van 400 meter niet gerealiseerd wordt. Hiervoor geldt een baggerbezwaar van 2.200 m 3. De kosten voor het baggeren van de vaargeul zijn opgenomen in het overzicht met beheer- en onderhoudskosten (bijlage 9). 4.2.2 Dwarsstroming Als gevolg van de maatregel zal het stromingsgedrag in het zomerbed wijzigen vanaf het moment dat het maaiveldniveau ter plaatse van de verwijderde zomerkade overstroomt en de uiterwaard mee gaat stromen. Op de locaties waar water de uiterwaarden in- of uitstroomt treedt dwarsstroming op. De scheepvaart heeft last van dwarsstroming wanneer deze plotseling optreedt en daarom worden er eisen gesteld aan de grootte van de dwarsstroming. De grootste effecten treden op bij in- en uitstroomopeningen van nevengeulen totdat een bankfull niveau wordt bereikt. Daarna gaan steeds grotere delen van de uiterwaard mee stromen en neemt de kans op plotseling optredende dwarsstroming af. Bij de Middelwaard is er geen sprake van nevengeulen die aan het zomerbed aantakken. In feite wordt over een vrij lang traject de oever/zomerkade verlaagd/verwijderd en zal er geen sprake zijn van plotseling optredende dwarsstroming. Bij de uitstroomopening van de zandwinplas en de veerdam kunnen wel grotere dwarsstromen verwacht worden. Overigens geldt dat ook voor de situatie voor realisatie. Omdat er meer water de uiterwaard instroomt t.o.v. de referentiesituatie is er voor beide locaties wel gekeken wat de effecten van dwarsstroming zijn. In de grafiek met dwarsstroming met 6.000 m 3 is te zien dat er ter plaatse van het projectgebied wijzigingen in dwarsstroming optreden. Dit is met name in het bovenstroomse deel waar de zomerkade verwijderd is. De dwarsstroming neemt op een aantal plekken toe t.o.v. de referentiesituatie, maar blijft nog binnen de norm van 0,15 m/s. Bij afvoeren van 8000 m3/s stroomt de veerdam mee en dat is duidelijk merkbaar in de dwarsstroming. Ook wanneer de afvoer toeneemt, neemt de dwarsstroming toe. De dwarsstroming neemt echter wel af t.o.v. de situatie voor realisatie. Dit betekent dus een verbetering van de dwarsstroming nabij de veerdam bij hogere afvoeren. Behalve bij de veerdam treedt ook bij de instroom van de uiterwaard aan bovenstroomse zijde een dwarsstroom groter dan 0,15 m/s op. Dit is in de orde van 0,18 m/s en neemt iets toe t.o.v. de referentiesituatie. Verder is de dwarsstroming overal minder van 0,15 m/s. 26 9 maart 2012 versie 2a

Voor de nautisch beheerder is het van belang om bij hoge afvoeren de schippers te waarschuwen voor mogelijke effecten van dwarsstroming ter plaatse van de Middelwaard. Dit is vooral in de eerste jaren na realisatie van belang, totdat schippers de situatie enkele hoogwaterperiodes hebben ervaren. Figuur 4.1: Grootte, richting en locatie van dwarsstroming voor DO Middelwaard bij een Bovenrijn-afvoer van 9.000 m3/s 4.3 Kunstwerken Bij maatgevend hoogwater is de stroomsnelheid rondom enkele brugpeilers hoger dan 1 m/s en is daarbij kans op erosie aanwezig. Bij afvoeren tot en met 1/10jr zijn de stroomsnelheden laag genoeg om te keren met een kleilaag en grasbekleding, maar er dient rekening gehouden te worden met een mogelijk stroomhappend effect, waarbij stroomsnelheden lokaal hoger zijn. Uit de verschillenanalyse van de stroomsnelheden blijkt dat ten opzichte van de huidige situatie de snelheden praktisch gelijk blijven of zelfs afnemen. Rondom de peilers wordt dezelfde kleiige bodem teruggebracht als nu aanwezig is. Daarmee blijft de veiligheid van de brugpeilers op hetzelfde niveau als nu het geval is. 4.4 Waterstandeffect op de bandijk/hoge gronden Direct bovenstrooms van de brug in de uiterwaard en langs de bandijk is sprake van een waterstandverlaging, terwijl net benedenstrooms van de brug de waterstanden toenemen. Hetzelfde effect is te zien langs de bandijk ter hoogte van de veerdam. Net benedenstrooms van de brug treedt aan de zijde van het hoogwatervrije terrein een opstuwing van maximaal 9,5 mm op, direct langs het terrein is het waterstandsverschil neutraal of negatief. Benedenstrooms van de veerdam is de opstuwing 3 tot 4 cm met een maximale opstuwing van 4,04 cm. Vergelijkbare opstuwing is ook gevonden bij de varianten analyse uitgevoerd door Witteveen+Bos in opdracht van Rijkswaterstaat in de periode voor de totstandkoming van het VKV. Omdat deze opstuwing optreedt langs de bandijk is dit een aandachtspunt voor de beheerder. De beheerder van de bandijk moet extra aandacht besteden aan de inspectie van de waterkering. 27 9 maart 2012 versie 2a

5 Monitoring en risicobeheersing 5.1 Inleiding Na de realisatiefase moet de conditie van het gebied gemonitord worden. Paragraaf 5.2 geeft een overzicht van de taken/ (financiële) verantwoordelijkheden van de betrokken partijen. Daarnaast kunnen voor het beheer en onderhoud verschillende risico s geïdentificeerd worden. In paragraaf 5.3 worden deze risico s beschreven, inclusief de maatregelen die uitgevoerd kunnen worden om het betreffende risico te beheersen. 5.2 Monitoring Bij oplevering van het de Uiterwaardvergraving Middelwaard wordt de revisie verstrekt, die dient als uitgangssituatie. De verantwoordelijkheden met betrekking tot monitoring zijn als volgt verdeeld tussen de betrokken partijen: Rijkswaterstaat Financieel verantwoordelijk voor het uit te voeren sedimentbeheer. Zesjaarlijkse controle cyclus van de vegetatie op basis van ecotopenkartering. Doel is om te verifiëren of de interventiewaarden niet overschreden worden. Aanvullend kunnen veldbezoeken worden uitgevoerd ten behoeve van toezicht en handhaving. Jaarlijkse monitoring kribben (maakt geen onderdeel uit van dit beheerplan). Stichting Het Geldersch Zesjaarlijks monitoring uitvoeren om te bepalen of de taakstelling niet overschreden wordt, inclusief rapportage en gebaseerd op de ecotopenkaarten gemaakt door Rijkswaterstaat. Jaarlijks voor de start van het hoogwaterseizoen (op 15 oktober) monitoring van de vegetatie, zodat de interventiewaarden niet worden overschreden Jaarlijkse schouw op erosie en eventueel herstel en verwijderen zwerfvuil van de beheereenheden: laaggelegen weide en onvergraven weide (behalve particulier terrein); ooibos; waterpartijen en natuurvriendelijke oevers; rivieroever; wegen en paden; terreinmeubilair. Gemeente Buren Jaarlijkse schouw op erosie en eventueel herstel en verwijderen zwerfvuil van de beheereenheid: veerstoep en recreatieve plek. Particulier (op particulier terrein) Monitoring van de vegetatie, zodat de interventiewaarden niet worden overschreden Jaarlijkse schouw op erosie en eventueel herstel en verwijderen zwerfvuil van de particuliere terreinen en bijbehorend terreinmeubilair. Naast deze monitoringstaken is een aantal inspectie- en schouwmaatregelen geïdentificeerd voor de afzonderlijke beheereenheden (hoofdstuk 3). 28 9 maart 2012 versie 2a

Tabel 2 toont een overzicht van deze schouw- en of inspectiemaatregelen. Ook is benoemd wie de verantwoordelijke partij is. Voor de monitoring van het gebied is een apart kostenoverzicht opgesteld dat is opgenomen in bijlage 10. De inspectie- en schouwmaatregelen zijn reeds opgenomen in het kostenoverzicht van de beheermaatregelen (bijlage 9) en zijn derhalve niet meegenomen in het kostenoverzicht van de monitoring. 29 9 maart 2012 versie 2a

Tabel 2 Inspectie- en schouwmaatregelen per beheereenheid Beheereenheid Onderdeel Inspectie-/schouwmaatregel Verantwoordelijke Ooibos ooibos n.v.t. Stichting Het Geldersch Laaggelegen weide en onvergraven weide weide Na hoogwater monitoren bovenstroomse ingang uiterwaard; bij kop van Marsdijk en brugpeilers Rivieroever rivieroever Na hoogwater monitoren bovenstroomse ingang uiterwaard Waterpartijen en natuurvriendelijke oevers Veerstoep en recreatieve plek Stichting Het Geldersch ; particulier Stichting Het Geldersch waterpartijen n.v.t. Stichting Het Geldersch natuurvriendelijke oevers veerstoep recreatieve plek n.v.t. 1x per jaar inspectie verharding; 1 x per jaar inspectie bereikbaarheid en veiligheid 1 x per jaar inspectie bank en afvalbak; 1x per jaar inspectie bereikbaarheid en veiligheid Stichting Het Geldersch Gemeente Buren Gemeente Buren Wegen en paden struinpaden n.v.t. Stichting Het Geldersch Terreinmeubilair en kleine kunstwerken rasters 2x per jaar inspectie Stichting Het Geldersch ; particulier klaphekken 1x per jaar inspectie Stichting Het Geldersch poorten 1x per jaar inspectie Stichting Het Geldersch 5.3 Risico-inventarisatie en risicobeheersing Risico 1: Door de bezuinigingen op het natuurbeheer krijgen de terreinbeherende organisaties de financiering van het beheer niet rond, waardoor zij geen langjarige afspraak met Rijkswaterstaat kunnen maken. Beheermaatregel: Rijkswaterstaat en beheerders maken een afspraak voor een periode van drie tot vijf jaar waarin de beheerder het beheer met beperkte middelen uitvoert. De beheerder monitort de ontwikkeling van het gebied op basis van de ecotopenkartering van Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat verzorgt toezicht en handhaving. In deze afspraak is het beheer vooral op doelen vastgelegd, en zijn de beheerders vrijgelaten in de keuze van middelen om hier zo efficiënt als mogelijk is aan te voldoen. Na drie jaar wordt dit gezamenlijk geëvalueerd. De twee jaren daarna worden gebruikt om tot een meer definitieve afspraak voor de langere termijn te komen. In de afspraak is een risicobudget gereserveerd om tijdens deze periode en nog enige tijd daarna onverwachte situaties door bijvoorbeeld extreme weer- en watersituaties aan te kunnen pakken. Risico 2: De inrichtings- en beheersmaatregelen zoals die in het kader van dit Ruimte voor de Rivier-programma worden ontwikkeld komen niet overeen met de visie die ontwikkeld wordt vanuit het Rijkswaterstaat-project Stroomlijn. Dit kan ertoe leiden dat beheerders binnen korte tijd weer met aanpassing van plannen vanuit Rijkswaterstaat geconfronteerd worden. Tevens kan dit ertoe leiden dat inrichtingselementen die nu worden gehandhaafd of aangelegd dan alsnog of direct weer moeten worden verwijderd. 30 9 maart 2012 versie 2a

Beheermaatregel: Risico 3: Beheermaatregel: Risico 4: Beheersmaatregel: Risico 5: Beheermaatregel: Risico 6: Beheermaatregel: Risico 7: Beheermaatregel: Risico 8: Beheermaatregel: Nadere afstemming door Rijkswaterstaat tussen het Project 4Maatregelen Nederrijn, PDR en Stroomlijn teneinde vast te stellen op welke locaties en voor welke elementen dit risico daadwerkelijk optreedt. In Stroomlijn wordt vastgelegd dat landschapselementen die vanuit de RvdR-doelstelling ruimtelijke kwaliteit worden gehandhaafd ook in de toekomst in stand kunnen blijven, danwel dat deze alsnog niet worden aangelegd/gehandhaafd. Aanwijzingsbesluit en Beheerplan Natura2000- gebied Uiterwaarden Nederrijn wijkt wezenlijk af van het ontwerp-aanwijzingsbesluit en het concept-beheerplan, onder invloed van de komende nieuwe natuurwetgeving. Rijkswaterstaat volgt dit besluitvormingsproces actief om zicht te krijgen op welke natuurdoelstellingen en deelgebieden dit kan spelen. Indien dit beeld ontstaat wordt door Rijkswaterstaat nagegaan in hoeverre planaanpassingen noodzakelijk en mogelijk zijn. Extreme waterniveaus en stroomsterktes danwel extreme periodes van droogte waardoor het gebied zich niet ontwikkelt zoals is beoogd en schade aan kades en andere elementen kan optreden. Gezamenlijke schouw beheerder en Rijkswaterstaat, en gezamenlijk opzetten van herstelplan. Zonder extreme water- en weerssituaties ontwikkelt het gebied zich anders dan verwacht werd. In de eerste jaren na overdracht een jaarlijkse gezamenlijke schouw van terreinbeheerder en Rijkswaterstaat teneinde de ontwikkeling te monitoren. Zo nodig passen de partijen het plan en/of het beheer in onderlinge overeenstemming aan. Door Rijkswaterstaat worden de aanpassingen aan het plan en/of het beheer vastgelegd. Rijkswaterstaat reserveert een risicobudget, bijvoorbeeld apart te zetten bij het Groenfonds, om eventueel noodzakelijke aanpassingen mogelijk te maken. (Potentieel) conflicterende wensen tussen beheerders van belendende beheerelementen, waardoor effectiviteit en efficiëntie onder druk komt. De relevante partijen, te weten: Stichting Het Geldersch en een evt. particuliere eigenaar leggen afsprakenkaders vast, aanvullend aan dit beheerplan. Jaarlijks (in ieder geval de eerste jaren, daarna kan frequentie omlaag) monitoren Stichting Het Geldersch en een evt. particuliere eigenaar de elementen die in het afsprakenkader zijn vastgelegd en zo nodig wordt de inrichting of beheer aangepast. Vanuit het Ministerie wordt het uitgangspunt van beheer door terreinbeherende instanties losgelaten, ten gunste van voortgaand agrarisch gebruik en beheer. Van essentieel belang is de situatie waarin de uiterwaarden de winter in gaan. Rijkswaterstaat start gesprekken met geïnteresseerde agrarische beheerders en gaat na of zij aan deze eis zouden kunnen voldoen, en hoe. Op basis daarvan ontwikkelt Rijkswaterstaat een selectieprocedure om de reeds aangekochte gronden in pacht uit te kunnen geven. Element hierin kan zijn een eerste recht voor de voormalige eigenaar/pachter. Niet alle gronden kunnen worden verworven, waardoor beheerseenheden versnipperen en met meer beheerders afspraken noodzakelijk zijn. Minnelijk: Boskalis probeert een overeenkomst te sluiten dat beheer conform voorliggend plan zal worden uitgevoerd; indien dit niet mogelijk is of dit teveel knelpunten oplevert wordt door Rijkswaterstaat onteigening ingezet om deze gronden alsnog te verwerven. 31 9 maart 2012 versie 2a

6 Kostenaspecten 6.1 Inleiding Om de beheerkosten te kunnen bepalen zijn per beheermaatregel de eenheidsprijzen bepaald. Deze eenheidsprijzen worden vervolgens vermenigvuldigd met de oppervlaktes van de desbetreffende beheereenheid. De eenheidsprijzen zijn als volgt bepaald: Kunstwerken: uit database van GWWkosten.nl Overige eenheidsprijzen zijn op basis van expert judgement bepaald door kostendeskundigen. De financiering van de beheerkosten, zoals in dit hoofdstuk beschreven is ten tijde van het schrijven van dit beheerplan onvoldoende duidelijk. Bij het vastleggen van het beheer in beheercontracten zullen ook de financieringsstromen verder uitgewerkt worden. 6.2 Eenheidsprijzen verschillende maatregelen Soort Vegetatiebeheer Maatregelen Eenheid Eenheidsprijs ( ) Afvoeren en storten maaisel: stortkosten (geen transportkosten, zitten vaak bij de maatregel. ton 40,00 Boomstammen vrijhouden van 2 e orde zijtakken (tot max. hoogwaterniveau) voor hoogwaterseizoen (15 oktober): snoeien vanaf de grond tot 4,00 m. st 4,75 Dichte rietvegetaties maaien voor winter, inclusief maaisel afvoeren. m 2 0,08 Houtige opslag (eenjarig hout) verwijderen (grasland) en afvoeren materiaal. m 2 0,065 Jaarrond extensief begrazen (weide) en evt. aanvullend 1x maaien en afvoeren maaisel. m 2 0,06 Korven watergang (doorstroomprofiel 5 m): uitmaaien nat gedeelte van watergang zonder oeververdediging, materiaal op kant deponeren. Maaien bermen/taluds halfverhard voet/fietspad: maaibreedte max. 1,50 uit kant verharding, maaisel kneuzen en laaten liggen. m 2 0,055 m 0,025 Maaien en afvoeren maaisel voor hoogwaterseizoen (voor 15 oktober). m 2 0,005 Maaien grasland op waterkering: maaien taluds, maaisel verzamelen en afvoeren, geen obstakels. m 2 0,055 Maaien struinpaden 1,5 m breed (gras), inclusief maaisel afvoeren. m 0,028 Moerasvegetatie maaien en afvoeren. m 2 0,0008 Opkronen bomen tot 6m vrije stam. st 6,25 Snoeien haag 1x per jaar: twee zijkanten en bovenkant, haag > 1,50 m. m 2 1,50 Snoeien meidoornstruiken: hoogte tot 5,00 m, incl. afvoeren snoeihout. st 3,50 Strook grasland (4m breed) obstakelvrij houden, exclusief afvoeren maaisel. m 2 0,005 Verwijderen bomen en struiken op oeverzwaluwwand: vellen, geen wortels verwijderen, diameter tot 20 cm, inclusief afvoeren materiaal. st 12,50 Verwijderen houtige gewassen hoger dan 50 cm en afvoeren materiaal. m 2 0,065 Verwijderen oeverplanten en houtige gewassen uit watergang voor winter, inclusief materiaal afvoeren. m 2 0,075 Zone voor oeverzwaluwwand vrijhouden van houtige gewassen: maaien gewas, gras, ruigte opslag, inclusief afvoeren materiaal. m 2 0,084 32 9 maart 2012 versie 2a

Soort Maatregelen Inspectie vegetatie Eenheid Eenheidsprijs ( ) dag 1000 Sedimentbeheer Aanvullen sediment boven bijvoorbeeld leidingen: lev en aanbrengen zand. m 3 15,00 Aanvullen oeverzwaluwwand (2m lang, 2m hoog) met kleihoudend zand: machinaal, incl. levering. m 3 20,00 Afvoeren en storten slib etc (van baggeren): stortkosten (geen transportkosten, zitten vaak bij de maatregel. ton 40,00 Herstel vertrapping oever: met teelaarde. m 3 15,00 Inspectie erosie bodem dag 1000 Inspectie kleilaag aan achterkant kribben (2500 m/h). m 0,02 Recht afsteken oeverzwaluwwand (2m hoog, kleihoudend zand): machinaal. m 1,50 Schade aan waterkering herstellen: lev en aanbrengen klei. m 3 30,00 Schonen poel (met instandhouding van 25% waterbodem en oeverbegroeiing). m 2 2,50 Schonen watergang (1x per 5-20 jaar): op de kant spreiden. m 3 5,00 Schonen watergang, nat baggeren (1x per 5-20 jaar) gefaseerd: op de kant spreiden. m 3 7,50 Beheer kunstwerken en verhardingen Inspectie en klein herstel constructie duiker. st 100,00 Inspectie en klein onderhoud afsluitende klep in coupure. st 75,00 Inspectie en klein onderhoud coupure (1 keer per jaar). st 500,00 Inspectie en klein onderhoud grasbetonstenen 4m breed 30 cm onder water (doorwaadbare plaats). m 2 15,00 Inspectie en klein onderhoud halfverharding m 2 0,27 Verwijderen obstakels voor doorstroming uit duiker. st 150,00 reinigen verharding 2 x per jaar m 2 0,26 reinigen berm 2 x per jaar m 2 0,13 maaien bermstrook 1m 2 x per jaar m 2 0,07 gedeeltelijk herstraten m 2 6,08 Beheer terreinmeubilair Inspectie en klein onderhoud eenvoudige rasters incl vuilverwijdering(paal en draad). m 1,00 Groot onderhoud bank = vervangen bank. st 750,00 Inspectie en klein onderhoud afvalbak en bank: gerekend met 6 stuks/dag. st 75,00 Inspectie en klein onderhoud klaphekken: gerekend met 5 stuks/dag. st 50,00 Inspectie en klein onderhoud schapengaas. m 1,00 Inspectie en klein onderhoud toegangshek: gerekend met 5 stuks/dag. st 60,00 Inspectie en klein onderhoud veeroosters met paaltje (tegen gemotoriseerd verkeer). st 150,00 Inspectie en klein onderhoud veeroosters. st 100,00 Legen afvalbak: gerekend met 10 stuks/dag. st 50,00 Verwijderen vegetatie uit rasters ivm hoogwaterveiligheid dag 1000 33 9 maart 2012 versie 2a

Soort Maatregelen Eenheid Eenheidsprijs ( ) Parkeerplaats Parkeerplaats herstraten verharding; 15% v.h.opp.; 10% nieuw materiaal; 3x in 42 jaar, daarna vervanging, BSS. m 2 17,64 Parkeerplaats gladheidbestrijding buiten beschouwing gelaten, i.v.m. groot aantal variabelen. n.v.t. Parkeerplaats onkruidbestrijding (vakken en rijbaan), borstelen (vooraan de tractor), 2 tot 3 x per jaar. m 2 0,30 Parkeerplaats vegen (vakken en rijbaan), met middelzware machine, ook preventief 12 tot 24 x per jaar. m 2 0,05 Parkeerplaats: inderhoud gras (rechthoek tpv 40 bomen, de rest niet)(1 tot 2 x maaien per jaar). m 2 0,04 Parkeerplaats: onderhoud bomen (in gazon of bermgras?). st 9,99 Parkeerplaats: onderhoud hagen aan weerszijde van de P-plaats, hoogte < 1,50 m (3-zijdig) (1 tot 2 x knippen per jaar). m 2,20 Passantensteiger 1 x per 5 jaar een technische inspectie en bijbehorend onderhoud uitvoeren. 1 1.500,00 1x per 2 jaar maaien water- en oevervegetatie rond steiger. m 2 0,08 1x per 2 jaar reinigen. 1 2.000,00 Bodemdiepte op peil houden: 1x per 2 jaar peilen en indien nodig bodempeil herstellen. 1 1.500,00 Levensduur niet verwijderbare onderdelen bedraagd 50 jaar. 1 47.500,00 Verwijderen steiger in de winter (excl. stallingskosten) 1 5000 Vervanging verwijderbare onderdelen. 1 12.500,00 * Bij materiaal afvoeren: transportafstand tot 5 km. Voor het storten van maaisel/bagger is een schatting gemaakt van het vrijkomende gewicht. Voor het storten is een prijs van 40 euro/ton aangehouden. Hoeveel het storten van het maaisel daadwerkelijk gaat kosten is afhankelijk van de uiteindelijke verwerker/afnemer. Wanneer het maaisel kan worden ingezet als biobrandstof en/of voedsel voor dieren kunnen de kosten aanzienlijk lager uitpakken en mogelijk worden omgezet in baten. 6.3 Kostenoverzicht Middelwaard Op basis van bovenstaande eenheidsprijzen is een totaal beheerkostenoverzicht gemaakt voor de maatregel Uiterwaardverlaging Middelwaard. Dit overzicht is opgenomen in bijlage 9. 34 9 maart 2012 versie 2a

Bijlage 1: Definitief Ontwerp NR-TEK-SIT-166-2A 35 9 maart 2012 versie 2a

20 Bestaande afstand Bestaande hoogte Nieuwe afstand Nieuwe hoogte Bestaande afstand Bestaande hoogte Nieuwe afstand Nieuwe hoogte 8.50 8.34 8.33 8.31 8.31 8.35 8.36 8.36 8.36 8.36 8.36 8.65 8.84 8.78 8.35 8.36 8.33 8.90 9.88 9.84 9.82 9.78 9.74 9.69 9.65 9.62 9.58 9.51 9.42 9.32 9.13 9.06 8.94 8.84 8.74-10.00-9.64-6.88-5.40-3.18-2.65-2.16 0.00 2.12 3.21 3.49 4.25 4.72 5.62 7.14 8.27 10.42 11.22 13.70 15.59 20.00 8.08 8.07 bos 7.85 8.35 8.40 8.40 8.40 8.35 7.25 7.25 7.25 7.83 7.85 8.36 8.92 10.24 10.26 10.25 10.22 10.21 10.20 10.18 10.15 8.76 7.25 7.24 7.29 7.28-10.00-7.36-6.31-5.28-3.07-2.65-2.13 0.00 1.17 1.99 2.36 2.94 5.85 8.87 10.38 17.91 20.00 Bestaande afstand Bestaande hoogte Nieuwe afstand Nieuwe hoogte 9.53 9.58 9.70 9.91 9.91 9.91 9.91 9.93 9.96 9.96 9.96 9.93 9.91 8.81 7.80 9.73 9.70 9.65 10.11 10.45 10.80 10.91 10.98 10.96 10.96 10.96 10.96 10.91 10.88 9.28 7.80 7.47 7.40 7.21 7.15 7.15-14.76-14.22-12.97-8.54-6.18-3.89-2.72-2.07-0.25 0.00 1.19 2.04 2.80 3.10 6.69 9.96 13.67 14.61 17.91 19.45 20.00 LEGENDA ONTGRAVEN AANVULLEN VRIJGEKOMEN KLEIIGE GROND DIK 0.50m MENGGRANULAAT 0/31,5 DIK 0.60m KLEI, DIK 1.00m EROSIEBESTENDIGHEID 1 0 2 4 6 8m 1.00 4.50 1.00 4.50 4.50 1.00 1.00 1.00 1.00 22 Trafo 440.800 166.600 Marsdijk 24a Bestaande afstand Bestaande hoogte Nieuwe afstand Nieuwe hoogte Bestaande afstand Bestaande hoogte Nieuwe afstand Nieuwe hoogte Bestaande afstand Bestaande hoogte Nieuwe afstand Nieuwe hoogte 6.10 6.11 6.00 6.32 6.38 6.46 6.62 6.97 7.40 7.43 7.45 6.36 6.50 7.32 7.48 7.42 7.44-10.00-9.21-5.45-4.87-3.81-3.11 7.49 7.52 8.61 8.30 8.35 8.61 8.59 8.64 8.59 8.61 8.49 8.40 8.40-10.00-9.14-7.15-5.58-4.34-3.42-2.87-1.93 8.27 8.61 8.75 8.55 8.44 8.30 8.33 8.35 8.65 8.66 8.75 8.86 9.42 9.37 9.37-10.00-9.59-6.27-5.91-3.91-3.21-2.81 Remsestraat 24 1.00 1.00 1.00 7.45 7.45 7.43 7.40 7.51 7.53 7.56 7.76 7.88 7.87 0.00 1.04 2.02 2.47 7.04 7.59 8.35 8.35 8.35 8.30 8.47 8.60 8.87 9.10 9.07 9.03 9.02 8.98 8.91-0.31 0.00 0.65 1.30 1.86 2.17 3.65 4.53 5.39 8.36 8.36 8.33 8.31 8.01 9.35 9.34 9.33 9.46 9.49 9.46 9.48 0.00 2.15 2.64 3.20 3.67 4.35 6.46 14 4.50 1.00 4.50 1.00 4.50 1.00 166.800 Marsdijk 6.53 6.24 7.47 8.65 7.50 7.24 7.24 10.95 9.43 9.45 440.500 6.00 6.05 6.05 6.05 6.05 6.05 12.07 12.34 14.94 15.82 17.97 7.23 7.16 6.84 6.80 19.24 20.00 7.19 8.08 7.19 7.10 12.19 13.89 20.00 AANBRENGEN KLEI, DIK 1.00m EROSIEBESTENDIGHEID 1 16 Neder Rijn Nederrijn 26 BESTAANDE AFRASTERING TERUGPLAATSEN A A bos 27 Nederrijn 1 Bestaande afstand Bestaande hoogte Nieuwe afstand Nieuwe hoogte 6.13 6.00 6.00 6.00 6.00 6.19 6.93 6.98 6.98 6.98 6.93 6.05 6.06 6.06 6.06 6.11 6.75 7.08 7.16 7.15 7.09 7.07 7.01 6.66-10.00-9.74-8.23-7.83-7.04-4.03-3.23-2.83-2.39-1.00 0.00 2.46 5.47 1.00 4.50 1.00 1.00 4.50 1.00 BERM EN TALUD AFWERKEN MET (VRIJGEKOMEN) KLEIIGE GROND, DIK 0,50m INZAAIEN MET GRASZAAD MENGGRANULAAT 0/31,5, DIK 0,60m BIJMENGING CEMENT-KORRELMIX 6.63 7.32 6.11 6.07 6.00 6.22 6.12 6.05 6.05 8.28 8.67 11.42 11.68 11.77 Loswal Rijnkade LEGENDA ONTGRAVEN AANVULLEN 24 THEORETISCH PROFIEL DIJK BESCHERMINGSZONE AANBRENGEN KLEI, DIK 1.00m EROSIEBESTENDIGHEID 1 SCHAAL 1:500 1:100 Buitenomme 32 63 Rijnstraat 20 45 61 59 BESTAANDE AFRASTERING TERUGPLAATSEN BERM EN TALUD AFWERKEN MET (VRIJGEKOMEN) KLEIIGE GROND, DIK 0,50mm. INZAAIEN MET GRASZAAD Keldermanspad Marsdijk Nederrijn Buitenomme AANBRENGEN 0.50m KLEIIGE GROND LEGENDA Boskalis bv bos Neder Rijn 3 12 2 AANBRENGEN MENGGRANULAAT 0/31,5 AANBRENGEN VRIJGEKOMEN KLEIIGE GROND AANBRENGEN KLEI, EROSIEKLASSE 1 STRUINPAD, BREED 1,50m. AANPLANTEN ZACHTHOUTOOIBOS BESTAAND RASTER HANDHAVEN BESTAANDE BOMEN/STRUIKEN AANBRENGEN RASTER : PAAL (H.O.H. 3m.) + 2 PUNTDRADEN STOBBENWAL AANBRENGEN KLAPHEK, ZIE DETAIL PLANGRENS 0 10 20 30 40m

Bijlage 2: Interventiekaart NR-TEK-SIT-224-2A 36 9 maart 2012 versie 2a

VERKLARING OOIBOS OPEN RUIGTE ZEGGE VERRUIGD GRASLAND VERHARD TERREIN NATUURLIJK GRASLAND PRODUCTIE GRASLAND PLASSEN HEGGEN LAANBEPLANTING 0 100 200 300 400m 0 50 100 150 200m Boskalis bv

Bijlage 3: Inrichtingskaart NR-TEK-SIT-220-2A 37 9 maart 2012 versie 2a

VERKLARING OOIBOS OPEN RUGITE ZEGGE VERRUIGD GRASLAND VERHARD TERREIN NATUURLIJK GRASLAND PRODUCTIE GRASLAND STRANG PLASSEN LAANBEPLANTING 0 100 200 300 400m 0 50 100 150 200m Boskalis bv

Bijlage 4: Beheerverklaringen Overzicht instemming beheerders Middelwaard Stichting Het Geldersch heeft in de diverse bijeenkomsten van de ABG en in het overleg over het beheerplan aangegeven het toekomstige natuurgebied in principe te willen beheren. Op basis van de gevoerde gesprekken is bijgevoegde verklaring opgesteld. Deze is nog niet bevestigd. De Stichting Het Geldersch verklaart betrokken te zijn geweest bij het opstellen van de Beheerplannen Uiterwaardverlaging Tollewaard, Uiterwaardverlaging Middelwaard en Uiterwaardverlaging Doorwerthse Waarden en is in principe bereid om de aan haar toegewezen objecten te beheren na realisatie. Hierbij moeten de volgende zaken nog geregeld en uitgewerkt worden voordat het beheer daadwerkelijk overgenomen kan worden: A Voldoende zekerheid over financiering van de beschreven beheerstaken; B Effectuering van de principe-afspraken met Rijkswaterstaat over het beheer van de rivieroever; C Nader inzicht in en afhechting van de consequenties van het Stroomlijn-project van Rijkswaterstaat voor inrichting en beheer van het plangebied; D Nadere afstemming met Waterschap Rivierenland over de raakvlakken met betrekking tot de primaire waterkering en de leggerwatergang, alsmede de bereikbaarheid van het inlaatwerk Bonte Morgen. E Nadere afstemming met de heer Timmer als eigenaar van grond onder het beoogde pad tussen de steenfabriek in de Doorwerthse Waarden en de paden rond Kasteel Doorwerth; F Vastgestelde vergunbaarheid van de plannen; Boskalis spant zich in om de punten die binnen haar bereik liggen te realiseren gedurende de looptijd van het project, waar nodig in samenwerking met Rijkswaterstaat en andere betrokkenen zoals overige beheerders van andere objecten binnen het plangebied. Gedurende 2012 wordt driemaandelijks de voortgang met betrekking tot deze punten doorgesproken tussen Het Geldersch, Rijkswaterstaat en Boskalis. In het vierde kwartaal van 2012, voor aanvang van de werkzaamheden, wordt gezamenlijk en zonodig op bestuurlijk niveau vastgesteld of er voldoende vertrouwen is dat het project na realisatie definitief kan worden overgedragen, danwel dat er een andere, eventuele tijdelijke oplossing voorhanden is. De gemeente Buren heeft aangegeven de aan haar toegewezen elementen (Veerstoep) in de Middelwaard te willen beheren. De gemeente Buren verklaart betrokken te zijn geweest bij het opstellen van de Beheerplannen Uiterwaardverlaging Tollewaard en Uiterwaardverlaging Middelwaard en is in principe bereid om de aan haar toegewezen objecten te beheren na realisatie. Hierbij moeten de volgende zaken nog geregeld en uitgewerkt worden voordat het beheer daadwerkelijk overgenomen kan worden: A Nadere afstemming inclusief financiële overeenkomsten met Rijkswaterstaat en bedrijven op de terpen over beheer en dagelijks onderhoud van de nieuwe infrastructuur in De Tollewaard; B Een vergunde situatie. Boskalis spant zich in om de punten die binnen haar bereik liggen te realiseren gedurende de looptijd van het project, waar nodig in samenwerking met Rijkswaterstaat en andere betrokkenen zoals overige beheerders van andere objecten binnen het plangebied. 38 9 maart 2012 versie 2a

Gedurende 2012 wordt driemaandelijks de voortgang met betrekking tot deze punten doorgesproken tussen gemeente Buren, Rijkswaterstaat en Boskalis. In het vierde kwartaal van 2012, voor aanvang van de werkzaamheden, wordt gezamenlijk en zonodig op bestuurlijk niveau vastgesteld of er voldoende vertrouwen is dat het project na realisatie definitief kan worden overgedragen, danwel dat er een andere, eventuele tijdelijke oplossing voorhanden is. 39 9 maart 2012 versie 2a

Bijlage 5: Tabel vegetatie-eenheden 4 Maatregelen Nederrijn

41 9 maart 2012 versie 2a

42 9 maart 2012 versie 2a

43 9 maart 2012 versie 2a

Bijlage 6: Natuurdoeltypenkaart NR-TEK-228-2A

VERKLARING 3.10: LANGZAAMSTROMENDE RIVIER EN NEVENGEUL 3.17: GEÏSOLEERDE MEANDER 3.32: NAT, MATIG VOEDSELRIJK GRASLAND / 3.24: MOERAS 3.61: ZACHTHOUTOOIBOS 0 100 200 300 400m 0 50 100 150 200m Boskalis bv

Bijlage 7: Beheereenhedenkaart NR-TEK-SIT-236-2A 45 9 maart 2012 versie 2a

VERKLARING OOIBOS LAAGGELEGEN WEIDE EN ONVERGRAVEN WEIDE RIVIEROEVER WATERPARTIJEN EN NATUURVRIENDELIJKE OEVERS VEERSTOEP EN RECREATIEVE PLEK WEGEN EN PADEN 0 100 200 300 400m 0 50 100 150 200m Boskalis bv

Bijlage 8: Belanghebbende partijen per beheereenheid NR-TEK-SIT-250-2A 46 9 maart 2012 versie 2a

VERKLARING OOIBOS LAAGGELEGEN WEIDE EN ONVERGRAVEN WEIDE RIVIEROEVER WATERPARTIJEN EN NATUURVRIENDELIJKE OEVERS VEERSTOEP EN RECREATIEVE PLEK WEGEN EN PADEN EIGENAAR B: RIJKSWATERSTAAT OOST-NL E: STICHTING HET GELDERSCH LANDSCHAP I: PARTICULIER G: GEMEENTE BUREN BEHEERDER 4: STICHTING HET GELDERSCH LANDSCHAP 6: GEMEENTE BUREN 8: PARTICULIER ONDERHOUD s: PARTICULIER u: GEMEENTE BUREN v: RIJKSWATERSTAAT OOST-NL w: STICHTING HET GELDERSCH LANDSCHAP 0 100 200 300 400m 0 50 100 150 200m Boskalis bv

Bijlage 9: Kostentabel beheermaatregelen Uiterwaardverlaging Middelwaard` 47 9 maart 2012 versie 2a

Nederrijn locatie Middelwaard Beheer- en onderhoud: kosten per jaar Laatst gewijzigd: 09-03-2012 Nr Beheer-/onderhoudseenheid Maatregelen Bewerkingspercentage (%) 1 Laaggelegen weide en onvergraven weide Laaggelegen weide, inclusief kleinere greppels: jaarrond extensief begrazen en evt. aanvullend 1x maaien en afvoeren maaisel. Aantal (st) Lengte (m) Oppervlakte (m2) Volume (m3) Gewicht (ton) Frequentie per jaar Eenheidsprijs ( ) Jaarlijkse kosten ( ) Verantwoordelijke 100 255546 1 0,06 15333 Stichting Het Geldersch /particulier Weide: storten maaisel (gewicht: 0,5 kg/m2). 30 127,8 1 40 1533 Stichting Het Geldersch /particulier Zeggenmoeras: twee- tot vierjaarlijks houtige opslag verwijderen en afvoeren. Zeggenmoeras: storten houtige gewassen (gewicht: 4 kg/m2). 100 4239 0,33 0,084 119 Stichting Het Geldersch 40 17,0 0,33 40 90 Stichting Het Geldersch Controle specifieke locaties na hoogwaters op erosie 50 255546 1 0,002 256 Stichting Het Geldersch /particulier 2 Totaal kosten Laaggelegen weide en ontgraven weide Rivieroever Specifieke locaties: indien nodig herstellen/aanvullen sediment: leveren en aanbrengen klei (volume: 0,05 m3/m2) Rivieroever/weide: jaarrond extensief begrazen en evt. aanvullend 1x maaien en afvoeren maaisel. 1 12777 1 30 3833 Stichting Het Geldersch /particulier 100 91722 1 0,06 5503 Stichting Het Geldersch 0 21164 3 4 Oever/weide: storten maaisel (gewicht: 0,5 kg/m2). 50 45,9 1 40 917 Stichting Het Geldersch Bomenrijen: 1x per 3 jaar snoeien. 100 40 0,33 6,26 83 Stichting Het Geldersch Laanbeplanting en opschot: storten snoeisel (gewicht: 7 kg/st na 1 jaar). 100 0,8 0,33 40 11,2 Stichting Het Geldersch 0 Totaal kosten Rivieroever 6515 Ooibos Alleen eerste jaren na aanplant beschermen tegen vraat door grote grazers (ter beoordeling van beheerder). Daarna geen beheer vereist (vanuit natuurdoeltype). 12808 0,0036 0 Stichting Het Geldersch Totaal kosten Ooibos 0 Waterpartijen en natuurvriendelijke oevers Waterpartijen (incl. verbindende greppels tussen oostelijke waterpartijen): baggeren in het najaar (1x per 5-20 jaar) bij verlanding/te dikke sliblaag. 75 7000 0,1 7,5 3938 Stichting Het Geldersch 0 5 Waterpartijen: storten bagger (gewicht: 200 kg/m2). 75 1400 0,1 40 4200 Stichting Het Geldersch Oevers: indien nodig delen met dichte gesloten vegetaties van Riet, Rietgras en Lisdodde maaien en materiaal afvoeren voor hoogwaterseizoen (voor 15 oktober). Oevers: storten maaisel/houtige gewassen (gewicht: 4 kg/m2). 100 4239 1 0,08 339 Stichting Het Geldersch 100 17,0 1 40 678 Stichting Het Geldersch 0 Totaal kosten Waterpartijen en oevers 9155 Veerstoep (en recreatieve plek) Veerstoep (halfverharding): inspectie en klein onderhoud, o.a. herstel insporing, 1 x per jaar. Tevens inspectie op veiligheid en bereikbaarheid Bank: inspectie en klein onderhoud (1x per jaar). Tevens inspectie op veiligheid en bereikbaarheid. 100 700 1 0,27 189 gemeente Buren 100 1 1 75 75 gemeente Buren Bank: groot onderhoud (1x per 10 jaar) 100 1 0,1 750 75 gemeente Buren Afvalbak: legen 1x per week; 1x per jaar inspectie veiligheid en bereikbaarheid. 100 1 52 4,2 218 gemeente Buren Totaal kosten Veerstoep 557 0

Nederrijn locatie Middelwaard Beheer- en onderhoud: kosten per jaar Laatst gewijzigd: 09-03-2012 Nr Beheer-/onderhoudseenheid Maatregelen Bewerkingspercentage (%) 16 Laaggelegen Wegen en paden weide en onvergraven weide Struinpaden: 2 x per jaar in het voor- en najaar maaien en maaisel afvoeren. Exclusief kosten afvoeren/storten. 7 Aantal (st) Lengte (m) Oppervlakte (m2) Volume (m3) Gewicht (ton) Frequentie per jaar Eenheidsprijs ( ) Jaarlijkse kosten ( ) Verantwoordelijke 100 1582 2 0,0275 87 Stichting Het Geldersch Struinpaden: storten maaisel (gewicht: 0,5 kg/m2). 100 1,6 2 40 127 Stichting Het Geldersch 0 Totaal Wegen en paden 214 Terreinmeubilair Rasters: inspectie en klein onderhoud, 2x per jaar. 25 4860 2 1 2430 Stichting Het Geldersch Klaphekken: inspectie en klein onderhoud, 1x per jaar. 100 7 1 50 350 Stichting Het Geldersch Poorten: inspectie en klein onderhoud, 1x per jaar. 100 8 1 60 480 Stichting Het Geldersch Begroeiing verwijderen uit terreinmeubilair voor hoogwaterseizoen 100 1 1 1000 1000 Stichting Het Geldersch 0 Totaal kosten meubilair 4260 8 Vaargeul Jaarlijks baggeren vaargeul. (Sediment wordt elders in de rivier gedeponeerd. Afvoer- en stortkosten zijn niet aan de orde.) 100 2200 1 7,5 16500 Rijkswaterstaat Totaal kosten Vaargeul 16500 Totaal kosten per jaar locatie Middelwaard 58365 0

Bijlage 10: Kostentabel monitoringsmaatregelen Uiterwaardverlaging Middelwaard` 48 9 maart 2012 versie 2a

Nederrijn locatie Middelwaard Monitoring: kosten per jaar Laatst gewijzigd: 09-03-2012 Nr Monitoringseenheid Maatregelen Bewerkingspercentage (%) Aantal (st) Lengte (m) Oppervlakte (m2) Volume (m3) Gewicht (ton) Frequentie per jaar Eenheidsprijs ( ) Jaarlijkse kosten ( ) Verantwoordelijke monitoring 1 Ecotopenkartering vegetatie (6 jaarlijks). Opstellen ecotopenkartering en controle monitoring/verificatie (1x per 6 jaar) 100 1 0,17 2000 333 Rijkswaterstaat Verifieren/rapporteren of de taakstellingen, conform de ecotopenkartering, worden overschreden (1x per 6 jaar) 100 1 0,17 2000 333 Stichting Het Geldersch Totaal kosten ecotopenkartering 667 2 Monitoring vegetatie Jaarlijks monitoren vegetatie voor hoogwaterseizoen (15 oktober) op overschrijding interventiewaarden. 100 1 1 1000 1000 Stichting Het Geldersch /particulier Veldbezoek controle (1x per jaar) 100 1 1 1000 1000 Rijkswaterstaat Totaal kosten monitoring vegetatie 2000 3 Schouw erosie en zwerfvuil/ingespoelde vegetatie Jaarlijks schouwen op erosie en zwerfvuil/ingespoelde vegetatie: laaggelegen weide en onvergraven weide; ooibos; waterpartijen en natuurvriendelijke oevers; rivieroever; wegen en paden; terreinmeubilair. 100 1 1 1000 1000 Stichting Het Geldersch /particulier 0 0 Jaarlijks schouwen op erosie en zwerfvuil: veerstoep en recreatieve plek. Indien nodig herstel erosie: kosten zijn op dit moment niet te bepalen 25 1 1 1000 250 Gemeente Buren 0 Stichting Het Geldersch, gemeente Buren, particulier Totaal kosten erosie en zwerfvuil 1250 4 Monitoring kribben Jaarlijkse monitoring kribben: maakt geen deel uit van dit beheerplan. Totaal kosten kribben 0 Totaal kosten per jaar locatie Middelwaard 3917 0 0 Rijkswaterstaat 0