Winde Willie van Emmerik Jochem Koopmans
Vis van het jaar 2006 Belangrijke vissoort Sportvisserij Waterbeheer Visstandbeheer
Visserij Zeer gewilde vis voor de sportvisserij Vroeger ook voor de beroepsvisserij - Zuiderzee
Vis van het jaar 2006 Belangrijke vissoort Sportvisserij Waterbeheer Visstandbeheer haalbare doelsoort
Inhoud Wettelijke status Bedreigingen Taxonomie Uiterlijk en herkenning Verspreiding Leefwijze Ontwikkeling en groei Habitateisen Bijzonderheden
Wettelijke status winde Visserijwet, inheemse vissoort Beperkingen visserij: minimummaat (30 cm) en gesloten tijd : 1 april t/m 31 mei Niet opgenomen in de bijlagen van de Floraen faunawet of Habitatrichtlijn Rode Lijst 2004 - gevoelige soort Doelsoortenlijst LNV (2001) T (sterk afgenomen)
Gevoelig voor Verstuwing migratiebarrieres Achteruitgang paai- en opgroeigebieden Kanalisatie rivieren Vervuiling
Taxonomie Orde Cypriniformes (karperachtigen) - Geen tanden in de bek, wel keeltanden - Algemeen uitstulpbare bovenkaak - Geen schubben op de kop - Geen vetvin - 6 families Familie Cyprinidae (karpers) - Noord-Amerika, Afrika, Europa, Azië, - 2000 soorten, > 200 geslachten - veel variatie - 1-3 rijen keeltanden, max. 8 per rij Geslacht Leuciscus - ca. 30 soorten, o.a. kopvoorn en serpeling Soort Leuciscusidus - variëteiten, ondersoorten
Naam winde, Leuciscusidus L. Leuciscus Grieks voor witvis, idus - onbekend Engels: ide / orfe Frans: ide mélanote Duits: Aland
Uiterlijke kenmerken Hoge rug, afgeplatte zijkanten Rug donker, flanken zilverkleurig, soms gouden tint, buik wit/geelwit Staart/rugvin grijzig, overige vinnen rossig Kleine schubben Kop klein, bek eindstandig Te verwarren met blankvoorn, ruisvoorn, kopvoorn (serpeling)
Determinatiekenmerken Aantal schubben op de zijlijn winde 56-61, kopvoorn 44-46 (zwartomrand), serpeling 47-53, ruisvoorn 40-43, blankvoorn 39-48 Vorm achterzijde anaalvin winde hol of recht, kopvoorn bol Stand van de bek - winde eindstandig, kopvoorn ook eindstandig - groot - ruisvoorn bovenstandig, serpeling onderstandig Kleur oog blankvoorn rode oogvlek Vorm lichaam Winde hoog, zijdelings afgeplat Kopvoorn rolrond
Verspreiding winde -grootste deel Europa -Siberië Bron: Lelek, 1987
Verspreiding winde Nederland Voorkomen: Veel watertypen Veel km-blokken Trend (licht) positief Bron: De Nie, 1997
Leefwijze Stroming - partieel reofiel- paai/opgroei Migratie - potamodroom migrerend op rivieren Voedsel - omnivoor Scholen Stratum - pelagisch Zoet water, kan brak water verdragen Voortplanting grind/plantpaaier
Voortplanting Migratie stroomopwaarts de rivier op Paai maart-mei mei,, 2 10 dagen Temperatuur van meestal 8-108 10 C C (vanaf( 5 ) Trekken in scholen De mannetjes eerst, de vrouwtjes later Mannetjes paaiuitslag Paaiplaatsen grind of zand, soms planten- materiaal Ca. 100.000 eitjes
Ontwikkeling Embryo en larve Ei - 1,5 mm, oranjegeel, plakkerig, Embryo 6 mm leeft ruim een week op de dooierzak Larve 10 mm - actief naar voedsel zoeken -ontwikkeling uiterlijke kenmerken Daarna juveniel - eind van groeiseizoen lengte ca. 7 cm Geslachtsrijp na 2-6 jaar bij een lengte van 30-45 cm Max. leeftijd ca. 15-18 jaar Juveniel 27 mm, Bron: Pinder, 2001
lengte (cm) 60 40 20 lengtegroei winde kopvoorn serpeling 0 0 2 4 6 8 10 leeftijd Maximum lengte ca. 60 (80) cm
Omnivoor (opportunistisch) Voedsel Larven dierlijk plankton (watervlooien, radardiertjes, roeipootkreeftjes, dansmuggen Juvenielen insectenlarven (kokerjuffers, waterpissebedden, slakjes) > 20 cm plantaardig materiaal (algen, hogere planten, zaden, detritus, mossen) visseneieren / vissen
Habitateisen Waterdiepte optimaal 50-200 cm, max 5 m? Stroomsnelheid - opt. 20-50 cm/s, max. 1,5 m/s Optimale temp. vanaf 17 C, max 36 C (juv. 27 C, eieren 25 C) Beschutting - Vegetatie - voor larven, instream cover stroomluwtes, overhangende vegetatie Zout concentratie tot 24 saliniteit (13 g Cl/l)
Habitateisen voortplanting - Temp. 4-15 C, meest 8-10 C - Substraat zand/grindbodem of planten - Diepte 0,3-1,5 m - Stroomsnelheid 5-40 cm/s - Zwevend stof < 25 mg/l - Zuurstof > 5 mg/l
Bijzonderheden Springen over barrières - 25-50 cm In verleden gebruikt voor biologische waterkwaliteitsmeting Aqualarm Bijzonder individueel trekgedrag Graterig, maar goed eetbaar!