Plaats en opstelling van de camera

Vergelijkbare documenten
Met camera-voering bedoelen we de opnametechniek voor wat betreft: - de Beeldcompositie - Camera-standpunten - Camera-bewegingen

Totaalshot Medium shot Close-up Establishing shot

Camerabewegingen in de praktijk

Workshop NML Video. Les 3 beeldtaal & cameratechniek over opdracht 2 exporteren keyframes bij effecten

In veel kerkdiensten kan er met behulp van in de kerk geplaatste camera s live worden uitgezonden en/of terug bekeken op internet.

Totaalshot Medium shot Close-up Establishing shot

Cameravoering. Camerastandpunt

Uitgebreid naslagwerk bij. Fotografie Workshop. door. Boukje Canaan

Tips voor betere foto's

Cameratechniek KENNISNET 2006

III: 1e tussenbeoordeling en COMPOSITIE

Wat is fotograferen? foto=licht grafie=schrijven Het vastleggen van licht

Fotografie: van opname tot archivering deel 1. Bruno Vandermeulen

Mediavoorzieningen/WorkshopReader

10 Tips voor betere portretfoto's

AV THEORIE CAMERAREGIE

Les 2. Brandpuntsafstand/Objectieven & Sluitertijd. Basiscursus Digitale Fotografie

Wat wil ik vertellen? m.a.w. zoek de essentie op van het verhaal dat je wil vertellen.

Scherp stellen. Functies van de videocamera. Onscherp. Scherpstellen

Architectuurfotografie. Tips

Multi-culti. documentaire

Instructie voor De training Het maken van een Video-verslag

Welk verhaal wil je vertellen met je film? Wat wil je bereiken bij de mensen die je film gaan zien? Denk bijvoorbeeld aan:

HANDMATIG FOTOGRAFEREN

Een geslaagde profielfoto? Zo maak ik m!

Photo Hobby Club Werken met de witbalans

Hoe kan je een verhaal op een multimediale manier vertellen?

Welkom bij Foto van Beloois. Uitgangspunten. Werkwijze lessen van 2 uur. Oefeningen na elke les

Hoe maak ik een korte film over zwerfvuil in zee? Enkele basisregels voor het maken van een film

Het doel. is om een eerste inzicht te geven in de basis van de digitale fotografie.

Productfotografie in je eigen thuisstudio

Hoe dan ook is het goed ook de handmatige belichtingsinstellingen van uw camera te leren kennen.

Les 5. Histogram & Flitsen. Basiscursus Digitale Fotografie

Avond over Flitsfotografie 4 April 2011 Fotoclub Iris

HDR- FOTOGRAFIE. Inleiding. Het digitale beeld - Bijlage

Denk aan: Kaders,Lensgebruik,Camerahoogte, Beweging of statisch/vast

Portretfotografie. Portretfotografie. Scherptediepte. Tips & Trucs portretfotografie

Demonstratie objectfotografie. Charles Strijd

Cursus Fotografie Les 2. Nu aan de slag

Het belangrijkste aspect in de portretfotografie is "LICHT". En... om tot een goed resultaat te komen, gaan we dit licht ook gebruiken.

Workshop Fotografie oktober 2016

Workshop Cameratechniek

Verhaalvormen Teamreflectie

Tips; betere foto's maken (bron: hema.nl)

High Key>>>>>>><<<<<<<<Low key

Het fotograferen van een zonsondergang of. een foto maken met.

Digitale fotografie onder water

Natuurfotografie. Kijken, zien en dán pas fotograferen. Luc Hoogenstein

Begrippenlijst 6 Massamedia Klas 3

Snelheid scherpstellen. Met of zonder beeldstabilisatie. Bereik Kleurfouten Vignettering

BETER FOTO'S MAKEN tips voor beginnende fotografen

Goed gebruikt is dergelijke lichtmeting een goede indicatie. Is meestal erg ingewikkeld in gebruik.

Tips voor betere foto s. Tips voor betere foto s. Camera vasthouden. Camera vasthouden. Camera vasthouden. Autofocus

Portretfotografie Dieptescherpte

1 Extreme scherptediepte onderwerp: Geschikt bij dichte vegetaties en ook bij volle zon. Leukst is als er fraaie bladeren of insecten of andere

Tips voor avondfotografie

eenheid van tijd, plaats en handeling

Cursus: tilt-shiftlenzen voor landschaps- en architectuurfotografie

Compositie op basis van geometrische vormen

Balans tussen orde en chaos ontsnappen aan de chaos. ordening = de onderlinge samenhang tussen de verschillende elementen

Zie ook: Werken met de flip Een film omzetten in een ander formaat Je film op schijf of in elo zetten Monteren van films met Windows live Moviemaker

OPDRACHTKAART. Thema: AV-technieken. Fotografie 4. Licht AV

Creatieve fotografie. fotogroep Sluiterke juni Anita, Betty, Peter, Truus

Nota s bij de les découpage

Macro fotografie De eerste is de scherpstelafstand van de lens De tweede belangrijke waarde is de reproductiefactor

Opdrachten. Druk dit document af en maak hierop aantekeningen tijdens uw fotosessies

Basisbegrippen in de fotografie

Tien tips voor vuurwerk fotograferen

Welkom op deze Fotocursus

THEORIE. Kijken naar Film

Het verhaal moet aanspreken, spannend zijn en een mooi einde hebben. Als je uit de bioscoop loopt moet je een goed gevoel hebben over de film.

Opdracht: Je werkt in tweetallen. Kies uit de volgende mogelijkheden:

Bronvermelding:

COMPOSITIE INHOUD A. ELEMENTEN VAN EEN STERK BEELD 1. HET FORMAAT. Horizontaal formaat Staand of verticaal formaat. Tip. Feiten over formaat

Gebruik hyperfocale afstand

Uitleg opnamens met een digitale camera

Handleiding Optiekset met bank

Diafragma, hoe werkt het

FOTOGRAFIE & FOTOKUNST:

Fotografie tips voor betere landschapsfoto's

Het gebruik van filters bij landschapsfotografie. Myriam Vos

De regel van derden. 1 Compositie

oplossen. Door meerdere belichtingen te maken en ze samen te voegen in Photoshop vergroot je de dynamiek in je foto.

BASIS FOTOGRAFIE BASISBEGRIPPEN

Creatief met tegenlicht fotograferen

Extra Thema: Voedingsfotografie

Bij het samenstellen van dit rapport is de grootste zorg besteed aan de juistheid van de hierin opgenomen informatie.

7 supertips over SCHERPTE & DIEPTE. voor natuurfoto s met een WOW-factor. Fotograferen in de natuur.nl. Toine Westen

WORKSHOP PORTRETFOTOGRAFIE

Het maken van een

LEERLIJN. Muziek & Techniek, onderdeel Techniek Zie 'Inleiding Muziek & Techniek' voor de volgorde van alle onderdelen van de leerlijn.

Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht

Schilderkunst. 1. Definitie TOEGEPAST. Bouwstenen om naar de schilderkunst te leren kijken. SCHILDERIJ: FIGURATIEF ABSTRACT:

Cameraopstelling, beeld, licht en geluid (interview)

Fotograferen op P, Av, Tv of M? Welke stand wanneer?

Kleurtemperatuur en aanpassing door middel van Filters

Transcriptie:

Wàt je filmt, is even belangrijk als hòe je het filmt. Of je het nu bewust of onbewust doet, je beelden zijn op zo n manier verpakt dat ze een bepaald gevoel of idee bij de kijker overbrengen. We hebben het hier over "beeldtaal" en "boodschap". Je moet je er van bewust zijn welke invloed de beeldtaal op de kijker heeft. Het definieert immers de gevoelswaarde en de uitdrukkingskracht van een video. Beeldtaal Denk niet dat er iets bestaat als objectief filmen. Als je filmt, zal je altijd een uitsnede van de realiteit moeten maken. Met de cadrage of: het beeldkader bepaal je wat er binnen het beeldveld te zien is, en wat buiten beeld valt. De cadrage bepaalt dus wàt de kijker te zien krijgt. Het is bijgevolg een zeer belangrijk element van de beeldtaal. De kijker ervaart het beeldkader niet als beperkend; zijn fantasie vult onbewust het beeld aan. Een cadrage kies je door de plaats en opstelling van de camera, de beeldgrootte en eventueel een camerabeweging. Huenga.com/multimedia maart 2008 koen.vlecken@plantijn.be 1

Plaats en opstelling van de camera Door de plaats en de opstelling van de camera ten opzichte van het onderwerp te wijzigen, kan je een totaal andere indruk van dat voorwerp krijgen. Er zijn verschillende factoren: voorwerpsafstand: de afstand tussen de camera en het onderwerp. opnamehoek: de hoek die de camera heeft t.o.v. het onderwerp: o normaal standpunt o vogelperspectief o kikkerperspectief o schuin kader beeldhoek. Bij een normale opnamehoek wordt er meestal van op ooghoogte gefilmd, en de camera wordt horizontaal gehouden. Bij een vogelperspectief wordt vanuit de hoogte gefilmd, de camera naar beneden gericht, dat kan zelfs loodrecht naar beneden zijn. In dat laatste geval spreek je van een topshot. Een kikkerperspectief is het omgekeerde van een vogelperspectief: vanuit een zeer laag standpunt kijkt de camera omhoog. Het is m.a.w. niet voldoende om vanuit een zeer laag standpunt te filmen om van een kikkerperspectief te spreken; de camera moet ook nog eens omhoog kijken. Een samengestelde foto met twee verschillende opnamehoeken. Bij een schuin kader hou je de camera scheef, naar links of naar rechts. Je kan zo n scheef standpunt ook combineren met een vogel- of kikkerperspectief. Stel dat je een close up wil maken van de ogen van een persoon. Er zijn twee manieren waarop je dat kan doen: Je kan heel dichtbij gaan staan met de camera, m.a.w. een kleine voorwerpsafstand houden, Of je kan veraf gaan staan en inzoomen. Met de lens van de camera kan je in- en uitzoomen, m.a.w. verschillende beeldhoeken zijn mogelijk. Als je volledig uitgezoomd hebt, heb je de grootste beeldhoek van die lens bereikt. Volledig ingezoomd heb je de kleinste beeldhoek. Naast de zoomlenzen bestaan er ook vaste telelenzen, die hebben een heel kleine vaste beeldhoek; je kan er dus niet mee zoomen. Met een vaste groothoeklens kan je evenmin zoomen. Zo'n lens heeft een vaste grote beeldhoek. 2

Twee verschillende beeldhoeken van een zoomlens bij verschillende voorwerpsafstanden: het flesje water is telkens even groot in beeld (t.o.v. het beeldkader). Merk de verschillen op tussen de twee beelden. Beeldgrootte Je begrijpt dat er een verschil bestaat tussen een opname waarbij enkel de ogen van een persoon getoond worden, en een opname van dezelfde persoon ten voeten uit. Het is het verschil tussen een detailopname en een totaalopname. Er zijn geen strikte definities waarmee je een onderscheid kan maken tussen de verschillende beeldgroottes. Veel hangt af van het beeld dat vooraf gaat in de montage, of het beeld dat er op volgt. Wat in de ene montage beschouwd wordt als een medium shot, zou in een andere montage wel eens een medium close shot kunnen zijn. Als maatstaf voor de verschillende beeldgroottes kan je best de menselijke gestalte nemen: Extreme long shot: geeft een totaalbeeld van een personage en zijn omgeving. Een establishing shot is vaak een extreme long shot. Long shot: een persoon ten voeten uit is een long shot, ook wel wide shot of totaalopname genoemd. Medium shot: Diezelfde persoon vanaf de heup of de middel tot en met het hoofd is een medium shot. Bij een medium shot valt immers duidelijk een deel van het onderwerp buiten beeld (buiten het kader), bij een long shot is het volledig te zien. In een medium shot zie je al expressie in het gezicht van het personage, bij een long shot veel minder; daar zie je in de eerste plaats de lichaamstaal. Medium long shot: zit het woord zegt het al tussen een medium en een long shot in. Het beeldkader toont het personage vanaf de knie omhoog. Dit soort shot wordt ook wel eens een plan américain genoemd omdat het zo vaak werd gebruikt in heel oude Amerikaanse films. Een plan américain had de bedoeling de kostuums in musicals en westerns mooi te tonen. Medium close: of nabij-opname, toont het onderwerp op de voorgrond, zonder nadruk op bepaalde details. Close up: pas vanaf de CU wordt de nadruk op een detail gelegd. Het geeft de kijker de indruk zeer dicht bij het onderwerp te staan. Extreme close up: of zeergrootopname, toont de kleinste details van het onderwerp. Huenga.com/multimedia maart 2008 koen.vlecken@plantijn.be 3

In de praktijk beperk je je meestal tot de begrippen long shot, medium en close up. In het Nederlands: totaal, halfnabij en grootopname/detailopname. Scènes en shots Een scène is een eenheid van tijd, plaats, handeling en personage(s). Als één van deze vier elementen verandert, eindigt de scène en begint er een nieuwe. Een scène wordt onderverdeeld in verschillende shots. Een shot komt overeen met een nieuw camerastandpunt of een nieuwe cadrage. Die cadrage hangt af van de afstand tot het onderwerp en de gebruikte lens. Telkens de camera van standpunt wisselt of als er een andere lens wordt gebruikt, heb je een nieuw shot. Sommige combinaties van camerastandpunt en cadrage zijn zulke clichés geworden, dat er naampjes voor verzonnen zijn: Subjectieve camera, point of view oftewel PoV: een camerastandpunt waarbij je te zien krijgt wat een bepaald persoon zou zien. Als toeschouwer heb je de indruk dat je het standpunt van die persoon inneemt. De afkorting PoV kom je vaak tegen in een draaiboek. Over shoulder: de camera kijkt mee over iemands schouder. Vaak zie je dan een stukje schouder in beeld. Wordt ook wel semi-pov genoemd. Twoshot: gewoonlijk een medium shot van twee personen, in een beeldkader dat vanaf de buik begint. Shot / tegenshot: een opeenvolging van twee of drie shots: 1. Het gezicht van een persoon. 2. Dat wat de persoon ziet, zodat het publiek kan zien waar die persoon naar kijkt. 3. De persoon die reageert op wat ie net heeft gezien (het tegenshot). Establishing shot: een shot dat de kijker duidelijk moet maken waar een handeling zich afspeelt. Dergelijke shots worden vaak gebruikt om de toeschouwer te foppen: je laat eerst een exterieur zien van een mooie villa (het establishing shot), vervolgens toon je een studio opname van iemand in een sofa. De kijker gelooft dan dat het interieur bij het exterieur hoort. Time lapse: een shot met een versnelling. Stand up: een journalist die live met de microfoon in de hand ter plekke bericht. Een stand up is een medium shot, met de journalist in het midden van het beeldkader. Met een kleine zoom en panbeweging gaat het soms over in een twoshot, voor een interview met iemand die net daarvoor buiten beeld stond te wachten. 4

Camerabewegingen Camerabewegingen zijn nodig om een onderwerp dat in beweging is, te volgen. Camerabewegingen worden echter ook vaak gebruikt als het onderwerp niet in beweging is, om een eigen sfeer aan de beelden te geven, of om van het ene onderwerp naar het andere te gaan. Fix standpunt of fix: een vast camerastandpunt. De camera staat hierbij stil op een statief. Het statief wordt geblokkeerd zodat geen bewegingen van de camera t.o.v. het statief mogelijk zijn. Travel: de camera wordt op een karretje (een dolly) opgesteld. De wieltjes van de dolly rijden vrij, of volgen rails. Er zijn verschillende rij-opnamen mogelijk: Traveling in: de camera rijdt naar het onderwerp toe. Traveling out: de camera beweegt van het onderwerp weg. Zijdelingse rij-opname: de camera glijdt voorbij aan het onderwerp. Begeleidende rij-opname: camera en bewegend onderwerp houden dezelfde tred. Cirkelende rij-opname: de camera draait rond het onderwerp. Er is een fundamenteel verschil tussen een travel en een zoom. Bij een voor- of achterwaartse rij-opname (een traveling in of een traveling out) blijft de beeldhoek ongewijzigd. Bij het in- of uitzoomen daarentegen wordt de beeldhoek kleiner of groter. Je denkt misschien dat dit hetzelfde resultaat geeft, maar dat is niet zo. Een retrozoom is een combinatie van een travel met een zoom. De camera staat op een dolly en rijdt achteruit, en gelijktijdig wordt er ingezoomd. Het begin van het shot zie je links, het einde rechts. Uit de film La Haine. Dit soort shot wordt ook wel Vertigo shot genoemd, naar de Hitchcock film waar deze traveling-outmet-zoom voor het eerst werd gebruikt. Een retrozoom kan ook omgekeerd: de camera rijdt vooruit en gelijktijdig wordt er uitgezoomd. Zoals in de film The Quick and the Dead: Gene Hackman en Leonardo DiCaprio staan tegenover elkaar in een duel. Ze lijken los te komen van de achtergrond, de huizen worden weggezogen. Huenga.com/multimedia maart 2008 koen.vlecken@plantijn.be 5

Boom: de camera wordt aan een boom of kraan bevestigd. Er zijn verschillende complexe boombewegingen mogelijk. In zowat elke televisieshow met publiek, wordt er met een op een kraan bevestigde camera over het publiek gevlogen. De meest eenvoudige beweging is een liftbeweging, waarbij de camera verticaal naar boven of beneden bewogen wordt. Een mini jib is een kleine kraan waarmee je makkelijk liftbewegingen kan maken (tot ±2,5 meter hoog). Op de foto zie je een mini jib op een kleine dolly, en op de achtergrond de flight case waar alles in past. Er bestaat ook een grotere versie, die heet de super jib. Pano: de camera staat op een statief dat verticaal wordt geblokkeerd. De camera kan enkel een horizontale beweging maken: een pano (zoals in "panorama"). Je kan een pano gebruiken bij het filmen van landschappen. Deze beweging maken, heet "pannen". Een bewegend onderwerp met een pano volgen, heet "meepannen". Tilt: tilten is een op- of neerwaartse beweging maken met de camera, waarbij de camera op eenzelfde hoogte blijft. De camera staat op statief en is horizontaal geblokkeerd, zo dat hij enkel verticaal kan bewegen. 6

Compositie Als je hebt over beeldcompositie, dan gaat het over de schikking van de verschillende elementen (onderwerp en achtergrond, personen en voorwerpen) binnen het beeldkader. Een compositie laat bepaalde elementen meer in het oog springen dan andere, m.a.w. legt accenten in het beeld. Een cameraman heeft daarnaast ook aandacht voor de esthetische waarde van een beeld, én voor het ritmisch karakter dat verschillende opeenvolgende beelden kunnen opleveren. Soorten compositie. Bij een realistische compositie primeren de acteurs, zoals in de film Rosetta van Jean- Pierre en Luc Dardenne. Bij een expressionistische compositie echter primeert vooral het beeld, zoals in Jean- Pierre Jeunet's Le Fabuleux Destin d' Amélie Poulain. Invoerende lijnen. Een cameraman zoekt visuele steunpunten waar het oog zich kan op fixeren, of waarlangs het het beeld kan aftasten. Als hij de aandacht van de kijker wil toespitsen op een bepaald punt, zal een cameraman proberen te werken met invoerende lijnen; die voeren de blik van de kijker naar een bepaald eindpunt. Sterke beeldpunten. Als je een beeld horizontaal en verticaal in drie gelijke delen verdeelt, krijg je negen vakjes die even groot zijn. De vier snijpunten van de lijnen die het beeld horizontaal en verticaal verdelen, zijn de sterke beeldpunten. De beeldelementen die belangrijk zijn, plaats je dan ook best op één van deze punten. Ook een horizon kan je door twee van deze punten laten lopen, dus op één derde van de bovenkant of van de onderkant van het kader. Asymmetrie: een opeenvolging van symmetrische beelden kan monotoon worden. Om dat te vermijden, kadreer je asymmetrisch. Perspectief en dieptewerking: voorwerpen dichter bij de camera lijken groter dan voorwerpen ver van de camera verwijderd. Hoe dichter je bij het voorwerp gaat staan, hoe meer dit zal opvallen. Als je op het voorwerp inzoomt, zal de achtergrond onscherp, wazig worden men zegt wel eens dat een voorwerp dan van de achtergrond los komt. Op die manier kan je spelen met de belangrijkheid van een voorwerp. Cameralui zijn er nog al eens voor gewonnen om het beeldkader evenwijdig te leggen met één van de vluchtlijnen uit het beeld. Door de camera lichtjes naar links of rechts te laten kantelen, vind je al snel een perspectieflijn die evenwijdig loopt aan de horizontale of verticale van het beeldkader. Het is een eenvoudige truc om ietwat saaie onderwerpen zoals kantoorgebouwen en dergelijke, toch een dynamische indruk te geven. Scherptediepte. Een lange lens (een kleine beeldhoek) heeft een kleinere scherptediepte dan een korte lens (een grote beeldhoek). Hoe meer je inzoomt, hoe minder scherp het gebied voor en achter het onderwerp zal zijn. Op die manier kan je een onderwerp van de achtergrond losmaken. En dat geeft een cinematografisch effect; net zoals bij portretfotografie zal het onderwerp scherp zijn, en de achtergrond onscherp. De scherptediepte verkleint ook bij een grote iris (een iris bij een videocamera werkt als een diafragma bij een fototoestel). Bijgevolg is het bij weinig omgevingslicht moeilijker om scherp te stellen. De volgende tabel toont de invloed van de lengte van de lens en de grootte van de iris op de scherptediepte: Huenga.com/multimedia maart 2008 koen.vlecken@plantijn.be 7

lengte LENS opening IRIS veld / SCHERPTEDIEPTE kort / groothoek klein groot normaal normaal normaal lang / tele groot klein (weinig scherptediepte) Contrast: je bent geneigd de lichte objecten in een beeld eerst op te merken, vooral in een beeld met een donkere achtergrond. Zowel binnen als buiten hangt het contrast sterk af van de belichting. Lattitude. Er is ook een belangrijk technisch aspect aan contrast. Lattitude is het maximale verschil in donker en licht dat een bepaald soort pellicule of bepaald type videocamera aan kan. Stel dat je in een kathedraal een schilderij filmt. Het is tamelijk duister in de kathedraal en bovendien heeft het schilderij veel duistere tinten. De zon strooit kleine lichtvlekjes op het schilderij. Als je het schilderij filmt met een gewone consumer videocamera, dan krijg ofwel overbelichte zonnevlekjes, ofwel een totaal duister schilderij. Broadcast video geeft een iets beter resultaat, de recentste broadcast high definition videocamera s zijn nog beter, en het best zijn sommige soorten filmpellicule; zij hebben het grootste contrastbereik kunnen een groot verschil in lichtintensiteit aan. Ze hebben een High Dynamic Range (HDR), oftwel een grote lattitude. Optische as: de fictieve lijn die samenvalt met de blikrichting van één of meerdere personen. Bij twee personen is het de verbindingslijn tussen beiden. Eens je de camera aan één kant van de optische as hebt geplaatst, kan je die as niet meer overschrijden. De regel van de optische as kan als stijlmiddel bewust overtreden worden om een desoriënterend shockeffect bij de kijker teweeg te brengen. Zoals in de film Carlito s Way van Brian De Palma, of zoals in 25th Hour van Spike Lee. Hoofdruimte. Als je een persoon kadreert, moet je op enkele dingen letten. Bij een medium shot hou je best een beetje ruimte over boven iemands hoofd. Je geeft die persoon dan letterlijk wat headroom. Bij een close up hoeft dat niet; daar kan je een klein deel van het voorhoofd wegsnijden. Kijkruimte: een persoon in profiel heeft kijkruimte nodig dat is de ruimte tussen die persoon en de beeldrand waar hij naar kijkt. Je plaatst die persoon ook ietsje uit het centrum van het beeldkader. 8

Belichting Bij het filmen volstaat het bestaande omgevingslicht niet altijd, ook al film je overdag buiten. De beperkte lattitude van de meeste videocamera s zorgt er voor dat je bij sterk zonlicht moet bijlichten om de schaduwpartijen op te lichten. Anders worden die schaduwpartijen storende zwarte plekken in je videobeeld. Je hebt niet altijd spots nodig, op een zonnige dag kan je ook bijlichten met een reflectiescherm. Hard licht: de benaming komt van de sterk afgetekende schaduwen die deze lichtbronnen werpen. De zon, als natuurlijke lichtbron, geeft hard licht. Hard kunstlicht wordt door de bouw van het armatuur of door een lens gebundeld. Lichtbronnen met deze eigenschappen noemen we spots. Met de zijkleppen of flapjes kan je de lichtstraal aflijnen. De spot links is een zgn. blonde (spreek uit op z n Frans), en heeft meestal 2.000 Watt. De spot rechtsboven is een redhead of, in het Vlaams: een mandarine. Deze spot is veel kleiner en heeft 800 W. Beide spots geven een geelachtig (gloeilamp) licht, m.a.w. het is Tungsten licht (zie Kleurtemperatuur). Bij de opname van een documentaire of televisieserie wil je misschien zonlicht op een welbepaalde plaats. Je zou willen dat de zon bovendien altijd schijnt, dat ie blijft stil staan, en dat er zeker niet af en toe een wolkje voor schuift. Dat kan allemaal met een zgn. HMI. Dat is een zware spot (foto rechts) die bestaat in groottes van 1.000 tot pakweg 6.000 W. Op deze foto zie je wat voor resultaat zo n HMI geeft: een HMI van 2,5 KW plaats je buiten voor een raam. In het interieurbeeld lijkt het dan alsof de zon schijnt. Huenga.com/multimedia maart 2008 koen.vlecken@plantijn.be 9

Bij zacht licht zijn de schaduwen wazig afgetekend, of zelfs afwezig. Een wolkendek geeft zacht licht. Kunstlicht wordt gespreid door de bouw van de armatuur, of door het gebruik van lichtdoorlatende en lichtverspreidende oppervlakken, of door het te weerkaatsen op matte reflectieschermen. Kunstlicht dat zacht licht levert noemen we floods, of floodlampen. Een eenvoudige truc om van een spot een flood te maken, is er kalkpapier voor te hangen. Spots hebben flapjes die voorzien zijn van knijpers, speciaal om filters en kalkpapier aan te bevestigen. Hoe meer lagen kalkpapier je gebruikt, des te zachter zal het licht worden (maar ook des te minder sterk). Er bestaan nog andere hulpmiddelen om van een spot een flood te maken: het reflectiescherm, de paraplu-reflector, en het diffusiescherm (een soft box, in het Engels). Je kent die alle drie van bij de portretfotograaf. En van de filmpjes van Israel Hyman (www.izzvideo.com). En dan heb je nog Kine Flo; het bekendste merk van fluorescentielampen in een handige behuizing. Een Kine Flo geeft heel zacht licht, haast volledig schaduwloos. Een Kine Flo op statief. De driepuntsbelichting is een klassieke lichtopstelling voor personen. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij interviews in een documentaire. Er worden drie lichtbronnen gebruikt: Key: het hoofdlicht is een spot die ergens naast of achter de camera geplaatst wordt. Je bepaalt er de schaduw mee op het gezicht van de persoon. Let vooral op de grootte en de richting van de neusschaduw. Filler: het invullicht dient om het grote contrast van het hoofdlicht te verminderen. De sterke schaduw van de neus wordt hiermee opgelicht. De filler plaats je aan de andere kant van de camera dan de key. Back: het tegenlicht wordt gebruikt om de persoon van de achtergrond los te maken. Het bevindt zich schuin achter de persoon. Het tegenlicht zorgt voor een klein randje licht op de contouren van iemands gezicht, of op het haar. 10

De stijl van belichting geeft een uitgesproken stemming aan het shot of de scène. Er bestaan er ruwweg drie: Graduated tonality: heeft een "normaal" contrast. Je hebt een goede lichtman en vooral veel tijd nodig als je op deze manier wil belichten. High key: de scène wordt sterk uitgelicht. De gaffer (de lichtman) gebruikt zacht, diffuus licht. Er zijn weinig schaduwen en er is weinig contrast, daarom wordt het ook wel plat licht genoemd. Je ziet deze "stijl" in sitcoms en Vlaamse soaps: Low key: er zijn sterke contrasten. Schaduwen worden niet opgelicht: er zijn dus weinig of geen fillers. Deze lichtstijl zie je bijvoorbeeld in Film noir. En in de foto van deze low-key cat. Kleurtemperatuur: een bepaald licht heeft een bepaalde kleurtemperatuur, uitgedrukt in Kelvin. Kleuren die je als koud zou bestempelen, zoals groen, blauw en violet, hebben een hoge kleurtemperatuur. Zogenaamde warme kleuren als geel, oranje en rood hebben een lage kleurtemperatuur. Een gloeilamp geeft geel licht, daglicht is blauw van kleur, en een fluorescentielamp groen. Een andere naam voor het gele licht van gloeilampen is Tungsten. In de film- en theaterwereld heb je speciale spots (HMI s) die daglicht geven, en speciale fluorescentielampen (Kine Flo s) die ofwel daglicht, ofwel Tungsten geven. Het menselijk oog laat niet toe een exacte interpretatie te maken van de kleurtemperatuur. Op videobeelden gebeurt dit wel. Daarom zie je op video blauwtinten of geeltinten die je in realiteit niet opmerkt. In ons brein is namelijk een correctiemechanisme ingebouwd, terwijl een professionele camera die correcties niet automatisch doet. Camera s hebben enkele filters ingebouwd om de meest voorkomende kleurtemperaturen te corrigeren. Het beste resultaat krijg je echter door, vóór het filmen, een zgn. witbalans te maken. Je houdt daarbij een wit blad papier voor de lens, beeldvullend. Je zorgt ervoor dat er voldoende licht op het blad valt hou het niet in de schaduw. Hou enkele seconden het white balance knopje van de camera ingeduwd, et voila: de witbalans is ingesteld. Huenga.com/multimedia maart 2008 koen.vlecken@plantijn.be 11

Zonder witbalans (foto links) onder een gewone fluorescentielamp krijg je een groene schijn. Op de rechterfoto is er eerst een witbalans gemaakt. 12