AV THEORIE CAMERAREGIE HET LOS OPNEMEN VAN SHOTS, HOE MOOI OOK, LEVERT NOG GEEN FILM OP!!! Film maken is een verhaal vertellen in beelden en dat verhaal wil je met mensen delen, je wilt je film aan een publiek laten zien! Voorwaarde is dat je emotie in je beelden kunt overbrengen. De emotie die je als kijker voelt bij het zien van bepaalde beelden is je eigen emotie. Je projecteert je eigen emotie op het beeld. Een filmmaker creëert een illusie, hij schept de voorwaarden. Je krijgt als kijker in reeksen van beelden de nodige informatie maar je moet zelf meedenken om het verhaal te maken. Als b.v. de continuïteit verstoord wordt of een acteur kijkt (niet bedoeld) in de camera dan geloof je het niet meer, dan is de illusie verstoord! EMOTIE OVERBRENGEN BETEKENT DAT DE KIJKER BETROKKEN BLIJFT. REGISTREREN (= WEERGEVEN ZOALS JE EEN SCENE ZIET IN HET THEATER) GEEFT DE KIJKER DE NOODZAKELIJKE INFORMATIE. Te veel informatie & te weinig emotie houdt de kijker op afstand. Hij zapt weg! Te weinig informatie & teveel emotie zorgt ervoor dat de kijker je verhaal niet kan volgen en om die reden afhaakt. Een goede balans tussen overbrengen van informatie en emotie is dus heel belangrijk!!! EMOTIE OVERBRENGEN DOOR: de camera zo dicht mogelijk bij of zelfs óp de actielijn te zetten!!! Voorkom shots van geïsoleerde personen (Timboektoeshots), gebruik liever overshoulders. EMOTIE overbrengen is in de actie stappen = camera staat zo dicht mogelijk bij de actielijn en JIJ bepaalt wat de kijker te zien krijgt. INFORMATIE OVERBRENGEN DOOR: de camera loodrecht op de actielijn te plaatsen = registreren!!! INFORMATIE overbrengen is op de rec. knop drukken en registreren = vastleggen wat er zich vóór de lens afspeelt, het tafereel, als in een theater = camera staat loodrecht op de actielijn. Hoeveel informatie heeft de kijker nodig om het verhaal te begrijpen, méér is niet nodig! 1
Als je een film maakt moet je antwoord geven op onderstaande vragen: WIE IS JE HOOFDPERSOON? Pas als je dat weet kun je beginnen met: 1. WAAR STAAT DE CAMERA Op plattegrond intekenen 2. WAT DOET DE CAMERA Op plattegrond intekenen 3. WAT ZIET DE CAMERA Op storyboard intekenen Découpage (= het opdelen van een scène in shots) Een scène is een eenheid van tijd, plaats en handeling. Als de kijker op die plaats zou zijn, zou hij alles in een keer kunnen zien. Soms kun je een scène in één shot opnemen. De regisseur gebruikt meestal meerdere shots om één gebeurtenis te laten zien. Voordeel 1: De regisseur kan zo de aandacht van de kijker sturen naar details, naar reacties van de tegenspeler of naar gebeurtenissen die tegelijkertijd in een andere hoek van de kamer plaatsvinden. De regisseur deelt dan de scène op in meerdere shots (je leest b.v. mee in een brief, je ziet de hand van de lezer verkrampen, het gezicht vertrekken en de tranen zie je komen. Voordeel 2: Je kunt het ritme en de snelheid van de scène in de montage bepalen. Je kunt dus de tijdsduur van een handeling in de montage beïnvloeden. Het getreuzel bij het aantrekken van een jas kan dan teruggebracht worden tot een lengte die niet vertragend is. Aan de andere kant kun je een gebeurtenis nog belangrijker maken door die in tijd uit te rekken. B.v. iemand klimt omhoog in een peiler van een brug om zelfmoord te plegen. Dat wordt gecombineerd met een shot van de geliefde die aan komt rennen en hem probeert over te halen naar beneden te komen. Nadeel 1: Een gebeurtenis / handeling teveel découperen / opknippen voelt al gauw als ónecht aan. Het is dan een truc waarmee de kijker beduveld wordt. Nadeel 2: De losse shots moeten wel zo gemaakt worden dat ze later in de montage weer tot een vloeiend geheel kunnen worden. Dus moet je goed nadenken over de overgang en de opeenvolging van de shots in één scène. Nogmaals: HET LOS OPNEMEN VAN SHOTS, HOE MOOI OOK, LEVERT NOG GEEN FILM OP!!! 2
Dus goed nadenken over: 1. WAAR STAAT DE CAMERA Op plattegrond intekenen 2. WAT DOET DE CAMERA Op plattegrond intekenen 3. WAT ZIET DE CAMERA Op storyboard intekenen Découpage toepassen: Bekijk eerst de plek én de handeling! Teken daarna en plattegrond en een storyboard. Pas toe wat je tot nu toe allemaal geleerd hebt. Wissel na élk shot kader óf standpunt óf inhoud van het shot + denk aan de as! Bedenk van te voren: - Is het een snelle of een langzame scène? - Is het belangrijk dat we meevoelen met het personage (Close-ups)? - Wát is het belangrijkste moment in de scène? Tips voor Découpage: Laat in het begin van je scène zien wáár we zijn (= Establishing shot). Daarvoor gebruik je dus een Totaal shot. Totaal shots geven overzicht, dat is ook belangrijk als acteurs ergens lopen. Op bijzondere, heftige, emotionele, spannende en belangrijke momenten gebruik je Close-ups. Gebruik bij gesprekken vooral over shoulders. Als je iemand van onder af filmt (de camera lager dan zijn ogen = kikkerperspectief) dan kijk je naar hem op. Zo iemand lijkt groter, stoerder, machtiger. Als je iemand van bovenaf filmt (de camera hoger dan zijn ogen = vogelperspectief) dan kijk je op hem neer en lijkt die persoon kleiner, verdrietiger, zwakker. Op minder belangrijke momenten kun je rustig afstand houden (Totaal shot). Gebruik voor snelle scènes veel korte shots en/of beweeg de camera (pan, tilt, lift, rijders). Veel bewegen wil niet zeggen: heftig of onrustig en snel met de camera bewegen! 3
PLATTEGROND: WAAR STAAT DE CAMERA en WAT DOET DE CAMERA, dat geef je aan op de plattegrond. Een plattegrond is altijd een bovenaanzicht! (afbeelding 1) V is de camera. Hier zitten twee acteurs op een stoel tegenover elkaar. Afbeelding 1 Als je de camera of de acteurs wilt laten bewegen kijk dan hieronder op afbeelding 2 hoe je dat kunt noteren op je plattegrond! Afbeelding 2 4
INFORMATIE OVERBRENGEN Kijk weer op afbeelding 1: De ACTIELIJN (loopt in deze scène tussen de 2 personen (van neus tot neus). Camera 1 = V staat loodrecht (= onder een hoek van 90 graden) op de actielijn. 1 De camera registreert, kijkt van afstand objectief naar het gebeuren. Dat geeft informatie over wie, wat en waar. Informatie die de kijker nodig heeft om de scène te begrijpen. Hier is sprake van statische cameraregie. EMOTIE OVERBRENGEN Camera s 2 en 3 staan onder een veel kleinere hoek (+/- 45 graden) t.o.v. die zelfde actielijn. Het zijn over shoulder shots en je kijkt om de beurt de acteurs in het gezicht. Je kunt nu hun emotie waarnemen en dat geeft bij de kijker een grotere betrokkenheid. Door de camera nog dichter bij of zelf óp de actielijn te plaatsen is dat effect nog groter. Hier is sprake van dynamische cameraregie. STORYBOARD: WAT ZIET DE CAMERA (dus wat ziet de kijker) geef je aan met je storyboard. Dat is een belangrijk communicatiemiddel op de set, naast de plattegrond! Voorbeeld storyboard m.b.v. foto s Storybord scenario korte speelfilm Dag Schat SHOT 1 Omschrijving van het shot Actie: De man doet de afwas. Camera links van de man. Half totaal Locatie: de keuken. Geluid: SHOT life-geluid. 2 Omschrijving van het shot Actie: de douchekop geeft water. Douche wordt aan en weer uitgezet. Close-up. Locatie: badkamer. 5
SHOT 3 Omschrijving van het shot Actie: de man komt in beeld (rechts) en rijdt met boodschappenwagen in de supermarkt, kiest o.a. flessen wijn en gaat links het beeldkader uit. Totaal Locatie: supermarkt. Geluid: life-geluid. Je storyboard tekenen kan natuurlijk ook! Aanwijzingen voor het maken van een STORYBOARD: * Het is een soort stripverhaal waar de cameraman mee moet kunnen werken. * WEET WIE JE HOOFDPERSOON IS! * TEKEN DE ACTIELIJN! * Alles wat je doet heeft een reden om het op die manier in beeld te brengen! Elk shot stuurt namelijk de aandacht van de kijker. Wat moet hij uit het shot halen aan informatie en/of aan emotie!!! * Nummer elk shot. * Je moet op het plaatje kunnen zien welk kader en welk standpunt de camera moet innemen. * De randen van het vakje zijn de randen van de TV. Cl Up wil zeggen het hele vakje gevuld! Teken in verhouding!!! * Verander na elk shot óf kader óf standpunt óf inhoud van shot. * Let op de overgang naar het volgende shot wat betreft kader en standpunt van de camera. Dan al beslis je namelijk over je montage! * Een handeling die heel veel tijd vraagt (in real time) découpeer (= knippen) je in verschillende kaders en standpunten om te voorkomen dat het saai wordt om naar te kijken. Dat brengt vaart in je film. Ook voor Reportage maken: WELK VERHAAL WIL JE VERTELLEN? En KIES je hoofdpersoon? Het accent ligt op het overbrengen van de beleving van de hoofdpersoon. Maar de kijker moet tegelijkertijd voldoende informatie krijgen om te snappen waar het over gaat. NIET de ACTIE VOOR DE CAMERA bepaalt wat de kijker te zien krijgt, maar jij met je camera beslist wat je de kijker wilt laten zien!!! De 5 W s toepassen in je beelden. Bij een wedstrijd hoef je niet het verloop weer te geven, het gaat om de beleving! Nadenken over openings- en eind shot. Anticiperen. Franka Stas 6